CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 2 Raadsinformatiebrief Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer.pdf

RAAD 10 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer (VN2025-015496)1.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 september 2025 Verkeer, vervoer, luchtkwaliteit, openbare ruimte en groen Melanie van der Horst V&OR, bestuurlijke.zaken.vor@amsterdam.nl

Onderwerp

Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer

Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):

Geachte leden van de gemeenteraad, Graag informeer ik u over het definitieve Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer. U heeft mij gevraagd dit op te stellen, naar aanleiding van de pilot Weesperstraat. Dit afwegingskader helpt bij het maken van scherpe keuzes. Die keuzes zijn hard nodig. Want er rijden nu al dagelijks 800.000 auto’s in de stad en als we niks doen neemt het autoverkeer door de groei van de stad de komende decennia toe met bijna 30%. Daarnaast neemt ook het fietsverkeer en het gebruik van het openbaar vervoer naar verwachting met 40% toe. Als we zien hoe het nu al vaak heel druk is in de stad, dan is duidelijk: dat past gewoonweg niet. Zonder maatregelen ontstaan er meer knelpunten. Het wordt verkeersonveiliger. De bereikbaarheid voor noodzakelijk verkeer neemt af. En er is minder ruimte voor groen, spelen, lopen, fietsen en openbaar vervoer. Met Amsterdam Maakt Ruimte is daarom een koers ingezet naar een leefbare, gezonde en functionerend stad. Belangrijke ambitie daarbij is de groei van de automobiliteit op 0% te houden. Maatregelen die daaraan bijdragen, zijn onder andere lage parkeernormen, het herbestemmen van parkeerplaatsen, het invoeren van betaald parkeren en het invoeren van eenrichtingsverkeer of andere mobiliteitsmaatregelen.

Hiermee werkt de gemeente aan een mobiliteitstransitie: meer ruimte voor lopen, fietsen en het openbaar vervoer en minder voor de auto. Tegelijkertijd zijn er groepen in de stad die afhankelijk zijn en zullen blijven van de auto. Het afwegingskader brengt deze groepen in beeld en helpt bij het maken van keuzes in de transitie. Het geeft de mogelijkheid op een gestructureerde manier het gesprek te voeren over de impact van keuzes op de verschillende doelgroepen in Amsterdam. Dat maakt het ook mogelijk te bepalen of en zo ja, welke aanvullende maatregelen voor doelgroepen nodig zijn om deze transitie mogelijk te maken. Eerste versie in februari besproken Op 17 december 2024 ontving u de eerste contouren van het afwegingskader met een oplegger en een hand-out. In de commissievergadering van 13 februari gaf u verschillende aandachtspunten mee. Zo waren er zorgen over de impact van maatregelen als filters, werd de wens geuit meer te doen aan alternatieven voor de auto en werd aandacht gevraagd voor de verschillen tussen de verschillende delen van de stad. Ook werd gevraagd een aantal casussen uit te werken. Deze zijn opgenomen in bijlage 2. Deze casussen tonen dat het afwegingskader helpt bij het uitwerken van

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 september 2025 Pagina 2 van 4

maatregelen voor de vraagstukken, maar dat het antwoord verschilt per maatregel en lokale situatie. Wat is er nieuw in dit stuk? In bijgaand afwegingskader is een verdere uitwerking gemaakt van de drie eerder gepresenteerde leidende principes: effectief, rechtvaardig en uitvoerbaar. Ook is in beeld gebracht welke doelgroepen er zijn om mee rekening te houden in ons beleid. Dit is vastgelegd in de doelgroepenlijst. Voor een aantal groepen die aangeven afhankelijk te zijn van hun automobiliteit is in beeld gebracht welke aspecten van automobiliteit voor hen belangrijk zijn. Dit is vastgelegd in mobiliteitsprofielen. Ook is er een adviesboom opgenomen, die helpt bij het maken van de keuzes. Het afwegingskader bestaat uit drie delen: • Het eerste deel beschrijft de context en beantwoordt de vraag wat ‘rechtvaardig’ is. Ook doet het een voorstel welke doelgroepen in aanmerking komen voor hulp met hun automobiliteit. • Het tweede deel gaat over de toepassing van het kader, waarbij ook wordt gekeken naar de effectiviteit en uitvoerbaarheid van maatregelen. • Het derde deel is een verdere verdieping in de achtergronden van de verschillende doelgroepen en hun belangen en behoeften bij (auto)mobiliteit. Belangrijk onderdeel van de het kader is de vraag welke doelgroepen mogelijk meer hulp nodig hebben bij de mobiliteitstransitie de komende jaren.

Hiervoor is een verdere uitwerking gegeven aan het criterium ‘rechtvaardigheid’. De onderstaande zes punten worden gebruikt om deze afweging te maken: 1. De doelgroep vervult een vitale functie die redelijkerwijs alleen met de auto kan worden uitgevoerd. Een voorbeeld hiervan is het werk van de nood- en hulpdiensten, de gemeentelijke dienstverlening (zoals ophalen vuilnis) en goederentransport. 2. De doelgroep vervult een vitale functie die ook zonder auto kan worden uitgevoerd, maar er is schaarste en die wordt verminderd door autotoegang. Hierbij kan worden gedacht aan zorg- en welzijnsberoepen. 3. De doelgroep is zelf kwetsbaar of helpt kwetsbaren, waarbij de kwetsbaarheid wordt verergerd zonder auto. Bijvoorbeeld mensen met een zorgindicatie of vervoersdiensten ten behoeve van deze doelgroep. 4. De doelgroep wordt gezien als een bijzondere categorie die vanwege veiligheidsprotocollen niet anders kan dan reizen met de auto (o.a. leden Koninklijk Huis en gedetineerden). 5. De doelgroep maakt gebruik van een alternatief dat zorgt voor minder ruimtegebruik en overlast. Dit is het geval bij deelauto’s (mits deze bijdragen aan minder autobezit). 6. De doelgroep wordt in principe ontmoedigd met de auto te komen, maar deze doelgroep heeft tijd nodig om zich aan te passen (coulanceperiode).

Bijvoorbeeld niet-elektrische voertuigen die met een overgangsregeling tijdelijk de zero-emissiezone nog in mogen. Op basis van deze criteria is in hoofdstuk 4 een selectie gemaakt van een aantal doelgroepen, die mogelijk meer hulp nodig hebben. Bij deze selectie zijn drie voorwaarden van belang: 2 Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 september 2025 Pagina 3 van 4

1. Dat een doelgroep mogelijk meer hulp nodig heeft, betekent niet dat deze onder alle omstandigheden wordt geboden. Dit is altijd afhankelijk van de context. Ook is het van belang dat samen met de doelgroep wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om het autogebruik te verminderen. 2. De effectiviteit moet goed worden meegewogen. Het helpen van een doelgroep moet niet te veel ingaan tegen de eerdere genoemde doelstellingen, waardoor de leefbaarheid in de stad wordt verminderd. 3. Daarnaast moet een maatregel uitvoerbaar zijn. Maatwerk is wenselijk, maar te veel maatwerk kan leiden tot bureaucratische druk op de maatschappij en op de gemeentelijke organisatie. Hoe is dit stuk tot stand gekomen? Het afwegingskader borduurt voort op de koers van Amsterdam Maakt Ruimte. Belangrijk onderdeel van Amsterdam Maakt Ruimte is het samen met de stad vormgeven van de benodigde maatregelen. Het afwegingskader leunt daarom sterk op de input die uit gesprekken met verschillende belanghebbenden is gekomen. Er zijn daarvoor onder andere elf verdiepende sessies gehouden met belanghebbenden, naast verschillende één-op-één gesprekken die zijn gevoerd. Ook zijn in het voortraject technische sessies gehouden voor raadsleden en stadsdeelcommissieleden, waarin dilemma’s voorgelegd zijn. Deze input heeft geholpen bij het bepalen van de uiteindelijke vorm van het afwegingskader.

Tijdens de sessies met belanghebbenden is het gesprek gevoerd over de vraag welke belangen en behoeften er zijn rond de automobiliteit van deze groepen. Hierbij is gevraagd welke behoeften en belangen doelgroepen precies hebben bij het kunnen gebruiken van de auto. Daarbij is gekeken naar het belang van een snelle reis, het belang van een voorspelbare reistijd, het belang van nabijheid van de bestemming, het belang van de auto langer kunnen stallen, de patronen in het reisgedrag en de voertuigkeuze. In deel 3 zijn de resultaten hiervan in een aantal mobiliteitsprofielen weergegeven. Ook zijn hier data over diverse onderzoeken naar de mobiliteit van doelgroepen opgenomen. In deel 3 zijn ook de hoofdinzichten van de verschillende partijen opgenomen. Zo zijn er zorgen over de eigen mobiliteit. In sommige gevallen is de auto namelijk nodig voor het werk zelf. In andere gevallen vergroot het niet of minder goed kunnen gebruiken van de auto al bestaande problemen op de arbeids- of woningmarkt. Ook grijpen maatregelen in op de efficiency van processen, zowel van commerciële partijen als meer maatschappelijk georiënteerde partijen. Dit leidt ertoe dat producten of diensten duurder kunnen worden. Ook wordt er veel gewezen op de noodzaak van een goede beschikbaarheid van alternatieve manieren van mobiliteit. Vooral het openbaar vervoer wordt voor personenvervoer veel genoemd.

Alles bij elkaar wordt het mobiliteitsbeleid soms als oneerlijk en complex ervaren. Deze inzichten zie ik als belangrijke input om de koers van Amsterdam Maakt Ruimte op een rechtvaardige manier verder in te vullen. Dat betekent niet dat ik alle zorgen kan wegnemen. Maatregelen zijn immers overwegend rechtvaardig voor mensen die zich niet met de auto 3 Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 september 2025 Pagina 4 van 4

verplaatsen in de stad. Bovendien zal niets doen ertoe leiden dat de zorgen van de gesproken partijen ook groter worden. Meer knelpunten leiden immers tot meer reistijd, meer onvoorspelbaarheid en beperktere ruimte om te parkeren. Waar kan dit kader voor worden gebruikt? Het afwegingskader is daarmee een belangrijk vertrekpunt om maatregelen langs te leggen. Het geeft houvast voor de discussie over mobiliteitsmaatregelen die mensen raken. Het maakt de vraag wat we belangrijk vinden en wat niet expliciet. Het zorgt ervoor dat sociale afwegingen een nog stevigere plek krijgen in de ‘fysieke’ mobiliteitssector. En het geeft structuur en overzicht aan het gesprek hierover. Voor zowel burgers, ondernemers, raadsleden als beleidsmakers is te zien wat ingrepen betekenen voor de doelgroep. Het kader zal onder andere gebruikt worden bij voorstellen aan uw raad voor verschillende typen maatregelen: - Beleid: het opstellen van nieuw beleid, van logistiek tot deelmobiliteit en van parkeerbeleid tot mobiliteitsingrepen. - Beleidsuitvoering: beleidsregels, zoals beleid rond ontheffingen voor stilstaan op de stoep en inrijverboden (de zogenoemde RVV-ontheffingen) en parkeermaatregelen voor verschillende doelgroepen. - Werkzaamheden: inzichtelijk maken van consequenties voor doelgroepen bij werkzaamheden, bijvoorbeeld voor zorgpartijen. - Evenementen: maatregelen bij (grotere) evenementen.

- Projecten: invoering van maatregelen, zoals intelligente toegang, parkeeroplossingen en omrijdroutes. Hoe gaan we verder? Het vaststellen van dit afwegingskader is niet de afronding, maar juist het begin van structurele toepassing bij nieuw beleid, bij projecten en bij nieuwe maatregelen, zodat de impact op doelgroepen goed wordt afgewogen. Dit is uiteraard geen vervanging van de participatie. Het is een goed vertrekpunt om gezamenlijk met de doelgroepen de opgaven te verkennen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte en Groen

4 Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16313146/1