CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Onderzoek en innovatie PBK AT Osborne

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 8 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de voortgangsbrief Programma Bruggen en Kademuren 2025 (VN2025-016126)7.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek en innovatie Programma Bruggen en Kademuren

Auteurs Alexander Schütte Lotte Beerepoot Geertje van Engen Datum 3 september 2025 Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Referentie 20240447

5.

Inhoud 1.

2.

3.

4.

Inleiding

1

1.1

Achtergrond

1

1.2

Onderzoek en innovatie

1

1.3

Vraagstelling AT Osborne

2

1.4

Leeswijzer

2

Innovaties in de aanpak

3

2.1

Initieel werkproces

3

2.2

Ontwikkeling van de herstelketen

4

2.3

Huidige herstelketen

4

Innovaties in de instrumentatie

8

3.1

Innovatieve instrumentatie inzicht en proces

8

3.2

Innovatieve instrumentatie herstel

10

Resultaten

13

4.1

Kwalitatieve beschrijving

13

4.2

Winst voor de stad

14

4.3

Kwantitatieve beschrijving

16

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Conclusie en aanbevelingen

20

5.1

Conclusies

20

5.2

Aanbevelingen

21

BIJLAGE 1: Onderzoek en innovaties binnen PBK

24

1. Inleiding 1.1 Achtergrond

1.

Amsterdam heeft een wereldberoemde waterinfrastructuur die onder andere

2. 3.

circa 1.800 bruggen en 600 kilometer kademuur en oevers omvat. Deze zijn in veel gevallen meer dan 100 jaar oud en niet ontworpen voor het huidige gebruik, zowel voor wat betreft intensiteit als belasting. Daarnaast heeft de gemeente Amster-

4.

Het waarborgen van de veiligheid en functionaliteit van de bruggen en kademuren Het zorgen voor een functionerende stad gedurende de gehele opgave Het maken van een realiseerbare programmering voor de vervangingsopgave Het optimaliseren en innoveren van processen en werkwijzen

dam een achterstand opgelopen in het onderhoud aan de constructies waardoor de functionele en veilige instandhouding niet meer gegarandeerd kon worden. Een en ander heeft geleid tot een aantal calamiteiten en het ad-hoc nemen van preventieve maatregelen zoals het afsluiten van belangrijke verbindingen in de stad. In het Coalitieakkoord van mei 2018 is besloten om een substantieel budget te reserveren voor nader onderzoek naar de technische staat van 850 bruggen en circa 200 km aan kademuren en een gerichte aanpak op het veiligstellen en vernieuwen

Figuur 1.1: Scope Programma Bruggen en Kademuren

daarvan. In februari 2019 is onder leiding van Pieter Cloo een rapport opgesteld

1.2 Onderzoek en innovatie

over de vervangingsopgave waarin onder andere werd geadviseerd om de pro-

Bij de start van het programma in 2019 bleek dat met de destijds beschikbare ken-

grammatische aanpak te versterken en op te schalen met een ‘factor 20’.

nis en inzichten circa 750 bruggen en 135 km kademuur naar verwachting niet

Voor de opgave is het Programma Bruggen en Kademuren (PBK) ingericht, waar juli 2019 een actieplan aan is gekoppeld met de volgende vier doelen.

voldeden aan de wet- en regelgeving. Het vervangen daarvan zou niet alleen extreem kostbaar zijn (naar inschatting circa € 500 miljoen per jaar) maar ook een enorme impact hebben op de kwaliteit, het milieu en het functioneren van de stad Amsterdam. Het was daarnaast onwaarschijnlijk dat de markt gesteld stond voor een dergelijke opgave.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

1

Elementaire vragen over de technische staat, het ontwerp en de draagkracht van een specifieke brug of kademuur waren op dat moment echter nog lastig te beantwoorden. En dat geldt zeker ook voor het vraagstuk hoe de veiligheid en functionaliteit het beste kan worden geborgd en hoe een noodzakelijke herstelmaatregel het beste kan worden uitgevoerd.

1.3 Vraagstelling AT Osborne Na jaren onderzoek en innovatie heeft het programma in 2021 een belangrijke koerswijziging ingezet. Door de toegenomen kennis en ervaring is Amsterdam nu naast vervangen ook in staat de levensduur te behouden of verlengen met reparaties en renovatie. AT Osborne is gevraagd wat zes jaar programma op het gebied

Onderzoek en innovatie waren daarom essentieel voor het effectief en efficiënt be-

van financiën, duurzaamheid en boombehoud en andere terreinen de stad heeft

halen van de doelen van het PBK. Het PBK heeft daar de afgelopen jaren veel in

opgeleverd, en om dit op gebied van financiën en duurzaamheid waar mogelijk

geïnvesteerd en doet dat nog steeds. Bij het ontwikkelen en delen van kennis zijn

ook te kwantificeren. Het is de opdracht om de benodigde informatie samen met

verschillende kennisinstellingen, overheidsinstellingen, bedrijven en belangenor-

het programma boven tafel te krijgen.

ganisaties betrokken, in verschillende gerichte samenwerkingsverbanden. De opgedane kennis wordt vervolgens in ‘proeftuinen’ in de praktijk getest.

Om die vraag te beantwoorden hebben wij niet alleen diverse rapportages en documenten over het programma bestudeerd maar vooral ook met veel betrokken medewerkers van het programmabureau gesproken.

Onderzoek is een systematisch en doelgericht proces om (technische) vraagstukken op te lossen of te verbeteren, op basis van het verzamelen, analyseren

1.4 Leeswijzer

en toepassen van betrouwbare data.

De inspanningen van PBK op onderzoek en innovatie hebben geleid tot een verbeterde aanpak van de opgave en een nieuwe en verbeterde instrumentatie. Deze

Innovatie is het proces van het ontwikkelen en implementeren van nieuwe of

ontwikkelingen worden beschreven in de hoofdstukken 2 en 3. Hoofdstuk 4 omvat

verbeterde ideeën, producten, diensten of processen die waarde creëren. Dit

het resultaat van deze innovaties in aanpak en instrumentatie. De rapportage

kan gaan om technologische vernieuwingen, maar ook om nieuwe manieren

wordt afgesloten met conclusie en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

van werken, organiseren of denken. Innovatie draait om vernieuwing met impact, of dat nu in een bedrijf, een sector of de samenleving als geheel is..

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

In de bijlage is een overzicht opgenomen van de verschillende onderzoeksprogramma’s die door het programmabureau de afgelopen jaren zijn uitgezet.

2

2. Innovaties in de aanpak Sinds de start van het PBK heeft de aanpak van het programma zich ontwikkeld. Waar in 2019 het proces signaalgestuurd werd ingericht met de vervangingsopgave centraal, wordt de scope anno 2025 intensief (her)overwogen aan de hand van een kennisintensief en waardegedreven herstelproces. Er zijn manieren ontwikkeld om het areaal beter te monitoren en te beoordelen én het arsenaal aan herstelmaatregelen is uitgebreid.

2.1 Initieel werkproces Bij de start van het programma is op basis van de toen beschikbare informatie, richtlijnen en modellen de staat van de 850 bruggen en 200 km kademuur in de scope van het PBK geanalyseerd. Met als resultaat dat 750 bruggen en 135 km kademuur waarschijnlijk niet voldeden aan de wet- en regelgeving en eigenlijk zouden moeten worden afgekeurd. Juli 2019 werd voorgesteld een investeringsprogramma op te zetten van minimaal € 150 miljoen per jaar. Naar inschatting zou volledige vervanging met factor 20 (conform de aanbeveling van de commissie Cloo) oplopen tot wel € 500 miljoen per jaar. De beschikbare informatie over de objecten was echter beperkt en de richtlijnen en modellen waren minder geschikt voor de Amsterdamse situatie. Op basis van gericht nader onderzoek (quick scan) zijn de meest risicovolle constructies versneld in beeld gebracht. Op basis daarvan werden technisch adviezen opgesteld, deels op basis van monitoring en deels op basis van constructief advies.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Figuur 2.1: Initieel werkproces

3

Voor objecten met een acuut veiligheidsrisico werden tijdelijke veiligheidsmaatregelen getroffen, de overige objecten die na technisch advies met een hoog risico

Inmiddels is een kennisintensieve en waardegedreven herstelketen ontwikkeld die

werden bestempeld werden geprogrammeerd voor vervanging.

het mogelijk maakt om een integrale afweging te maken wat, wanneer en hoe te

2.2 Ontwikkeling van de herstelketen

herstellen.

Vanaf de start van het programma is hard gewerkt aan het beter in kaart brengen

Kennisintensief omdat er door verbeterde monitoringstechnieken, inspecties en

van de staat van de verschillende objecten in de scope van het programma. Door

wetenschappelijk onderzoek een geoptimaliseerd inzicht in het areaal is ontstaan

middel van archief onderzoek, duiken & inspecties en het ontwikkelen van nieuwe

waarin op basis van signalering prioritering wordt aangebracht. Waardegedreven

meetinstrumenten en -methoden werd steeds meer bekend over de technische

omdat er een integrale afweging wordt gemaakt die niet alleen de technische as-

staat van de bruggen en kademuren. Op basis daarvan kon een steeds beter on-

pecten omvat maar waar ook de effecten op de omgeving, de duurzaamheids- en

derbouwd constructief advies worden gegeven. Daarnaast is onderkend dat het

hinderaspecten en de samenloop met overige projecten in worden betrokken.

herstel van objecten in veel gevallen kan worden verbonden met andere opgaven

Daarmee kan de daarvoor gehanteerde aanpak van het vervangen van een object

in de directe omgeving.

als de theoretische levensduur daarvan is verstreken worden verlaten.

2.3 Huidige herstelketen 2.3.1 Extra processtappen Ten opzichte van het eerdere werkproces (figuur 2.1) zijn, naast de doorontwikkeling van de technisch adviezen binnen het team ‘Constructief beoordelen & Advies (CB&A)’, de processtappen ‘Monitoring & data analyse (M&DA)’ en ‘Afweging toekomstbestendig herstel (ATH)’ toegevoegd. Daarnaast worden naast vervangen drie alternatieve herstelmaatregelen meegenomen in de afwegingen: repareren/renoveren, functieherwaardering en terug naar regulier beheer. Tenslotte is het doel in de analyse, afwegingen en programmering van de herstelmaatregelen Figuur 2.2: Ontwikkeling herstelketen

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

om expliciet gebiedsgericht te werken.

4

Monitoring & data analyse; Door verschillende innovatietrajecten zijn er meer methodieken beschikbaar waarmee

het

areaal

wordt

gemonitord.

Waar

voorheen

de monitoring als tijdelijke veiligheidsmaatregel werd ingezet, wordt deze nu gebruikt ten behoeve van prioritering. Bruggen en kademuren worden alleen nog geïnspecteerd als de monitoringsgegevens hier aanleiding toe geven. 

Afweging toekomstbestendig herstel De afweging voor een passende herstelmaatregel vindt plaats in de herstelketen: dit heet de afweging toekomstbestendig herstel (ATH). Deels ingegeven door de beperkte(re) financiële middelen en deels vanuit een waardegedreven herstelproces wordt in deze processtap een integrale afweging gemaakt. Daarbij wordt naast technisch advies ook gekeken naar aspecten als duurzaamheid, hinder en kosten. Het doel van deze aanpak is mensen en middelen efficiënt in te zetten. Door capaciteit gericht in te zetten kunnen substantiële kosten worden bespaard en kan worden aangesloten bij beleidsdoelen van de gemeente Amsterdam.

Figuur 2.3 Herstelketen 2025

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

5

2.3.2 (Permanente) herstelmaatregelen Naast de in 2019 beschikbare herstelmaatregel ‘sloop-nieuwbouw’, zijn drie herstelmaatregelen toegevoegd aan de herstelketen: 

ONDERZOEK EN INNOVATIE Onderzoek en innovatie is vanaf de start van het PBK een essentieel onderdeel geweest van de opgave. Er wordt om die reden 10% van het exploitatiebudget

Repareren/renoveren

geïnvesteerd in innovatie. Daarnaast is er cofinanciering van onder andere het

Waar in 2019 uit werd gegaan van een levensduur van 100 jaar worden

Nationaal Groeifonds en UrbiQuay (een initiatief van PBK, AMS institute en

nu andere mogelijkheden onderzocht. Hierbij wordt gekeken naar reno-

NWO).

vatiemaatregelen om een brug of kade weer minimaal 30 jaar veilig te

kunnen gebruiken. Dit kost minder tijd, bezorgt minder overlast en kost

Het doel van het innovatieproces binnen PBK is het verkennen, aanjagen en

minder geld.

initiëren van innovaties & het evalueren en opschalen ervan. Innovaties vari-

Functieherwaardering

eren van (technische) optimalisaties tot een andere manier van werken/

Vanuit het principe van wat niet stuk is, hoeft ook niet hersteld kan op

cultuurveranderingen. Het innovatieproces vindt plaats in drie living labs:

basis van permanente lastbeperking een nieuwe functie worden toege-

kend aan een brug of kade. Hierdoor hoeft deze niet te worden

Living Lab Data-gedreven asset management

vervangen.

Living Lab Levensduurverlenging

V&OR (Verkeer en Openbare Ruimte)

Living Lab voortdurend vernieuwen

Als een object zonder extra maatregelen aantoonbaar nog minimaal 30 jaar kan voldoen aan de eisen, kan het worden overgedragen aan beheer

Living Labs zijn organisatievormen waarbinnen de samenwerking met markt

en daarmee uit de scope van het PBK.

en kennisinstellingen wordt vormgegeven (triple helix), soms aangevuld door bewoners en andere betrokkenen (quadruple helix). In de labs werkt de gemeente bijvoorbeeld nauw samen met partners als AMS, TNO en de TU Delft. De ideeën die daaruit naar voren komen, worden getest in proeftuinen. De proeftuinen vinden plaats in Amsterdam. Er is ruimte voor experimenteren en oplossingen worden getest. Hierover wordt relevante data verzameld als input voor de verschillende stappen van de herstelketen.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

6

2.3.3 Gebiedsgericht werken Bij aanvang van het programma werd de herstelketen van boven naar onder doorlopen. Per object vond risico gestuurd een analyse plaats, op basis waarvan het object voor herstel de programmering in ging. Recente ontwikkeling is de gebiedsgerichte benadering, waarbij de wens is ook van onder naar boven te sturen op het proces. Vanuit de programmering wordt bekeken welke objecten opgaan voor herstel, en vanuit de gedachte om werk met werk te maken en door knelpunten over de individuele projecten aan te pakken ontstaat efficiency in het proces.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

7

3. Innovaties in de instrumentatie Instrumentatie omvat het geheel van meet- en monitoringsapparatuur, toets- en beoordelingskaders en afwegingkaders om de staat en prestaties van constructies in het areaal te bepalen, beoordelen en af te wegen. Binnen het programma zijn verschillende innovatieve instrumenten ontwikkeld. Deze zijn onderverdeeld in: instrumenten ten behoeve van het inzicht en het proces (paragraaf 3.1) en instrumenten ten behoeve van het herstel (paragraaf 3.2).

3.1 Innovatieve instrumentatie inzicht en proces Per processtap is innovatieve instrumentatie ontwikkeld, zie figuur 3.1. 3.1.1 Monitoring & Data-Analyse (M&DA) M&DA beschikt over drie nieuwe instrumentaria als gevolg van een innovatiecompetitie. Als eerste ‘vangnet’ wordt gebruik gemaakt van satellietmetingen. Dat heet eerstelijnsmonitoring. Als uit verschillende satellietmetingen wordt afgelezen dat een object aan het bewegen is, wordt besloten tot vervolgonderzoek. Onderdeel van dit vervolgonderzoek is de tweedelijnsmonitoring. Deze bestaat uit o.a. inclinatiesensoren en scheursensoren.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Figuur 3.1: Innovatieve instrumentatie inzicht en proces

8

Met behulp van traditionele methoden (tachymetrie en waterpassing) kon 10%

De TAK en de TAB zijn door PBK ontwikkeld (en nog in ontwikkeling). Door een

van het areaal worden gemonitord. Door nieuwe methoden toe te voegen aan

scherper beeld van de staat van constructies kan een passend besluit over de

het instrumentarium is PBK beter in staat het areaal te monitoren en inzicht te

herstelmaatregel worden genomen.

krijgen in de technische staat van bruggen en kademuren. Eventuele signalen uit de monitoring vormen input voor de prioritering.

Draagkracht in de praktijk

3.1.2 Constructief Beoordelen & Advies (CB&A)

Meer dan 100 bruggen in Amsterdam bestaan uit een betonnen plaat met stalen liggers: de ‘verbundträgerdekken’. Volgens vigerende normen zouden deze bruggen al lang moeten zijn vervangen maar in de praktijk leken ze nog voldoende draagkrachtig.

Bij CB&A is onderscheid gemaakt in kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingen. De kwalitatieve beoordeling is samen met kennisinstellingen en ingenieursbureaus ontwikkeld (en in ontwikkeling) en vastgelegd in de Amsterdamse Risicobeoordeling Kademuren en Bruggen (ARK en ARB). Op basis van deze beoordeling wordt de restlevensduur van (onderdelen van) constructies bepaald. Voor kademuren wordt daarnaast een technisch advies (TA) opgesteld. Stap twee betreft kwantitatief onderzoek door middel van een constructieve beoordeling op basis van het Toetskader Amsterdamse Kades en het Toetskader Amsterdamse Bruggen (TAK en TAB). Deze stap wordt voor alle individuele bruggen uitgevoerd, tenzij er al een constructieve berekening conform de huidige richtlijnen beschikbaar is. Van representatieve bruggen binnen een familie, kunnen de resultaten beredeneerd worden doorvertaald naar de rest van de familie. Voor kademuren wordt alleen een kwantitatieve toets uitgevoerd wanneer dit voorziene meerwaarde oplevert. Ook voor kademuren kunnen resultaten over de

Bij het vervangen van de eerste bruggen met deze constructie zijn in nauwe samenwerking met TNO en de TU Delft brugdelen uitvoerig getest. Daaruit bleek dat de sterkte, draagkracht en verwachte restlevensduur van de specifieke constructie van de brugdekken veel beter was dan op basis van eerdere berekeningen kon worden voorzien. Onderdeel van het onderzoek was ook het ontwikkelen van een geavanceerd rekenmodel waarmee nauwkeurig kan worden voorspeld bij welke belasting er bepaalde effecten optreden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kon worden besloten dat de overige bruggen met deze constructie niet hoefden te worden vervangen en konden worden overgedragen aan beheer. De opgedane kennis en ervaring is verwerkt in de risicobeoordeling en het toetskader van het PBK. Zie ook: Hoeveel trägt een Verbundträger?

constructieve staat beredeneerd worden doorvertaald naar een vergelijkbare set van kademuren: de areaalbenadering.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

9

3.1.3 Afweging Toekomstbestendig Herstel

Vervolgens wordt bij (ATH) een integraal advies opgesteld op basis van de technische adviezen, een uitvoeringsadvies, omgevingsadvies, duurzaamheid en

Koningsgracht: een techniek waarbij vanaf pontons op het water steeds aan een klein stuk kademuur wordt gewerkt. Hiermee wordt de overlast beperkt.

Kade 2.020: werkt in kleine segmenten, stukken kademuur van 5 meter. Zij

financiën. Hierbij worden voor de stad belangrijke aspecten als boombehoud,

hebben een Z-wand ontwikkeld die niet steunt op de grond achter de kade-

hinder en MKI-waarden meegenomen in de afweging. Doel is waardegedreven

muur, maar op de bodem van de gracht vóór de kademuur. Hierdoor wordt

keuzes te maken onderbouwd met onderzoeks- en monitoringsdata. Dit landt ge-

de grond achter de kademuur ongemoeid gelaten, en kan de weg in gebruik

zamenlijk in een besluit toekomstbestendige maatregel (BTM), waarin

blijven.

gemotiveerd wordt gekozen voor een van de opties: sloop-nieuwbouw; repareren/renoveren; functieherwaardering en overdracht naar regulier beheer.

3.2 Innovatieve instrumentatie herstel Ook voor de herstelmaatregelen: sloop-nieuwbouw, repareren/ renoveren en functieherwaardering is innovatieve instrumentatie ontwikkeld. 3.2.1 Sloop - Nieuwbouw Om de kwaliteit van de kades sneller op orde te krijgen is de markt bevraagd op zijn kennis, expertise en creativiteit ten aanzien van de vervangingsopgave. Doel is deze oplossingen toe te voegen aan het instrumentarium van het PBK. Dit heeft geleid tot de volgende drie oplossingen die zijn toegepast in een pilotproject. 

Figuur 3.2: Innovatieve herstelmaatregelen

G-kracht: een relatief kleine machine die dwars door de bestaande kademuur een aaneengesloten rij van buispalen de grond in drukt. De machine is zo smal dat er nauwelijks ruimte op de kade wordt ingenomen. Zo wordt de overlast voor de omgeving beperkt.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

10

3.2.2 Repareren/renoveren

3.2.3 Functieherwaardering

Samen met de markt worden naar aanleiding van een prijsvraag op innovatie drie

In 2019 werd functieherwaardering in afwachting van vervanging als tijdelijke vei-

oplossingen voor het renoveren van kademuren ontwikkeld. Hiermee worden ka-

ligheidsmaatregel ingezet. Inmiddels wordt functieherwaardering beschouwd als

demuren in de toekomst gerichter, sneller en goedkoper hersteld. Tegelijkertijd

een permanente herstelmaatregel. Bijvoorbeeld door van een verkeersbrug een

wordt hiermee ingezet op behoud van historisch aangezicht van de stad en beper-

fiets- of voetgangersbrug te maken of door een beweegbare brug als vaste brug te

ken van kosten en hinder. De innovaties die worden ontwikkeld zijn:

beschouwen. Door het wijzigen van de functie van een object wordt de levensduur

Renovatie met kade-fundovatie: een constructie van buispalen en groutankers om verzwakte funderingen van kademuren te ondersteunen.

Bouwen met buoycrete: buoycrete is een materiaal waarmee holle ruimtes kunnen worden opgevuld waardoor ontgronding en uitspoeling wordt tegen-

verlengd, en kan het object terug naar regulier beheer. Voorbeelden van functieherwaardering van een kademuur zijn het opheffen van parkeerplaatsen of het beperken van het toegestane gewicht voor vrachtverkeer op de rijbaan om daarmee de belasting te verminderen.

gegaan.

Een voorbeeld is de ontwikkeling van de zone zwaar verkeer, welke in 2021 in de

Bio-cementatie: met deze techniek kan de grond achter de kademuren wor-

binnenstad van Amsterdam is toegepast. Binnen die zone geldt voor alle voertui-

den versterkt. Hiermee voorkom je het ontstaan van zinkgaten, en kan de

gen boven de 7,5 ton dat ze een ontheffing moeten aanvragen om in deze zone te

constructie mogelijk worden versterkt.

mogen rijden. Voertuigen boven de 30 ton en langer dan 10 meter komen de zone

Ook is binnen PBK gewerkt aan het toepassen van groutinjectiepalen als renovatietechniek. Een techniek waarbij grout via injectiepalen in de kademuur wordt

niet meer in, tenzij ze kunnen aantonen dat de lading ondeelbaar is en dat er geen lichtere of kortere alternatieven zijn.

gespoten. Grout hardt uit tot een sterk materiaal, te vergelijken met beton. Deze

Daarnaast gelden er bepaalde gedragsregels binnen de zone om bruggen en ka-

methode is relatief snel, zorgt voor weinig overlast en is een stuk goedkoper dan

demuren te ontzien. Ook wordt onderzoek gedaan naar permanente

vernieuwing. Ook draagt het bij aan duurzaamheid: er wordt minder staal en ce-

lastbeperking in het wallengebied. Hiervoor wordt o.a. gekeken naar alternatieve

ment gebruikt dan bij vervanging, en deze methode kan volledig elektrisch

methoden van bevoorrading met lichte voertuigen en/of via het water en alterna-

worden uitgevoerd.

tieve methoden voor transport van afval.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

11

3.2.4 Regulier beheer Voor objecten met een laag risicoprofiel of na het uitvoeren van een passende herstelmaatregel kan een object terug naar regulier beheer bij V&OR. Het programma is opgericht onder de organisatorische paraplu van de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Dagelijks en groot onderhoud aan objecten in de stad zijn taken die worden uitgevoerd door de beheerorganisaties van V&OR. Het programma heeft als doel het beheer en onderhoud van de scope van het PBK gefaseerd over te dragen aan V&OR.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

12

4. Resultaten In de voorgaande hoofdstukken is beschreven welke innovaties zijn doorgevoerd in zowel de aanpak als de instrumentatie van het programma. Dit hoofdstuk geeft een eerste inzicht in de resultaten van deze innovaties.

4.1 Kwalitatieve beschrijving Het onderhouden en vervangen van objecten werd voor de start van het programma vooral gedreven door vaste schema’s en praktijkervaring. En incidenten. Zo was de technische levensduur theoretisch bepaald op 100 jaar. Met het door het programma uitgevoerde onderzoek en de door het programma ontwikkelde innovaties is het beter mogelijk om vast te stellen of een brug of kademuur nog veilig kan worden gebruikt dan wel moet worden hersteld. Het archief van bruggen en kademuren in Amsterdam was gedecentraliseerd en slechts beperkt en in verschillende systemen gedigitaliseerd. De afgelopen jaren zijn alle beschikbare gegevens achterhaald, samengevoegd, geordend en zoveel mogelijk gedigitaliseerd en ontsloten. In combinatie met de verschillende nieuwe meet- en monitorings- en analysemethoden en praktijkproeven kan de kwaliteit van de constructie en de samenstellende onderdelen nu beter, sneller en aanzienlijk goedkoper worden beoordeeld dan voorheen.

Figuur 4.1: Resultaten Onderzoek en Innovatie

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

13

Met het door het programma ontwikkelde integrale afwegingskader worden naast

2.

Omgeving;

het zicht op de huidige staat van de objecten ook alle andere relevante factoren

Hoeveel bomen moeten worden gekapt, hoeveel woonboten verplaatst en

voor een efficiënte aanpak meegewogen. Dat zijn afwegingen met betrekking tot

hoe lang is een (vaar-)weg niet beschikbaar?

prioritering, kosten, hinder, duurzaamheid en dergelijke maar ook de programmering van de uitvoering van de maatregelen in samenhang met andere

3.

Duurzaamheid; Wat is de milieubelasting (MKI)?

werkzaamheden in het gebied. De positieve gevolgen van onderzoek en innovatie binnen het PBK worden kort Ten opzichte van de start van het programma is zowel een beter zicht op de hui-

samengevat met de titel ‘winst’. Veruit de grootste winst van het programma is dat

dige staat van de verschillende objecten gegenereerd als een beter zicht op de

door onderzoek en het ontwikkelen en toepassen van toetsingsmodellen veel

herstelopgave. Er wordt hersteld en vervangen als dat nodig blijkt. Met als uit-

bruggen en kademuren nu worden goedgekeurd die op basis van eerdere bereke-

gangspunt: niet te laat maar ook niet te vroeg. Dat verhoogt niet alleen de

ningen dringend zouden moeten worden vervangen. Die objecten kunnen direct

veiligheid en functionaliteit maar bespaart ook kosten en reduceert hinder en mi-

worden overgedragen aan V&OR. Daarmee worden de financiële en milieukosten

lieubelasting.

voor sloop- en nieuwbouw vermeden en er hoeven geen bomen te worden gekapt, geen woonboten te worden verplaatst en het verkeer wordt niet gehinderd.

Het PBK heeft daarmee een solide basis gelegd voor een effectiever en efficiënter beheer van bruggen en kademuren in de toekomst.

4.2 Winst voor de stad

Ook functieherwaardering levert een substantiële winst op. Na het invoeren van lastbeperkende maatregelen kunnen de betreffende bruggen en kademuren worden overgedragen aan beheer. Er zijn weliswaar kosten voor het invoeren van de

Het voordeel van de resultaten van alle inspanningen van het PBK op onderzoek

maatregelen en toezicht en handhaving daarop maar deze zijn gering ten opzichte

en innovaties is te verdelen in drie onderling samenhangende categorieën:

van sloop- en nieuwbouw.

1.

Financieel; Wat zijn de kosten?

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

14

Er is winst voor wat betreft boombehoud en woonbootverplaatsingen maar wel verlies van functionaliteit. De functie herwaardering is immers in alle gevallen een functiebeperking. Voor wat betreft duurzaamheid zijn er, naast de vermeden milieukosten van sloop- en nieuwbouw, positieve effecten als gevolg van de verkeersbeperkende maatregelen. Repareren of renoveren levert minder winst op dan overdragen en herwaarderen maar kan wel goedkoper, met minder materialen & minder hinder dan bij sloop-

Het meten van duurzaamheid Voor afwegingen met betrekking tot duurzaamheid wordt recentelijk onder andere de milieukostenindicator toegepast (MKI). De MKI weegt verschillende milieueffecten gedurende de levenscyclus en telt deze op tot één waarde in euro’s. Deze berekeningen zijn vooralsnog alleen voor de verschillende alternatieven voor het vervangen of renoveren van kademuren uitgevoerd.

en nieuwbouw.

Voor de verschillende (sub)varianten is de MKI per 20m kademuur als volgt.

Sloop-nieuwbouw levert vanzelfsprekend de minste winst op. Wel kan die activi-

Variant

Subvariant

teit in een aantal gevallen steeds goedkoper, duurzamer en met minder hinder

IPK

Kade 2.020 G-kracht G-kracht onverankerd Koningsgracht

€ 22.500 € 26.100 € 20.300 € 12.300

Regulier

L-muur op stalen buispalen L-muur op betonpalen Combiwand verankerd

€ 28.300 € 16.300 € 17.500

Renovatie

Groutinjectie

€ 11.200

worden uitgevoerd dan bij de start van het programma. Onder andere door gebruik te maken van de innovaties die volgen uit de verschillende onderzoeks- en innovatieprogramma’s die door het PBK zijn opgestart zoals het Innovatie Partnerschap Kademuren (IPK).

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

MKI

15

Ook tijdelijke veiligheidsmaatregelen zijn buiten beschouwing gelaten. Deze maatregelen zijn geen vervanging voor het toepassen van een permanente herstelmaatregel, maar worden toegepast wanneer zich acuut een probleem voordoet en een brug of kademuur de volledige herstelketen nog niet heeft doorlopen. De effecten van deze maatregelen staan beschreven in 4.3.4 ‘gerealiseerde veiligheidsmaatregelen’.

4.3 Kwantitatieve beschrijving Er zijn en worden veel data gegenereerd door het PBK. Door verschillende personen, op verschillende plekken in de organisatie, in verschillende bestanden en met verschillende uitgangspunten, brondata en doelstellingen. Er zijn nog weinig tot geen gegevens beschikbaar waarmee de eerder beschreven ‘winst voor de stad’ Figuur 4.2: Verbeelding winst per herstelmaatregel In figuur 4.2 is de relatieve ‘winst’ per herstelmaatregel verbeeld: groen duidt op een hoge of maximale winst op de drie aspecten terwijl rood een beperkte of lage winst aanduidt. De grootte van elk vak geeft een ruwe indicatie van de verwachte winst maar is niet kwantitatief onderbouwd. Effecten op het (toekomstig) regulier beheer zijn vooralsnog niet beschreven maar

nauwkeurig en betrouwbaar kan worden gekwantificeerd. In deze paragraaf wordt, op basis van de bruggen en kademuren waar al expliciete keuzes ten aanzien van de herstelmaatregelen zijn gemaakt en op basis van verschillende kengetallen, een eerste aanzet gegeven voor een dergelijke kwantificering op areaalniveau. Deze heeft een beperkte nauwkeurigheid en betrouwbaarheid maar geeft wel inzicht in de ordegrote van de vermeden kosten, mede door de onderzoeken en innovaties in aanpak en instrumentatie.

hebben wel effect op de winst. Sommige maatregelen, zoals bij renovatie met groutinjectiepalen, verlengen de levensduur theoretisch met 30-50 jaar terwijl sloop-nieuwbouw weer een object wordt gerealiseerd met een levensduur met 100 jaar.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

16

4.3.1 Bruggen

herstelmaatregel toch niet toepasbaar blijkt op de brug of kademuur gaat deze

Na een eerste analyse in 2019 was de verwachting dat 750 van de 850 bruggen niet

terug de herstelketen in en wordt opnieuw een integrale afweging gemaakt.

voldeden aan de wet- en regelgeving en mogelijk zou moeten worden vervangen. Tot op heden is voor 71 bruggen een integrale afweging gemaakt en een BTM geOudere bruggen op houten palen vormden het hoogste risico en deze zijn dan ook

nomen. Daarvan kan 83% direct worden overgedragen aan V&OR, 6% kan worden

als eerste verder onderzocht. Inmiddels is bekend dat circa 10 van de in totaal 269

gerenoveerd, 1% wordt functioneel her-gewaardeerd en van 10% van de bruggen

bruggen met houten palen door CB&A wordt geadviseerd om deze te vervangen.

is besloten om ze te vervangen.

Effect grote houten palen onderzoek Door gericht te investeren in risicobeoordelingen heeft de stad grote financiële winst geboekt bij het beheer van verkeersbruggen. In 2019 werd nog aangenomen dat een groot deel (750) van de 850 verkeersbruggen in Amsterdam aan vervanging toe zou zijn. Deze aanname was onder meer gebaseerd op de theoretische levensduur, de invoering van de Eurocode (2012) en het bouwjaar van de bruggen. Vooral bruggen op houten palen (circa 269 bruggen) en zogenoemde boomerbruggen uit de wederopbouwperiode (circa 161 bruggen) golden als risicovol. Uit duikinspecties en houtmonsters bleek dat slechts 98 van de 269 bruggen op houten palen een gemiddeld tot hoog risicoprofiel hadden.

Deze percentages kunnen niet zonder meer worden geëxtrapoleerd over de totale portefeuille van het programma. De ‘steekproef’ is niet alleen klein maar ook niet representatief. Het betreft immers de bruggen in de hoge risicocategorie qua leeftijd en constructie. Wel is daarmee aannemelijk dat het direct overdragen van 83% van de bruggen aan V&OR een ondergrens betreft voor wat betreft de totale ‘winst’ voor de stad. De kosten voor het vervangen van een brug zijn afhankelijk van de omvang, het ontwerp en de lokale omstandigheden en worden ruwweg geschat op € 5 tot € 15 miljoen. De minimale financiële winst van het niet vervangen en renoveren kan dan worden berekend op 83% * 750 bruggen * € 5 miljoen = € 3,12 miljard.

Na het advies van CB&A wordt door ATH een integrale afweging gemaakt over het toepassen van een herstelmaatregel voor een brug of kademuur. Dat resulteert uiteindelijk in een Besluit Toekomstige Maatregel (BTM). Voorafgaand aan de uitvoering van de herstelmaatregel vindt een nadere analyse plaats. Indien de

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

17

Evenals voor de bruggen kunnen ook deze percentages niet zonder meer worden geëxtrapoleerd over de totale portefeuille van het programma. Maar ook hier betreft het kademuren in de hoge risicocategorie qua leeftijd en constructie en is het daarmee aannemelijk dat er sprake is van een ondergrens voor wat betreft de totale ‘winst’ voor de stad. De normkosten voor sloop- en nieuwbouw van een kademuur bedragen € 52.000 per strekkende meter en voor renovatie € 26.000. De financiële winst van het niet vervangen en renoveren kan dan worden geschat op (29+5)% * 135 * € 52.000 = € 2,4 miljard. De financiële winst van het renoveren in plaats van vervangen op 41% * 135 * € 26.000 = € 1,4 miljard. Figuur 4.3 Besluiten herstelmaatregelen bruggen 4.3.2 Kademuren Na een eerste analyse in 2019 was de verwachting dat ongeveer 135 van de circa 200 km kademuur niet voldeden aan de wet- en regelgeving en mogelijk zou moeten worden vervangen. Inmiddels is voor meer dan 23 km aan kademuur een BTM genomen, wat betekent dat ze de herstelketen (in ieder geval één keer) hebben doorlopen. Exclusief het besluit voor her-beoordelen en nader onderzoek (1,7 km), is voor 25% van de geanalyseerde meters kademuur een besluit tot sloop-nieuwbouw genomen en voor 41% voor renovatie. Bijna 30% kan direct worden overgedragen en voor 5% is besloten tot herwaardering.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Figuur 4.4: Besluiten herstelmaatregelen kademuren

18

Door het PBK is voor deze rapportage ook een meer diepgaande analyse uitgevoerd van beschikbare databestanden met betrekking tot de kademuren in verschillende deelgebieden. De resultaten daarvan zijn vervolgens verrijkt met inzichten en schattingen over de lengte kademuur die waarschijnlijk de komende jaren zullen moeten worden vernieuw of gerenoveerd enerzijds of direct weer kunnen worden overgedragen aan regulier beheer. De analyse omvatte 212 km kademuur verdeeld over 1.824 rakken, het resultaat is weergegeven in onderstaande figuur.

Figuur 4.5: Verwachtingen kademuren

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

19

5. Conclusie en aanbevelingen 

5.1 Conclusies

1.000 archiefonderzoeken beschikbaar, 550 duikinspecties voltooid en meer dan 300 kwalitatieve beoordelingen toegepast.

Het Programma Bruggen en Kademuren is opgezet als een urgente, complexe en langjarige opgave die de veiligheid en functionaliteit van de stad moest borgen door sloop en nieuwbouw van objecten. In de afgelopen jaren is veel geld, tijd en energie geïnvesteerd in het bouwen aan een herstelketen waarmee waardegedreven, kennisintensieve besluiten kunnen worden genomen voor het effectief en efficiënt borgen van die veiligheid en functionaliteit.

Beter zicht op het areaal geeft beter zicht op de herstelopgave. Voor 71 bruggen is inmiddels een definitief besluit genomen en voor meer dan 23 km kademuur. Met het volgende resultaat. 

bespaart dit de stad niet alleen geld, er worden ook minder schaarse materialen verbruikt, er hoeven minder bomen te worden gekapt en hebben woonbooteigenaren, omwonenden en gebruikers van de openbare ruimte minder last van de werkzaamheden. De winst van het programma zit daarom in de afweging die in de herstelketen wordt gemaakt: door de juiste informatie te verzamelen, kunnen ook de juiste keuzes worden gemaakt. Inmiddels: 

is op alle 850 bruggen een kwalitatieve beoordeling toegepast en voor 396 bruggen een kwantitatieve beoordeling;

83% van de 71 bruggen kan terug naar regulier beheer. Voor 10% van de geanalyseerde bruggen is een besluit tot sloop-nieuwbouw genomen, 6% voor

En met de daardoor beschikbare kennis kunnen anno 2025 betere keuzes worden gemaakt dan in 2019. Want als een constructie niet hoeft te worden vervangen,

is 90% van de kademuren in beeld via satellietmonitoring, zijn er meer dan

renovatie en voor 1% is besloten tot functieherwaardering. 

Voor 25% van de 23km kademuur is een besluit tot sloop-nieuwbouw genomen en voor 41% renovatie. Bijna 30% kan direct worden overgedragen en voor 5% is besloten tot herwaardering.

Het resultaat daarvan is uit te drukken in de winst in de vorm van vermeden kosten, minder milieubelasting en minder hinder als gevolg van de heroverweging van de totale scope. Door besluiten te nemen op basis van waardegedreven kennisintensieve informatie wordt alleen hersteld als dat nodig is en wordt niet gesloopt wat nog goed is. De vermeden kosten van het niet slopen en nieuwbouwen van een groot gedeelte van de scope van het PBK zijn niet voldoende nauwkeurig en betrouwbaar te schatten maar bedragen miljarden euro’s. Investeren in onderzoek en innovatie heeft een hoog rendement.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

20

5.2 Aanbevelingen Op basis van de bevindingen in dit rapport en het proces dat is gevolgd bij het opstellen daarvan worden drie aanbevelingen geformuleerd die richting geven aan mogelijke vervolgstappen. Kwantificering van de ‘winst’ In dit onderzoek zijn de meeste effecten van onderzoek en innovatie vooral kwalitatief beschreven omdat de kwantitatieve onderbouwing van die effecten in veel gevallen nog niet mogelijk is. Dit komt onder andere omdat (kwalitatieve en kwantitatieve) beoordelingen nog niet 100% zijn afgerond en omdat nog niet over alle objecten een integraal besluit is genomen. Ook zijn innovatietrajecten en proefbelastingen nog niet altijd afgerond. In sommige gevallen, zoals bij buoycrete, groutinjectes en IPK-methoden, is de omvang van de dataverzameling onvoldoende om tot robuuste conclusies te komen. In die gevallen moet het aantal waarnemingen worden vergroot alvorens uitspraken te kunnen doen over de effectiviteit van de interventies. Naast de directe financiële consequenties van het niet vervangen als dat niet nodig is zijn er ook substantiële effecten voor de omgeving zoals minder hinder, minder verplaatsingen van woonboten en het behoud van monumentale bomen. Helaas is het nog niet mogelijk om die effecten ook te kwantificeren. De daarvoor

Aanbevolen wordt om een systeem en proces te ontwerpen waarmee de ‘winst’ van het programma vanuit verschillende invalshoeken gestructureerd kan worden gekwantificeerd. Daarmee kan nog beter worden onderbouwd dat investeren in onderzoek en innovatie in aanpak en instrumentatie loont. Ontwerpen en implementeren relationele database Er zijn al veel gegevens verzameld over de verschillende objecten en de hoeveelheid groeit nog steeds. Uit deze gegevens kan nuttige informatie worden gedestilleerd over de staat en veiligheid van de verschillende objecten en kunnen onderbouwde besluiten worden genomen voor herstel en beheer. Data wordt in verschillende teams gegenereerd en beheerd. Veel data is opgeslagen in niet gekoppelde Excel-bestanden met een vaak persoonlijke benadering en in eigen beheer. Dit brengt risico’s met zich mee voor de consistentie, actualiteit en toegankelijkheid de data. Hierdoor is het lastig om een betrouwbaar en integraal beeld van het areaal te krijgen. Arcgis geeft wel betrouwbare data maar beperkt zich tot op heden tot visueel inzicht, zonder de mogelijkheid data te genereren voor het totaal. Gezien de hoeveelheid data en complexiteit van het areaalbeheer is het verstandig om te professionaliseren richting centraal en duurzaam informatiebeheer. Ook gezien de voorziene overdracht van de beheertaak naar V&OR.

benodigde gegevens zijn nog te versnipperd en onbetrouwbaar.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

21

Professionalisering kan door middel van:

Ook hebben de verschillende stappen ( M&DA, CB&A, ATH tot programmeren) al-

een zorgvuldige afweging welke data centraal en toegankelijk dienen te wor-

lemaal een ander karakter en belang. Vanuit programmering zit het belang op

den bijgehouden en opgeslagen

gebiedsgericht werken terwijl CB&A elk object beoordeelt op basis van priorite-

het standaardiseren van data door uniforme formats en data definities;

ring. De afweging binnen ATH is politiek gekleurd. Verschil in belangen tussen de

het opslaan van deze data in één relationele database;

verschillende stappen heeft als risico dat dit het proces kan vertragen en tegen-

Verbeteren van de kwaliteit van de data door regelmatig de volledigheid, juist-

werken.

heid en actualiteit te controleren; 

Bevorderen van de samenwerking en cultuurcomponent door processen en verantwoordelijkheden vast te leggen voor het beheer van areaaldata, en elkaar daar ook op aan te spreken;

En te investeren in systemen en vaardigheden zodat data uniform & efficiënt

Het verdient de aanbeveling de herstelketen opnieuw tegen het licht te houden en af te stemmen op de overdracht naar V&OR. Tijdig een proces in richten dat aansluit bij het assetmanagementproces binnen V&OR helpt bij het overdragen van het programma aan regulier beheer.

gebruikt en geanalyseerd kan worden. Dit vergemakkelijkt ook de overdracht

Te overwegen is om het proces minder lineair maar meer centraal gestuurd in te

naar V&OR.

richten (figuur 5.1). Daarin staat ATH centraal, in samenwerking met programme-

Evalueren herstelketen Sinds de start van het programma is de herstelketen geëvolueerd. Zowel in de ver-

ring en van daaruit worden monitoring en (constructieve) beoordelingen van het areaal beheerd en objecten geprogrammeerd voor herstel.

schillende stappen als onderdeel van de keten, als in de herstelmaatregelen. Dat

Dit zorgt ervoor dat er sturing is op het geheel en voorkomt dat objecten meerdere

heeft onmiskenbaar gunstige effecten gehad, zoals ook beschreven in dit rapport.

keren door dezelfde hoepels moeten. Tegelijkertijd draagt het ook bij aan het cen-

Het risico van deze stapsgewijze aanpak zit in de lineaire werking ervan, ‘van boven naar beneden’. In de praktijk komt het zelden voor dat een object de herstelketen van boven naar beneden doorloopt. Ervaring leert dat objecten heen en weer ‘ping pong-en’ tussen de verschillende stappen en herstelmaatregelen.

traliseren van de gegevens, en vereenvoudigt hiermee de sturing op- en inzicht in het geheel aan onderzoeken en maatregelen. Tot slot vereenvoudigt hierdoor het prioriteringsproces voor herstelwerkzaamheden met een hoog risico, wat de toepassing van veiligheidsmaatregelen zou kunnen voorkomen.

Tegelijkertijd kan een object na elke risicovolle gedetecteerde bewegings- signalering via M&DA opnieuw de herstelketen in, waardoor objecten in de praktijk meerdere keren de herstelketen doorlopen.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

22

Figuur 5.1: Centraal gestuurde herstelketen

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

23

BIJLAGE 1: Onderzoek en innovaties binnen PBK Binnen het programma worden de volgende innovaties en onderzoekspro-

Er zijn drie consortia geselecteerd die hun methodieken en technieken naar de praktijk mochten brengen:

gramma’s onderscheiden: 

Urbiquay

-

Het Urbiquay (Urban Bridge and Quay Wall Innovations) programma richt zich op onderzoek naar duurzame oplossingen voor zowel technische als procesmatige uitdagingen rond herstel, vernieuwing en beheer van bruggen en kademuren. Dit programma is opgezet door de gemeente Amsterdam, de Ne-

ren uitgezet. Uiteindelijke hebben vier partijen een aantal vernieuwende technieken ontwikkeld voor monitoring en sensoring van bruggen en kade-

Drie verschillende consortia van kennisinstellingen, overheden, bedrijven en

muren en die in de praktijk getest.

belangenorganisaties doen onderzoek naar: -

Milieuvriendelijke herstelmethoden die rekening houden met cultuurhistorische waarden.

-

Methodes voor het verbeteren van (circulaire)aanpak en logistiek van dit soort complexe bouwprojecten.

Innovatiecompetitie Monitoring Bruggen en Kademuren Research (SBIR)’ is de innovatiecompetitie Monitoring Bruggen en Kademu-

Institute for Advanced Metropolitan Solutions.

Monitoring en beoordeling van de staat van bruggen en kademuren

2.020

In nauwe samenwerking met het RVO programma ‘Small Business Innovation

derlandse organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek en het Amsterdam

-

G-Kracht Koningsgracht Kade

Ontwikkeling beoordelings- en toetsmethodiek bruggen en kademuren Samen met de partners van de samenwerkingsovereenkomsten ingenieursdiensten en kennisinstellingen is een standaardmethodiek ontwikkeld voor een kwalitatieve beoordeling: de Amsterdamse Risicoscan Bruggen (ARB) en de Amsterdamse Risicobeoordeling Kademuren (ARK).

Innovatiepartnerschap Kademuren (IPK) Met het Innovatiepartnerschap Kademuren (IPK) zijn ingenieursbureaus en aannemers uitgedaagd om de vernieuwingsopgave te versnellen, hinder en overlast te verminderen en te verduurzamen met mogelijk behoud van bomen.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

24

De onderzoeksprogramma’s voor bruggen en voor kademuren richten zich

-

Een ander onderdeel van het onderzoeksprogramma is het onderzoek

op het verbeteren van de toetskaders voor bruggen en kademuren. In dit on-

naar de zogenaamde ‘verbundträgerdecken’, een brugontwerp waarbij

derzoeksprogramma wordt samengewerkt met diverse kennisinstellingen. De

de betonnen vloerplaat (deck) op een specifieke manier wordt gekoppeld

output van dit programma vormt de basis voor de in het PBK ontwikkelde

(verbunden) aan stalen liggers (träger). De meer dan 100 bruggen die vol-

Toetskader Amsterdamse Bruggen (TAB) en Toetskader Amsterdamse Kade-

gens dit ontwerp in Amsterdam zijn gebouwd zouden aan het einde van

muren (TAK): een set uitgangspunten en berekeningsmethoden waarmee

de technische levensduur zijn maar in werkelijkheid voldeden deze nog

onderbouwd de restlevensduur van objecten kan worden bepaald. Deze

prima. Door uitgebreid onderzoek kon worden aangetoond dat deze

toetskaders worden continu doorontwikkeld, zodat de restlevensduur steeds

brugdekken sterker zijn dan volgens bestaande regels aangenomen.

preciezer kan worden voorspeld. Onderdeel van het onderzoeksprogramma bruggen is het groot houten

Areaal benadering Ten behoeve van efficiency in de beoordelingsfase is de familie benadering

palen onderzoek. Om meer inzicht te krijgen in de sterkte en draagkracht

bruggen ontwikkeld. Door gebruik te maken van een database van eigen-

van houten paalfundering is een onderzoekstraject opgezet om een sta-

schappen van bruggen, kan een familie van bruggen worden gedefinieerd op

tistisch model te ontwikkelen waarmee de draagkracht en restlevensduur

basis van vergelijkbare eigenschappen. Van representatieve bruggen binnen

van de funderingen van bruggen met een houtenpaalfundering konden

een familie, kunnen de resultaten beredeneerd worden door vertaald naar de

worden voorspeld. De standaard werkmethode voor het nemen van

rest van de familie.

 -

houtmonsters van funderingspalen is in dit onderzoek vervangen door de IML RESI PowerDrill. Met deze onderwaterboor kan sneller, betrouwbaarder en goedkoper inzicht worden verkregen in de werkelijke sterkte van houtenpaalfunderingen.

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

Hetzelfde geldt voor de areaal benadering kademuren. Door gebruik te maken van areaal gegevens kunnen resultaten over de constructieve staat van kademuren beredeneerd worden door vertaald naar een vergelijkbare set van kademuren.

25

Om besluiten te nemen op basis van data gedreven assetmanagement is een

Living Lab Levensduurverlenging;

GIS-kaart ontwikkeld over het Amsterdamse areaal. Deze kaart bundelt in-

waaronder: functieherwaardering bruggen (what-if lab) en renovatietech-

formatie ten behoeve van de integrale besluitvorming. In deze GIS-kaart

nieken kademuren

staat met name visuele informatie, o.a. over de huidige staat van: woonboten; bomen; kademuren; en bruggen. 

Er is een prijsvraag voor de renovatie van kademuren op de markt gezet.

Living Lab toekomstbestendig vervangen waaronder: waterdoorlatendheid, circulariteit, energie, multifunctionele kademuren

Tot op heden wordt gekeken naar werken met buoycrete; renovatie met kade-fundovatie en met bio-cementatie. 

Er wordt onderzoek gedaan naar de renovatie van kademuren met groutinjectiepalen. Dit is een methode die relatief snel, duurzaam en goedkoop is en boombehoud mogelijk maakt.

Voor de renovatie van bruggen zijn tot op heden twee innovaties getest: gebruik van composieten dekken en toepassen van de lepel constructie.

Living labs Een Living Lab is een omgeving waarin in samenwerking met diverse partijen ideeën die zijn ontwikkeld in de praktijk worden getest. Het innovatieproces vindt plaats in drie living labs: 

Living Lab Data-gedreven asset management; Waaronder: materiaal onderzoek, verkeersbelastingen, monitoringstechnieken, bewezen sterkte, aanpassing toetskaders kademuren, areaalbenadering en decision support systems voor afwegen & programmeren

Onderzoek & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

26

© 2025, AT Osborne september 2025 AT Osborne Postbus 168 3740 AD Baarn (035) 543Onderzoek 43 43 & innovatie PBK | 20240447 | 3 september 2025

www.atosborne.nl

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16416286/1