CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Programma Circulaire Economie Lessen en Aanbevelingen 2020 - 2021 def.pdf

Raadscommissie Duurzaamheid en Circulaire economie 1 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Publicatie Lessen & Aanbevelingen Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Amsterdam Circulair 2020 - 2021 (VN2022-021521)24.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

kratjes onder de velden vangen water op voor hergebruik en koelen de ondergrond in de zomer af;

ƒ

duurzame materialen in de mat, zoals 60 procent biobased materiaal van suikerriet en composteerbare infill tussen de grasvezels;

ƒ

nieuwe werkmethode bij productie van de mat: door niet te lijmen, maar te stikken wordt demontage en recycling gemakkelijker;

ƒ

gerecycled kunstgras wordt gebruikt in onder meer bosbaanbeschoeiing, brugdekken en kantplanken;

Met deze en andere innovaties, inclusief de garantie voor afname van het recyclaat, hebben we de hele sector in Nederland naar een hoger niveau getild. Zo staat er een state-of-the-artfabriek (GBN-AGR) die veel schoner werkt met een grote capaciteit. We hebben veel innovaties uitgeprobeerd met positief resultaat. Voor bredere toepassing werkt Sport en Bos samen met het CTO Innovatieteam in de MKB Inno­vatiemotor aan een inkoopproces voor alle vervangingen van de kunstgrasvelden, met het prijsvoordeel van een groter inkoopvolume. Door innovatieve aanbesteding kan de gemeente met consortia werken. Hierdoor kunnen partijen met oplossingen komen door samen te werken. Andere gemeenten kunnen deze nieuwe manier van aanbesteding ook inzetten. Bij deze aanbesteding voor marktpartijen is speciale aandacht voor: ƒ

slimmer en efficiënter bouw (zoals minder grondverzet, schoner vervoer, kortere keten);

ƒ

meer gebruik van circulaire materialen (biobased, recyclebaar, demontabel);

ƒ

klimaatadaptie (waterbergend, verkoelend);

ƒ

de mogelijkheid om onder of boven de velden duurzame energie op te wekken voor elektra of warmte.

Na een succesvolle testfase kunnen innovaties door naar de commerciële fase, op weg naar een nieuwe standaard voor duurzame kunstgrasvelden in een raamcontract met daarin ruimte voor verdere ontwikkeling.

terug naar P. 54

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

57

Innovatiepartnerschap

We gaan circulair bouwen voor meerdere scholen tegelijk

Schoolgebouwen hebben al jaren last van structurele spanning op de bouwmarkt. De kloof tussen vraag en aanbod is simpelweg te groot. Dat leidt tot hoge kosten, zeker wanneer gebouwen individueel worden ontwikkeld en aanbesteed. Een wens om circulaire principes mee te nemen in een bouw­ project zal de prijs nog verder opdrijven.

Binnen een langjarige overeenkomst is voldoende ruimte om dit terug te verdienen. We delen de risico’s beter en zijn betrokken als partners die werken aan dezelfde doelstelling in plaats van als opdrachtgever die tegenover de opdrachtnemer staat. Experts van universiteiten en bedrijven zullen de vaak complexe inschrijvingen op circulariteit kritisch beoordelen.

Daarom bedachten we een raamovereenkomst voor de aanbesteding van ten minste negen schoolgebouwen met maximaal drie deelnemende partijen. Zo’n innovatiepartnerschap is ongebruikelijk in de utiliteitsbouw, maar biedt grote voordelen: de kosten kunnen omlaag en binnen het beoordelingskader van de aanbesteding wordt circulariteit niet gezien als een ‘extraatje’, maar als een criterium. Met de meerjarige overeenkomst gaat de gemeente een partnerschap aan waarin het voor marktpartijen aantrekkelijker is om te investeren in innovatie.

De gemeente was aanbesteder van de overeenkomst. Na een samenwerkingsovereenkomst met vier schoolbesturen werden zijzelf opdrachtgever voor de gebouwen die worden gerealiseerd. Het doel is om een aanbod van circulaire, hoogwaardige en flexibele schoolgebouw(concepten) op de markt te krijgen.

Het projectteam wordt niet ontbonden na één bouwwerk, maar neemt alle ervaring juist mee naar het volgende project. Dat creëert ruimte om te leren door te doen en de lessen in elk volgend project in de praktijk te brengen. Daardoor neemt de mate van circulariteit toe en de prijs af. De eerste school zal op zichzelf duurder zijn door ‘het lesgeld’ dat we betalen om het de volgende keer goedkoper te doen.

Het schoolgebouw van Basisschool Klein Amsterdam is opgebouwd uit houten modules, waardoor het gebouw makkelijk te verplaatsen of uit te breiden is.

Het innovatieve karakter van het partnerschap vergde enige uitleg en gewenning; slechts één keer eerder werd het binnen de gemeente toegepast. Ook de afhankelijkheid van externe partijen (school­ besturen, kinderdagopvangbranche) gaf uitdagingen. Toch hebben we vooruitgang geboekt. In 2021 was de voorbereiding met onder meer een marktconsultatie en in 2022 is de aanbesteding gestart. Zo worden circulaire bouwprincipes opgeschaald van één naar minimaal negen scholen en krijgt de markt een stevige impuls, niet alleen in Amsterdam, maar ook in de rest van het land.

terug naar P. 54

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

58

Circulair inkopen

Steeds betere ondersteuning op circulair inkopen

Amsterdam heeft de ambitie om in 2025 de helft circulair in te kopen. Om daar te komen, moet circulariteit worden ingebed in de organisatie. Team Duurzaam Opdrachtgeven en Inkopen (TDO) draagt hieraan bij door collega’s te adviseren bij inkoop­t rajecten, net zoals gebeurt bij de vakgroep Duurzaamheid, Circulariteit en Schone Lucht bij de Lead Buyer Fysiek, die onder meer gaat over groenonderhoud, bruggen en straatmeubilair. TDO is al bij een aantal aanbestedingen betrokken geweest, maar omdat het team pas in september 2021 van start ging, zijn concrete resultaten nog in de maak. De evaluatie is eind 2022. De eerste inzichten van het team laten zien dat circulair inkopen weliswaar geregeld wordt benoemd, maar vaak nog niet wordt meegenomen. Er lijkt vooralsnog sprake van onduidelijkheid over wat circulariteit betekent voor een inkooptraject. Te vaak kunnen inkopers en opdrachtgevers zonder consequenties afwijken van het vastgestelde beleid. Met meer begeleiding, standaardisering en heldere controlemechanismen bij inkoop en toetsing kan dit worden voorkomen. Hoe concreter de adviezen en hoe duidelijker de verificatie in de contractfase, hoe groter de kans dat circulaire doelstellingen worden meegenomen.

TDO stimuleert duurzaam opdrachtgeverschap met zijn adviezen aan zowel lead buyers als interne inkopers, contractmanagers en opdrachtgevers. Om steeds betere en concretere adviezen te kunnen geven, werkt het team daarbij samen met verschillende partners, zoals expertisecentra, marktpartijen en gemeenten. Ook wisselen we om die reden informatie uit in verschillende netwerken en met partijen die bijdragen aan ontwikkeling van dergelijke standaarden zoals CB’23, TNO, de NEN, de landelijke Transitieagenda’s en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De gemeente Amsterdam werkt aan een circulair inkoopproces voor diverse producten, zoals kunstgrasvelden.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

59

Monitor Amsterdam Circulair

Monitor Amsterdam Circulair biedt inzicht in materiaal­­stromen door de stad en hun impact

Aandeel goederengroepen in MKI (%) materiaalverbruik (DMC), Amsterdam, voorlopige berekening, 2019.

Om scherper te kunnen sturen in het realiseren van de circulaire transitie, is het essentieel om het inzicht te vergroten in het materiaalgebruik van de stad. Daarom heeft de gemeente de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ ontwikkeld. De hierin ver­ zamelde data maken inzichtelijk hoeveel materialen zich door de stad bewegen en welke milieu-impact ze veroorzaken. Zo laat de Monitor zien:

Dankzij de Monitor zijn beleidsmakers beter toe­ gerust om strategische keuzes te maken in de circulaire transitie. Deze inzichten maken het mogelijk om op basis van data prioriteiten te stellen in het circulaire beleid. De afdelingen Onderzoek en Statistiek en de Chief Technology Office ontwikkelden de Monitor. Dit doen ze in samenwerking met onder andere TNO, GeoFluxus en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

ƒ

dat het totale materiaalgebruik van onze stad 73,4 miljard kg bedraagt, waarvan 18,5 miljard kg in Amsterdam wordt geconsumeerd;

ƒ

dat het materiaalgebruik van Amsterdam niet afneemt, maar toeneemt;

Bij de start in 2019 hebben we expliciet ervoor gekozen om een methodiek te ontwikkelen die ook kan worden toegepast door andere gemeenten in Nederland. Daarmee geven we invulling aan ons koploperschap. Bovendien kunnen we op termijn grotere stappen nemen als andere gemeenten op dezelfde manier gaan monitoren.

ƒ

dat we ons materiaalgebruik met 2,3 miljard kg per jaar moeten reduceren als we onze doelstelling tot halvering in 2030 van niet-hernieuwbare materialen willen halen;

ƒ

dat CO2-uitstoot gerelateerd aan materialen voor 70 tot 90 procent verantwoordelijk zijn van de totale emissies door Amsterdam;

ƒ

en dat cokes, aardolieproducten, metaalproducten, voedsel, elektronica, apparaten en farmaceutica leiden tot het grootste gewicht en de grootste milieu-impact.

De Monitor is gebaseerd op het Donutmodel van Kate Raworth. Dat betekent dat naast het in kaart brengen van de circulaire economie in Amsterdam ook wordt gekeken naar de ecologische (en op termijn ook sociale) impact van Amsterdams materiaalgebruik. Behalve CO2-uitstoot kijken we binnen de Monitor ook naar thema’s als biodiversiteit, waterverontreiniging en landontginning. Voor zover bekend, is Amsterdam de eerste stad die deze inzichten op dit detailniveau heeft weten te realiseren.

Begin 2022 is de Monitor Amsterdam Circulair opgeleverd in de vorm van een publiek toegankelijk dash­ board op de website, www.onderzoek.amsterdam.nl. Het dashboard bevat inzichten in de circulaire economie op hoofdlijnen en wordt vergezeld door verschillende publicaties die de diepte ingaan op specifieke thema’s, zoals afval en circulaire werkgelegenheid. De gebruikte databronnen en methodes zijn ook publiek beschikbaar gesteld. De focus ligt nu op verder inzicht krijgen in specifieke materiaalstromen, waarmee beleidsmakers en marktpartijen uiteindelijk concrete marktinterventies kunnen doen. Hiervoor is de volgende stap dat de data worden gevalideerd en verrijkt in samenwerking met brancheorganisaties, netwerken en individuele bedrijven.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

60

Inrichtingsmaterialen en bedrijfskleding

Onze medewerkers dragen duurzame bedrijfskleding

Sport en Bos heeft in 2020 de aanbesteding voor sportattributen een paar doelstellingen mee­ gegeven: 100 procent emissieloos rijden, de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen maximaliseren en waardevernietiging mini­mali­ seren. Twee leveranciers hebben hieraan invulling gegeven. Een van hen heeft een hub in gebruik genomen net buiten Amsterdam, waar sport­ materialen worden opgeslagen en gerepareerd. Zo beperkt hij het aantal vervoersbewegingen en rijdt hij emissieloos. Beide leveranciers repareren de materialen indien nodig en als dat niet kan, voeren ze de materialen af om opnieuw te gebruiken. Zo worden matten van hoezen her­gebruikt als slaapzakken voor bijvoorbeeld vluchtelingen­kampen en worden van oude springkasten meubels gemaakt. Daarnaast was er in 2020 een aanbesteding voor de kleding van boswachters, parkbeheerders en badmeesters. Om het goede voorbeeld te geven als inkoper, deden we een uitvraag naar duurzame, circulaire bedrijfskleding. Daarbij zijn we gead­ viseerd door Work in Progress Retail, dat veel kennis heeft van de kledingindustrie.

De hergebruikte garens van Loop.a Life kunnen weer gebruikt worden voor nieuwe kleding.

Het resulteerde in een omvangrijke duurzaamheidspassage in de aanbesteding, met daarin onder meer: ƒ

een minimum percentage gerecyclede vezels;

ƒ

een zekere mate van zowel certificering als hergebruik via een circulair proces;

ƒ

en transport via elektrisch vervoer.

De weging van duurzaamheidscriteria binnen de EMVI-aanbesteding (Economisch Meest Voordelige Inschrijving) werd gesteld op 30 procent. In de praktijk ontdekten we dat de kledingindustrie nog voldoende stappen kan maken voor verdere verduurzaming, maar al wel volop in beweging is. Veel goede oplossingen zijn voorhanden. Voor ons kleine inkoopvolume waren die echter niet realistisch. Bij een aanbesteding met hoge duurzaamheids­ ambities is het verstandig om vooraf te onderzoeken of het volume groot genoeg is om die ambities te realiseren. Daarom is het noodzakelijk om bij de volgende aanbesteding voor bedrijfskleding de volumes te bundelen met andere directies. Gezien de snelle ontwikkelingen in de kledingindustrie zal nu al meer mogelijk zijn dan enkele jaren geleden. In contracten kunnen we anticiperen op die marktontwikkeling.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

61

Buiteneiland

Een nieuw natuureiland, aangelegd met veel minder CO2-uitstoot en milieuschade

Buiteneiland wordt een bijzonder natuureiland van ruim 40 hectare. Er komen voorzieningen zoals sport, recreatie en cultuur. Voor dit eiland, bij IJburg, zijn mogelijkheden opgenomen voor buitendijkse onderwaternatuur, wat extra belangrijk is voor het ecologisch herstel vanwege de staat van het Markermeer. We leggen Buiteneiland circulair aan met hergebruikte grond uit andere delen van de stad. In de komende jaren zal veel grond vrijkomen, onder meer vanwege de enorme woningbouw­ opgave. De grond die eerder de basis vormde voor wonen en recreëren in de stad vormt dan op Buiteneiland opnieuw de basis voor recreatie en natuur. Daarmee wordt de cirkel rond. De keuze voor aanleg met herbruikbare grond heeft een veel lagere impact op het milieu. Op Buiteneiland boeken we dubbele winst: de afstand tussen herkomstlocatie en toepassingslocatie kan klein worden gehouden en het vervoer kan per schip in plaats van per vrachtauto. Op verzoek van de gemeente deed TNO een studie naar de milieu-impact van circulair en traditioneel landmaken. Daaruit bleek dat de milieukostenindicator (MKI) van het circulaire scenario ongeveer 70 procent lager is en de CO2-uitstoot zo’n 65 procent lager.

Buiteneiland, het natuureiland van IJburg, komt tot stand met hergebruikte grond van andere plekken in Amsterdam.

De gemeente is initiatiefnemer. Het bevoegd gezag voor het toepassen van de grond uit Amsterdam ligt bij Rijkswaterstaat. Intussen zijn we bezig om de circulaire aanleg van Buiteneiland beleidsmatig mogelijk te maken. We vergaren kennis die later kan worden ingezet door andere gemeenten die niet altijd beschikken over de tijd, kennis en middelen om een nieuwe werkwijze te onderzoeken en vorm te geven. Momenteel worden de ervaringen met Buiteneiland meegenomen voor het opstellen van beleid, waardoor herbruikbare grond gemakkelijker kan worden toegepast. In 2022 kunnen we starten met de aanbesteding voor het realiseren van de ringdijk. Deze zal worden aangelegd met primair zand uit bekende zandwinlocaties, waarna het gebied binnen de ringdijk zal worden gevuld met hergebruikte grond uit Amsterdam.

Uitgelichte projecten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

62

Circulair vastgoed

De Vondeltuin is Amsterdams eerste circulaire vastgoedproject

De verbouwing van de Vondeltuin, de geliefde horecagelegenheid in het Vondelpark, is de eerste circulaire transformatie van een gemeentelijk pand. Vernieuwing stond al gepland sinds herziening van het bestemmingsplan in 2012. Vanwege klachten uit de buurt over het terras werd veel vertraging opgelopen. De circulaire aanpak, waarmee in 2017 werd begonnen, bleek een geschikte manier om de belangen van de gemeente, de omwonenden en de exploitant te combineren. Tussen hen en de marktpartijen was er intensieve samenwerking tijdens het gehele traject, dat werd ondersteund door adviesbureau Copper8. De gemeente is eigenaar en verhuurder van de Vondeltuin, en opdrachtgever van de verbouwing. Er werd ingezet op een toekomstbestendig ontwerp van pand en terrein, met een zo laag mogelijke milieu­impact van de toegepaste materialen. Wel moest de Vondeltuin een eigentijds, architec­tonisch icoon zijn, in lijn met de ontwerpfilosofie van het Vondelpark. Voorafgaand was er een inventarisatie van de verschillende belangen en in het proces van gunning was er inspraak van alle stakeholders. Gaandeweg was er voortdurend overleg wanneer zich onvoorspelbare uitdagingen aandienden tijdens de bouw, bijvoorbeeld wanneer het vinden van de juiste hergebruikte materialen meer tijd kostte dan verwacht.

Zo is er veel stadshout gebruikt uit Amsterdam en materiaal uit sloopprojecten in Purmerend en Santpoort, dat vaak ter plekke moest worden beoordeeld op kwa­liteit en bruikbaarheid.

De Vondeltuin is een horecapaviljoen in het Vondelpark en geldt als het eerste circulaire vastgoedproject van de gemeente.

Met de Vondeltuin heeft de gemeente haar eerste circulaire vastgoedproject afgerond. Vrijwel alle materialen in de fundering, kozijnen, vloeren, dak­ bedekking en het terras zijn hergebruikt of bio-based. De bebouwde oppervlakte is minimaal, met een zorgvuldige positionering van entree, afzuiging en afval, om de overlast te beperken tot een minimum. Het gebouw past optimaal bij de uiteenlopende wensen en behoeften van de gemeente, de exploitant en de omwonenden. Tijdens dit project hebben we veel geleerd, zoals over ketensamenwerking, het creëren van draagvlak en de bouweisen voor toekomstbestendige ontwerpen. Op basis van deze lessen geeft de projectleider advies aan collega-projectleiders, waardoor diverse nieuwbouw- en renovatieprojecten aanpassingen hebben doorgevoerd in het ontwerp of de werkwijze.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de projecten

Wat hebben we bijgedragen aan de transitie? ƒ E  r is in 2021 een onafhankelijk, breed gedragen en directie-overstijgend Team Duurzaam Opdrachtgeverschap en Inkopen (TDO) opgericht dat binnen de gemeentelijke organisatie kan adviseren over duurzaamheid en inkoopprocessen kan begeleiden. ƒ D  e koplopersgroep Circulaire Hotels is uitgebreid naar 25 hotels die ervaringen uitwisselen met betrekking tot circulair inkopen, voedselverspilling, textiel en dergelijke. Veel hotels passen circulaire maatregelen in hun eigen bedrijf toe. ƒ In het voorjaar van 2020 verscheen ‘Tijd voor verandering’ met daarin veel inspiratie voor de hospitalitybranche.

Lessons learned - wat ging goed? ƒ W  e versnellen innovatie op verschillende stedelijke thema’s door het creëren van nieuwe methodieken en standaarden, zoals op het gebied van inkoop. ƒ B  innen de kunst- en cultuurinstellingen zijn meer gebouwen BREAAM-gecertificeerd. ƒ A  ls organisatie geven we het goede voorbeeld door inkoop van bijvoorbeeld duurzame, circulaire bedrijfskleding en door gebruik te maken van opknapservices voor kapotte sportmaterialen.

ƒ M  eerjarige samenwerkingen creëren wederzijds begrip, vertrouwen en wederkerigheid met meer resultaat in de keten als gevolg. ƒ Intrinsieke motivatie bij medewerkers van bedrijven is op dit moment nog essentieel om stappen te maken in de transitie naar de circulaire economie. ƒ Initiatief en ondersteuning door de gemeente worden zeer gewaardeerd door bedrijven. Alleen al het bij elkaar brengen van gemotiveerde bedrijven kan effectief zijn. ƒ H  et stimuleren van circulaire partnerschappen binnen een specifieke keten (zoals hotellinnen) is effectiever dan als branche de inkoopvraag bundelen. ƒ C  oncrete tools kunnen specifieke doelgroepen verder helpen in het concreet maken van acties die nodig zijn om circulair te gaan werken. De circulaire scan voor maakbedrijven is een geschikt en motiverend instrument voor deze doelgroep en de rekentool voor de keten hotellinnen helpt bedrijven om keuzes te maken.

63

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

Inzichten uit de waardeketenoverstijgende projecten

Aanbevelingen ƒ Z  oek bij de start van nieuwe branchegerichte samenwerkingen naar contactpersonen met mandaat en doorzettingsmacht. Maak hun commitment aan de voorkant concreet. ƒ D  enk in een vroeg stadium van de samenwerking bewust na over de rolverdeling tussen de gemeente en bedrijven, en maak deze en de bijbehorende verwachtingen expliciet. ƒ B  lijf ruimte plannen om leren expliciet te maken en lessen vervolgens te implementeren. ƒ D  enk na of en hoe krachtenbundeling bij een diversiteit aan partners mogelijk is. ƒ P  robeer maatregelen concreet meetbaar te maken en begin met de organisatie van een nulmeting. Neem de tijd om directies te verbinden en op één lijn te krijgen, zodat ze eigenaarschap voelen en er borging plaatsvindt. Dan pas is implementatie en opschaling mogelijk.

ƒ T  rain opdrachtgevers en inkopers op circulair uitvragen. Geef inkopers ruimte om te experimenteren en zorg dat circulair een gedeeld belang wordt van zowel de opdrachtgever als de inkoper. ƒ B  lijf partijen bij elkaar brengen en het goede gesprek op stimuleren. Initiatief en verbinding door de gemeente worden gewaardeerd en kunnen in de praktijk goed werken. ƒ K  en de doelgroep. Inventariseer hoe divers de branche is. Denk bijvoorbeeld aan grootte, eigenaarschap en verdienmodel. Een dergelijk overzicht is bepalend bij het maken van afspraken over commitment en samenwerking. Zorg dat de juiste beslissers aan tafel zitten. ƒ Help bedrijven bij het uitvoeren van metingen. ƒ B  esef dat de markt nog veel meer kan worden uitgedaagd om met nieuwe bedrijfsmodellen te komen, los van gevestigde bedrijfsbelangen.

ƒ Z  et in op een paar goede, grote projecten met impact in plaats van vele kleine. ƒ B  lijf de ontwikkeling van hulpmiddelen ondersteunen. Gebruik tools voor specifieke doelgroepen, zoals de circulaire scan voor mkb-maakbedrijven en de rekentool voor circulair hotellinnen.

64

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

65

2.3 Inzichten totstandkoming programma

Het ‘Innovatie- & Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2020 - 2021’ (I&UP) was in eerste aanzet bedoeld om een circulaire beweging op gang te brengen en draagvlak te creëren voor de circulaire economie binnen de directies van de gemeente en organisaties in de stad. Mede hierdoor – en dankzij de omarming van het Donutmodel van Kate Raworth als eerste stad ter wereld – heeft het programma bijgedragen aan de bekendheid over de circulaire economie binnen en buiten de gemeente Amsterdam, nationaal en internationaal. Het programma is opgesteld in het verlengde van de kracht en ontwikkelmogelijkheden van directies en betrokken partijen. De voorstellen die zijn aangedragen, zijn geplaatst onder de negen ambities binnen de drie waardeketens van de circulaire strategie. Hierdoor werd voorkomen dat interne directies en betrokken partijen in de stad projecten zouden krijgen ‘opgelegd’ en werd een maximaal draagvlak gecreëerd. Daarbij heeft selectie vooraf op projectniveau beperkt plaatsgevonden. Daar waar ambities te weinig projecten bevatten, is gezocht naar nieuwe projecten, activiteiten en ideeën.

Projecten en ideeën zijn veelal aangedragen door intrinsiek gemotiveerde medewerkers binnen directies, die zelf verantwoordelijkheid en eigenaarschap voelden. De stap naar een structurele verandering van de uit­voerings­praktijk blijkt daarmee vaak nog niet geborgd. Na de vaststelling van het programma in de Raad zijn de verschillende directies en organisaties zelf verantwoordelijk geworden voor uitvoering en financiering. Vanuit het programma werd regie gevoerd over de uitvoering en konden aanvragen worden gedaan voor de coalitiemiddelen ‘Circulaire Economie en Verduurzamen Afvalketen’. Omdat de omvang van de aanvragen het totaal beschikbare budget ruim oversteeg, heeft er een selectie plaatsgevonden op effectiviteit, innovatiekracht en doelmatigheid. Een groot deel van de projecten is kort na aanvang van het programma van start gegaan. Maar er is ook een aantal projecten niet tot uitvoer gekomen, onder meer vanwege voortschrijdend inhoudelijk inzicht en, uiteraard, door de impact van de coronapandemie.

Leren door te doen Uitgangspunt van het programma was leren door te doen. Door de grote hoeveelheid projecten en activiteiten is veel geleerd. In de praktijk bleek dat de tijd vaak ontbrak om die lessen expliciet te maken. Ook was er nog geen structuur om die lessen gedurende de looptijd op te halen en uit te wisselen. Het vastleggen en delen van opgebouwde kennis en ervaringen is sterk afhankelijk gebleken van individuen, wat het kwetsbaar maakte. Kennisuitwisseling heeft overigens wel degelijk plaatsgevonden, maar veelal ad hoc. De transitie binnen de gemeentelijke organisatie kan onder meer verder worden versneld door vanuit het programma een continu leerproces te organiseren met een bijbehorende infrastructuur en specialistische begeleiding. Uit de interviews en sessies die zijn georganiseerd om de lessen en inzichten op te halen, komt de behoefte naar voren om meer in gezamenlijkheid kennis te ontwikkelen, op te doen en te delen. Het ontbrak in de praktijk vooral aan tijd, prioriteit en gelegenheid om hieraan invulling te geven.

v

uk

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021 optimaliseren gen rho ve

destabiliseren

chaos

institutionaliseren

stabiliseren

afbreken

uitfaseren

66

urgentie en v era nd er d

k ru

n

icht afbreken ger et- en reg /aanp elge as w vin se g

mo

bi

l

is

er

e

d ele n v o

b e staan d e

m id

or

d

en

lli n

g

ui t

d

en

rs

ag

ve

en

or ne

ng

hti

ric

eg

stl

va

n ge

ve ru

im

te v

o o r v e r b re d

experimenteren

r b in

den en str u

ctu

re

r

ing

versnellen

emergentie

De Drift X-curve

2.4 Ontwikkeling van de circulaire transitie De overgang van een lineaire naar een circulaire economie zal zich over meerdere decennia gaan voltooien. De bestaande ‘lineaire’ bedrijfsprocessen zijn in de loop van tientallen jaren opgebouwd en zijn doorgaans maximaal geoptimaliseerd. Bovendien worden deze uitgevoerd op een robuuste schaalgrootte. Radicale aanpassingen hierop zijn niet snel (financieel) aantrekkelijk. Vaak gaat verduurzaming nog in kleine stapjes en binnen de bestaande lineaire economie. We maken dingen net ietsje beter, iets minder milieubelastend. Dat is zeker nuttig, maar is het werkelijk genoeg? Bevestigt deze symptoombestrijding niet vooral de status quo? Het zal stevigere interventies vergen om te komen tot de verandering die nodig is. De X-curve, in de afbeelding hierboven, maakt in­zichtelijk uit welke deelprocessen een transitie is opgebouwd. Het schema is opgesteld door Drift en gebaseerd op historische data van verschillende transities die in het verleden hebben plaatsgevonden. In het schema zijn twee ontwikkelpaden zichtbaar.

Het eerste, van linksonder naar rechtsboven, gaat om de opkomst van de onderstroom van radicale vernieuwing. Dat begint met verkenningen en experimenten. Wat werkt komt via versnellen en opschalen tot ‘volwassen’ business-cases en groeit uit tot de nieuwe norm. Met het I&UP en ook opvolgende uitvoeringsprogramma’s geven we deze onderstroom ruimte om te leren door te doen. Zo brengen we datgene wat werkt in een stroomversnelling. Daarnaast is de beweging van linksboven naar rechtsonder, waarbij oude, vaak ‘fossiele’ productieketens destabiliseren. De status quo staat steeds vaker ter discussie. Ook grote spelers zien regelmatig zelf in dat verandering onontkoombaar is. Om tot een volledig circulaire stad te kunnen komen, zal de huidige manier van werken veelal moeten worden ‘afgebroken’. De twee bewegingen horen bij elkaar. Destabili­ satie van oude ketens zal alleen kunnen als een wenkend alternatief in opkomst is. Voldoende schaal voor nieuwe productieketens om concurrerend te worden, kan alleen ontstaan ‘ten koste van’ de oude ketens.

Omdat hier grote economische belangen bij gemoeid zijn, zal de transitie gepaard gaan met confrontaties. Samenwerking met private partijen is geboden en, mede gezien de omvang van de opgave, vraagt dit om het opbouwen van vertrouwen en om een lange adem. De uitvoering van de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ (vastgesteld door de gemeenteraad op 19 mei 2020) speelt zich begin 2022 vooral af in het kwadrant linksonder in het schema. Er is ruimte voor verkenningen en experimenten; Amsterdam verbindt koplopers die nieuwe praktijken willen opschalen en we zien daarvan de eerste resultaten. Gezien ook het experimentele en ‘zoekende’ karakter zullen veel resultaten voorlopig nog ‘klein’ ogen, omdat die op de schaal van de Amsterdamse economie nog niet direct impact maken. Maar voor die impact kan worden gemaakt, moeten we een volgende fase bereiken in de transitie, wanneer de middelen en wegen zijn gevonden om te versnellen en de gevestigde orde op een grotere schaal kan worden uitgedaagd.

Lessen en inzichten | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

67

2.5 Inzichten uit externe rapporten

De inzichten uit het Amsterdamse circulaire programma zien we ook grotendeels terugkomen in verschillende onderzoeken en publicaties van onder andere de Rekenkamer Amsterdam, het Planbureau voor de Leefomgeving en Rijkswaterstaat. In het rapport ‘Uitvoering ambities Coalitieakkoord 2018-2022’ onderzoekt de Rekenkamer Amsterdam de voortgang op de gestelde ambities van de gemeenteraad uit het ‘Coalitieakkoord 2018-2022. Een nieuwe lente en een nieuw geluid’. Overeenkomstige inzichten zijn dat de ambities rondom de circulaire economie niet binnen één coalitieperiode kunnen worden gerealiseerd en een lange adem vergen. Verder wordt geconstateerd dat belemmeringen in de voortgang voornamelijk worden gevormd, doordat er maar beperkte instrumenten en bevoegdheden zijn om in de markt in te grijpen en doordat de concrete acties die worden uitgevoerd veelal beperkt zijn. Ook de Rekenkamer Amsterdam constateert dat het ontbreken van heldere doelstellingen, definities van begrippen, termen en doelstellingen het meten van voortgang bemoeilijkt. Vergelijkbare geluiden en signalen lezen we in de ‘Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarin de door het kabinet uitgezette koers naar 2050 wordt gemonitord en geëvalueerd.

De rapportage geeft weer wat de stand van zaken is van de transitie naar een circulaire economie en bevat handvatten om die transitie desgewenst te versnellen. Aanbevelingen die overeenkomen met de inzichten uit deze evaluatie zijn de herziening van de inzet van instrumenten waarbij wordt geadviseerd meer gebruik te maken van

‘drang en dwang’, de inzet op aanbesteding en het concretiseren van de doelen. Dat laatste zou volgens het PBL bijvoorbeeld per transitiethema, waardeketen of productgroep kunnen worden vormgegeven. Het in januari 2022 door PBL gepubliceerde ‘Voortgangsbericht Circulaire Economie 2022’ bevestigt dat de bevindingen uit de ‘Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021’ nog steeds actueel zijn. Ook wordt vastgesteld dat voor de realisatie van een volledig circulaire economie meer dwingende instrumenten nodig zijn. Daarbij, stelt het PBL, is het belangrijkste om stapsgewijs de circulariteitseisen te verhogen bij inkoop en aanbesteding door de overheid, de eisen in het kader van de producentenverantwoordelijkheid aan te scherpen en het eindbeeld van een volledig circulaire economie in 2050 en het tussendoel voor 2030 concreet en specifiek te maken. Ten slotte bevestigt ook de recente publicatie van Rijkswaterstaat, ‘Roadmap Programma CE in de GWW: in samenhang met de KCI-roadmaps’, de complexiteit en lange tijdslijnen van de opgave die niet precies te definiëren is en waarvoor een aanpak vooraf niet exact uit te stippelen is. In dit rapport wordt daarnaast geconcludeerd dat een groot deel van de huidige omgeving waarin we werken (processen, werkwijzen en standaarden) nog lineair is en moet worden aangepast.

Voor de gemeente relevante aanbevelingen die worden gedaan, zijn: ƒ

Houd het toekomstbeeld 2030 en 2050 in het vizier en bepaal of de stappen wel groot (en radicaal) genoeg zijn.

ƒ

Stel een adaptieve aanpak op voor de transitie naar circulair werken. Focus daarbij meer op het ‘hoe’ en niet alleen op het ‘wat’.

ƒ

Koppel stevige randvoorwaarden aan het programma. De snelheid waarmee mijlpalen kunnen worden behaald, is mede afhankelijk van voldoende capaciteit, de juiste vaardigheden en voldoende budget. Hierbij is het borgen van draagvlak ook van belang.

ƒ

Borg een adaptieve, cyclische aanpak in de transitie naar circulair werken en gebruik pijnpunten als leerpunten.

Conclusies | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

3 Conclusies

68

Conclusies | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

3 Conclusies 3.1 Belangrijkste conclusies

De publicatie van de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020 - 2025’ en de ‘Stadsdonut voor Amsterdam’ hebben in binnen- en buitenland veel aandacht getrokken. Hieruit blijkt het vernieuwende karakter van onze aanpak. De gemeente heeft een sterke bijdrage geleverd aan het internationaal positioneren van een nieuw model, waarbij plek is ingeruimd voor het ecologische plafond, maar ook voor het sociale fundament. Ook is volop aandacht voor de ‘Monitor Amsterdam Circulair’, waarin materiaalstromen op stedelijk niveau kunnen worden gevolgd. Voor zover bekend, is zo’n monitor nog niet eerder gerealiseerd op dit detailniveau. De ontwikkeling van de Monitor wordt dan ook met belangstelling gevolgd.

Ondertussen zien we dat andere steden en organisaties het voorbeeld van Amsterdam volgen en steeds meer gaan werken aan de circulaire economie.

Tegelijkertijd zitten we al midden in een klimaat- en biodiversiteitscrisis en zien we om ons heen op verschillende plekken de kwetsbaarheden van ons huidige economische systeem met lange (lineaire) aanvoer­ ketens. Ondanks alle vooruitgang stellen we vast dat onze huidige inspanningen onvoldoende zijn om deze crisis tijdig het hoofd te bieden.

69

Conclusies | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

3.1.1 Materialen: impact is groot en omslagpunt lijkt nog niet bereikt Uit de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ komt naar voren dat het materiaalgebruik van Amsterdam nog steeds toeneemt over de periode 2015-2019. Om de doel­ stellingen 100 procent circulair in 2050 en 50 procent reductie materiaalgebruik in 2030 te behalen, is een radicale trendbreuk nodig in het materiaalgebruik. Ongeveer 70 procent van het materiaalgebruik in de Amsterdamse economie betreft niet-hernieuwbare grondstoffen. De huidige cijfers over ons materiaal­ gebruik in de stad laten voorlopig geen dalende trend zien. Ondanks vele initiatieven is de bulk van de Amsterdamse economie nog steeds gebaseerd op primair materiaalverbruik. Als de stad aan de doel­ stelling wil voldoen, moet het verbruik van primair materiaal jaarlijks met 2,3 miljard kg afnemen, gerekend vanaf 2019. Tegelijkertijd blijkt dat 70 tot 90 procent van de totale CO2-uitstoot van Amsterdam wordt veroorzaakt door materiaalgebruik. Dat is hoger dan eerder gedacht. Het directe energiegebruik van de Amsterdamse economie veroorzaakt de overige CO2-uitstoot.

3.1.2 Slechts lichte toename van circulaire banen We concluderen dat de arbeidsmarkt nog niet in beweging is op het gebied van circulariteit. Het aandeel circulaire banen neemt slechts langzaam toe. De afgelopen tien jaar is dit aandeel met 0,8 procentpunt gestegen, tot zo’n 6,6 procent. Het aandeel circulaire vacatures is met zo’n 10 procent wel hoger, maar onzeker is in hoeverre dit gaat leiden tot toename van het aantal circulaire banen.

3.1.3 Draagvlak voor duurzame verandering Recent onderzoek wijst uit dat 89 procent van de Amsterdammers zich zorgen maakt over de gevolgen van menselijk handelen voor klimaat en milieu. Uit een recente enquête onder Amsterdammers blijkt dat meer dan de helft van de respondenten (55 procent) zich zelfs ‘veel zorgen’ maakt over klimaatverandering. Daarnaast vindt 84 procent het belangrijk om de eigen ecologische voetafdruk te beperken.

3.1.5 Lessen uit publicaties: trendbreuk is nodig Kijkend naar de inzichten uit de verschillende recente publicaties van onder andere de Rekenkamer Amsterdam, het Planbureau voor de Leefomgeving en Rijkswaterstaat met betrekking tot de stand van zaken van de circulaire economie wordt het volgende duidelijk: ƒ

Het eindbeeld en de einddoelen van een volledig circulaire economie in 2050 en ook tussendoelen voor onder andere 2030 zijn nog niet concreet en SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) geformuleerd.

ƒ

Meer focus op grote impact binnen de eigen invloedsfeer is nodig.

ƒ

Het tempo is momenteel te laag. Dus om doelen te behalen, is een trendbreuk nodig.

ƒ

Vooralsnog worden vooral ‘zachte instrumenten’ ingezet om de transitie te sturen. Meer ‘dwang en drang’ is nodig om de doelstellingen te realiseren.

ƒ

Binnen het primaire proces van de eigen organisatie moet meer worden gericht op het ‘hoe’ dan op de ‘wat’. Kortom: werk circulair binnen bestaande processen en procedures, in plaats van het opstarten van meer circulaire projecten.

ƒ

Er moet budget komen voor wat nodig is in plaats voor wat kan.

3.1.4 Kwantificering van ambities op dit moment nog niet mogelijk De circulaire ambities in de ‘Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025’ zijn voornamelijk kwalitatief geformuleerd. Dat past in het landelijke en internationale beeld waar standaarden en definities voor de circulaire economie nog volop in ontwikkeling zijn. Heldere voortgangsindicatoren zijn nog niet ontwikkeld en de benodigde data worden nog niet centraal bijgehouden. Deze informatie is nu verspreid over een groot aantal verschillende stakeholders binnen en buiten de gemeente, of wordt zelfs nog niet ge­administreerd. Meten van concrete voortgang op de ambities is in deze fase van de transitie dan ook nog niet goed mogelijk.

70

Conclusies | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

3.2 Conclusie: systeemverandering is nodig, maar ook weerbarstig

De belangrijkste conclusie: de transitie naar de circulaire economie vergt een systeemverandering. Dit soort transities vinden plaats over een tijdsperiode van tientallen jaren. Het vraagt van ons als individuen aanpassingen in gedrag. De circulaire transitie zit pas in de beginfase. Overal merken we dat we circulair proberen te werken in een lineair speelveld. Met de publicatie van de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ hebben we een primeur waarbij we als eerste stad ter wereld gedetailleerd inzicht hebben in hoe materialen door onze stad stromen en wat dat betekent voor zowel gewicht als ecologische impact. We lopen daarmee voorop. Tegelijk is daardoor het besef ontstaan dat nog zoveel informatie nodig is om de transitie doelgericht te versnellen. Zelfs de ‘Monitor Amsterdam Circulair’ is in feite een monitor van de lineaire economie waarin we proberen aan te geven in hoeverre deze circulair aan het worden is. Afgelopen periode is gebleken dat eigenaarschap en handelingsperspectief door de hele gemeentelijke organisatie nog pril en kwetsbaar is. Er is een stevige basis gelegd met het vaststellen van de circulaire strategie in 2020. In de vervolgfase is het van belang de ingezette beweging door te zetten, in samenwer-

king met het Programma Duurzame Organisatie (voormalige Green Office). Ook moeten we samen met uitvoerende directies concrete stappen formuleren om de transitie in de praktijk vorm te geven. In de huidige fase van de transitie is het nog te vroeg om conclusies te trekken over impact en outcome op programma- en waardeketenniveau. De aanpak en de opzet hebben geleid tot een brede beweging waarbij een logische vervolgstap is om de samenhang tussen de verschillende activiteiten en projecten verder te vergroten. Het verder uitwerken van de ambities in meetbare tussenstappen kan dat proces versnellen. Daarmee wordt van elk individueel project of activiteit beter zichtbaar wat de bijdrage is aan de overkoepelende doelstellingen en ambities. Het is een goede manier om het draagvlak en de intrinsieke motivatie binnen Amsterdam te kanaliseren.

71

Aanbevelingen | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

4 Aanbevelingen

72

Aanbevelingen | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

4 Aanbevelingen Ondanks alle onzekerheid is de omvang van de opgave duidelijk. De uitdaging op de korte en middellange termijn is om deze concreet en meetbaar te maken. Een verdere uitwerking van het overzicht van rollen en instrumenten die de gemeente daarbij kan inzetten, kan hierbij goede structuur bieden. Vooral doorvertaling tot het niveau ‘wie doet wat’ helpt om handelingsperspectief concreet te maken en daarmee de beweging te versterken. Om de doelen binnen het gestelde tijdspad te realiseren, is het zaak om de transitie in te zetten om alle bestaande werkzaamheden van de gemeente op een circulaire wijze te gaan uitvoeren. Daarnaast zal een projectmatige aanpak nodig blijven voor bottom-upexperimenten en vernieuwing. De inspanningen van de afgelopen jaren bieden de nodige aanknopingspunten om de implementatie van opgedane lessen en inzichten verder vorm te geven.

73

Aanbevelingen | Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

74

Op basis van alle inzichten komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. Bouw experimenten uit tot een systeemverandering. A. Implementeer geleerde lessen uit projecten, pilots en experimenten door de inzichten een praktische vertaling te geven naar de standaard manier van werken. Zorg daarbij voor verankering in reguliere processen, procedures, werk- en productomschrijvingen, zodat circulair werken het projectniveau ontstijgt. B. Organiseer een proces dat implementatie van lessen en inzichten uit succesvolle en minder succesvolle projecten sneller tot stand weet te brengen. Dit kan in nauwe samenwerking met uitvoerende directies. C. Organiseer voldoende tijd, aandacht, proces en begeleiding om individuele leerervaringen te ontsluiten naar de gehele organisatie. D. Zet total cost of ownership centraal bij investeringsbeslissingen door bijvoorbeeld aanpassingen te maken in financierings­ instrumenten en financiële spelregels zoals afschrijvingstermijnen. E.

Geef niet-financiële waarde daarbij eveneens een volwaardige plek, bijvoorbeeld door deze te ‘monetariseren’ (ook wel true pricing genoemd). Wees daarbij niet terughoudend om een voorbeeldrol te spelen als gemeente.

F.

Voorkom enkel sturen op de achterkant (zoals verhogen van het percentage recycling) en werk voornamelijk aan strategieën hoger op de R-ladder die bijvoorbeeld gaan over het aanpassen van ontwerpen, verminderen van materiaalbehoefte en realiseren van hergebruik.

G. Borg bij de aanvang van nieuwe projecten en activiteiten al een visie op opschaling, zodat tijdens de experimenteerfase precies datgene wordt geleerd wat nodig is voor grootschalige toepassing. 2. Betrek de partijen die in de opschalingsfase de realisatie voor hun rekening nemen al in de fase van pilots en experimenten, bij voorkeur in een opdrachtgevende rol om zo de ruimte tussen experimenten en schaalsprong te verkleinen. Maak een doorvertaling van de negen stra­te­ gische ambities naar een concreet stappen­plan, bijvoorbeeld in de vorm van een routekaart voor circulair. A. Maak per ambitie concreet welk impact­ potentieel er is en hoe dit bijdraagt aan de totale opgave. B. Zorg voor een mix van resultaten die op korte termijn al zichtbaar zijn en van de systeem­ verandering op de lange termijn die vaak minder zichtbaar is. C. Verbind circulair met andere maatschappelijke opgaven. Vermijd daarbij alleen te kijken naar CO2-uitstoot en focus op het verminderen van grondstofgebruik. Concretiseer de impact op de brede set aan ecologische en sociale indicatoren. D. Neem ontwikkelingen in de – krimpende – arbeidsmarkt mee als factor van betekenis. E.

Koppel de circulaire transitie met kansen voor economisch verdienvermogen. Pas economisch beleid zodanig aan dat het maatschappelijke doelstellingen voedt. Dit kan bijvoorbeeld door expliciet circulaire bedrijvigheid in specifieke productketens te stimuleren of te faciliteren.

3. Onderzoek vanuit welke rollen de gemeente de transitie het meeste versnelt, maak deze concreet en zet ze bewust in. A. Zet de inkoopkracht van de gemeente in als innovatieversneller door succeservaringen van de afgelopen periode in de rol van launching customer te repliceren en verder op te schalen. B. Zoek in lijn met de PBL-aanbevelingen waar het mogelijk is om met bestaande middelen meer drang en dwang uit te oefenen. De proof of the pudding is weerstand: transitie leidt tot frictie bij partijen die zijn gebaat bij het handhaven van de status quo van de lineaire manier van werken. De onduidelijkheden en onzekerheden die de circulaire transitie met zich meebrengt, gaan nu eenmaal gepaard met ongemak, moeite en frustratie. Zolang de weerstand op circulaire interventies beperkt is, zetten we nog onvoldoende in op daadwerkelijke grootschalige verandering.

| Lessen en Aanbevelingen 2020-2021

© Gemeente Amsterdam 2022

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11732917/1