CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jaarverslag TAC 2024.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 16 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en het Jaarverslag 2024 van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (VN2025-002978)8.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag TAC 2024 Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur 1

Voorwoord Voor de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur Amsterdam was 2024 een roerig jaar. De TAC was blij met het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur dat door B&W in 2023 was vastgesteld, na verwerking van een groot aantal reacties van de Amsterdammers. Het nieuwe kader bood bescherming aan meer gebieden en vormde ook een breder beleidskader met veel aandacht voor stadsnatuur. De gemeenteraad besloot anders, wat leidde tot een referendum op 6 juni 2024, waarbij een meerderheid van de stemmers in een verhouding 60-40% het nieuwe kader afserveerde. Resulterend in een burgerberaad in 2025, waarbij niet alleen de Hoofdgroenstructuur aan de orde komt, maar groen in en om de stad in brede zin. Voorlopig werkt de TAC dus nog met het toetsingskader dat vastgesteld is in 2011. Het nieuwe Beleidskader Hoofdgroenstructuur was gerelateerd aan de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, vastgesteld in 2021, eveneens op basis van een brede participatie van alle mogelijke geledingen van de Amsterdamse samenleving. In de Omgevingsvisie zijn 5 strategische keuzes vastgesteld, waaronder ‘Rigoureus vergroenen, een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving voor mens en dier’. De uitwerking hiervan was vertaald in het nieuwe Beleidskader.

Ook het belang van water was hierin verankerd, evenals de waarden die in de Omgevingsvisie worden toegekend aan een samenhang tussen (nieuwe) parken, plantsoenen en groene routes, aan toekomstbestendige landschappen zoals Waterland en de verankering van de ecologische structuur in het groenbeleid. In bestaande en nieuwe buurten moet de openbare ruimte zo groen mogelijk worden ingericht, ook in het kader van klimaat- en duurzaamheidsambities. Daarbij gaat het niet alleen om de kwantiteit (aantallen bomen, het aantal vierkante meters grasveld of perken), maar uitdrukkelijk ook om de kwalitatieve meerwaarde en vergroting van de natuurwaarden. Uiteraard wordt in de Omgevingsvisie ook aandacht besteed aan vergroening van gebouwen en aan groen op particulier terrein. Deze ambities wringen met andere wensen en eisen, zoals bijvoorbeeld vanuit de sportsector, of vanuit verkeer en vervoer. Slimme oplos2

singen, zoals het combineren van functies zijn daarbij essentieel. Evenals structureel investeren in aanleg en goed beheer. Bepalend is vooral het betrekken van bewoners op basis van goede informatie. Communicatie, communicatie, communicatie! Dat had een referendum kunnen voor­komen. Het zal iedereen toch duidelijk zijn dat het referendum een te grof instrument is om een goed en doordacht groen beleid te ontwikkelen voor de stad. Hopelijk kan het burgerberaad, waarschijnlijk de meest vergaande vorm van democratie en participatie in Amsterdam, bijdragen aan het ‘lostrekken’ van dit vastgelopen dossier. De TAC maakt uiteraard geen deel uit van de nieuwe beleidsvoorbereiding, maar zal het op gepaste en betrokken manier gadeslaan. Marijke van Schendelen Voorzitter TAC

Inhoudsopgave Samenvatting......................................................................................................................................

4

1.

Aanbevelingen...................................................................................................................................

7

2.

De Hoofdgroenstructuur en de TAC...............................................................................................

14

3.

TAC adviezen in 2024. ......................................................................................................................

17

4.

Bijlagen................................................................................................................................................

23

Informatie: secretariaatTAC@amsterdam.nl 06 48487365 / 06 23457013 / 06 53878566 www.amsterdam.nl/TAC

Februari 2025 Fotoverantwoording: Fotobank Gemeente Amsterdam en Luc Hoogenstein 3

Samenvatting Adviezen In 2024 zijn in totaal 70 adviezen door de TAC gegeven. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren doordat er in de eerste helft van 2024 nog initiatieven informeel getoetst werden aan het nieuwe concept-beleidskader Hoofdgroenstructuur (waaraan meer groen was toegevoegd). Tegelijkertijd bevestigt het de toenemende druk op de (groene) ruimte in de stad. Net als in vorige jaren zijn er aanzienlijk minder negatieve adviezen gegeven. Wel heeft de TAC vaker voorwaarden aan de positieve adviezen verbonden. Een overzicht van alle adviezen is te vinden in bijlage 1 van het jaarverslag. De adviezen zelf zijn openbaar en te bekijken op de interactieve Hoofdgroenstructuurkaart. In 12 gevallen is er een neutraal advies afgegeven: 10 omdat het locaties betroffen die in het beleidskader Hoofdgroenstructuur uit 2011 nog geen onderdeel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur; 1 omdat het een visie betrof buiten de gemeentegrens van Amsterdam; 1 omdat de aangeleverde informatie niet compleet was. Naar verhouding zijn er minder vaak preadviezen in een vroeg stadium van de planvorming

ingewonnen. Hetzij omdat er tijdsdruk op initiatieven zat, hetzij omdat het klakkeloos inwinnen van een TAC advies in het kader van een vergunningentraject ambtelijk ingeperkt is. De meeste aanvragen voor een (pre)advies hadden betrekking op Amsterdam Noord (15), Nieuw-West (15) en Oost (13).

Evaluatie van adviezen Uit de evaluatie van negatieve adviezen en positieve adviezen onder voorwaarden blijkt, net als in vorige jaren, dat er geen misstanden zijn en het instrumentarium van de Hoofdgroenstructuur wordt gerespecteerd. Van de 10 initiatieven die in 2024 een negatief advies hebben gekregen kan worden geconcludeerd dat: ƒ

ƒ

8 initiatieven nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. In 1 geval het negatieve advies van de TAC heeft geleid tot intrekking van het plan. Het ging hierbij om het voorstel om een zendmast in het Eendrachtspark te plaatsen, ter hoogte van de Lodewijk van Deysselstraat.

Aantal aanvragen per stadsdeel

naar beoordeling

13 23 10

24

positief

15

4

13

4

positief onder voorwaarden

11

1

neutraal

8

0

negatief

ƒ

In 1 geval is aangegeven dat een afwijkingsverzoek aan B&W wordt voorgelegd in Q1 2025 (een legalisatiekwestie in Landelijk Noord).

Van de 23 unieke initiatieven die in 2024 een positief advies onder voorwaarden hebben gekregen kan worden geconcludeerd dat: ƒ

ƒ ƒ

20 adviezen nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. In 1 geval het plan is aangepast waardoor het nu binnen het omgevingsplan past; In 2 gevallen de meegegeven voorwaarden zijn opgevolgd.

In aanvulling hierop is de status nagegaan van 12 nog lopende unieke casussen uit voorgaande jaren: ƒ ƒ

11 initiatieven lopen nog. 1 initiatief betreft een illegaal bouwwerk waarvoor inmiddels een handhavingsprocedure is opgestart. Het gaat hier om een tuinhuis aan de Ouderkerkerdijk 215.

In twee gevallen zijn B&W en Gemeenteraad contrair gegaan aan negatieve TAC-adviezen: ƒ

ƒ

de vaststelling van de Investeringsnota en het Stedenbouwkundig Plan Stadscentrum Osdorpplein Fase 2a, waar de inpassing van de Nieuwe Meervaart in de Sloterplas onderdeel van uitmaakt. voor de tijdelijke transformatie van een pand in het Beatrixpark tot opvanglocatie voor vluchtelingen: de termijn is verlengd van 2,5 naar 5 jaar.

Uit de evaluatie komt naar voren dat er, afgezien van de in Stadsdeel Oost genoemde handhavingskwestie, geen misstanden zijn. Het instrument van de Hoofdgroenstructuur functioneert goed en wordt gerespecteerd.

Evaluatie van verlopen tijdelijke ontheffingen In 2024 zijn er 5 tijdelijke ontheffingen verlopen, waarvan er 2 in oorspronkelijke staat zijn hersteld; een kunstwerk in de vijver van het Oosterpark in Amsterdam Oost en een opslag-

ruimte en kantoor op Schooltuin Ridderbos in Amsterdam Nieuw-West. In 2 gevallen wordt volgens planning plaatsgemaakt voor woningbouw; het gaat hier om een moestuin een hockeyveld in het Nelson Mandelapark. Voor een bouwdepot en bouwweg in Zunderdorp in Amsterdam Noord wordt een verlenging van de tijdelijke vergunning wordt aangevraagd. De verlenging wordt in 2025 opnieuw voorgelegd aan de TAC.

Actief informeren Om goed geïnformeerd te blijven over de bredere (groene) stadsontwikkelingen, zijn er tijdens de TAC-vergaderingen in 2024 presentaties gegeven over de Omgevingswet, de Monitor Groen, het Programma Elektriciteitsvoorziening Amsterdam (EVA), de Ontwikkelstrategie 2035 enDe werking van het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen. Ook heeft de TAC werkbezoeken gebracht aan de Volgermeerpolder in Landelijk Noord (mei 2024) en aan het Jaap Eden Schaatscomplex (oktober 2024).

Aanbevelingen Op basis van wat de TAC in 2024 aan casussen de revue heeft zien passeren, geven de TAC leden een zestal aanbevelingen mee aan het gemeentebestuur. Deze betreffen: 1. Focus op locatiespecifieke opgaves en het daar op kwalitatieve wijze integreren van groen 2. Laat in een ontwerp zien hoe de spanning tussen verdichting en vergroenen kan worden opgelost 3. Breng op sportparken sociale en ruimtelijke opgaven met elkaar in verband vanuit het perspectief van een natuurinclusieve stad 4. Hanteer een systeembenadering in natuurtoetsen voor ingrepen in de Hoofdgroenstructuur 5. Neem bij de verdichtingsopgave het bestaande groen – ook die buiten de Hoofdgroenstructuur – als uitgangspunt 6. Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland 5

• Park Schinkeleilanden 6

1. Aanbevelingen Op basis van de casussen die de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) in 2024 heeft behandeld, hebben de leden een aantal concrete aanbevelingen voor het gemeentebestuur geformuleerd.

1.

Focus op locatiespecifieke opgaves en het daar op kwalitatieve wijze integreren van groen

Amsterdam is een dynamische stad. Het inwoneraantal groeit door naar 1 miljoen. Ook het aantal werkenden en bezoekers neemt toe. Dat geldt eveneens voor ruimte voor vele voorzieningen, energie, cultuur en groen. De Amsterdamse dynamiek blijkt ook uit de verandering van functies. Industrieterreinen worden getransformeerd tot woongebieden en parken. Op een autotunnel ligt nu het Brasapark, de Singelgracht verandert van een autoroute naar een groen autoluw gebied. In Amsterdam was groen altijd al zodanig van belang dat het al vroeg werd verankerd in normen en regels. De Keurtuinen tussen de grachten genieten sinds 1615 wettelijke bescherming. Boomaanplant langs de grachten was vanaf de Eerste Uitleg van 1585 een onderdeel van de ‘ideale stad’, waarbij het zowel om stedenschoon ging als om ‘soete lucht’. Als één van de eerste Europese steden was in Amsterdam vanaf 1631 boomaanplant en de zorg voor openbaar groen een overheidstaak.

groentypen. Het betreft hier groengebieden van enige omvang, zoals parken, sportvoorzieningen en een enkel plantsoen. Kwalitatieve en kwantitatieve toetsingscriteria en kaartbeeld vullen elkaar aan. Normering is daarvan waar noodzakelijk een essentieel onderdeel. Zo is in stadsparken maximaal 5% verharding toegestaan en bij sportparken maximaal 15% inclusief bebouwing. Inmiddels dient ‘groen in en om de stad’ een breder doel. Naast recreatie en gezondheid hebben groenwaarden als biodiversiteit, duurzaamheid, leefklimaat, educatie, voedsel, cultuurhistorie en sociaal contact aan belang gewonnen. Het is duidelijk dat ook deze ‘nieuwe’ waarden vooral gebaat zijn bij kwaliteitscriteria en lang niet altijd in kwantitatieve criteria zijn vast te leggen. De nieuwe Hoofdgroenstructuur van 2022, in 2024 via een referendum weggestemd door de Amsterdammers, kenmerkte zich erdoor deze ‘nieuwe’ waarden uitdrukkelijk beleidsmatig en juridisch te borgen. Bovendien waren uitbreiding van bescherming van nieuwe groengebieden en verbindingen uitgangspunt.

Ook in de Woningwet van 1901, samen met de Gezondheidswet van 1901 vastgesteld, zijn belangrijke criteria te vinden op het gebied van licht, lucht, ruimte en groen. De tuindorpen waren hiervan het resultaat. In het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935 vinden we uitgebreide hoofdstukken over de behoefte aan groen in verschillende hoedanigheden: parken, sportvoorzieningen en natuurlijk het belang van de scheggen. Op basis hiervan zijn de Westelijke Tuinsteden ontworpen. Ook hierbij weer: licht, lucht en groen. En de ‘kinderwagencirkel’: moeders met zuigelingen en kleine kinderen dienden op maximaal 400 meter afstand van huis een plantsoen of park aan te treffen.

Gelukkig blijft Amsterdam in Nederland koploper op het gebied van groenbeleid. Juist omdat de druk op de openbare ruimte en op ‘groene’ waarden groot is door de stedelijke dynamiek. En omdat iedere Amsterdammer, als bewoner of als beleidsmaker, doordrongen is van het belang van groen in en om de stad. Of het nu om een geveltuintje gaat in de binnenstad, om herstructurering van een jaren 50 wijk, om een stedelijke uitbreiding of om de landelijke gebieden van Waterland en Weesp, het belang van groen in al zijn hoedanigheden is prominent aanwezig. Hierbij is maatwerk vanzelfsprekend. De Monitor Groen, waar het Grote Groenonderzoek onder Amsterdammers tegenwoordig onderdeel van uitmaakt, geeft ons inzicht in ‘hoe het met het groen gaat’: kwalitatief en kwantitatief.

De huidige Hoofdgroenstructuur leunt op zijn voorgangers. Nauwkeurig zijn de beleidsmaatregelen vastgelegd voor de verschillende

Een integrale groennorm op nationaal niveau, zoals opgenomen in de recent gepubliceerde Handreiking Groen in en om de Stad, is voor 7

Amsterdam misplaatst. Ook de Amsterdamse referentienorm voor groen zou meer als een hulpmiddel beschouwd moeten worden. Met het te veel verengen van de groenopgave tot een kwantitatieve opgave worden kansen gemist. Meer focus op de locatiespecifieke opgave en het daar op kwalitatieve wijze integreren van groen leidt tot een prettige woonomgeving. Met vaak ook parallelle kansen om de Hoofdgroenstructuur en de verbindingen daartussen te versterken.

De Technische Adviescommissie toetst ingrepen in de beschermde gebieden nu nog aan het huidige, naar onze mening, verouderde beleidskader. Zij hoopt van harte dat er op korte termijn een geactualiseerd en verbreed kader van de nieuwe Hoofdgroenstructuur kan worden vastgesteld door de gemeenteraad. Marijke van Schendelen (planoloog, sociaal geograaf en voorzitter)

• Gerbrandypark

2.

Laat in een ontwerp zien hoe de spanning tussen verdichting en vergroenen kan worden opgelost

Niet iedereen weet het, maar Amsterdam is ontworpen. Eerst de huizen op de dijkjes op de Amsteloevers, tot twee keer toe ‘verdikt’ (Burgwallen). Toen de ronde vestingstad met grachten, toen de gordel van de negentiende en vroeg-twintigste eeuw en tenslotte de ‘vingers’ naar oost, zuid en west: allemaal bedacht en ontworpen. In al die stadia was groen bestanddeel van het ontwerp, in de vorm van tuinen, straatbomen, plantages, begraafplaatsen, plantsoenen en parken. Al werd het tot begin 20ste eeuw nog geen ‘groen’ genoemd, het heette gewoon wat het was. Pas in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935 (AUP) werd de term ‘stedelijk groen’ voor het eerste genoemd, en werden ook volkstuinen en sportvelden daarin opgenomen. Het groen kreeg structuurkenmerken: een eerlijke verdeling van voorzieningen en een aangenaam en veilig stelsel van routes 8

naar de groene delen van de stad. Zo werd in het AUP de voorloper van de Hoofdgroenstructuur ontworpen, met als uitgangspunt dat iedereen binnen redelijke afstand van een park of plantsoen moest wonenof daarheen kon gaan via een groene verbinding. En eveneens binnen redelijke tijd de stad uit kon gaan naar het ommeland. Daar hebben we de lange groene lijnen in de westelijke tuinsteden aan te danken. Evenals de Groene Scheggen en (dat weet bijna niemand) het feit dat Waterland en Amstelland nog niet zijn bebouwd met woningen. De ontwerpopgaven van het AUP zijn onverkort geldig en er zijn er wat het groen in de stad betreft nog een paar bijgekomen. Klimaat: bomen verlagen de zomerse hitte en nemen CO2 op; dit maakt deel uit van de duurzaamheidsopgave. Natuur: het groen is een woonplaats voor tal van planten en dieren, zonder welke wij in eenzaamheid in de stad zouden wonen. Dit heeft te maken met de kwaliteit van de stedelijke omgeving. En last but not least, de Schoonheid van de stad: Stelt u zich Amsterdam

maar eens voor zonder bomen. Toen in 2022 gedurende honderd dagen twaalfhonderd bomen langs elf locaties in Leeuwarden ‘wandelden’, wilden alle omwonenden van dit bos, dat het bij hen bleef staan. Dit betekent een uitbreiding van de ontwerpopgaven voor het groen in Amsterdam: meer bomen, verblijfplaatsen en verbindingen voor dieren. In een stad waarmee je voor de dag kunt komen. Waar doorheen bijvoorbeeld groene lanen lopen en grote oude bomen worden geëerd. De ‘oude’ opgaven blijven staan: voldoende voorzieningen en goede verbindingen. Deze uitgebreide groene ontwerpopgaven maken uiteraard deel uit van de integrale ontwerpopgave voor de stad, die ook niet gering is. De benodigde woningen worden bijvoorbeeld in de stad gebouwd (want het ooit gevrijwaarde ommeland blijft gevrijwaard, omdat het een uniek, en voor iedereen bereikbaar en begaanbaar gebied is), dat heet ‘verdichting’. Iedereen kan zien dat er spanning staat op de voornemens de woningen die nodig zijn in de stad te bouwen en de stad tegelijk rigoureus te vergroenen. Deze spanning lossen de vrome woorden van het beleid niet op, dit kan alleen verzoend worden in een ruimtelijk ontwerp: een ruimtelijke voorstelling van de verdichte en vergroende stad. Laat zien dat het kan! Het beleidskader Hoofdgroenstructuur geeft randvoorwaarden en uitgangspunten voor dit ontwerp, maar het kan beter.

Voor het bestaande groen is de opgave redelijk eenvoudig: op zichzelf behouden, dan wel behoud van karakter en voorzieningsgraad. Maar niet heel

eenvoudig: er komen tal van nieuwe gebouwen aan die zich ook in het groen zullen willen wurmen (bijvoorbeeld de energietransitie). Voor de verandergebieden (waar nieuwe woningbouw komt) is de opgave iets ingewikkelder: niet alleen zorgen voor voldoende groen, maar ook voor aansluiting op de groenstructuur in de omgeving, zowel voor de mensen als de planten en dieren. Het ingewikkeldst is de opgave om groen gebrek in de stad te verhelpen (te weinig, ontbrekende verbindingen, groen dat in de knel komt met de ondergrondse drukte van kabels en leidingen). Maar er is hoop. Om te beginnen is moeilijkheid nooit een bezwaar gebleken voor de Amsterdamse ontwerpers, anders hadden we deze stad niet. En er is duidelijk aandrang om de Ecologische structuur en de Bomenstructuur van Amsterdam, te verbinden met de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam: daarmee worden klimaat, natuur en schoonheid gediend. En als we de waterstructuur van Amsterdam daarbij nemen, dat stelsel van doorgaande open ruimte, dat zich aanbiedt voor de groene routes en ecologische verbindingen in de stad, zijn in ieder geval de beleidsmatige randvoorwaarden voor een goed ontwerp van het landschap in de stad vervuld.

Mijn hoop is, dat de per referendum weggestemde ‘nieuwe’ Hoofdgroenstructuur, die al veel van deze randvoorwaarden bevatte, verrijkt met deze opgaven de opvolger zal worden van de huidige Hoofdgroenstructuur, die weliswaar nog goed werkt, maar waar wel sleet op zit. Rob van Leeuwen (landschapsarchitect)

• Gijsbrecht van Aemstelpark 9

3.

Breng op sportparken sociale en ruimtelijke opgaven met elkaar in verband vanuit het perspectief van een natuurinclusieve stad

Er ligt in de stad een grote opgave van gelijktijdige verdichting en vergroening. Ook de sportparken krijgen met herinrichting en programmering een taak in deze opgave. Doel is intensivering van het gebruik en meervoudig gebruik. Er worden meer kunstgrasvelden aangelegd en ingespeeld op de individualisering van het sporten zoals urban sports. Deze ontwikkelingen gaan doorgaans gepaard met meer verharding. De TAC bewaakt het behoud van de groene kwaliteit van sportparken als groene longen in de stad. De TAC bepleit gebruiksintensivering, maar geen gebouwintensivering. Niet-sport gerelateerde voorzieningen als scholen en winkels worden als niet-inpasbaar geacht op de sportvelden. De sportparken liggen in de Hoofdgroenstructuur. Ze zijn hierin opgenomen, omdat ze onlosmakelijk deel uitmaken van de groene en recreatieve gebieden in en rond de stad. De sportparken verdienen het wel om breder dan puur kwantitatief benaderd te worden. Sportparken hebben een primaire gezondheids-, sociale en recreatieve waarde. Bij de herontwikkeling van sportparken is een verbinding te maken tussen het fysiekruimtelijke en het sociale domein. In de onlangs vastgestelde Visie Amsterdamse Sportparken is de ruimtelijke opgave goed verbonden aan de sociale opgave. De Visie besteedt veel aandacht aan de veranderende sportbehoeften in de stad en de

• Sportpark Spieringhorn 10

betekenis van de sportparken voor de samenleving. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de investeringen in accommodaties gekoppeld worden aan de sociale opgave in de stad, zodat beweeg- en sportdeelname kansrijker wordt en bijdraagt aan een gezondere en meer verbonden stad. Vooral in wijken waar dat het meest nodig is. De Visie stelt ook dat we moeten nadenken – aansluitend op veranderende behoeften – over nieuwe sportparkconcepten. Het gaat om innovatieve concepten, multifunctioneel en flexibel in gebruik. Er moet gekeken worden naar waar kruisbestuivingen kunnen ontstaan tussen sport en andere domeinen, zoals zorg, onderwijs, werk en jongerenwerk. De TAC wil benadrukken dat innovatie niet alleen gaat over intensivering en kruisbestuivingen met het sociale domein, maar ook gaat over de verdere vergroening van de sportparken door ze natuurinclusiever te maken. De vergroeningsopgave zal verschillen per type sportpark. De stedelijke toekomstvisie op de Amsterdamse sportparken gaat uitgebreid in op sportdoelstellingen. De ambitie om het groen en water op sportparken maximaal ecologisch te ontwerpen, beheren en in te richten is een voornemen en zal nog verder uitgewerkt moeten worden. Sportparken hebben een belangrijke natuurwaarde en zijn essentiële bouwstenen van een natuurinclusieve stad.

Een visie op het groen – en specifiek het vergroten van de natuurwaarden – moet onderdeel zijn van een ontwikkelstrategie voor elk sportpark. Het benutten van kansen voor uiteenlopende groenwaarden zou meer moeten omvatten dan enkel het onaangetast laten van de groene structuur rondom de sportparken. Er kan veel sterker ingezet worden op de groenkwaliteit. Waar mogelijk moet de verharding verder teruggebracht worden in een sportpark als geheel. En mag verder gaan dan het vergroenen van parkeervakken of het bijplaatsen van een paar plantenbakken, heggen of struiken, door te investeren in de groenstructuur en biodiversiteit van het sportpark als geheel. Dit is een ontwerpopgave door de ruimtelijke schalen heen, van groene inbedding van speelvelden tot aan versterking van de Hoofdgroenstructuur. Een groene inrichting met hoge natuurwaarden zal de recreatieve waarde van sportparken verhogen. Ivan Nio (sociaal geograaf)

4.

Hanteer een systeembenadering in natuurtoetsen voor ingrepen in de Hoofdgroenstructuur

Natuur in de stad is een breed te interpreteren begrip. Waar de één zielsgelukkig wordt van nestelende huismussen onder dakpannen in de Jordaan, zo hecht een ander juist waarde aan zingende grote groene sabelsprinkhanen in stukjes stedelijk groen. Een derde wordt weer enthousiast van kleurrijke bloemenlinten. Maar alle soorten hebben één overeenkomst: ze zijn allemaal onderdeel van de biodiversiteit van de stad Amsterdam. De Hoofdgroenstructuur is het groene raamwerk van de stad. Dieren en planten kunnen zich er doorheen verplaatsen. Ze wonen er of ze maken er af en toe gebruik van. Een aantal van deze soorten geniet wettelijke bescherming conform de Omgevingswet. Nieuwe projecten binnen de Hoofdgroenstructuur zijn dus wettelijk verplicht om binnen de kaders van de Omgevingswet te blijven. Het uitgangspunt van deze wet is dat het voor de natuur altijd het beste is als wordt voorkomen dat er aantasting plaatsvindt. En dat is natuurlijk prima, maar vanuit de ecologie beschouwd is het een wat kortzichtige invulling bij nieuwe ontwikkelingen. De natuur van Amsterdam is namelijk veel meer dan alleen de Hoofdgroenstructuur. Laten we de huismus als voorbeeld nemen. Met de huismus is het jarenlang niet goed gegaan. Hoewel de populatie nu in rustiger vaarwater terechtgekomen is, kunnen onze mussen nog zeker een steuntje in de rug gebruiken. De meeste huismussen broeden in huizen en dus

niet in de Hoofdgroenstructuur, wat het aantrekkelijk maakt om deze soort niet mee te nemen in de planvorming. Maar huismussen hebben meer nodig dan enkel een dak boven het hoofd. Als in april en mei de jongen uit het ei kruipen is eiwitrijk voedsel nodig, zoals insecten. Huismussen moeten dus op zoek naar insecten zoals grote groene sabelsprinkhanen, die weer afkomen op allerlei verschillende kruidenvegetaties. Huismussen zijn dus afhankelijk van groen in de omgeving van het nest, om voedsel te vinden voor hun jongen en daarmee het voortbestaan van hun soort te bewerkstelligen. Een dergelijke stadsecologische systeembenadering zie je zelden in de verplichte natuurtoetsen voor ingrepen of ontwikkelingen in de Hoofdgroenstructuur terugkomen. Terwijl dit wel noodzakelijk is voor het functioneel inrichten van het groen voor die natuur. De stad moet worden beschouwd als één ecologisch systeem en nieuwe ontwikkelingen moeten aan dat systeem een bijdrage leveren. Enkel het voorkomen van aantasting van beschermde soorten is niet afdoende. Een analyse van de natuurwaarden rondom de ontwikkellocatie geeft al genoeg inzicht in wat er mogelijk is. Onderzoek welke soorten er in de omgeving voorkomen (of voor zouden kunnen komen). En kijk hoe je de locatie voor deze soorten kunt versterken met behoud van de te ontwikkelen functie. Dat hoeft echt niet ingewikkeld te zijn.

Als bijvoorbeeld een groenzone zodanig wordt ingericht dat huismussen er profijt bij hebben, dan zullen andere dieren volgen. De stad is immers het leefgebied van mens én natuur. Luc Hoogenstein (bioloog)

• Jonge huismus 11

5.

Neem bij de verdichtingsopgave het bestaande groen – ook die buiten de Hoofdgroenstructuur – als uitgangspunt

Door de verandering van het klimaat wordt het in de stad steeds warmer. De mensen ‘drie hoog achter op het zuiden’ hebben daar het meest last van. ’s Nachts is het al snel een graad of twintig; dat is te warm, je slaapt dan slecht. Overdag zul je het buiten moeten zoeken, in de schaduw van wat groen. Alles is op zich oplosbaar. Kijk naar de grote bomen in de straat. Die produceren schaduw in de zomer, dat scheelt zo een paar graden. In de winter kijk je erdoorheen. Koester het plantsoen met bomen, struiken, bankjes en wat schaduw;

prima plekken waar lokale klimaatvluchtelingen de warmte kunnen mijden. Behoud het groen bij het verdichten, benut het voor de leefbaarheid. Bij een gevel die naar voren moet langs een laan in West. Bij het optoppen van wooncomplexen. Bij het denken over binnentuinen. En als dat allemaal niet lukt? Ach, iedere arbeider heeft inmiddels een auto, de droom van de jaren zestig. Geef nu dan elk kwetsbaar gezin een airco. Een zonnepaneel op het dak houdt dan de kosten laag. Dan is er in de herfst geen overlast van blaadjes. En nachtrust is weer min of meer verzekerd. Wim Timmermans (fysisch geograaf)

• Kop Weespertrekvaart

6.

Vervul als hoofdstad een pioniersrol bij het opstellen van beleid voor landbouw in Amsterdams ommeland

We komen het steeds vaker tegen: veehouderijbedrijven in ons landelijk gebied (Landelijk Noord, West, Oost en Weesp) die een nevenbedrijf nemen (bijvoorbeeld zorg, of recreatie) en na enige tijd een aanvraag doen om die neventak uit te mogen breiden. Regel is dat het agrarische bedrijf de hoofdactiviteit moet blijven, maar dat is een regel met een gemeen 12

kantje: de beperkte stikstofruimte beperkt de omvang van de veestapel, die misschien zelfs kleiner moet. Het agrarische bedrijf kan niet uitbreiden, zeker het ‘gangbare’ agrarische bedrijf niet. Omschakeling naar een milieuvriendelijkere vorm van veeteelt betekent een nog kleinere veestapel; dan is nevenbedrijf helemaal onontbeerlijk. Maar het nevenbedrijf brengt bebouwing met zich mee, en uitbreiding van het nevenbedrijf betekent dus ook meestal meer bebouwing. Dat staat op zichzelf al op gespannen voet met de beleidswens om het landelijk gebied open te houden en vrij van bebouwing.

En dan (het kan voorkomen) mislukt het nevenbedrijf. Maar de bebouwing gaat niet weg, die vertegenwoordigt waarde. Het meest voor de hand liggende opvolgende gebruik is vaak wonen. Dus het verzoek volgt om de bestemming in die zin te wijzigen van agrarisch naar wonen. Landschappelijk is daar niets op tegen; alleen het gebruik verandert immers. Maar ineens mag de ‘nieuwe’ woning ook 150 m2 vergunningsvrij bijbouwen. Zo verdubbelt de bebouwing en dat heeft wel gevolgen voor het landschap. 150 m2, dat is 10 bij 15 meter, ongeveer net zo groot als een woning. Zo ging het vroeger vaak: in die schuur werd een woning gebouwd, dat werd te laat opgemerkt door de gemeentelijke handhaving en zo kwam er weer een woning bij. Daar heeft Landelijk Noord tot op de huidige dag last van. Dan kijken we naar de (voormalige) ruimte-voor-ruimte regeling waar in Landelijk Noord veel gebruik is gemaakt, die erop neerkomt dat een stoppend agrarisch bedrijf in ruil voor het slopen van agrarische bebouwing woningen mag bouwen. Minder nieuw volume dan wordt gesloopt, ook achter deze regeling zit de wens de openheid van het landschap te versterken. Dan gebeuren twee dingen. Ten eerste het verzoek de woningen groter te mogen maken dan in de regelingen is toegestaan (een footprint van 100 m2). Begrijpelijk: ook hier wordt waarde gecreëerd.

De agrarische grond verandert in woningbouwgrond, dus stijgt in waarde, zonder dat daarvoor betaald wordt: een cadeau. En een woning in het landelijk gebied nabij de stad is goud waard – locatie, locatie, locatie, u kent de makelaarsmantra. Grondwaarde plus

locatiewaarde: dat is al gauw veel meer dan de stichtingskosten voor de woningen. En de mensen die het kunnen betalen hebben graag een grotere woning, nog meer waarde. Maar een grotere woning staat op gespannen voet met het doel van de regeling: meer openheid, minder bebouwing. En twee: ook hier mag men 150 m2 vergunningsvrij bijbouwen; een groter oppervlak dan de woningen zelf. Als je dat handig doet, is het bijgebouw te gebruiken als deel van de woning, nog meer waarde. Resultaat: de regeling die bedoeld is om de hoeveelheid bebouwing in het landelijk gebied te verkleinen, leidt tot een toename van bebouwing. Het dilemma is dat het eenieder gegund is: de veehouder zijn nevenbedrijf, de stoppende boer zijn compensatie van de sloop – dit is geen moreel vraagstuk. Maar wel een landschappelijk vraagstuk: de ruimtelijke kwaliteit van ons landelijk gebied is in het geding. Daarom is de TAC streng en kritisch op dergelijke aanvragen, en vraagt zij de indieners steeds om hun visie op het landelijk gebied; alles om de kwaliteit van dat bijzondere gebied, dat zo dicht bij de stad ligt en waar de Hoofdgroenstructuur in uitmondt, te bewaren. Dat is trouwens al lang zo: in 1921 werd Landelijk Noord deel van de gemeente Amsterdam en werd het beleid gericht op behoud van openheid.

Als het aan de bewoners zelf had gelegen was de hoeveelheid bebouwing veel meer toegenomen dan sindsdien het geval is geweest. De TAC staat in een lange traditie. Rob van Leeuwen (landschapsarchitect)

• Waterland 13

2. De Hoofdgroenstructuur en de TAC 2.1

Wat is de Hoofdgroenstructuur?

De Hoofdgroenstructuur is bedoeld om de belangrijkste groengebieden in de stad te behouden voor de toekomst en deze te verbeteren. Het is een juridisch-planologisch instrument om zorgvuldig te beslissen of ruimtelijke plannen of initiatieven inpasbaar zijn in de stedelijke groenstructuur, specifiek als ze afwijken van het Omgevingsplan. Initiatieven die het groen versterken, zijn welkom. Aantastingen ervan zijn niet toegestaan. De Hoofdgroenstructuur bevat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil behouden. Het gaat om gebieden die waardevol zijn voor de stad. De Amsterdamse Hoofdgroenstructuur bestaat uit groengebieden en groene verbindingen: ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Waarvan de groenfunctie dominant is zijn; Die bestaand of in aanleg is op het moment van actualisering van het beleidskader; Met een wijkoverstijgende functie; Die van grote waarde is voor mens, plant en dier; Die een cruciale verbindende of structu­ rerende rol spelen; Of op een andere wijze bijzonder of zeldzaam zijn.

In het groen aanwezige en eraan gerelateerde bebouwing en verharding maken deel uit van de Hoofdgroenstructuur. Meestal is het groen van de Hoofdgroenstructuur openbaar toegankelijk en eigendom van de gemeente, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Wat valt er niet onder de Hoofdgroenstructuur? De Hoofdgroenstructuur gaat niet over: ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

14

Reserveringen van nieuw groen die voort­ komen uit de woningbouwopgave Buurtgroen en de bescherming daarvan Groen- en sportnormen, of de vraag of deze wel of niet worden gehaald Een stedelijke groenverordening Of en waar windturbines in de stad mogen komen

Het werkingsgebied De Hoofdgroenstructuur geldt alleen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. Dit komt door de directe koppeling met het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplannen), waar de gemeente Amsterdam zeggenschap over heeft. Toch stopt de betrokkenheid van Amsterdam bij groen niet letterlijk bij de gemeentegrenzen. De stad werkt samen met omliggende gemeenten en regio in samenwerkingsverbanden zoals de recreatieschappen Spaarnwoude, Het Twiske en Groengebied Amstelland. Amsterdam heeft zelfs groen buiten de gemeente in eigendom, zoals het Amsterdamse Bos en de Waterleidingduinen. Deze groene gebieden zijn immers oorspronkelijk aangelegd als recreatievoorzieningen voor Amsterdammers.

2.2

Actualisatie van het beleidskader Hoofdgroenstructuur

Volgens onze informatie is het moment van het maken van nieuw beleid voor de Hoofdgroenstructuur pas nadat het burgerberaad over groen in de stad is afgerond. Het antwoord op de centrale vraag in dit burgerberaad is cruciaal om het Hoofdgroenstructuur beleid wezenlijk anders vorm te geven dan de versie die op 27 juni 2024 door de gemeenteraad werd afgewezen na aanleiding van de uitkomst van het referendum. Het burgerberaad gaat over de opgave om rigoureus te vergroenen in een verdichtende stad, waarin tegelijkertijd voldoende woningen en maatschappelijke voorzieningen worden gebouwd. Zodra dit gesprek over groen in een verdichtende stad is afgerond en de adviezen zijn gepubliceerd, is duidelijk welke aanpassingen in het Omgevingsvisie en Hoofdgroenstructuur beleid nodig zijn. De verwachting is dat de adviezen uit het burgerberaad eind 2025 beschikbaar zijn. Volgens deze planning zal nieuw beleid voor de Hoofdgroenstructuur, inclusief inspraak en bestuurlijke besluitvorming,waarschijnlijk pas eind 2026 aan een nieuwe gemeenteraad kunnen worden voorgelegd. Tot dan blijft de TAC voorstellen toetsen aan het beleidskader Hoofdgroenstructuur uit 2011.

• Billboard referendum HGS

2.3

De Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC)

De TAC heeft sinds het ontstaan van de Hoofdgroenstructuur een belangrijke rol vervuld. De TAC is door de gemeenteraad in 2003 ingesteld om als onafhankelijk partij voorstellen te beoordelen die de Hoofdgroenstructuur raken en om een besluit van het college van burgemeester en wethouders vragen. Het advies van de TAC is gebaseerd op het gemeentelijke beleidskader Hoofdgroenstructuur als onderdeel van de Structuurvisie Amsterdam 2040 (Deel 3 Instrumentarium; Hoofdstuk 5 Groen en Water). De onafhankelijkheid is cruciaal. Het oordeel van de TAC wordt noch door het gemeentebestuur, noch door de stadsdelen gestuurd. De TAC ziet erop toe dat de Hoofdgroenstructuur behouden blijft, versterkt wordt en niet bezet raakt met functies die elders moeilijk in te passen zijn. De strekking van een advies is positief, positief onder voorwaarden of negatief. De TAC heeft geen taak in het toewijzen van gebieden aan de Hoofdgroenstructuur, het groentype of de wijze van begrenzing ervan. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van

het gemeentebestuur, en uiteindelijk van de gemeenteraad. Het oordeel van de TAC over een plan of initiatief heeft de vorm van een advies aan het college van B&W. In een vroeg stadium van de planvorming kan een initiatiefnemer een zogenaamd preadvies aanvragen. Als het college van B&W een plan of initiatief wil goedkeuren dat de TAC als niet-inpasbaar heeft beoordeeld (negatief advies), of dat niet voldoet aan de voorwaarden voor een positief advies, wordt het initiatief voorgelegd aan de gemeenteraad. Alleen met toestemming van de gemeenteraad kan worden afgeweken van een TAC-advies. De werkwijze en taak van de TAC zijn vastgesteld in de TAC-verordening (2019). Het is een verantwoordelijkheid van een project om op tijd te bepalen of een plan of initiatief invloed heeft op de Hoofdgroenstructuur en een TAC advies nodig heeft. Op de website van de TAC staat informatie over hoe en wanneer een TAC advies kan worden aangevraagd. Voor meer specifieke vragen kan contact worden opgenomen met het ambtelijk secretariaat van de TAC (secretariaatTAC@amsterdam.nl). 15

Samenstelling TAC De TAC is samengesteld uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van landschaps(-architectuur), cultuurhistorie, ecologie, sport en recreatie, planologie/stedenbouw en duurzaamƒ ƒ ƒ ƒ ƒ ƒ

Sjef Jansen Luc Hoogenstein Rob van Leeuwen Ivan Nio Marijke van Schendelen Wim Timmermans

heid. De leden worden door de gemeenteraad benoemd. Herbenoeming vindt gefaseerd plaats om continuïteit in de opgebouwde kennis te waarborgen. In 2024 bestond de TAC uit:

expertise stadsnatuur (t/m maart 2024) expertise stadsnatuur (vanaf maart 2024) expertise landschaps­architectuur en cultuurhistorie expertise sport en recreatie expertise planologie (voorzitter) expertise duurzaamheid en fysische geografie

• de TAC De TAC vergaderde in 2024 volgens een vast agendaschema, gemiddeld om de vijf weken. Vergaderen deed de commissie net als vorige jaren online, wat effectief en efficiënt is gebleken. Vergaderschema en aanleverdata van stukken zijn te raadplegen op de TAC-website. Adviezen zijn online te vinden op maps.amsterdam.nl/ hoofdgroenstructuur. Ambtenaren die een adviesaanvraag indienen namens B&W of het dagelijks bestuur van het stadsdeel, hebben de mogelijkheid om casussen tijdens een TAC vergadering toe te lichten en bij de bespreking hierover aanwezig te zijn. In 2024 is het TAC-formulier voor het indienen van casussen vernieuwd. Dit formulier helpt om gerichter de informatie aan te leveren die de TAC nodig heeft om te beoordelen of een plan inpasbaar is. Onvolledige adviesaanvragen worden niet in behandeling genomen. 16

Samenstelling TAC-secretariaat Het secretariaat van de TAC wordt verzorgd door de afdeling Ruimte en Duurzaamheid (R&D) van de Gemeente Amsterdam Het secretariaat plant en coördineert de voorbereiding van de TAC vergaderingen, werkbezoeken en het jaarverslag. Ze bereidt deze eveneens voor en schrijft de concept adviezen op basis van de input uit de vergadering. Verder is ze verantwoordelijk voor de actueel houden van de TAC-website en de beantwoording van vragen van ambtenaren over de werking van de TAC en wijze van aanlevering van de stukken. Het secretariaat bestond in 2024 uit: ƒ ƒ ƒ

Niek Bosch Olivier van den Hooven Hannah Kok

Email: SecretariaatTAC@amsterdam.nl Website TAC: amsterdam.nl/tac

3. TAC adviezen in 2024 3.1

Adviezen

In 2024 zijn er in totaal 70 adviezen door de TAC gegeven. Dat aantal ligt aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren. Dit is deels te verklaren doordat er in de eerste helft van 2024 nog initiatieven informeel getoetst werden aan het nieuwe concept-beleidskader Hoofdgroenstructuur (waaraan meer groen was toegevoegd). Tegelijkertijd bevestigt het de toenemende druk op de (groene) ruimte in de stad. Net als in vorige jaren zijn er aanzienlijk minder negatieve adviezen gegeven. Wel heeft de TAC vaker voorwaarden aan een positief advies verbonden. ƒ

ƒ

ƒ

In 12 gevallen is er een neutraal advies afgegeven: 10 omdat het locaties betroffen die

TAC-adviezen 2015-2024 Positief of neutraal Positief onder voorwaarde(n) Negatief Totaal Preadvies Definitief advies

2015 20 3 7 30 12 18

2016 16 14 12 42 8 34

2017 25 14 12 51 15 36

in het beleidskader Hoofdgroenstructuur uit 2011 nog geen onderdeel uitmaken van de Hoofdgroenstructuur; 1 omdat het een visie betrof buiten de gemeentegrens van Amsterdam; 1 omdat de aangeleverde informatie niet compleet was. Naar verhouding zijn er minder vaak preadviezen in een vroeg stadium van de planvorming ingewonnen. Hetzij omdat er tijdsdruk op initiatieven zat, hetzij omdat het klakkeloos inwinnen van een TAC advies in het kader van een vergunningentraject vanuit het secretariaat ingeperkt is. De meeste aanvragen voor een (pre)advies hadden betrekking op Amsterdam Noord (15), Nieuw-West (15) en Oost (13). 2018 26 12 2 40 10 30

2019 24 5 9 38 13 25

2020 41 13 19 73 17 58

2021 22 9 12 43 12 31

2022 34 5 11 50 11 39

2023 25 9 11 45 13 32

2024 37 23 10 70 21 49

• Toetskaart Hoofdgroenstructuur met de TAC adviezen uit 2024 17

3.2

Uitgelichte casussen

Het beschermen van de Hoofdgroenstructuur is de kerntaak van de TAC. Bij elk plan, ongeacht de omvang, is het een uitdaging de juiste balans te vinden tussen het behouden van het bestaande of juist te ontwikkelen en vernieuwen. Het vraagt ook om een zorgvuldige planvoorbereiding en uitwerking. Een goed, inpasbaar plan is dus soms een ingewikkelde puzzel. Omdat de kwaliteit van de aanvragen die de TAC voorgelegd krijgt voor advies sterk uiteenloopt, deelt de TAC hieronder graag enkele adviesaanvragen uit 2024. Deze voorbeelden zijn ter inspiratie voor adviesaanvragers, maar ook omdat goede aanvragen een compliment of aandacht verdienen.

Bestemmingsplan Meidoornweg – scholen en gymzaal Tussen de groene setting van de Meidoornweg en het Noordhollandsch Kanaal in Amsterdam Noord stond jarenlang een ratjetoe aan gebouwen: de Nieuwe Havo, deels in noodlokalen, een sociaal-cultureel centrum, parkeerterreinen her en der, fietsenrekken. Het besluit tot her-

ontwikkeling van dit gebied, waarbij het doel was om nieuwe gebouwen neer te zetten voor de bestaande middelbare school (nu Metropolis Lyceum), een basisschool, een kinderdagverblijf en een sporthal vroeg ook om een nieuw ruimtelijk ontwerp van dit gebied. Dat een deel van het voorziene bouwprogramma de Hoofdgroenstructuur zou raken, was aanleiding voor een zorgvuldig ontwerpproces. Een eerste behandeling als preadvies in de TAC in 2022 leidde al tot positieve reacties van de kant van de TAC. In januari 2024 besprak de TAC opnieuw de herontwikkeling van dit gebied en hieruit volgde veel waardering voor het uiteindelijke resultaat. De drie gebouwen zijn zodanig gesitueerd dat het groene Meidoornplein, dat deel uitmaakt van het beschermd stadsgezicht Van der Pekbuurt en de ecologische corridor langs het Noordhollandsch Kanaal, op een vanzelfsprekende manier met elkaar verbonden worden. Dit dankzij groene zones tussen de gebouwen onderling. Het resultaat is dat het groene oppervlak in totaal wordt vergroot en de bestaande groene kwaliteiten integraal zijn verwerkt in

• Meidoornweg ontwerp

18

het herinrichtingsplan. De nieuwe gebouwen worden aan de Oostzijde gemarkeerd door de prachtige iepen langs het kanaal, die zich voortzetten op het Hagendoornplein. Aan de Westzijde is een sportzone en een wadi gesitueerd die worden gemarkeerd door de esdoorns en populieren aan de Meidoornweg en het groene Meidoornplein. Minstens zo van belang is de uitwerking op detailniveau. Formeel heeft de TAC daar geen bemoeienis mee, maar prijst zij de aandacht die daaraan is besteed. Beplanting op maaiveld en langs de gevels en oog voor de ecologische waarden van flora en fauna, zullen ertoe leiden dat dit deel van Amsterdam-Noord sterk aan kwaliteit wint.

Daveren Santoriniweg – OCAP CO2 leiding Amsterdam heeft een leidingennetwerk dat OCAP (Organic Carbondioxide for Assimilation of Plants) vervoert. Dit netwerk en het leidingensysteem is nog niet volledig ontwikkeld. Zo is er in Amsterdam West een nieuwe OCAP-leiding gepland met een lengte van circa 5,5 kilometer. Het tracé van deze leiding loopt van de groenstrook tussen de Banterij en Daveren (de Brettenzone), naar het Afval Energie Bedrijf (AEB), en uiteindelijk via de Santoriniweg naar de locatie van Advanced Methanol Amsterdam (AMA) in het Westelijk Havengebied. De leiding vangt CO2 af die wordt uitgestoten door bedrijven in het Westelijk Havengebied. Deze CO2 wordt afgevoerd naar kassen in het Westland, Aalsmeer en naar Agriport A7. Bij het plannen van de leiding is niet gekozen voor de makkelijkste weg door het groen. Waar

mogelijk is de leiding buiten de begrenzing van de Hoofdgroenstructuur aangelegd. Als dat niet mogelijk was, is zo veel mogelijk gewerkt met technieken zoals horizontaal gestuurde boringen en gesloten front boringen, in plaats van open ontgravingen. De OCAP-leiding schampt hierbij de Brettenzone, die deel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Om de natuurwaarden in dit gebied te beschermen, heeft De Antea Group een uitgebreide natuurtoets gedaan. De TAC is zeer tevreden met deze toets. Vooral omdat hierin grondig is gekeken naar de natuurwaarden in en nabij het tracé, inclusief de Brettenzone. Ook zijn realistische kansen benoemd om de natuurwaarden te verbeteren. Dit is belangrijk, omdat nieuwe ontwikkelingen niet mogen plaatsvinden als ze een negatieve impact hebben op beschermde natuurwaarden zoals soorten, gebieden en of houtopstanden. De TAC benadrukt hoe belangrijk het is dat ecologische adviezen volledig en betrouwbaar zijn. Helaas komt het nog voor dat adviezen onjuistheden hebben, te oppervlakkig zijn, of uitgevoerd worden door niet-gecertificeerde bureaus. Door bij de aanleg van de aansluiting nabij de Brettenzone rekening te houden met de daar te ontwikkelen natuurwaarden, wordt voorkomen dat er in de toekomst ook maar enige negatieve impact te verwachten is op de natuur van de Brettenzone.

Door slimme planning van de werkzaamheden worden zowel de natuurwaarden in de Hoofdgroenstructuur als op de rest van het tracé zoveel mogelijk gespaard of beschermd. Deze natuurinclusieve aanpak verdient alle lof.

• De Bretten 19

Herontwikkeling van schaatscomplex de Jaap Edenbaan De Jaap Edenbaan in Amsterdam Oost is een begrip in Nederland, een icoon van Amsterdam. Hoe komt dat? Jaap Eden, naar wie de baan genoemd is, was natuurlijk niet zomaar iemand; de baan is één van de eerste kunstijsbanen ter wereld, is inmiddels ook één van de vijf oudste kunstbanen ter wereld, was het toneel van vele nationale kampioenschappen, en is sowieso wereldberoemd in Amsterdam en eigenlijk in heel Nederland. Het is een sportpark van boven-Amsterdams kaliber, metropolitaans wellicht.

3.3 Evaluatie TAC-adviezen In december 2017 is door de gemeenteraad besloten dat het secretariaat van de TAC in het jaarverslag moet rapporteren wat er is gebeurd met een negatief TAC-advies of een positief TAC-advies waar voorwaarden aan verbonden zijn. Als het secretariaat van de TAC merkt dat een negatief TAC-advies of aan het advies verbonden voorwaarden niet zijn overgenomen (bijvoorbeeld wanneer een plan toch ongewijzigd is vastgesteld en vergund), dan wordt dit aan de wethouder Ruimtelijke Ordening gemeld.

De beleidsmatige aandacht voor dit iconische park oogt echter nogal versnipperd. Met veel passie en aandacht voor details is en wordt gewerkt aan de broodnodige herontwikkeling van de Jaap Edenbaan. En of het nou over de renovatie en aanbouw van het horecagebouw gaat, of over het techniekgebouw, een nieuw kantoorgebouw, de opslagloods of over de ontwerpnota voor de directe omgeving van de ijsbaan, de gemoederen komen in beweging. De Jaap Edenbaan, of beter gezegd het Jaap Edenpark, is van iedereen. Best lastig voor de plannenmakers; zeker als het noodgedwongen in stukjes en beetjes gaat.

Van de adviezen die in 2024 een negatief advies (10) of een positief advies onder voorwaarden (23) hebben gekregen, is bekeken of de voorwaarden inderdaad zijn opgevolgd. Dit geeft inzicht hoe goed de Hoofdgroenstructuur werkt en of de adviezen van de TAC worden gerespecteerd.

Die stukjes en beetjes hebben te maken met de verdeelde verantwoordelijkheden en als gevolg daarvan de onnavolgbare financiering. Wij zien als TAC graag een integraal plan, dat recht doet aan alle kwaliteiten van het Jaap Edenpark. Want behalve sport, recreatie en de daaraan verbonden historie is er ook nog een minder bekende kwaliteit aanwezig. In de randen van het park, waar enkel wat fanatieke schaatsers zich warmlopen, bevindt zich een prachtige kwaliteit van groen. Een ongerept rustig stuk groen met zelfs voor Amsterdam ongekend oude en volgroeide bomen.

ƒ

Een heldere groenvisie op dit deel van het sportpark ontbreekt. Daar de focus ligt op het behalen van de sportambitie, binnen het daarvoor meegegeven tijdspad en budget. De TAC is van mening dat het Jaap Edenpark een integraal plan met bijbehorende langetermijnperspectieven op financiering verdient, waarin het iconische met het groene wordt geborgd en verenigd.

Van de 10 initiatieven die in 2024 een negatief advies hebben gekregen kan worden geconcludeerd dat: ƒ

ƒ

Van de 23 unieke initiatieven die in 2024 een positief advies onder voorwaarden hebben gekregen kan worden geconcludeerd dat: ƒ

ƒ ƒ

20 adviezen nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. In 1 geval het plan is aangepast waardoor het nu binnen het omgevingsplan past; In 2 gevallen de meegegeven voorwaarden zijn opgevolgd.

In aanvulling hierop is de status nagegaan van 12 nog lopende unieke casussen uit voorgaande jaren: ƒ

20

8 initiatieven nog lopen. Hierover kan pas in de opeenvolgende jaren gerapporteerd worden. In 1 geval het negatieve advies van de TAC heeft geleid tot intrekking van het plan. Het ging hierbij om het voorstel om een zendmast in het Eendrachtspark te plaatsen, ter hoogte van de Lodewijk van Deysselstraat. In 1 geval is aangegeven dat een afwijkingsverzoek aan B&W wordt voorgelegd in Q1 2025 (een legalisatiekwestie in Landelijk Noord).

11 initiatieven lopen nog.

ƒ

1 initiatief betreft een illegaal bouwwerk waarvoor inmiddels een handhavingsprocedure is opgestart. Het gaat hier om een tuinhuis aan de Ouderkerkerdijk 215.

In twee gevallen zijn B&W en Gemeenteraad contrair gegaan aan negatieve TAC-adviezen: ƒ

ƒ

de vaststelling van de Investeringsnota en het Stedenbouwkundig Plan Stadscentrum Osdorpplein Fase 2a, waar de inpassing van de Nieuwe Meervaart in de Sloterplas onderdeel van uitmaakt. voor de tijdelijke transformatie van een pand in het Beatrixpark tot opvanglocatie voor vluchtelingen: de termijn is verlengd van 2,5 naar 5 jaar.

Uit de evaluatie komt naar voren dat er, afgezien van de in Stadsdeel Oost genoemde handhavingskwestie, geen misstanden zijn. Het instrument van de Hoofdgroenstructuur functioneert goed en wordt gerespecteerd.

3.4

Evaluatie verlopen tijdelijke vergunningen

Volgens de TAC verordening (2019) heeft de TAC eveneens de taak om te controleren of tijdelijke bebouwing binnen de Hoofdgroenstructuur na het verlopen van een tijdelijke

vrijstelling (maximaal 10 jaar) is verwijderd en de situatie in de oorspronkelijke staat is hersteld. De TAC doet dit door jaarlijks die adviesaanvragers aan te schrijven waarvan tijdelijke vrijstellingen zijn verlopen. Zij worden gevraagd relevante informatie aan te leveren waaruit blijkt dat het terrein is teruggebracht in oorspronkelijke staat. Als dit nog niet het geval is, dan wordt meer informatie gevraagd over de huidige status van de gegeven vrijstelling, of over de termijn waarin het herstel zal plaatsvinden. In 2024 zijn er 5 tijdelijke ontheffingen verlopen, waarvan er 2 in oorspronkelijke staat zijn hersteld; een kunstwerk in de vijver van het Oosterpark in Amsterdam Oost en een opslagruimte en kantoor op Schooltuin Ridderbos in Amsterdam Nieuw-West. In 2 gevallen wordt volgens planning plaatsgemaakt voor woningbouw; het gaat hier om een moestuin een hockeyveld in het Nelson Mandelapark. Voor een bouwdepot en bouwweg in Zunderdorp in Amsterdam Noord wordt een verlenging van de tijdelijke vergunning wordt aangevraagd. De verlenging wordt in 2025 opnieuw voorgelegd aan de TAC.

• Oosterpark 21

3.5 Actief informeren Om goed geïnformeerd te blijven over de bredere (groene) stadsontwikkelingen, zijn er tijdens de TAC-vergaderingen in 2024 presentaties gegeven over de Omgevingswet, de Monitor Groen, het Programma Elektriciteits-

voorziening Amsterdam (EVA), de Ontwikkelstrategie 2035 enDe werking van het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen. Ook heeft de TAC werkbezoeken gebracht aan de Volgermeerpolder in Landelijk Noord (mei 2024) en aan het Jaap Eden Schaatscomplex (oktober 2024).

• Volgermeerpolder

• Jaap Eden Schaatscomplex 22

Bijlage 1 Overzicht TAC adviezen 2024 Casus

Stadsdeel

Vorm advies* Uitkomst**

Uitdammerdijk 18 - vervanging recreatiehuisje Oosterpark Linaeusstraat - tijdelijke zendmast Houthavenpark - HOV-verbinding Nelson Mandelapark - uitbreiding Parktheater Sportpark Amstelpark - geluidsscherm Jaap Edenbaan Schaatscomplex - renovatie Achterlaan Zunderdorp - parkeerplaats en weg Bestemmingsplan Meidoornweg - scholen en gymzaal Noorder IJplas – VO fiets/voetgangersroute Dam tot Dam Confuciusplein - 2 tijdelijke containers (spel en horeca) Poppendammergouw 19 - vervanging bedrijfswoning Golfbaan Noord - uitbreiding drivingrange Artis - horeca derden in 5 gebouwen

Noord Oost West Zuidoost Zuidoost Oost Noord Noord Noord Nieuw-West Noord Noord Centrum

secretariaat secretariaat advies preadvies secretariaat preadvies preadvies advies advies advies advies preadvies advies

positief positief neutraal voorwaarden positief negatief negatief positief positief voorwaarden voorwaarden neutraal positief

Jaap Eden Schaatscomplex - horeca aanbouw

Oost

advies

positief

Markermeerdijk - verlenging tijdelijke werkstrook module 15 dijkverzwaring

Noord

secretariaat

positief

Brasapark Zuidflank - sportpark Camping Vliegenbos - bouwwerken met sanitair Bestemmingsplan 150 KV verbinding Zeeburgereiland Bloemendalerpolder - natuurcompensatie Jaap Edenbaan - vervanging verlichting Bijlmer Sportpark - schetsontwerp Ontwikkelstrategie 2035 Lodewijk van Deysselstraat - zendmast Provincialeweg 24 - voedselbos Gaasperplas Ballorig - aanbouw serre Sportpark Eendracht - legalisatie padelbanen Rembrandtpark - DO Stadsboerderij Rembrandtpark Martin Luther Kingpark - kavelruil wonen Bestemmingsplan Zuidas-Verdi Noordzone IJsbaanpad Bestemmingsplan Mercatorpark Oude Haagseweg kavel AM - tijdelijk flexwonen Park Schinkeleilanden - tijdelijke overslaglocatie Provincialeweg 24 - voedselbos Oosterpark - herinrichtingsontwerp Slavernijmonument IJsbaanpad 94c - steiger Daveren Santoriniweg - OCAP CO2 leiding Cornelis Zillesenlaan - legalisatie 2 steigers Tennispark Rieteiland Oost - 3 padelbanen Termieterweg 14 - legalisatie moskee Hogendijk 7 - 5 nieuwbouwwoningen Molenwetering - brug Sportpark Kadoelen - roeivereniging

Zuidoost Noord Oost Weesp Oost Zuidoost Algemeen Nieuw-West Zuidoost Zuidoost Nieuw-West Nieuw-West Zuid Zuid West Nieuw-West Zuid Zuidoost Oost Zuid Nieuw-West Oost Oost Noord Zuidoost Zuidoost Noord

preadvies advies advies advies secretariaat preadvies advies advies preadvies advies preadvies advies preadvies advies advies preadvies preadvies advies advies advies advies advies preadvies advies advies preadvies preadvies

neutraal positief positief neutraal voorwaarden voorwaarden neutraal negatief voorwaarden positief negatief positief negatief neutraal neutraal neutraal positief voorwaarden positief positief neutraal neutraal negatief negatief positief neutraal voorwaarden

* secretariaat = afhandeling door het secretariaat ** voorwaarden = positief onder voorwaarden 23

Overzicht TAC adviezen 2024 Casus

Stadsdeel

Vorm advies* Uitkomst**

Durgerdammergouw 22-24 - nieuwbouw woning kavel 1 en 2

Noord

advies

voorwaarden

Begraafplaats Zorgvlied - werfgebouw Durgerdammergouw 22-24 - nieuwbouw woning kavel 4 Jaap Edenbaan - uitbreiden opslagloods

Zuid Noord Oost

preadvies advies advies

neutraal voorwaarden voorwaarden

Jaap Edenbaan - uitbreiden kantoor- en kleedgebouw

Oost

advies

voorwaarden

Jachthaven Gaasperpark - vervanging gebouw hengelsportvereniging

Zuidoost

preadvies

voorwaarden

Bella Vistapark - terras bij watertoren Eendrachtspark - brugaanlanding Sportpark Ookmeer - tijdelijke sportcontainer Sportpark Spieringhorn - tijdelijke gymzaal Tennispark Valentijnkade - tijdelijk clubhuis Sportpark Sloten - ontwikkelstrategie

Oost Nieuw-West Nieuw-West Nieuw-West Oost Nieuw-West

advies preadvies advies preadvies secretariaat

advies

positief negatief voorwaarden voorwaarden voorwaarden positief

Eendrachtspark - brugaanlanding Sportpark Ookmeer - ontwikkelplan Nelson Mandelapark - voorlopig ontwerp De Nieuwe Kern - Investeringsvoorstel Sportpark de Eendracht - uitbreiding padelbanen Gerbrandypark - herinrichting en vestiging horeca Landtong Nieuwe Meer - expositiepaviljoen Durgerdammerdijk 138 - tijdelijke bouwweg Durgerdammergouw 22-24 – nieuwbouw woning kavel 3

Nieuw-West Nieuw-West Zuidoost n.v.t. Nieuw-West Nieuw-West Nieuw-West Noord Noord

advies advies advies advies advies advies preadvies preadvies advies

voorwaarden positief voorwaarden neutraal voorwaarden positief voorwaarden negatief voorwaarden

Durgerdammergouw 22-24 - aanpassing nieuwbouw woning Noord kavel 4

preadvies

negatief

Begraafplaats Zorgvlied -vervanging/verplaatsing werfgebouw

Zuid

advies

voorwaarden

Nieuwe A2 Entree - SP en Investeringsnota Martin Luther Kingpark - VO transformatie Fordlocatie Westerpark - horeca Gashouder Westerpark - SO Herinrichting openbare ruimte

Zuid Zuid West West

advies advies preadvies preadvies

voorwaarden positief voorwaarden positief

Oosterpark - horeca KIT

Oost

advies

positief

* secretariaat = afhandeling door het secretariaat ** voorwaarden = positief onder voorwaarden

24

Bijlage 2 Rooster van aftreden TAC (conform artikel 5 van de verordening). Een nieuw lid neemt in het rooster de plek van het uittredend lid in. Sjef Jansen Rob van Leeuwen Wim Timmermans Marijke van Schendelen Ivan Nio Luc Hoogenstein

Vervanging in Q1 2024 Q4 2024 Q2 2025 Q3 2025 1e termijn eindigt Q2 2027 1e termijn eindigt Q1 2028

25

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15376501/1