Bijlage 2 - Investeringsnota Osdorpplein def.pdf
Tekst van het document
5.1.3 Veelbesproken onderwerpen In de participatiebijeenkomsten en in de inspraak reacties werd een aantal onderwerpen vaak aan de orde gesteld: de Nieuwe Meervaart en de Sloterplas, verkeer en parkeren, ontwikkelingen Stadscentrum Osdorpplein en betaalbaar wonen. De belangen, zorgen en reacties over deze en andere onderwerpen zijn meegenomen in de afwegingen voor de wijzigingen op het plan. Een samenvatting van een aantal veelbesproken onderwerpen is hieronder te lezen.
De Nieuwe Meervaart De nieuwe locatie voor de Meervaart is een veel besproken onderwerp. In het concept stedenbouw kundig plan zijn 3 mogelijke opties in het water van de Sloterplas aan de zuidwestoever met elkaar vergeleken. Een meerderheid van de inspraakreacties ging over de locatie van de Nieuwe Meervaart. Indieners spraken onder andere hun ontevredenheid uit over de bouw van een nieuw theater in de Sloterplas. De Sloterplas is en blijft voor veel mensen een belangrijke plek in NieuwWest. Er zijn onder andere zorgen over de ruimtelijke ervaring zoals het weidse uitzicht over de Sloterplas. Omwonenden hebben daarnaast zorgen over eventuele geluidsoverlast tijdens de bouw en in de definitieve situatie. Van de drie mogelijke opties werd optie Zuid (zuidwesthoek) het meest genoemd als de voorkeuroptie.
Bereikbaarheid en parkeren De bereikbaarheid van Stadscentrum Osdorpplein en omgeving wordt belangrijk gevonden. De Meer en Vaart en Tussen Meer zijn drukke wegen waar vaak hard wordt gereden. In de mogelijke toekomstvisie voor fase 2b (die nog nader verkeerskundig worden onderzocht) worden maatregelen onderzocht om de barrièrewerking van de Meer en Vaart te verminderen en de Tussen Meer te herinrichten met meer ruimte voor voetgangers,
34
fietsers en groen. Daarnaast vinden mensen dat er voldoende parkeerplekken moeten zijn voor auto’s, scooters en fietsen. In de plannen voor fase 2a is hier rekening mee gehouden conform de Amsterdamse parkeernormen.
Veiligheid Het thema veiligheid is een belangrijk thema in de buurt. Mensen uiten zorgen over overlast in het gebied dat leidt tot een gevoel van sociale en fysieke onveiligheid. Genoemd worden overlast door hangjongeren, scooter- en autoverkeer dat met hoge snelheden rijdt en criminaliteit in de buurt. Dit thema is diverse keren bij verschillende loketten aan de orde gesteld met het verzoek de overlast zo veel als mogelijk te beperken. Het verbeteren van de veiligheid op straat is een belangrijke ambitie van de gemeente en staat daarom ook hoog op de agenda. In het plan wordt ingezet op levendige plinten en ‘ogen op straat’ om het gevoel van veiligheid te verbeteren.
Vergroening Een zorgpunt in de buurt is het ontbreken van voldoende openbaar groen in de vorm van bomen, struiken en planten. Er vindt in dit gebied een grote verdichting plaats waardoor de beschikbare open bare ruimte schaarser wordt. Er wordt gepleit dat de aanwezigheid van groen belangrijk is voor de biodiversiteit, een goede inrichting tegen hitte en de aantrekkelijkheid bevordert van pleinen. Bij de herinrichting van het Osdorpplein is geprobeerd zoveel mogelijk groen op te nemen in de openbare ruimte en de kwaliteit van het groen te verbeteren.
op verschillende plekken in het gebied een probleem is. Er worden uiteenlopende plekken benoemd waar vervuiling voorkomt zoals de boulevard aan de Sloterplas en de openbare ruimte op en rondom het Osdorpplein. Verder is genoemd dat de openbare ruimte rondom bouwprojecten al snel rommelig oogt door het niet onderhouden groen aan de randen van de projecten. Niet-onderhouden groen wordt vaker als niet bedoelde afvallocatie gebruikt. Mensen benoemen meerdere oorzaken voor de afval overlast, zoals het aanbiedgedrag van huisvuil en grofvuil, de frequentie van het ophalen van het afval en het aantal afvalpunten. In de uitwerking van het ontwerp wordt dit zorgpunt meegenomen.
Stedelijke verdichting Er zijn ook meerdere reacties binnengekomen met betrekking tot verdichting, hoogbouw, groen en de toevoeging van nieuwe functies zoals een hotel. Door de verdichting zijn er minder openbare parkeerplekken en wordt er hoger gebouwd. Omwonenden maken zich zorgen over de ontwikkelingen van Tussen Meer Zuid, in het specifiek over de bouwhoogte en de afstand van de bebouwing. In het stedenbouwkundig plan is de verkaveling van de Tussen Meer Zuid aangepast, met meer afstand tot de hogere bebouwing aan de zuidzijde ervan. Er zijn daarnaast meerdere reacties en vragen gekomen over het behoud van de bestaande bomen en de integratie van duurzaamheidsmaatregelen in het plan. In de uitwerking van het stedenbouwkundig plan en Tussen Meer Zuid worden leefbaarheid en het Amsterdamse duurzaamheidsvoornemen meegenomen als belangrijke uitgangspunten.
Andere onderwerpen Afval en vervuiling Een ander thema dat tijdens gesprekken met de buurt en in inspraakreacties ter sprake is gebracht is afval. Mensen wijzen erop dat de hoeveelheid (zwerf) afval
Het aanbod aan kunst en cultuur en voorzieningen voor jongeren zijn ook onderwerpen die regelmatig ter sprake kwamen. In het Verhalenhuis is een uitgebreid aanbod aan kunst en cultuurvoorzieningen opgenomen,
die ook voor jongeren bedoeld zijn (radio, cinema, bibliotheek e.d.). Ook de invulling van de huidige locatie van de Meervaart was een veelbesproken onderwerp, met name het hotel. Is daar behoefte aan? Dit nemen we mee in de verdere uitwerking van deze locatie. Een andere wens die naar voren kwam is een groter en gevarieerder aanbod aan winkels en horeca. De plannen voor fase 2a zorgen voor deze uitbreiding. Voor kinderen zijn meer speelplekken gewenst. Op de noordkade van de Nieuwe Osdorpergracht worden sport- en speelvoorzieningen geplaatst. Daarnaast komen er verspreid door het gebied speelplekken: in het buurtpark aan de Van Suchtelen van de Haarestraat, in de groenstrook in de nieuwe Martini van Geffenstraat en in het te vernieuwen plantsoen in de Hanenbergstraat. De urban sports / free running speel- en sportplek aan de Sloterplas wordt uitgebreid. Ook is er behoefte aan genoeg hondenuitlaatplekken. In de uitwerking van het ontwerp voor de openbare ruimte wordt bekeken of en waar in de buurt hiervoor mogelijkheden zijn. In principe zijn in de omliggende parken voldoende mogelijkheden voor het uitlaten van honden. Het opruimen van de hondenpoep door de uitlater van de hond is verplicht, echter blijft een punt van aandacht.
5.1.4 Consultatie gebouweigenaren, ontwikkelaars en erfpachters Naast gesprekken met bewoners en belangstellenden zijn er gesprekken gevoerd met eigenaren, project ontwikkelaars en erfpachters. Op een aantal ontwikkel locaties leidde dit tot het gezamenlijk aanpassen van het concept SP om te komen tot een beter plan. Inmiddels wordt gewerkt aan overeenkomsten en stedenbouwkundige planuitwerking ten behoeve van de ontwikkeling van de locaties Bladergroen, SuHa3, Tussen Meer Zuid en Noordwesthoek. Met de erfpachters en eigenaren van gebouwen aan de
35
noordrand van het stadscentrum zijn informerende en verkennende gesprekken gevoerd. Dit deel is onderdeel van de lange termijnplanning, fase 2b, en wordt op termijn in samenspraak met betrokken partijen uitgewerkt.
en is de omgeving beter voorbereid op mogelijk te verwachten overlast tijdens de bouw.
5.2.2 Omgevingsscan Belangen en issues
5.2 Vervolg participatie 5.2.1 Doelstelling De participatiedoelstelling vormt de basis voor de inrichting van het omgevingsmanagement van het project in de toekomst en daarmee ook van de participatieaanpakken van deelprojecten. De Inspraak verordening (2016) en Beleidskader Participatie (2021) van gemeente Amsterdam fungeren hiervoor als kader en er wordt gehandeld in de geest van de nieuwe nog vast te stellen (naar verwachting in de loop van 2024) Participatieverordening van de gemeente. We onderscheiden de volgende participatiedoelen:
Zorgen voor een kwalitatief betere leefomgeving Bij de transformatie van Osdorpplein en omgeving willen we lokale kennis, expertise en creativiteit van betrokkenen en belanghebbenden gebruiken om de plannen, van initiatieffase tot en met uitvoering en beheer, beter te maken. Ook willen we dat de leefomgeving zo veel mogelijk aansluit bij de behoefte van bewoners zodat deze ook goed gebruikt wordt.
Vergroten van begrip Een andere doelstelling is om bewustwording te creëren door ingrijpende wijzigingen actief en tijdig met belanghebbenden te delen. Met de omgeving wordt het gesprek gevoerd over de huidige stand van zaken en de vervolgstappen. Daarmee ontstaat ook vaak meer begrip tussen belanghebbenden onderling in de omgeving en de gemeente voor gemaakte keuzes
De opgave voor het vernieuwen van het Osdorpplein brengt voor de mensen die in de buurt wonen of werken zogenaamde issues met zich mee. Dit zijn zaken waar men belang aan hecht en zich soms zorgen over maakt. In de tijdelijke situatie zijn dat bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden die kunnen leiden tot geluidsoverlast, trillingshinder, omleidingen en verminderde leefbaarheid. In de definitieve situatie kan worden gedacht aan een andere inrichting van de openbare ruimte waardoor functies een andere plek krijgen (bijvoorbeeld afvalpunten en speellocaties), een ander straatbeeld of veranderde routes voor voetganger, fietser en auto. Bij het betrekken van de omgeving bij de vernieuwing van het Osdorpplein vinden we het belangrijk om te weten welke issues en belangen er vanuit de omgeving spelen, zodat we daar rekening mee kunnen houden in de plannen. Mede op basis hiervan wordt het participatieniveau bepaald. We hebben door een omgevingsscan een aantal belangen en issues in beeld gebracht. Voorbeelden daarvan zijn: • • • • • • • • •
Kwaliteitsgroen in de openbare ruimte Hoogbouw: uitzicht en bezonning Verbeteren bereikbaarheid van het gebied Afvalpunten (aantal en bereikbaarheid) Speelvoorzieningen en speelaanleidingen Invulling maatschappelijke voorzieningen Sociale veiligheid Parkeerhinder op stoepen en pleinen Opheffen parkeerplekken op maaiveld.
• Leefbaarheid tijdens werkzaamheden • Overlast door opslag bouwmaterialen. • Wantrouwen vanuit omgeving t.o.v. gemeente en oud zeer • Beheer en schoon (rattenoverlast, zwerfafval, hondenpoep etc.). Issues zijn vaak locatie- en situatie-afhankelijk. In het project wordt per deelproject bekeken welke issues er spelen.
Doelgroepen Door het in kaart brengen en analyseren van de issues en belangen die spelen in het project kan worden onderzocht welke doelgroepen relevant zijn en welke positie zij innemen in het krachtenveld. Per deelproject is een analyse van de afgebakende doelgroep nodig. Bij de uitwerking hiervan staan we ook stil bij de representativiteit van de belanghebbenden: welk en wiens belang brengen zij in en hoe wordt daarmee omgegaan? In deze paragraaf zijn de belangrijkste stakeholders bij de vernieuwing van Osdorpplein in kaart gebracht: • Bewoners in en rondom Stadscentrum Osdorpplein (huidig en toekomstig) • Bewoners in omliggende gebieden van het Osdorpplein: – Osdorp-Midden – De Aker – De Punt – Sloten/Nieuw-Sloten • Bezoekers en gebruikers van het plein – Algemene bezoekers – Mindervaliden – Ouderen – Jongeren – Personen met een beperking.
36
• Ondernemers Stadscentrum Osdorpplein; • (Semi) gemeentelijke instellingen zoals OBA, Theater de Meervaart, GGZ Ingeest en het Stadsloket; • Belangenorganisaties zoals de Vrienden van de Sloterplas; • Gebouweigenaren en ontwikkelaars zoals Kroonenberg, Lebo, MRP, Eigen Haard etc.; • Raakvlakprojecten zoals vernieuwing Tussen Meer I en II (deel buiten Osdorppleingebied), herinrichting Lelylaan, etc.; • Maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren om doelgroepen in de breedte te betrekken: – Combiwell – Moskeeën in de buurt (Turkse moskee, Sadik Moskee, etc.) – Hart van Osdorp en De Opgang (christelijke insteek) – Bewonersorganisatie Eigenwijks – Jongeren Informatiepunt Amsterdam (JIP) – Grote Spelers – Activiteitencentrum De Wachter.
5.2.3 Kernwaarden Uit de omgevingsscan blijkt dat de gebiedstransformatie een complexe opgave is met een groot aantal belang hebbenden waar diverse, en soms tegengestelde, belangen een rol spelen. Aangezien de ontwikkelingen meer dan 10 jaar zullen duren en veel belanghebbenden raken, is het van belang vanuit heldere kernwaarden te werken. De kernwaarden hebben als doel: het werken aan vertrouwen en bij te dragen aan de participatie doelstellingen zoals beschreven in paragraaf 5.2.1. Onderstaande kernwaarden sluiten aan bij de Leidraad Burgerparticipatie zoals vastgesteld door de gemeenteraad als onderdeel van het Beleidskader Participatie (2021).
• Tijdig: we betrekken stakeholders tijdig in een periode dat stakeholders mee kunnen praten. • Zinvol: de input die opgehaald wordt in de parti cipatie wordt daadwerkelijk meegenomen in de besluitvorming en het project. • Transparant: als we weten wat er speelt dan vertellen we het. We nemen de omgeving mee in de te nemen stappen. Zoveel als mogelijk delen we documenten en kunnen er ook voor kiezen om documenten te delen die nog niet definitief zijn als dat het proces helpt. • Open en eerlijk: we zijn toegankelijk en beschikbaar voor vragen en opmerkingen (open luiken). • Duidelijk zijn over kaders: stakeholders weten waar wel en niet over kan worden meegepraat en op welke manier. • Navolgbaar: we hanteren een helder proces waar de gemeente zich ook aan houdt. • Belangen staan centraal: stakeholders met de grootste belangen krijgen de meeste aandacht en waar we kunnen wegen we belangen mee in het project. • Kwaliteit verhogen: we benutten kennis en kunde van de omgeving om de kwaliteit van het project te vergroten. • Actief werken aan betrokkenheid: we zullen ons blijvend, actief inspannen om de betrokkenheid van de omgeving te vergroten. • Werken aan vertrouwen: we werken aan het realiseren van het project maar ook aan het lange termijn vertrouwen tussen gemeente en stakeholders.
• Leuk en toegankelijk: meepraten met het project doen we op een manier waar stakeholders energie van krijgen en waarvan de vorm geen groepen uitsluit, maar juist bij betrekt.
5.2.4 Participatiecyclus De participatie van een deelproject doorloopt een participatiecyclus. Het organiseren van alleen bijeenkomsten – hoeveel dat er ook mogen zijn – is niet genoeg. Juist een goed doordacht totaal participatieproces voegt waarde toe, en daar zijn misschien zelfs minder participatiemomenten of bijeenkomsten voor nodig. We richten ons op door lopende participatie. Want participatie met de omgeving eindigt niet aan het eind van een bepaalde fase of project, maar kan zelfs de start zijn van een proces waar belanghebbenden zelf verantwoordelijk worden voor het vormgeven, inrichten en beheren van hun omgeving. Deze cyclus bestaat uit de volgende stappen: 1. Ophalen. In deze stap worden belangen van betrokkenen uit de omgeving geïnventariseerd. Daarnaast worden meningen, ideeën en wensen voor verdere planontwikkeling opgehaald. Hoe verder in de planvorming, hoe meer de nadruk op het laatste komt te liggen omdat de meeste belangen dan geïnventariseerd zijn. 2. Verwerken. In deze stap wordt afgewogen welke belangen, ideeën en wensen een plek krijgen in het plan en welke niet of verder moeten worden onderzocht. Deze afweging wordt goed onderbouwd en vastgelegd. Zie voor meer informatie hierover het kopje ‘belangenafweging: waarom en hoe? 3. Terugkoppelen.
De conceptplannen worden aan de omgeving gepresenteerd waarbij wordt aangegeven welke belangen, ideeën en wensen zijn meegenomen, welke niet en welke verder worden onderzocht met bijbehorende onderbouwing. De omgeving geeft hierop een reactie.
37
4. Besluiten. De plannen worden ter besluitvorming aan de bestuurders voorgelegd. Onderdeel hiervan is de onderbouwing welke belangen en input uit de omgeving zijn meegenomen, en de reacties van de omgeving op het plan. Het besluit wordt vervolgens gecommuniceerd naar deelnemers en belanghebbenden.
5.2.5 Participatieniveau vernieuwing Stadscentrum Osdorpplein Het toekennen van het niveau voor participatie hangt af van het issue, het belang en ook de mate van invloed van de belanghebbende. Daarnaast is het van belang hoe haalbaar en ook zinvol participatie is. De kansen voor participatie binnen het gehele projectgebied Osdorpplein liggen bij het informeren en meedenken (raadplegen) en adviseren voor specifieke projectonderdelen. Met informeren wordt de omgeving in de project omgeving meegenomen in de inhoud van het project en wat er gaat gebeuren. In principe is de participatie binnen dit projectgebied gericht op informeren als het onderhouds- en vervangingswerkzaamheden in de openbare ruimte betreft. Er is weinig tot geen ruimte voor het uitoefenen van invloed of zeggenschap voor inwoners. Straten en stoepen moeten eenmaal van tijd tot tijd onderhouden of vervangen worden. Dit geldt
ook als het gaat om kaders en beleidsuitgangspunten, zoals het autoluw maken van het gebied of ingevoerde parkeernorm. De gemeente informeert de omgeving over de stedenbouwkundige kaders (stedenbouw kundig plan) voor nieuwbouw. Er liggen ook kansen voor meedenken (raadplegen). Met meedenken worden de plannen voorgelegd aan de omgeving, dit kan een (concept) ontwerp zijn of variantenstudie. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om meningen, ervaringen en ideeën naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces. Tot slot liggen er kansen om advies van de omgeving te vragen. De belanghebbenden worden in een vroeg stadium betrokken waar er ideeën en suggesties opgehaald worden. Deze ideeën spelen een volwaardige rol om het plan vorm te geven. In Stadscentrum Osdorpplein is de gemeente verant woordelijk voor o.a. de inrichting van de openbare ruimte en daarmee de invulling van de openbare verblijfs- en recreatieplekken met groen, voorzieningen en kunst. Juist om de kwaliteit te borgen voor de inrichting van de openbare ruimte liggen hiervoor kansen. Omdat elk deelproject een andere context kent, verschilt het specifieke participatieniveau ook per deelproject. Het is hierbij van belang om de duidelijk te hebben wat de kaders zijn en hoeveel ruimte er is om belangen uit de omgeving mee te nemen.
Aan de hand van een strategisch omgevingsmanagement (SOM) Quick Scan wordt voor elk deelproject een participatie aanpak opgesteld en worden de issues, stakeholders en hun belangen stapsgewijs geïnventariseerd en geanalyseerd. Aparte participatieaanpakken bij
deelprojecten zijn o.a.: • Integrale opgave inpassing de Nieuwe Meervaart / zuidwestoever • Kop van de Nieuwe Osdorpergracht; • Inrichting Nicolaas Anslijnstraat; • Openbare ruimte Tussen Meer Zuid; • Buurtpark SuHa3.
Participatieniveau bij ontwikkeling door derden In het projectgebied Stadscentrum Osdorpplein worden gebouwde ontwikkelingen niet alleen vanuit het project geïnitieerd. Er zijn projecten van de gebiedspartners die zich binnen de fysieke scope bevinden of de scope raken zoals de vernieuwing Tussen Meer I en II (deel buiten Osdorppleingebied), herinrichting Lelylaan en de nieuwbouw en transformatieprojecten van eigenaars. Het is belangrijk om afstemming met deze projecten te hebben en waar nodig en mogelijk een gezamenlijke participatie uitgangspunten op te zetten. Hoewel de gemeente de omgeving informeert over de stedenbouwkundige kaders, nemen de vastgoedpartijen het voortouw om participatie en communicatie te organiseren voor eigen geïnitieerde projecten, zoals de ontwikkeling van de gebouwen en bijbehorende binnentuinen. De gemeente trekt samen op met de eigenaars en houdt regie op de overkoepelende participatie uitgangspunten, zodat de samenhang tussen de verschillende projecten geborgd blijft.
5.2.6 Vervolgproces investeringsnota en bijbehorende plannen De Nota van Beantwoording en de aangepaste plannen worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Daarna neemt de gemeenteraad een besluit over de plannen van fase 2a. Iedereen die een inspraakreactie heeft gestuurd, ontvangt de nota
38
van beantwoording en wordt geïnformeerd over de vergadering van de raadscommissie waarin de plannen worden besproken. In deze vergadering is er een mogelijkheid om de inspraakreactie mondeling toe te lichten aan de raadscommissie. Bewoners, ondernemers en andere betrokkenen worden ook uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst waar een verdere toelichting wordt gegeven op de plannen en wat er met de inspraakreacties is gebeurd. Daarnaast worden bijeenkomsten voor de belanghebbenden rondom de gebiedsontwikkeling SuHa 3 en Tussen Meer Zuid georganiseerd omdat hier de grootste wijzigingen in het stedenbouwkundig plan zijn. Meer informatie over de plannen is te vinden op amsterdam.nl/osdorpplein en in de huis-aan-huis verspreide speciale editie van de Vernieuwingskrant over het stedenbouwkundig plan en investeringsnota.
Op de hoogte blijven Op de website www.amsterdam.nl/osdorpplein en de BouwApp Stadscentrum Osdorpplein wordt het laatste nieuws gedeeld over de voortgang van de vernieuwing van Stadscentrum Osdorpplein. Hier zijn ook alle belangrijke documenten te downloaden. Ook kan men zich hier inschrijven voor de digitale nieuwsbrief ‘Osdorpplein’. Minimaal drie keer per jaar verschijnt de Vernieuwingskrant, die op ruim 17.000 adressen huisaan-huis wordt bezorgd in en rondom Stadscentrum Osdorpplein. De ‘Bouwapp’ omvat de laatste informatie over het project. Deze is voor iedereen te downloaden. Onder de naam ‘Stadscentrum Osdorpplein’ is het project terug te vinden.
39
40
6. Organisatie Veel partijen werken samen aan de transformatie van Stadscentrum Osdorpplein: gemeente, eigenaren en erfpachters (eigenaren van gebouwen op in erfpacht uitgegeven grond), ondernemers en sociaal culturele en maatschappelijke organisaties. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden door de gemeente zijn het projectteam Stadscentrum Osdorpplein en het projectteam Nieuwe Meervaart opgericht. Daarin zitten vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de gemeente Amsterdam en stadsdeel Nieuw-West. Zij voeren de taken uit die van gemeentekant nodig zijn om de transformatie mogelijk te maken. Het projectteam Stadscentrum Osdorpplein is verant woordelijk voor het maken van de plannen voor de vernieuwing van Stadscentrum Osdorpplein, zoals deze investeringsnota en bijlagen. Dit in samenwerking met het projectteam Nieuwe Meervaart. Ook heeft het projectteam Stadscentrum Osdorpplein contact met bewoners, gebruikers, eigenaren en erfpachters uit het gebied en de omgeving. Omdat fase 1 van de transformatie nog volop in uitvoering is, gaat dat contact deels over de lopende werkzaamheden en deels over de plannen voor fase 2a.
Na de vaststelling van de definitieve investeringsnota door de gemeenteraad, zetten de projectteams Stadscentrum Osdorpplein en Nieuwe Meervaart hun werkzaamheden voort. Het projectteam Nieuwe Meervaart werkt verder aan het plan voor het nieuwe gebouw voor de Meervaart. Het projectteam Stads centrum Osdorpplein begeleidt initiatiefnemers bij het uitwerken van hun plannen, zorgt voor de communicatie met de buurt en treedt op als opdrachtgever voor ontwerp en uitvoering van de herinrichting van de openbare ruimte, kunst en de nieuwe gracht met bijbehorende bruggen. Daarnaast zorgt zij indien nodig voor het bouwrijp maken van de grond en het verleggen van kabels en leidingen. Belangrijk aandachtspunt voor het projectteam bij de uitvoering van bouwwerkzaamheden is het zoveel mogelijk beperken van de overlast die onvermijdelijk is bij bouwwerkzaamheden. Alle plannen worden daarom getoetst op de gemeentelijke eisen voor bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid van omliggende functies. Daarnaast worden activiteiten ondernomen in het kader van placemaking en gebiedsmarketing.
41
42
7. Financiën Een groot deel van het stedenbouwkundig plan Stadscentrum Osdorpplein fase 2a heeft betrekking op transformaties van bestaande gebouwen. Voor de uitvoering is de gemeente afhankelijk van de mede werking en investeringsbereidheid van de huidige erfpachters. Vandaar de verwachting dat het gebied zich ‘organisch’ zal ontwikkelen. De ruimtelijke uitwerking van fase 2a wordt financieel getoetst aan de grondexploitatie. Voor de investeringen wordt bij de investeringsnota krediet aangevraagd bij de gemeenteraad. Voor fase 2b wordt dat nog niet gedaan.
Investeringen De belangrijkste investeringen in fase 2a betreffen de begeleiding en uitvoering van de herinrichting van de zuidwestoever vanwege de inpassing van een nieuwe gebouw voor de Meervaart in de Sloterplas, het bouwrijp maken van de ontwikkellocaties en de herinrichting van de openbare ruimte.
Opbrengsten Het programma uit het stedenbouwkundig plan Stadscentrum Osdorpplein fase 2a is vertaald naar opbrengsten in de grondexploitatie. Deze vallen uiteen in drie categorieën. Voor kavels in particulier eigendom (1), moet de gemeente aantonen dat het kostenverhaal verzekerd is. De ‘Wet op de ruimtelijke ordening’ verplicht de gemeente kosten die ze maakt te verhalen op alle grondeigenaren. De gemeente streeft ernaar om deze kosten op vrijwillige basis te regelen door met particulieren ‘Anterieure Overeenkomsten’ te sluiten. Lukt dit niet, dan is de gemeente verplicht
een exploitatieplan te laten vaststellen en zo het kostenverhaal te verzekeren. Bij de herziening van erfpachtrechten (2) zullen de investeringen in de openbare ruimte worden gedekt uit de meer opbrengsten van de transformatie. Dit kan zodra de nieuwe bestemming een economisch hogere waarde heeft dan de oude functie en het verschil ten goede komt aan de grondexploitatie. En bij nieuwe uitgiftes (3) komende volledige grondopbrengsten ten gunste van de grondexploitatie.
Resultaat De opbrengsten van het project zullen niet opwegen tegen de kosten. De grondexploitatie van fase 2a kent een negatief saldo. Vanwege de vernieuwingsopgave zijn de ambities hoog ten aanzien van de openbare ruimte. Door de grote transformatieopgave in het gebied stromen grotendeels alleen meeropbrengsten uit erfpacht naar de grondexploitatie. Deze zullen over het algemeen lager liggen dan grondopbrengsten bij volledig nieuwe uitgifte.
43
De totale nominale kosten van fase 2a zijn begroot op zo’n € 67,8 mln en de nominale opbrengsten op afgerond € 53 mln. Per saldo kent fase 2a daarmee een negatief nominaal saldo van € -14,8 mln. Op contante waarde (prijspeil 01-01-2023) bedraagt het negatief saldo € -16,7 mln.
Doorkijk naar fase 2b In fase 2b staan aanpassingen aan de verkeersstructuur voorzien (Meer en Vaart, Tussen Meer, keerlus tram en bus) en de transformatie van enkele kavels aan de noordzijde van het Osdorpplein. De totale investeringen in fase 2b worden begroot op zo’n € 38 mln. De opbrengsten zijn voorlopig doorgerekend op zo’n € 18 mln, waarmee fase 2b uitkomt op een negatief nominaal saldo van € 20 mln. Voor fase 2b zal op een later moment een apart investeringsbesluit voorgelegd worden, waarin krediet aangevraagd wordt voor de investeringen.
De kosten die dit investeringsbesluit met zich meebrengen voor beheer, afvalinzameling en maatschappelijke voorzieningen zijn benoemd en zullen door de betreffende gemeentelijke directies separaat ter besluitvorming worden voorgelegd. Voor bovenplanse ingrepen die samenhangen met de ontwikkeling van fase 2a zal cofinanciering worden gezocht binnen de gemeente en de stadsregio. Eventuele bijdragen en subsidies zijn nog niet ingecalculeerd, maar bieden kans op een positiever financieel resultaat.
Risico’s De medewerking van de vastgoedpartijen in het gebied vormt het belangrijkste risico binnen het hele project, omdat de gemeente medewerking niet kan afdwingen. Daarnaast staan in fase 2a een tweetal hotelontwikkelingen voorzien. Er zal binnen de kaders van het stringente Amsterdamse hotelbeleid gekeken worden hoe hier invulling aan gegeven kan worden. En tot slot vormt de inpassing van de Nieuwe Meervaart nog een belangrijke uitdaging. Gebouw en omgeving zullen aansluiting op elkaar moeten vinden.
44
Bijlage 1:Advies Kwaliteitsteam de Nieuwe Meervaart, zuidoever Sloterplas en omgeving Hieronder de volledige tekst van het advies van het Kwaliteitsteam de Nieuwe Meervaart, zuidoever Sloterplas en omgeving over Locatiekeuze Nieuwe Meervaart van 30 november 2022. Advies: 2022-2 Status: definitief Onderwerp: Locatiekeuze Nieuwe Meervaart Datum en plaats: 30 november 2022, Meervaart, Blauwe Zaal Kwaliteitsteam: Han Michel (voorzitter), Annuska Pronkhorst, Yttje Feddes, Ton Schaap, Robert Winkel Secretaris: Paul Rosenberg, Eric Snoeck Toelichting: Roy Berents (R&D), Yassine Boussaid (de Meervaart) Overige deelnemers: Openbare vergadering Het Kwaliteitsteam de Nieuwe Meervaart, Zuidoever Sloterplas en omgeving is ingesteld door het College van B&W om de bouw van een nieuw theater in alle stadia van ontwikkeling te stimuleren en van een onafhankelijk advies te voorzien. Het team functioneert onder verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Achtergrond De locatie voor de Nieuwe Meervaart is opgenomen in het stedenbouwkundig plan voor Centrum Nieuw West, fase 2 en is een onderdeel van de conceptinvesteringsnota die op 18 oktober jl. is vrijgegeven voor inspraak. Het kwaliteitsteam heeft het afgelopen jaar in overleg met Ruimte en Duurzaamheid en met het projectteam voor het theater meegedacht en geadviseerd over de mogelijke locaties.
In het najaar van 2021 was het programma van eisen voor het gebouw in concept gereed en konden zalen, foyers, kantoor, talentenhuis en makersstudio’s op basis van vierkante meters worden uitgewerkt tot een ruimtelijk model.
Op basis van deze volume-studie werd duidelijk dat de aanvankelijk aange wezen locatie middenvoor in de plas vanwege de omvang van het gebouw niet haalbaar was. Op basis van dit inzicht is een nadere stedenbouwkundige analyse gedaan van drie mogelijke locaties, waarvan nu de zuidelijke hoek van de plas bij de Cornelis Lelylaan als ‘meest passende locatie’ in het concept stedenbouwkundig plan is opgenomen. Advies De locatie in de zuidelijke hoek van de plas bij de Lelylaan is in de ogen van het kwaliteitsteam van de drie voorgestelde locaties de enige mogelijke plek voor een theater dat alle beloftes kan inlossen die met dit project zijn verbonden (multifunctioneel, grensverleggend, iconisch, duurzaam). Het gebouw is geen theater in de klassieke zin van het woord. Het biedt naast intensief bespeelde theaterzalen onderdak aan een talentenhuis, zelfstandige horeca en makersstudio’s. De mogelijkheid tot interactie tussen de verschil lende disciplines in hetzelfde huis is een van de hoofduitgangspunten van het concept. Een gebouw van 14.000 vierkante meter met toneeltorens van dertig meter hoog past niet middenvoor aan de boulevard, die als uitnodigende wandelpromenade inhoud moet geven aan de verbinding tussen het Osdorpplein en de Sloterplas. Een gebouwencomplex op deze plaats blokkeert juist het zicht op de plas en komt met de achterkant naar het Osdorpplein te staan.
Op deze locatie zou alleen een bescheiden paviljoen denkbaar zijn dat zich in maat en schaal voegt naar de beschikbare ruimte. Het kwaliteitsteam ondersteunt om die reden de hoeklocatie bij de Cornelis Lelylaan en adviseert deze plek als enige optie in de bestuurlijke besluit vorming en in het maatschappelijk debat in te brengen. De argumenten daarvoor zijn zowel ruimtelijk als praktisch van aard. Het plaatsen van het theatergebouw in de hoek bij de Lelylaan houdt zowel de lange zichtlijnen over de plas vanaf de noordoever als vanaf de zijde van het Osdorpplein in stand, waarmee voldaan kan worden aan de voorwaarden die voortvloeien
45
uit de mogelijke aanwijzing van het gebied tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Samen met het horecaeiland aan de ene kant van de baai en het watersporteiland aan de andere kant geeft een theater op die plek programmatische invulling aan de zuidoosthoek van het park. Praktisch gezien biedt de hoeklocatie het voordeel dat de zijde met de hoofdingang zich kan richten op de doorgetrokken wandelboulevard, terwijl de kant van de Lelylaan (zuidoost) beschikbaar komt voor logistieke afwikkeling (loading docks). De plaszijde is daarbij geheel beschikbaar voor foyers en terras. Tegelijk ziet het kwaliteitsteam een aantal stevige uitdagingen die met de keuze voor deze locatie zijn verbonden en komt met de volgende aanbevelingen. 1. Maak het zoekgebied voor het gebouw ruimer en betrek de hele zuidoost hoek van het park tot aan de Cornelis Lelylaan bij het projectgebied. Op basis van het voorgestelde programma is het gebouw van de Nieuwe Meervaart zo groot dat het over een vrij grote lengte de hoek dichtzet. Om te passen in de principes van het AUP zou deze hoekoplossing veel transparanter moeten zijn en wandelaars en fietsers juist een bijzondere beleving van de plas moeten bieden. Dat vraagt om een ruimer plangebied waarin ontwerpers de mogelijkheid wordt geboden om groen (park), blauw (plas) en gebouw optimaal in samenhang te brengen.
Ook de buitenprogrammering van het theater vraagt om een goede landschappelijke inbedding. Wanneer het onderwerp van de uitvraag (aan architecten) wordt beperkt tot een theatergebouw binnen een afgegrensd bouwvlak in de plas dan blijft een optimale landschappelijke en ruimtelijke inpassing bij voorbaat buiten bereik. Het argument dat met bouwen in de plas de hoofdgroenstructuur niet wordt geraakt is zuiver theoretisch en klopt niet met de essentie van de eenheid van Sloterpark en Sloterplas. Het kwaliteitsteam bepleit dus uit te gaan van een groter zoekgebied voor de plaatsing van het theater, een zoekgebied dat zich uitstrekt tot aan de Cornelis Lelylaan. In de herinrichting van de openbare ruimte moet de hele ‘zuidbaai’ van de Sloterplas worden betrokken.
2. Teken een realistisch voorstel voor de infrastructuur rond het gebouw. De aan- en afvoer van decorstukken en de bevoorrading van kantoor en theater leiden, in aanvulling op de reguliere bezoekers, tot een flink aantal verkeersbewegingen in het park. Dat blijft tot nu toe, zoals ook in de open bare vergadering naar voren werd gebracht, ‘the elephant in the room’ maar is voor deze locatie wel de ‘conditio sine qua non’. Zorg dus voor een verkeerscirculatieplan waarin alles wat loopt, fietst en rijdt is opgenomen. Hoe kruisen vrachtwagens de fiets- en wandelpaden? Kan een tunnel naar de loading docks van het theater een oplossing zijn en is dat realistisch? Waar stoppen de taxi’s en waar is gelegenheid tot het stallen van fietsen? Hoe kan de continuïteit van het Rondje Sloterplas langs de oever worden geborgd? Het kwaliteitsteam adviseert hier een tussenstap in te bouwen voor nadere studie, waarbij ook de afdeling Verkeer en Openbare Ruimte van de gemeente wordt betrokken. 3. Betrek bewoners en belanghebbenden beter bij de uitwerking van de locatie. De bouw van een nieuwe Meervaart is een verrijking voor Centrum Nieuw West en biedt een unieke gelegenheid om een prachtige nieuwe voorziening toe te voegen aan het Amsterdamse aanbod van cultuurgebouwen. Daarover bestaat vrij weinig verschil van mening.
Draagvlak voor de locatie kan alleen groeien door een transparant proces waarin duidelijk wordt uitgelegd waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en waarbij het kennisniveau van burgers en overheid in balans is. Cruciaal daarin is het proces van de ontwerp uitvraag, architectenselectie en de uiteindelijke beoordeling van bouw plannen. Het kwaliteitsteam adviseert dat proces zoveel mogelijk in open baarheid vorm te geven.
Amsterdam, 30 november 2022 Kwaliteitsteam Nieuwe Meervaart en omgeving, Han Michel, voorzitter
46
Bijlage 2: Advies Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) Hieronder de volledige tekst van het advies van de Technische Advies commissie Hoofdgroenstructuur Investeringsnota en Stedenbouwkundig Plan Stadscentrum Osdorpplein fase 2 - Nieuwe Meervaart van 13 februari 2023. Onderwerp: TAC-advies Investeringsnota en Stedenbouwkundig Plan Stadscentrum Osdorpplein fase 2 - Nieuwe Meervaart Geachte heer Berents, Op 2 november 2022 heeft u een advies gevraagd voor de concept Investeringsnota en het Stedenbouwkundig Plan ‘Stadscentrum Osdorpplein fase 2’ in Amsterdam Nieuw West. Aangezien het gaat om een initiatief met doorwerking in de Hoofdgroenstructuur is een advies van de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) ingewonnen. Dit advies vormt een noodzakelijk onderdeel van de toetsing aan de uitgangspunten van de Structuurvisie door B&W. De TAC is gehouden haar adviezen te baseren op de richtlijnen die zijn vastgelegd in het nog vigerend instrumentarium voor de Hoofdgroenstructuur van de Structuurvisie Amsterdam 2040 – ‘Economisch Sterk en duurzaam’. Voor de Sloterplas en omgeving geldt in verband daar mee nog als primair toetsingskader het Ruimtelijk Toetsingskader Sloterpark (vastgesteld 5 juni 2002). Meest recentelijk heeft de TAC op 12 december 2019 gepreadviseerd over de nieuwbouw Meervaart.
In een eerder stadium adviseerde ze over het bestemmingsplan Osdorpplein en omgeving (31 januari 2013), over de aanleg van een heuvel Sloterplas zuidwestoever (25 oktober 2012) en over het bestemmingsplan Sloterplas en omgeving (11 augustus 2016).
Beleidskader Het Ruimtelijk Toetsingskader Sloterpark heeft als doel gewenste ontwikke lingen planologisch mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Een aantal beleidsintenties is als kern van de opgave voor Sloterpark benoemd: • De kracht van het verbindende netwerk opvoeren. • De onbepaaldheid van de ruimte doorbreken door een meer formele afbakening en organisatie van de ruimte. • Een goed beheer, onderscheidend voor de verschillende deelgebieden. Voor een aantal thema’s (water, recreatieve routes, parkeren, kunstwerken en voorzieningen) zijn uitgangspunten en streefbeelden opgesteld. In het visiedeel van de Structuurvisie staat de ambitie voor de Sloterplas met als hier relevante elementen: • Recreatieve attracties toe te voegen en andere functies met een breed publiek en reikwijdte. In de integrale beleidsvisie voor het gebied is voor de zuidoever een specifiek profiel beschreven: stedelijk, shopping en vermaak; tegenover de westoever: sport, leisure, adventure en groen. • Sloterplas en -park in samenhang te ontwikkelen met centrumontwikkeling Osdorpplein.
47
De maximale bouwhoogte is 30 meter. In de Nieuwe Meervaart komt: • Een theater • Ruimte voor talentontwikkeling en educatie • Ruimte voor productie en repetitie: studio’s voor theatermakers en huisgezelschappen • Ruimte voor evenementen in combinatie met gebruik van omliggende openbare ruimte • Multifunctionele ruimtes (ook voor congresfunctie en ondergeschikte zakelijke verhuur) • Kantoren voor bovenstaande functies • Horeca ondersteunend en passend bij bovengenoemde functies (voorstellingshoreca, daghoreca, evenementen, zakelijke verhuur e.d.).
Het Plan De voorliggende concept investeringsnota met bijbehorend concept steden bouwkundig plan beschrijft het plan voor en de aanpak van fase 2 van de verdere transformatie van winkelgebied Osdorpplein naar een stedelijk centrumgebied voor Nieuw-West. Onderdeel daarvan is de ruimtelijke inpassing van de Nieuwe Meervaart en de daarmee samenhangende integrale herinrichting van de zuid- en westoever van de Sloterplas. De Meervaart is uit zijn jasje gegroeid en voldoet niet meer aan de huidige technische eisen. Een nieuw, groter en minder gesloten gebouw wordt gewenst. Van de drie onderzochte opties voor plaatsing in de Sloterplas (Noord, Midden en Zuid), komt de zuid-optie (in het water ter hoogte van de hoek Lelylaan-Meer en Vaart) als voorkeurslocatie naar voren. Het groen op de zuidoever maakt onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur. De Nieuwe Meervaart wordt alzijdig en groter dan de huidige, met een oppervlak van 14.000 m2 op een footprint van minimaal 6.600 m2 en maximaal 9.000 m2.
Op het dak komen dakterras(sen) en daktuin(en). Een relatie tussen binnen en buiten wordt nagestreefd met een open foyer en horeca met terrassen, transparante studio’s en podia en tribunes voor buitenprogrammering. De ontsluiting voor laad- en losverkeer vindt plaats vanaf de Lelylaan of vanaf de Meer en Vaart via een toegangspad. De los- en laadruimtes zullen inpandig zijn. Een mogelijkheid voor kort-parkeren voor touringcars, taxi’s of mensen met een beperking wordt nog onderzocht. Parkeren van fietsen en scooters vindt plaats in de omliggende openbare ruimte. Er wordt nog onderzocht of een inpandige fietsenstalling onderdeel kan worden van de ontwerpopdracht. Auto parkeren kan in de publieke parkeergarages aan het Osdorpplein. De Nieuwe Meervaart moet de nieuwe ‘publiekstrekker’ in de Sloterplas worden. Dit stelt hoge eisen aan de architectuur en duurzaamheid van het gebouw. Eén ervan is ‘alzijdigheid’: het gebouw zal geen achterkant hebben. Voor de bouw van de Nieuwe Meervaart moet water worden gedempt en wordt een deel van wat nu onverhard is bebouwd. Uitgaande van de maximale footprint van 9.000 m2, zal 2.454 m2 groen worden verhard en wordt 6.546 m2 water gedempt en bebouwd. Bij de minimale footprint van 6.600 m2, zal eveneens 2.454 m2 groen worden verhard, en wordt 4.146 m2 water gedempt en bebouwd.
In alle gevallen wordt 912 m2 water extra gegraven aan de westoever van de Sloterplas. Welk aandeel van het te verharden groen onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur is in de plannen niet zichtbaar gemaakt.
48
In samenhang met deze ontwikkeling zijn voor de zuid- en westoever van de Sloterplas hoge ambities opgenomen. Op de westoever wordt de groene promenade – als onderdeel van het rondje Sloterplas – doorgetrokken vanaf het horeca-eiland naar de hoek Meer en Vaart/ Lelylaan en gaat daar de hoek om tot aan het watersporteiland. Er komt een geleidelijke, architectonisch vormgegeven overgang tussen de oever en het water, bijvoorbeeld met watertrappen. Aan de waterzijde van de Nieuwe Meervaart komt een steiger of omloop annex balkon annex terras, zodat ook daar een doorgaande wandelroute en een verblijfsplek aan het water wordt gecreëerd. Voor de zuidoever aan de Lelylaan (onderdeel van de Hoofdgroenstructuur) is de ambitie gericht op weelderig groen en een parkachtige inrichting, met (grote) nieuwe bomen, nieuwe (oever)- beplanting, meer zitplekken en ruimte om te liggen en te spelen in het gras. Ook komen er speelplekken, een urban sport strip en kunst aan de promenade. Wanneer in de komende jaren de maximumsnelheid op de Meer en Vaart verlaagd wordt naar 30 kilometer per uur en van Meer en Vaart een éénrichting verkeersweg gemaakt kan worden, wordt de Sloterplasoever toegankelijker voor de voetganger. Het plan is de weg te transformeren tot een weelderige bomenlaan met meer voetgangersruimte. Te kappen bomen voor de planvorming worden op deze wijze gecompenseerd.
Advies Dit advies van de TAC bestaat uit vier onderdelen: een toetsing aan het vigerende beleidskader, een daaruit voortkomend advies om het plangebied aan te passen, een toetsing aan het (nog niet vastgestelde toekomstige beleidskader, en een conclusie met aanbevelingen voor randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling. Toetsing aan het vigerende beleidskader Hoofdgroenstructuur Allereerst: vanuit de Hoofdgroenstructuuropgave heeft localisering van de Nieuwe Meervaart op de huidige locatie op het Osdorpplein verre onze voorkeur. Op grond van de door u verstrekte informatie (concept Stedenbouwkundig Plan en concept Investeringsnota Stadscentrum Osdorpplein fase 2 inspraak versie van oktober 2022) constateert de TAC dat in alle drie de locatie opties in het water de bebouwing van de Nieuwe Meervaart buiten de Hoofdgroenstructuur ligt. De zuidelijke voorkeursoptie ligt er tegenaan; op deze variant richt zich dit deel van ons advies. De TAC deelt de conclusie dat van de drie onderzochte locaties de locatie ter hoogte van de hoek LelylaanMeer en Vaart de voorkeur heeft – vanwege het behoud van openheid en
weidsheid van plas en oevers, maar ook omdat deze optie mogelijkheden biedt voor een landschappelijke inpassing van het gebouw in het park. Bovendien sluit deze locatie het best aan op het oorspronkelijke ontwerp van het Sloterpark als compositie met groene flanken en stedelijke koppen, vormgegeven om de ruimtelijke beleving van oneindigheid te wekken. Formeel toetsend is de aantasting van de Hoofdgroenstructuur in oppervlakte relatief gering; deze bestaat uit de doorsnijding ten behoeve van de ontsluiting van het gebouw vanaf de Lelylaan. In haar preadvies constateerde de TAC echter al dat de invloed van het gebouw op de omgeving zo groot is, dat van het plan verwacht mag worden dat gebouw en omgeving in de ontwerpopgave met elkaar in verband worden gebracht. De Nieuwe Meervaart vraagt om een zorgvuldige inpassing in het Sloterpark en een integrale aanpak met de opwaardering van de openbare ruimte van de oevers van de Sloterplas. Daarbij gaat het niet alleen om meer groen, maar ook om meer gebruiks mogelijkheden. Het preadvies definieert de opgave op deze locatie in het landschappelijk opnemen van het gebouw, als onderdeel van een visie op de oevers als geheel.
Daarbij gaat het om: • Het groen en water en de Hoofdgroenstructuur in dit gedeelte van het Sloterpark; • De aansluiting daarvan op het programma van de Nieuwe Meervaart, en omgekeerd de aansluiting van het gebouw op zijn omgeving – zowel functioneel als visueel; • De ontsluiting en de verkeersaccommodaties. Voor de hoek van Meer en Vaart – Lelylaan ligt er de opgave hier een groene kwalitatieve entree en schakel tussen de west- en zuidoever te maken in plaats van een achterkant. In het preadvies heeft de TAC zelfs de (nieuwe) optie van een theater (gedeeltelijk) op de oever in de Hoofdgroenstructuur niet uitgesloten – juist om deze inpassing mogelijk te maken. De TAC is blij om te zien dat deze aandachtspunten in het voorliggend Stedenbouwkundig Plan ter harte zijn genomen. Het plan gaat uit van een veelzijdig programma gericht op de stad en buurt, een ‘transparant’ gebouw en versterking van de gebruikskwaliteit van de oevers. Voorgestelde ingrepen voor intensivering van gebruik en versterking van boulevardfunctie ondersteunen we. Dat er optimaal wordt ingezet op vergroening en verduur zaming van het gebouw is mooi, al geven we mee dat een groen dak geen compensatie kan zijn voor groen in de Hoofdgroenstructuur dat wordt opgeofferd aan bebouwing of verharding.
49
Tegelijkertijd baart het voorliggende voorstel de TAC ook zorgen: • De functie van de Nieuwe Meervaart (theater) is naar zijn aard naar binnen gericht; ook een deel van de programmaonderdelen die (ten opzichte van de bestaande Meervaart) aan de Nieuwe Meervaart zijn toegevoegd heeft dat introverte karakter. Er is spanning tussen deze naar binnen gerichtheid en de ruimtelijkheid van de plek aan de Sloterplas. Er is zorg over de mogelijkheid om een open gebouw te ontwerpen waarin de relatie tussen functie en omgeving (de weidsheid van de plas, het aanliggende groen) vorm krijgt, en die daardoor ook een bijdrage levert aan de belevingswaarde in en vanuit de Hoofdgroenstructuur – het gebouw maakt immers deel uit van het decor van de Hoofdgroenstructuur. • Het voorgestelde bouwprogramma van de Nieuwe Meervaart is heel omvangrijk (circa 2 keer zo groot als de huidige Meervaart). Dat werkt door in de belevingskwaliteit van dit gedeelte van het Sloterpark: hetzij positief (een iconisch en graag bezocht gebouw met meerwaarde voor de stad en buurt) hetzij negatief (een onaanvaardbare aantasting, door een kolos, van de ruimtelijke ervaring van het Sloterpark).
• De keuze om de Nieuwe Meervaart geheel buiten de Hoofdgroen structuur te situeren – iets wat we vanuit de doelstelling van de Hoofdgroenstructuur formeel ondersteunen – leidt tot een oplossing die op gekunstelde wijze aansluit bij de landschappelijke en stedenbouw kundige opzet van het Sloterpark en de Sloterplas. • In het stedenbouwkundig plan worden nog slechts vrij globale inrichtings ambities voor de zuid- en westoever van de Sloterplas benoemd. De ontwerpopgave voor de groenkwaliteit van de zuidoever is wat de TAC betreft nog onvoldoende uitgewerkt, en geeft daardoor onvoldoende houvast voor vertrouwen dat het goed komt. Formeel toetsend zijn de feitelijke aantasting en de bovengenoemde zorgen aanleiding voor de TAC om een negatief advies te verbinden aan het voor liggende Stedenbouwkundig Plan. Plangebied aanpassen? Echter, graag zou de TAC een stap verder gaan. We zien mogelijkheden voor een alternatief dat tot een daadwerkelijke kwaliteitsimpuls van de Hoofdgroenstructuur en deze hoek van het Sloterpark kan leiden. Het zijn deze mogelijkheden. De TAC stelt voor in een ontwerpexercitie te beproeven wat het ruimtelijk en functioneel oplevert om de Meervaart niet strak tegen de huidige
Hoofdgroenstructuur grens aan te leggen – maar bijvoorbeeld in de richting van de Lelylaan te schuiven, om vervolgens de Hoofdgroenstructuur om het gebouw heen te leggen en de Hoofdgroenstructuur daarmee de facto te vergroten. Dat creëert natuurlijk een nieuwe ontwerpopgave – namelijk om het gebouw naar alle kanten open te laten zijn (open deuren, geen blinde gevels op maaiveld). Zo kan de Nieuwe Meervaart een logisch onderdeel van de Hoofdgroenstructuur worden. Concreet kan dit door het plangebied te vergroten en de hoek tot en met de Lelylaan-Meer en Vaart te betrekken bij de ontwerpopgave en daarbij ook deze optie te onderzoeken. Het nieuwe beleidskader Ware het nieuwe (nog niet van kracht zijnde) beleidskader Hoofdgroen structuur al geldend, dan zou de TAC het bovengenoemde voorstel in haar advies op kunnen nemen. In het nieuwe beleid is immers opgenomen dat aanpassingen in de Hoofdgroenstructuur als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen tot een verbetering van de Hoofdgroenstructuur moeten leiden. Volgens dit nieuwe beleid valt de voorkeurslocatie voor heront wikkeling van de Nieuwe Meervaart namelijk onder de gebiedsontwikkeling ‘Centrum Nieuw-West’.
Hier geldt enige flexibiliteit om met het groen van de Hoofdgroenstructuur te schuiven, mits aan de randvoorwaarden voldaan kan worden dat de omvang van het groen in het projectgebied gelijk blijft, onvervangbaar groen behouden blijft en de kwaliteit van de Hoofdgroenstructuur daar toeneemt. Dat kan bijvoorbeeld zijn door herschikking van functies, verbetering van de openbaarheid of verbetering van de toegankelijkheid en bruikbaarheid. Allemaal elementen die ook in het stedenbouwkundig plan genoemd zijn, maar nog te weinig gewicht hebben en aangescherpt kunnen worden. Problematisch blijft wel dat het uitwerkingsniveau van de plannen met betrekking tot de aanraking en inname van de Hoofdgroenstructuur zo laag is, dat er ook in een toets aan het nieuwe beleid geen aanknopingspunt voor de TAC is om erop te vertrouwen dat het wel goed komt. Vereiste vanuit toetsing aan een Fase 3 Plaberum voorstel is immers dat ‘het groen vastligt in een integraal ontwerp, waarin de groenstructuur en de Hoofdgroenstructuur groentypen verder zijn uitgewerkt. Vereist onderdeel van het besluit is een concreet uitgewerkte opgave/ aanpassing voor de Hoofdgroenstructuur welke in het investeringsbesluit is opgenomen en gedekt’.
50
Conclusie Wanneer ondanks dit formele negatieve advies van de TAC de plannen om de Meervaart naar de zuidwesthoek van de Sloterplas te verplaatsen worden doorgezet, adviseert de TAC daarbij een reeks randvoorwaarden in acht te nemen. Rand voorwaardelijk voor een goede inpasbaarheid van voorliggend stedenbouwkundig plan is om te beginnen dat er een landschapsarchitect betrokken wordt bij de verdere uitwerking – iemand die vanuit landschappe lijke deskundigheid en betrokkenheid meewerkt met de landschappelijke en architectonische opgave tot en met de Lelylaan, met als elementen en uitgangspunten: • Uitwerking van een coulisseontwerp voor de hoek Lelylaan- Meer en Vaart om hier door toevoeging van kwalitatief groen een aangenaam groen verblijfsklimaat te creëren en van de weg af te schermen en zo de binnenbuitenrelatie van de Nieuwe Meervaart en gebruikers van de openbare ruimte te versterken. • Hierbij de terrasachtige openbare ruimte op de zon goed te benutten, alsmede de openbare toegankelijkheid van de openbare ruimte via het ontwerp blijvend te garanderen. • Terughoudendheid te betrachten met extra verharding of bebouwing (omdat het Sloterpark als geheel de 5% regel van maximaal toegestane verharding/bebouwing voor stadsparken al ruimschoots overschrijdt).
Dat geldt met name in het voorstel tot verleggen en verbreden van het voetpad (promenade) en de ontsluitingsweg Nieuwe Meervaart. De toe te voegen verharding kan via een groene routing voor de Meervaart langs worden teruggegeven aan het park. • Het rondje Sloterplas zowel voor en achter de Nieuwe Meervaart door te laten lopen in een groene kwalitatieve setting. Zo voorkom je dat deze voorziening onbedoeld resulteert in een prop in het park en het rondje Sloterplas. Bovendien biedt dit potentie om bij een hoogwaardige groene invulling de Hoofdgroenstructuur hier richting toekomst uit te breiden samen met een gedeelte van het water dat nu buiten de Hoofdgroenstructuur is gehouden. Ook kan zo het rondje Sloterplas hier ter plaatse met rechtstreeks contact met het water gecontinueerd worden. De routing door het water heeft hierbij prioriteit boven het verleggen van voetpaden in de hoek tot aan de Cornelis Lelylaan. • De gehele promenade te vergroenen en met name bij de westoever in te zetten op een sterke bomenstructuur (met de ambitie om de promenade op termijn aan de Hoofdgroenstructuur toe te voegen).
• Wat de aantasting van de Hoofdgroenstructuur betreft: de ontsluiting van de Nieuwe Meervaart te realiseren zonder de Hoofdgroenstructuur aan te raken. Dat kan bijvoorbeeld door de ontsluiting hoger dan het maaiveld in de Hoofdgroenstructuur te leggen – op een viaduct. Of om de aantasting van de Hoofdgroenstructuur door de ontsluiting minimaal te maken. Dat kan bijvoorbeeld door de ontsluiting smal te maken en inrit en uitrit op verschillende plaatsen te leggen. • Specifieke aandacht moet hierbij uitgaan naar een optimalisering van de kruising waar recreatieve gebruikers en leveranciers elkaar met enige frequentie zullen tegenkomen. Dit alles vraagt om een kwalitatieve oplossing die verder gaat dan ‘gemakkelijk’ en de Hoofdgroenstructuur waarden hier respecteert. De TAC adviseert om, wanneer de plannen doorgaan, vanuit gemeentezijde randvoorwaarden, zoals hierboven opgesomd, te verbinden aan de verdere uitwerking, alvorens het ontwerp uit handen te geven aan een private partij. Het resultaat daarvan krijgen we – evenals als vervolgproducten (VO en DO) – graag voor advies voorgelegd, om zo de kwaliteit van de Hoofdgroenstructuur richting toekomst te kunnen borgen. Graag worden we binnen een termijn van drie maanden geïnformeerd hoe met dit negatieve advies zal worden omgegaan. Hoogachtend, Dr. M.C. van Schendelen, Voorzitter Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur Drs.
ing. N. Bosch, Secretaris TAC
51
Bijlage 3: motie 112 inzake kiezen voor cultuur en groen in Nieuw-West In de raadsvergadering van 27 maart 2024 is motie 112 aangenomen van de leden Veldhuyzen, Koyuncu, Kabamba, Moeskops, Van der Veen en Minderhoud inzake kiezen voor cultuur en groen in Nieuw-West: om bij het inpassingsgebied van de Nieuwe Meervaart te kiezen voor een grotere inpassing (variant B) om zo te zorgen voor een kwaliteitsimpuls van de Hoofdgroenstructuur en de zuidwesthoek Sloterplas en daarbij de randvoorwaarden zoals geformuleerd door de Technische Advies Commissie onderdeel te maken van de verdere uitwerking.
52
53