CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.Kademuren en de constructieve voorschriften

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van de Vereniging De Goede Wal inzake het verzoek om het plaatsen van damwanden langs verzwakte kades en bruggen te heroverwegen VN2021-0268281.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kademuren en de constructieve voorschriften Door: dr. ir. N.P.M. Scholten, Expertisecentrum Regelgeving Bouw

1. Beoordeling bestaande kademuren In Nederland moeten bouwwerken volgens artikel 1b, tweede lid, van de Woningwet minimaal voldaan aan het Bouwbesluit 2012, niveau bestaande bouw. Dat zijn algemeen landelijk verbindende voorschriften. Voor constructieve veiligheid van kademuren betekent dat dat ten minste moet zijn voldaan aan het “afkeurniveau” uit onderstaande normbladen: NEN 8700 + A1:2020 NEN 8701 + A1:2020 NEN 8707 + C1:2020

Beoordeling constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Grondslagen (bestaande bouw en verbouw) Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeuren – Belastingen Beoordeling van de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk bij verbouw en afkeur - Geotechnische constructies

De achtergronden van deze normbladen zijn terug te vinden in het TNO-rapport TNO-060-DTM-201103086, “Veiligheidsbeoordeling bestaande bouw – Achtergrondrapport bij NEN 8700” Deze normbladen zijn recent gewijzigd onder meer om rekening te houden met lagere verkeersbelastingen in het onderliggend wegennet en binnenstedelijk verkeer. De verkeersbelasting in binnenstedelijk gebied is niet gelijk aan die op rijkswegen en ook uitzonderlijk verkeer die met specifieke ontheffingen op rijkswegen is toegelaten komt binnenstedelijk niet voor. Voor deze lagere belastingen is door TNO een uitvoerige studie gedaan (TNO-rapport TNO-2017R10614). Alvorens vast te stellen of een kade onvoldoende veilig is moet dus een berekening worden gemaakt met toepassing van NEN 8700, afkeurniveau. Dat betekent een berekening met een restlevensduur van 1 jaar (geen verdere degradatieverschijnselen). Menselijke veiligheid is bij kades niet in het geding. Een kade moet dan ook worden ingedeeld in gevolgklasse CC1. Met toepassing van NEN 8700 worden kademuren met een functionele herverdelingsmogelijkheid ingedeeld in gevolgklasse CC1b. Zie onderstaande tabel uit de nationale bijlage van NEN-EN 1990. Je zou in de Amsterdamse situatie zelfs tot het oordeel kunnen komen dat een indeling in CC1a gerechtvaardigd is.

Tabel NB.20 – B1 — Definitie van gevolgklassen

Gevolgklasse a

Omschrijving

CC3

Grote gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens b, of zeer grote economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

CC2

Middelmatige gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens, of aanzienlijke economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

CC1 nader onderverdeeld in:

a

b

CC1b

Geringe gevolgen ten aanzien van het verlies van mensenlevens en kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

CC1a

Nagenoeg uitgesloten verlies van mensenlevens en zeer kleine of verwaarloosbare economische of sociale gevolgen of gevolgen voor de omgeving

Projectspecifieke indeling mag worden gedaan op basis van een risicoanalyse, volgens 2.2 van NEN-EN 1990. Voorbeelden voor de toepassing van de gevolgklassen staan in tabel NB.21 – B1. Bedoeld zijn situaties van bouwwerken, waarin zich tegelijkertijd veel mensen kunnen ophouden en waarbij bij bezwijken van een essentieel onderdeel ineens een groot aantal mensen kan worden getroffen.

De hoogte van de belastingen waarmee rekening moet zijn gehouden zijn geregeld in NEN 8701 in samenhang met NEN-EN 1991-1-1 en NEN-EN 1991-2. Om een indruk te geven:

Deze tabel is ontleend aan de nationale bijlage bij NEN-EN 1991-1-1 en geldt bij een referentieperiode van 50 jaar. Bij het beoordelen van een kade, ingedeeld in gevolgklasse CC1b, mag een reductie worden toegepast vanwege de referentieperiode van 15 jaar waar mee moet worden gerekend.

Door de gemeente Amsterdam is kenbaar gemaakt dat ze uitgaan van het volgende belastingsmodel:

Zowel voor de parkeerstrook als voor de rijbaan zijn dit bovenwettelijke belastingen. Het zit er niet een klein beetje boven, neen factoren te zwaar. De gemeente zou toepassing moeten geven aan de parkeerbelasting volgens NEN 8701 en voor de rijbaan de verkeersbelastingen volgens dat normblad, rekening houdend met binnenstedelijk verkeer en eventuele lastbeperking. Wanneer het beleid er op is gericht het zware verkeer uit de binnenstad te weren, mag daar bij de beoordeling van de veiligheid rekening mee worden gehouden. Een ontwerpsituatie “tijdelijk” is een merkwaardige. Daar moet een beoordeling “afkeurniveau” aan vooraf gaan. In Amsterdam wordt dat niet gedaan, maar gehandeld op basis van “gevoel”. Dat is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. Een gemeente moet haar besluiten deugdelijk onderbouwen. De technische kennis is daarvoor gewoon aanwezig. Mocht aan een (deel van een) kade worden getwijfeld dan kent bijlage B van NEN 8701 ook de mogelijkheid van lastbeperking door bebording. Door toepassing van die bebording kan ook de situatie worden gerealiseerd dat aan de minimumeisen van het Bouwbesluit 2012 wordt voldaan.

Wanneer na toepassing van bebording door middel van berekening wordt aangetoond dat nog aan het “afkeurniveau” is voldaan, dan is er geen reden voor overhaast handelen en het treffen van tijdelijke maatregelen zoals kades geheel in damwanden te plaatsen. Wanneer verplaatsingsmetingen zijn gedaan bij gebruik door zwaar verkeer en na de bebording die metingen laten zien dat er geen verplaatsingen meer optreden is dat een teken dat toepassing van bijlage B van NEN 8701 leidt tot het naar verwachting weer voldoen aan het afkeurniveau van NEN 8700. Niet onvermeld mag blijven onderstaande passage uit NEN 8701 die voor de Amsterdamse situatie zeker van belang is.

3.2.2

In geval van toetsing op het niet onderschrijden van het afkeurniveau

(1) Het is bij de beoordeling of het afkeurniveau van een bestaande constructie is onderschreden toegelaten uit te gaan van de feitelijke omstandigheden. (2) Het is bij de beoordeling of het afkeurniveau van een bestaande constructie is onderschreden ook toegelaten belastingen te beschouwen uitgaande van beperkingen voor het actuele en het toekomstige gebruik. (3) In het geval dat beperkingen in het toekomstige gebruik zijn aangenomen, zijn verdere belastingsreducties in verband met een verkorte referentieperiode niet toegelaten. OPMERKING 1 De keuze voor beperkingen in het toekomstige gebruik zijn slechts dan een verantwoorde optie indien adequaat toezicht op de naleving van die gebruiksbeperking wordt uitgevoerd. OPMERKING 2 Indien wordt gekozen voor beperkingen ten aanzien van het toekomstige gebruik, zijn meestal aanvullende maatregelen en controles nodig omdat het gebruik van het bouwwerk aan meer beperkingen onderhevig is dan waarvan in het ontwerp is uitgegaan.

De gemeente zou dus bij haar beoordeling niet moeten uitgaan van standaardregels die gelden voor nieuwbouw, maar een maatwerkbeoordeling moeten uitvoeren die recht doet aan de aanwezige omstandigheden. Dat betekent dus onder andere dat je niet vuistregels moet uitgaan, maar van in het werk vastgestelde eigenschappen van onderdelen van de kade. Ook het beleid omtrent lastbeperkingen en het weren van zwaar verkeer uit de binnenstad moet dus nu al in beschouwing worden genomen.

2. Situatie na herstel publiekrechtelijk; dus als de kades definitief worden hersteld met het doel langjarig gevrijwaard te zijn van noodzakelijk herstel De bouwregelgeving kent ook voorschriften voor het verbouwen van een bestaande kademuur. Dan is van toepassing artikel 1b, eerste lid, van de Woningwet in samenhang van artikel 2.5 van het Bouwbesluit 2012. Ook dan zijn weer voornoemde normbladen van toepassing, maar dan het verbouwniveau als bedoeld in die normbladen. Voor herstel moet volgens het Bouwbesluit 2012 ten minste zijn uitgegaan van een restlevensduur van 15 jaar en dus ook van een referentieperiode van 15 jaar. Als opdrachtgever mag men voor een langere restlevensduur en referentieperiode kiezen. Wat betreft de aan te houden belastingen geldt hetzelfde als geschetst voor het beoordelen van een bestaande kade tegen het afkeurniveau. Het verschil zit hem erin dat de aan te houden karakteristieke belastingen worden vermenigvuldigd met een hogere partiele factor om te bewerkstelligen dat aan een hogere betrouwbaarheidsindex (de maat voor het risico op falen) wordt voldaan. Onderstaande tabel geeft de verschillen in betrouwbaarheidsindex weer voor de verschillende situaties in het publiekrechtelijke domein.

3. Situatie na definitief herstel als areaalbeheerder Sedert de publicatie van NEN 8700:2020 kent het normblad ook een vierde veiligheidsniveau: het gebruiksniveau. Dat is een niveau waarin rekening is gehouden de meerjarige onderhoudsbegroting van een beheerder van een groot aantal gelijksoortige bouwwerken. Dit om de investering in de tijd te optimaliseren en de kans op falen binnen een areaal te minimaliseren. Het gemeentebestuur van Amsterdam zou er voor kunnen kiezen dit niveau voor te schrijven bij kadeherstelwerkzaamheden.

4. Primaire acties Wanneer bij inspectie wordt vastgesteld dat de primaire grachtbodem ten dele is verdwenen, dan zou de eerste actie moeten zijn de bodem in originele vorm te herstellen. Die bodem vormt mede de bescherming van de houten funderingspalen en kespen en de houten bodem van de kade tegen aantasting. Dit moet in samenhang gebeuren met bebording leiden tot lastbeperking om te voorkomen dat de kades worden belast met een veel groter belasting dan waarvoor ze van origine zijn ontworpen. Als dan, rekening houdend met de actuele situatie van de constructie, door berekening inzichtelijk wordt gemaakt dat de afkeurgrens niet is onderschreden en door maatregelen (herstel van de bodem) verdere aantasting van de houten constructie wordt geminimaliseerd ontstaat er tijd om zonder aantasting van het beschermde stadsgezicht te werken aan oplossingen voor kade renovatie met bewezen technieken die niet leiden tot aantasting van het beschermde stadgezicht en cultuurhistorische waarden.

Gesteld dat je tot de conclusie komt uit de berekeningen, rekening houdend met herverdeling van belastingseffecten en de actuele gegevens van de kades, en de door gedegen onderzoek vastgestelde gebreken dat kades over een beperkte lengte niet aan het afkeurniveau voldoen, dan is het zaak voor die beperkte lengten een proportionele oplossing te treffen die het historisch stadsgezicht geen of zo min mogelijk schade berokkend. Hoe dat kan is elders in Nederland al gedemonstreerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10621644/1