BIJLAGE 2 Monitor Autoluw, nulmeting 2019
Tekst van het document
Monitor Autoluw Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Monitor Autoluw Een samenvatting
In de meer centraal gelegen stadsdelen zien we een lager autogebruik door bewoners dan in Noord, Zuidoost en Nieuw-West. Voorzieningen zijn in de centrale stadsdelen dichtbij waardoor minder vaak de auto gebruikt wordt voor verplaatsingen. Amsterdammers verplaatsen zich het vaakst binnen een straal van 0 tot 5 kilometer. Dit doet men voornamelijk op de fiets of wandelend. Naarmate de bestemming verder weg ligt, gebruikt men meer de auto en het OV. Het gemiddelde autobezit ligt in Amsterdam op 0,23 auto per inwoner en op 0,43 auto per huishouden. In de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West ligt het gemiddelde autobezit, in lijn met het autogebruik, per inwoner hoger dan in de andere stadsdelen. Bezoekers die naar stadsdelen Noord en Zuidoost reizen, gebruiken relatief vaker de auto dan bezoekers die reizen naar een ander stadsdeel. Een combinatie van gratis parkeergelegenheid en/of beperktere OV-bereikbaarheid kan hieraan ten grondslag liggen. Voor bezoekers geldt dat wanneer zij reizen naar stadsdelen Centrum en Oost, ze juist relatief minder vaak de auto nemen. Zij kiezen vaker voor het OV, de fiets, lopen of de motor/brommer/scooter. Bezoekers die woonachtig zijn in de omliggende gemeenten Zaanstad, Purmerend, Haarlemmermeer en Almere reizen relatief vaak met de auto naar Amsterdam.
Men reist aanzienlijk meer met het OV naar Amsterdam vanuit gemeenten die wat verder weg liggen, zoals Rotterdam, Den Haag en Utrecht.
2
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
1,1% meer inwoners. De stad is gegroeid naar 872.380 inwoners
444.842 bezoekers krijgt Amsterdam per werkdag gemiddeld
13,3 miljoen autokilometers maken de inwoners en bezoekers in totaliteit per dag. Dat is gemiddeld 10,1 autokilometers per inwoner/bezoeker per dag
Monitor Autoluw De cijfers samengevat
3
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Aantal inwoners:
872.380, een groei van 1,1%
Aantal bezoekers (werkdag):
444.842
Aantal hotelovernachtingen:
18,6 miljoen
Aantal autokilometers:
13,3 miljoen per dag
Autokilometers per inwoner + bezoeker:
10,1 km per dag
Autogebruik inwoners (modal split):
20%
Autogebruik bezoekers (modal split):
45%
Autobezit totaal (excl. lease):
201.826 (226.045 incl. leaseauto’s)
Autobezit per inwoner:
0,23
Opgeheven parkeerplekken (2019):
1.197
Fiscale parkeerplekken per inwoner:
0,191
Rapportcijfer tevredenheid openbare ruimte:
7,4
Rapportcijfer tevredenheid groenvoorziening:
6,9
Rapportcijfer tevredenheid fietsvoorzieningen:
5,6
Monitor Autoluw Verdeling leeftijd van inwoners
Amsterdam kent een groot aantal mensen tussen de 20 en 40 jaar: 37% van het totaal aantal inwoners t.o.v. 25% in heel Nederland. 67% van de Amsterdammers behoort tot de werkende beroepsbevolking, t.o.v. 45% in heel Nederland.
12%
10% De bevolking van Amsterdam naar leeftijd in %
8%
6%
4%
%2
0% 0-4
4
5-9
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
10-14
15-19
20-24
25-29
30-34
35-39
40-44
45-49
50-54
55-59
60-64
65-69
70-74
75-79
80+
Aantal inwoners 2019: 872.380 / Bron: OIS. Stand per 01-01-2020.
Monitor Autoluw Inwoners per type huishouden
De grootste groep Amsterdammers, 33,2%, woont samen en heeft een of meerdere kinderen. Amsterdam kent in verhouding een groot aantal alleenstaanden; 28,8% van de huishoudens bestaat namelijk uit 1 persoon. In heel Nederland ligt dit aanzienlijk lager, namelijk 17,4% (cijfer van CBS uit 2018). Het gemiddelde van de Amsterdamse inwoners is 1,8 persoon per huishouden, ten opzichte van 2,1 persoon in heel Nederland.
33,2%
35% 28,8%
30%
De bevolking van Amsterdam naar huishoudenstype in %
23,0%
25%
20%
11,9%
15%
10% 2,3%
5%
0,8%
0% alleenstaand
5
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
samenwonend, geen kinderen
samenwonend met kinderen
eenoudergezin
overig
tehuisbewoner
Aantal huishoudens 2019: 473.518 / Bron: OIS. Stand per 01-01-2020.
Monitor Autoluw Inwoners gebruiken vaker fiets dan auto
Onderstaande figuur toont het gebruik per modaliteit van bewoners in de betreffende stadsdelen. Inwoners van Zuidoost, Noord en Nieuw-West pakken vaker de auto en minder vaak de fiets dan bewoners in de andere stadsdelen. In Zuidoost, Noord en Nieuw-West is de ruimte voor de auto groter en de dichtheid van voorzieningen kleiner (dus langere afstanden, waarvoor men eerder de auto pakt). Gemiddeld genomen nemen bewoners voor 38% van de verplaatsingen de fiets, gevolgd door lopen voor 22%, de auto voor 20%, het OV voor 16% en overig vervoer (motor, scooter) voor 4% van de verplaatsingen.
Noord West
33%
26% 12%
Centrum
41% 15%
25%
17%
23% 6%
1%
Oost
44%
Nieuw-West 8%
18%
3%
26%
46%
29%
28% 13%
21%
15%
Zuid
8%
16%
4%
Modal split Amsterdam
19%
4% 20%
46%
18%
13%
3%
22%
20%
Auto
Zuidoost 33%
16%
31% 11%
7%
19%
OV Fiets
38%
Overig Lopen
6
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Percentage verplaatsingen van bewoners uit betreffende stadsdelen op werkdagen, plus stedelijk gemiddelde / Bron: ODiN 2019
Monitor Autoluw Bezoekers gebruiken auto en OV
Bezoekers die zich verplaatsen naar stadsdelen Noord en Zuidoost hebben de voorkeur voor de auto. Noord heeft een beperktere bereikbaarheid met het OV en in sommige delen is geen betaald parkeren. In Zuidoost is er een goede OV-bereikbaarheid, maar toch een hoge autofrequentie. Dit is mogelijk te verklaren door een hoge mate van evenementenverkeer, bedrijven met parkeergarages en in sommige delen geen betaald parkeren. Bezoekers aan Centrum en Oost gebruiken minder vaak de auto en juist vaker het OV. Een goede OVbereikbaarheid, betaald parkeren en geringe ruimte voor parkeren kunnen daarvoor een verklaring zijn.
Noord West
25%
53% 35% 4%
7%
3%
0%
Oost
65% 6%
4%
2%
39% 4%
4%
Centrum
23% 52%
11%
1%
Nieuw-West
38%
2%
49% 9%
4%
0%
Zuid 44%
Gemiddeld genomen nemen bezoekers aan Amsterdam iets vaker de auto (45% van de verplaatsingen) dan het OV (43% van de verplaatsingen); fiets (7%), lopen (1%) en overig (zoals motor en scooter, 4%) hebben een klein aandeel in de verplaatsingen. Op de volgende pagina is te zien waar bezoekers vandaan komen en welk vervoersmiddel zij gebruiken.
60%
41% 10%
4%
1%
Zuidoost 59% 32%
3%
5%
1%
Auto OV Fiets Overig Lopen
7
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Percentage verplaatsingen van bezoekers van/naar/in stadsdelen op werkdagen / Bron: ODiN 2019
Monitor Autoluw Auto- en OV-gebruik bezoekers
Onderstaande figuren laten het percentage van de verplaatsingen zien die bezoekers aan Amsterdam maken met respectievelijk de auto (linker figuur in blauw) en met het OV (rechter figuur in groen). Te zien is dat met name vanuit de gemeenten Almere, Zaanstad, Haarlemmermeer en Purmerend men met de auto naar Amsterdam reist. Vanuit de gemeenten Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Haarlem reist men vaker met het OV dan met de auto naar Amsterdam toe.
8
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Percentage verplaatsingen van bezoekers naar Amsterdam / Bron: ODiN 2019
Monitor Autoluw Verplaatsingsmotieven bezoekers
Bezoekers verplaatsen zich op maandag t/m vrijdag grotendeels voor werk (57%). Op weekenddagen verplaatsen bezoekers zich naar Amsterdam vooral voor sociaal recreatieve doelen. Te denken valt aan op visite gaan, logeren, winkelen, toeren, wandelen, sporten en andere hobbymatige doelen. N betreft het aantal verplaatsingen.
Werkdag (N = 989.000)
Weekenddag (N = 492.000)
Weekdag (N = 838.000)
2% 9%
9% 19% 6% 9%
11%
Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
27%
49%
57% 7%
64%
Werken
9
9%
14%
Onderwijs
Winkelen
Soc. recreatief
8%
Overig
Bron: ODiN 2019
Monitor Autoluw Korte verplaatsingen door bewoners
Onderstaande grafieken geven inzicht in de verdeling van het type modaliteit dat wordt gebruikt voor verschillende afstandsklassen van verplaatsingen door bewoners. De meeste verplaatsingen in Amsterdam zijn tot 5 km (rechtergrafiek). Deze verplaatsingen worden met name fietsend en lopend gedaan. Dat heeft onder andere te maken met de vele voorzieningen die in de buurt liggen. Naarmate de afstanden van verplaatsingen groter worden, is ook een duidelijke toename te zien in het gebruik van de auto en het OV.
Procentuele verdeling
Absolute verdeling
100
1.200.000
90 1.000.000
80 70
800.000
60 50
600.000
40 400.000
30 20
200.000
10 0
0 0 - 5 km
5 - 20 km
20 - 50 km
Auto
10 Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
> 50 km
OV
0 - 5 km
Fiets
Lopen
5 - 20 km
20 - 50 km
> 50 km
Overig
Verdeling van verplaatsingen per modaliteit en afstandsklasse door bewoners op weekdagen / Bron: ODiN 2019
Monitor Autoluw Autobezit
In 2019 was het totale autobezit 201.826, excl. leaseauto’s (en 226.045 incl. leaseauto’s). Dit betekent een gemiddelde van 0,23 auto per inwoner en 0,43 auto per huishouden. Voor heel Nederland ligt dit gemiddelde op 0,49 auto per inwoner. Deze cijfers komen overeen met het autogebruik in de stadsdelen; in Noord, Zuidoost en Nieuw-West zijn meer auto’s per inwoner en wordt de auto meer gebruikt. In de stadsdelen Centrum, West en Oost wordt de auto minder gebruikt en is ook te zien dat er minder auto’s per inwoner aanwezig zijn.
West Per inwoner: 0,19 Per huishouden: 0,33 Nieuw-West Per inwoner: 0,27 Per huishouden: 0,55
Centrum Per inwoner: 0,19 Per huishouden: 0,30
Noord Per inwoner: 0,29 Per huishouden: 0,59
Oost Per inwoner: 0,21 Per huishouden: 0,39
Zuid Per inwoner: 0,24 Per huishouden: 0,41
Zuidoost Per inwoner: 0,25 Per huishouden: 0,46
11 Indicatoren 2019 (nulmeting) Publicatiedatum: januari 2021
Bron: RDW, het landelijke gemiddelde aandeel lease is 12%, stand van 01-01-2020
Monitoring De monitor is onderdeel van de jaarlijkse voortgangsrapportage die is toegezegd bij de vaststelling van de Agenda Amsterdam Autoluw (januari 2020). De Monitor Autoluw richt zich op verscheidene indicatoren die we meerjarig bijhouden. De voorliggende, eerste editie van de Monitor Autoluw is een nulmeting, gebaseerd op de cijfers en data uit basisjaar 2019. De gebruikte cijfers zijn gebaseerd op de meest recent beschikbare data. Een groot deel van de data over 2020 komt in het najaar van 2021 beschikbaar. Dit geldt voor diverse OIS-data, alsmede voor de dataset ODiN (Onderweg in Nederland, CBS). Enkele voorlopige inzichten over 2020 vindt u in de annex.