CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Rapport Evaluatie trainingen schoolveiligheid 2024.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 22 januari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief ‘Derde voortgangsrapportage inzet Amsterdamse schoolveiligheid’ (VN2024-017878)9.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie trainingen schoolveiligheid Onderzoek en Statistiek Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Directie Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) Projectnummer: 230201 Auteurs: Leyla Reches, Eliza van Beek en Frederique van Spijker E-mailadres: l.reches@amsterdam.nl, e.beek@amsterdam.nl, f.van.spijker@amsterdam.nl Bezoekadres: Post: Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Amsterdam, maart 2024

Foto voorzijde: Lege school, Edwin van Eis (2020)

Inhoud Samenvatting en conclusie

4

Inleiding

6

1.1

Trainingen krijgen gemiddeld een 7 10 1.1.1 Enthousiaste trainers, ervaringsdeskundigen en samenwerken met collega’s sprak het meest aan 10 1.2 Ervaren effecten trainingen per thema 11 1.2.1 Thema signaleren en duiden van problematisch gedrag: meesten ervaren positieve effecten van de training 11 1.2.2 Thema groepsdynamica: training droeg volgens de meesten bij aan kennis en herkenning van – en omgang met groepsdynamica 12 1.2.3 Thema leefwereld van jongeren: training droeg volgens de meesten een beetje bij aan kennis van en omgang met de leefwereld van jongeren en straatcultuur 13 1.3 Trainingen hielpen 45 procent van de deelnemers om met grensoverschrijdend gedrag om te gaan 14 1.4 De helft van de respondenten heeft training kunnen toepassen in de praktijk 15 1.5 Het wisselt of training tot betere samenwerking op school leidt 16 1.6 Meer praktische oefeningen, maatwerk en een vervolg van de training 17 1.7 Er is behoefte aan meer trainingen, handvatten en oefeningen 18

2

Trainingsprogramma schoolveiligheid voor veiligheidscoördinatoren

19

2.1

Rol van de veiligheidscoördinator verschilt per school 19 2.1.1 Problematiek op scholen afhankelijk van de buurt, schoolgrootte en schoolniveaus 20 2.1.2 Preventieve aanpak belangrijk 20 2.2 Trainingen inhoudelijk goed, maar niet voor iedereen van meerwaarde 21 2.2.1 Meer aandacht voor rol van veiligheidscoördinator, extra onderwerpen en meer intervisie 22 2.3 Gemeenschappelijke taal alleen ontwikkeld in stadsdelen waar het trainingsprogramma goed loopt 23 2.4 Aanpak op scholen alleen versterkt in stadsdelen waar het trainingsprogramma goed loopt 23 2.5 Stadsdelen waar trainingsprogramma minder goed loopt halen meer uit andere bijeenkomsten voor hun netwerk 23 2.6 Aanbeveling om opkomst te verhogen: voeg trainingen voor stadsdelen samen 24

3

Samenvatting en conclusie De gemeente Amsterdam ontvangt signalen vanuit het voortgezet onderwijs (vo) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) dat de veiligheidsproblematiek rondom jongeren steeds meer vraagt van scholen. Scholen geven aan dat ‘de straat de school in komt’ en dat zij behoefte hebben aan deskundigheid bij het omgaan met ernstig grensoverschrijdend gedrag. De gemeente is daarom in maart 2022 gestart met het aanbieden van trainingen pedagogisch handelen bij grensoverschrijdend gedrag van jongeren. Ten eerste kunnen alle scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs gebruikmaken van deskundigheidstrainingen voor schoolteams. Daarnaast is samen met het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen een trainingsprogramma schoolveiligheid per stadsdeel gestart voor veiligheidscoördinatoren van alle scholen. Beide trainingsprogramma’s lopen in deze vorm tot eind 2023. De directie Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) heeft aan Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd om de effecten van de trainingen te evalueren.

In de evaluatie staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat zijn de gepercipieerde effecten van de trainingen van schoolteams en van het trainingsprogramma schoolveiligheid voor veiligheidscoördinatoren? Deskundigheidstrainingen schoolteams heeft 45 procent van de ondervraagden geholpen Tussen maart 2022 en december 2023 hebben in totaal 635 deelnemers van 18 scholen een deskundigheidstraining voor schoolteams gevolgd. De effecten van de training zijn geëvalueerd door middel van een vragenlijst. 103 deelnemers hebben de vragenlijst ingevuld (responspercentage van 16%). De scholen konden kiezen uit dertien trainingen over een van de volgende drie thema’s: de leefwereld van jongeren, groepsdynamica en het signaleren en duiden van problematisch gedrag. Het doel van de deskundigheidstrainingen voor schoolteams is om binnen schoolteams de kennis over -, duiding van - en omgang met grensoverschrijdend gedrag te versterken. De ondervraagden beoordelen de trainingen gemiddeld met een 7 op nuttigheid. De trainingen over het thema signaleren en duiden van problematisch gedrag worden het meest positief beoordeeld. Bijna de helft van de ondervraagden (45%) geeft aan dat de door hen gevolgde training heeft geholpen om met grensoverschrijdend gedrag van leerlingen om te gaan. Volgens 19 procent heeft de training (helemaal) niet bijgedragen aan het omgaan met grensoverschrijdend gedrag.

Een deel van hen geeft aan dat het voor hen al makkelijk was om hiermee om te gaan. Daarnaast is een derde (34%) het niet eens en niet oneens met de stelling dat de training hen geholpen heeft. De helft (53%) van de respondenten heeft wat hij of zij heeft geleerd tijdens de training toe kunnen passen in de praktijk. Als concrete voorbeelden noemen deelnemers hierbij dat ze nu sneller, makkelijker en gerichter kunnen ingrijpen, bijvoorbeeld bij conflicten tijdens de pauze. Deelnemers die de lessen uit de training niet in de praktijk hebben kunnen toepassen noemen dat er nog geen incidenten zijn voorgevallen of dat ze tijdens de training geen nieuwe informatie hebben ontvangen. Het wisselt of de training tot een betere samenwerking op school heeft geleid. Op de vraag of deelnemers nog meer nodig hebben om te kunnen omgaan met grensoverschrijdend gedrag heeft iets meer dan de helft antwoord gegeven. Zij geven aan behoefte te hebben aan lesstof die nog meer is afgestemd op de problematiek binnen de school 4

en meer praktische tips en handvatten over hoe ze de theorie kunnen toepassen in de praktijk. Daarnaast hebben ze de behoefte om meer te oefenen, bijvoorbeeld met behulp van rollenspellen en een vervolg op de training. Trainingsprogramma voor veiligheidscoördinatoren: effectief in stadsdelen met hoge opkomst In het trainingsprogramma schoolveiligheid komen veiligheidscoördinatoren samen voor het volgen van een training. Het programma wordt per stadsdeel georganiseerd om een gebiedsgericht netwerk voor veiligheidscoördinatoren te ontwikkelen. Het doel van de trainingen naast kennisvergroting is dat scholen binnen de stadsdelen elkaar ondersteunen en van en met elkaar leren in de aanpak van grensoverschrijdend gedrag en hier een gemeenschappelijke taal over ontwikkelen. Om dit te ondersteunen ligt de focus in de bijeenkomsten op het uitwisselen van ervaringen en casuïstiek. De sessies vinden ongeveer één keer per zeven weken plaats en hebben een looptijd van twee jaar. De trainingen hebben net als voor de schoolteams de volgende drie thema’s: leefwereld van jongeren, groepsdynamica en het signaleren en duiden van problematisch gedrag. O&S heeft onderzoek gedaan naar de ervaren effecten van het trainingsprogramma door middel van drie groepsgesprekken, in het voorjaar van 2023.

De deelname aan het programma wisselt per stadsdeel, waardoor de effectiviteit van het programma verschilt. In Noord en Nieuw-West was het aantal deelnemers het hoogst, daar zijn de deelnemers het meest positief over het programma. Er werd benoemd dat het programma voor meer openheid tussen de scholen heeft gezorgd. Door de uitwisseling van ervaringen leren de veiligheidscoördinatoren over de problematiek die er op andere scholen speelt en hoe dit daar wordt aangepakt. Dit versterkt hun eigen aanpak binnen de school en draagt ook bij aan het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal. De theorie uit de trainingen draagt hieraan bij. De veiligheidscoördinatoren die naar trainingen gingen met een lage opkomst herkennen dit minder, door het geringe aantal deelnemers was daar minder uitwisseling mogelijk. De meeste veiligheidscoördinatoren vonden de behandelde thema’s inhoudelijk goed. Ook waren ze enthousiast over de trainers. Een aantal coördinatoren geeft aan dat zij het fijn hadden gevonden als hun leerbehoefte vooraf was opgehaald. De inhoud van de trainingen zou verbeterd kunnen worden door het huidige aanbod uit te breiden met extra onderwerpen en meer aandacht te besteden aan de invulling van de rol van veiligheidscoördinator op school. Voor de meeste veiligheidscoördinatoren is deze rol een deeltaak van hun werk op school, zij hebben ook nog een andere functie.

Hierdoor ontstaat tijdsdruk en is het moeilijk om bij alle bijeenkomsten aanwezig te zijn. Bovendien zijn er naast het trainingsprogramma nog andere initiatieven die tijd vragen, zoals de netwerkbijeenkomsten die worden georganiseerd. In de stadsdelen waar het trainingsprogramma minder goed loopt blijkt dat een aantal veiligheidscoördinatoren meer uit deze netwerkbijeenkomsten halen. Zij zien de uitwisseling van informatie en ervaringen met collega’s en andere jeugd- en veiligheidspartners hier als grote meerwaarde. Om de opkomst voor de trainingen te verhogen wordt de suggestie gedaan om stadsdelen hiervoor samen te voegen. Daarnaast is aanbevolen om bij de veiligheidscoördinatoren die niet bij een training aanwezig zijn geweest op te halen waar dat aan ligt. Mochten er andere leerbehoeftes zijn, dan kunnen de trainingen hierop worden aangepast. 5

Inleiding De gemeente Amsterdam ontvangt signalen vanuit het voortgezet onderwijs (vo) en voortgezet speciaal onderwijs (vso) dat de veiligheidsproblematiek rondom jongeren steeds meer vraagt van scholen. Hulpvragen en signalen over schoolveiligheid gaan over complexe problematiek. De signalen gaan om zaken zoals drugshandel, wapenincidenten, ronselen voor criminele groepen, seksueel grensoverschrijdend gedrag, afpersing, fysieke agressie en bedreiging. De aard en ernst van de problematiek verschilt per school. Scholen geven aan dat ‘de straat de school in komt’ en dat zij behoefte hebben aan deskundigheid bij het omgaan met deze vormen van ernstig grensoverschrijdend gedrag. De gemeente is daarom in maart 2022 gestart met het aanbieden van trainingen pedagogisch handelen bij grensoverschrijdend gedrag van jongeren. Ten eerste kunnen alle scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs gebruikmaken van deskundigheidstrainingen voor schoolteams. Daarnaast is samen met het Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Amsterdam-Diemen een trainingsprogramma schoolveiligheid gestart voor veiligheidscoördinatoren van alle scholen. Beide trainingsprogramma’s lopen in deze vorm tot eind 2023. De deskundigheidstrainingen voor schoolteams gaan in 2024 in een aangepaste vorm verder.

Deze zijn dan behalve voor het voortgezet (speciaal) onderwijs ook beschikbaar voor het primair onderwijs en het middelbaarberoepsonderwijs. De directie Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) heeft aan Onderzoek en Statistiek (O&S) gevraagd om de effecten van de trainingen te evalueren. In de evaluatie staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Wat zijn de gepercipieerde effecten van de trainingen van schoolteams en van het trainingsprogramma schoolveiligheid voor veiligheidscoördinatoren? Deskundigheidstrainingen voor schoolteams Tussen maart 2022 en 2023 kunnen alle Amsterdamse scholen in het voortgezet (speciaal) onderwijs een deskundigheidstraining volgen over schoolveiligheid. De scholen kunnen kiezen uit een aanbod van trainingen die door de gemeente is samengesteld. De trainingen zijn bedoeld voor alle leden van het schoolteam. Het doel van de trainingen is om binnen het team de kennis en duiding van grensoverschrijdend gedrag te vergroten en handvatten te geven om er beter mee om te gaan. De trainingen worden door verschillende aanbieders georganiseerd. In totaal konden scholen uit dertien trainingen kiezen over één van de volgende thema’s:  Leefwereld van jongeren: geeft inzicht in de leefwereld van jongeren en straatcultuur en hoe de straat de school in komt.

Deelonderwerpen zijn: verleidingen en gevaren van de straat, code en regels van de straat, straatcultuur in de school, culturele identiteitsvorming, rol thuissituatie en omgaan met thuissituatie, rol online onveiligheid, ouderbetrokkenheid.  Groepsdynamica: geeft inzicht in wat te doen als groepsdynamica en groepsdruk onder jongeren problematisch is en welke jongeren vooral risico lopen om hierdoor in problemen verzeild te raken. Er is specifiek aandacht voor kwetsbare jongeren. Deelonderwerpen zijn: groepsdynamica onder jongeren in grootstedelijke context (straatcultuur), motieven achter problematisch gedrag in groepsdynamica, doorbreken 6

van gedragspatronen; rol, gedrag en communicatie van jongeren in een groep (herkennen), omgaan met zwijgcultuur. Signaleren en duiden van problematisch gedrag: geeft inzicht in de ontwikkeling van problematisch gedrag van jongeren en wat je als onderwijsprofessional en als school moet doen bij (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van jongeren. Deelonderwerpen zijn: ‘normaal’ pubergedrag vs. problematisch gedrag, signaleren van problematisch gedrag op school, internaliserend en externaliserend problematisch gedrag, scheiding tussen uiting boodschap en gewenste reactie, gespannen situaties de-escaleren, samenwerking met functionarissen buiten school, ouderbetrokkenheid.

O&S heeft onderzoek gedaan naar de ervaren effecten van de trainingen onder de deelnemers door middel van een vragenlijst (zie bijlagedocument). In deze vragenlijst wordt gevraagd hoe de deelnemers de trainingen hebben ervaren, of het hun kennis over omgaan met veiligheidsproblematiek heeft vergroot, of het hun handelingsperspectief heeft veranderd en of het de samenwerking binnen de school heeft verbeterd. De vragenlijst werd ongeveer zes tot acht weken na de training onder de deelnemers verspreid via een betrokken beleidsmedewerker van de gemeente en de veiligheidscoördinator van de school. De evaluatie geeft antwoord op de volgende hoofd- en deelvragen: Wat zijn de gepercipieerde effecten van de trainingen voor schoolteams?  Hoe hebben de deelnemers de training ervaren?  Hoe heeft het bijgedragen aan hun kennis/kunde over omgaan met veiligheidsproblematiek?  Hoe heeft het hun handelingsperspectief veranderd?  Hoe heeft het de samenwerking met elkaar (collega’s/partners/andere scholen) veranderd? In oktober 2023 is de respons op de vragenlijst geëvalueerd. Om de respons te verhogen is ervoor gekozen om de vragenlijst in te korten. In de rapportage wordt aangegeven als vragen alleen door de eerste helft van de respondenten zijn beantwoord. Deze rapportage bevat de resultaten van de schoolteamtrainingen die tussen maart 2022 en december 2023 zijn gevolgd.

Trainingsprogramma voor veiligheidscoördinatoren Iedere school heeft een veiligheidscoördinator of een medewerker met die naast een andere functie de rol van veiligheidscoördinator bekleedt. De veiligheidscoördinator speelt een cruciale rol in het verbeteren van de aanpak van -en deskundigheid over de veiligheidsproblematiek op school. In het trainingsprogramma schoolveiligheid komen veiligheidscoördinatoren samen voor het volgen van een training. Het programma wordt per stadsdeel georganiseerd om een gebiedsgericht netwerk voor veiligheidscoördinatoren te ontwikkelen. Naast kennisvergroting is het doel van de trainingen dat scholen binnen de stadsdelen elkaar ondersteunen en van en met elkaar leren in de aanpak van grensoverschrijdend gedrag en hier een gemeenschappelijke taal over ontwikkelen. Om dit te ondersteunen ligt de focus in de bijeenkomsten op het uitwisselen van ervaringen en casuïstiek. De sessies vinden ongeveer één keer per zeven weken plaats en hebben een looptijd van twee jaar. De trainingen hebben net als de trainingen voor schoolteams de volgende drie thema’s: leefwereld van jongeren, groepsdynamica en het signaleren en duiden van problematisch gedrag. Per thema worden er twee trainingen gegeven. 7

O&S heeft onderzoek gedaan naar de ervaren effecten onder de deelnemers van het programma door middel van drie groepsgesprekken. De interviews vonden plaats in het voorjaar van 2023. Het wisselt per stadsdeel hoeveel bijeenkomsten de deelnemers toen al hadden gehad. In de groepsgesprekken is gevraagd naar de rol van de veiligheidscoördinatoren op hun school, de ervaringen met de trainingen, de doelen van het trainingstraject en mogelijke verbeterpunten. De topiclijst kan worden teruggevonden in het bijlagedocument. De volgende hoofd- en deelvragen staan centraal: Wat zijn de gepercipieerde effecten van het trainingsprogramma voor veiligheidscoördinatoren?  Heeft het programma bijgedragen aan de ontwikkeling van deskundigheid onder de deelnemers over schoolveiligheid en grensoverschrijdend gedrag?  Heeft het programma bijgedragen aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijke taal onder de deelnemers over schoolveiligheid en ernstig grensoverschrijdend gedrag?  Heeft het programma de deelnemers ondersteund in de aanpak binnen de eigen school? Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de evaluatie van de schoolteamtrainingen centraal. Deze resultaten hebben betrekking op de trainingen die door de scholen zijn gevolgd. In hoofdstuk 2 wordt de evaluatie van het trainingsprogramma voor de veiligheidscoördinatoren beschreven.

8

1 Deskundigheidstrainingen schoolveiligheid voor schoolteams Tussen maart 2022 en eind 2023 hebben in totaal 635 deelnemers van 18 scholen een deskundigheidstraining voor schoolteams gevolgd. Van hen hebben 103 deelnemers de vragenlijst ingevuld (responspercentage van 16%). Een aantal deelnemers heeft meerdere modules gevolgd, waardoor het totaalaantal gevolgde trainingen op 128 uitkomt (zie tabel 1.1). Over het thema signaleren en duiden van problematisch gedrag is het vaakst een training gevolgd (43 keer). Andere gevolgde trainingen gingen onder andere over groepsdruk en grensoverschrijdend gedrag, groepsdynamica, duiden van individueel problematisch gedrag en straatcultuur. Tabel 1.1 Welk(e) training(en) heeft u gevolgd? Meerdere antwoorden mogelijk 1(n=103) thema training aantal respondenten 54 signaleren en duiden van problematisch gedrag 39 leefwereld van jongeren 35 groepsdynamica totaal 128

De meeste respondenten werken op een school waar (onder andere) vmbo (basis, kader en/of theoretisch) en/of havo worden aangeboden. Van de 103 respondenten zijn 62 respondenten docent en 38 respondenten zijn (ook) mentor van een klas. De overige respondenten hadden uiteenlopende functies op school, waaronder leerlingbegeleider, administratieve functies, directie, conciërge, teamleider, managementassistent, onderwijsondersteuner, examencoördinator, zorgcoördinator, of veiligheidscoördinator. In het eerste deel van de vragenlijst is aan deelnemers gevraagd wat hun belangrijkste doel was om mee te doen aan de training. De overkoepelende doelen die uit de antwoorden naar voren komen zijn het vergroten van kennis en het eigen handelingsperspectief op school. Deelnemers hopen in de trainingen om te leren gaan met bepaalde problematiek die bij hen op school speelt of kan spelen, zoals: een dreigende situatie op school, agressie, ongewenste mensen binnen de school en verstoorde klassendynamiek (conflicten, onrust, ongewenst gedrag, geen groepsgevoel). Ook wil een aantal deelnemers meer weten over groepsdynamica in het algemeen, zodat zij leerlingen beter kunnen begeleiden.

Verder hopen deelnemers door de training met meer zelfvertrouwen om te gaan met de veiligheidsproblematiek binnen de school of de aanpak op school te verbeteren zodat zij problematisch gedrag sneller kunnen corrigeren. Voor sommige deelnemers dient de training als check om na te gaan of zij nog op een goede manier bezig zijn. Tot slot noemt een aanzienkijk aantal deelnemers dat zij aan de training deelnamen omdat de training werd aangeboden door de school waar de deelnemer werkt of dat

1 De volgende trainingen werden eveneens aangeboden, maar zijn door geen van de schoolteams gevolgd: Verken de

on- en offline leefwerelden. Die van thuis, school en straat (Levvel); Voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag (Levvel).

9

de training verplicht was, bijvoorbeeld als onderdeel van een studiedag georganiseerd door de werkgever. “Het was onderdeel van onze studiedag. Ik voelde me betrokken bij dit onderwerp, omdat ik als startende leraar handvatten toegereikt wilde hebben hoe om te gaan met ongewenst gedrag.” “Concrete handvatten voor hoe om te gaan met lastig gedrag in de les.”

1.1 Trainingen krijgen gemiddeld een 7 De ondervraagden beoordelen de trainingen gemiddeld met een 7,0 op nuttigheid. De meesten geven de training minimaal een voldoende (87%), vier op de tien geven een 8 of hoger. Vier op de tien deelnemers geven aan dat hun doel voor de training helemaal is bereikt (41%, zie figuur 1.1). Veel van deze deelnemers lichten toe dat dit komt doordat ze nieuwe kennis hebben opgedaan en handvatten hebben gekregen die ze op school kunnen gebruiken. Enkelen geven aan dat ze de opgedane kennis ook al toe hebben gepast in de klas. Een even grote groep (44%) heeft hun doel voor de training een beetje bereikt en van enkele deelnemers is het doel niet of nauwelijks bereikt. Deelnemers lichten bijvoorbeeld toe dat zij al bekend waren met de dingen die gedeeld werden tijdens de training. Daarnaast geeft een deel aan dat de training een goede start was maar dat ze het nog wat oppervlakkig vonden, waardoor hun doel nog niet bereikt is. Figuur 1.1 In hoeverre is uw doel om mee te doen aan de training bereikt? (procenten, n=103)

41

0%

10% helemaal

20%

44

30% een beetje

40%

50%

60%

niet of nauwelijks

6

70%

80%

10

90%

100%

weet niet / geen antwoord

1.1.1 Enthousiaste trainers, ervaringsdeskundigen en samenwerken met collega’s sprak het meest aan

Aan deelnemers van de training is gevraagd wat hen het meest aansprak in de training en waarom. Hierbij worden ten eerste vaak de trainers genoemd, zij worden omschreven als zeer enthousiast, vrolijk en goed. Daarnaast geeft een aantal deelnemers aan dat het fijn was om de training samen met collega’s te kunnen volgen, het was fijn om een keer de tijd te hebben om samen na te denken, ervaringen op school uit te wisselen en casussen te bespreken. Ook is een deel van de deelnemers erg enthousiast over de ervaringsdeskundigen (jongeren) die zijn ingezet bij de training. Tot slot wordt de inhoud van de training en opgedane kennis een aantal keer genoemd als een onderdeel wat aansprak, evenals de praktijkvoorbeelden die zijn gegeven, de rollenspellen, de kleine groep waarin de training werd gegeven en de ‘korte en bondige’ duur van de training.

10

“Gevarieerde praktijkvoorbeelden. Goede trainer die de moeite nam om bij binnenkomst onze namen te onthouden. Fijne en veilige sfeer waarin we onze hulpvragen konden delen.” “De inbreng van een jongen die zelf is opgegroeid op de straat, om het zo maar even te zeggen" “Samenwerken met collega's. Samen nadenken, uitwisselen en rollenspel/casus.”

1.2 Ervaren effecten trainingen per thema Deze paragraaf gaat in op de effecten van de trainingen. Dit wordt per thema van de verschillende trainingen besproken. 1.2.1 Thema signaleren en duiden van problematisch gedrag: meesten ervaren positieve effecten van de training

In totaal volgden 54 respondenten een training die zich richtte op het signaleren en duiden van problematisch gedrag onder jongeren. De training is gevolgd bij twee verschillende aanbieders. De meeste deelnemers zijn van mening dat de training een beetje (29 deelnemers, 54%) of heel erg (17 deelnemers, 32%) heeft bijgedragen aan hun kennis over de ontwikkeling van problematisch gedrag (zie figuur 1.2).2 Ook heeft de training volgens vier op de tien (39%) heel erg bijgedragen aan het signaleren van problematisch gedrag, en volgens ruim een derde aan het duiden van en omgaan met problematisch gedrag (beide 35%). Figuur 1.2 In hoeverre heeft de training bijgedragen aan...? (procenten, n=54) uw kennis over de ontwikkeling van problematisch gedrag

32

54

13

2

het signaleren van problematisch gedrag

39

50

9

2

het duiden van problematisch gedrag

35

56

7

2

uw omgang met problematisch gedrag

35

0%

50

20% heel erg

een beetje

40%

60%

niet of nauwelijks

13 80%

2 100%

weet niet / geen antwoord

Deelnemers die positief waren over de training lichten toe dat ze in de training veel inzicht en kennis opgedaan hebben en handvatten hebben gekregen om problematisch gedrag te signaleren en ermee om te gaan, dat de training duidelijk en pragmatisch was met inspirerende voorbeelden en dat het ook fijn was om tips te krijgen over wat je met name niet moet doen.

2

Vanwege het lage aantal deelnemers kunnen de resultaten niet worden uitgesplitst naar aanbieder .

11

Verder gaf een deelnemer aan het meeste eigenlijk wel te weten, maar dat de training toch heeft geholpen om het weer even scherp te krijgen. Voor andere deelnemers droeg de training minder bij omdat ze niet veel nieuwe informatie kregen, bijvoorbeeld omdat vergelijkbare onderwerpen al in een eerder gevolgde training aan bod zijn gekomen. Sommige deelnemers gaven aan dat de training te kort was om de diepte in te gaan, tot concrete handvatten te komen of om zelf te oefenen. Door de beperkte tijd bleef de training volgens hen wat oppervlakkig. Een cursus van een halve dag is niet voldoende volgens een deelnemer. Anderen geven aan dat het wel helpt of dat het een start is; iets wat ook moet groeien gedurende een proces. Een aantal deelnemers is ontevreden (19 deelnemers), bijvoorbeeld over de opbouw van de training, de kennis van de trainers, de toneelstukjes of de aangedragen oplossingen voor de problematiek. Ook noemt een deelnemer in de training te missen hoe deze nieuwe kennis in de praktijk toegepast kan worden. Tot slot gaf een deelnemer aan meer behoefte te hebben aan een individuele aanpak. “Duiden van problematisch gedrag hield op waar ik had willen beginnen, te oppervlakkig wat mij betreft.

Had graag met het team specifieke afspraken gemaakt om dit gedrag te duiden en er eenduidig mee om te gaan.” “Een cursus van een halve dag is niet voldoende om docenten te leren omgaan met problematisch gedrag.” “We moesten een soort zelfscan doen waarmee we ons eigen handelen konden analyseren. Hiermee heb ik zicht gehad op hoe ik zelf omga met ongewenst gedrag. Dit vond ik een nuttige opdracht.” “Ik vond het theoretische deel heel fijn, maar miste een deel over hoe wij dit in de praktijk zouden kunnen toepassen.” 1.2.2 Thema groepsdynamica: training droeg volgens de meesten bij aan kennis en herkenning van – en omgang met groepsdynamica

De training die zich richtte op groepsdynamica is door 35 respondenten gevolgd. Deze training is bij vier verschillende aanbieders gevolgd. Volgens de meesten heeft de training een beetje (18 deelnemers, 51%) of heel erg (13 deelnemers, 37%) bijgedragen aan hun kennis van groepsdynamica onder jongeren (zie figuur 1.3). Volgens 14 van de 35 deelnemers (40%) heeft de training ook heel erg bijgedragen aan de herkenning van groepsdynamica, maar volgens 6 deelnemers droeg de training hier niet of nauwelijks aan bij. Tot slot heeft de training volgens de meesten een beetje (21 deelnemers, 60%) of heel erg (8 deelnemers, 23%) bijgedragen aan de omgang met groepsdynamica onder jongeren.

12

Figuur 1.3 In hoeverre heeft de training bijgedragen aan...? (procenten, n=35) uw kennis van groepsdynamica onder jongeren

37

uw herkenning van groepsdynamica onder jongeren

40

uw omgang met groepsdynamica onder jongeren

51

37

23

0%

60 20%

heel erg

9

een beetje

40%

60%

niet of nauwelijks

3

17

6

9

9

80%

100%

weet niet / geen antwoord

Deelnemers die positief waren over de training geven aan dat het een interessante, goede training was, met aansprekende verhalen en veel voorbeelden. Een deelnemer licht toe het gevoel te hebben patronen in groepsdynamiek nu beter te kunnen herkennen. Een ander zegt door de training zelfverzekerder met zowel positieve als negatieve situaties om te kunnen gaan. Daarnaast noemt een deelnemer de training een 'feest der herkenning' en geeft aan dat de training goed aansluit op hun aanpak in de school. De deelnemers die minder positief waren over de training geven aan dat er weinig (nieuwe) informatie, handvatten of praktische tools zijn ontvangen tijdens de training en dat de trainers erg veel ruimte lieten voor eigen inbreng. Ook vond een deelnemer de stellingen die tijdens de training werden voorgelegd over jongeren niet waarheidsgetrouw. Verder noemt een deelnemer nu al vergeten te zijn wat er tijdens de training allemaal langsgekomen is, een deelnemer miste concrete voorbeelden en een ander geeft aan dat het moeilijk is om vast te stellen wat het effect van de training is geweest. “Ik heb sterk het gevoel dat ik patronen in groepsdynamiek nu beter kan herkennen.

Hoe ik die patronen kan verklaren en hoe ik ermee omga zijn dingen waarin ik al doende nog beter mijn weg wil leren vinden.” “De training liet erg veel ruimte voor eigen inbreng over jongeren, terwijl ik juist als docent graag informatie ontvang tijdens een training. De geboden stellingen waren vrij simplistisch en niet waarheidsgetrouw.” “Ik merk dat ik meer praktische tools had gewild om het proces daadwerkelijk te sturen.” 1.2.3 Thema leefwereld van jongeren: training droeg volgens de meesten een beetje bij aan kennis van en omgang met de leefwereld van jongeren en straatcultuur

De training die zich richtte op de leefwereld van jongeren is door 34 respondenten gevolgd. Zij deden dit bij vijf verschillende aanbieders. De training heeft volgens 19 van hen een beetje (56%) en volgens 9 van hen heel erg (27%) bijgedragen aan hun kennis over de leefwereld van jongeren en straatcultuur (zie figuur 1.4). Daarnaast droeg de training volgens de meesten (24

13

deelnemers, 71%) een beetje bij aan de omgang met straatcultuur in de school, volgens 4 deelnemers (12%) droeg de training hier heel erg aan bij. Een van de deelnemers geeft aan meer geleerd te hebben over verschillende culturen en taal en was daar positief over. Een andere deelnemer licht toe dat hij of zij door met de jeugd te werken op school en door te zien hoe leerlingen zich na schooltijd gedragen al een duidelijk beeld had over de leefwereld van jongeren. Daarnaast geven deelnemers aan dat ze de casussen en voorbeelden tijdens de trainingen nuttig vonden. Een enkeling miste nieuwe informatie of was ontevreden over de trainer. Tot slot geeft een deelnemer aan dat dit soort trainingen altijd goed zijn maar dat het er niet voor zorgt dat men om kan gaan met leerlingen die de straatcultuur de school in brengen. “De leefwereld van jongeren was een prima bijeenkomst. Ik had er geen goed beeld van en heb er echt meer inzicht in gekregen. Trainer was top en de ervaringsdeskundige voegde echt iets toe. “Het is altijd goed om het te hebben over hoe wij als docenten beter om kunnen gaan met leerlingen die zich niet gedragen zoals dat wij verwachten binnen een school.

Zo'n training is nuttig maar zorgt niet voor de gewenste gedragsverandering die nodig is om om te kunnen gaan met leerling die straatcultuur binnen de school brengen.” Figuur 1.4 In hoeverre heeft de training bijgedragen aan...? (procenten, n=34) uw kennis in de leefwereld van jongeren en straatcultuur

uw omgang met straatcultuur in de school

27

56

18

0%

71 20%

heel erg

18

een beetje

40%

12 60%

niet of nauwelijks

80%

100%

weet niet / geen antwoord

1.3 Trainingen hielpen 45 procent van de deelnemers om met grensoverschrijdend gedrag om te gaan 45 procent van de ondervraagden geeft aan dat de door hen gevolgde training(en) heeft/hebben geholpen om met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van leerlingen om te gaan (figuur 1.5). Deze deelnemers lichten toe dat zij nieuwe inzichten hebben opgedaan, gedrag sneller herkennen en beter weten hoe zij hierbij moeten handelen. Ook wordt aangegeven dat je bij dit soort trainingen altijd iets oppikt. Een derde (34%) is het niet eens of oneens met de stelling. Volgens 19 procent heeft de training (helemaal) niet bijgedragen aan het omgaan met grensoverschrijdend gedrag. Hierbij wordt toegelicht dat er geen nieuwe informatie is ontvangen of dat de training te kort was waardoor deelnemers niet genoeg (nieuwe) kennis hebben opgedaan. Ook benoemen enkele deelnemers dat ze geen specifieke tips hebben opgedaan in de training.

14

Figuur 1.5 In hoeverre bent u het eens met de volgende stelling: … (procenten, n=101) de training heeft mij geholpen om te gaan met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van leerlingen

44

0%

34

20%

40%

14

60%

5 3

80%

100%

helemaal mee eens

mee eens

niet mee oneens, niet mee eens

mee oneens

helemaal mee oneens

weet niet / geen antwoord

Als controlevraag is gevraagd hoe moeilijk of makkelijk deelnemers het vóór de training vonden om met grensoverschrijdend gedrag van leerlingen om te gaan. Van de 19 deelnemers die aangeven dat de training hen niet heeft geholpen, geven 7 deelnemers aan dat ze het al makkelijk vonden om hiermee om te gaan (zie figuur 1.6). Figuur 1.6 In hoeverre de training heeft geholpen om te gaan met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van leerlingen en hoe makkelijk of moeilijk deelnemers dat vóór de training vonden (procenten, n=103). De training heeft mij geholpen om te gaan met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van leerlingen (helemaal) mee eens niet mee oneens, niet mee eens

22

9

27

56

(helemaal) mee oneens 0%

51

37 10%

20%

35

32 30%

40%

50%

21 60%

70%

80%

vond het al (heel) makkelijk

niet makkelijk, niet moeilijk

vond het vooraf (heel) moeilijk

weet niet / geen antwoord

11 90%

100%

Daarnaast is in de uitgebreide versie van de vragenlijst gevraagd of de training deelnemers heeft geholpen om met zelfvertrouwen om te gaan met grensoverschrijdend gedrag door leerlingen. Ongeveer de helft (47%) van de 41 deelnemers die deze vraag beantwoordden gaf aan dat de training hen heeft geholpen om met (meer) zelfvertrouwen om te gaan met grensoverschrijdend gedrag door leerlingen. Zij lichten onder andere toe dat zij sterker in hun schoenen staan, dat de training een bevestiging van hun eigen handelen was of dat het nu makkelijker gaat om met grensoverschrijdend gedrag om te gaan. De deelnemers waarbij de training niet tot meer zelfvertrouwen heeft geleid in de omgang met grensoverschrijdend gedrag geven aan dat zij al zelfvertrouwen op dit gebied hadden, dat het al redelijk ging of dat zij dit nog moeten ervaren.

1.4 De helft van de respondenten heeft training kunnen toepassen in de praktijk De helft (53%) van de respondenten heeft wat hij of zij heeft geleerd tijdens de training toe kunnen passen in de praktijk (zie figuur 1.7). Aan de eerste 45 deelnemers die de vragenlijst invulden is gevraagd of zij hiervan concrete voorbeelden konden noemen of konden aangeven 15

waarom zij het niet hebben kunnen toepassen in de praktijk. 20 deelnemers hebben deze vraag beantwoord. Als concrete voorbeelden noemen deelnemers dat ze nu sneller, makkelijker en gerichter kunnen ingrijpen, bijvoorbeeld bij conflicten tijdens de pauze. Ook wordt aangegeven dat de tijdens de training geleerde methoden in de praktijk worden toegepast en dat het gedrag van leerlingen beter kan worden doorzien. Deelnemers die de lessen uit de training niet in de praktijk hebben kunnen toepassen noemen dat er nog geen incidenten zijn voorgevallen of dat ze tijdens de training geen nieuwe informatie hebben ontvangen. Opvallend is dat een op de vier deelnemers niet weet of zij de lessen uit de training toe hebben kunnen passen of hier geen antwoord op hebben gegeven. Figuur 1.7 Heeft u wat u heeft geleerd tijdens de training kunnen toepassen in de praktijk? (procenten, n=103)

53

0%

10%

20% ja

21

30%

40% nee

50%

60%

25

70%

80%

90%

100%

weet niet / geen antwoord

1.5 Het wisselt of training tot betere samenwerking op school leidt Deelnemers zijn verdeeld over de vraag of de training tot een betere samenwerking binnen de school heeft geleid op het gebied van veiligheid (figuur 1.8). 15 procent van de deelnemers geeft aan dat de samenwerking op dit gebied heel erg is verbeterd. Deelnemers lichten toe dat er na de training meer gesprekken over schoolveiligheid zijn gevoerd, er betere afspraken zijn gemaakt en collega’s beter op elkaar zijn ingespeeld. Verder wordt genoemd dat er meer focus op veiligheid binnen de school is, dat het nu weer onder de gezamenlijke aandacht gebracht is en dat de training heeft gezorgd voor meer begrip. Vier op de tien deelnemers geven aan dat de training de samenwerking op school een beetje heeft verbeterd. Deelnemers lichten toe dat er meer bewustwording binnen het team is ontstaan over het onderwerp en er worden nu meer gesprekken met elkaar gevoerd over dit onderwerp. Daarnaast geven deelnemers aan dat het goed is dat het onderwerp binnen de school weer op de agenda staat en dat er meer kennis over wordt gedeeld.

“Er werd al erg goed samengewerkt maar de unaniem positieve ontvangst van de training heeft voor mij benadrukt dat het om een lerende organisatie gaat, en dat het kritisch kijken naar dingen die we kunnen verbeteren wordt toegejuicht.” Twee op de tien geven aan dat de training niet of nauwelijks heeft geleid tot een betere samenwerking. Deze deelnemers geven aan dat er helaas niet is doorgepakt na de training, er niets wezenlijks is veranderd of dat het nog te snel is om verandering in de school op te kunnen merken. Tot slot geeft 12 procent van de deelnemers aan dat deze vraag voor hun niet van toepassing is omdat er al optimaal wordt samengewerkt binnen de school op het gebied van veiligheid en 14 procent weet het niet of kan de vraag niet beantwoorden. 16

Figuur 1.8 In hoeverre heeft de training geleid tot een betere samenwerking binnen de school op het gebied van veiligheid? (procenten, n=103)

15

0%

40

10%

20%

30%

20

40%

50%

60%

12

70%

80%

14

90%

100%

heel erg een beetje niet of nauwelijks

niet van toepassing: er werd al optimaal samengewerkt binnen de school op het gebied van veiligheid weet niet / geen antwoord

Aan de eerste 45 deelnemers die de vragenlijst invulden is gevraagd of zij nog suggesties hebben hoe hun school nog beter kan omgaan met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van leerlingen. Door 23 respondenten is een suggestie gegeven. Het vaakst wordt genoemd dat de huidige procedures aangepast moeten worden: er kunnen bijvoorbeeld scherpere afspraken worden gemaakt, duidelijkere kaders en regels worden gesteld en de communicatie daarover kan worden verbeterd binnen de school. Enkele deelnemers benoemen ook dat de regels strenger moeten worden. Daarnaast wordt een aantal keer de suggestie gedaan om meer trainingen te volgen met het team. “Met elkaar touwtjes strak houden en meer regelmatig dit soort trainingen volgen.” “Betere en duidelijkere kaders hanteren.”

1.6 Meer praktische oefeningen, maatwerk en een vervolg van de training Op de vraag of deelnemers iets gemist hebben in de training heeft iets meer dan de helft antwoord gegeven (61 deelnemers). Een deel van hen geeft aan dat ze geen specifiek dingen hebben gemist. Verder geven deelnemers aan dat ze praktische tips en handvatten misten over hoe ze de theorie kunnen toepassen in de praktijk. Ze lichten toe dat de training voornamelijk theoretisch van aard was en dat ze graag ook direct hadden willen oefenen, bijvoorbeeld met behulp van rollenspellen. Enkele deelnemers misten een stuk maatwerk: zij geven aan dat de training niet voldoende aansloot bij de leerlingen en problematiek die op hun school speelt. Tot slot noemen enkele deelnemers dat ze een vervolg op de training missen. “Het was voornamelijk theoretisch, stukje praktijk/rollenspel zou voor mij wel een aanvulling zijn.” “In eerste instantie duurde het erg lang voordat de trainers met hun eigen spullen om konden gaan (technisch). Dat neemt nog voor begin de vaart eruit. … Verder mis ik wat meer spontane informatie en meer ingaan op waar de docenten mee zitten.” “Maatwerk: een training die toegesneden is op problematiek van de school.” 17

1.7 Er is behoefte aan meer trainingen, handvatten en oefeningen Tot slot is gevraagd wat de deelnemers nog meer nodig hebben om beter om te kunnen gaan met (ernstig) grensoverschrijdend gedrag van jongeren op school. Van de 103 respondenten hebben 66 respondenten een antwoord gegeven, met uiteenlopende wensen. De behoeftes die het vaakst werden genoemd zijn (verdiepende) trainingen, meer handvatten, oefeningen met casussen en rollenspellen, en meer kennis over gedragsverandering. Ook is er behoefte aan meer kennis vanuit de jongeren zelf. Daarnaast is er behoefte aan hand-outs, stappenplannen en een eenduidige aanpak vanuit het schoolteam. Ook worden communicatiebehoeftes geuit, bijvoorbeeld trainingen over reacties in verschillende grensoverschrijdende situaties of over nonverbale communicatie. “Kennis vanuit jongeren zelfs. Wat speelt er in hun wereld. Hoe speelt dat. Wat herkennen zij op sociale media.” “Een meer eenduidige aanpak onder het team. Nu zijn er te veel verschillen tussen de regels/afspraken wat onrust creëert.” “Vaker trainingen, zodat het bij blijft.”

18

2 Trainingsprogramma schoolveiligheid voor veiligheidscoördinatoren

Het trainingsprogramma voor veiligheidscoördinatoren is per stadsdeel georganiseerd. Het doel hiervan is om een gebiedsgericht netwerk voor veiligheidscoördinatoren te creëren. De deelname aan het programma wisselt per stadsdeel, in Noord en Nieuw-West was het aantal deelnemers het hoogst. Voor deze stadsdelen is apart een groepsgesprek georganiseerd. In de overige stadsdelen is het programma minder drukbezocht. Daarom is voor deze overige stadsdelen gezamenlijk een derde groepsgesprek georganiseerd. In totaal is met vijftien veiligheidscoördinatoren gesproken (zie tabel 2.1). Tabel 2.1 Aantal respondenten per groepsgesprek aantal stadsdeel Noord

3

stadsdeel Nieuw-West

5

overige stadsdelen

7

totaal

15

2.1 Rol van de veiligheidscoördinator verschilt per school In de groepsgesprekken is gestart met de vraag hoe de deelnemers hun rol als veiligheidscoördinator invullen. Dit wisselt per school. De meeste veiligheidscoördinatoren vervullen deze rol naast een of meerdere andere functies, zoals conciërge, docent, preventiecoördinator, verzuimcoördinator of leerlingencoach. Bij enkele scholen is de functie van veiligheidscoördinator niet gedefinieerd en vallen de taken binnen het pakket van de zorgcoördinator. Het verschilt per onderwijsinstelling ook welke verantwoordelijkheden de veiligheidscoördinator heeft. Zo is een deel van de veiligheidscoördinatoren naast de sociale veiligheid3 ook verantwoordelijk voor de fysieke veiligheid4. Het wisselt per onderwijsinstelling of de veiligheidscoördinator de trekker is van veiligheid binnen de school of vooral een aanspreekpunt bij incidenten of vragen over veiligheid binnen de school. De veiligheidscoördinatoren geven aan dat het belangrijk is dat iedereen weet wie ze zijn en dat het laagdrempelig moet zijn om naar ze toe te stappen. Ze geven aan dat het kan helpen om de taak van veiligheidscoördinator niet steeds te laten rouleren onder collega’s, wat dikwijls in de praktijk voorkomt. Daarnaast benadrukken de meeste veiligheidscoördinatoren dat zij niet

3 Er wordt van sociale veiligheid gesproken als de sociale, psychische en fysieke veiligheid van leerlingen niet door

anderen wordt aangetast. Het gaat hierbij om het bevorderen van een positieve en veilige sfeer en het optreden tegen en voorkomen van ongewenst gedrag. 4 Onder fysieke veiligheid valt brandveiligheid, verkeersveiligheid en veiligheid van de leefomgeving.

19

als enige verantwoordelijk zijn voor de veiligheid binnen de school. Veiligheid moet schoolbreed gedragen worden en alle medewerkers moeten er alert op zijn. “We vinden het vooral belangrijk dat leerlingen bij iemand terecht kunnen en we werken voldoende samen zodat het ook goedkomt als het niet precies het goede loketje is.” “Ik denk niet dat de veiligheidscoördinator de enige is die verantwoordelijk is voor de veiligheid. Dat doe je samen. De veiligheidscoördinator is gewoon het aanspreekpunt.” “Het gaat om een heel team, niet alleen de zorgcoördinator, maar dat een school een team weet mee te krijgen en voor te lichten. En het is de vraag of veiligheidscoördinatoren dat kunnen.” 2.1.1 Problematiek op scholen afhankelijk van de buurt, schoolgrootte en schoolniveaus

De veiligheidsproblematiek op scholen hangt volgens de veiligheidscoördinatoren onder andere af van de buurt waar de school is gevestigd, de schoolgrootte en de niveaus die worden aangeboden op de school. Zo vertelt een veiligheidscoördinator dat hij vooral te maken heeft met eenzaamheid en sombere gevoelens bij leerlingen. Op deze school hebben ze minder te maken met straatproblematiek die de school in komt. Bij een andere geeft de veiligheidscoördinator aan dat leerlingen bij een drillrapgroep betrokken waren. Naast de verschillen bestaan er ook overeenkomsten in de problematiek op scholen. Volgens een groot deel van de veiligheidscoördinatoren is drugsgebruik op hun scholen prominent aanwezig. Daarnaast spelen sociale media een grote rol als het gaat om spanningen tussen leerlingen. Een conflict op school is soms op sociale media al ontstaan. 2.1.2 Preventieve aanpak belangrijk

Binnen de veiligheidsaanpak wordt preventie als een belangrijk onderdeel genoemd door de veiligheidscoördinatoren. Door met de leerlingen in gesprek te blijven en spanningen tijdig te signaleren, hopen de veiligheidscoördinatoren dat er geen escalatie plaatsvindt. Op sommige scholen gebeurt dit door bijvoorbeeld te surveilleren tijdens de pauzes. Maar het komt ook voor dat er buiten schooltijd bij de bushalte of buiten de school wordt gesurveilleerd. Hoe scholen de verdere aanpak inrichten verschilt per school. Zo hebben sommige scholen een streng beleid waarin leerlingen bij het uitten van fysiek geweld meteen worden geschorst. Een school vertelde over ook over een peer2peer traject, waarbij leerlingen elkaars mentor zijn om zo de veiligheid binnen de school te waarborgen. “Veiligheid gaat over preventie en daar probeer ik ook samen met de schoolcoach in de pauzes veel tijd aan te besteden.” “Ook in de ochtend staan we buiten en na school staat er ook iemand tot ze de bus in gaan. Dan voorkom je heel veel dingen. Heel preventief. Alles wat er binnenkomt dat moet je serieus nemen, dat is mijn uitgangspunt.”

20

2.2 Trainingen inhoudelijk goed, maar niet voor iedereen van meerwaarde In totaal worden tijdens de bijeenkomsten zes trainingen gegeven over drie thema’s: leefwereld van jongeren, groepsdynamica en signaleren en duiden van problematisch gedrag. De thema’s en trainingen worden toegelicht in onderstaand kader. Het wisselt per stadsdeel hoeveel bijeenkomsten de deelnemers al hebben gehad. Leefwereld van jongeren Aan welke verleidingen en gevaren van de straat staan jongeren bloot? Wat zijn de codes en regels van de straat? Hoe komt de straatcultuur de school in? Hoe vormt de culturele identiteit zich? Welke rol speelt de thuissituatie en hoe ga je daarmee om? Welke rol speelt online onveiligheid en ouderbetrokkenheid? Groepsdynamica Wat zijn motieven achter problematisch gedrag in een groep? Hoe doorbreek je gedragspatronen? Hoe herken je de rol van jongeren in een groep? Hoe ga je om met zwijgcultuur? Signaleren en duiden van problematisch gedrag Wat is normaal pubergedrag en wanneer noemen we het problematisch gedrag? Hoe signaleer je problematisch gedrag op school? Hoe kan je een gespannen situatie de-escaleren? Hoe werk je samen met functionarissen buiten de school? Hoe kan je ouders betrekken?

De meeste coördinatoren vonden de behandelde thema’s inhoudelijk goed. Ook waren ze enthousiast over de trainers. In de stadsdelen waar de trainingen goed bezocht werden zijn de deelnemers positiever dan de deelnemers die naar minder drukbezochte trainingen gaan. Een deel van de veiligheidscoördinatoren vond het fijn dat elke training vooraf een bepaald thema had. Ook wanneer bepaalde problematiek niet op de eigen school speelt, biedt het nieuwe inzichten en kan de problematiek in de toekomst beter worden gesignaleerd. Bovendien kunnen thema’s die voor een veiligheidscoördinator misschien een blinde vlek zijn, zo aan het licht worden gebracht. Toch waren de behandelde onderwerpen niet voor iedereen relevant. Sommige veiligheidscoördinatoren weten al veel over de behandelde onderwerpen, vooral in bepaalde stadsdelen. Als voorbeeld wordt er door een veiligheidscoördinator stadsdeel Zuidoost genoemd waar al veel kennis is en al veel initiatieven zijn. Ook enkele veiligheidscoördinatoren die al langer deze functie hebben, geven aan dat ze voornamelijk naar de trainingen komen voor de ontmoeting en uitwisseling. Veel van de informatie uit de trainingen is voor hen al bekend en daardoor niet van meerwaarde.

Zij hadden in eerste instantie graag gezien dat er bij de veiligheidscoördinatoren voorafgaand aan het traject was opgehaald waar de leerbehoeftes lagen voordat de trainingen werden vormgegeven. “Ook als het [de behandelde onderwerpen tijdens de training] vraaggestuurd is zijn er thema’s die bij sommigen niet spelen en bij anderen wel. Dat je denkt ‘dit speelt helemaal niet op mijn school’. Maar misschien is het ook een blinde vlek, want misschien speelt ook wel wat.”

21

“De cursussen en de mensen die ze geven daar ben ik heel positief over. Het is meer de vraag: sluit het aanbod van wat er gegeven wordt aan bij de vraag die er ligt.” Belangrijke inzichten die de veiligheidscoördinatoren hebben opgehaald in de trainingen gaan over specifieke thema’s, zoals drillrap en straattaal. In een stadsdeel geven de veiligheidscoördinatoren aan dat ze door de trainingen anders tegen leerlingen zijn gaan aankijken. Zij vertellen dat de trainers benadrukten dat het belangrijk was om het gedrag van een leerling te koppelen aan wat er in de leerling omgaat. Hierbij werden handvatten aangereikt om dit te signaleren en aan te pakken. “De mensen die op school werken, spreken de straattaal niet. Dat is extra info, als je in de gang staat en kinderen hoort praten, dat je tenminste deels weet waar ze het over hebben. Je hebt het gewoon beter in beeld.” “De manier waarop je naar een kind kijkt, dat inzicht heeft het echt veranderd. Als iemand extreem boos of extreem blij binnenkomt dan weet je dat er iets is. Dan moet je die er even uitpikken bij de deur en vragen wat er is, anders is de kans groot dat de spanning oploopt. Dit werd bij de cursus heel duidelijk gemaakt.” 2.2.1 Meer aandacht voor rol van veiligheidscoördinator, extra onderwerpen en meer intervisie

Op de vraag of de veiligheidscoördinatoren iets gemist hebben in de trainingen benoemt een deel dat ze minder behoefte hebben aan inhoudelijke thema’s zoals drillrapp, maar meer aan de manier waarop ze de rol van veiligheidscoördinator binnen de school kunnen invullen. Daarnaast werden specifieke inhoudelijke thema’s gemist. Middelengebruik werd het meest genoemd, en dan vooral ook informatie over ‘nieuwe’ onbekendere middelen zoals ‘Snus’. Daarnaast is de rol van sociale media als thema aangedragen. Het digitale pesten of uitdagen leidt er soms namelijk voor dat er op school fysieke confrontaties ontstaan. Veiligheidscoördinatoren misten in de trainingen nu nog handvatten om te leren omgaan met wat er op sociale media gebeurt. Verder werd de mentale gezondheid van leerlingen als onderwerp aangedragen. Tot slot noemde een veiligheidscoördinator graag gesprekstechnieken te leren om om te gaan met onuitgenodigde gasten op school. Dit betreft jongeren vanuit de buurt of van andere scholen die de confrontatie aan willen gaan met de leerlingen van de eigen school. Ook de thema’s die nu aan bod komen tijdens de trainingen kunnen volgens een aantal veiligheidscoördinatoren nog aangescherpt worden. Daarnaast zijn suggesties voor de vorm van de training aangedragen.

In een stadsdeel werd aangegeven dat zij graag minder aandacht hadden besteed aan de verschillende onderwerpen die in de trainingen worden aangeboden en meer de focus hadden willen leggen op uitwisseling met elkaar. Ook geeft iemand aan dat het lastig is om de inhoudelijke informatie uit de trainingen terug te koppelen aan collega’s. Hulpmiddelen hiervoor zouden een belangrijke toevoeging aan het trainingstraject kunnen zijn. “Ik zou zeggen maak het onderwerp wat algemener. Maar die intervisie en uitwisseling dat maakt het goed en we leren van elkaar om samen het stadsdeel veiliger te houden.” “Hoe richt je de rol van veiligheidscoördinator in en hoe zorg je dat dat wordt ingebed in de organisatie? Hoe je dat kan implementeren in de school. 22

2.3 Gemeenschappelijke taal alleen ontwikkeld in stadsdelen waar het trainingsprogramma goed loopt De veiligheidscoördinatoren geven aan dat het tijdens de bijeenkomsten lukt om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen, maar vooral in de stadsdelen waar de bijeenkomsten goed worden bezocht. Door de theorie die tijdens de trainingen aan bod komt en door de uitwisseling met elkaar krijgen onderwerpen en begrippen dezelfde termen. In een van de stadsdelen waar de trainingen goed worden bezocht, wordt specifiek benoemd dat de bijeenkomsten voor meer openheid hebben gezorgd. Voorheen deelden deze scholen niet met elkaar met welke problematiek zij te maken hebben. Door de uitwisseling tijdens de trainingen wordt daar nu wel over gepraat. Problemen worden onderling herkend wat bijdraagt aan hun gemeenschappelijke taal. “Ja dat is wel precies wat er in de training gebeurt. Het komt ook door dezelfde theorie en elkaar bij de les te houden. De een noemt iets en de ander herkent dat dan of niet. Je gaat er dan over in gesprek. Al pratende, ontwikkelt er een taal en je zorgt ook samen dat die taal passend blijft bij de ontwikkelingen van de tijd. Het samenkomen en erover praten dat zorgt daarvoor.” “Scholen zijn nu eerlijk dat er onveiligheid is. Het is nu normaal dat het bij ons allemaal gebeurt in bepaalde mate.

Vroeger was het tapijt zo hoog dat alles werd weggemoffeld en nu valt het niet te ontkennen.”

2.4 Aanpak op scholen alleen versterkt in stadsdelen waar het trainingsprogramma goed loopt In de stadsdelen waar sprake is van een hoge opkomst voor de bijeenkomsten versterken de trainingen de aanpak binnen de eigen school. Deze veiligheidscoördinatoren geven aan dat ze door de uitwisseling van hun ervaringen leren over de problematiek die er op andere scholen speelt en hoe dit daar wordt aangepakt. Ook denken ze met elkaar mee over mogelijke aanpakken. Deze uitwisseling wordt door de trainers gefaciliteerd en wordt als de grootste meerwaarde van het programma gezien. De veiligheidscoördinatoren die naar trainingen gaan met een lage opkomst herkennen dit minder. Dit komt doordat zeer weinig mensen naar de trainingen komen waardoor er minder uitwisseling is. “Er was ook een nieuwe veiligheidscoördinator bij de bijeenkomst. Ze kwam met een probleem dat voor haar heel groot was en voor ons heel klein. En dan konden we advies aan haar geven en dat heeft haar geholpen. We hebben dezelfde problematieken en de aanpakken komen ook overeen.”

2.5 Stadsdelen waar trainingsprogramma minder goed loopt halen meer uit andere bijeenkomsten voor hun netwerk Naast het trainingsprogramma organiseert de gemeente in samenwerking met de v(s)o-scholen ook per stadsdeel netwerkbijeenkomsten voor veiligheidscoördinatoren en andere jeugd- en veiligheidspartners, waaronder het jongerenwerk, straatcoaches, politie, etc. Een doel van deze bijeenkomsten is om per stadsdeel een brede samenwerkingsstructuur te creëren waarin de betrokken partijen uit het onderwijs en het jeugd- en veiligheidsdomein elkaar goed weten te 23

vinden en ondersteunen. Op die manier kunnen signalen en informatie van straat, school, online en thuis bij elkaar worden gebracht, zodat partners op de hoogte zijn van elkaar aanbod en weten wanneer en bij wie ze kunnen opschalen. Uit de groepsgesprekken blijkt dat in de stadsdelen waar het trainingsprogramma minder goed loopt de veiligheidscoördinatoren meer uit deze netwerkbijeenkomsten halen. Daar zijn veel meer mensen aanwezig waarmee informatie en ervaringen worden uitgewisseld. Ook weten zij elkaar en andere partijen via deze bijeenkomsten beter te vinden dan via de trainingen. Via de netwerkbijeenkomsten zijn groepsapps gestart waarin de veiligheidscoördinatoren informatie met elkaar uitwisselen. Hierin wordt om hulp gevraagd, maar ook worden er signalen en incidenten gemeld. In één stadsdeel geven de veiligheidscoördinatoren aan dat ze tijdens het trainingsprogramma ook een aanvullende groepsapp zijn gestart voor noodgevallen. In de stadsdelen waar de opkomst voor de trainingen hoog is, vinden de veiligheidscoördinatoren de netwerkbijeenkomsten juist wat massaal om informatie uit te wisselen. Deze bijeenkomsten zijn vooral nuttig voor het contact met andere betrokkenen. “De training schoolveiligheid helpt niet om elkaar te leren kennen. Bij de netwerkbijeenkomsten

kunnen heel veel mensen komen. Bij het opleidingstraject alleen de school. Dat zijn twee hele verschillende samenstellingen. Volgens mij moet je het juist met het netwerk oplossen.” “Het is ook een andere setting bij de training ben je met elkaar en een stukje intervisie en dan hoor je van elkaar. Het werkt verbindend, want we zien elkaar.”

2.6 Aanbeveling om opkomst te verhogen: voeg trainingen voor stadsdelen samen In de stadsdelen met een lage opkomst waren meestal maar twee of drie veiligheidscoördinatoren aanwezig bij de trainingen. In sommige gevallen was er zelfs maar één veiligheidscoördinator aanwezig. Tijdsdruk wordt als belangrijkste oorzaak genoemd. Veel veiligheidscoördinatoren hebben deze rol naast een andere functie op hun school. Zij hebben hierdoor maar beperkte uren. Voor hen is het trainingsaanbod in combinatie met de netwerkbijeenkomsten soms te veel. Ook is de planning van de trainingen voor sommige deelnemers niet duidelijk. Zij geven aan dat de trainingsdata voor hun niet lang genoeg van tevoren bekend waren. Om de opkomst per training te verhogen werd de suggestie gedaan om stadsdelen hiervoor samen te voegen. Hierdoor ontstaan grotere groepen en is er, ondanks dat er in de stadsdelen misschien andere problematiek speelt, meer uitwisseling mogelijk. De organistoren van de trainingen zijn hiervan op de hoogte en hebben deze punten al meegenomen voor het vervolg. In de stadsdelen waar de opkomst hoger is kunnen de trainingen apart aangeboden blijven. Daar wordt benadrukt dat het juist goed is dat deelnemers met hun eigen stadsdeel bijeenkomen, omdat de scholen en de leerlingenpopulatie daar vaak met dezelfde problematiek te maken hebben.

Tot slot werd aanbevolen om bij de veiligheidscoördinatoren die niet bij een training aanwezig zijn geweest en ook niet bij het groepsgesprek waren op te halen of dit aan het aanbod ligt. Mochten er andere behoeftes zijn dan kunnen de trainingen hierop worden aangepast.

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14977363/1