Bijlage 2 Gezamenlijk verbeterplan voor de afstemming en samenwerking nhd en de gem Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Gezamenlijk verbeterplan voor de afstemming en samenwerking Nood- en hulpdiensten en de gemeente Amsterdam Het verbeterplan is tot stand gekomen door de volgende partijen: Politie, Brandweer AmsterdamAmstelland, Ambulancedienst Amsterdam en de gemeente Amsterdam. Datum document: 15-01-2024
1. Aanleiding en doel De ambities in de openbare ruimte van Amsterdam zijn er op korte en lange termijn gericht om de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid in de stad te verbeteren. De nood- en hulpdiensten maken daar een belangrijk onderdeel van uit en zien dit als een gezamenlijk doel. Tegelijkertijd wordt de stad steeds drukker, door de groei van de stad en door het aantal bezoekers. Ook vinden er in Amsterdam dagelijks vele werkzaamheden plaats. Een spectrum aan geplande verkeersmaatregelen, projecten, evenementen, onderhoud en wegwerkzaamheden is noodzakelijk om te zorgen dat de ambities nu en in de toekomst behaald worden. Dit zet de bereikbaarheid (tijdelijk) onder druk. En raakt daarom ook direct het werken van de nood- en hulpdiensten. In een stad met veel verschillende belangen is dit dan altijd een kwestie van afwegingen maken. Een actueel en speciaal voorbeeld hiervan was de inzet van een omvangrijke proef om de mobiliteits- en leefbaarheidsgevolgen van een verkeersingreep te testen, zoals afgelopen zomer op de Weesperstraat. De impact hiervan was, zoals gebruikelijk en verwacht bij dit soort ingrepen, breder dan alleen de Weesperstraat.
In de uitvoering en evaluatie van deze proef is gebleken dat ondanks herhaalde intensieve gesprekken en communicatie niet voldoende (op de juiste beslissingsniveaus), tactisch en strategisch, en juiste momenten is gesproken over de gevolgen voor nood- en hulpdiensten. Kort na de uitvoering van de pilot zijn zowel de gemeente, als de nood- en hulpdiensten tot de conclusie gekomen dat er onderdelen in hun eigen organisaties en de onderlinge samenwerking verbeterd moesten worden. Dit verbeterplan is vooral ook een actieplan, waar zowel de gemeente, als de nood en hulpdiensten mee aan de slag gaan. Het plan bouwt voort op wat er al aan afstemming en samenwerking geregeld is, en breidt dit uit met maatregelen voor alle organisaties. Daarmee sluit het plan ook aan op het evaluatierapport dat nood-en hulpdiensten hebben opgesteld met aanbevelingen om het gezamenlijke proces te verbeteren. Deze aanbevelingen zijn meegenomen in de maatregelen die de directeur van Verkeer en Openbare Ruimte (V&OR) en stadsregisseur na de zomer 2023 samen met de nood- en hulpdiensten hebben opgesteld en afgesproken. Bestuurlijk is de wens geuit via de gemeenteraad en het college van B&W om de verbetermaatregelen extern te laten valideren. Dit is vastgelegd in motie 644.23 van 8 november 2023 van Wijnants c.s.
waarin expliciet gevraagd is een extern evaluatieonderzoek te doen naar de voorgestelde verbeteringen in de samenwerking tussen gemeente en nood- en hulpdiensten, dit gezamenlijk te doen, en de resultaten en de uitkomsten van dit onderzoek te delen. Dit verbeterplan is de basis voor de externe validatie, waarvan de uitkomsten invulling moeten geven aan de motie.
Het doel van dit plan is om een verdere uitwerking te geven aan de gemaakte afspraken om de samenwerking tussen gemeente en nood- en hulpdiensten te verbeteren. Hierbij is het van belang de type ingrepen en enkele bestaande processen en samenwerkingsvormen te beschrijven, om daarmee maatregelen concreet te maken die de samenwerking voor de lange termijn bestendigen. Er is nu ook al dagelijks afstemming tussen gemeente en nood-en hulpdiensten, dit plan vult daarop aan. Sommige maatregelen moeten verder onderzocht worden of kunnen op basis van nieuwe voorbeelden in de samenwerking verder uitgewerkt of aangescherpt worden. De inhoudelijke scope van dit verbeterplan is de bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten in relatie tot ingrepen in de openbare ruimte. Buiten deze scope vallen evenementen en de samenwerking met Nood-en Hulpdiensten op het domein openbare orde en veiligheid. Hier zijn aparte en werkende samenwerkingsprocessen en afwegingen voor. Wel zal in een enkel geval aan de orde komen waar de relatie met deze domeinen ligt. In dit document wordt meermaals gebruik gemaakt van de term ‘nood- en hulpdiensten’. Hiermee worden in dit plan specifiek de ambulancedienst Ambulance Amsterdam, de Brandweer Amsterdam-Amstelland en de Politie Eenheid Amsterdam bedoeld. Ook hebben de nood-en hulpdiensten met meer partijen te maken, dan de gemeente alleen.
Hun operatie wordt ook door meer zaken beïnvloed als alleen de afstemming rond bereikbaarheid met de gemeente (bijvoorbeeld financiering of arbeidsmarkt). Dit document laat die relaties en daarmee samenhangende vraagstukken buiten beschouwing
2. De context van samenwerken in de openbare ruimte van Amsterdam
Het belang en de verantwoordelijkheid van de nood- en hulpdiensten is om op elk moment van de dag elke plek in Amsterdam te kunnen bereiken. Er bestaat daarbij een wederkerige verantwoordelijkheid voor de bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten. Dit is essentieel in de samenwerking voor het samenwerken in de openbare ruimte. Het waarborgen van de veiligheid is een belangrijke prioriteit voor het gemeentebestuur. Daarbij moet veiligheid constant worden afgewogen met andere opgaven en belangen. Uitdaging daarbij is om het belang van de nood- en hulpdiensten goed af te blijven stemmen op zowel de korte als ook de lange termijndoelen, wetende dat er gewerkt wordt in de dynamische stad, waar niet alles maakbaar en vooraf te sturen is. Er spelen verwachtingen tussen de nood- en hulpdiensten en de gemeente over enerzijds het borgen en faciliteren van bereikbaarheid om veiligheid te kunnen waarborgen en anderzijds het veranderen naar een ander type bereikbaarheid om leefbaarheid te kunnen bewerkstelligen. Daarin speelt organisatorische culturele aspecten als waardering en herkenning van elkaars belangen een cruciale rol in de samenwerking. Omdat de doelen en wensen in een actuele situatie niet volledig aansluiten is een intensieve samenwerking essentieel, ook om duidelijk naar elkaar te maken wat je van elkaar kan verwachten.
Nu al vindt dagelijks afstemming plaats over de maatregelen die genomen worden om de impact van werkzaamheden in de openbare ruimte te beperken voor de cruciale partners. Dit overleg vindt plaats op verschillende niveaus en diverse tafels (formeel en informeel). Hieronder een uiteenzetting van de type aanleidingen. De huidige samenwerking en processen staan in de bijlage van dit document.
3. Technische en maatschappelijke aanleiding om de openbare ruimte structureel of tijdelijk aan te passen
Vanuit de context van de directie Verkeer en Openbare Ruimte zijn er grofweg twee type aanleidingen om de openbare ruimte aan te passen: een maatschappelijke en technische noodzakelijkheid. 1.
Maatschappelijke noodzaak - De maatschappelijke noodzaak heeft betrekking op bestuurlijke- en beleidsdoelen en is zodoende een verandering van de bestaande situatie en functionaliteit van de stad. 2. Technische noodzaak - De technische noodzaak heeft betrekking op de bestaande functionaliteit van de stad. De aanleiding om in te grijpen komt voort uit de behoefte om de veiligheid en leefbaarheid van de bestaande openbare ruimte te waarborgen. Buiten de context van de directie Verkeer en Openbare Ruimte zijn er veel andere partijen die ingrepen doen in de openbare ruimte, zoals bijvoorbeeld Waternet (riolering), kabel- en leidingbeheerders, en werk voortkomend uit gebiedsontwikkeling. Ook deze ingrepen worden meegenomen in de processen, waar ze impact hebben op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de openbare ruimte. Voor beide type aanleidingen kan het om een structurele of tijdelijke wijziging gaan van het verkeerssysteem. Type maatregelen: -
Ingrepen die leiden tot een structurele functionele wijziging van de openbare ruimte (bijv. een herinrichting of afsluiting voor doorgaand verkeer: De aanleiding kan vanuit technische noodzaak ontstaan (een brug voldoet niet meer aan de veiligheidseisen) met daarbij passende mogelijkheden om bestuurlijke doelen te realiseren waardoor de functionaliteit van de openbare ruimte structureel wijzigt na de ingreep. Daarmee kan deze ingreep zodoende aan zowel een maatschappelijke als technische noodzaak voldoen. Een structurele wijziging heeft ook vrijwel altijd een tijdelijk karakter bijvoorbeeld omdat een plek door uitvoering van de ingreep tijdelijk niet beschikbaar is.
-
Ingrepen die leiden tot een tijdelijke functionele wijziging van de openbare ruimte (bijv. werkzaamheden als groot onderhoud, pilots of klein werk): Ook in dit geval kan de aanleiding vanuit technische en maatschappelijke noodzaak ontstaan. Een voorbeeld is een straat die aan vervanging toe is vanuit technische noodzaak waardoor deze plek tijdelijk ontoegankelijk is maar waarbij na de ingreep dezelfde verkeerssituatie weer van toepassing is. Bij een maatschappelijke aanleiding kan het een ingreep met een proefondervindelijk karakter zijn, zoals bij de Pilot Weesperstraat. Hierbij wordt een verkeerssituatie tijdelijk aangepast om de effecten (gewenste en ongewenste), gevolgen en bevindingen in kaart te brengen, onder andere met behulp van metingen. Daarbij benadrukkend dat bij de proef op de Weesperstraat geen fysieke ingrepen zijn gedaan in de openbare ruimte.
De mate van impact (klein, gemiddeld, groot) van de ingrepen wordt bepaald door de tijdsduur, type afsluiting en functie in het netwerk. Hierbij is er ook verschil of er sprake is van een structurele of een tijdelijke ingreep. Qua tijdsduur hebben tijdelijke maatregelen in algemene zin een kortere duur dan een structurele aanpassing. De tijdsduur kan variëren van één dag tot anderhalf jaar, zoals bijvoorbeeld bij de renovatie van de Piet Heintunnel. Het type ingreep kan ook verschillen. Bij structurele wijzigingen kan de beschikbare ruimte kleiner of groter worden voor nood- en hulpdiensten of ertoe leiden dat de ruimte gedeeld moet worden met andere gebruikers. Vaak
spelen andere onderdelen en functies van het netwerk een grote rol bij ingrepen op een specifieke plek.
4. Doelen en maatregelen - het verbeterplan De bestaande processen hebben lang goed gefunctioneerd. Toch is er door de veranderende stad een gedeelde urgentie dat er bij ingrepen in de openbare ruimte een sterkere samenwerking tussen de nood- en hulpdiensten en de gemeente moet zijn. De gemeente en nood- en hulpdiensten staan samen aan de lat om de samenwerking de komende jaren te verbeteren. Er bestaat daarbij een wederkerige verantwoordelijkheid voor de bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten in Amsterdam. Daarom is door de nood- en hulpdiensten en de gemeente, in het najaar van 2023, een kort plan met aanbevelingen en maatregelen opgesteld. Deze afspraken vormen de basis voor de doelen en maatregelen zoals in dit hoofdstuk beschreven staan en een verbeterde samenwerking. Dit voorstel is samengesteld in samenwerking met alle partijen en ook vanuit de ervaringen van de afgelopen jaren. Daarbij is het uitgangspunt geweest om efficiënt gebruik te maken van de bestaande overleggen en netwerken die er al zijn. Dit zorgt voor een heldere structuur, er wordt voortgebouwd op wat er al is en voor de partijen in de stad is het ook efficiënter bij de inzet van hun medewerkers. De algemene noodzaak is bij urgente en actuele situaties op straat te kunnen schakelen tussen bestuurlijke en strategische afstemming en de tactische en operationele niveaus.
En anderzijds een structureel verbeterde samenwerking te onderhouden tussen, en op alle niveaus. De doelen van het verbeterplan zijn: Algemeen doel: 0. Uitwerking van dit verbeterplan voor de aparte organisaties Specifieke doelen: 1. Vroegtijdig en breed samenwerken: Nood- en hulpdiensten worden vooraf door de gemeente betrokken als vaste partner en werken breed samen bij het vormgeven van (strategische) bereikbaarheidsmaatregelen. 2. Stapeleffecten onder controle: Bewaak focus en integraliteit waardoor stapeleffecten kunnen worden beperkt (tactisch niveau). 3. Proactief informatiedelen: Organiseer proactieve, operationele informatiedeling 4. Formele processen: Leg processen, aanspreekpunten, werkafspraken en mandaten gezamenlijk beter vast op alle niveaus. 5. Informele netwerken en processen: Behoud en bestendig informele processen. Algemeen doel – Uitwerking van dit verbeterplan voor de aparte organisaties Probleem: Om tot een structureel betere samenwerking te komen waarbij alle belangen van de verschillende organisaties worden meegewogen zijn aanpassingen nodig binnen de organisaties. Dit verbeterplan doet alleen uitspraken over de onderlinge samenwerking en niet de interne organisatie.
Oplossing algemeen: Om onderstaande doelen en de samenwerking te verbeteren en te behalen is in de verschillende organisaties commitment en een structureel plan noodzakelijk om veranderingen te maken. Maatregelen: 1. Elke partij (gemeente apart en nood en hulpdiensten samen stellen een uitwerking van het verbeterplan op voor de eigen organisatie(s) Wie: er wordt door de verantwoordelijken van elke organisatie bij de nood en hulpdiensten en bij de gemeente een coördinator aangesteld om het verbeterplan voor de eigen organisatie op
te stellen. Deze coördinator krijgt een algemene opdrachtomschrijving inclusief een specifieke opdrachtomschrijving gericht op de aparte organisaties. Wat: de uitwerking van het verbeterplan op eigen organisatieniveau. Deze uitwerking bevat een algemene beschrijving van de belangen van de samenwerking vanuit deze specifieke organisatie, de verwachtingen van de andere organisaties, een plan van aanpak m.b.t. onderstaande doelen en maatregelen en concrete (proces)afspraken en mandaat. Deze uitwerking is eveneens van belang, omdat het ook wat vraagt van de capaciteit van nood- en hulpdiensten. De nood-en hulpdiensten geven aan hier zorgen over te hebben. Sturing op dit verbeterplan, de consequenties voor de capaciteit en de daarmee samenhangende doelen gebeurt door het directieoverleg. Wanneer: Juni 2024 en sturing vanuit het gezamenlijk directieoverleg Doel 1. Nood- en hulpdiensten worden vooraf door de gemeente betrokken als vaste partner en werken breed samen bij het vormgeven van (strategische) bereikbaarheidsmaatregelen (Vroegtijdig en breed samenwerken) Probleem: De belangen van alle partners en doelgroepen worden niet altijd voldoende betrokken in eerste fases van de planvorming rond ingrepen in de openbare ruimte. Daardoor wordt er op een laat moment in het proces advies ingewonnen bij de partners en is bijsturing enkel op operationeel niveau mogelijk.
Aan de andere kant hebben besluiten in de bedrijfsvoering van nood-en hulpdiensten een gevolg voor de bereikbaarheid. Een vermindering van het aantal posten legt bijvoorbeeld druk op de overgebleven routes. Nood- en huldiensten betrekken de gemeentelijke bereikbaarheidsafdelingen niet altijd bij deze afwegingen. Oplossing algemeen: Het delen van kennis, kunde en specifieke inzichten op het gebied van bereikbaarheid verbeteren. De nood- en hulpdiensten kunnen daarbij structureel adviespartner zijn bij de ontwikkeling van projecten en verkeersbeleid. Bij knelpunten of problemen moet (eerder) opgeschaald worden naar management of directieniveau. Door de samenwerking te intensiveren en het vroegtijdig betrekken ontstaat er plek voor het kennis nemen en begrip krijgen voor diverse belangen van specifieke doelgroepen en partijen. Het inlevingsvermogen voor elkaars belangen vergroot daardoor. Nood- en hulpdiensten delen hun strategische visie wat betreft huisvesting, routes en aanrijdtijden. Maatregelen: 1. De bereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten wordt agenda-onderwerp op directieniveau. Wie: directeurenoverleg met directieleden van de ambulance, brandweer, politie en de directeur Verkeer en Openbare Ruimte en stadsregisseur van de gemeente. De trekker en facilitator van de overleggen is de stadsregisseur, maar alle partijen zijn verantwoordelijk.
Wat: agenderen stand van zaken (incl. cijfers van nood en hulpdiensten), lange en korte termijn plannen en projecten met als doel een ingreep of verandering in de openbare ruimte op alle niveaus (strategisch, tactisch en operationeel) en stadia (plan en project) vanuit de gemeente en ook de nood en hulpdiensten en een strategische doorkijk naar basisbereikbaarheid van nood- en hulpdiensten richting de toekomst. Het doel van het overleg is enerzijds voor een structurele rapportage, evaluatie en ontwikkelpunten van de samenwerking en anderzijds een risico- en sturingslijn voor specifieke situaties vanuit het operationeel overleg (WWU). Ook is dit overleg sturend op de maatregelen van dit verbeterplan. In dit overleg wordt bepaald hoe en wanneer er sprake moet zijn van bestuurlijke afstemming. Bij toekomstige pilots of projecten die een grote impact hebben op een veelheid aan doelgroepen, is het raadzaam om vanuit dit gremium gebruik te maken van de inzet, netwerken en overleggen van andere gemeentelijke onderdelen. Denk aan Grond en
Ontwikkeling, Onderwijs Jeugd en Zorg, Openbare Orde en Veiligheid, GGD Amsterdam en Facilitair Bureau of veiligheidsregio VRAA of GHOR. Wanneer: (minimaal)zes keer per jaar, het directieoverleg is opgestart met de evaluatie van de Pilot Weesperstraat en het vaststellen van de verbetermaatregelen. De onderdelen uit dit verbeterplan zullen agenda bepalend zijn. 2. Nood- en hulpdiensten worden vroegtijdig betrokken bij nieuwe beleidstrajecten en projecten die een structurele en tijdelijke impact hebben op hun bereikbaarheid, bij voorkeur op strategisch en tactisch niveau. Wie: Binnen de gemeente vindt de coördinatie plaats bij Kennis en Kaders (beleid) en Ambtelijk Opdrachtgevers vanuit de directie Verkeer en Openbare Ruimte. Strategische en tactische capaciteit en input van nood- en hulpdiensten is noodzakelijk Wat: Nood- en hulpdiensten en gemeente stellen een wegings- en toetsingskader op (belangenweging impact maatregelen voor partners).Hiermee kan de gemeente aan het begin van de planvorming van zowel beleidstrajecten als infrastructuurprojecten (bv. PBI Intaketeam) alvast zelf een eerste controle gedaan worden in hoeverre dit (structureel) impact kan hebben op de bereikbaarheid van de nood- en hulpdiensten. De uitkomsten van deze controle worden een vast agendapunt op het directieniveau.
Wanneer: zomer 2024 is afwegingskader gereed, daarna wordt het in de windrichtingenoverleggen ingevoerd. 3. Start onderzoek naar de basisbereikbaarheid voor nood- en hulpdiensten voor toekomstige borging van dit belang. Wie: Gedeeld trekkerschap op zowel strategisch als tactisch niveau. Vanuit de gemeente zal Kennis en Kaders (beleidsafdeling directie Verkeer en Openbare Ruimte) hier als centraal punt fungeren. Elke partij stelt een aanspreekpunt aan. Wat: De huidige betrokkenheid van nood- en hulpdiensten is reactief rond projecten en wijzigingen in de openbare ruimte. Er is een bredere en actieve gezamenlijke verkenning nodig naar de toekomstige rol van de nood- en hulpdiensten in de stad, met bijvoorbeeld een doorkijk voor de komende twintig jaar. In dit onderzoek staan een aantal onderdelen centraal: 1. wat voor type maatregelen vanuit alle organisaties mogelijk kunnen zijn om de bereikbaarheid van nood- en hulpdiensten in stand te houden of te verbeteren, 2. de calamiteitenroute en hoofdrijroutes voor nood- en hulpdiensten binnen het verkeersnetwerk en de status en mandaat van deze informatie, 3. De huisvestingsvisie van nood-en hulpdiensten, 4. een uitwerking van een gezamenlijk wegings- en toetsingskader om voorgestelde plannen te wegen op impact voor de nood- en hulpdiensten, 5. een strategische doorkijk naar de stapeleffecten van maatregelen in de openbare ruimte.
Wanneer: Bij voorkeur wordt de verkenning afgerond in de derde helft van 2024, maar het vaststellen van calamiteitenroute krijgt prioriteit en wordt voor de zomer 2024 opgeleverd. 4. Borging impact projecten in de openbare ruimte op specifieke doelgroepen bij toets- en adviesgremia Wie: Ambtelijk opdrachtgevers en projectleiders van ingrepen in de openbare ruimte. Borging bij toetsing via Toetsteam OR&M. Operationeel of tactisch adviseurs nood- en hulpdiensten worden daarbij betrokken. Wat: nood- en hulpdiensten zijn al betrokken bij het toetsteam. Aanvullend moet er bij projecten breder geanalyseerd worden in de planvorming, ontwerp- en uitvoeringsfase wat de impact van bepaalde keuzes op het gebruik van de openbare ruimte voor specifieke doelgroepen is, waaronder de nood- en hulpdiensten als doelgroep. Daarmee wordt gevraagd
aan projecten om (opgehaalde) belangen vast te leggen. Deze analyses, impacts en bredere afwegingen van projecten worden vervolgens geborgd door het toetsteam als toets-criteria. Een voorbeeld om dit vast te leggen kan zijn om hiervoor een vaste paragraaf voor op te nemen voor het aanleveren van de stukken. Dit vraagt aanvullend van de nood- en hulpdiensten op operationeel en tactisch niveau dat zij zowel vroegtijdig participeren bij de advisering en via het toetsteam hun belangen borgen (aansluitend op huidige werkwijze). Wanneer: vanaf voorjaar 2024 Doel 2. Bewaak focus en integraliteit waardoor stapeleffecten kunnen worden beperkt (Stapeleffecten onder controle) Probleem: In de openbare ruimte van de gemeente Amsterdam vinden gelijktijdig veel beleidsprogramma's, projecten, (weg)werkzaamheden en evenementen plaats. Al deze activiteiten hebben een effect op de openbare ruimte, het verkeersnetwerk en bereikbaarheid van de stad. Hierdoor kan een stapeling ontstaan die te veel wordt om voldoende bereikbaarheid van locaties voor nood- en hulpdiensten in een gebied te garanderen. Oplossing algemeen: Door integraliteit bij planning en uitvoering van meerdere grote projecten te bewaken op tactisch niveau kan opeenstapeling van verkeersdrukte en files worden beperkt en de daarmee ongewenste effecten op aanrijdtijden, veiligheidsborging en hulpverlening. Maatregelen: 1.
Betrek nood- en hulpdiensten vast bij overleg op tactisch niveau Wie: Mobiliteitsregie, intern proces van de gemeente op tactisch niveau, waarvan de ambulance, brandweer en politie deelnemen aan het vaste kernteam. Wat: Nood- en hulpdiensten nemen deel aan het kernteam Mobiliteitsregie dat om de week georganiseerd wordt. Hier wordt de aankomende hinder vanuit de bereikbaarheid op het hele netwerk besproken en beoordeeld. Stadsregie organiseert en zit Mobiliteitsregie voor. Nooden hulpdiensten spreken hun onderlinge vertegenwoordiging af en delen dit met Mobiliteitsregie. Het is van belang dat nieuwe beleidstrajecten en projecten die een structurele impact hebben op de bereikbaarheid dit gremium gebruiken om op tactisch niveau af te stemmen met nood- en hulpdiensten. Politie schuift momenteel nog niet aan. Wanneer: Reeds in gang gezet en wordt in 2024 voortgezet en geëvalueerd. 2. Toets de uitvoering van ingrepen in de openbare ruimte ook op tactisch niveau. Stremmingenkaarten voor gebieden zijn hiervoor cruciaal om een goede bereikbaarheidsscan uit te voeren. Wie: Mobiliteitsregie, waar ook de nood- en hulpdiensten aan deelnemen. Wat: Voor het beoordelen van ‘cumulatieve hinder in de stad’ en het afgeven van tijdsvensters in een gebied houden Stadsregie en Mobiliteitsregie continu een overzicht bij van de actuele en geplande beschikbaarheid van het netwerk (weg en water).
Dit is essentieel om minimale bereikbaarheid, ook voor de nood- en hulpdiensten, te kunnen borgen. Aanvullend hierop is in gebieden met veel werkzaamheden gestart met gebiedsanalyses (projectoverstijgend). Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt of een (volledige) stremming een need-to-have is vanuit de werkzaamheden of slechts nice-to-have. Dit kan vervolgens gerelateerd worden aan wat voor impact de keuze qua uitvoering van de bouwwerkzaamheden hebben op de bereikbaarheid en logistieke mogelijkheden in een kwetsbaar gebied. Wanneer: Ondersteunend wordt vanaf 2024 het systeem Melvin aangevuld met stremmingenkaarten. De bovenstaande analyses worden al uitgevoerd en via Mobiliteitsregie ook samen met nood- en hulpdiensten besproken. Hier moet ook in 2024 een vast proces voor komen, ook qua opdrachtgeving en risicomanagement.
3. Gezamenlijke beoordeling van de bereikbaarheid van gebieden met een verdere doorkijk (1-3 jaar) Wie: Procesregisseurs Programmeren en stadsdeelregisseurs op tactisch niveau bij nood- en hulpdiensten. Met inbreng en advies van het Ingenieursbureau (Team Wegen, BLVC) en Team Verkeerstactiek (Stadsregie) bij de gemeente. Wat: Stadsregie organiseert tweemaal per jaar een zogenaamde windrichtingenanalyse om tijdvakken voor komende werkzaamheden af te kunnen geven. Daarbij wordt in beeld gebracht welke werkzaamheden geprogrammeerd zijn voor de komende 1-3 jaar en bekeken of de optelsom van werkzaamheden knelpunten oplevert voor de bereikbaarheid. Zo nodig worden grove planningen van één of meerdere projecten aangepast, bijvoorbeeld als blijkt dat 2 of meer projecten door afsluitingen voor te veel stremming zorgen in een bepaald gebied. Nood- en hulpdiensten adviseren bij het uitvoeren van deze analyse. Wanneer: wordt momenteel geïmplementeerd bij de huidige windrichtingenanalyse (gereed voor kwartaal 1 2024). Doel 3. Organiseer proactieve, operationele informatiedeling (Proactief informatiedelen) Probleem: De kennis die wordt opgedaan in de dagelijkse, operationele praktijk van nood- en hulpdiensten en gemeente in bijvoorbeeld gebiedsteams komen vaak niet op strategische en tactische tafels terwijl de informatiedeling urgenties kan voorkomen.
Daarnaast kan een informatiedeling tussen de operationele teams elkaar ook helpen. Oplossing algemeen: Organiseer een proactieve operationele informatiedeling tijdens de implementatie van bereikbaarheidsmaatregelen. Bijvoorbeeld voor de navigatiesystemen op de operationele voertuigen. Organiseer ook terugkoppeling vanuit de nood- en hulpdiensten, zodat snel kan worden opgeschaald als zich problemen voordoen. Maatregelen: 1. De operationele informatievoorziening over de actuele hinder wordt verbeterd Wie: gemeente en nood- en hulpdiensten op operationeel niveau, zoals gebiedsteam en stadsdeelregisseurs. Wat: De gemeente start met de verbeterde implementatie van applicatie Melvin. Melvin is de applicatie voor het invoeren en afstemmen van werkzaamheden en evenementen tussen beheerders van weg en water. Deze applicatie kan gebruikt worden door de gebruikers van het wegennetwerk, zoals de nood- en hulpdiensten, bij het ad-hoc bepalen van routes. Wanneer: De inzet van de applicatie Melvin is na de zomer 2023 gestart en wordt in de loop van 2024 verder uitgerold met alle betrokkenen. 2. Leg meldingen en incidenten door Nood- en hulpdiensten goed vast op operationeel niveau Wie: Betrokken adviseurs op operationeel niveau van nood- en hulpdiensten en lijn naar directieoverleg met tussenschakels op tactisch niveau.
Wat: Door meldingen en incidenten beter vast te leggen ontstaan er enerzijds mogelijkheden om te escaleren en anderzijds een solide basis van inzichten in de omvang van het probleem en de operationele belangen bij gesprekken op tactisch en strategisch niveau. Daarnaast kunnen de nood- en hulpdiensten via dezelfde lijnen informatie aanleveren aan de gemeente met betrekking tot operatie en aanrijtijden. Dit is een vast agendapunt voor het directieoverleg Wanneer: voorjaar 2024 starten met dit continue proces.
Doel 4. Leg processen, werkafspraken en mandaten gezamenlijk beter vast op alle niveaus (formele processen) Probleem: De aanleiding voor projecten in de openbare ruimte is divers en zorgt ervoor dat projecten vaak een ander proces in de samenwerking met de nood- en hulpdiensten volgen. Daardoor ontstaan onduidelijkheden over de weging van adviezen van de samenwerkingspartners, de perspectieven en belangen van de samenwerkingspartners, de mogelijkheden om een project wel/niet aan te passen, de vervolgstappen die het project zal zetten en welk mandaat er noodzakelijk en gewenst is. Oplossing algemeen: Vanuit de bestaande gremia een eenduidig proces opstellen op alle niveaus van planvorming tot uitvoering. Maatregelen: 1. Leg gezamenlijk vast in een leidraad wat de betrokkenheid is van nood- en hulpdiensten per procestype voor ingrepen in de openbare ruimte, waaronder het escalatiemanagement. Wie: De gemeente trekt dit onderdeel in nauwe samenwerking met adviseurs vanuit tactisch niveau van de nood- en hulpdiensten, die gezamenlijk met de gemeente de leidraad opstellen. Op directieniveau moet de leidraad worden vastgesteld. Wat: In de leidraad wordt aan de hand van de impact vastgelegd wanneer en hoe stakeholders, waaronder de nood- en hulpdiensten, worden aangehaakt bij ingrepen in de openbare ruimte die hun treffen.
Dit is ook de plaats voor het vastleggen van risicomanagement in de brede zin: escalatiemogelijkheden op alle niveaus en momenten in het proces, hoe informatie tussen de verschillende niveaus gedeeld wordt, wat de status van adviezen is en hoe er met meldingen/incidenten omgegaan moet worden. Zowel gedurende de planvorming als bij de uitvoering van ingrepen is noodzakelijk dat er formeel wordt vastgelegd vanuit welke perspectieven adviezen worden gegeven en het desbetreffende mandaat, vertegenwoordiging en verantwoordelijkheden. Dit geldt zowel tussen als binnen de organisaties. De insteek is dat in plaats van een advies er sprake is van een akkoord/niet akkoord en daarmee ook afspraken over randvoorwaarden helder worden vastgelegd. In de leidraad wordt opgenomen wat de standaard vervolgstappen zijn bij een negatief advies van een toets- of adviesgremium. Ook de tweeledigheid van samenwerking komt aan de orde: welke verantwoordelijkheden worden van de samenwerkingspartners verwacht. De leidraad biedt de mogelijkheid om te beschrijven hoe er wordt omgegaan met bestuurlijke besluitvorming en wat daar de correcte plaatsen voor zijn. Hierin wordt opgenomen wanneer onderwerpen in andere processen aan de orde moeten komen, zoals bij evenementen en onderwerpen in het domein openbare orde en veiligheid als zaken op drie- of vijfhoekniveau, dienen te worden besproken.
Bij het opstellen van deze leidraad moet gebruik gemaakt worden van de ervaringen van de betrokken bij advisering, besluitvorming en toetsgremia, zoals het toetsteam (planvorming) en de WWU (uitvoering). Deze leidraad is in aanvulling en aansluiting van de regels en proceseisen in de WIOR-verordening. Wanneer: Vaststelling van de leidraad in 2024. 2. Zorg voor vertegenwoordiging vanuit alle nood- en hulpdiensten bij besluitvorming rond ingrepen met een grote impact op bereikbaarheid, in ieder geval op operationeel niveau. Wie: Betrokken operationeel adviseurs bij ingrepen in de openbare ruimte van alle nood- en hulpdiensten. Wat: Zowel bij de eerdere planvorming als toetsing in toetsgremia is het van belang dat nooden hulpdiensten in de planvorming op de juiste momenten betrokken zijn en bij de toetsgremia elk een eigen expliciet advies geven over de voorgestelde ingreep. Het is nuttig dat nood- en hulpdiensten elkaar (vaak) kunnen vertegenwoordigen, maar bij ingrijpende
maatregelen is deze maatregel van belang om recht te doen aan elk belang van elk type nooden hulpdiensten. Deze maatregel kan ook vastgelegd worden in het eerdergenoemde leidraad en is van belang bij grote ingrepen voor de mogelijkheden rond escalatie. Wanneer: uiterlijk voorjaar 2024. Doel 5. Behoud en bestendig informele processen (Informele netwerken en processen) Probleem: Veel processen rond veranderingen in de openbare ruimte functioneren door de professionele informele netwerken die in de loop der jaren is opgebouwd. Op operationeel niveau is er veel en goed contact en lijkt men elkaar goed te kunnen vinden. Uiteraard is dit afhankelijk van het opgebouwde informele netwerk en dit lijkt niet op elk niveau aanwezig te zijn. Daarnaast is een informeel netwerk niet te vinden zonder duidelijke ingang. Soms kunnen deze netwerken ook onder druk komen te staan door personele wisselingen. Oplossing algemeen: Het is nuttig om ook op tactisch en strategisch niveau informeel contact op te bouwen en te onderhouden. Daarnaast is het noodzakelijk om inzicht te hebben in het operationeel netwerk voor risicomanagement. Dit bestaat en werkt wel alleen volledig naast het vastleggen van formele processen en afspraken. Maatregelen: 1. Er worden korte lijnen gelegd via Signal- app-groepen. Wie: Gedeeld Betrokkenen op strategisch, tactisch en operationeel niveau.
Trekker strategisch niveau is de stadsregisseur. Trekker voor tactisch niveau is Mobiliteitsregie. Wat: het voorstel is ook op strategisch en tactisch niveau een informeel netwerk te organiseren. Op strategisch niveau is dit belegd worden via de directeuren. Op tactisch niveau via Mobiliteitsregie. Deze Signal app-groepen kunnen gebruikt worden voor spoedzaken, informatiedeling, maar zijn expliciet niet bedoeld voor formele processen. Wanneer: Op directeurenniveau is dit al georganiseerd. Ook in de lokale teams van mobiliteitsregie zijn inmiddels appgroepen. Op tactisch niveau wordt dit verder uitgerold met de betrokkenen van mobiliteitsregie. 2. Leg informele netwerken beter vast (per niveau of windrichting) Wie: Betrokken adviseurs op operationeel niveau. Trekker operationeel niveau is een coördinator van de gebiedsregisseurs van de gemeente. Wat: Op operationeel niveau weet men elkaar al goed te vinden. Wel is een belangrijk aandachtspunt dat bij wisselingen van functie betrokkenheid onder druk komt te staan. Duidelijke contactpersonen per organisatie en duidelijkheid over de rol die men heeft is daar een belangrijk element. Voor strategisch en tactische niveaus kan stadsbreed of gebiedsoverstijgend zijn. Voor het operationele niveau is het van belang de contactpersonen in de overleggen per gebied vast te leggen, zoals bijv. de WWU of windrichtingen-overleggen.
Wanneer: Eerste helft van 2024.
Tot besluit: Dit verbeterplan is een resultaat van de verbetering van de samenwerking die met nood- en hulpdiensten al tijdens de uitvoering van de Pilot Weesperstraat is gestart. Na de zomer hebben de directies van Brandweer, Politie en Ambulance met de gemeente 5 verbetermaatregelen afgesproken, deze zijn verwoord in het verbeterplan. Tegelijkertijd zijn we meteen met elkaar aan de slag gegaan. Zo spreken de directies elkaar regelmatig; is er een gezamenlijke appgroep en nemen NHD deel aan afstemming over de gebiedsgerichte bereikbaarheid. Ook is veel en goed
contact geweest rond de invoering van 50 naar 30 km per uur en bijvoorbeeld het project Oranje Loper. Dit verbeterplan is dus een resultaat van die samenwerking, maar ook een begin. In het plan staat een verdere uitdieping, om juist ook heel gestructureerd met elkaar verder te werken in een stad die drukker wordt. Daar is ook nog een hoop te doen in de komende tijd. De bereidheid van de verschillende mensen om in kort tijdsbestek aan dit plan mee te werken, toont aan dat er goede bodem is voor de uitvoering van dit verbeterplan.
Bijlage: bestaande (afstemmings)processen voor ingrepen in de openbare ruimte en bijbehorende samenwerkingsvormen Uit dit verbeterplan moet niet de indruk ontstaan dat de samenwerking tussen gemeente en nood- en hulpdiensten met de maatregelen pas van start gaat. Er is al een lange traditie, er zijn processen vastgelegd, en mensen kennen elkaar. Hieronder staan de belangrijkste processen toegelicht. De samenwerking tussen de nood- en hulpdiensten en de gemeente wordt meestal gefaciliteerd door de gemeente. De samenwerking vindt plaats op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Elke ingreep kent een andere impact op de mate waarop de openbare ruimte nog bruikbaar is. Grootschalige herinrichtingen en/of groot onderhoud kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat belangrijke routes langdurig niet beschikbaar zijn. Dit bepaalt vervolgens op welke niveaus afstemming en samenwerking gewenst is in het werken aan de openbare ruimte. Naast het samenwerken in de openbare ruimte zijn er veel andere bestaande structuren qua samenwerking tussen gemeente en nood- en hulpdiensten, zoals via de driehoek en vijfhoek. Hier gaat het in dit verbeterplan specifiek niet over. Er bestaan diverse processen vanuit de gemeente gericht op een efficiënt en waardevol gebruik van de openbare ruimte, weging van diverse belangen en het garanderen van veiligheid en leefbaarheid.
Desondanks toont de hoeveelheid aan processen en toetsingsgremia de complexiteit van de materie aan met een duidelijke behoefte: de essentiële processen van ambitie naar planvorming naar uitvoering uitkristalliseren zodat de vaste samenwerking met stakeholders op alle niveaus helder is. Hieronder volgt een opsomming van ambtelijke processen rond toetsing van ingrepen in de openbare ruimte. -
WIOR (Werken In de Openbare Ruimte) - Controlerend proces: Met de WIOR zijn gemeentelijke regels voor werken in de openbare ruimte op hoofdlijnen bepaald. De verordening is van toepassing op werkzaamheden aan zowel bovengrondse als ondergrondse infrastructuur (o.a. opbreken wegverhardingen, bermen, aanleg kabels en leidingen). Daarnaast is de verordening van toepassing op alle objecten die voor deze werkzaamheden nodig zijn, zoals afzettingen, containers, materiaal en materieel dat nodig is ten behoeve van deze werkzaamheden. Het WIOR-proces bestaat uit 4 stappen: intake, ontwerp, projectaanpak, uitvoering.
-
Het Coördinatiestelsel Werken aan de Weg - Controlerend proces: Het Coördinatiestelsel Werken aan de Weg is een samenwerkingsverband van de gemeente Amsterdam, gemeentelijke vervoersbedrijven, kabel- en leidingbeheerders, telecommunicatiebedrijven, nood- en hulpdiensten en politie. Deze samenwerking zorgt ervoor dat bij wegwerkzaamheden de hinder voor de omgeving en (maatschappelijke) kosten worden beperkt. Het stelsel bestaat al sinds 1924. De stadsregisseur houdt toezicht op het functioneren van het Coördinatiestelsel. De samenwerking is georganiseerd op verschillende abstractieniveaus: o Stedelijk programmeren (alle niveaus): De Stedelijke Programmering richt zich op welke fysieke werkzaamheden in de openbare ruimte integraal geprogrammeerd moeten worden. Stakeholders zijn alle partijen die werken in de openbare ruimte (bv. de gemeente, maar ook kabelaars, energiebedrijven, Waternet, GVB en Rijkswaterstaat) De verantwoordelijke van dit proces is de gemeente, onder leiding van de stadsregisseur. De nood- en hulpdiensten worden niet betrokken bij de programmering, omdat er bij het programmeren een inventarisatie wordt gemaakt
o
o
-
van de partijen met een opgave om fysiek in te grijpen in de openbare ruimte. De werkgroepen zijn: werkgroep Stedelijk programmeren (WSP per stadsdeel), de programmeertafel (hoofdlijnen), DO-OR (directeurenoverleg openbare ruimte). Mobiliteitsregie (tactisch): Mobiliteitsregie is in 2019 opgericht en heeft de focus op advisering binnen de interne organisatie van de gemeente. Het overleg heeft als doel om bij te dragen aan betere integrale besluitvorming op het gebied van Mobiliteit die aansluit bij het totaalbelang en de ervaren problematiek door bewoners, ondernemers en bezoekers. De combinatie van ontwikkelingen, projecten en evenementen binnen het huidige netwerk staan centraal. De focus ligt op: opgavegericht, netwerkbrede blik en vanuit lokale netwerken om vroegtijdig kansen, knelpunten en gestapelde mobiliteitsbelangen in kaart te brengen. De deelnemers zijn: Gemeente (Stadsregie, Verkeersmanagement, Kennis en kaders, Programma Varen, Communicatie, Ingenieursbureau), GVB, Brandweer Amsterdam-Amstelland en Ambulance Amsterdam. De Politie Eenheid Amsterdam wordt toegevoegd als vaste deelnemer. Werkgroep Werk in Uitvoering (Operationeel): Alle projecten of evenementen die plaatsvinden op een van de hoofdnetten in Amsterdam waarbij het verkeer wordt gehinderd moeten zich melden bij het WWU-overleg. De overleggen zijn georganiseerd per stadsdeel en 1 jaar vooraf gepland.
Indiening van een project kan 1 week van tevoren. Projecten die aan bod komen in de WWU-overleggen zijn al vastomlijnd en op operationeel niveau getoetst worden. Deelnemers zijn: voorzitter Stadsregie (Directie V&OR), Politie, Brandweer, GVB, Gemeente Amsterdam (Metro en Tram, Stedelijk Beheer, Verkeers-tactiek, Stadsdeelregisseurs).
Het Toetsteam Openbare Ruimte & Mobiliteit (OR&M) - Controlerend proces: voert een integrale, finale toets uit op planproducten waar ruimtelijke kwaliteit, toegankelijkheid én verkeerskundige aspecten samenkomen. De toets is verplicht voor projectplannen op het gebied van openbare ruimte en verkeer. Het Toetsteam adviseert op twee soorten projecten: herinrichting openbare ruimte en verkeer (PBI) en ruimtelijke ontwikkeling (Plaberum). Plaberum, een leidraad, staat voor Plan- en Besluitvormingsproces Ruimtelijke Maatregelen. Het Plaberum beschrijft het proces voor ruimtelijke projecten met een gemeentelijke grondexploitatie. In het PBI gaat het om de uitgangspuntenfase. In het Plaberum om de verkenningsfase. De politie is vast deelnemer ter borging van de juridische positie van de politie bij een verkeersbesluit. Daarnaast is de politie coördinerend woordvoerder namens de andere nood- en hulpdiensten. De brandweer en ambulancedienst zijn agendalid en overleggen vooraf met de politie. Hun rol is de borging van opkomsttijden, ruimte en bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Deelnemers zijn: gemeente Amsterdam (voorzitter vanuit V&OR, beleidsadviseur mobiliteit, hoofdontwerper, verkeerskundige, stadsergonoom, stedelijk beheer, expert OV), medewerker politie. Agendalid zijn: Ambulance en Brandweer.