bijlage 2. Halfjaarrapportage Q3-Q4 2020 Programma Lightrail 2020-2040.pdf
Tekst van het document
Versie 1.0 Datum 18 maart 2021 PLR/OVG/00723
Halfjaarrapportage Q3 en Q4 2020 Programma Lightrail 2020 -2040
*Z10B3303035*
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
Inhoud
1.
Inleiding 1.1 Doel rapportage en rapportageperiode 1.2 Managementsamenvatting 1.3 Leeswijzer 2. Voortgang programma 2.1 Inleiding 2.2 Realiseren Amsterdamse bijdrage aan MASH 2.3 Stakeholdermanagement binnen gemeente Amsterdam en context 3 Programmabeheersing 3.1 Programmaplanning 3.2 Financiën 3.3 Risicomanagement 3.4 Tegenspraak
3 3 3 4 5 6 7 9 9 9 11 11
2
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
1. Inleiding
1.1
Doel rapportage en rapportageperiode
Voor u ligt de rapportage over het tweede halve jaar 2020 van het Programma Lightrail 2020 2040. Het programma is ondergebracht bij de afdeling Bijzondere Opdrachten van Metro en Tram (MET). Het Programma Lightrail 2020-2040 levert de Amsterdamse bijdrage aan het onderzoek naar 2 metro-uitbreidingen (doortrekken Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn) onder de naam Toekomstbestending Mobiliteitssysteem Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (MASH). Deze rapportage geeft het gemeentebestuur, de gemeentedirecties en de strategische partners inzicht in het gevolgde proces in de tweede helft van 2020. Voorheen werden kwartaalrapportages gemaakt, maar omdat de inhoudelijke rapportage 11 juni is vastgesteld door de Programmaraad Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) is de hoeveelheid activiteiten daarna teruggeschroefd, in afwachting van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) van november, en kan worden volstaan met een half jaarrapportage.
1.2
Managementsamenvatting
Met de afronding van de onderzoekfase en het voornemen tot een verkenning voor het metropakket westkant Amsterdam (doortrekken NZL naar Schiphol en Hoofddorp en sluiten Ringlijn tussen Isolatorweg en Centraal Station) in het Bestuurlijk Overleg (BO) MIRT van november 2020, is in anderhalf jaar de stap gemaakt van een zo nu en dan geopperd idee over het doortrekken van de metro naar Schiphol, tot een concreet en onderbouwd besluit dat deze 2 metrolijnen van groot belang zijn voor de bereikbaarheid van Nederland, het kunnen realiseren van de woningopgave, de gebiedsontwikkeling en de transitie van vliegverkeer naar trein. Daarmee heeft het in 2019 gestarte programma Lightrail haar topdoelstelling gerealiseerd. Dat gevoegd bij het feit dat de MASH partners onder leiding van voormalig wethouder Sharon Dijksma een bijdrage van € 1,025 miljard voor deze lijnen op tafel hebben gelegd maakt dat het programma zich nu in afstemming met het Rijk voorbereidt op de volgende fase (verkenning en waar mogelijk al planuitwerking). In afwachting van het formele bestuurlijke besluit over de verkenning (er moet dan zicht zijn op 75% financiering) heeft het programma de uitvoerende werkzaamheden teruggeschroefd gaande de tweede helft van 2020. Het project is opgevoerd bij het Groeifonds en is in behandeling bij de aangestelde adviescommissie.
In Q1-2021 wordt hier meer informatie / procesinzage verwacht. Met het Rijk wordt overlegd of eventueel ook een verkenning gestart kan worden als het zicht op 76% financiering nog niet is bereikt.
3
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
Tevens wordt er vanuit het programma Lightrail verder gewerkt aan een aantal “no regret maatregelen” ten aanzien van het raakvlak met Zuidasdok. Onder no regret maatregelen worden beperkte scope-aanpassingen bij project Zuidasdok verstaan die ten goede komen aan een toekomstige doortrekking van de Noord/Zuidlijn (in 1x het juiste bouwen). Daarnaast wordt zoals gezegd gewerkt aan de voorbereiding voor de volgende fase.
1.3
Leeswijzer
De voortgang van het Programma Lightrail 2020- 2040 is beschreven in hoofdstuk 2. Hierbij wordt specifiek ingegaan op het Amsterdamse aandeel in het hypotheseonderzoek en de aanpak van het stakeholdermanagement. In hoofdstuk drie worden de verschillende beheersingsaspecten van het programma toegelicht waaronder de programmaplanning, begroting en financiën en het risicomanagement.
4
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
2. Voortgang programma
2.1
Inleiding
De gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer, Schiphol, KLM, NS, ProRail en de Vervoerregio Amsterdam (VRA) werken sinds januari 2019 gezamenlijk de hypothese uit dat het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn een groot probleemoplossend vermogen heeft voor de bereikbaarheidsopgave aan de westzijde van de stad. De VRA heeft hierbij de coördinerende rol tussen de 7 partijen. De uitwerking van de hypothese wordt aangeduid met de naam Toekomstbestendig Mobiliteitssysteem AmsterdamSchiphol-Hoofddorp (MASH). De 7 partijen hebben de uitwerking verdeeld aan de hand van drie hoofdwerkstromen: a) Tracé en kosten (trekker: gemeente Amsterdam, gemeente Haarlemmermeer) b) Bekostiging & business case (trekkers: gemeente Amsterdam en Schiphol) c) Vervoerskundige uitwerking (trekkers: ProRail, NS en VRA)
Programma Lightrail 2020-2040 Het Programma Lightrail 2020 – 2040 richt zich op: 1. Het realiseren van de Amsterdamse bijdrage aan MASH: advies voor voorkeurstracés naar Schiphol-Hoofddorp en het sluiten van de Ringlijn tussen station Isolatorweg naar Centraal Station, inclusief hoofdkeuzes t.a.v. systemen en rijdend materieel. Van deze voorkeursvariant zal een kostenindicatie opgesteld worden voor de initiële aanleg, exploitatie en beheer & onderhoudskosten. 2. In het licht van de prioriteit voor deze 2 mogelijke uitbreidingen van het metronet komen tot, en bijhouden van, een lightrail agenda gericht op het bereikbaar en leefbaar houden van Amsterdam in de periode 2020 – 2040. 3. Het programmateam vormt de verbindende factor tussen de verschillende stakeholders binnen de gemeente Amsterdam (en overige stakeholders in samenwerking met de VRA), stelt het gemeenschappelijk belang centraal bij de inhoudelijke uitwerking en neemt bij eventuele conflicten in belangen, een faciliterende rol in om deze te overbruggen en tot besluitvorming te brengen.
5
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
2.2
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
Realiseren Amsterdamse bijdrage aan MASH
Met de oplevering en goedkeuring van de rapportage in juni 2020 door de programmaraad aan SBAB brak in het tweede half jaar een andere fase aan. De programmaraad had ingestemd met de voorkeursoptie voor de metro naar Schiphol en Hoofddorp en had nog diverse uitzoekpunten geformuleerd voor de afweging tussen trein en metro waar het traject Amsterdam centraal/Sloterdijk Schiphol betrof (sluiten Ringlijn). Deze uitzoekpunten werden ondergebracht bij een onderdeel van SBAB (programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid). De werkstroom Tracé, Systeemkeuzes en Kosten kon in de tweede helft van 20020 een tandje terugschakelen. Zij had haar eindrapportage uitgebracht en heeft in het tweede half jaar nog ondersteuning verleend aan SBAB op het punt van de vergelijking ringlijn metro sluiten vs. trein. Ook heeft zij op het punt van tracé en kosten nog enkele verdiepingslagen op zowel de kosten (aanvullende SSK-raming) als de techniek gemaakt. Ook is in afstemming met de partners verder gewerkt aan de studie de metro-uitbreidingen van de Noord/Zuidlijn (NZL) naar de Amstelveenseweg (en evt. Johan Huizingalaan), en de Ringlijn van Isolatorweg naar Hemknoop/Transformatorweg versneld te kunnen realiseren na de coronacrisis. Vooral Zuid lijkt interessant in verband met synergie met het ontwerp- en aanbestedingstraject van Zuidasdok.
Het is ook van belang om uitdagende onderdelen in het werk zoals station Amstelveenseweg en Schinkelbrug snel op te pakken. Met project Zuidasdok zijn enkele no-regret aanpassingen in het ontwerp van Zuidasdok afgesproken om ons zo goed mogelijk voor te bereiden voor de NZL. Het ontwerpbureau van Zuidasdok gaat hiermee in de eerste helft van 2021 aan de slag. Werkstroom b) bekostiging & businesscase heeft zich in de tweede helft van het jaar geconcentreerd op het regionale bod. Uiteindelijk zijn de contouren hiervan neergelegd in het rapport “Een beter bereikbaar Nederland” (d.d. 10 november 2020) van Roger van Boxtel, waarin de regio aangeeft € 1,025 miljard bij te dragen aan de aanleg van de twee metrolijnen. De raad is hierover op 12 november 2020 geïnformeerd tegelijk met de Regioraad .
Werkstroom c) vervoerskundige uitwerking heeft haar werkzaamheden beëindigd in de zomer van 2020 Overkoepelende activiteiten richting Programmaraad SBAB (juni) en BO MIRT (november) Zoals in de vorige rapportage gemeld heeft de programmaraad van SBAB op 11 juni 2020 het volgende besloten: Akkoord voor het verder onderzoeken van een gefaseerde verlenging van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol (“no regret”) en Hoofddorp; Nadere uitwerking van de multimodale bereikbaarheidspakketten a) Noord/Zuidlijn en Ringlijn en b) Noord/Zuidlijn en Airportsprinter; Nadere uitwerking van wegenpakket in aanvulling op het OV-pakket; Nadere uitwerking van de bekostiging van het multimodale bereikbaarheidspakket dat de basis zal vormen voor de verkenningsfase. Voor de uitwerking van bovenstaande onderzoekspakketten is besloten om de werkorganisaties van MASH en ZWASH (programma Zuidwest Amsterdam Schiphol Hoofddorp) samen te voegen
6
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
onder de governance van het programma SBAB. Gezamenlijk opdrachtgeverschap lag bij het Rijk en de Regio MRA. Vanuit de regio is een manager van het programma Lightrail van Amsterdam als duo projectleider aangewezen. In het MIRT-onderzoek Zuidwest Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) zijn diverse oplossingen onderzocht op het vlak van metro, spoor en weg om dit gebied goed bereikbaar te houden en tegelijkertijd te ontwikkelen tot een internationale toplocatie. Daarbij zijn mogelijkheden verkend voor nieuwe woningen en werklocaties in relatie tot de mobiliteitsopgave. De volgende locaties zijn bestudeerd: Zuidas, Schinkel, Schiphol Noord, Schiphol Centrum en het stationsgebied van Hoofddorp. In het BO MIRT van 25 november 2020 is vastgesteld dat het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam Schiphol Hoofddorp als afgerond beschouwd wordt en zijn de conclusies vastgesteld. Daarmee zijn het doortrekken van de NZL tot Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de metroring (Ringlijn) tussen Amsterdam Centraal Station en Isolatorweg als voorkeursalternatieven uitgesproken voor het ontlasten van treininfrastructuur, het creëren van een internationaal vestigingsklimaat op de kerncorridor en het stimuleren van extra woningbouw en werkgelegenheid aan de westkant van de MRA.
Voor ZWASH is afgesproken dat de MIRT-verkenning zou kunnen starten zodra er zicht is op 75% financiering door het Rijk en de regio. De komende periode treft het programma wel alle voorbereidingen om snel van start te kunnen, zodra er zicht is op de benodigde financiering. Voor die financiering is de regionale bereidheid om € 1,025 miljard op tafel te leggen een belangrijk startpunt. Gezocht wordt naar verdere middelen waarbij het Groeifonds nadrukkelijk in beeld is. Het Programma Lightrail stelt, met input van de overige 6 MASH partijen en het Rijk, een voorstel op voor de benodigde programma organisatie voor de MIRT-verkenningsfase zodra die van start kan gaan.
2.3
Stakeholdermanagement binnen gemeente Amsterdam en context
Het stakeholdermanagement van MASH wordt opgepakt door de VRA, waaraan het Programma Lightrail actief bijdraagt. Via de klankbordgroepen van SBAB worden de stakeholders, waaronder GVB, Almere en provincie Noord-Holland, geïnformeerd. Medewerkers van Programma Lightrail onderhielden ook contacten met MRA en het ministerie van I&W. Het stakeholdermanagement van Programma Lightrail 2020 -2040 is in eerste instantie gericht op de verschillende directies binnen de gemeente Amsterdam. De betrokken teamleiders van Verkeer & Openbare Ruimte, Ruimte & Duurzaamheid, Economische Zaken, Clusterstaf Ruimte & Economie, Public Affairs en Bestuurlijke Projecten en het Programma Lightrail 2020-2040 stemmen de voortgang van de verschillende mobiliteits- en gebiedsontwikkelingen, en de Amsterdamse inzet daarin, met elkaar af.
7
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
Rijk en Regio Met de positieve besluitvorming ten aanzien van de metrolijnen in het BO MIRT richt het stakeholdermanagement zich primair op het vinden van aanvullende dekking, zodat de verkenningsfase van start kan. Raakvlakken projecten en programma’s MASH heeft vele raakvlakken met lopende projecten en programma’s. Net als in vorige kwartalen zijn contacten onderhouden met onder andere Werkgroep Schaalsprong OV, Verstedelijkingsstrategie en Businesscase G4, Regionaal Toekomstbeeld OV 2040, Schiphol Area Development Company, Airport Sprinter, Project Zuidasdok en Programma Signalling & Control. Intensieve samenwerking vindt plaats met de werkgroep ZWASH. Ook met programma’s HavenStad, Schinkelkwartier en Oude Haagsche Weg vindt structurele afstemming plaats over tracés, stations, grondposities en sociale doelen en impact van de metro-uitbreidingen. Communicatie Aan de communicatie werkgroep zijn ook de woordvoerders van het ministerie I&W en de provincie Noord-Holland toegevoegd, om de samenwerking, die de komende periode alleen maar intensiever zal worden, te versterken. Er is met name veel publiciteit geweest rond het regionale bod zoals dat door voormalig wethouder en portefeuillehouder Dijksma is bekend gemaakt.
8
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
3 Programmabeheersing
3.1 Programmaplanning Met de positieve besluitvorming in het BO MIRT van 25 november 2020 is het hoofddoel van de onderzoekfase van programma Lightrail gerealiseerd. Een nieuwe planning is in afwachting van duidelijkheid over de financiering, een traject waar het programma slechts zijdelings een rol bij speelt. Wel worden werkzaamheden afgestemd met project Zuidasdok en wordt expertise en onderzoekinzet geleverd aan SBAB ter voorbereiding op de verkenningsfase zodra er zicht op financiering is. In het directeurenoverleg SBAB is eveneens geconstateerd dat de aanleg van de metrolijnen urgent is en is ruimte gegeven aan de organisatie om alvast een aantal zaken in gang te zetten. Programma Lightrail werkt hier actief aan mee. .
3.2 Financiën Begroting De kosten voor de onderzoeksfase zijn geraamd op circa € 1 miljoen voor 2019 en € 2 miljoen voor 2020. Deze kosten bestaan uit kosten voor capaciteit van het programmateam zoals opgenomen in het Programmaplan in hoofdstuk 5, paragraaf 3 (2019: € 0,23 miljoen, 2020 € 1 miljoen) en out of pocket kosten zoals o.a. advieskosten tracéonderzoek en communicatiemiddelen (2019 € 0,77 miljoen en 2020 € 1 miljoen). De financiële dekking voor 2019 en 2020 is voorzien uit gelijke bijdragen uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) en het Vereveningsfonds (VEF). In Q4 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met deze dekking via het vaststellen van de gemeentebegroting 2020 en de Najaarsnota 2019. De bijdrage uit VEF voor 2020 (€ 1 miljoen) is in de Voorjaarsnota 2020 opgenomen. De gemeenteraad heeft per 1 juli 2020 hiermee ingestemd. Voor 2021 is een financiële dekking van € 1 miljoen voorzien vanuit het SMF-fonds.
Financiële stand van zaken Prognose einde werk In onderstaand tabel is de prognose einde werk weergegeven tot en met 2021. Met de fondsbeheerder van het SMF is de afspraak gemaakt om het resterende budget uit 2020, als gevolg van onder-uitputting, door te schuiven naar 2021. Het totaal beschikbaar budget tot en met 2021 bedraagt € 3.775.954.
9
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
Toelichting op Engineeringskosten: De stand van de aangegane verplichtingen en cumulatieve uitgaven blijven binnen het toegekende budget. Voor 2021 wordt rekening gehouden met een nog te verplichten bedrag van € 1.926.997. Dit betreft naast personele inzet ook advies- en onderzoeken zoals de ontwerpwerkzaamheden van no-regrets, ad € 450.000 en bijdrage ZWASH ad € 200.000.
10
Gemeente Amsterdam Q3+Q4 rapportage Programma lightrail 2020-2040
Versie 0.9 Datum 18 maart 2021 Kenmerk PLR/OVG/00723
3.3 Risicomanagement Het risicomanagement voor het Programma Lightrail 2020 – 2040 is gericht op het succesvol behalen van de programmadoelstellingen. Met het positieve besluit in het BO-MIRT en de vermoedelijke inbreng van het metropakket in het Groeifonds zijn belangrijke risico’s van de onderzoekfase weggevallen. De belangrijkste twee risico’s die nu worden onderkend zijn het volgende: Zicht op financiering Het vinden van voldoende zicht op financiering (75% van de aanlegkosten) om met de verkenning te kunnen starten is nu het hoofdrisico. Als dat niet lukt treedt vertraging op die niet alleen invloed heeft op de directe bereikbaarheid maar ook op het tempo waarin o.a. Havenstad ontsloten kan worden en de transitie van vliegen naar trein kan plaatsvinden. Het Groeifonds en anders de kabinetsformatie zijn de momenten om deze financiering voor elkaar te krijgen. Als beheersmaatregel wordt ook geïnventariseerd of, bij het ontbreken van zicht op 75% financiering, toch gestart kan worden met bepaalde werkzaamheden.
COVID-19 De invloed van COVID-19 op het project heeft uiteraard ook de volle aandacht. Het gaat dan om mobiliteitseffecten (al dan niet blijven) en mogelijke invloed op de financiering. Voor wat betreft het eerste was de situatie pre corona zo dat de lijnen feitelijk 3 a 4 jaar “te laat” gereed zouden zijn om de ergste knelpunten in het OV op te lossen. Door COVID wordt dit gat in ieder geval kleiner, maar er is geen reden te veronderstellen dat de metro’s niet meer nodig zijn voor zowel het opheffen van bereikbaarheidsknelpunten als de eerdergenoemde gebiedsontwikkeling en transitiedoelstelling.
3.4 Tegenspraak Eén van de lessen van de Noord/Zuidlijn is het belang van het organiseren van tegenspraak. Deze tegenspraak krijgt vooralsnog vorm door middel van second opinions. Dit is in de tweede helft van 2020 ingevuld door het laten opstellen van een SSK-raming, waarmee eerder uitgangspunten voor de raming verder getoetst en gehard werden Tevens is ten aanzien van het raakvlak met Zuidasdok veelvuldig gebruik gemaakt van het OV Overleg, waarin alle stakeholders betrokken zijn en benoemde uitdagingen en oplossingen breed besproken zijn. Daarnaast is tegenspraak binnen de gemeente georganiseerd op o.a. gebied van risicomanagement door bijvoorbeeld experts van Zuidasdok.
11