Bijlage 2 Herstelonderzoek bestuur SvPO.pdf
Tekst van het document
Stichting voor Persoonlijk Onderwijs te Amsterdam
Herstelonderzoek bestuur Herstelonderzoek
Datum vaststelling: 30 september 2022
Samenvatting
Op 28 maart en 16 en 17 mei heeft de Inspectie van het Onderwijs een herstelonderzoek uitgevoerd bij de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Amsterdam. De aanleiding voor dit herstelonderzoek was dat wij op 28 april 2021, na een vierjaarlijks onderzoek naar bestuur en school diverse tekortkomingen hebben vastgesteld in de bestuurlijke kwaliteitszorg, de medezeggenschap en het onderwijsproces. We hebben daarna het bestuur de opdracht gegeven de tekortkomingen te herstellen. Op 28 maart heeft het gesprek met het bestuur plaatsgevonden, op 16 en 17 mei hebben we diverse gesprekken op de school van het bestuur gevoerd.
Bestuur: Stichting voor Persoonlijk Onderwijs te Amsterdam Bestuursnummer: 42749
Conclusie De conclusie van het herstelonderzoek is dat aan de herstelopdrachten met betrekking tot de kwaliteitszorg, het intern toezicht en de kwaliteitscultuur niet is voldaan. Samengevat stellen we binnen de volgende onderwerpen opnieuw tekortkomingen vast: • De uitvoering van de kwaliteitszorg • De aanwezigheid en het functioneren van het intern toezicht • De professionalisering van docenten. Vervolg Het bestuur moet de opnieuw geconstateerde tekortkomingen onverwijd opheffen. Dat betekent dat we van het bestuur verwachten dat het binnen zes weken na vaststelling van het rapport schriftelijk meldt of het bereid is om de herstelopdrachten uit te voeren en zich daarover te verantwoorden. De inspectie ziet erop toe dat dit gebeurt. Daarbij beraadt de inspectie zich op een bekostigingssanctie. In januari 2023 voeren we een herstelonderzoek uit om vast te stellen of de uitvoering van de kwaliteitszorg, het functioneren van het intern toezicht en de professionalisering en zeggenschap van docenten aan de gestelde eisen voldoet.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
2/21
Inhoudsopgave
1.
Opzet van het herstelonderzoek
4
2.
Resultaten herstelonderzoek bestuur
9
3.
Afspraken over vervolgtoezicht
15
4.
Reactie van het bestuur
17
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
3/21
1 . Opzet van het herstelonderzoek Dit hoofdstuk bevat na de inleiding een nadere toelichting op de aanleiding tot het herstelonderzoek. We vervolgen het hoofdstuk met een korte weergave van de context waarbinnen het herstelonderzoek plaatsvond. Daarna geven we een overzicht van de in 2021 vastgestelde tekortkomingen en de herstelopdrachten die zijn onderzocht. Daarna volgt een opsomming van de onderzoeksactiviteiten. Het hoofdstuk eindigt met een leeswijzer. 1.1 Inleiding Op 28 maart en op 16 en 17 mei 2022 heeft de Inspectie van het Onderwijs een herstelonderzoek uitgevoerd bij de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Amsterdam. In een herstelonderzoek, gebaseerd op art. 11 lid 4 WOT, stellen we vast of de tekortkomingen zoals beschreven in het rapport van 28 april 2021 zijn hersteld en of aan de herstelopdrachten is voldaan. Omdat er op 1 augustus 2021 een herzien onderzoekskader in werking is getreden, zijn we daarbij iets anders te werk dan in het verleden. Normaal gesproken zouden we de als onvoldoende beoordeelde standaarden opnieuw onderzoeken en beoordelen. Omdat de standaarden herschreven zijn en in meer of mindere mate afwijken van de oude standaarden, hebben we besloten maatwerk te verrichten en ons onderzoek te richten op de geconstateerde tekortkomingen in de naleving van wet- en regelegving en de bijbehorende herstelopdrachten.
Bovendien zijn in april 2022 rapporten over het financieel beheer van het bestuur vastgesteld, waarbij financieel wanbeheer is vastgesteld. Dat betekent dat we een aantal tekortkomingen niet in dit onderzoek betrekken maar in het vervolgtoezicht op het financieel beheer van het bestuur.
1.2 Aanleiding Minstens één keer in de vier jaar onderzoekt de onderwijsinspectie ieder schoolbestuur in Nederland. Voor het bestuur van Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Amsterdam hebben wij het vierjaarlijks onderzoek (4jo) in het vierde kwartaal van 2020 uitgevoerd. Deze stichting is het bevoegd gezag van SvPO Amsterdam. In een 4jo staat de volgende vraag centraal: is de sturing op kwaliteit op orde en is er sprake van een deugdelijk financieel beheer? Het was het eerste inspectieonderzoek bij dit bestuur en de bijbehorende school. Het onderzoek vond plaats op het niveau van het bestuur en het niveau van de school. We onderzochten bij het bestuur de standaarden Kwaliteitszorg (KA1), Professionele cultuur (KA2) en Verantwoording/dialoog (KA3). Bij de school onderzochten we de standaarden Zicht op ontwikkeling en begeleiding (OP2) en
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
4/21
Didactisch handelen (OP3). Het financieel beheer werd niet onderzocht. Om tot een oordeel te komen over het financieel beheer van het bestuur van SvPO Amsterdam bleek diepgaander onderzoek nodig. Daarom werd besloten daartoe een afzonderlijk onderzoek uit te voeren waarover de inspectie ook afzonderlijk heeft gerapporteerd. Dit rapport is op 15 april 2021 gepubliceerd. In dit rapport is financieel wanbeheer vastgesteld. De conclusie van het onderzoek dat is uitgevoerd in 2020 was dat de standaarden op het niveau van het bestuur van onvoldoende kwaliteit waren vanwege diverse tekortkomingen in de naleving van wet- en regelgeving. Op schoolniveau zijn ernstige tekortkomingen vastgesteld met als eindoordeel het oordeel Zeer Zwak. De geconsteerde tekortkomingen vormden de aanleiding tot een aantal herstelopdrachten (zie paragraaf 1.4) en het herstelonderzoek van 28 maart en 16 en 17 mei 2022. Het onderzoek vond zowel plaats op bestuurs- als op schoolniveau. Dit rapport heeft uitslutend betrekking op de herstelopdrachten op bestuursniveau. Over het herstelonderzoek op schoolniveau wordt een separaat rapport opgesteld omdat de school als Zeer Zwak is beoordeeld. In dit separate rapport beoordelen we de school opnieuw.
1.3 Context De Stichting voor Persoonlijk Onderwijs Amsterdam is het bestuur van één van de acht scholen voor persoonlijk onderwijs (SvPO). Elke school heeft zijn eigen bestuur. De besturing en de inrichting van de acht scholen en de personele samenstelling van hun besturen zijn gelijk. De scholen hebben ook dezelfde inrichting van het onderwijsproces (leermiddelen, leerlingvolgsysteem, lessentabel, examenreglement, programma van toetsing en afsluiting), hetzelfde schoolplan, dezelfde schoolgids en hetzelfde veiligheidsbeleid. Alle scholen bieden onderwijs op havo- en vwo-niveau aan en richten zich op leerlingen die op een hoger niveau een diploma willen halen dan hun basisschool adviseerde. De inspectie heeft omwille van de doelmatigheid en beperking van de toezichtlast bij alle acht besturen en scholen in dezelfde periode september-december 2020 - onderzoek gedaan. In de periode maartjuni 2022 heeft de inspectie bij alle acht besturen en scholen herstelonderzoek uitgevoerd.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
5/21
1.4 Tekortkomingen en herstelopdrachten Nr.
Tekortkoming
Herstelopdracht
1
Het stelsel van kwaliteitszorg schiet tekort in de beschrijving en uitvoering. Dit leidt ertoe dat tekortkomingen in de onderwijskwaliteit niet worden vastgesteld en er geen effectieve verbetermaatregelen worden genomen. Het stelsel is daarmee ontoereikend voor de bewaking en de verbetering van de onderwijskwaliteit. Het bestuur voldoet daarmee niet aan art. 24, vierde lid, WVO en art. 23a, WVO; KA1).
Het bestuur moet zorg dragen voor een stelsel van kwaliteitszorg waarmee het alle elementen van de onderwijskwaliteit bewaakt en op grond waarvan het zo nodig verbetermaatregelen kan treffen. Het bestuur moet dit stelsel uitvoeren.
2
De eigen code goed bestuur voldoet niet aan de wet. Het bestuur voldoet hierdoor niet aan de wettelijke eisen (art. 103 lid lid 5 b WVO; KA2).
Het bestuur moet gaan voldoen aan de wettelijke eisen rond de code goed bestuur. De intern toezichthouder moet hier toezicht op houden.
3
Het bestuur faciliteert in onvoldoende mate professionalisering en het gezamenlijk werken aan beter onderwijs door het team van schoolleiding en docenten. Ook hebben docenten te weinig ruimte om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Door bovenstaande tekortkomingen draagt het bestuur onvoldoende zorg voor de kwaliteit van het onderwijs (art. 23a en 24 lid 4 WVO) en wordt niet voldaan aan de wettelijke eisen rond zeggenschap van docenten (art. 32e, derde lid WVO; KA2).
Het bestuur moet de tekortkomingen ten aanzien van professionalisering en zeggenschap over de inrichting van het onderwijs herstellen, zodat de kwaliteitscultuur op de school voldoet aan de wettelijke eisen.
4
De MR-verkiezingen voldoen niet aan art. 3, tiende lid WMS, omdat zij niet geheim zijn; KA3.
Het bestuur moet ervoor zorgen dat de MR-verkiezingen voldoen aan de wettelijke eisen.
5
Het bestuur faciliteert de MR-leden niet met tijd (art. 28, derde lid WMS; KA3).
Het bestuur moet de MR-leden in staat stellen om werkzaamheden voor de MR te verrichten zonder daarvoor van de goede wil van anderen afhankelijk te zijn.
6
De MR heeft geen advies gegeven over de aanstelling van de schoolleider (art. 11 WMS; KA3).
Het bestuur moet zorgen dat de communicatie met de MR voldoet aan de genoemde wettelijke eisen.
7
Het functioneren van het intern toezicht voldoet niet aan de wet omdat de toezichthouders in onvoldoende mate onafhankelijk en deugdelijk toezicht houden (artikel 24 e, tweede lid en art. 24 e1, eerste lid, sub b en c, tweede en derde lid WVO; KA3)
Het bestuur moet de interne toezichthouder afdoende informeren. De interne toezichthouder moet toezicht houden op alle in de wet genoemde onderwerpen.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
6/21
Nr.
Tekortkoming
Herstelopdracht
8
Het intern toezicht legt niet jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en uitoefening van bevoegdheden op de SvPO Amsterdam zoals de wet dat voorschrijft. (artikel 24e1 lid 1, sub e WVO; KA3).
Het intern toezicht moet jaarlijks verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en uitoefening van bevoegdheden op de SvPO Amsterdam.
9
De schoolgids bevat geen informatie over de bevindingen uit het systeem van kwaliteitszorg van de school (art. 24a, eerste lid, onder l, WVO; KA3).
Het bestuur moet zorgen dat de schoolgids per school de door de wet vereiste informatie over die school geeft.
10
De jaarverslaggeving voldoet niet aan art. 2, 3 en 4 Rjo (KA3).
Het bestuur moet ervoor zorgen dat het jaarverslag voldoet aan de regeling jaarverslaglegging onderwijs. Dit geldt vanaf het jaarverslag 2020, dat in juli 2021 met de inspectie gedeeld moet zijn.
We onderzoeken en beoordelen of bovegenoemde tekortkomingen zijn opgeheven. Indien de tekortkomingen zijn opgeheven leidt dit bij de als onvoldoende beoordeelde standaarden KA1, KA2 en KA3 tot een bijstelling van dit oordeel naar het oordeel Voldoende. De herstelopdrachten met betrekking tot de verantwoording door het intern toezicht en het jaarverslag (herstelopdrachten 7 (waar he gaat om de verslaglegging) en 8) zullen op een later moment onderzocht en beoordeeld worden. Reden hiervoor is gelegen in het volgende. Het bestuur van SvPO Amsterdam heeft ervoor gekozen om de inhoud van de rapporten die zagen op het vierjaarlijks onderzoek (2020) voor te leggen aan de rechter. Uiteindelijk heeft de rechter in augustus 2021 uitspraak gedaan in deze kwestie en de vorderingen van het bestuur van SvPO Amsterdam afgewezen. Voor die tijd was het voor het bestuur van SvPO Amsterdam onduidelijk in hoeverre zij moest voldoen aan de herstelopdrachten die direct en indirect betrekking hebben op haar jaarrekening en haar jaarverslag. Omdat van schoolbesturen verwacht wordt dat zij uiterlijk voor 1 juli van ieder jaar hun jaarrekening (inclusief jaarverslag) gereed hebben, is de jaarrekening (inclusief jaarverslag) 2021 het eerste moment waarop de inspectie kan onderzoeken en beoordelen of het bestuur van SvPO Amsterdam heeft voldaan aan de herstelopdrachten op dit punt.
Ten tijde van het opstellen van de jaarrekening 2020 lagen de rapporten namelijk nog onder de rechter en kon dus niet zonder meer gesteld worden dat van SvPO Amsterdam verwacht mocht worden dat zij haar jaarrekening (inclusief jaarverslag) vooruitlopend op de rechterlijke uitspraak zou aanpassen op basis van de herstelopdrachten.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
7/21
Nu SvPO Amsterdam uiterlijk voor 1 juli 2022 de jaarrekening (inclusief jaarverslag) 2021 moet opstellen en aanleveren, zal de inspectie in de periode na 1 juli 2022 onderzoeken en beoordelen of het bestuur heeft voldaan aan deze herstelopdrachten. Om het bestuur niet onnodig te belasten zal dit onderzoek zoveel mogelijk samenvallen met de herstelopdrachten die volgen uit de rapporten van 28 januari 2022.
1.5 Signalen In de voorbereiding van ieder onderzoek kijken we altijd naar eventuele signalen die bij de inspectie zijn binnengekomen. Soms heeft dat gevolgen voor de uitvoering van het onderzoek. We hebben in het startgesprek enkele signalen met het bestuur besproken. Dit heeft niet geleid tot aanvullend onderzoek. 1.6 Onderzoeksactivteiten Het herstelonderzoek bij het bestuur bestond uit de volgende onderzoeksactiviteiten: • • • •
Documentenanalyse Gesprekken met het bestuur Gesprek met de schoolleider/locatiedirecteur Gesprek met twee leden medezeggenschapsraad (MR), afkomstig uit de ouder- en personeelsgeleding • Twee gesprekken met afvaardigingen van docenten. • Gesprek met vier mentoren en een medewerker belast met taken die betrekking hebben op de begeleiding van leerlingen. 1.7 Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding tot het onderzoek en de onderzoeksopzet. In hoofdstuk 2 staat weergegeven of en in hoeverre de tekortkomingen zijn opgeheven, anders gezegd, of en in hoeverre aan de herstelopdrachten is voldaan. De oordelen zijn voorzien van een toelichting. Hoofdstuk 3 geeft informatie over het vervolgtoezicht. <Hoofdstuk 4 bevat de beleidsreactie op het rapport waarin het bestuur beschrijft hoe het met de uitkomsten van het onderzoek aan de slag gaat. In hoofdstuk 5 staat de zienswijze van het bestuur op het rapport in het kader van art. 21 van de WOT.>
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
8/21
2 . Resultaten herstelonderzoek bestuur In dit hoofdstuk beschrijven we per herstelopdracht of er in mei 2022 aan voldaan is. Elk oordeel lichten we toe. Oordelen herstelopdrachten
Herstelopdracht 1: Het bestuur moet zorg dragen voor een stelsel van kwaliteitszorg waarmee het alle elementen van de onderwijskwaliteit bewaakt en op grond waarvan het zo nodig verbetermaatregelen kan treffen. Het bestuur moet dit stelsel uitvoeren. Resultaat: Niet voldaan. Zowel de inrichting als de uitvoering van het stelsel van kwaliteitszorg schiet tekort. Daardoor draagt het stelsel van kwaliteitszorg onvoldoende bij aan de bewaking en verbetering van het onderwijs. Toelichting: Een stelsel van kwaliteitszorg vereist dat er toetsbare doelen zijn geformuleerd voor de naleving van wettelijke eisen waaronder de wettelijke eisen voor het aanbod, het onderwijsleerproces en de manier van toetsen en examineren (art. 23a WVO, standaard BKA1, Onderzoekskader Inspectie van het Onderwijs). Het bestuur voldoet niet aan de wettelijke verplichting zorg te dragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, dat wil zeggen het naleven van de bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften en het uitvoeren van het stelsel van kwaliteitszorg (art. 23a, WVO en 23a1, derde lid WVO). De afdelingen havo en vwo zijn nu voor de tweede keer als Zeer zwak beoordeeld en het bestuur is niet bij machte geweest de onderwijskwaliteit te verbeteren. Dit is in strijd met art. 23a1, derde lid WVO. Voor SvPO Amsterdam heeft het bestuur alleen doelen geformuleerd voor de onderwijsresultaten.
Voor het aanbod, het onderwijsleerproces en de manier van toetsen en examinering ontbreken die doelen. Daardoor zijn er geen normen waarmee behaalde resultaten kunnen worden vergeleken. Dit betekent dat het bestuur niet kan nagaan of er op deze gebieden verbetermaatregelen nodig zijn. Een stelsel van kwaliteitszorg is een planmatige cyclus van plannen, meten en evalueren. In het stelsel van kwaliteitszorg van SvPO Amsterdam is niet vastgelegd wanneer en hoe metingen en evaluaties worden uitgevoerd. Daarmee is niet geborgd dát het stelsel wordt uitgevoerd (art 23a en 24, vierde lid, WVO). Met een stelsel van
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
9/21
kwaliteitszorg kan het bestuur de kwaliteit van het onderwijs waarborgen als het wordt uitgevoerd. Dat is bij SVPO Amsterdam niet het geval. Op SVPO Amsterdam vinden evaluaties als sluitstuk van het stelsel niet systematisch plaats, zo blijkt uit gesprekken met alle betrokkenen. In overleggen tussen bestuur, schoolleiding en docententeam worden het aanbod, de kwaliteit van het onderwijsleerproces en de onderwijsresultaten niet geëvalueerd en deze overleggen leidden ook niet tot afspraken over verbetering van het onderwijs. De schoolleiding voert lesbezoeken uit en bespreekt resultaat daarvan met de individuele docenten. Daarbij gebruikt de schoolleiding leerlingenquetes over de betreffende docent. Hoewel de schoolleiding inmiddels beschikt over een totaalbeeld van deze lesbezoeken en leerlingenquetes, leiden deze niet tot een evaluatie van de leskwaliteit op schoolniveau en verdere afspraken over de verbetering ervan. Deze overzichten zijn bij de leraren ook niet bekend. Er zijn geen documenten waaruit blijkt dat de kwaliteitscyclus wel uitgevoerd is. Door niet systematisch te evalueren laat het bestuur de schoolontwikkeling te veel over aan individuele docenten en is kwaliteitsverbetering eerder toeval dan beleid. Het bestuur heeft hiermee geen functionerende kwaliteitscyclus (art. 32a en art 24, vierde lid, WVO).
Het stelsel van kwaliteitszorg is inmiddels wel beschreven in het schoolplan.
Herstelopdracht 2: Het bestuur moet gaan voldoen aan de wettelijke eisen rond de code goed bestuur. De intern toezichthouder moet hier toezicht op houden. Resultaat: Niet voldaan. De eigen code voor goed bestuur van SVPO voldoet nog steeds niet aan de wettelijk eisen. Voorts stellen we vast dat er momenteel geen interne toezichthouder is waardoor niet voldaan wordt aan de wettelijke eis tot toezicht op de naleving van de code voor goed bestuur. Toelichting: Volgens het jaarverslag 2020 hanteert het bestuur van SvPO een eigen code voor goed bestuur. Die voldoet nog steeds niet aan de wettelijk eisen. De wet vereist onder meer dat er in de code een bepaling is opgenomen over integere bedrijfsvoering, waaronder voorzieningen om verstrengeling van belangen tegen te gaan (art. 103, lid 5, sub b WVO). Hier voldoet de code van SVPO niet aan. Weliswaar schrijft de code voor dat belangenverstrengelingen gemeld moeten worden en alleen zijn toegestaan als er geen alternatieven zijn, maar de notie dat belangenverstrengelingen vermeden dienen te worden, komt niet duidelijk terug.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
10/21
Tijdens het herstelonderzoek vertelde het bestuur dat het de code voor goed bestuur van de VO-raad zal gaan hanteren. Zoals gezegd, het jaarverslag 2020 vermeldt de eigen code van het bestuur. De mondelinge toezegging van het bestuur dat zij de code van de VOraad gaat hanteren aangevuld met een procedure rondom belangenverstrengeling is niet voldoende om te kunnen concluderen dat aan de herstelopdracht is voldaan. De wet vereist dat het intern toezicht, onder meer, toezicht houdt op de naleving door het bestuur van de code voor goed bestuur en de afwijkingen van die code (art. 24e1, eerste lid sub b WVO). In de statuten van de stichting SvPO Amsterdam is sprake van intern toezicht, maar feitelijk is dat er niet. De posities in het intern toezicht zijn al maanden vacant en er zijn geen vactures. De bestuurder zegt het niet opportuun te vinden die posities nu in te vullen, in afwachting van de voorgenomen fusie tussen de afzonderlijke acht SvPObesturen. Het ontbreken van intern toezichthouders leidt logischerwijs tot de conclusie dat er geen toezicht gehouden wordt op de naleving van de code goed bestuur. De wet schrijft voor dat het bevoegd gezag er zorg voor draagt dat de functies van bestuur en intern toezicht op het bestuur in functionele of organieke zin zijn gescheiden (art. 24e, eerste lid WVO). SvPO voldoet hier niet aan en krijgt hiervoor een extra herstelopdracht.
Herstelopdracht 3: Het bestuur moet de tekortkomingen ten aanzien van professionalisering en zeggenschap over de inrichting van het onderwijs herstellen, zodat de kwaliteitscultuur op de school voldoet aan de wettelijke eisen. Resultaat: Deels voldaan. Leraren hebben in de praktijk te weinig mogelijkheden om zich te professionaliseren. Leraren hebben wel voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven. Toelichting: De wet schrijft voor dat de beschrijving van het personeelsbeleid in het schoolplan in elk geval omvat het voldoen aan de eisen van bevoegdheid en de wijze waarop de bekwaamheid wordt onderhouden, alsook de maatregelen met betrekking tot het personeel die bijdragen aan de ontwikkeling en de uitvoering van het onderwijskundig beleid (art. 24 derde lid, sub a en b WVO). Dit veronderstelt dat het bestuur van een school bevordert dat de schoolleiding en teams gezamenlijk werken aan hun professionaliteit in relatie tot de bekwaamheidseisen en aan een gezamenlijke verbetercultuur (Onderzoekskader Inspectie van het Onderwijs, standaard BKA1). Het bestuur stelt 10 procent in de normjaartaak en een budget beschikbaar voor professionalisering. Leraren vertellen
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
11/21
ons echter dat er in de praktijk onvoldoende mogelijkheden zijn om ook daadwerkelijk aan de eigen professionele ontwikkeling te werken. Zo moeten leraren als zij een scholing willen volgen zelf voor vervanging zorgen en dat blijkt niet goed mogelijk. Leraren vertellen ons dat ze daarom geen, of in eigen tijd, cursussen volgen. Of ze beperken zich tot de aanschaf van literatuur vanuit het sectiebudget. Van gezamenlijk werken aan hun professionaliteit en het nastreven van een gezamenlijke verbetercultuur komt door gebrek aan tijd ook nauwelijks iets terecht. Ruimte om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, zoals de wet vereist (art. 32e, eerste, tot en met derde lid WVO) is er inmiddels wel. Leraren zeggen voldoende professionele ruimte te ervaren. De school beschikt tevens over bevoegde leraren, of leraren die daartoe in opleiding zijn. Met de laatste groep leraren zijn afspraken gemaakt om te zorgen dat zij de noodzakelijke kwalificaties behalen.
Herstelopdracht 4: Het bestuur moet ervoor zorgen dat de MR-verkiezingen voldoen aan de wettelijke eisen. Resultaat: Voldaan. Het is voor de kiezers nu niet meer in te zien hoe het stemverloop is. Toelichting: Bij eerdere MR-verkiezingen voor SvPO Amsterdam bleek dat niet voldaan werd aan de wettelijke eis de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad geschiedt bij geheime schriftelijke stemming (art. 10, derde lid WMS). Door een fout in het computersysteem waren de tussentijdse uitkomsten van de verkiezingen zichtbaar. De fout in de software is, zo vertellen MR en bestuur ons, inmddels verholpen waardoor bij verkiezingen de stemming weer geheim kan verlopen. Herstelopdracht 5: Het bestuur moet de MR-leden in staat stellen om werkzaamheden voor de MR te verrichten zonder daarvoor van de goede wil van anderen afhankelijk te zijn. Resultaat: Voldaan. De leraren die lid zijn van de MR van SvPO Amsterdam kunnen een deel van hun mentoruren inzetten voor MRwerkzaamheden. Toelichting: Het bestuur moet conform de wet een regeling treffen voor de personeelsleden van de MR voor faciliteiten in tijd ten behoeve van het voeren van overleg, scholing en overige medezeggenschapsactiviteiten (art. 28, derde lid WMS). Dit was voorheen niet het geval, maar nu is afgesproken dat leraren een deel
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
12/21
van hun mentoruren kunnen inzetten voor MR-werkzaamheden. De leraren zeggen dat ze hiermee voldoende zijn gefaciliteerd.
Herstelopdracht 6: Het bestuur moet zorgen dat de communicatie met de MR voldoet aan de genoemde wettelijke eisen. Resultaat: Niet voldaan. De MR ervaart een gebrek aan transparantie in de communicatie met het bestuur. Toelichting: Het bestuur en de MR hebben geen direct overleg met elkaar (WMS, art. 6 lid 1). Dit overleg is door het bestuur gedelegeed naar de schoolleiding. Het bestuur reageert uitsluitend per mail op reacties van de MR op instemmings- en adviesverzoeken. Er zijn overigens geen onderwerpen waar de MR advies of instemming is onthouden. Herstelopdracht 7: Het bestuur moet de intern toezichthouder afdoende informeren. De intern toezichthouder moet toezicht houden op alle in de wet genoemde onderwerpen. Resultaat: Niet voldaan. Er is geen intern toezicht waardoor niet voldaan wordt aan de wettelijke eisen omtrent het interne toezicht. Toelichting: Een interne toezichthouder kan alleen onafhankelijk functioneren (art. 24e, tweede lid WVO en art. 24e1, tweede lid WVO) en toezicht houden op alle in de wet genoemde onderwerpen (art. 24e1 eerste lid WVO) als het bestuur de interne toezichthouder afdoende informeert. Bij SVPO Amsterdam is echter geen sprake van intern toezicht, met als gevolg dat aan de wettelijke vereisten niet voldaan wordt. Zie verder de toelichting bij herstelopdracht 2.
Herstelopdracht 8: Het intern toezicht moet jaarlijks verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en uitoefening van bevoegdheden op de SvPO Amsterdam. Resultaat: Niet beoordeeld. Toelichting: De toezichthouder of het toezichthoudend orgaan is onder meer belast met belast met het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het jaarverslag (art. 24e1, eerste lid, sub e WVO.). Of dit is gebeurd, hebben we niet beoordeeld in dit
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
13/21
herstelonderzoek. Het bestuur van SvPO Amsterdam staat op dit moment onder verscherpt financieel toezicht. Dit toezicht is er onder meer op gericht om vast te stellen of het jaarverslag voldoet aan de wettelijke eisen. In de rapportage die de inspectie op basis van het financieel toezicht opstelt, zullen we beoordelen of het jaarverslag 2020 van het bestuur aan de wettelijke eisen voldoet.
Herstelopdracht 9: Het bestuur moet zorgen dat de schoolgids 2020/2021 per school de door de wet vereiste informatie over die school geeft. Resultaat: Voldaan. De schoolgids bevat een passage over de bevindingen uit het systeem van kwaliteitszorg. Toelichting: De wet stelt eisen aan de schoolgids. Zo moet het bestuur in de schoolgids de bevindingen van het systeem van kwaliteitszorg beschrijven. We stellen vast dat de schoolgids deze bevindingen beschrijft, waar het gaat om de onderwijsresultaten en de wijze waarop het bestuur de kwaliteitszorg in de prakijkt brengt. Herstelopdracht 10: Het bestuur moet ervoor zorgen dat het jaarverslag voldoet aan de regeling jaarverslaglegging onderwijs (rjo). Dit geldt vanaf het jaarverslag 2020, dat in juli 2021 met de inspectie gedeeld moet zijn. Resultaat: Niet beoordeeld. Toelichting: Het jaarverslag moet voldoen aan art. 2, 3 en 4 Rjo. Of dat het geval is, hebben we in dit herstelonderzoek niet beoordeeld. Zie verder de toelichting bij herstelopdracht 7.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
14/21
3 . Afspraken over vervolgtoezicht Dit hoofdstuk bevat het vervolg van het toezicht. We sommen eerst in paragraaf 3.1 de in 2021 vastgestelde tekortkomingen op die ten tijde van het herstelonderzoek van 2022 niet zijn hersteld (zie hoofdstuk 2) en formuleren daarbij opnieuw herstelopdrachten. Daarna beschrijven we in paragraaf 3.2 hoe de inspectie zal toezien op het uitvoeren van de herstelopdrachten door het bestuur en hoe ze de wet zal handhaven. 3.1 Tekortkomingen en herstelopdrachten Nr.
Tekortkoming
Herstelopdracht
Wat doet de inspectie?
1
Het stelsel van kwaliteitszorg schiet tekort in de uitvoering en is ontoereikend voor de bewaking en de verbetering van de onderwijskwaliteit. Het bestuur voldoet daarmee niet aan art. 24, vierde lid WVO en art. 23a WVO.
Het bestuur moet onverwijld zorg dragen voor een stelsel van kwaliteitszorg waarmee het alle elementen van de onderwijskwaliteit bewaakt en op grond waarvan het zo nodig verbetermaatregelen kan treffen. Het bestuur moet dit stelsel vervolgens uitvoeren.
De inspectie ziet er op basis van de verantwoording door het bestuur op toe dat het bestuur onverwijld een stelsel van kwaliteitszorg ten uitvoering brengt.
Het bevoegd gezag kent geen wettelijk voorgeschreven interne toezichthouder (art. 24e, eerste lid WVO).
Het bestuur moet onverwijld zorgen voor intern toezicht en dat de functies van bestuur en intern toezicht op het bestuur in functionele of organieke zin zijn gescheiden.
De inspectie ziet er op basis van de verantwoording door het bestuur op toe dat het bestuur onverwijld een stelsel van kwaliteitszorg ten uitvoering brengt.
2
Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdracht is voldaan.
Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdracht is voldaan. 3
De intern toezichthouder houdt geen toezicht op de naleving door het bestuur van de code voor goed bestuur (art. 103 lid lid 5 b WVO).
Het bestuur moet onverwijld zorgen dat het intern toezicht toezicht houdt op de naleving door het bestuur van de code voor goed bestuur.
De inspectie ziet er op basis van de verantwoording door het bestuur op toe dat het bestuur onverwijld een stelsel van kwaliteitszorg ten uitvoering brengt.
Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdracht is voldaan.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
15/21
Nr.
Tekortkoming
Herstelopdracht
Wat doet de inspectie?
4
Het bestuur faciliteert in onvoldoende mate professionalisering en het gezamenlijk werken aan beter onderwijs door het team van schoolleiding en docenten. Daardoor draagt het bestuur onvoldoende zorg voor de kwaliteit van het onderwijs (art. 23a en 24 lid 4 WVO).
Het bestuur moet de tekortkomingen ten aanzien van professionalisering en zeggenschap over de inrichting van het onderwijs onverwijld herstellen, zodat de kwaliteitscultuur op de school voldoet aan de wettelijke eisen.
De inspectie ziet er op basis van de verantwoording door het bestuur op toe dat het bestuur onverwijld een stelsel van kwaliteitszorg ten uitvoering brengt.
Het functioneren van het intern toezicht voldoet niet aan de wet omdat de toezichthouders in onvoldoende mate onafhankelijk en deugdelijk toezicht houden (artikel 24 e, tweede lid en art. 24 e1, eerste lid, sub b en c, tweede en derde lid WVO)
Het bestuur moet onverwijld zorgen dat er intern toezicht. Dan moet het bestuur de interne toezichthouder afdoende informeren. De interne toezichthouder moet toezicht houden op alle in de wet genoemde onderwerpen.
De inspectie ziet er op basis van de verantwoording door het bestuur op toe dat het bestuur onverwijld een stelsel van kwaliteitszorg ten uitvoering brengt.
5
Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdracht is voldaan.
Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdracht is voldaan.
3.2 Vervolgtoezicht Het bestuur moet de tekortkomingen per direct herstellen en de inspectie daarover informeren. Het bestuur moet binnen zes weken na vaststelling van het rapport schriftelijk melden of het bereid is om de herstelopdrachten uit te voeren en zich daarover te verantwoorden. Uiterlijk in januari 2023 zal de inspectie een herstelonderzoek uitvoeren om vast te stellen of aan de herstelopdrachten is voldaan. Gelet op de bevinding dat aan meerdere herstelopdrachten niet is voldaan, beraadt de inspectie zicht op een bekostigingssanctie om alsnog naleving van de wet af te dwingen. Als de inspectie daartoe besluit, zal het bestuur daarover in een aparte brief worden geïnformeerd.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
16/21
4 . Reactie van het bestuur Hieronder geeft het bestuur aan op welke wijze het de bevindingen uit het onderzoek betrekt bij de verdere ontwikkeling van de bestuurlijke kwaliteitszorg. Sinds 7 juni 2022 kent de school - evenals de overige SvPOschoolstichtingen - een nieuw bestuur dat op interim basis aan de slag is gegaan, nadat de voormalig bestuurder zijn taken heeft neergelegd en is teruggetreden. Het interim bestuur bestaat uit vijf parttime leden waarvan drie leden (mevrouw Yolande Ulenaers, de heren Van Bennekom en Straathof) de rol van dagelijks bestuur vervullen en twee leden (de heren Van Asseldonk en Van der Knaap) een toezichthoudende rol hebben. Het interim bestuur heeft als opdracht van de minister voor Primair en Voortgezet onderwijs meegekregen om de rust in de scholen terug te brengen en voor continuïteit van het onderwijs te zorgen. Hiernaast is het bestuur aan de slag om de herstelopdrachten van de Inspectie van het Onderwijs uit te voeren en de kwaliteit van de scholen in Amsterdam, Hoorn en Utrecht op het vereiste niveau te brengen. Het interim bestuur gaat er vanuit dat de Inspectie van het Onderwijs in haar beoordeling rekening houdt met de beperkte periode dat het nieuwe bestuur aan het werk is. Het bestuur van de SvPO-school in Amsterdam diende tien herstelopdrachten uit te voeren.
Op basis van het ontvangen conceptrapport geeft het bestuur een reactie op het verloop van deze herstelopdrachten en de stand van zaken rond de zes nieuwe herstelopdrachten die op basis van dit onderzoek resteren.
Herstelopdracht 1 Het bestuur moet zorg dragen voor een stelsel van kwaliteitszorg waarmee het alle elementen van de onderwijskwaliteit bewaakt en op grond waarvan het zo nodig verbetermaatregelen kan treffen. Het bestuur moet dit stelsel uitvoeren. Het bestuur heeft kennis genomen van de vorderingen die in het afgelopen half jaar zijn gemaakt ten aanzien van de kwaliteitszorg. Desalniettemin schiet het stelsel van de kwaliteitszorg nog tekort in de uitvoering en leidt het niet tot de gewenste kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Het bestuur ontwikkelt een kwaliteitszorgstelsel dat mede op basis van de reeds aanwezige instrumenten de volgende kenmerken heeft: • wordt door docenten, schoolleiders en bestuur als vanzelfsprekend ervaren; • heeft een cyclisch karakter; • kent betrokkenheid van schoolleiders en docenten; • geeft alle betrokkenen - inclusief de interne toezichthouders - een
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
17/21
goed overzicht; • kent sturing vanuit bestuur en schoolleiding; • voldoet aan de eisen van de WVO. Inmiddels is een dezer dagen een beleidsnota door het bestuur vastgesteld die in de genoemde voorwaarden voorziet en er op is gericht om schoolleiding en docenten een passende rol te geven in dit stelsel. Deze nota wordt op korte termijn besproken met de schoolleiders en de GMR i.o. Bovendien zijn schoolleiders en bestuur gestart met het uitvoeren van de verbetering van de interne kwaliteitszorg.
Herstelopdracht 2 Het bestuur moet gaan voldoen aan de wettelijke eisen rond de code Goed bestuur. De intern toezichthouder moet hier toezicht op houden. Vanaf 7 juni kent het bestuur van de school een duidelijke scheiding tussen uitvoering en toezicht. Dit bestuur hanteert de code Goed bestuur zoals die door de VO-raad is vastgelegd. Hiermee wordt voldaan aan de WVO.
Herstelopdracht 3 Het bestuur moet de tekortkomingen ten aanzien van professionalisering en zeggenschap over de inrichting van het onderwijs herstellen, zodat de kwaliteitscultuur op de school voldoet aan de wettelijke eisen. Aan de eis is volgens de inspectie deels voldaan. Leraren hebben wel voldoende vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische zeggenschap om het onderwijs naar eigen inzicht vorm te geven, maar hebben in de praktijk te weinig mogelijkheden om zich te professionaliseren. Het bestuur werkt in overleg met schoolleiders aan een scholingsplan voor het schooljaar 2022-2023 en wil dit in Q4 aan de school-MR voorleggen. Dit schooljaar ligt het accent bij de scholing van docenten op de uitvoering van het verbeterplan ‘Leren verbeteren’. Er wordt tijd ingeroosterd voor docenten, zodat zij daadwerkelijk met de scholing aan de slag kunnen gaan. Ook op het vakinhoudelijk terrein is er ruimte voor scholing. Alle docenten, die in het schooljaar 2022/2023 starten, hebben een scholingsbijeenkomst gehad, waarin ze vertrouwd zijn gemaakt met de werkwijze en het onderwijsconcept van de school. Het bestuur zal in overleg met iedere schoolleider een passend coachingstraject opstellen. Hiernaast worden er enkele
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
18/21
opleidingsdagen voor alle SvPO-schoolleiders verzorgd.
Herstelopdracht 4 De inspectie heeft geconstateerd dat deze herstelopdracht is uitgevoerd. De verkiezingen voor de MR zijn inmiddels geheim conform artikel 3.10 van de WMS. Aan deze opdracht is dus voldaan. Herstelopdracht 5 De inspectie heeft geconstateerd dat deze herstelopdracht is uitgevoerd. Docenten ontvangen een vergoeding in tijd om deel te kunnen nemen aan de MR. Herstelopdracht 6 Het bestuur moet zorgen dat de communicatie met de MR voldoet aan de genoemde wettelijke eisen. Inmiddels heeft het interim bestuur gesprekken gevoerd met de leden van de MR. De afspraak is gemaakt om ongeveer eens in de zes weken met elkaar (bestuur en MR) te vergaderen. De agenda wordt in onderling overleg opgesteld.
Herstelopdracht 7: Het bestuur moet de intern toezichthouder afdoende informeren. De intern toezichthouder moet toezicht houden op alle in de wet genoemde onderwerpen. Vanaf 7 juni kent het bestuur van de school een duidelijke scheiding tussen uitvoering en toezicht. Het dagelijks bestuur van drie leden is belast met de uitvoering van het bestuur. Twee bestuursleden zijn belast met het toezicht. Deze toezichthouders hebben toegang tot alle informatie en vergaderden in de afgelopen periode om de week met het dagelijks bestuur om toe te zien op de uitvoering van de bestuurstaken door het dagelijks bestuur en de naleving van de code voor goed bestuur. De toezichthouders kunnen hun werkzaamheden deugdelijk en volstrekt onafhankelijk uitvoeren. De toezichthouders zijn aanwezig bij de voortgangsgesprekken die in deze periode met het ministerie van OCW worden gevoerd. Vanaf september is er een vergaderschema opgesteld waarbij de toezichthouders tenminste eenmaal in de vier weken vergaderen met het dagelijks bestuur. Hiermee is naar de opvatting van het bestuur aan deze herstelopdrachten voldaan. Het bestuur is voornemens de scheiding
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
19/21
van bestuur en toezicht ook statutair vast te leggen.
Herstelopdracht 8 en 10: Het intern toezicht moet jaarlijks verantwoording afleggen over de uitvoering van de taken en uitoefening van bevoegdheden op de SvPO Amsterdam. Het bestuur moet ervoor zorgen dat het jaarverslag voldoet aan de regeling jaarverslaglegging onderwijs (rjo). Deze opdrachten zijn niet beoordeeld. Herstelopdracht 9 De inspectie constateert in het vervolgtoezicht dat de schoolgids inmiddels wel de vereiste informatie verschaft over het systeem van kwaliteitszorg. Daarmee is voldaan aan deze herstelopdracht. Vijf nieuwe herstelopdrachten De inspectie formuleert aan het eind van het rapport vijf nieuwe herstelopdrachten. Het interim bestuur is van opvatting dat inmiddels ook aan de nieuwe herstelopdrachten 2 en 5 is voldaan door de code Goed bestuur van de VO-raad te onderschrijven en een duidelijke scheiding aan te brengen tussen de toezichthoudende leden van het bestuur en het uitvoerende dagelijkse bestuur. Voor de toezichthoudende leden zijn garanties gecreëerd om hun toezichthoudende taak deugdelijk en onafhankelijk te kunnen uitvoeren. Dit schooljaar wordt er voor docenten tijd ingeroosterd om zich te kunnen scholen. Daarmee wordt voor een belangrijk deel ook voldaan aan herstelopdracht 4.
Samenvattend De inspectie heeft geconstateerd dat aan de herstelopdrachten 4, 5 en 9, geheel en opdracht 3 deels is voldaan. De opdrachten 8 en 10 zijn niet onderzocht. De inspectie formuleert aan het eind van het rapport vijf nieuwe herstelopdrachten. Het interim bestuur is van opvatting dat inmiddels ook aan de nieuwe herstelopdrachten 2, 3 en 5 is voldaan. Aan opdracht 4 is deels voldaan. Voor de resterende herstelopdracht 1 (opdracht 7 en 8 buiten beschouwing latend) zijn inmiddels belangrijke stappen gezet.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
20/21
Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060