CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Raadsinformatiebrief Femicide 26 juni 2025.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 10 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief over femicide inclusief bijlage waarin verschillende moties en een toezegging worden afgehandeld (VN2025-010947)3.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging

Aan:

Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 26 juni 2025 Zorg en OOV Alexander Scholtes en Femke Halsema Directie Jeugd, Zorg, Diversiteit, afdeling Jeugd directie.JZD@amsterdam.nl

Onderwerp

Afdoening verschillende toezeggingen en moties over femicide (zie bijlage 1.)

Datum Portefeuille(s)

Geachte leden van de gemeenteraad, Het college ziet het als haar verantwoordelijkheid om vrouwen en kinderen te beschermen tegen intieme terreur1 en femicide. Wij vinden het cruciaal dat slachtoffers sneller in beeld komen, dat zij toegang hebben tot beschermingsmaatregelen en dat daders effectief worden aangepakt. Daarbij is een sterke, samenhangende samenwerking tussen alle betrokken partijen essentieel. De gemeente zet zich samen met zorg- en veiligheidspartners al jaren in op dit belangrijke onderwerp. In deze brief nemen we u allereerst mee in de bestaande knelpunten, vervolgens in de acties die we al uitvoeren binnen de gemeente en eveneens in een aantal nieuwe ontwikkelingen rondom de aanpak van intieme terreur en femicide, op zowel gemeentelijk/regionaal als landelijk niveau. In de bijlage handelen we toezeggingen en moties af die uw raad de afgelopen periode met betrekking tot HGKM en femicide heeft ingediend. Intieme terreur en knelpunten in de aanpak Femicide gebeurt meestal niet vanuit het niets. Voorafgaand zien we vaak dezelfde (gewelds)patronen en rode vlaggen die duiden op intieme terreur, zoals isolatie van de buitenwereld, niet-fatale verwurging en stalking. Uit het onderzoek 'Kwestie van lange adem' van het Verwey Jonker Instituut blijkt dat betrokken instanties specifiek op het profiel intieme terreur tekortschieten met de huidige aanpak.

We zien de volgende knelpunten op basis van wetenschappelijk onderzoek, de inzichten van zorg- en veiligheidspartijen en de ervaringen van slachtoffers, omstanders en nabestaanden van femicide: • Signalen worden vaak niet (of pas heel laat) herkend Intieme terreur - en specifiek de rode vlaggen ofwel risicofactoren van femicide - zijn bij de meeste professionals, (potentiële) slachtoffers en omstanders nog relatief onbekend. Tijdige signalering is dan ook niet vanzelfsprekend. Dit is meteen het belangrijkste struikelblok in de aanpak. Slachtoffers schamen zich vaak of zijn bang voor de gevolgen als ze praten. Ze minimaliseren soms het geweld of hopen dat het vanzelf stopt. Daardoor worden signalen vaak niet (of pas heel laat) opgepikt.

1

Huiselijk geweld waarbij een partner systematische dwang en controle uitvoert over de andere partner wat gepaard kan gaan met fysiek geweld.

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 2 van 8

Omdat het bij intieme terreur niet alleen om fysiek geweld, maar juist ook om controle, dreiging, dwang en isolatie gaat, is het vaak voor veel omstanders onzichtbaar. Dat maakt het voor hen — en voor professionals — lastig om de ernst te herkennen. Het is dus belangrijk dat slachtoffers laagdrempelig ergens hun verhaal kunnen doen, zelf kunnen instemmen met de vervolgstappen en dat in hun eigen tempo kunnen doen. • Ontbreken van bewijs voor fysiek letsel Bij niet-fatale verwurging ontbreekt vaak zichtbaar fysiek letsel en bij andere vormen van fysiek geweld ontbreekt het soms aan expertise. De behandelend arts vraagt er soms niet naar of legt het onvoldoende vast. De forensisch arts wordt niet altijd ingezet waardoor forensisch-medische expertise ontbreekt en daarmee ook signalering en bewijs. Het herkennen en adequaat vastleggen van bewijs van lichamelijk letsel kan cruciaal zijn voor het strafrecht en, zeker niet onbelangrijk, voor de erkenning dat er geweld heeft plaatsgevonden. • Beschermingsmaatregelen Ook zijn bestuursrechtelijke maatregelen, beschermingsmaatregelen, behandeling en het strafrecht niet altijd voldoende om een pleger van intieme terreur te stoppen. Het slachtoffer moet vaak langdurig onderduiken en regelmatig opnieuw beginnen op een andere plek. Voor veel slachtoffers (en hun kinderen) is dit onverteerbaar: “wij zitten vast en hij loopt vrij rond”.

In het familierecht bestaan ook knelpunten. Na een scheiding worden vrouwen met kinderen vaak gedwongen mee te werken aan een onveilige omgangsregeling, ondanks het geweld van de partner, zo blijkt uit het recente rapport 'Waar geweld uit beeld raakt' van het Verwey Jonker Instituut. • Ontbreken van gezamenlijke visie, adequate samenwerking en regie Door een teveel aan overdrachtsmomenten tussen de verschillende zorg- en veiligheidspartners verdwijnt urgentiebesef, omdat partners die nog maar kort betrokken zijn onvoldoende op de hoogte zijn van de lange voorgeschiedenis of de geweldspatronen. Hierdoor ontstaat een gefragmenteerde aanpak waarin niemand volledig overzicht heeft en slachtoffers niet voldoende worden geholpen om het patroon te doorbreken. Informatiedeling tussen zorg- en veiligheidspartners is gezien de verschillende opdrachten en uitgangspunten, gebrek aan urgentiebesef en wet- en regelgeving soms lastig. Er is behoefte aan een gezamenlijke visie en regie in de vorm van intensief casemanagement, vanuit slachtofferperspectief. Waarbij er ‘wrap around services’ , zoals aangeboden door professionals vanuit zorg, veiligheid en welzijn, beschikbaar zijn op een locatie, zodat slachtoffers niet van de ene plek naar de andere moeten om hun verhaal opnieuw te vertellen.

• Hulp aan nabestaanden schiet tekort De hulp aan nabestaanden van slachtoffers van femicide is nu nog niet goed genoeg geregeld. Nabestaanden geven aan dat ze na de dood van hun familielid met veel (hulp)vragen zitten, ook in praktische zin, zoals wanneer hun familielid hoofdbewoner van de woning was en zij na het overlijden gedwongen moeten vertrekken. Ook zien zij zich geconfronteerd met lange wachtlijsten voor psychologische hulp en rouwverwerking.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 3 van 8

• Aard en omvang femicide Aangezien er verschillende definities van femicide zijn - variërend van alle moorden op vrouwen of alleen moorden door een (ex-) partner – is het van belang om aan te sluiten bij een eenduidige definitie van femicide. In 2024 is het landelijk Plan van aanpak ‘Stop Femicide!’ van het Rijk gelanceerd dat spreekt van ‘dodelijk gendergerelateerd geweld tegen vrouwen, waarbij de pleger een (ex-)partner of familielid is.’ Hiermee wordt recht gedaan aan het feit dat 80% van de moorden op vrouwen in de context van huiselijk geweld gepleegd worden. Bij mannen is dat percentage significant lager (15%) volgens cijfers uit het landelijke plan. Aangezien er (nog) geen eenduidige internationale definitie is, hanteren wij als gemeente deze lijn. Volgens schattingen zijn er jaarlijks landelijk circa 40 slachtoffers van femicide (CBS, 2023). In de periode 2018-2022 werden 217 meisjes en vrouwen vermoord in Nederland, waarbij in 60% van de moorden een (ex-)partner de pleger was en in 20% van de situaties een familielid. In de regio’s Amsterdam, Rotterdam en Den Haag komt vrouwenmoord het meest voor. Het gaat hier om schattingen omdat een eenduidige registratie op dit moment niet bestaat in Nederland.

2 We maken ook enkele kanttekeningen bij de huidige schattingen van de omvang van femicide en daarmee dus ook op een eventuele handmatige telling door politie en het OM die het College u heeft toegezegd. Naast gebrek aan adequate definitie en registratie zijn de schattingen naar alle waarschijnlijkheid een onderschatting. Dit heeft meerdere redenen. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat bij vermissingen sprake is van femicide of een sterk vermoeden daarvan, maar dat niet aangetoond kan worden. Of er is sprake van dodelijke verkeersongevallen, waarbij een pleger feitelijk suïcide pleegt en zijn (ex-)partner vermoordt zonder dat forensisch tactisch of verkeerstechnisch onderzoek dit hard kan maken. Tot slot kan ook een deel van de overlijdensgevallen zonder een duidelijke forensisch-medische verklaring als natuurlijke dood worden bestempeld, terwijl ook deze gevallen mogelijk femicide betreffen. Aanpak intieme terreur en femicide in de regio Amsterdam-Amstelland Bovengenoemde knelpunten verdienen een grondige aanpak, daar zijn we als gemeente al langer mee bezig. De vijf pijlers van onze aanpak zijn: 1) Primaire preventie; 2) Zicht op (dreigend) geweld; 3) Interventies en hulpverlening; 4) Zicht op probleem en aanpak; 5) Hulp aan nabestaanden De eerste vier pijlers komen overeen met de landelijke aanpak.

In Amsterdam voegen we daar een nieuwe vijfde pijler aan toe, gericht op hulp aan nabestaanden. Hieronder lichten wij toe welke maatregelen er binnen deze 5 pijlers al zijn genomen en waar wij nog aan werken.

2

Uit gegevens van de Universiteit Leiden blijkt dat er in de periode 2014-2024 in totaal 452 vrouwelijke slachtoffers van doodslag en moord zijn. In 69% van de gevallen betreft dit dodelijk geweld achter de voordeur en 91% van de daders is man

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 4 van 8

Primaire preventie We vergroten de bewustwording van (potentiële) slachtoffers en hun sociale netwerk door campagnes en andere communicatiemiddelen in te zetten, met als doel het tijdig herkennen van risicofactoren en het zoeken van passende hulp. Zo heeft de gemeente in 2023 samen met Blijf Groep en Veilig Thuis een communicatiecampagne ontwikkeld voor damestoiletten in de horeca in Amsterdam-Amstelland, waarbij potentiële slachtoffers van intieme terreur worden aangesproken op hun onderbuikgevoelens van onveiligheid. Deze campagne die in 2023 is gestart, is in 2024 en recent rond Koningsdag 2025 herhaald. Het Rijk (VWS) heeft deze campagne nu overgenomen om via de gemeenten landelijk uit te rollen. Bewustwordingscampagne Momenteel werken we samen met het Rijk (JenV) om een nationale bewustwordingscampagne te ontwikkelen om de signalen van femicide en andere vormen van gendergerelateerd geweld en de noodzaak van vroegtijdige interventies breed onder de aandacht te brengen. Deze campagne richt zich primair op omstanders zoals buren, vrienden en familie, zodat zij ook de rode vlaggen van femicide begrijpen en kunnen herkennen. Naast bovengenoemde campagnes zijn er vanuit de Regioaanpak HGKM en SG verschillende activiteiten geweest die gericht zijn op potentiële slachtoffers en omstanders van intieme terreur en femicide.

Op diverse locaties in Amsterdam en in de Amstelland regio heeft een expositie over femicide gestaan, zowel binnen op locatie als in de buitenruimte, bijvoorbeeld op het Museumplein. Daarbij was een randprogramma verzorgd met sprekers, muziek, film en paneldiscussies om de kennis over (signalen van) intieme terreur en femicide te vergroten. In Amsterdam is de voorstelling The Rite over femicide drie keer opgevoerd voor professionals en geïnteresseerden met afsluitend een panelgesprek. De voorstelling riep veel emoties en herkenning op en motiveerde om in actie te komen tegen intieme terreur en onderliggende oorzaken zoals genderrollen en normen. Ook in de expositie ter gelegenheid van het 50-jarigbestaan van Blijf Groep komt intieme terreur aan de orde. Zicht op (dreigend) geweld Vroegtijdig signaleren en herkennen van risico’s, en het in actie komen zodra er zorgen zijn is essentieel. We bekijken hoe professionals beter geëquipeerd kunnen worden in het herkennen van de risicofactoren van intieme terreur en femicide én in het zetten van de juiste stappen om tot een gezamenlijk beeld én een gezamenlijke visie en aanpak te komen. Dit doen we onder andere door te inventariseren welke deskundigheidsbevordering partijen op dit moment al bieden en welke aanvulling hierop nodig is.

Uit een door gemeente Amsterdam uitgevoerde scan op het aanbod aan deskundigheidsbevordering blijkt dat verschillende organisaties een aanbod hebben voor interne en/of externe deskundigheidsbevordering over intieme terreur. Dit is echter nog incompleet en de omvang loopt per organisatie erg uiteen. We vinden het belangrijk dat de kwaliteit van het aanbod goed geborgd wordt. Landelijk wordt gewerkt aan een manier om samen met gemeenten en andere betrokken

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 5 van 8

organisaties te komen tot een strategie voor deskundigheidsbevordering. Doel is dat professionals beschikken over de juiste expertise en ook weten welke andere deskundigheid ze kunnen inschakelen. Deze inzet op deskundigheidsbevordering moet uiteindelijk leiden tot een sluitend en afgestemd aanbod van interventies voor alle vormen van HGKM en verschillende typen plegers. Zorg

De Amsterdam-Amstelland gemeenten verkennen momenteel ook de mogelijkheid om een Kennis- en Expertiseplatform (KEP) op te zetten in de regio Amsterdam – Amstelland. Hierbij willen we inzetten op twee sporen: een kennis- en leerinfrastructuur en een fysieke inlooplocatie. Een kennis- en leerinfrastructuur die gezinnen en professionals ondersteunt bij het creëren van blijvende veiligheid moet geïntegreerd en geïmplementeerd in de praktijk, gebiedsgericht en organisatieoverstijgend werken. Waardoor methodieken en kennis ook onder professionals geborgd wordt en blijft. Belangrijk is dat we dit doen met álle organisaties die werkzaam zijn in de aanpak van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. We beogen hier een 3-slag leren: ten dienste van het huishouden, de professional en het stelsel. Zowel op de inhoud van de problematiek als op het proces van samenwerken. De kernpartners van aanvullende jeugdhulp hebben aangegeven hier ook een stap op te willen zetten. We kunnen ons voorstellen dat op termijn al het leren en ontwikkelen in de regio vanuit deze kennis- en leerinfrastructuur wordt gebundeld en beschikbaar is voor professionals.

Om specifiek niet-fatale verwurging (een belangrijke rode vlag van femicide) beter te herkennen, financiert het Rijk een onderzoek van de Forensische Artsen Rotterdam-Rijnmond (FARR) en de afdeling Forensische Geneeskunde en Medische Advisering (FGMA) van de GGD Amsterdam gericht op het verbeteren van forensisch-medisch onderzoek. Dit onderzoek moet onder meer leiden tot een handreiking en adequate procedures voor partnerorganisaties als Veilig Thuis, de politie en het Openbaar Ministerie. Op basis daarvan kunnen deze organisaties hun medewerkers trainen op het beter herkennen van signalen van niet-fatale verwurging en het sneller inschakelen van forensisch-medische expertise. Politie Het Rijk zal daarnaast in 2025 en 2026 voor de politie scholings- en trainingsmiddelen ontwikkelen en inzetten, onder meer voor de regisseurs Zorg & Veiligheid. Deze regisseurs fungeren binnen de politieorganisatie als coördinatoren en interne vraagbaken voor onder meer de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Interventies en hulpverlening Deze pijler richt zich op het veilig maken van de situatie, het stoppen van het geweld en het bieden van passende hulp aan zowel slachtoffers als plegers. Er is aandacht voor acute veiligheid, maar ook voor langdurig herstel.

Beschermingsmaatregelen We verbeteren en versterken de inzet van beschermingsmaatregelen zoals Aware en het bestuursrechtelijke instrument Tijdelijk Huisverbod. Slachtoffers komen in aanmerking voor Aware,

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 6 van 8

een draagbaar alarmsysteem, indien zij ernstig bedreigd en/of gestalkt worden. Met Aware kunnen zij met één druk op de knop de politie waarschuwen. Hierdoor kan deze snel ingrijpen bij dreigende situaties, waardoor slachtoffers zich veiliger voelen en de regie over hun leven weer oppakken. Het Tijdelijk Huisverbod is een belangrijk bestuursrechtelijk instrument waarbij plegers van geweld (tijdelijk) uit huis worden geplaatst om (verdere) escalatie van geweld te voorkomen. Het gelijktijdig inzetten van hulpverlening helpt om oorzaken van geweld weg te nemen. Het ministerie van JenV voert in samenwerking met de G4, andere gemeenten en uitvoerende partijen momenteel een verbetertraject uit. Daarbij wordt onder andere verkend in hoeverre wetgeving aangepast kan worden om een THV in een eerder stadium op te leggen, ook in te zetten voor de groep ex-partners. Het idee is om dit ook op de locatie zoals hierboven beschreven een nadrukkelijke plek in de aanpak te geven. Ook voeren we gesprekken met het Rijk en Reclassering Nederland om de implementatie van een nieuwe beschermingsmaatregel, het Slachtofferdevice, te versnellen. Naar verwachting wordt de maatregel in het najaar van 2025 geïmplementeerd. Deze kan ingezet worden in ernstige huiselijk geweld zaken met een hoog risico op geweld waarbij een strafrechtelijk traject is ingezet.

Het Slachtofferdevice is gekoppeld aan de elektronische enkelband van de verdachte/veroordeelde. Hierdoor kan de Reclassering op afstand zien dat pleger en slachtoffer elkaar naderen en kan het slachtoffer daarover worden geïnformeerd zodat zij een confrontatie uit de weg kan gaan. In Rotterdam en enkele andere regio’s zijn pilots uitgevoerd die positieve resultaten laten zien. Slachtoffers ervaren meer rust en durven weer plekken te bezoeken die eerder vermeden werden. De bovengenoemde inspanningen moeten ertoe leiden dat de aanpak vanuit hulpverlening en het strafrecht worden versterkt. Het landelijke pilotproject ‘Praktijkverbetering psychisch geweld’ waar de politie en het OM van regio Amsterdam-Amstelland aan meedoen - richt zich hier ook op. Het project heeft als doel om dossiers te verbeteren op psychisch geweld componenten zodat het OM hierop kan vervolgen om vervolgens femicide beter te voorkomen. Landelijk zal het Rijk daarnaast voor de zomer 2025 komen met een wetsvoorstel om psychisch geweld strafbaar te stellen, onder andere op basis van de uitkomsten van de pilot. Ook namen recent Tweede Kamerleden het initiatief om – naar analogie van de Engelse 'Clare's Law' – ervoor te zorgen dat slachtoffers van intieme terreur navraag bij de politie kunnen doen omtrent antecedenten huiselijk geweld van hun partner.

Hiermee kunnen excessen mogelijk verkleind worden omdat slachtoffers eerder weten waar ze aan toe zijn in hun relatie. In meer preventieve zin is recent in de Tweede Kamer een motie aangenomen om te onderzoeken hoe er een speciale landelijke hulplijn voor slachtoffers van intieme terreur gerealiseerd kan worden ('116'). Het college juicht deze ontwikkelingen toe. Ook nadat femicide heeft plaatsgevonden, is het van belang dat betrokken partners adequaat reageren. Het WODC voert in opdracht van het Rijk momenteel een jurisprudentieonderzoek uit dat gericht is op de bestaande rechtspraktijk bij femicide-zaken. Dit jurisprudentie-onderzoek is naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 gereed. Het onderzoek moet inzicht geven in de straftoemetingspraktijk in femicide-zaken. Mogelijk biedt dit onderzoek aanknopingspunten om de strafrechtelijke aanpak van femicide verder te verbeteren.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 7 van 8

Expertiseplatform fysieke inlooplocatie Ook met betrekking tot het tweede spoor van het Expertiseplatform (de locatie) onderzoeken we of er een fysieke locatie kan komen in de regio Amsterdam – Amstelland waar slachtoffers binnen kunnen lopen voor ‘wrap around services’ bij de meest ernstige en complexe vormen van huiselijk geweld, kindermishandeling. Op deze locatie komen essentiële zorg, intensief casemanagement, veiligheid en recht samen. Slachtoffers kunnen aangifte doen, maar krijgen ook direct een hulpaanbod of kunnen er voor kiezen nog even ‘niets te willen’, maar wel in gesprek te blijven met de intensief casemanager (en zijn daarmee in ieder geval in beeld). Denk aan casuïstiek met hoge risico’s op escalatie of femicide, zoals intieme terreur, hoog risico stalking en excessief geweld. Dit betreft het topje van de ijsberg in aantallen, maar met grote maatschappelijke impact. We doen dit naar voorbeelden in binnen- en buitenland, passen deze in de Amsterdam-Amstellandse context en zetten een plus op de tot nu toe ontwikkelde aanpak in Rotterdam. Deze aanpak is complementair aan de bestaande keten en gericht op situaties waarin reguliere hulp tekortschiet.

Partners, waaronder de politie, het OM, Switch (Altra, Blijf Groep, BrightGGZ, de Waag), de GI’s, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ), Slachtofferhulp Nederland en de GGD zijn enthousiast om deze locatie samen met Veilig Thuis en andere organisaties tot een succes te maken. We hopen hiermee de drempel te verlagen voor slachtoffers om naar voren te komen. Zicht op probleem en aanpak Deze pijler draait om leren van de praktijk en het voeren van onderbouwd beleid. Door het verzamelen en analyseren van data, signalen en ervaringen ontstaat beter inzicht in wat er speelt én wat werkt. Deze kennis wordt gebruikt om beleid en hulpverlening continu te verbeteren en gerichter op te treden tegen geweld. Tevens gebruiken we in beleidsstukken expliciete termen als intieme terreur en femicide, in plaats van verhullende termen als familie- of gezinsdrama en staan we in contact met het Rijk, de GGD en wetenschappers om de aard en omvang van intieme terreur en femicide beter in beeld te brengen. Betere duiding femicide: onderzoeken en andere initiatieven Een betere duiding van femicide is noodzakelijk om het probleem goed in kaart te brengen en te monitoren. Hiertoe worden op regionaal en landelijk niveau de eerste stappen gezet.

In opdracht van het Rijk werkt de Universiteit Leiden aan een landelijke monitor waarin alle vrouwendoden van de afgelopen 10 jaar, waaronder femicide, in beeld worden gebracht. In april 2025 is de eerste factsheet gepubliceerd waarin per regio is weergegeven hoeveel vrouwenmoorden er hebben plaatsgevonden. De Universiteit Leiden verwacht eind dit jaar meer gedetailleerde informatie, waaronder uitsplitsing naar categorieën zoals femicide, en ook op gemeentelijk niveau cijfers te kunnen leveren. De cijfers van de Universiteit van Leiden zijn daarnaast ook landelijk goed vergelijkbaar. Een eventuele handmatige telling voor gemeente Amsterdam door het OM en de politie is niet vergelijkbaar met andere regio's of gemeenten, het is bovendien een complexe vraag – onder andere wegens differentiatie in definities en registraties – en kost de nodige capaciteit. De vraag om een handmatige telling is besproken in de bestuurlijke driehoek van mei 2025 en daar is besloten

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 27 mei 2025 Pagina 8 van 8

vooralsnog af te zien van een handmatige telling. In plaats daarvan zal gebruik worden gemaakt van de gegevens van de Universiteit Leiden om de raad te informeren over de omvang van femicide in Amsterdam. De gemeente en de zorg- en veiligheidspartners staan uiteraard in contact met de Universiteit Leiden en we verlenen onze volledige medewerking aan dit belangrijke onderzoeksproject. Zo kunnen we ook voor onze gemeente de situatie beter in kaart krijgen en volgens een eenduidige definitie en kwaliteitstandaard u over de cijfers informeren. Het college vindt het van groot belang dat we omvang en aard van femicide duidelijk in kaart krijgen. Naast het initiatief van de Universiteit Leiden zijn er andere onderzoeken, die hier een aanvulling op geven. De afdeling FGMA van de GGD Amsterdam Amstelland doet onderzoek om inzicht te krijgen in de prevalentie en karakteristieken van fataal geweld in afhankelijkheidsrelaties. Ook landelijke partijen zoals het CBS en WODC werken er aan de aard en omvang van femicide en intieme terreur beter in beeld te krijgen. Wij staan in contact met deze instanties om de aard en omvang van femicide te volgen, specifiek voor Amsterdam, zodat we gerichter beleid kunnen maken.

Hulp aan nabestaanden In het kader van deze nieuwe pijler maken gemeente en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg momenteel afspraken met Slachtofferhulp Nederland over hoe we nabestaanden beter kunnen faciliteren. Ook zijn we betrokken bij de organisatie van de Herdenkingsdag voor nabestaanden van dodelijke geweldsdelicten die in september plaatsvindt in Amsterdam. Daaronder zijn ook nabestaanden aanwezig van slachtoffers van femicide en wordt ook aandacht gevraagd voor wat er beter kan in de aanpak. Tot slot Samen met het Rijk, de betrokken uitvoeringsorganisaties, professionals, de wetenschap, ervaringsdeskundige slachtoffers van intieme terreur en met nabestaanden van femicide willen wij de aanpak van intieme terreur en femicide versterken. De komende tijd maken wij ons hard voor de bovengenoemde speerpunten. Alleen zo kunnen we als stad Amsterdam het verschil maken, ervoor zorgen dat vrouwen veilig zijn in hun eigen huis en hopelijk voorkomen dat levens verloren gaan. De initiatieven worden ondergebracht in de Regioaanpak HGKM en SG 2025-2029 die dit najaar aan uw raad wordt voorgelegd. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Femke Halsema Burgemeester

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Alexander Scholtes Wethouder Zorg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15896936/1