bijlage 2. Meerjarenbegroting OD NKZG 2024-2027 def
Tekst van het document
Om het renterisico te beperken is vastgelegd dat de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet worden overschreden. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning, de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. Binnen deze kaders streeft de OD NZKG naar spreiding in de rente typische looptijden van uitzettingen.
4.6
Bedrijfsvoering
De paragraaf Bedrijfsvoering is een verplichte paragraaf conform de Besluit Begroten en Verantwoorden vereisten. Het programma bedrijfsvoering wordt beschreven in paragraaf 3.7.
44
Beleidsindicatoren “bestuur en organisatie” Vanaf het begrotingsjaar 2017 lichten gemeenten en overheidsorganisaties de effecten van beleid toe door een vaste set beleidsindicatoren op te nemen in de begroting en de jaarrekening. De OD NZKG wil deze indicatoren ook aanbieden voor haar organisatie. De meeste van deze indicatoren zijn te vinden op www.waarstaatjegemeente.nl, onder het dashboard “Besluit Begroting en Verantwoording”. De BBV beleidsindicatoren zijn niet dezelfde als de kengetallen die in de benchmark van Berenschot gebruikt worden. Met name voor overhead gaat Berenschot uit van formatieve eenheden en gaat het BBV uit van totale kosten van overhead. Dit laatste zijn niet alleen de salariskosten, maar ook de kosten voor de zogenaamde “PIOFACH-functies”. Dat zijn de kosten voor ondersteunde functies als huisvesting en facilitaire zaken, ICT, Personeel, Financiën, Inkoop etc. Tabel: beleidsindicatoren bestuur en organisatie
Naam indicator Formatie
Berekening Fte per 1.000 inwoners
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
Externe Inhuur
Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur extern % van de totale lasten % van de totale lasten
Personele overhead Materiële overhead
Realisatie 2022
Toelichting Nvt Niet te berekenen per inwoner. De formatie bedraagt 434,34 FTE (excl. inhuur) per 31-12-2022 Nvt Niet te berekenen per inwoner. De bezetting bedraagt 416,67 FTE (excl. inhuur) per 31-122022 Nvt Niet te berekenen per inwoner. De apparaatskosten bedraagt € 56.091K. 25,8%
16,9% 12,8%
Informatie voor derden Iv3 De Omgevingsdienst voldoet aan de verplichting om de financiële gegevens voor begrotingen, halfjaarrapportages en jaarrekeningen ter beschikking te stellen aan het Centraal Bureau voor de Statistiek in verband met het Publicatiebeleid Iv3 open data voor gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, provincies en waterschappen.
Rechtmatigheid en Verbijzonderde Interne Controle De wetswijziging die het dagelijks bestuur met ingang van het boekjaar 2023 verplicht verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid, is in 2022 door de 2e en 1e kamer aangenomen. De commissie BBV heeft hiertoe een modelverklaring opgesteld. Daarin is opgenomen dat in de paragraaf bedrijfsvoering door het dagelijks bestuur een nadere toelichting gegeven wordt op zaken die de financiële rechtmatigheid raken. Hierbij moet in ieder geval nadere toelichting worden gegeven op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn vermeld. Beoogd is dat de wijzigingen in het BBV en het BADO in de loop van 2023 worden vastgesteld, voor de aanvang van de voorbereiding van de jaarrekening 2023. OD NZKG heeft de verbijzonderde interne controle (VIC) uitbesteed. De OD NZKG kan door de uitbesteding van de VIC de onafhankelijke rol beter borgen, de eigen organisatie is hiervoor te klein. Andere reden is dat
45
de OD m.i.v. 2020 de financiële en personeelsadministratie volledig in eigen beheer heeft genomen. Het belang van het toetsen van de opzet, bestaan en werking van de financiële en personeelsprocessen werd daardoor groter. In 2023 e.v. worden de volgende processen ge-audit. UVO beheerproces Debiteurenproces Personeelsproces – instroom/doorstroom/uitstroom Inkoop- en crediteurenproces WABO leges Aanbestedingen Openbaarheidsparagraaf Dit is de openbaarheidsparagraaf van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De openbaarheidsparagraaf is een nieuwe verplichte paragraaf in de begroting. De verplichting komt aanvankelijk voort uit het besluit tot actieve openbaarmaking van informatie, de plannen ter verbetering van de informatiehuishouding bij de ministeries en artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) dat bepaalt dat een bestuursorgaan in de jaarlijkse begroting en verantwoording aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. De focus van deze openbaarheidsparagraaf is de beschrijvende en kwalitatieve verantwoording op hoofdlijnen over de activiteiten die worden uitgevoerd in 2023 op de thema’s verbetering van de informatiehuishouding, actieve openbaarmaking en passieve openbaarmaking. Een goede informatievoorziening met een ordentelijke informatiehuishouding is noodzakelijk en van groot belang in een democratische rechtsstaat.
Belanghebbenden, journalisten en de wetenschap dienen toegang te hebben tot de voor hen noodzakelijke informatie. Een open overheid voorziet hierin door tijdens en na afloop van het maken van beleid en wetgeving transparant te zijn in de gemaakte keuzes. Binnen de OD NZKG zijn meerdere ontwikkelingen in het kader van transparantie. Actieve openbaarmaking Er wordt sinds 2022 extra inzet gepleegd op de implementatie van de Woo, deze vereist een actieve openbaarmaking van bestuursorganen. De implementatie zal enkele jaren duren, conform de planning vanuit het Rijk. Er is onderzocht welke categorieën de OD NZKG wettelijk gezien dient te openbaren en hiervoor is een planning opgesteld. Tevens is in 2023 een medewerker aangewezen om alle lopende projecten te verbinden en de actieve openbaarmaking naar een hoger doel van transparantie te tillen. Er lopen verscheidene trajecten binnen de OD NZKG om actief informatie te openbaren en al deze trajecten zullen gekoppeld worden en er zal koers worden bepaald. Dit traject zal vermoedelijk twee jaar in beslag nemen. Passieve openbaarmaking Sinds een aantal jaren is het aantal Woo-verzoeken – waaronder ook de zeer omvangrijke verzoek – flink toegenomen. Vanwege de complexiteit en omvang van de verzoeken is hier de laatste tijd meer capaciteit op ingezet dan begroot.
Deze uren worden niet geschreven op opdrachtgeversniveau; ze worden verrekend via het randvoorwaardelijk pakket. Sinds 2023 is dit gewijzigd en vallen de uren van de Woo en de implementatie van de Woo onder Regie. Het Woo-proces is arbeidsintensief, omdat er ook zogenoemd ‘handwerk’ bij komt kijken, zoals het beoordelen van stukken op de zogenaamde uitzonderingsgronden in de Woo en de grote hoeveelheid
46
stukken die op verzoek openbaar worden gemaakt. Daarnaast vergt dit proces tevens soft skills van de medewerkers. De juristen geven presentaties in de andere teams en dit levert merkbaar resultaat op in de samenwerking en hierdoor worden medewerkers voortdurend op de hoogte gehouden over de ontwikkelingen met betrekking tot de Woo. Verschillende aspecten zijn geautomatiseerd en geactualiseerd binnen het Woo-proces, waardoor dit minder inspanning vergt van de medewerkers (het ‘handwerk’ neemt af), de communicatie tussen teams onderling beter verloopt en dit komt uiteindelijk ten goede aan de termijnafhandeling van de dossiers. In 2023 wordt dit verder uitgewerkt en zullen de processen worden aangepast, waarbij automatisering van delen uit het Woo-proces een grote rol zal spelen. Verbetering van de informatiehuishouding Om de processen goed te laten verlopen is het belangrijk om overheidsinformatie goed op te slaan. Als we onze informatie op orde hebben, kunnen we als OD NZKG goed samenwerken, open, transparant en betrouwbaar zijn. Op deze manier kunnen wij ook op correcte wijze verantwoording afleggen. Allereerst dienen de systemen op orde te zijn en zo ingericht te worden, dat de informatie duurzaam toegankelijk is en blijft. Het huidige zaaksysteem fungeert tevens als archiefsysteem en hierin is momenteel alle informatie te vinden.
Ook dit systeem is continu aan controle en verbeteringen onderhevig, waarbij allerlei methoden worden toegepast om informatie vindbaar te maken, maar ook om het in de eerste plaats op correcte wijze op te slaan. Zo wordt continue gemonitord welke aanpassingen mogelijk zijn, als er binnen de systemen aanpassingen nodig zijn. Deze optimalisatie van de ICT processen ten behoeve van de afhandeling van de Woo-verzoeken zal in 2023 verder worden uitgewerkt. Ook op andere, meer zichtbare fronten wordt gekeken of er een digitale verbeterslag kan worden gemaakt. Zo wordt de website waarop burgers informatie kunnen vinden regelmatig geanalyseerd en verbeterd, temeer wanneer signalen worden ontvangen dat de vindbaarheid daarvan verbeterd kan worden. Dit vergt een nauwe samenwerking tussen teams onderling. Dergelijke initiatieven worden in het overkoepelend traject zoals genoemd onder ‘Actieve openbaarmaking’ aan elkaar gekoppeld en verder uitgewerkt.
47
5. 5.1
Bijlagen Resultaatmodel per programma en taakveld de baten en lasten
Tabel Resultaten per werkveld Programma & taakveld
(x €1.000) Rekening 2022
Primitieve begroting 2023
Eerste begrotingswijziging 2023
Baten 2024
Lasten 2024 Saldo 2024
2025
2026
2027
TOTAAL Baten TOTAAL Lasten
-56.574 57.483
-64.841 64.841
-77.420 77.420
-83.249 -
83.249
-83.249 83.249
-82.485 82.485
-81.471 81.471
-78.958 78.958
8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bouw
-4.956 -14.168 3.928 5.003 281 -4.956
-6.715 -16.336 5.828 3.446 346 -6.715
-7.039 -17.605 6.089 4.137 340 -7.039
-17.747 -17.747
10.582
-7.166 -17.747 6.309 3.925 348 -7.166
-7.132 -17.611 6.309 3.823 348 -7.132
-7.131 -17.611 6.309 3.823 348 -7.131
-7.131 -17.611 6.309 3.823 348 -7.131
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Bodem
-2.941 -6.289 2.748 514 86 -2.941
-2.944 -7.331 3.684 634 69 -2.944
-3.744 -8.317 3.931 579 62 -3.744
-9.844 -9.844
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
-4.165 -9.844 4.708 898 74 -4.165
7.4 Milieubeheer Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Milieu en BRZO
-7.888 -28.704 14.784 4.210 1.821 -7.888
-10.705 -33.085 17.570 2.807 2.003 -10.705
-14.614 -42.636 22.252 3.238 2.532 -14.614
-44.722 -44.722
-15.225 -44.722 23.409 3.741 2.348 -15.225
-15.123 -44.564 23.317 3.763 2.362 -15.123
-15.268 -44.030 22.724 3.709 2.328 -15.268
-14.750 -41.991 21.389 3.596 2.257 -14.750
-6.936 5.574 1.389 34 61
-581 -286 -8.089 6.104 1.075 42 -868
-8.762 6.444 881 33 -1.403
-10.936
7.910 1.079 40 9.029
-1.278 -629 -10.936 7.910 1.079 40 -1.907
-1.278 -629 -10.466 7.598 1.035 39 -1.794
-1.202 -592 -9.986 7.268 990 37 -1.691
-1.133 -558 -9.511 6.905 945 35 -1.625
0.4 Overhead Baten uitvoeringsovereenkomsten (*) Inkomsten Salarislasten Inhuur Autonome ontwikkelingen Materieel 0.8 Overige baten en lasten Onvoorzien 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Bedrijfsvoering
17.100
21.104
26.772
-
28.330
28.330
28.081
28.123
27.539
-11 8.579 480 8.051 17.100
8.763 4.239 204 7.899 129 129 21.233
10.739 5.625 10.408 129 129 26.900
-
11.117 7.527 9.686 132 132 28.462
11.117 7.527 9.686 132 132 28.462
11.116 7.431 9.533 132 132 28.213
11.116 7.178 9.829 132 132 28.255
11.099 6.778 9.662 132 132 27.671
Saldo voor mutatie reserves 0.10 Mutaties reserves Toevoegingen Onttrekkingen Financien, bedrijfsvoering Saldo na mutatie reserve
1.376 -467 -467 -467 909
0
100 -
-83.249
83.249
0
0
0
0
-
-100 -83.249
83.249
0
0
0
0
7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Inkomsten Salarislasten Inhuur Materieel Randvoorwaardelijk
0
0
-17.747
-9.844
-44.722 -5.870 -2.891 -10.936
-
6.309 3.925 348 10.582 5.680 4.708 898 74 5.680 29.497 23.409 3.741 2.348 29.497 6.049 2.979
48
5.2
Uitvoeringsovereenkomsten per deelnemer
Zie voor opbouw ontwikkelingen 2023 bijlage 5.8
Opmerking bijdrage gemeente Diemen: De UVO 2023 is de basis voor deze Meerjarenbegroting. Na het opstellen van deze Meerjarenbegroting heeft nog een bijstelling plaatsgevonden op de UVO 2023 van € -/65K voor advies constructieve veiligheid en € -/-23K provinciaal energieakkoord. Het bedrag opgenomen in bovenstaand overzicht voor gemeente Diemen is daarom € 88K meerjarig te hoog.
5.3
Kosten per uur, Capaciteit in uren en FTE’s
De tarieven in 2023 voor werkzaamheden binnen de UVO worden ten opzichte van het tarief 2022 aangepast naar aanleiding van de loon- en prijsontwikkeling. Het tarief bedraagt in 2023 € 112,40 Tarief ontwikkeling ontwikkelingen OD
2019
Per uur voor UVO producten Maatwerk door medewerker Maatwerk door projectleider
94,43 99,46 102,10 104,57 112,40 116,22 116,22 116,22 116,22 94,43 99,46 102,10 104,57 112,40 116,22 116,22 116,22 116,22 122,76 129,30 132,73 135,94 146,12 151,08 151,08 151,08 151,08
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
* Maatwerkuren gaan buiten de UVO om. Opslag projectleider maatwerk bedraagt 30%.
In de begroting 2023 en voor de doorrekening van de tarieven is met de volgende hoeveelheid uren rekening gehouden.
Capaciteit in uren UVO Maatwerk PM + WKB + Wbb Groei in capaciteit t.o.v. jaar eerder
Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2020 2021 2022
Begroting 2023 UVO
501.908 13.760
522.481 11.779
523.970 10.953
598.615 6.619
515.668
534.260 3,61%
534.923 0,12%
605.234 13,14%
MJB 2024
598.615 6.619 78.229 683.463 12,93%
Vanuit de benodigde capaciteit in uren wordt gerekend met een norm van 1.365 uur per Full Time Equivalent (FTE = volledig dienstverband). Met deze norm wordt de capaciteit in uren omgezet naar
49
personeel in FTE’s. Met de formatie voor vaste dienstverbanden bij de OD NZKG wordt als saldo de inhuur berekend. Benodigd eigen personeel
Capaciteit in FTE's
Inhuur
%
Totaal
Programma Bouw
61
29
89
15%
Programma Bodem
53
5
57
9%
Programma Milieu & BRZO
234
20
254
42%
Programma Randvoorwaardelijk
92
7
99
16%
Programma Bedrijfsvoering Totaal
98 537
5 65
103 603
17% 100%
5.4
Meerjarig overzicht van de risico’s
In onderstaande tabel zijn de strategische bedrijfsrisico’s van de OD NZKG opgenomen in een meerjarig overzicht. Per risico is aangegeven wat het geschat financieel effect is, de kans dat het risico zich voordoet en in welk jaar zich dit kan voordoen. Risico's
bedragen x 1.000 euro
Totaal Risicokans op geschat bedrag risico effect 2022
Risicobedrag 2023
Risicobedrag 2024
Risicobedrag 2025
Risicobedrag 2026
Risicobedrag 2027
Verandering in Wet- en regelgeving a. Extra werk borging operationele kwaliteit Omgevingwet c. Algemene Verordening Gegevensbescherming d. Klimaatadaptatie en circulaire programma e. Terugdringen milieubelasting door wetgeving en rijksprogramma's f. Verandering rijks- of provinciaal beleid t.a.v. Tata Steel
gemid. erg klein gemid. gemid. klein
Verandering in Wetgeving
1.250 747 747 747 871
380 114 0 0 0
0 37 37 37 0
250 37 37 37 87
250 37 75 75 87
50 37 149 149 87
50 37 149 149 87
4.362
494
112
449
524
473
473
1.868
114
374
374
374
374
374
1.121
86
56
56
56
56
56
435
0
44
87
87
0
0
3.423
199
473
517
517
430
430
623 300 PM
60 -
60 -
62 60 -
60 -
60 -
60 -
923
60
60
122
60
60
60
Omzet fluctuaties, conjunctuur en arbeidsmarkt a. omzetfluctuatie door conjuncturele ontwikkelingen b. niet realiseren dekkingsbijdrage overhead, arbeidsmarkt en inhuur c. Afbreuk risico Groen Staal
gemid. erg klein gemid.
Omzet fluctuaties, conjunctuur en arbeidsmarkt Bedrijfsvoering a. risico nieuw zaaksysteem b. informatiebeveiliging c. Groen Staal niet volledig kunnen leveren
klein gemid. gemid.
Bedrijfsvoering Prestatiegericht financieren a. afwijking t.o.v. vastgesteld kengetal b. risico onderhandenwerk bouw en bodem Prestatiegericht financieren Totaal
klein groot
1.986
569
199
199
0
0
0
675
339
337
337
337
337
337
2.661
908
536
536
337
337
337
11.368
1.661
1.181
1.624
1.438
1.300
1.300
De methode van het bepalen van het benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op het Nederlands Instituut voor Risicomanagement (NAR).
50
Kans
Klasse
Financieel gevolg
Risico matrix
Financieel gevolg
Kans
Frequentie
1
Zeer klein
1x per 20 jaar
5%
2
Klein
1x per 10 jaar
10%
3
Gemiddeld
1x per 5 jaar
20%
4
Groot
1x per 2 jaar
50%
5
Zeer groot
1x per jaar
100%
min.
max.
Gemiddeld € 25.000
Klasse
%
1
€0
€ 50.000
2
€ 50.000
€ 100.000
€ 75.000
3
€ 100.000
€ 250.000
€ 175.000
4
€ 250.000
€ 500.000
€ 375.000
5
€ 500.000
maximaal
€ 1.000.000
Prioriteit
laag
hoog
5
5
10
15
20
25
4
4
8
12
16
20
3
3
6
9
12
15
2
2
4
6
8
10
1
1
2
3
4
5
1
2
3
4
5
hoog
laag
Kans
Alle risico’s krijgen een score van kans maal gevolg. Aan de hand daarvan wordt bepaald hoeveel weerstandscapaciteit nodig is.
5.5
Overzicht rente, afschrijvingen, EMU saldo en Vennootschapsbelasting
Rente De OD NZKG heeft per balansdatum 31-12-2022 geen lening. Afschrijving De OD NZKG heeft voor een bedrag van 1.390K aan materiële vaste activa (meubilair, laptops, Technische materialen en huisvestingsaanpassing) en geen immateriële vaste activa (ontwikkeling van software) in bezit per balansdatum 31 december 2022. (Bedragen X € 1.000) Afschrijvingen Gevelaanpassing tochtsluis (in 10 jaar) Bedrijfsgebouwen Installaties (o.a. oplaadpalen in 10 jaar) Machines, apparaten en installaties Inventaris/meubilair (in 10 jaar) Laptops/Ipads (in 3 jaar) iphones (in 3 jaar) Warmte Camera Drone plaza/balie receptie (in 10 jaar) Huisvestingsplan, werkplekuitbreiding (in 10 jaar) werkpleksensoren (in 5 jaar) Overige materiele vaste activa Kantoorautomatisering software (in 5 jaar) Immateriele vaste activa Totale Afschrijvingen
2022 11 11 6 6 98 156 99 27 9 28 36 2 455 0 0 472
2023 11 11 6 6 98 156 120 27 9 28 36 2 476 0 0 493
2024 11 11 6 6 0 156 120 26 10 28 36 2 378 0 0 395
2025 11 11 6 6 0 0 30 0 0 28 36 2 96 0 0 113
2026 11 11 0 0 0 0 0 0 0 28 36 2 66 0 0 77
2027 11 11 0 0 0 0 0 0 0 28 36 2 66 0 0 77
EMU saldo
51
De berekening van het EMU saldo bij de decentrale overheden (en de bijdrage daaraan door de OD NZKG) wordt gemaakt aan de hand van de onderstaande tabel. De categorieën die niet van invloed zijn op het EMU saldo maar die bij de OD NZKG niet voorkomen, zijn niet in de tabel opgenomen. (Bedragen X € 1.000) Berekening van het EMU saldo Exploitatiesaldo voor bestemming reserves Afschrijvingen Totale bijdrage aan EMU saldo
2022 0 472 472
2023 0 493 493
2024 0 395 395
2025 0 113 113
2026 0 77 77
2027 0 77 77
Vennootschapsbelasting (Vpb) Overheidsorganisaties zijn sinds 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). In een samenwerking met Bureau Belastingplicht Overheidsondernemingen zijn specifieke afspraken gemaakt voor omgevingsdiensten en vastgelegd in een notitie. Eén van de resultaten is een lijst met activiteiten waarvoor geen Vpb-plicht geldt, het gaat dan om wettelijke taken en plustaken. Naast deze lijst zijn er een aantal commerciële activiteiten, bijvoorbeeld het detacheren van personeel. Als de opbrengsten van de commerciële activiteiten niet meer dan kostendekkend zijn, is er geen Vpb-plicht. De Vpb-plicht is in principe van toepassing bij structurele overschotten op alle taken. Echter er is geen plicht tot aangifte Vennootschapsbelasting, wanneer bij een overschot dit eerst wordt bestemd voor een eventuele benodigde aanvulling van het weerstandsvermogen of bestemmingsreserves en vervolgens voor terugbetaling aan de opdrachtgevers. Voor de OD NZKG geldt dat bijna alle taken wettelijke taken zijn. Het geringe deel aan commerciële activiteiten is maximaal kostendekkend. Voor 2024 en verder geldt dat de begroting sluitend wordt opgesteld en er geen overschotten zijn. Er wordt dan ook geen meerjarige Vpb-plicht verwacht over 2024 tot en met 2027.
52
5.6
Geprognotiseerde balans
Meerjarenbalans (Bedragen X € 1.000) ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa TOTAAL VASTE ACTIVA Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen (kas- en banksaldi) Overlopende activa TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA TOTAAL Meerjarenbalans (Bedragen X € 1.000) PASSIVA Eigen vermogen Jaarrekeningresultaat vorig boekjaar Bestemmingsreserves Voorzieningen Vaste schulden met rentetypische looptijd > één jaar TOTAAL VASTE PASSIVA Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar Overlopende passiva TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA TOTAAL
Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans 2022 2023 2024 2025 2026 2027 0 0 0 0 0 0 1.390 897 502 389 312 235 1.390 897 502 389 312 235
waarde bezittingen ontwikkeling software investering meubilair
debiteuren (te ontvangen) bankrekening saldo vooruitbetaald
28.761 29 554 29.344 30.734
28.761 29 554 29.344 30.241
28.761 29 554 29.344 29.846
28.761 29 554 29.344 29.733
28.761 29 554 29.344 29.656
28.761 29 554 29.344 29.579
Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans Eindbalans financiering bronnen 2022 2023 2024 2025 2026 2027 weerstandvermogen 2.018 1.224 1.224 1.224 1.224 1.224 saldo vorig jaar -909 0 0 0 0 0 WW, OW, wetg kalender, POB 1.525 1.310 1.310 1.310 1.310 1.310 personeel, verlof en OHW 1.899 1.899 1.899 1.899 1.899 1.899 lening bij BNG
0 4.533
0 4.433
0 4.433
0 4.433
0 4.433
0 4.433
crediteuren (te betalen) vooruitontvangen
4.833 21.368 26.200 30.734
4.440 21.368 25.808 30.241
4.045 21.368 25.413 29.846
3.932 21.368 25.300 29.733
3.855 21.368 25.223 29.656
3.778 21.368 25.146 29.579
Verloopoverzicht reserves Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve WW & Reintegratie Bestemmingsreserve Omgevingswet Bestemmingsreserve Wetgevingskalender Bestemmingsreserve Persoonlijk ontwikkelbudget Gerealiseerde resultaat 2022 Totaal reserves
Stand per 31-12-2022 2.018 230 906 389 -909 2.634
(bedragen x € 1.000) Stand per Stand per Stand per Stand per Stand per 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027 1.224 1.224 1.224 1.224 1.224 115 115 115 115 115 806 806 806 806 806 389 389 389 389 389 2.534 2.534 2.534 2.534 2.534
Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten Baten: Algemene Reserve Onttrekking WW & Reintegratie Onttrekking Wetgevingskalender Onttrekking reserve Omgevingswet Onttrekking Persoonlijk ontwikkelbudget Vrijval voorziening Personeel Saldo van de rekening 2021 Totaal baten Lasten: Kosten Reintegratie Kosten Omgevingswet Toevoeging voorziening personeel Toevoeging voorziening Gekocht verlof Toevoeging reserve POB Totaal lasten
2022
2023
2024
2025
152 143 172 12 832 1.311
794 115 100 1.009
-
-
832 195 352 1.380
-
-
-
-
-
(bedragen x € 1.000) 2026 2027
-
-
-
-
-
53
Algemene reserve De Algemene reserve vormt het Weerstandsvermogen. Dit Weerstandsvermogen dekt het risico af zoals dit is omschreven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bestemmingsreserve Persoonlijk Ontwikkelbudget Ten gevolge van een cao wijziging hebben alle medewerkers over een periode van vijf jaar recht op een persoonlijk ontwikkelbudget (POB) van 5k. Met dit POB kan een medewerker investeren in zijn scholing en ontwikkeling. Sinds 2021 is het ook mogelijk voor de 60+ medewerkers om voor de helft van het budget vrije dagen te kopen en in te zetten voor vitaliteit van deze medewerkers. De CAO afspraak gelde voor de periode 2018 t/m 2022 in de laatste CAO is dit verlengt met nog een periode van 5 jaar. Het betekent dat over nog een periode van vijf jaar voor het POB voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om aan de verplichting richting de medewerkers te kunnen voldoen. WW & re-integratie De OD NZKG is eigen risicodrager voor werkloosheidskosten, re-integratie inspanningen bij ziekte, bemiddeling- en mobiliteitstrajecten, etc. Het is verplicht om voor dit reële bedrijfsrisico een reserve te vormen. Wanneer lopende het jaar een beroep wordt gedaan op deze reserve, zal dit in de halfjaarrapportage worden opgenomen.
5.7
Verklaring kengetallen
Hieronder is de berekening van de financiële kengetallen toegelicht. Zie hoofdstuk 4.5 voor de beoordeling en toelichting op de kengetallen. Netto schuldquote Vaste schulden
(bedragen x €1.000) Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027 -
-
-
-
-
Netto vlottende schuld
4.833
4.440
4.045
3.932
3.855
3.778
Overlopende passiva
21.368
21.368
21.368
21.368
21.368
21.368
28.761
Financiële activa (excl. verstrekte leningen) Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar
28.761
28.761
28.761
28.761
28.761
Liquide middelen
29
29
29
29
29
29
Overlopende activa
554
554
554
554
554
554
56.574
77.420
83.249
82.485
81.471
78.958
-6%
-5%
-5%
-5%
-5%
-5%
Totale baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote
De netto schuldquote wordt berekend door het saldo van de schulden en vorderingen te delen door de totale baten. (bedragen x €1.000) Solvabiliteitsratio
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Eigen vermogen
3.543
2.534
2.534
2.534
2.534
2.534
Balanstotaal*
9.366
8.873
8.478
8.365
8.288
8.211
Solvabiliteit
38%
29%
30%
30%
31%
31%
*Gecorrigeerd met voorschotten opdrachtgevers
De verhouding tussen het eigen vermogen en totale vermogen geeft de ratio voor de solvabiliteit.
54
(bedragen x €1.000) Structurele exploitatieruimte
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Totale structurele lasten
56.935
77.420
83.249
82.485
81.471
78.958
Totale structurele baten
56.107
77.320
83.249
82.485
81.471
78.958
-
-
-
-
-
Totale structurele toevoegingen aan de reserves Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale baten Structurele exploitatieruimte
-
-
-
-
-
56.574
77.420
83.249
82.485
81.471
78.958
-1%
-0,1%
0%
0%
0%
0%
De berekening voor structurele exploitatieruimte is het saldo van structurele baten en lasten en structurele toevoegingen en onttrekkingen van reserves. Het resultaat hiervan wordt gedeeld door de totale baten.
55
5.8
Financiële ontwikkelingen
Ontwikkeling 1. Autonoom
Programma Milieu
Onderwerp Tata
2. Autonoom
Milieu
Omzetting van inrichting naar MBA
3. Beleid
Milieu
Digitalisering/AADV
Inhoudelijke toelichting Opdrachtgever Met oog op de transitie naar Groen Staal bij Tata en bijbehorende vergunningprocedures zal dat op PNH een gegeven moment ook leiden tot toezicht. De oorspronkelijke planning is zodanig ingesteld dat de eerste aanvragen in 2023 ontvangen zullen worden. Naar verwachting komt er ook een overlap in vergunningen procedures en toezicht, dus een procedure die in 2023 is verleend zal in 2024 tot toezicht leiden. Grofweg kunnen we de komende vier jaren 80 extra vergunningen verwachten. Gerekend is met 20 aanvragen op jaarbasis. Voor het toezicht is gerekend met 300 uren per vergunning. Bij de jaarrekening 2021 is een reserve gevormd van € 832K voor het omzetten van inrichting naar Alle OG's MBA's. Voor de omzetting naar milieubelastende activiteiten is een eerste raming gemaakt van in totaal €1,9 mln over 3 jaren, welke is opgenomen in onze meerjarenbegroting 2023-2026. De resterende kosten van € 1.068K zijn opgenomen in deze meerjarenbegroting. Per jaar betreft dit een bedrag van € 534K. n.b. Als gevolg van uitstel omgevingswet is de projecleider MBA's in 2022 later gestart dan gepland. Het onderbouwen van de kosten en de aanpak is onderwerp van nader onderzoek. In de periode jan/maart 2023 starten 2 pilots. In de pilot automotive branche worden circa 1500 bedrijven omgezet en in de pilot industrie worden 4 vergunningen omgezet.
We verwachten uit deze pilots betere informatie te krijgen over zowel de te volgen aanpak als de benodigde tijdsbesteding. Op basis hiervan wordt de kostenraming geactualiseerd. Het bedrag opgenomen in deze meerjarenbegroting kan daarom nog wijzigen. De ODNZKG draagt al vanaf de start bij aan het programma van PZH/DCMR met betrekking tot de Provinciaal Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV). PZH/DCMR heeft aan de andere provincies en BRZO-OD's de vraag gesteld of zij de doelstellingen van het programma omarmen en samen op willen trekken. Meedoen met PZH/DCMR draagt bij aan een landelijk uniforme werkwijze (in ieder geval voor de BRZO- en RIE4-inrichtingen). In BRZO6-verband wordt de mogelijkheid van een gezamenlijk traject onderzocht. Los van de keuze of wij, ODNZKG, volledig mee gaan met de aanpak en het systeem van PZH/DCMR of een eigen traject gaan bewandelen, is het evident dat er een slag moet worden gemaakt met betrekking tot de digitalisering van vergunningenprocedures en digitale ontsluiting van vergunningen voor Milieu. Doelstellingen hierbij zijn onder andere: transparante ontsluiting van informatie, efficiëntere werkwijze, kortere proceduretermijnen, beter overzicht van voorschriften. Een dergelijke ontwikkeling, waarbij eerst ook het einddoel goed moet worden geformuleerd, vraagt de komende jaren een flinke investering.
In 2021 is een verkenning uitgevoerd naar voor- en nadelen bij aanhaking op het AADV-traject. Onderdeel van deze verkenning was een kostenraming. Deze kwam uit op 2,7 miljoen voor de BRZO- en RIE4-inrichtingen bij ODNZKG inclusief Tata. Dit bedrag is tot stand gekomen met behulp van landelijk afgesproken kengetallen voor digitalisering met behulp van de Digi-V-tool van PZH/DCMR. Het is een grove raming, gebaseerd op beperkte ervaring. In 2023 zal de ODNZKG een pilot uitvoeren met de Digi-V-tool. Deze pilot zal naar verwachting meer inzicht geven in de tijdsbesteding en daarmee kosten die gemoeid zijn met het omzetten van vergunningen naar digitale ontsluiting op voorschriftenniveau. Als er wordt gestart met dit traject zal dit meerdere jaren in beslag nemen. Op basis van de 1e kosteninschatting is een structureel bedrag van €500K per jaar opgenomen.
Verdeling opdrachtgevers
2024 € 736.000
2025 € 736.000
2026 € 736.000
2027 € 736.000
Op basis van aantal inrichtingen
€ 534.000
€ 534.000
€0
€0
85% Provincie NH, 11% Provincie Utrecht, 4% Provincie Flevoland
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
Gelet op de algemene ontwikkelingen op het gebied van digitalisering zullen we vroeger of later deze slag moeten gaan maken. Op de langere termijn leidt het naar verwachting tot een meer efficiënte uitvoering van vergunningverlening.
56
Ontwikkeling 4. Autonoom
Programma Milieu
Onderwerp Omgevingswet en Actualisatie van vergunningen
Opdrachtgever Inhoudelijke toelichting Het is een wettelijke plicht voor het bevoegd gezag om nieuw beleid door te voeren in de vigerende Alle OG's omgevingsvergunningen Milieu. Inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 leidt in de jaren erna tot een nog grotere opgaaf met betrekking tot de actualisaties dan dat er al was. Zo moeten er bij voorbeeld, als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, binnen 2 jaar na inwerkingtreding maatwerkvoorschriften worden gemaakt voor bedrijven die met metaal, hout of steen in de open lucht werken en moet er bij minimaal de BRZO-bedrijven (en mogelijk ook bij de Afvalinrichtingen) een voorschrift met betrekking tot financiële zekerheid in de vergunning worden opgenomen. Het gaat te ver om hier alle bekende voorbeelden op te sommen. Er zal een overzicht gemaakt moeten worden van de actualisatie-opgave als gevolg van de Omgevingswet, waarna de voorbereiding op de uitvoering en de daadwerkelijke uitvoering kan worden opgepakt. Ondanks dat dit totaalbeeld er nog niet is, is wel duidelijk dat dit een grote opgaaf zal zijn die de komende jaren veel inzet zal vragen. De kosten om tot een inventarisatie te komen van onderwerpen en vergunningen die geactualiseerd moeten worden, wordt geschat op circa € 175.000.
Op basis van deze inventarisatie kan een inschatting worden gemaakt van de benodigde inzet om de vergunningen daadwerkelijk te actualiseren.
Verdeling opdrachtgevers Op basis van aantal vergunning plichtinge inrichtingen
2024 € 174.330
2025 PM
2026 PM
2027 PM
€ 397.356
€ 397.356
€ 397.356
€ 397.356
Voor het maken van een inventarisatie moeten in eerste instanties de thema’s waarop vergunningen geactualiseerd moeten worden, bekend zijn. Nadat deze bekend zijn kan het vergunningenbestand hierop worden getoetst. De ODNZKG heeft 496 vergunning plichtige bedrijven in haar werkpakket. Voor een actualisatietoets dient rekening te worden gehouden met gemiddeld 6 uur per toets. Met 496 vergunningplichtige inrichtingen komt dit neer op circa 3.000 uur werk. Aangenomen wordt dat door aan de voorkant slimme selecties te maken, de inzet mogelijk met 50% kan worden gereduceerd. Voor de vervolgstap, het daadwerkelijk actualiseren van de vergunningen, dient rekening te worden gehouden met een beduidend grotere inzet. Het is niet realistisch om er vanuit te gaan dat de actualisaties binnen twee jaar na inwerkingtreding Ow zijn afgerond. 5. Autonoom
Bodem
GBES
VTH op gesloten bodemenergie (GBES) is een wettelijke basistaak voor OD NZKG onder de Omgevingswet. Op dit moment is deze VTH taak onvolledig door alle gemeentelijke bevoegde gezagen als zodanig verankerd in de UVO's. Overdracht van deze taken kan plaatsvinden wanneer de Omgevingswet van start gaat. Voor een kostenraming 2024 van de uitvoering van de VTH taken GBES is naast het aantal bestaande GBES'en een raming gemaakt van het aantal te verwachten nieuwe aanmeldingen/vergunningaanvragen 2024. Deze raming is gemaakt op basis van de trend van het aantal geregistreerde nieuwe meldingen/vergunningen van de afgelopen jaren. Met dit geschatte aantal is een berekening gemaakt. Hierin zijn verschillende uitvoeringstaken onderscheiden waarvoor per taak normuren zijn ingeschat. De normuren zijn gebaseerd op eigen ervaringen en die van collega omgevingsdiensten. Omdat de aanleg van een GBES een cruciaal moment is, is uitgangspunt om van alle meldingen/vergunningen een boorcontrole uit te voeren waarvan 75% fysiek en 25% administratief. Verder is uitgegaan van beëindiging van één tot enkele GBES systeem/systemen op jaarbasis en een naleefpercentage van 80% op de controles, ofwel 20% hercontroles. Dit is een ervaringspercentage.
Gemeentelijke OG's exclusief Haarlemmermeer (Reeds opgenomen in de UVO 2023)
57
Ontwikkeling 6. Autonoom
Programma Onderwerp Rand Extra inzet als gevolg van voorwaardelijk implementatie omgevingswet
Inhoudelijke toelichting De implementatie van de omgevingswet brengt veel onzekerheden met zich mee. OD NZKG schat in dat wij aanvankelijk minimaal 5% van onze capaciteit nodig zullen hebben voor het administratieve werk dat voortvloeit uit de onvolkomenheden van het DSO bij het (geautomatiseerd) routeren van aanvragen en meldingen binnen en tussen behandeldiensten en voor het opzetten van een service organisatie t.b.v. ondersteuning medewerkers. In FTE is dit tussen de 10 a 15 fte per jaar, ofwel 1,9 mln in 2024. Benodigde inzet wordt in de loop der jaren afgebouwd.
Opdrachtgever Alle OG's
Verdeling opdrachtgevers Op basis van omzet UVO 2023
2024 € 1.900.000
2025 € 1.430.000
2026 € 950.000
2027 € 475.000
€ 103.977
€ 103.977
€ 103.977
€ 103.977
€ 1.127.334
€ 1.127.334
€ 1.127.334
Ter compensatie van de invoeringskosten van de Omgevingswet bij de gemeenten en hun uitvoeringsdiensten heeft het Rijk in aansluiting op het Coalitieakkoord 2021 €410 mln uitgetrokken. De VNG onderhandelt over meer, nu de invoeringskosten zijn gestegen na twee keer extra uitstel. Van dit budget is in 2022 €150 mln uitgekeerd via het Gemeentefonds, waarvan €8,4 mln aan de gemeentelijke opdrachtgevers van de OD NZKG. Zij krijgen in de komende jaren verdere tranches van naar verwachting €5,7 mln in 2023 en €14,6 mln over de jaren 2024-2027. Het ligt in de rede deze compensatiebedragen mede aan te wenden voor deze invoeringskosten. De provinciale opdrachtgevers genieten vanaf inwerkingtreding financiële voordelen van de Omgevingswet, met name omdat provinciale bodemtaken naar de gemeenten overgaan en door de herintroductie van milieuleges. Deze meerkosten bij de uitvoeringsorganisatie houden daarmee direct verband. 7. Autonoom
Bodem
Regionaal schakelpunt Kennis Bodem
8. Autonoom
Milieu
ZZS-taken gemeenten
De VNG heeft van het Rijk opdracht gekregen pilots uit te voeren met betrekking tot het instellen van PNH en Op basis van regionale schakelpunten (RSP) Kennis Bodem. De provincie NH en Omgevingsdienst NZKG hebben gemeentelijke OG's urenafname van het hiervoor een projectvoorstel ingediend. De provincie NH treedt op als opdrachtnemer en de OD bodemprogramma NZKG als belangrijke uitvoerder. Het Rijk zal medio 2023 een beslissing nemen over het nationaal van de OD NZKG, kennis infrastructuur, met de regionale schakelpunten erbij. Mogelijk komen er rijksmiddelen gebaseerd op de beschikbaar voor 2024. Voor het RSP wordt een inzet verwacht van 16 uur per week gedurende 50 UVO 2023. weken per jaar. Hierbij komt nog een bedrag van ca. 10k voor het organiseren van het jaarlijks bodemberaad. De noodzaak om inzicht te hebben in de emissies naar lucht, bodem en water van Zeer Gemeentelijke OG's Aan gemeentelijke Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij vergunningplichtige bedrijven is groot. Tot op heden is de aandacht vergunningplichtige vooral gericht op de risicovolle bedrijven die onder provinciaal bevoegd gezag vallen en enkele inrichtingen andere grote gemeentelijke bedrijven met een risico. Het onderwerp is ook prominenter op de bestuurlijke agenda’s gekomen en heeft geleid tot een ‘impulsprogramma chemische stoffen’ vanuit het Rijk dat 16 december 2022 is aangeboden aan de Tweede Kamer.
Ook voor de gemeentelijke vergunningplichtige bedrijven (ca. 336 bedrijven) geldt de informatieplicht op basis van het Activiteitenbesluit en hadden deze bedrijven al aan de informatieplicht moeten voldoen vóór 1 januari 2021. Daarnaast dienen deze bedrijven ook een vermijdings-en reductieprogramma’s (VRP’s) in te dienen. Door het hoge aanbod van vraaggestuurd werk is hier echter beperkt aandacht voor geweest bij de OD NZKG. Daarnaast is er per 1 januari 2023 een belangrijke verscherping van 76 ZZS-normen van kracht geworden, die begin november 2022 pas was aangekondigd. De OD NZKG heeft de intentie om in 2023 te beginnen met het aanschrijven op de informatieplicht en in indienen van de VRP’s, ook voor de aangescherpte normen. Gezien de grootte van het bedrijvenbestand en de beperkte capaciteit zullen deze werkzaamheden verspreid opgepakt worden in de periode van 2023 tot en met 2026. Deze werkzaamheden zullen geprioriteerd worden op basis van onder andere risico’s, milieuzwaarte, omgevingstype en naleefgedrag. Onzekere factoren hierbij zijn onder andere de inschatting van benodigde capaciteit, de aanwezigheid van capaciteit, de in werkingtreding van de Omgevingswet en de medewerking van de bedrijven bij het aanleveren van de juiste informatie. Wij verwachten een inspanning van 100 uren per vergunningplichtig bedrijf.
De totale inzet voor de gemeentelijke bedrijven komt hiermee op 32.900 uren, ofwel € 3,9 mln. 50 bedrijven in 2023 en 93 bedrijven per jaar in 2024, 2025 en 2026. Voor 2023 is er nog geen dekking binnen onze begroting en volgt, via een separaat traject, nog een claim voor aanvullende middelen.
58
Ontwikkeling 9. Beleid
Programma Milieu
Onderwerp Strafrecht (n.a.v. rekenkamer rapport)
Inhoudelijke toelichting Opdrachtgever Uit diverse rapportages blijkt dat er in Nederland sprake is van een toenemende milieucriminaliteit. Alle OG's Zoals gesteld in het Rekenkamerrapport worden milieuovertredingen en -criminaliteit enkel zichtbaar wanneer je er actief naar op zoek gaat. Door koppeling van de aanpak veelplegers, Ondermijning, Ketentoezicht en strafrecht is het mogelijk om hier meer grip op te krijgen. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen opsporingsdiensten en adequate opvolging in de strafrechtketen naast de inzet bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten. De OD NZKG brengt op dit moment het 'streefbeeld strafrecht' in kaart wat duidelijkheid zal bieden over de groeiopgave voor de komende jaren. In eerste instantie wordt uitgegaan van een extra inzet van 3 fte vanaf 2024. Mogelijk dat dit later meer/minder wordt op basis van opgedane ervaringen.
10. Beleid
Bodem
Kwaliteitscontrole BIS
Voor het bodeminformatiesysteem NAZCA is in 2021 een Visie BIS onder de OW opgesteld. In 2022 is Alle OG's met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers fase 1a uitgewerkt. Hierin is een strategie uitgewerkt hoe de visie verder volledig kan worden gerealiseerd. Tevens is een invoerprotocol gemaakt , voorbereidingen getroffen voor de aanpassing van de Nazca rapportagemodule en het doorontwikkelen van de signaalkaart bodem. In 2023 wordt doorgewerkt aan fase 1b. Om dit goed te kunnen doen is het noodzakelijk om het BIS zo compleet mogelijk met kwalitatief juiste bodemdata gevuld te hebben. In 2023 wordt daar bodemdata zo veel als mogelijk “verrijkt”, maar ook de kwaliteit van de data aangepakt.Op dit moment zijn er echter meerdere partijen die bodemdata invoeren in het Bodeminformatiesysteem (NAZCA). De controle op de data-invoer is beperkt en niet structureel. Dit moet worden geprofessionaliseerd om er voor te zorgen dat er met betrouwbare en gevalideerde bodemdata wordt gewerkt. Met de verplichting in 2024 om de bodemdata op te nemen in de Basisregistratie Ondergrond is de “bronhouder” verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bodemdata. Er is contact gezocht met een externe partij met jarenlange ervaring op het gebied van data-analyse en foutcontrole op BIS-datasets. Een eerste scan is gedaan.
Er zijn vervolgafspraken gemaakt over de verdere professionalisering van de data-controle. Om dit structureel aan te pakken is centrale invoer echter noodzakelijk. Gemiddeld worden ca. 1250 nieuwe onderzoeken en ca. 2400 mutaties door externe partijen in het BIS opgenomen. Dit is ca. 3700 uur per jaar. (1250 x 2 uur = 2500 uur en 2400 x 0,5 uur = 1200 uur) Voor de structurele kwaliteitscontrole is 500 uur per jaar benodigd.Vanaf 2024 en verder is ca. 4200 uur per jaar nodig voor centrale invoer en structurele kwaliteitscontrole.
11. Beleid
Milieu
Water
De Europese kaderrichtlijn Water wil de toegang tot drinkwater verbeteren, en burgers en milieu behoeden voor verontreinigd drinkwater, onder meer door minimumvereisten op te leggen voor materialen die in contact komen met drinkwater. Taken in relatie tot het domein Water zijn in de uitvoeringsafspraken thans laag geprioriteerd. Om continuïteit te waarborgen van een kwalitatief VTH-bijdrage aan de meerjarige Programma’s Indirecte Lozing ihkv de Delta aanpak dan wel het Programma ZZS op gebied van vuilwater/afvalwater is noodzakelijk dat geïntensiveerd wordt in de robuustheid van de thans versnipperde en kwetsbare watertaken die nu belegd zijn bij de ODNZKG. De ontwikkeling van een robuuster VTH-product Water (onder Programma Milieu) zal versterkt worden met 5 fte in 2024 en doorgroeien naar 7,5 fte in 2025.
Verdeling opdrachtgevers Op basis van aandeel werkpakket Milieu
2024 € 475.921
2025 € 475.921
2026 € 475.921
2027 € 475.921
Op basis van invoer 2021 en 2022
€ 488.124
€ 488.124
€ 488.124
€ 488.124
PNH - A'dam - HLM - Op basis van aandeel Zaanstad werkpakket Milieu + input Trekker(s)
€ 793.202
€ 1.189.802
€ 1.189.802
€ 1.189.802
€ 7.230.244
€ 6.982.514
€ 5.968.514
€ 4.366.180
Totaal
59
Voor 2023 zijn er ontwikkelen waarvoor middelen zijn opgenomen in de UVO 2023. Het betreft de volgende zaken:
Deze zijn niet als aanvullende claim opgenomen in deze meerjarenbegroting omdat deze posten onderdeel uitmaken van onze begroting en daarmee zijn meegenomen in het bedrag per deelnemer. Deze bovenstaande financiële ontwikkelingen vertalen zich als volgt naar wijzigingen in de deelnemerbijdragen
Wijzigingen deelnemerbijdragen 2024 4. Omgevin 2. gswet Omzetting 3. en 5. van Digitaliseri Actualis GBES inrichting ng/AADV atie van naar MBA vergunni ngen
6. Extra inzet als gevolg van implementatie omgevingswet
Eerste begrotingswijziging 2023
Loon- en prijsstijging 2024
Gemeente Amsterdam
26.055
815
-
244
-
54
Provincie Noord-Holland
26.872
841
736
5
425
56
Gemeente Zaanstad
3.825
120
-
115
-
20
Gemeente Haarlemmermeer
10.820
338
-
149
-
30
-
Gemeente Aalsmeer
555
17
-
5
-
4
148
15
Gemeente Amstelveen
883
28
-
7
-
3
58
23
Gemeente Diemen
429
13
-
1
-
2
9
11
Gemeente Ouder-Amstel
301
9
-
3
-
1
10
8
Gemeente Uithoorn
377
12
-
4
-
2
23
10
Provincie Flevoland
372
12
-
-
20
-
-
Provincie Utrecht
1.043
33
-
-
55
-
-
28
Totaal UVO
71.532
2.238
736
534
500
174
397
1.900
Deelnemer
1. Tata
90 -
692 714
60
102 287
10
60
7. Regionaal 8. schakelp ZZS-taken unt gemeente Kennis n Bodem
9. Strafrecht (n.a.v. rekenkamer rapport)
10. 11. Kwaliteitscontr Water ole BIS
12. Wkb
13. Wbb
Begroting 2024
52
469
106
224
76
-356
-
28.521
24
-
256
96
500
-
-785
29.741
7
201
34
-
24
-
200
4.708
13
314
49
100
194
-52
505
12.746
2
43
4
27
-
-
96
915
3
35
6
32
-
-
124
1.203
1
27
3
5
-
-
54
556
1
15
2
2
-
-
37
391
1
23
3
2
-
-
46
504
-
-
3
-
-
-
-
417
-
-
10
-
-
-
-
1.169
104
1.127
476
488
793
-408
277
80.869
61