CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 MEEtellen.pdf

RAAD 18 juli 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Voortgang aanpak dakloosheid (VN2024-009875)3.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rapportage monitor Beleidsprogramma Aanpak Daken Thuisloosheid 2021 – 2025 tweede tranche

2023

inhoudsopgave • introductie • leeswijzer • methoden • werving • respondenten •

oorzaak dakloosheid

• resultaten •

speerpunt 1 – vroegsignalering en interventie

•

speerpunt 2 – vergroten woonaanbod

•

speerpunt 3 – goede ondersteuning op maat

•

speerpunt 4 – duurzaam maatschappelijk herstel

•

verdiepende inzichten

• conclusies

“Ik verwachtte geen rood tapijt, maar wel menselijkheid.”

introductie In 2021 is het beleidsprogramma voor de aanpak van dakloosheid in Amsterdam gestart, dat loopt tot 2025 en wordt gemonitord. Het monitorprogramma omvat zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Onderzoeksbureau Meetellen in Amsterdam voert het kwalitatieve onderzoek uit, waarbij jaarlijks meer dan 30 mensen worden geïnterviewd die dak- of thuisloos zijn, dreigen dak- of thuisloos te worden, of recentelijk weer huisvesting hebben gevonden. Het doel is om hun ervaringen met ondersteuning te begrijpen, los van specifieke beleidsdoelen. Deze rapportage beschrijft de bevindingen van het belevingsonderzoek van 2023. Dank aan allen die hebben bijgedragen aan dit onderzoek.

leeswijzer Deze rapportage start met een overzicht van de belangrijkste conclusies. Daarna volgt een uitgebreide beschrijving van de resultaten van het onderzoek. De uitkomsten zijn geordend naar de vier speerpunten van het beleidsprogramma aanpak dakloosheid: 1. vroegsignalering en vroeginterventie; 2. vergroten aanbod woonoplossingen; 3. goede ondersteuning op maat; 4. duurzaam maatschappelijk herstel. Daarnaast worden een aantal verdiepende inzichten en tips van respondenten beschreven. Om de privacy van de geïnterviewden te garanderen is in de rapportage gebruik gemaakt van fictieve namen.

definities hulpverlener, ondersteuner, begeleider: Een hulpverlener is een persoon die

professionele hulp, ondersteuning, of begeleiding biedt aan mensen die psychologische-, sociale-, financiële- of huisvestingsproblemen ervaren. economisch dakloze: een persoon die dak- of thuisloos is, maar op dat moment

geen verslavingsproblemen, zeer ernstige schulden of psychiatrische kwetsbaarheid heeft.

methode Dit onderzoek richt zich op de algemene beleving van ontvangen ondersteuning, niet op specifieke delen van het beleidsprogramma. Een diverse groep mensen is geïnterviewd over hun ervaringen met ondersteuning bij (dreigende) dakloosheid. De interviews gingen onder andere over hun ervaringen met toegankelijkheid van informatie, bejegening, zelfregie en begeleiding. Interviews concentreerden zich op ervaringen van de afgelopen 1,5 tot 2 jaar, binnen de looptijd van het beleidsprogramma. Ervaringsverhalen zijn verzameld via semigestructureerde interviews, waarbij altijd 1 hoofdonderzoeker en een ervaringsdeskundige co-onderzoeker aanwezig was.

methode De onderzoeksgroep heeft bij de startfase van dit onderzoek het Groot MO/GGZ-overleg betrokken. Dit overleg bestaat uit Amsterdammers met ervaring in dak- en thuisloosheid, ervaringsdeskundige professionals, belangenbehartigers en andere professionals die werken met mensen die te maken hebben met dak- en thuisloosheid of psychische problemen. Tijdens deze bijeenkomsten werd samen nagedacht over relevante thema's voor het onderzoek, die vervolgens werden geïntegreerd in de interviewleidraad. Interviews zijn steeds in duo’s van wisselende samenstelling afgenomen. Het onderzoeksteam van Meetellen dat de interviews uitvoerde bestond uit 2 onderzoekers en 3 ervaringsdeskundige co-onderzoekers. De interviews zijn opgenomen en getranscribeerd en vervolgens thematisch gecodeerd.

werving van respondenten op locatie Instroomhuis

Team Economisch Daklozen van De Regenboog Groep

Daklozenkantoor

Flyeractie postadressen Gemeente Amsterdam

Bureau Straatjurist

respondenten Op de volgende pagina’s worden gegevens van de respondenten weergegeven. Zo wordt duidelijk hoeveel respondenten gesproken zijn, hoe lang zij dakloos zijn, hoe oud ze zijn, (voor zover bekend) geslacht. Maar ook meer gedetailleerde gegevens zoals hun huidige verblijfplaats(en) en de oorzaak van hun dakloosheid.

aantal respondenten Herhaalgesprek met persoon uit 2022 23%: 7

Nieuwe respondenten 77%: 23

duur dakloosheid Nu eigen woning 13%: 4

Langer dan twee jaar 40%: 12

Korter dan twee jaar 47%: 14

leeftijd respondenten

Jongste: 24

Mediaan: 55

Oudste: 67

geslacht vrouw 20%: 6

man 80%: 24

verblijfplaats eigen huis 4

straat, boot, hostel 7

anders 6 antikraak 3

vrienden en familie 2

gastenburg 3 instroomhuis 5

oorzaak dakloosheid komt uit PI; 2 Let op: deze personen zijn opnieuw dakloos geworden

woonbegeleiding stopt; 2

remigratie vanuit buitenland; 5

huur niet betaald; 6

woning en arbeid gekoppeld; 4

relatiebreuk (naast partner ook familie); 11

“In the dark. I’m searching my way, I feel a wall. I can follow the wall, but hey, I don’t know what direction I’m going. ”

resultaten

resultaten In het volgende hoofdstuk worden de resultaten van dit onderzoek naar de ervaringen van dak- en thuislozen in Amsterdam gepresenteerd. De beschrijving van de resultaten is ingedeeld op basis van de 4 speerpunten van het beleidsprogramma: Vroegsignalering en interventie, vergroten van woonoplossingen, goede ondersteuning op maat en duurzaam maatschappelijk herstel. In de resultatenbeschrijving wordt een vergelijking gemaakt tussen de uitkomsten van de monitor uit 2022 en de resultaten van dit jaar (2023). Als analysekader wordt het speerpuntenprogramma gebruikt. Dit betekent dat de interviews zijn geanalyseerd met de speerpunten als ‘kapstok’. Echter bleek uit analyse van de interviews dat sommige vaak genoemde onderwerpen niet passen binnen het speerpuntenbeleid. Dit zijn onderwerpen die door respondenten zelf zijn aangereikt. Omdat deze onderwerpen dusdanig vaak worden genoemd is besloten om aan het eind een aantal extra relevante onderwerpen toegevoegd zodat er een compleet beeld ontstaat van de ervaringen van respondenten met het dak- en thuislozenbeleid in Amsterdam.

speerpunt 1 vroegsignalering en vroeginterventie

wie heeft overzicht in complex systeem? Een van de conclusies uit 2022 is het gebrek aan overzicht van zowel hulpverleners als thuislozen in het systeem van regelingen en mogelijkheden voor mensen die met dak- en thuisloosheid te maken hebben. Ook dit jaar vertellen respondenten dat zowel zijzelf als hun hulpverleners vaak niet weten op welke hulp zij recht op hebben.

“En toen later hoorde ik van de GGD, je moet juist bij het buurteam zijn. Maar volgens mij weet het buurtteam niet wat ze doen. Of weet de GGD niet wat het buurtteam doet... Ik weet niet hoe dat gaat.”

vroegsignalering Het voorkomen van dakloosheid door vroegsignalering is een centraal punt binnen de beleidsaanpak dak- en thuisloosheid. Aan respondenten is gevraagd wat hen had geholpen om te voorkomen dat zij dakloos raakten, wat had een hulpverlener eerder moeten zien? Respondenten vertellen over de oorzaak van hun dakloosheid, en daaruit blijkt dat vroegsignalering en preventie in de meeste situaties erg ingewikkeld is. - Een voorbeeldsituatie is bijvoorbeeld de respondenten die hun rekeningen niet betalen, waarmee hulpverleners geen contact krijgen, hun post niet openen en uiteindelijk uit huis worden geplaatst. Zij vroegen pas hulp op het moment dat de situatie al geëscaleerd was en de meeste mogelijkheden voor preventieve hulpverlening niet meer relevant waren.

vroegsignalering - Hun dakloosheid kwam plotseling, en was daardoor nauwelijks te voorkomen. Dit speelt bijvoorbeeld bij mensen die dakloos raken omdat hun relatie plotseling verbroken wordt. Of een persoon die langdurig in het buitenland was en bij terugkomst de woning niet meer in kwam; het slot was vervangen. - Er zijn minstens 3 respondenten die vertellen dakloos te zijn geraakt omdat hun woning direct gekoppeld was aan hun werk. Zij verloren hun werk, en daarmee hun woning. Omdat zij het verlies van werk niet zagen aankomen, is vroegsignalering hier ook nauwelijks aan de orde. Voor een groot deel van de respondenten is het beantwoorden van deze vraag ingewikkeld. Zij zien door een wirwar aan problemen niet een duidelijk moment, of situatie, die het keerpunt had kunnen zijn.

vroegsignalering Dit jaar spraken de onderzoekers 2 respondenten die een situatie beschrijven waarin respondenten al in contact waren met professionals: - Deze respondenten vertellen dat zij op straat komen te staan na een langere periode verblijf in een penitentiaire inrichting. Het is aannemelijk dat deze personen al in beeld waren bij een hulpverleningsorganisatie. Deze respondenten vertellen echter dat ze geen ondersteuning kregen bij het vinden van een (duurzame) woonplek.

bekendheid met de buurtteams Een van de conclusies uit de monitor van 2022 was dat de buurtteams door mensen die dak- of thuisloos waren niet of nauwelijks gevonden werden. Dit jaar zijn er meerdere respondenten gesproken die aangeven bij het buurtteam voor ondersteuning te hebben aangeklopt. In eerste instantie lijken dit vooral de mensen te zijn die economisch dakloos zijn. Een respondent was al langer dakloos en gaf aan dat het buurtteam geen informatie had die hij nog niet wist.. Respondenten vertellen dat de medewerkers van het buurtteam vriendelijk zijn, maar hen niet kunnen helpen. Ze worden bijvoorbeeld doorverwezen naar de Jan van Galenstraat, of soms het passantenhotel. “Want eerst ging ik van daklozenopvang naar het buurteam. En toen zei het buurteam, we doen niks voor daklozen. Toen hebben ze een formulier via de mail gestuurd van dat ik me in kan schrijven bij woningnet, dat ik bij kamernet en zo.”

werk en bed gekoppeld Er zijn minstens drie respondenten gesproken die aangeven dakloos te raken omdat hun werkplek en bed aan elkaar gekoppeld waren. Een respondent vertelt dakloos te zijn geraakt toen hij, vanwege een ongeval op werk, zijn baan verloor. Hierdoor kwam hij meteen op straat te staan. Hij besloot naar Amsterdam te komen: Interviewer: “Where did you stay when you Respondenten in deze situatie zijn nog meer dan anderen afhankelijk van hun werk voor het behouden van hun woonplek. Daarnaast hebben zij meestal geen connecties, spreken ze nauwelijks Nederlands, en weten ze niet waar ze ondersteuning kunnen krijgen. Het lijkt voor hen vaak lang te duren voordat ze toegang tot hulpverlening organiseren.

worked in IJmuiden?” Respondent: “I am renting from employers. Employers have a renting from something, special agency, We pay them also good money.” Interviewer: “So, if you…then when you lost your job you could not stay in your city?” Respondent: “No, no. Because he skipped the living place. The contract stopped.”

speerpunt 2 vergroten aanbod woonoplossingen

“Ik heb overal dingen gehoord van maatschappelijk werk. ‘Waarom ga jij niet gauw naar Gouda?’ ”

oplossingen voor wonen Respondenten vertellen te zien en erkennen dat er een groot woningtekort is in Amsterdam. Een aantal geeft aan soms nog bij vrienden, familie of kennissen te kunnen verblijven. Het merendeel echter vertelt dit niet (meer) te doen omdat zij hen niet (meer) willen belasten, of omdat de relatie(s) al erg kwetsbaar zijn. De wachttijden zijn volgens respondenten nog steeds lang, Met uitzondering voor de mensen die een zware GGZ-indicatie hebben. Respondenten vertellen hun dagen en weken te vullen met het zoeken van tijdelijke slaapoplossingen. Vaak hebben ze toegang tot een aantal nachten nachtopvang, soms passantenhotel, en regelen voor een paar nachten goedkope hostels of slapen op straat. Geen oplossing voor wonen, maar wel extra hulp bij toegang tot ondersteuning is de app ’Streetwise’. Een aantal respondenten vertelt dat ze deze app gebruiken om erachter te komen welke faciliteiten er in de stad zijn.

oplossingen voor wonen Uit de verhalen van respondenten blijkt dat hulpverleners steeds vaker voorstellen te helpen met het zoeken van een woning buiten Amsterdam:

“ Ja. Het Buurtteam van naam had me voorgesteld een keertje: ‘als jij wil naar Nieuw-Vennep, binnen een maand heb je een huisje’, maar dat was niets concreets op papier.” Respondenten vertellen dat zij dit niet zien als een optie. Zij voelen zich thuis in Amsterdam. Veel respondenten vertellen 20 jaar of langer in Amsterdam te wonen. Anderen hebben (jonge) kinderen bij een ex-partner wonen of andere familie dichtbij. Sommigen hebben een baan in Amsterdam. Verhuizen naar een andere gemeente, meestal zonder zekerheid van een huis en zonder te weten of ze er kunnen aarden, is voor hen geen optie.

speerpunt 3 goede ondersteuning op maat

“Acht kilo’s. Ik ben dun. Afgevallen. En nu kan ik niet slapen. Alleen met de medicijnen. Maar nu voel ik me goed. Die mensen zijn top. Die zijn echt fijn. ”

bejegening meestal fijn, systeem niet Respondenten vertellen dat zij door verschillende

“En vanuit de Regenbooggroep, ze zijn

hulpverleners vriendelijk te woord worden gestaan. Vooral de

allemaal heel lief en ze willen graag met

Straatalliantie en Veldwerk wordt regelmatig genoemd als en plek waar fijne ondersteuners werken. Maar ook de Regenbooggroep wordt ervaren als een toegankelijke organisatie met vriendelijke medewerkers. Respondenten vertellen dat zij zien dat

je meedenken. Alleen merk je wel dat hun mogelijkheden erg beperkt zijn. Ik heb wel natuurlijk een beetje, omdat ik al 9 jaar in die situatie zit, alles eigenlijk al een beetje gezien. Dus alles waar ze mee komen, daar ben ik eigenlijk al of mee bezig geweest of ik ben daar al geweest.”

hulpverleners niet altijd de mogelijkheid hebben

“En ze doet natuurlijk heel erg haar best, maar ja,

hen te helpen. Ze geven aan dat ze denken dat

zij kan ook geen ijzer met handen breken. Ik bedoel,

hulpverleners beperkte middelen hebben om

met de woningnood… Gaat nog wel lang duren, denk ik.”

iets te veranderen.

bejegening meestal fijn, systeem niet Een vergelijking tussen de uitspraken van respondenten over de bejegening bij de Regenbooggroep, Straatalliantie en Veldwerk, en hun uitspraken over bijvoorbeeld WPI geeft inzicht in de verschillen. Respondenten ervaren dat hun contactpersonen bij WPI veel afstandelijker zijn dan hun ondersteuners van andere organisaties. Een respondent geeft bijvoorbeeld aan nog nooit eerder te hebben meegemaakt dat een medewerker van WPI bezorgd is: “Ik heb nu een klantmanager bij de WPI die zo bezorgd is over mij en vraagt me, ja is alles goed? Nou, dat is uniek,"

omgaan met systeem Respondenten krijgen regelmatig te horen dat zij niet passen binnen de criteria die nodig zijn om ondersteuning te krijgen. Toegang tot ondersteuning waarbij strikte toegangsvoorwaarden worden gehanteerd zijn bijvoorbeeld de urgentieverklaring op Woningnet en de GGZ-indicatie voor slaapplaatsen. Respondenten geven voorbeelden van de manieren waarop zij proberen binnen deze toegangscriteria te passen. Een respondent zegt bijvoorbeeld over het regelen van toegang tot de nachtopvang: Ook vertellen sommigen dat zij bijvoorbeeld aan hun

“Alleen moet je het daar een

psycholoog vragen of zij een extra zware diagnose kunnen

beetje stiekem spelen,

krijgen. Mensen geven aan zich in bochten te wringen om als

alsof je uit Syrië komt

‘niet zelfredzaam’ bestempeld te worden. Maar veel

ofzo”

respondenten vertellen het niet lukt om aan de criteria te voldoen. Een aantal van hen vertelt dat zij de indruk hebben dat anderen, met minder problemen dan zijzelf, eerder worden geholpen.

ondersteuner als sleutel tot instantiekapitaal Respondenten proberen zelf toegang te krijgen tot organisaties die hen een slaapplaats kunnen bieden, een betaalregeling kunnen treffen of psychiatrische ondersteuning kunnen geven. Sommige respondenten vertellen dat het hen moeilijk lukt om contact te krijgen met dergelijke organisaties, totdat een hulpverlener het van hen overneemt. Het lijkt voor hen alsof zij pas serieus worden genomen in hun hulpvraag op het moment dat een hulpverlener hen bijstaat.

“Ja, standaard is een hulporganisatie als kruisje een pre. Ze gaan eigenlijk pas naar je zaak kijken als er al een hulpverlener bij staat. Zo weinig vertrouwen hebben ze in het individu dakloze.”

emotionele ondersteuning belangrijk Respondenten vertellen dat zij soms ervaren dat hulpverleners hen niet echt begrijpen, of niet hun best lijken te doen om de situatie te begrijpen. Zij ervaren een emotionele afstand. Een aantal respondenten vertelt dat zij het zo fijn zouden vinden als hun ondersteuner wat vaker had gevraagd: ‘hoe gaat het met je?’. Respondenten missen de connectie met begeleiders die soms afstandelijk lijken te zijn. Een respondent vertelt: “Maar het contact is zo weinig geweest, dat ik denk van... Had maar ietsje vaker gevraagd van... ‘Hoe gaat het? Ben je teruggevallen? Heb je gebruikt?’ Ik heb het eerlijk verteld aan mijn pb’er. Van luister, het is weer begonnen, dan weet je het. Het enige wat je dan gaat horen is... ‘Ja, dat vind ik jammer om te horen.’ Nou ja, en dat is het. Ga niet zeggen, ik vind het jammer. Ga kijken hoe je dat kunt voorkomen.”

speerpunt 4 duurzaam maatschappelijk herstel

een huis is niet voldoende Een van de uitkomsten van de monitor in 2022 was dat respondenten vertellen dat alleen een huis vaak niet voldoende is. Er is behoefte aan meer ondersteuning, bijvoorbeeld bij het op orde houden van de financiën of een stok achter te deur wat betreft andere administratie en toegang tot hulpverlening, Ook dit jaar spreken respondenten hun zorgen hierover uit. Respondenten die een woning hebben gekregen vertellen dat zij hier heel blij mee zijn, maar zich ook zorgen maken over de toekomst. Zij hebben niet altijd meer recht op ondersteuning, maar geven aan het fijn te vinden als er iemand is die met hen meekijkt of ze hun zaken wel goed regelen.

verdiepende inzichten

niet veilig, niets te doen Respondenten vertellen vaak niet meer te weten waar ze een oplossing voor hun dak- of thuisloosheid moeten vinden. Sommigen vertellen dat de nachtopvang voor hen geen veilige plek is om te verblijven, bijvoorbeeld vanwege het (gedoogde?) drugsgebruik. Anderen voelen zich eenzaam, en missen het om ‘iets’ te doen. Een aantal vertelt over de verveling van het leven op straat. Respondenten vertellen dat ze op weinig plekken binnen welkom zijn, en zoeken naar iets om te doen.

“Maar er is niks van terechtgekomen [ondersteuning]. Nee, ik ben nog steeds in die uitkering gebleven. Ja, en hoe nu verder? Hoe nu verder? Ik weet het niet. Nee. Ik ben radeloos.”

niet veilig, niets te doen De verveling, het gevoel niet veilig te zijn in de geboden woonvoorzieningen, geen zinnige invulling hebben in de dag en daarnaast het gebrek aan perspectief zorgen voor een gevoel van hopeloosheid bij het merendeel respondenten. Bij sommige respondenten uit het gevoel van hopeloosheid zich in boosheid. Tegenover de hulpverleners, de stad en Nederland. Soms maken ze een terugtrekkende beweging, een ’why try’-reactie, of gaan juist het gevecht aan met het systeem. Dit laatste leid tot vermoeidheid en frustratie.

“Ik ben hier pas vier dagen. Zoiets. Ik houd de tijd niet eens meer bij. Geen zin meer in. Niks meer om naar uit te kijken.”

competitie zorgt voor onderlinge spanning In eerdere hoofdstukken is beschreven dat respondenten vertellen

“Maar niet voor ons. Het is wel zielig een

het oneerlijk te vinden dat sommige mensen naar hun idee sneller

oorlog, dat weet ik wel. Maar niets is er

ondersteuning krijgen dan zijzelf. Er wordt vaak de link gelegd met voor ons. We zijn eigenlijk weer, wat ik al de mensen uit Oekraïne die hier tijdens de oorlog heen kwamen.

zei, het uitschot. Wij krijgen nu eerder nog

Maar ook de COVID19 periode, waarin sommige mensen plots in

te horen het is er niet [een huis].”

hotels konden slapen, en daarna weer op straat stonden, werd genoemd.

“Ik ben niet een junk die mijn huis kwijt

Respondenten die zichzelf zien als economisch

geraakt is of wan betaald ofzo. Ik ben

dakloze vertellen dat zij soms denken dat ze beter

gewoon iemand die een probleem gehad heeft

af waren geweest wanneer zij zwaardere problemen

met zijn vrouw en vijf dochters. Hij is de

zouden hebben:

deur uitgegaan netjes en hij is gegaan om hulp te krijgen”

buitensluiting door hulpverleners Naast een gevoel van hopeloosheid vertellen respondenten ook te ervaren dat zij niet serieus genomen worden als burger. Aan sommige respondenten wordt door een hulpverlener gevraagd waarom ze in Nederland zijn, terwijl zij een Nederlands paspoort of verblijfsvergunning hebben. “Ze zeggen heel erg, wat ze zeggen: ‘meneer, wat is jouw probleem?’ Mevrouw, ik ben op straat. ‘Ik heb geen woning voor u. Waarom komt u naar Nederland zonder werk, zonder woning?’ Ik zeg: stop! Ik ben Nederlander, ik ben niet blond, ik heb geen bloed. Maar ik heb een pas. Ik heb mijn nationaliteit opgegeven. Ik heb al lang een Nederlandse paspoort. Dus ze kan niet mij zeggen, ga terug naar uw land. Mijn land is hier.”

conclusies

“Tuurlijk, waar een wil is is een weg weg. Het is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar men moet niet vergeten dat middelenafhankelijkheid en verslaving soms sterker kunnen zijn dan de wilskracht van iemand zegt.”

speerpunt 1

twee situaties voor preventie van woningverlies Het voorkomen van woningverlies is volgens respondenten ingewikkeld, omdat de problemen in veel gevallen complex zijn of omdat het verlies van de woning plotseling is (bijvoorbeeld vanwege relatiebreuk). Er zijn twee situaties waarin het voorkomen van woningverlies kansrijk lijkt: voor personen die vanwege allerlei redenen hun huur niet betalen en hun post niet openen, en personen die uit de penitentiaire inrichting komen.

speerpunt 2

uitdaging en frustratie rond woonoplossingen in Amsterdam Respondenten vertellen dat zij van ondersteuners te horen krijgen dat zij misschien een woning buiten Amsterdam moeten zoeken. Dat is een trend wat dit onderzoek dit jaar voor het eerst ophaalt. Deze suggestie wordt niet altijd concreet, het blijft bij een aansporing vanuit ondersteuners. Daarnaast wordt dit door respondenten niet gezien als een werkelijke oplossing. Veel zijn geworteld in Amsterdam, wonen er al langer dan 20 jaar, of zijn er geboren. Anderen hebben kinderen of werk in de stad. Respondenten spreken daarnaast een frustratie uit over het vergroten van woonoplossingen. Tijdens de COVID19 pandemie was er volgens respondenten plotseling veel mogelijk voor het opvangen van mensen die op straat sliepen. Een aantal respondenten vraagt zich af waarom dit niet nog steeds mogelijk is.

speerpunt 3

afhankelijk van ondersteuning in complexe systemen In een complex systeem van regels zijn respondenten afhankelijk van hun ondersteuner voor toegang tot woonvoorzieningen en andere hulp. Respondenten ervaren de bejegening van de ondersteuners vaak als vriendelijk, maar geven wel aan dat ze soms meer menselijke nabijheid verlangen. Volgens het beleidsprogramma betekent ondersteuning op maat ook dat ondersteuners met de persoon zelf onderzoeken wat zij zelf kunnen doen. Echter vertellen respondenten dat zij zonder ondersteuning soms helemaal geen toegang krijgen tot meer specialistische hulp, schuldenregelingen of andere systemen. Hun ondersteuner dient als het ware als toegang tot deze organisaties en regelingen. Zij hebben een hulpverlener nodig. Daarnaast is van invloed dat respondenten aangeven vaker hulp te krijgen als hun situatie hopeloos overkomt. Zelfredzaam zijn, of je zelfredzaam gedragen loont in veel gevallen niet, omdat het niet beloond wordt met ondersteuning.

speerpunt 4

zorgen over herhaling van dakloosheid Vier respondenten hebben op het moment van het interview opnieuw een woning gevonden. Dit zijn dezelfde respondenten die in 2022 ook zijn geïnterviewd. Er zijn 2 respondenten gesproken die, na een periode van dakloosheid een woning kregen, en deze opnieuw zijn kwijtgeraakt. Zij zijn opnieuw dakloos geworden. Het vinden van een woning is niet per definitie een duurzame oplossing. Meerdere respondenten spreken hun zorg uit over de begeleiding die zij (kunnen) krijgen wanneer zij een vaste woonplek hebben. Zij maken zich zorgen om opnieuw hun woning kwijt te raken. Het feit dat twee respondenten opnieuw hun woning zijn kwijtgeraakt, onderschrijft deze angst.

trend

polarisatie en uitsluiting onderling Respondenten ervaren negatieve gevoelens door de uitzichtloosheid van hun situatie. Er ontstaat polarisatie tussen henzelf en andere mensen die gebruik maken van de voorzieningen. Soms gaat dit over directe frustratie en boosheid jegens de Oekraïners die ten tijde van de oorlog met Rusland in Nederland kwamen. Maar soms maken zij ook een sterk onderscheid tussen henzelf en ‘de andere daklozen’, die niet zijn zoals zij. Dit gebeurt bijvoorbeeld tussen respondenten die economisch dakloos zijn en respondenten die vanwege verslavingsproblematiek of psychiatrische problemen een GGZindicatie krijgen. Maar uitsluiting ontstaat ook tussen ondersteuners en respondenten. Bijvoorbeeld wanneer ondersteuners hardop twijfelen aan het recht wat respondenten hebben om in Nederland te verblijven, of aanspraak te maken op ondersteuning.

colofon Meetellen in Amsterdam

Onderzoeksteam:

Keizersgracht 334

Onderzoekers: Marleen van Stokkum en Eileen

1000 VA Amsterdam https://amsterdam.meetellen.nl/home e-mail: amsterdam@meetellen.nl

Met dank aan:

Alle geïnterviewden, leden van het Groot MO overleg, de werkgroep Monitor Dakloosheid, iedereen die geholpen heeft in de werving van respondenten (o.a. Bureau Straatjurist, De Regenboog Groep, het Leger des Heils), Emiel Leito en Esmeralda van der Naaten

Berkvens (Co)-onderzoekers: Tristan van Alphen, Jeroen Groen, Sander Kelderman, Ireen van der Lande, Claartje Schellekens, Dora Weijers

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14402492/1