Bijlage 2. Kompaslocatie fase 2 investeringsnota bijlages en onderzoeken.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Figuur 5.1 peilbuizen Waternet
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 16 van 32
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
0 25-5-1979
14-11-1984
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 17 van 32
7-5-1990
28-10-1995
19-4-2001
10-10-2006
1-4-2012
22-9-2017
Waterstand (mNAP)
-0,5
-1
-1,5
-2
-2,5 C07071 Freatisch
C07192 Freatisch
Figuur 5.2 tijdreeksen actieve peilbuizen
5.3 Diep grondwater Het gehele gebied van Amsterdam Noord is een concessiegebied van Westpoort Warmte. De ontwikkelende woningbouwcorporatie wil aansluiten op stadswarmte. De leidingen van de stadswarmte liggen in de buurt. Het is daarom niet waarschijnlijk dat op de plangebied (het diepe grondwater beïnvloedende) WKO of bodemenergiesystemen geïmplementeerd zullen worden. Volgens de WKO-bodemenergietool (https://wkotool.nl/) zijn er in de omgeving geen open/gesloten bodemenergiesystemen aanwezig of bij het landelijk register grondwateronttrekkingen (LGR)geregistreerde grondwateronttrekkingen.
5.4 Aandachtspunten grondwater 5.4.1 Klimaatverandering Te droog De klimaatscenario’s van het KNMI [22] geven aan dat de kans op extreme droogte de komende jaren verder toe zal nemen. Deze droogte kan onder andere – door een dalende grondwaterstand leiden tot bodemdaling, droogtestress voor (jonge) vegetatie en aantasting van houten funderingspalen. In het plangebied zijn naar verwachting geen houten paalfunderingen aanwezig.
15-3-2023
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 18 van 32
Nadelige effecten van droogte worden versterkt doordat de stedelijke ondergrond door verdergaande verharding en verdichting steeds meer wordt uitgesloten van de stedelijke waterkringloop. Actieve infiltratie, aan de hand van bijvoorbeeld wadi’s, zou het grondwater kunnen aanvullen en draagt zo bij aan het voorkomen van de nadelige effecten van droogte. Te nat Anderzijds kunnen er ook te hoge grondwaterstanden optreden in het natte klimaatscenario van het KNMI. Hierdoor is er kans op opkruipend vocht in kruipruimten en souterrains, natte tuinen en water op straat. Ook kan door te hoge grondwaterstanden het risico op het opvriezen van wegen, opdrukkende boomwortels en op boomsterfte toenemen. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat infiltrerend neerslagwater lateraal afgevoerd kan worden naar lagergelegen wadi’s of drainagebuizen. Hiervoor is een goed doorlatende bodem en een onverzadigde zone van voldoende dikte nodig.
5.4.2 Onderkeldering De investeringsnota voorziet vooralsnog niet in nieuwe ondergrondse constructies zoals ondergrondse parkeergarages. In Amsterdam gelden nieuwe regels voor het bouwen van kelders, die zijn vastgelegd in het (paraplu) bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders. Ondergrondse constructies mogen geen negatieve invloed hebben op het grondwatersysteem. In het geval dat ondergrondse constructies de grondwaterstroming (gedeeltelijk) blokkeren zullen deze grondwaterneutraal dienen te worden uitgevoerd door aanvullende maatregelen, zoals bijvoorbeeld door grondverbetering of drainageconstructies rondom (onder en langs) de kelder aan te brengen. Dit geldt voor kelders met een oppervlakte van minder dan 300 m2 en een diepte tot 4 meter onder maaiveld. Voor ondergrondse constructies met een grotere oppervlakte en/of diepte geldt dat een onderzoek naar de effecten van de constructie op de geohydrologische situatie aan de gemeente ter beoordeling voorgelegd te worden. Volgens de bijbehorende kaart van het (paraplu) bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders, geldt voor de Kompaslocatie (gelegen aan de westzijde van de Waterlandpleinbuurt) maatregel 3 (zie Figuur 5.3). Deze maatregel bestaat uit het realiseren van een vast doorlaatvermogen, in dit geval 10 m2/d.
Deze vaste kD brengt men aan door bijvoorbeeld een zand- of grondlaag of buis met een bepaalde doorlaatbaarheid aan te brengen. Deze waarde van het doorlaatvermogen varieert per buurt en is zodanig gekozen dat hij past bij de geohydrologische omstandigheden van die buurt. Ook met het oog op de te verwerken toekomstige neerslaghoeveelheden. Er zijn in het plangebied geen doorlatendheidsmetingen gedaan. Hierdoor kan geen uitspraak worden gedaan over de kD-waarde van het freatisch pakket in de huidige toestand. Het verdient dan ook aanbeveling geohydrologisch onderzoek (boringen, doorlatendheidsmetingen) uit te voeren, met name ter plaatse van eventueel te bouwen kelders.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 19 van 32
Figuur 5.3 Gebiedsmaatregelen per buurt uit het (paraplu) bestemmingsplan grondwaterneutrale Kelders
5.4.3 Rioolvervanging Indien sprake is van rioolvervanging dient er rekening mee te worden gehouden dat oude (te verwijderen) riolering mogelijk lek is en dus drainerend werkt. Indien vervanging kan leiden tot grondwaterstijging moet in samenspraak met de rioolbeheerder (Waternet) worden onderzocht of compensatie door de aanleg van drainage noodzakelijk is.
5.4.4 Infiltratie- en bergingscapaciteit De bodemopbouw, in combinatie met een ontwatering van >0,90 m, biedt kansen om hemelwater middels infiltratie te bergen in de ondergrond. Op deze manier kan de sponswerking van de ondergrond een bijdrage leveren om op een natuurlijke manier overtollig hemelwater te bergen en vertraagd af te voeren.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 20 van 32
6 Hemelwater 6.1 Hemelwaterafvoer via riolering Hemelwaterafvoer in het plangebied is via een gescheiden stelsel geregeld (Bijlage 1 - ). Rond het plangebied dateert het gros van het stelsel uit 2015. Aan de noordzijde dateert het HWA van 1966. De ouderdom van het stelsel kan invloed hebben op de algemene werking en kan een mogelijke drainerende werking hebben. De hemelwaterafvoer aan de westzijde van het projectgebied voert het hemelwater af in de richting van de Ringsloot.
6.2 Rainproof Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof [9] en het OPR 2022-2027 [6] wordt voor het plangebied geadviseerd bij de herontwikkeling het maaiveld zodanig te ontwerpen dat een bui van 70 mm in één uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij dient conform het OPR 2022-2027 circa 20 mm in 1 uur verwerkt te worden door de riolering (bui 8 volgens RIONED) en de andere 50 mm in de openbare ruimte. Aanname is daarnaast dat meer dan 300 mm accumulatie van water op straat tot gevolg heeft dat de wegen onbegaanbaar zijn voor nood-/hulpdiensten [13]. De doelstelling is specifieker gemaakt voor de bebouwing op privaat terrein, in de gemeentelijke Hemelwaterverordening [3]. Deze verordening wordt toegepast op alle bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen wordt aangevraagd. Hierdoor wordt bij de realisatie van nieuwe bouwwerken verplicht om: - Een bui van 60 mm (60 l/m2) te kunnen verwerken op eigen terrein (60 liter per m2 kavel oppervlak) waarbij de waterbergingsvoorziening na 60 uur weer leeg en beschikbaar moet zijn voor een volgende bui. Waterberging kan op het gebouw plaatsvinden of inpandig. - In geval van een hergebruikssysteem tenminste 90 liter per m2 te kunnen verwerken.
- Hemelwater op daken mag via geknepen afvoer (bovengronds) aan openbare ruimte worden afgevoerd met een maximaal debiet 1,0 l/m2/uur (1,0 mm/uur). - Pas als er in 24 uur tijd meer dan 60 mm regenwater valt, mag hemelwater onder vrij verval worden aangeboden aan de openbare ruimte. Voor verwerking van hemelwater geldt conform de NBW [15] de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’, die moet worden gevolgd bij de aanpak van wateroverlast in een watersysteem. Vertraagd afvoeren van hemelwater ontlast afvoerbuizen (HWA) en het oppervlaktewatersysteem tijdens piekbuien. Hemelwater kan tijdelijk geborgen worden op daken, in tuinen en parken, oeverzones en binnen het straatprofiel. Op deze manier wordt bijgedragen in het verder terug dringen van de kans op wateroverlast op- en direct rondom het plangebied bij hevige neerslag. Voor het vergroten van de mogelijkheden om water vast te houden in de bodem en het
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 21 van 32
oppervlaktewater is het gewenst om zoveel mogelijk oppervlak onverhard te laten en de verharding slim aan te leggen waarbij deze in staat is water af te voeren naar een hemelwaterberging of het oppervlaktewater.
6.3 Water op straat Rond het plangebied blijft water op straat staan bij een bui van 60 mm in één uur (Figuur 6.1). Op de Beemsterstraat en Duinluststraat blijft, volgens de indicatieve hemelwaterberekeningen, tot maximaal 0,10 m water staan. Op zowel de straat als de parkeervakken. De rijbaan blijft begaanbaar. Echter vallen er twee zaken op: 1. Er blijft water staan tegen de gevel van de IJdoornschool. Met waterdieptes tot 0,25 m. Dit water is niet afkomstig van het projectgebied. Echter is dit een verouderde weergave. In de tussentijd is de IJdoornschool verbouwd en is deze verhoogd aangelegd. Op NAP 0,10 m. dit betekent dat de berging van hemelwater in het onderstaande Figuur niet correct is en dat dit water elders geborgen zal worden. 2. Er blijft water staan in het projectgebied. Met waterdieptes tot 0,15 m. Dit veroorzaakt geen overlast, maar valt wel op. Het vormt een natuurlijke berging.
Figuur 6.1 water op straat bij een bui van 60 mm in één uur [m] [13]
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 22 van 32
6.4 Aandachtspunten Hemelwaterafvoer In de planvorming is de ambitie geformuleerd te komen tot een klimaatadaptieve inrichting. Bij het ontwerpen van het maaiveld wordt rekening gehouden met een bergingsopgave. Er is veel groen aanwezig in het plangebied. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om het overtollige hemelwater tijdelijk te bergen in groenvakken en vertraagd af te voeren naar het hemelwaterriool. Maaiveldplooiing is de meest eenvoudige en robuuste wijze om te komen tot een Rainproof inrichting van de openbare ruimte. Zo kan overtollig hemelwater binnen de Groene Zoom worden vastgehouden en geborgen (d.m.v. bijvoorbeeld wadi’s). Daarom wordt geadviseerd de bouwpeilhoogtes hierin mee te nemen. In de verdere planvorming dienen deze maatregelen en maaiveldplooiing verder te worden uitgewerkt en te worden getoetst, ook in relatie tot de grondwaterstand. Aangezien de Waterlandpleinbuurt een gefaseerde aanpak heeft, moet er gewaakt worden op dat er geen wateroverlast ontstaat wanneer plangebieden niet op elkaar aansluiten. Aanbevolen wordt om bij het ontwerp rekening te houden met de toekomstige situatie rond het plangebied en niet enkel de huidige situatie. Om wateroverlast in de Groene Zoom te voorkomen dient de bodem een hoge infiltratiecapaciteit hebben en tevens in de toekomst te behouden.
Als de extra verharding afschot krijgt naar de Groene Zoom, krijgt deze meer water te verwerken. Als de Groene Zoom daarnaast intensief wordt gebruikt, zoals bij evenementen, kan de bodem (vooral in natte perioden)“dichtslaan”. Dit betekent dat water niet meer goed wil infiltreren en dat de bodem en de grasmat zich langere tijd moet herstellen. Daarom is het belangrijk dat de toplaag een grote infiltratiecapaciteit heeft. Tegelijkertijd is het belangrijk dat de toplaag een voldoende watervasthoudend vermogen heeft voor de vegetatie in tijden van droogte.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 23 van 32
Bronvermelding
[1] Legger van primaire en regionale keringen in Amsterdam Noord met de daartoe behorende kunstwerken, HHNK [2] Keur, Keurbesluit en Vrijstellingen. HHNK, 2016 [3] Hemelwaterverordening gemeente Amsterdam, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-144493.html, 28-07-2021 [4] ma 2016-2021, HHNK, 10-2018 [5] Watervisie Amsterdam 2040 – september 2016 [6] Omgevingsprogramma Riolering (OPR) 2022-2027, Waternet/AGV 15-02-2022. [7] Handboek Groen, standaard voor het Amsterdamse straatbeeld, 28-10-2020 [8] Peilbuizen Waternet, https://maps.waternet.nl/kaarten/peilbuizen.html, geraadpleegd op 02-03-2021 [9] Amsterdam Rainproof, www.
Rainproof.nl [10] https://maps.amsterdam.nl/rainproof/ [11] AHN4, https://www.ahn.nl/ [12] Natstructuurplan Nieuwendam, GRONTMIJ(definitief versie 31-10-2006) [13] HHNK Klimaatatlas, https://hhnk.klimaatatlas.net/ [14] Hemelwaterverordening Amsterdam, 26-04-2021 [15] Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW), 2003 [16] Ontwikkeling Standaard Stresstest Hitte, RIVM, 19-02-2020 [17] Hittebestendige stad, HVA, 2020 [18] Strategie Klimaatadaptatie Amsterdam, https://www.omgevingsweb.nl/wpcontent/uploads/po-assets/301953.pdf, 04-02-2020 [19] Watervisie, Provincie Noord-Holland,2021 [20] Uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie gemeente Amsterdam, 2021, https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/960420/01927_klimaat_adaptatie_web.pdf [21] Kennismontage Hitte en klimaat in de stad, https://www.tno.nl/media/4361/kennismontage-hitte-en-klimaat-in-destad_2011.pdfmart,2011 [22] KNMI-klimaatscenario’s, https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/knmiklimaatscenario-s [23] (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders, https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0363.GA2102PBPGSTVG02/vb_NL.IMRO.0363.GA2102PBPGST-VG02.pdf [24] Milieukundig onderzoek Oranjewoud (25-06-2019)
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Bijlage 1 - Riolering en drainage
Figuur B 2.1 riolering en drainage
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 24 van 32
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 25 van 32
Bijlage 2 - Stroombanen bij een bui van 60 mm in één uur
Figuur B 3.1 stroombanen bij een bui van 60 mm in 1 uur.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 26 van 32
Bijlage 3 - Wetgeving en waterbeleid In deze bijlage wordt aangeven welke wet- en regelgeving en welk beleid van toepassing is op de voorgenomen werkzaamheden.
Wet- en regelgeving Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht bij de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De doelstelling van de Europese Kaderrichtlijn Water is het bereiken en beschermen van een goede toestand van landoppervlaktewater, overgangswateren en kustwateren. Onder de goede toestand vallen zowel een goede ecologische potentieel (GEP) als een goede chemische toestand. Op dit moment is de kwaliteit in veel wateren nog ontoereikend. De kwaliteit mag in ieder geval nergens achteruitgaan (stand-still). Dat betekent bijvoorbeeld dat bevorderd wordt dat lozingen indien mogelijk verplaatst worden naar minder kwetsbare waterlichamen. En dat schadelijke milieuvreemde stoffen waar mogelijk vervangen worden door andere stoffen met een vergelijkbare werking en minder schade aan het watermilieu. In deze gevallen is in feite dus geen sprake van ‘achteruitgang’.
Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 27 van 32
Keur Het plangebied bevindt zich in het beheersgebied van het waterschap Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). De taak van het waterschap is om te zorgen voor een veilig en gezond watersysteem. Volgens de Waterwet gaat het daarbij om drie hoofddoelstellingen: 1. Voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; 2. Beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. Vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Om deze doelen te kunnen realiseren beschikken de waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. Op 1 oktober 2016 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) inclusief Beleidsregels keurvergunningen en het Keurbesluit vrijstellingen in werking getreden. De Keur kent ‘verboden’ en ‘geboden’ voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en oppervlaktewateren, waar door het waterschap onder bepaalde voorwaarden ontheffing op kan worden verleend. De Keur is een belangrijk instrument voor het waterschap om activiteiten in en rond het watersysteem in goede banen te leiden en te zorgen dat ze geen gevaar op kunnen leveren voor het watersysteem. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur.
Hierin wordt weergegeven aan welke eisen de wateren, waterkeringen en kunstwerken moeten voldoen.
Hemelwaterverordening Om belasting op de openbare riolering terug te brengen, is het belangrijk dat particulieren het hemelwater langer op eigen terrein vasthouden en vertraagd afvoeren. In deze hemelwaterverordening is daarom geregeld in welke gevallen particulieren een waterberging moeten aanleggen en waar deze aan moet voldoen. Namelijk: Een hemelwaterberging: a. heeft ten minste een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; en c. is na 60 uur leeg. 2. Een hemelwaterberging met hergebruiksysteem: a. heeft ten minste een capaciteit van 90 liter per m2 bebouwd oppervlak; b. loost maximaal 1 liter per m2 bebouwd oppervlak per uur op een openbaar riool; c. is na 60 uur voor ten minste 30% leeg; en d. leegt het restant op basis van het gebruik van het hergebruiksysteem. 3. Voor een waterberging met een centraal besturingssysteem geldt alleen het vereiste uit het eerste lid, onder a. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op een vergunningsvrij bouwwerk met een groen dak. 5. Het geborgen hemelwater wordt in de ondergrond geïnfiltreerd. Als dat niet of maar deels mogelijk is, kan in het openbare riool worden geloosd.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 28 van 32
6. Het hemelwater dat na toepassing van het eerste, tweede of derde lid niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of op de openbare ruimte.
Beleid Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande Nota's Waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Als bijlage bij het ontwerp Nationaal Waterplan zijn beleidsnota's toegevoegd over waterveiligheid. Deze beleidsnota's vormen een nadere uitwerking en onderbouwing van de keuzes die in de hoofdtekst staan van het Nationaal Waterplan en dienen in samenhang ermee te worden gelezen. Bij de ontwikkeling van locaties in de stad wordt ernaar gestreefd dat de hoeveelheid groen en water per saldo gelijk blijft of toeneemt. Dit moet stedelijk gebied aantrekkelijk en leefbaar maken en houden. Het voorliggende bestemmingsplan gaat uit van behoud van het bestaand groen en water. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een toename van verharding mogelijk zou maken. Het oorspronkelijke waterplan is in december 2014 tussentijds gewijzigd voor de implementatie van het rijksbeleid en de daarvoor benodigde Rijksacties die volgen uit het voorstel voor deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in het Deltaprogramma 2015. Anders omgaan met water.
Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw. Deltaplan Ruimtelijk Adaptatie In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen dienden alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest te hebben uitgevoerd voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. Strategie klimaatadaptatie Amsterdam Met de strategie klimaatadaptatie zet de gemeente Amsterdam samen met de drie Waterschappen Amstel, Gooi en Vecht, Hollands Noorderkwartier en Rijnland, een stip op de horizon voor een klimaatbestendige stad. Het doel is om in 2050 zo goed mogelijk voorbereid te zijn op het veranderende klimaat. Hierbij wordt een iteratieve aanpak gehanteerd, zodat nieuwe informatie over het veranderende klimaat kan worden verwerkt en daarop kan worden gereageerd. In deze strategie worden nog geen nieuwe plannen vastgesteld, maar vormt wel een eerste stap hiertoe.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 29 van 32
De strategie klimaatadaptatie is een opmaat voor een gesprek met de stad. Klimaatadaptatie gaat namelijk de hele stad aan. Het doel is om in 2020 gezamenlijk een uitvoeringsagenda voor de komende jaren op te stellen met concrete plannen om Amsterdam klimaatbestendig te maken. De uitvoering van deze onderdelen gaat door, parallel aan het ontwikkelen van een brede aanpak.
Watervisie Amsterdam 2040 Deze Watervisie Amsterdam 2040 geeft een ruimtelijk economisch perspectief op het gebruik van water en oevers in Amsterdam op de lange termijn (2040) met een aantal speerpunten voor de korte termijn (2018). De centrale ambitie van deze Watervisie Amsterdam 2040 is als volgt: Amsterdam gebruikt haar water en oevers beter en duurzamer en optimaliseert de ordening van het gebruik van het water en oevers. Onder andere is het doel het water en oevers beter toegankelijk te maken en dynamisch en duurzaam gebruik van water te stimuleren. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water. Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water.
Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes. Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 Het Omgevingsprogramma Riolering (OPR) 2022-2027 bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen. In dit beleidsrapport staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat.
Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Dit afvalwater wordt ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente is verantwoordelijk
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 30 van 32
voor het inzamelen en transporteren van afvalwater. Bij de zorg voor stedelijk afvalwater wordt gekeken naar het systeem als geheel, eventueel over de stadsgrenzen heen.
Inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. Daarbij gaat het niet alleen om het buizenstelsel in de grond, maar in toenemende mate ook om de openbare ruimte waarin hemelwater wordt opgevangen en zodoende wateroverlast wordt beperkt. De gemeente stemt af met waterschappen, is aanspreekpunt voor de burger en behandelt hemelwatermeldingen. Naast de officiële zorgplicht heeft de Gemeente Amsterdam in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam de ambitie geuit dat de stad een bui van 60 mm per uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Deze ambitie komt voort uit programma Amsterdam Rainproof, met als uitgangspunt dat gerichte, kleinschalige, fijnmazige en rendabele maatregelen de stad klimaatbestendiger en tegelijk aantrekkelijker en leefbaarder maken.
Grondwaterzorgplicht In de stad komen situaties voor waarbij het gewenste gebruik en de aanwezigheid van grondwater elkaar hinderen, en grondwater voor overlast zorgt. Zo kan een te hoog grondwaterpeil leiden tot problemen, bijvoorbeeld in de vorm van water in kelders en andere vochtproblemen. Daarentegen kunnen er ook problemen ontstaan als gevolg van een te lage grondwaterstand: dit kan leiden tot verrotting van houten funderingen, met het risico op verzakking of instorting van gebouwen. Het is de zorgplicht van de gemeente om, voor zover doelmatig, maatregelen in openbaar gebied te treffen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Daarnaast is de gemeente aanspreekpunt voor de burger en behandelt de gemeente grondwatermeldingen. Waterplan Provincie Noord-Holland Januari 2022 is de Watervisie 2022 van de Provincie Noord-Holland vastgesteld. Het motto van de Watervisie is beschermen, benutten, beleven en beheren van water. De klimaatverandering, het steeds intensievere ruimtegebruik in Noord-Holland en de toenemende economische waarde van wat beschermd moet worden, vragen om een herbezinning op de waterveiligheid, het waterbeheer en de ruimtelijke ontwikkeling. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur.
Waterprogramma HHNK De komende jaren staan het Hoogheemraadschap voor de taak het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort en schoon water. Aan de hand van preventieve uitvoering van programma's en dagelijks beheer, maar ook door het onderhouden van een goede crisisorganisatie. Deze thema’s worden in in dit Waterprogramma nader uitgewerkt. Deze thema’s worden ook wel 'maatschappelijke effecten' genoemd, geredeneerd vanuit de doelstelling (het effect) die bereikt moet worden op dat thema. Het Rijk heeft inmiddels beleid ontwikkeld om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden, onder meer in het nationale Deltaprogramma. In dit
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 31 van 32
Waterprogramma wordt voortgebouwd op de regionale Deltavisie (2012) van HHNK, en verankert de landelijke Deltabeslissingen. (Paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders Het (paraplu) bestemmingsplan is vastgesteld op 7 oktober 2021. Volgens dit bestemmingsplan moeten alle kelders in Amsterdam grondwaterneutraal worden aangelegd. De inhoud van deze regels staat in het afwegingskader grondwaterneutrale kelders (2 sept 2020). In het (paraplu) bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders zijn standaardmaatregelen per buurt opgesteld voor kelders kleiner dan 300 m2 en maximaal 4 m onder het maaiveld aan straatzijde. Voor kelders groter dan 300 m2 geldt maatwerk en moeten middels geohydrologisch onderzoek de effecten worden aangetoond.
Gemeente Amsterdam Waterparagraaf Kompaslocatie
Versie 1 04-01-2023 2023-1000368 Pagina 32 van 32
Bijlage 4 - Overstromingsbeeld bij doorbraak regionale primaire keringen
Figuur B 5.1 overstromingsbeeld primaire doorbraak (https://hhnk.klimaatatlas.net/)
Figuur B 5.2 overstromingsbeeld regionale doorbraak (https://hhnk.klimaatatlas.net/)
Investeringsnota Kompaslocatie Bijlage 4; Boomeffect analyse (BEA)
Pius Floris Boomverzorging Lutkemeerweg 400 1067 TH Amsterdam Postbus 75103 1070 AC Amsterdam T 020 497 40 80 F 020 497 63 09 amsterdam@piusfloris.nl www.piusfloris.nl Pius Floris Boomverzorging Amsterdam B.V. IBAN NL87 ABNA 0243 4826 71 KVK 34116505 BTW NL811686991B02
Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
Colofon Projectnummer:
17P2242746
Opdrachtgever:
Gemeente Amsterdam t.a.v. de heer K. van der Valk Weesperstraat 430 1018 DN Amsterdam
Boomspecialist opdrachtgever:
Dhr. W. Ootes
Vestiging: Telefoon:
Pius Floris Boomverzorging Amsterdam 020-4974080
Onderzoeker en auteur:
Dhr. D. Vriend BSc. European Tree Technician
Collegiale toets:
Dhr. Henk Werner Boomtechnisch adviseur
Datum:
19 januari 2022
Versie:
Definitief
© 2023 PFBA Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande toestemming van de auteur.
WWW.PIUSFLORIS.NL
Inhoud 1. Inleiding............................................................................................................................. 3 Aanleiding ........................................................................................................................................... 3 Doelstelling ......................................................................................................................................... 3 Onderzoeksvragen .............................................................................................................................. 3 Belang ................................................................................................................................................. 3 Leeswijzer ........................................................................................................................................... 4
2. Voorstudie......................................................................................................................... 5 Locatie- en situatiebeschrijving .......................................................................................................... 5 Uitgangspunten................................................................................................................................... 5 Beleidsuitgangspunten ....................................................................................................................... 6 Ecologisch onderzoek.......................................................................................................................... 7
3. Veldonderzoek .................................................................................................................. 8 Bomenonderzoek ................................................................................................................................ 8 Groeiplaatsonderzoek ....................................................................................................................... 10
4. Analyse ............................................................................................................................ 12 Ontwerptekeningen .......................................................................................................................... 12 Te verwachten effecten .................................................................................................................... 13 Overzicht effect en projectinvloed ................................................................................................... 13 Kansen en knelpunten ...................................................................................................................... 16 Monetaire waardebepaling bomen .................................................................................................. 16
5. Conclusie ......................................................................................................................... 17 Bomenonderzoek .............................................................................................................................. 17 Resultaten analyse ............................................................................................................................ 17 5.2.1. Ontwerp 1 ..................................................................................................................................... 17 5.2.2. Ontwerp 2 ..................................................................................................................................... 17
6. Advies .............................................................................................................................. 19 Randvoorwaarden duurzaam behoud .............................................................................................. 19
Bronvermelding ..................................................................................................................... 22 Bijlagen .................................................................................................................................. 23
Bijlagen -
Themakaarten BVC- & BEA-lijsten Waardebepaling Onderzoeksmethoden Protocol werken bij bomen
1. Inleiding Aanleiding In opdracht van het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam, is een Bomen Effect Analyse 1 (hierna: BEA genoemd) opgesteld voor een Voorlopig Ontwerp die betrekking heeft op 57 bomen in de Beemsterstraat te Amsterdam Noord. Aan de noordzijde van de IJdoornschool is men voornemens om een complex te bouwen voor een OuderKindTeam en een Buurtkamer. Bij de bouw zal ook het terrein opnieuw worden ingericht. De werkzaamheden vinden binnen de invloedsfeer van diverse bomen plaats. Een effectanalyse is zodoende noodzakelijk.
Doelstelling In deze rapportage worden de bomen die binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vallen nader beschouwd. De mogelijke effecten van de werkzaamheden op de bomen en de kwaliteit van de bomen worden beoordeeld. De opzet van het onderzoek volgt de landelijke Richtlijn Bomen Effect Analyse in de methode van ‘bouwstenen’. Deze rapportage dient meerdere doelen. Het primaire doel van deze BEA is antwoord te geven op de vraag of behoud van de bomen op de huidige standplaats mogelijk is met behoud van minimaal dezelfde toekomstverwachting, conditie en habitus in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden. Daarnaast dient deze BEA randvoorwaarden aan te geven en alternatieven te bieden in het kader van duurzaam boombehoud. Op hoofdlijnen worden puntsgewijs de volgende onderdelen in de rapportage beoordeeld en vastgelegd: • • • • • • • •
Inventariseren en keuren van binnen de invloedsfeer vallende bomen; Het beoordelen van de huidige en toekomstige boven- en ondergrondse groeiplaatsomstandigheden; Het beschrijven van de te verwachten effecten die plaatsvinden, en mogelijke kansen en knelpunten; Het beoordelen of een duurzame instandhouding haalbaar is; Het opstellen van randvoorwaarden voor de bomen met betrekking tot de werkzaamheden; Het beschrijven van boom beschermende maatregelen tijdens de werkzaamheden; Het aangeven van mogelijke alternatieven m.b.t. duurzame instandhouding; Het vaststellen van monetaire waarde conform NVTB.
Op basis van bovengenoemde punten wordt het voor de opdrachtgever helder welke aanpassingen aan het ontwerp, werkwijze en/of maatregelen getroffen moeten worden om de bomen duurzaam te kunnen handhaven.
Onderzoeksvragen Ten aanzien van deze doelen zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: - Wat is de actuele kwaliteit, conditie, toekomstverwachting en veiligheidsstatus van de bomen? - Wat is de beleidsstatus van de bomen? - Wat zijn de te verwachten effecten? - Welke randvoorwaarden gelden er voor duurzaam boombehoud? - Zijn er alternatieven aan te geven om de impact van de werkzaamheden te verzachten of te verminderen?
Belang Met de beoordeling en analyse worden objectieve, boom technische en beleidsmatige handvatten aangedragen. Er zal daarom voldoende informatie moeten worden ingewonnen aangaande de waarden en de mogelijkheden voor boombehoud. Met deze BEA kunnen afgewogen keuzes worden gemaakt omtrent dit onderwerp. Bestaande bomen op een verantwoorde en duurzame manier in het project laten integreren zorgt voor duidelijke meerwaarde maar is ook in het kader van het maatschappelijk belang goed om invulling aan te geven.
1
Conform richtlijnen CROW en De Bomenstichting
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
3
Leeswijzer In deze rapportage komen onderwerpen aan bod die zowel voor besluitnemers als specialisten van belang kunnen zijn. Op hoofdlijnen bestaat deze BEA uit de volgende onderwerpen: • • • • •
Hoofdstuk 2 beschrijft de locatie en project specifieke uitgangspunten. Hoofdstuk 3 bevat het veldonderzoek en ruimtestudie. Hoofdstuk 4 gaat in op de feitelijke analyse en de kansen en knelpunten. Hoofdstuk 5 komt met een conclusie en een onderbouwd eindoordeel van de effecten. Hoofdstuk 6 brengt het advies omtrent de uitwerking van het plan, haakt hiermee in op de kansen en knelpunten, en de mogelijke alternatieven en randvoorwaarden voor duurzaam boombehoud.
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
4
2.
Voorstudie Locatie- en situatiebeschrijving
De projectlocatie maakt onderdeel uit van de wijk Waterlandpleinbuurt in stadsdeel Noord van de gemeente Amsterdam (figuur 1). Het omvat fragmenten van een (voormalig) schoolplein en het park de Groene Zoom. Het onderzoek richt zich op de laanbomen langs de Beemsterstraat, de bomen nabij het schoolplein en het bosplantsoen van het park aan de noordzijde van het projectgebied.
Figuur 1: Luchtfoto projectgebied (Gemeente Amsterdam). Projectgrenzen bij benadering binnen het rode kader.
Uitgangspunten 2.2.1. Onderzoeksmethoden Ten aanzien van de BEA zijn de werkzaamheden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen volgens het raamcontract boomanalyses Gemeente Amsterdam. De onderzoeksmethoden met betrekking tot het bureau- en veldonderzoek, ruimtestudie en analyse staan beschreven in de bijlage. 2.2.2. Voorgenomen werkzaamheden De voorgenomen werkzaamheden betreffen werkzaamheden in het kader van een bouwproject. Hierbij zal de bestaande openbare ruimte worden heringericht. Het te bouwen complex heeft een footprint van 20 x 25 m. Rondom het rechthoekige complex zullen verharding en een fietsenstalling worden aanbracht. Het bestaande basketbalveldje zal worden verplaatst. Er vinden veranderingen binnen de directe groeiplaats van de bestaande gemeentelijke bomen plaats. 2.2.1. Tekeningen Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden en het opstellen van deze BEA is een ontwerptekening (Voorlopig Ontwerp) beschikbaar gesteld door de opdrachtgever. Onder andere op basis hiervan is het onderzoek uitgevoerd en zijn er randvoorwaarden opgesteld die dienen als uitgangspositie voor het behoud van de bomen. Ten behoeve van de analyse is gebruik gemaakt van de volgende tekening (o.a.
figuur 13 en 14), zie tevens kaartmateriaal: - 221021_kompaslocatie_studie_alternatieve locaties_v1 (PDF) - 221021_kompaslocatie_uitgangspunten_grexgrens (PDF) - 221025 kompaslocatie_coordinatentekening (DGN) - 221005 kompaslocatie (DGN) - 221219_kompaslocatie_coordinatentekening_pius (DWG)
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
5
Beleidsuitgangspunten 2.3.1. Bomenverordening Conform de Bomenverordening 2014 van Amsterdam is het uitgangspunt dat bomen behouden blijven tenzij er gegronde (boom technische) redenen zijn om deze te kappen. Daarnaast spreekt het college van B&W zich nadrukkelijk uit dat behoud van bomen het vertrekpunt is bij vernieuwingsprojecten in de stad. Als het aannemelijk is dat een voorgenomen bouw of aanleg gevolgen heeft voor de duurzame instandhouding van een beschermwaardige houtopstand, dan geeft de Bomenverordening aan dat een BEA moet worden opgesteld. 2.3.2. Beleidsstatus De gemeente Amsterdam is eigenaar van alle bomen binnen de projectlocatie. De bomen en de locatie zijn aan de volgende beleidsuitgangspunten getoetst: • • •
Groene Puccini; zijn de bomen onderdeel van de Hoofdbomenstructuur? Structuurvisie; zijn de bomen onderdeel van de Hoofdgroenstructuur? Monumentale status; hebben de bomen een (gemeentelijke) monumentale status?
In figuur 2 is het projectgebied geel omkaderd weergegeven. De zes bomen aan de Beemsterstraat maken onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur. Het gebied valt verder buiten één van de hoofdgroenstructuren en er zijn geen bomen (gemeentelijk) monumentaal.
Figuur 2: Uitsnede van de themakaart hoofdbomenstructuur volgens Beleidskaders Puccinimethode (Gemeente Amsterdam, 2022). Projectlocaties bij benadering binnen het gele kader. De donkergroene vlakken illustreren het grensgebied van de hoofdbomenstructuur.
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
6
Weigeringsgronden Indien er bomen verwijderd of verplant worden dan dienen deze beoordeeld te worden conform de weigeringsgronden zoals benoemd in artikel 4 van de bomenverordening 2014 van de gemeente Amsterdam. Lid 1 sub a en d, kunnen van toepassing zijn. Artikel 4 Weigeringsgronden 1. De vergunning kan worden geweigerd in verband met: a. de natuur- en milieuwaarde van de houtopstand; b. de waarde van de houtopstand voor het stadsschoon of het landschap; c. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; d. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid.
Ecologisch onderzoek Een oriënterend ecologisch onderzoek (QuickScan) valt buiten de scope van de BEA. Wel worden veldwaarnemingen, zoals nesten, gedocumenteerd. In de BVC-lijst en op kaartmateriaal in de bijlagen kunnen eventuele waarnemingen worden teruggevonden.
Figuur 3: Zicht op laanbomen 4 en 5 en de bomengroep (46) in de Groene Zoom vanaf de Beemsterstraat.
Figuur 4: Zicht op de bomengroep (9-17) vanuit het zuidoosten.
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
7
3.
Veldonderzoek Bomenonderzoek
3.1.1. Boominventarisatie Op de projectlocatie staan 57 gemeentelijke bomen. Het gaat hier om diverse soorten zoals linde, meidoorn en valse acacia. De bomen met uiteenlopende plantjaren staan in de verharding langs de Beemsterstraat, in het gazon en in een plantvak bosplantsoen. 42 bomen zijn niet opgenomen in het beheersysteem (GeoVisia) van de gemeente en daarom voorzien van een BEA-boomnummer. Dit komt mede doordat veel bomen spontaan als zaailing zijn opgegroeid. Deze bomen zijn zodoende nooit aangeplant en vallen zodoende ook niet in het snoeiregime waardoor ze van mindere kwaliteit zijn. Drie bomen, nummers 8, 23 en 28, zijn niet vergunning plichtig (stamdiameter <10 cm). 3.1.2. Boomposities en landmeetkundige inmeting De drie genoemde bomen zijn meegenomen tijdens het landmeetkundig inmeten van het terrein en daarom bij de boominventarisatie betrokken. 13 bomen zijn niet meegenomen tijdens het inmeten en daarom, aan de hand van omgevingskenmerken en overige bomen, op kaart geprojecteerd. Het betreft bomen: 10, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 31, 39, 40, 41, 44 en 49.
Figuur 5: Overzichtskaart betreffende bomen en veiligheidsstatus.
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
8
3.1.3. Kwaliteit bomen De nulmeting, het beoordelen van de huidige kwaliteit van de bestaande bomen, is hieronder samengevat weergegeven en toegelicht. In de bijlagen zijn de individuele resultaten per boom weergegeven. De meeste bomen verkeren in een redelijke conditie. De toekomstverwachting is vergelijkbaar met de conditie en varieert tussen de <5 en >20 jaar. De bomen in een matige conditie laten een verminderde knopbezetting zien waarbij licht of zwaar dood hout in de kroon aanwezig is. In de meeste gevallen is hierbij ook sprake van afstervende kroondelen. Opvallend is dat geen enkele boom van goede kwaliteit is. Ongeveer de helft van alle bomen is van matige kwaliteit. De meeste bomen maken onderdeel uit van een bomengroep/bosplantsoen waarbij de kronen met elkaar zijn vergroeid (zie figuur 3 en 4). Dit komt mede door de korte plantafstand en doordat er geen dunning is uitgevoerd (bomen vroegtijdig verwijderen ten behoeve van andere toekomstbomen). Hierdoor zijn veel kronen onderstandig en eenzijdig ontwikkeld. Veel bomen aan de randen van de groep staan door lichtconcurrentie, scheef. Daarnaast zijn de bomen door de jaren heen niet of nauwelijks gesnoeid waardoor verschillende probleemtakken zijn ontstaan. Dit heeft invloed op de kwaliteit.
Figuur 6: Conditie
Figuur 7: Kwaliteit
3.1.4. Boomveiligheidscontrole Op basis van de boomveiligheidscontrole (BVC) komt naar voren dat, op twee na, alle bomen te handhaven zijn. Bomen 25 en 33 zijn afgekeurd en dienen binnen 3 maanden verwijderd te worden. Voor de te handhaven bomen gelden beheermaatregelen in het kader van boomveiligheid. Het gaat hierbij in de meeste gevallen om snoeiwerkzaamheden en het verhogen van de controle frequentie naar één maal per jaar (geldt voor alle attentieen risicobomen). Risicobomen dienen te worden gesnoeid in verband met zwaar dood hout en breukgevaarlijke schuurtakken. Voor boom 32 geldt een advies voor nader technisch onderzoek (NTO) om de ernst van meerdere stamholtes te beoordelen. Uit de keuring komt samengevat het volgende naar voren: -
-
-
34 bomen zijn goedgekeurd; 8 zijn als attentieboom gekwalificeerd i.v.m.: o Essentaksterfte; o Spechtenholte; o Verminderde conditie; o Verkleving. 13 bomen zijn als risicoboom gekwalificeerd i.v.m.: o Zwaar dood hout; o Afstervende kroondelen; o Schuurtak; o Holte; o Verkleefde top. 2 bomen zijn afgekeurd i.v.m: o Boom is afgestorven (dood); o Ernstige verkleving/stamscheur.
Figuur 8: Veiligheidsstatus
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
9
Groeiplaatsonderzoek 3.2.1. Bodemonderzoek Om een algemeen beeld te schetsen van de ondergrondse omstandigheden is een grondboring uitgevoerd. Met behulp van een boring kan de wortelontwikkeling in de diepte en de breedte in kaart worden gebracht. De horizonten zijn gemakkelijk van elkaar te onderscheiden door de (relatief) scherpe overgangen. De bovenlaag bestaat uit rijk kleiig zand dat, mede door de beperkt verdichte omstandigheden, goed wordt doorworteld. In het humus arme zand is de wortelintensiteit beperkt maar neemt onderin, boven de grens van het grondwater, toe. De ondergrondse groeiruimte wordt door het grondwater op ca. 120 cm-mv beperkt. Voor stedelijke begrippen zijn de groeiomstandigheden voor de bomen in het bosplantsoen vak goed. De bomen kunnen, met uitzondering van de bomen in de verharding, vrijuit groeien. Situatie gazon 0 cm
0 cm
Gazon (maaiveld)
Strooisel (maaiveld) Humus rijk kleiig zand 0-35 cm-mv. Goede doorworteling. Organische stof ca. 5-8%. Verdichting ca. <2 MPa.
Humeus kleiig zand 0-55 cm-mv. Goede doorworteling. Organische stof ca. 5-8%. Verdichting ca. 2 MPa. -35 cm
Humus arm zand 35-110 cm-mv. Redelijke doorworteling Wortelzone tot ca. 110 cm-mv. Organische stof ca. 1%. -60 cm
Grof arm zand 55-120 cm-mv. Roest aangetroffen op 70 en 85 cm-mv. Matig doorworteling fijne wortels. Wortelzone tot zeker 120 cm-mv. Organische stof ca. 0-1%. Verdichting ca. 2 MPa. Wortels Puin Wortelzone Grondwater
-120 cm
-110 cm
Humus arm gereduceerd zand vanaf >110 cm-mv.
-120 cm
Figuur 9: Illustraties proefsleuven.
3.2.2.
Grondwater peilbuizen Waternet De verticale wortelspreiding is vaak afhankelijk van het grondwaterpeil ter plaatse. Om de maat van de wortelkluit zo goed mogelijk in beeld te brengen is onderzoek gedaan naar het grondwaterpeil. Dit is gedaan door gebruik te maken van digitale gegevens van Waternet (zie figuur 10). Het meetpunt, aan de overzijde van de Beemsterstraat ter hoogte van het projectgebied, bevat de jongste meetgegevens. Volgens de gegevens van Waternet ligt de hoogste grondwaterstand, in juli 2021, op 114 cm beneden straathoogte. Deze hoge waterstand heeft waarschijnlijk te maken met de heftige regenbuien van één maand eerder. De stand is vergelijkbaar met het aangetroffen grondwater in de boring. De stand is ook vergelijkbaar met de waardes rond dezelfde tijd van het jaar (november).
Figuur 10: Uitsnede interactieve puilbuiskaart. (Peilbuizen Waternet, 2022)
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
10
3.2.3. Bestaande ondergrondse infrastructuur Binnen de groeiplaatsen liggen diverse kabels en leidingen. De ondergrondse infrastructuur ligt voornamelijk onder de verharding van het trottoir. Opvallend is de laagspanningskabel die dwars door het bosplantsoen loopt.
Figuur 11: KLIC-melding 22G668282. (Kadaster, 2022)
3.2.4. Maaiveldhoogtes Het bestaande maaiveld is behoorlijk onregelmatig. Er liggen verschillende ruggen grond. Over het algemeen ligt het bosplantsoen hoger dan het gazon aan de zuidwestzijde.
Figuur 12: Uitsnede viewer Actueel Hoogtebestand Nederland. (Actueel Hoogtebestand Nederland, 2022)
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
11
4.
Analyse Ontwerptekeningen
De analyse is gebaseerd op de wijzigingen van de bestaande situatie, ten opzichte van de toekomstige situatie (onder andere figuren 13 en 14. De wijzigingen ten opzichte van de bestaande bomen vertalen zich voornamelijk in veranderingen in de boven- en ondergrondse groeiruimte en -omstandigheden. Er is (tijdelijke) schade te verwachten bij (graaf)werkzaamheden. Om negatieve gevolgen van de werkzaamheden te voorkomen zijn er, aan de hand van de te verwachten effecten op de bomen, restricties omtrent de werkwijze en boom beschermende maatregelen noodzakelijk. Op de twee ontwerptekeningen hieronder zijn de contouren van het complex en de verharding zichtbaar. Op ontwerptekening 2 is het complex een kwartslag gedraaid en de verharding opgeschoven.
Verharding
Complex
Figuur 13: Analyse materiaal ontwerp 1. Document: 221025 kompaslocatie_coordinatentekening (Gemeente Amsterdam).
Verharding
Complex
Figuur 14: Analyse materiaal. Document: 221219_kompaslocatie_coordinatentekening_pius (Gemeente Amsterdam).
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
12
Te verwachten effecten De volgende punten hebben de grootste effecten op de bomen: - Bouwwerkzaamheden: o Benodigde werkruimte; o Aanbrengen bouw weg; o Inrichting werkgebied (opslag/nutsvoorzieningen). - Graafwerkzaamheden: o Bouwvlak, cunet en nutsvoorzieningen. - Herinrichting buitenruimte: o Verharding aanbrengen; o Maaiveld egaliseren. 4.2.1. Bouwwerkzaamheden Deze werkzaamheden hebben zowel boven- als ondergronds effect op de bomen. Diverse bomen staan binnen het te bouwen complex of op enkele meters afstand waardoor kroon, wortel en stamschade is te verwachten. Deze bomen zijn logischerwijs niet te handhaven. Deze bomen vormen een aaneengesloten kronen dak met de nevenstaande bomen die niet binnen of nabij het complex staan. De overige overstaande bomen komen hierdoor vrij te staan waardoor deze gevoelig worden voor windworp en/of het uitbreken van takken. Het feit dat de bomen een éénzijdige kroon hebben en in enkele gevallen scheef staan, versterkt dit risico. In enkele gevallen zal een deel van het kroonvolume moeten worden verwijderd om niet in aanraking met het complex te komen. Ten behoeve van de doorloophoogte binnen de contouren van de verharding dienen aanvullende snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd om aanrijschade en -letsel te voorkomen. De uitgroeimogelijkheden worden hierdoor beperkt.
Ook is de nodige werkruimte, bijvoorbeeld voor het opstellen van een steiger, een belemmerde factor voor de bomen. 4.2.2. Graafwerkzaamheden en wijzigingen van maaiveldhoogtes Het onregelmatige maaiveld is een aandachtspunt bij het ontwerp en de aanleg. Voornamelijk bij de aanleg van de verharding rondom het complex is ernstige wortelschade te verwachten doordat het maaiveld geëgaliseerd zal moeten worden. Wanneer een boom veel wortels verliest heeft dit invloed op zijn conditie en stabiliteit. 4.2.3. Inrichting bouwplaats Voor de aan- en afvoer van materialen is een (tijdelijke) bouw weg noodzakelijk. De verwachting is dat vanaf de Beemsterstraat tussen bomen 4 en 5 een bouw weg wordt aangelegd. De stam, kroon en de ondergrondse groeiplaats zullen moeten worden beschermd. De meeste te handhaven bomen staan op redelijke afstand van het te bouwen complex waardoor deze met eenvoudige maatregelen te beschermen zijn. De verwachting is dat er op en nabij het projectgebied voldoende ruimte is voor een bouwkeet en een opslagplaats voor machines en materiaal etc. Bij de inrichting zal echter wel rekening moeten worden gehouden met een opstelplaats voor een bouwkraan en zijn draaibewegingen waarbij bovengrondse ruimte noodzakelijk is.
Overzicht effect en projectinvloed 4.3.1. Ontwerptekening 1 In de tabel hieronder worden de effecten, de invloed op de bomen en de beoordeling voor handhaving weergegeven ten aanzien van ontwerptekening 1. Ter ondersteuning kan figuur 13 en de verschillende overzichtskaarten in de bijlage worden geraadpleegd. Tabel 1: Overzicht effecten en projectinvloeden ontwerp 1. UID Gem. Boomnr. Effect 1 2 3 4 5
444138 399849 399848 399847 399782
Projectinvloed
Geen Geen Geen Bouw weg Bouw weg
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
Geen Geen Geen Sterk Sterk
Handhaven/ verwijderen cf. BEA Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven
13
6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 252 26 27 28 29 30 31 32 333 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57
399781 7 2278158 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 433170 472856 26 433168 28 472855 30 31 32 33 433167 433174 36 37 433175 39 40 41 42 43 44 45 433166 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57
Geen Nabij complex/Graafwerkzaamheden Geen Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging/Blootstelling wind Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Nabij complex/Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Binnen contour complex Binnen contour complex Nabij complex/Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Nabij complex/Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Nabij complex/Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Nabij complex/Aanbrengen
verharding/Maaiveldwijziging Binnen contour complex Binnen contour complex Binnen contour complex Binnen contour complex Nabij complex/Aanbrengen verharding/Maaiveldwijziging Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Geen Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Blootstelling wind/Maaiveldwijziging Blootstelling wind Blootstelling wind Blootstelling wind Blootstelling wind
Geen Fataal Geen Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Beperkt Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Beperkt Fataal Fataal Fataal Fataal Sterk Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Fataal Beperkt Beperkt Geen Beperkt Beperkt Beperkt Beperkt Beperkt Beperkt Beperkt Beperkt
Handhaven Verwijderen Handhaven Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Handhaven Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Handhaven Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Handhaven Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Verwijderen Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven Handhaven
4.3.2. Projectinvloeden ontwerp 1 De projectinvloeden, de te verwachten impact op de bomen, zijn geanalyseerd. De bomen zijn gecategoriseerd in de onderstaande tabel. Hierin zijn de te verwachten projectinvloeden per boom terug te vinden. Bij de uitvoering van het plan conform ontwerp 1 is de verwachting dat er geen duurzame handhaving mogelijk is voor 39 bomen.
2
Afgekeurd op basis van de BVC.
3
Afgekeurd op basis van de BVC.
17P2242746 - Bomen Effect Analyse Project Kompaslocatie Beemsterstraat te Amsterdam
14
Alleen door boom beschermende maatregelen zijn 3 (sterk) van deze 39 bomen te handhaven. Het plan heeft daarnaast invloed op 18 andere bomen die door eenvoudige boom beschermende maatregelen zijn te behouden. Tabel 2: Projectinvloed ontwerp 1. Projectinvloed Boomnummers Geen 1, 2, 3, 6, 8, 49 Beperkt 15, 23, 47, 48, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57 Sterk 4, 5, 28 Fataal 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 24, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46
Aantal 6 12 3 36
4.3.1. Ontwerptekening 2 In de tabel hieronder worden de effecten, de invloed op de bomen en de beoordeling voor handhaving weergegeven ten aanzien van ontwerptekening 2. Ter ondersteuning kan figuur 15 en de verschillende overzichtskaarten in de bijlage worden geraadpleegd. Tabel 3: Overzicht effecten en projectinvloeden ontwerp 2. UID Gem. Boomnr. Effect 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 254 26 27 28 29 30 31 32 335 34 35 36 37 38 39
444138 399849 399848 399847 399782 399781 7 2278158 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 433170 472856 26 433168 28 472855 30 31 32 33 433167 433174 36 37 433175 39