CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 4 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van het initiatiefvoorstel ‘Verkoop minderheid aandelen Amsterdamse Haven om bruggen over het IJ te financieren’ van het lid Burgers en de bestuurlijke reactie (VN2025-014628)25.415 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.3 Publiek belang 3: Het havengebied als industrieterrein Het havengebied is behalve een internationaal logistiek knooppunt, ook belangrijk als industriegebied. Tevens vervult het een functie als locatie voor stads- en regio ondersteunende nutsfuncties als rioolzuivering, afvalverbranding en beton- en asfaltcen­ trales. Met de energietransitie en de verandering naar een circulaire economie, komen daar nieuwe industrieën bij. De betekenis van het havengebied voor bestaande en nieuwe (maak)industrie neemt verder toe en de combinatie met de grootschalige logistiek is daarbij onmisbaar.

Industrie in het havengebied.. Beeld: Edwin van Eis voor gemeente Amsterdam (2019)

Zware industrie is in de praktijk ruimte-extensief en milieu-intensief, en past daarom niet ín de stad. Industriegebied Westpoort en daarmee ook het havengebied, biedt de omvangrijke kavels, de infrastructuur en de milieuruimte die voor deze bedrijven nodig is. Daarnaast is voor bedrijven ook de (ondergrondse) infrastructuur van belang, zoals leidingen voor elektriciteit, warmte en aardgas, maar in de toekomst bijvoorbeeld ook stoom, CO2, waterstof en biogas. Het Havenbedrijf neemt nu al het initiatief voor het aanleggen van nieuwe leidingen. Bedrijfskavels met een hoge milieucategorie zijn in de regio schaars. Een mogelijke 33 uitbreiding van het havenareaal in de Noordelijke Houtrakpolder is voorzien in de Visie NZKG 2040. Deze mogelijkheid komt echter pas in beeld na maximale intensive­ ring van bestaande terreinen en afstemming met ruimte op terreinen in de MRA.

Locatiekeuze op basis van milieucontouren Met het oog op de stedelijke ontwikkeling nabij het havengebied wil de gemeente nieuwe industriële bedrijvigheid op de juiste locaties stimuleren, zoveel mogelijk gebruikmakend van de havenbekkens en rekening houdend met stedelijke bedrijfsfunc­ ties in de naastgelegen gebieden. Zware bedrijvigheid met grote risicocontouren komen bij voorkeur verder van de stad te liggen, zoals in de Afrika- en Amerikahaven. Bedrijvigheid met minder omgevingseffecten kunnen zich prima vestigen aan de rand van de stad. Goede voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van een jachtbouwcluster aan de zuidelijke rand van de Westhaven of de ontwikkeling van stadsdistributie in het Vervoerscentrum.

33 Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude – nu Haarlemmermeer – hebben bij de vaststelling van de Visie NZKG 2040 expliciet níet het besluit genomen om de Houtrakpolder deels te reserveren voor mogelijke toekomstige uitbreiding van de haven na 2020.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Luxe jachtbouw in de Amsterdamse haven. Beeld: Tom van Oossanen voor Havenbedrijf Amsterdam

Industrieën met ladingstromen over water Het is belangrijk dat bedrijvenclusters die afhankelijk zijn van ladingstromen over water behouden blijven. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aanvoer en verwerking van agrarische producten, zoals cacao, koffie en soja. Deze clusters zorgen niet alleen voor ladingstromen, maar leveren door de industriële verwerking (in de regio) ook veel toegevoegde waarde en werkgelegenheid op.

Moderne scheepsbouw Er liggen grote kansen voor de luxe jachtbouw. Nederland staat in deze sector wereld­ wijd aan de top en met de voortgaande schaalvergroting zoeken steeds meer Nederlandse jachtbouwers naar een locatie waar zij hun langere schepen kunnen bouwen. Luxe jachtbouw is hoogwaardige maakindustrie die veel werkgelegenheid en toegevoegde waarde oplevert.

Locatie voor nutsbedrijven De haven vervult een belangrijke rol als vestigingslocatie voor nutsbedrijven, zoals energieopwekking, afvalverwerking en rioolzuivering. De gemeente verwacht een groeiende ruimtevraag voor opwekking en opslag van duurzame energie, zoals onder andere waterstof en biobrandstoffen en voor nieuwe innovatieve circulaire bedrijven. Daarvoor moet ruimte worden gereserveerd. Ook de kansrijke offshore windsector vraagt ruimte binnen het NZKG. Het gaat dan bijvoorbeeld om locaties voor de bouw en onderhoud van windturbines.

Locatie voor circulaire bedrijven Voor wat betreft de stimulering van de circulaire economie kiest de gemeente in de Strategie Amsterdam Circulair voor een focus op drie waardenketens, te weten: 1. Voedsel en organische reststromen. 2. Consumptiegoederen. 3. Gebouwde omgeving.

67

68

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Vanuit deze strategie is het wenselijk dat er ook binnen de haven speciale aandacht komt voor innovatieve bedrijven die zich toeleggen op deze drie (en andere) ­waardenketens.

Ruimte voor bedrijven uit transformatiegebieden Op diverse plaatsen in de stad worden bedrijventerreinen getransformeerd naar woonwerkmilieus. Bedrijven die als gevolg daarvan moeten verplaatsen, hebben soms de wens om zich te vestigen in het havengebied. In het havengebied wil de gemeente in beginsel plaats bieden aan bedrijven die havengebonden zijn en/of werkzaam zijn op het terrein van logistiek, energietransitie of circulaire economie. Voor de verplaatsings­ behoefte zijn ook andere gebieden in Amsterdam en de MRA in beeld, zoals de bedrijventerreinen in Sloterdijk West, Almere, Haarlemmermeer, Lelystad en Purmerend.

Inzet op de samenwerking in het havengebied en specifiek met het Havenbedrijf 1. De gemeente ziet de noodzaak voor een Gebiedsvisie voor de haven, onder andere als een ruimtelijke vertaling van de ambities van het Havenbedrijf. De Gebiedsvisie wordt parallel met de gemeentelijke Omgevingsvisie opgesteld en inhoudelijk afgestemd. De gemeente wil als direct belanghebbende betrokken worden en verwacht dat het Havenbedrijf de voor de Gebiedsvisie relevante aspecten uit deze Visie meeneemt. Het gaat daarbij onder andere om de clustering van bepaalde typen bedrijvigheid met het oog op synergie, alsmede efficiënt en effectief gebruik van milieuruimte, bijvoorbeeld voor circulaire bedrijven. Hierbij zijn maximale intensivering en optimalisering van kavels binnen bestaande arealen, alsmede de impact van de transitie op milieu- en veiligheidscontouren van belang. 2. Een Gebiedsvisie voor de haven geeft richting aan de kaders van het (toekomstige) vestigingsbeleid zodat de juiste bedrijvigheid op de beste plek wordt gevestigd. De vestiging van bedrijven wordt beoordeeld vanuit een regionaal perspectief, zodat bedrijven die niet bijdragen aan de publieke belangen ook elders in de regio gehuisvest kunnen worden.

Aspecten die hierbij gelden zijn: • Behoud en versterking van bedrijvenclusters die afhankelijk zijn van lading­ stromen over water en een bijdrage leveren aan de toegevoegde waarde en werkgelegenheid. • Ruimte bieden aan bedrijven uit transformatiegebieden die passen binnen de criteria van het op te stellen vestigingsbeleid. • Dat zware bedrijvigheid met grote risicocontouren verder van de stad komt te liggen. 3. De gemeente ziet een rol voor het Havenbedrijf bij het faciliteren van bedrijven in de aanleg van de (ondergrondse) infrastructuur, zoals leidingen voor elektriciteit, warmte en aardgas, maar in de toekomst bijvoorbeeld ook stoom, CO2, waterstof en biogas, en ondersteunt daarbij waar nodig.

Rol van de gemeente Samenwerking met het Havenbedrijf op het gebied van ruimtelijke ordening, bijvoor­ beeld door een verkenning naar innovatieve planologische condities die intensivering mogelijk maken, zoals de aanwijzing van risicogebieden, vergunningen voor tijdelijke natuur of de oprichting van een stikstofbank. De gemeente, als wet- en regelgever, werkt met het Havenbedrijf samen voor ­maximale bruikbaarheid van de milieuruimte in het gebied en de inzet van innovatieve regels, normen en middelen om de effecten op de omgeving te beperken.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

69

4.4 Publiek belang 4: Verstedelijking: hoogstedelijke woonwerkmilieus Amsterdam groeit nog steeds hard, zowel qua banen als inwoners. De vraag naar woningen, kantoren, bedrijfsruimten en overige functies is ongekend groot en daarom 34 wordt op talloze locaties in Amsterdam gewerkt aan compacte, gemengde stedelijke milieus waar deze vraag kan worden ingevuld. De realisatie van deze nieuwe woon­ werkmilieus met een brede mix van woningen, kantoren, bedrijven en voorzieningen zijn van groot publiek belang. Veel van de beoogde locaties liggen langs zogenaamde infrabundels zoals de A10, spoorlijnen en metrolijnen. Deze locaties zijn goed bereikbaar en nu nog extensief in gebruik, bijvoorbeeld als (monofunctioneel) bedrijventerrein, en worden getrans­ formeerd. De transformatiegebieden in het havengebied zijn samengebracht in één ontwikkelstrategie, de Ontwikkelstrategie Haven-Stad uit 2017.

Mercuriushaven met rechts de Minervahaven en links ICL. Beeld: gemeente Amsterdam

Figuur 19. Haven-Stad is momenteel de grootste binnenstedelijke ­herontwikkelingslocatie van Nederland. Bron: gemeente Amsterdam (2020)

Ligging van Haven-Stad Een deel van Haven-Stad maakt nu nog deel uit van het exploitatiegebied van het Havenbedrijf. In de komende decennia ontstaat hier een gemengd hoogstedelijk gebied met woningen voor ongeveer 100.000 inwoners en werklocaties voor bedrijven én kantoren met plek voor circa 45.000 arbeidsplaatsen. Daarmee is Haven-Stad momenteel de grootste binnenstedelijke herontwikkelingslocatie van Nederland.

34

Actueel overzicht van de Woningbouwplannen in Amsterdam

70

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Voor de Amsterdamse haven betekent dit dat circa 10% van de ruim 1.600 hectare aan haventerreinen wordt getransformeerd. Dit proces is al in gang gezet met de woning­ bouw in de Houthavens en vestiging van creatieve bedrijvigheid in de Minervahaven. Rondom station Sloterdijk verrijzen nu de eerste wooncomplexen. De Coen- en Vlothaven zijn nog in gebruik voor havenactiviteiten. Bij de transformatie wordt gekeken of bestaande bedrijvigheid kan worden gemengd met toekomstige woning­ bouw. Dit is niet mogelijk voor grootschalige industriële- en overslagbedrijven die zich kenmerken door extensief ruimtegebruik en hoge emissies of veel geluid. In de Ontwikkelstrategie Haven-Stad is beschreven hoe in MRA-verband het overgangs­ proces voor bedrijven soepel kan verlopen. Dat betreft in beginsel bedrijven met milieucategorie 4 en hoger, maar ook sommige categorie 3 bedrijven laten zich slecht mengen met wonen en andere gevoelige functies.

Woningbouw en binnenvaart in de Houthavens. Beeld: Alphons Nieuwenhuis voor gemeente Amsterdam (2019)

Een van de grootste uitdagingen in Haven-Stad is het realiseren van een gezonde leefomgeving. Het gebied ligt letterlijk en figuurlijk onder de rook van de haven en deels binnen de milieucontouren van activiteiten in het havengebied, die gepaard gaan met de uitstoot van geluid, geur, stof en dergelijke. Een deel van die milieubelasting zal verdwijnen als bedrijven uit het transformatiegebied verplaatsen. Dat geldt vooral voor enkele grote industriële bedrijven in de Coen- en Vlothaven. De ontwikkeling van Haven-Stad zal in fases gaan en is afhankelijk van het tempo waarin de haven- en industrieterreinen binnen de ring A10 plaats kunnen maken voor de gebiedsontwikke­ ling. Samenwerking tussen ontwikkelaars, gemeente, Havenbedrijf en de bedrijven in deze gebieden is daarbij essentieel. Nieuwe bedrijvigheid in de Minervahaven. Beeld: Edwin van Eis voor gemeente Amsterdam (2020)

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Het Rijk en de Provincie Noord-Holland hebben omgevingsvisies opgesteld. In de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) schetst het Rijk vier prioriteiten, waarvan er drie in de haven van Amsterdam samenkomen: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. De eerste prioriteit kwam aan de orde bij het publieke belang Duurzaamheid: Klimaatneutraal en Circulair (zie 4.1). Ten aanzien van de tweede en derde prioriteit stelt de NOVI dat er in het kader van een duurzaam economisch groeipotentieel ruimte behouden moet blijven voor haven- en industriegebieden, maar dat het in het kader van sterke en gezonde steden en regio’s van belang is dat er nieuwe locaties voor wonen en werken worden gerealiseerd. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimte tussen stedelijke regio’s behouden blijft. Dat dit in de havens van Rotterdam en Amsterdam kan conflicteren wordt in de NOVI onderkend: “De groei van productie en overslag in de haven en de intensivering van het grondgebruik in de haven, kunnen botsen met de ontwikkelings- en bouwplannen in de omgeving. Het functioneren van havens mag niet in het gedrang komen.

Eventueel ruimteverlies voor havenfuncties 35 als gevolg van stedelijke transformaties moet zo nodig worden gecompenseerd.”

Visie Noordzeekanaalgebied in 2040

Figuur 20. Visiebeeld NZKG. Bron: Projectbureau NZKG (2013)

35

Ontwerp Nationale Omgevingsvisie, pagina 69. Bron: Ministerie van BZK (2019).

71

72

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

De Provinciale Omgevingsvisie (POVI) is in november 2018 door Gedeputeerde Staten vastgesteld. De provincie hecht aan beleid dat zekerheid en duidelijkheid biedt aan de bedrijven in de grote industriële complexen in Noord-Holland. Voor de haven en de woningbouw rondom de haven betekent dit dat onverkort wordt vastgehouden aan de 36 afspraken uit de Visie NZKG 2040 . Dat betekent dat eerst geïntensiveerd wordt op bestaand havenareaal en in de bestaande stad. Transformatie van havenareaal naar woonwerkgebieden kan op termijn mogelijk worden gemaakt, rekening houdend met de bedrijven die het aangaat. De POVI houdt de A10 aan als toekomstige harde grens tussen haven en stad. De provincie stelt dat de milieuruimte van de bedrijvigheid aan de westkant van de A10 maatgevend is. Energietransitie en circulaire bedrijvigheid vraagt ook in de toekomst om deze ruimte, aldus de POVI. Zoals eerder vermeld geldt de Houtrakpolder als strategische reserve, maar alleen als alle bestaande ruimte optimaal en intensief is benut.

Het NZKG als NOVI-gebied In de nationale omgevingsagenda is het NZKG voorgesteld voor aanwijzing als mogelijk NOVI-gebied. Aanwijzing als NOVI-gebied heeft als doel dat “Rijk en regio samen de noodzakelijke stappen [kunnen] zetten en de grote, noodzakelijke transities voor elkaar krijgen met oog voor de samenhang met andere opgaven. Grote knelpunten op het gebied van onder meer bereikbaarheid, wonen, milieu en gezondheid worden daarmee aangepakt. Net als de omvorming van onze economie tot een werkelijk duurzame en circulaire.” De complexe afwegingen die in deze Visie zijn beschreven worden ook in dit regionale verband behandeld. Dit draagt bij aan een zorgvuldige afweging van het publiek belang verstedelijking in relatie tot andere belangen in het NZKG.

Verstedelijkingstrategie De Verstedelijkingsstrategie is een samenwerkingstraject tussen de MRA en het Rijk (Ministeries BZK, IenW, EZK en LNV). De strategie brengt samenhang in de verschillen­ de Rijk-regio trajecten en beoogt die te versnellen. De vaststelling van de strategie, die nauw samenhangt met de Amsterdamse Omgevingsvisie, is voorzien in het BO MIRT van 2021 als onderdeel van de landelijke omgevingsagenda Landsdeel Noordwest. Met deze strategie zetten Rijk en regio, conform de MRA Agenda, de koers uit naar een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke MRA in 2050. Een 37 polycentrische ontwikkeling van de MRA met elkaar versterkende kernen vormt de basis voor de verdere doorontwikkeling. Hiervoor creëren Rijk en regio gezamenlijk en integraal randvoorwaarden en maken keuzes op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid, landschap, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie en leefbaarheid. Er zijn afspraken gemaakt over de polycentrische en evenwichtige ontwikkeling van woningbouw en werkgelegenheid tot 2030, in samenhang met bereikbaarheid en de energietransitie tot 2050 in relatie tot de verstedelijking. Door de voortgaande bevolkingsgroei moet de bouwproductie voor de MRA worden verhoogd naar 175.000 woningen tot 2030 (CBS, prognose 2019).

Hiervoor wordt de nadruk gelegd op versnelling van de uitvoering van vastgestelde plannen en plannen in voorbereiding. Er is afgesproken om tot 2030 prioriteit te geven aan een drietal ontwikkelingen, in samenhang met bereikbaarheid (Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, het bereikbaar­ heidsprogramma van de MRA):

36 Visie NZKG 2040. 37 Polycentrische ontwikkeling binnen de MRA bekent zowel inzet op ontwikkeling van centra van de omliggende gemeenten zoals Zaanstad, Almere en Haarlem, als die van de stadsdelen buiten de ring en boven het IJ.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

73

1. De internationale corridor Zuidwest Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp, inclusief Amsterdam Zuidoost. 2. Haven-Stad aan de westkant van Amsterdam. 3. Centrumontwikkeling Almere, met indien mogelijk additionele stappen ten aanzien van Amsterdam Bay Area aan de oostkant. Ook wordt ingezet op het spreiden van 10% van de werkgelegenheidsgroei naar verschillende stadskernen in de regio, om zo het bereikbaarheidssysteem beter te benutten en de bereikbaarheid van arbeidsplaatsen in kernen buiten Amsterdam met name voor praktisch en middelbaar opgeleiden te verbeteren.

Integraal te ontwikkelen gebieden Binnen de MRA worden vijf gebieden onderscheiden, waaronder ‘NZKG en ZuidKennemerland’. In deze te ontwikkelen gebieden komt een aantal opgaven samen, waarover regionaal en met het Rijk mogelijk afspraken moeten worden gemaakt. Voor het NZKG gaat het om opgaven met betrekking tot woningbouw, klimaatadaptatie (wateropslag) energietransitie, economische groei, landschap en leefbaarheid. Het NZKG komt vanwege zijn ligging in aanmerking voor vestiging van zowel energie­ voorzieningen als grote energievragers. De positie die het NZKG heeft in het energie­ systeem moet worden afgewogen tegen andere opgaven zoals de leefkwaliteit, landschappelijke waarden en het vinden van een balans tussen wonen en werken.

Haven-Stad

Transformatie van 12 deelgebieden

Ontwikkelstrategie vastgesteld 21 december 2017

Samen bouwen aan bereikbaarheid. Beeld Metropoolregio Amsterdam

Een balans tussen milieuruimte en leefomgevingskwaliteit Met de ontwikkeling van Haven-Stad ontstaat een spanningsveld tussen de benodigde milieuruimte voor bedrijven in het havengebied enerzijds en de noodzaak voor een gezonde en veilige leefomgeving in de woongebieden anderzijds. Tussen deze gebie­ den is geen harde grens te definiëren waar de invloed van de bedrijvigheid ophoudt en de relatieve rust van de woongebieden begint. Het vraagt daarom om een wederzijdse afstemming. De transformatiegebieden moeten worden ontwikkeld op een manier die rekening houdt met de benodigde milieuruimte van bedrijven in het havengebied. Dat vraagt om innovatief ontwerp, (bouw)technische voorzieningen en goede communi­ catie naar nieuwe bewoners bij de gebiedsontwikkeling. Zoals beschreven in de mili­ 38 eueffectrapportage (MER) bij de Ontwikkelstrategie Haven-Stad hoort daar ook bij dat op sommige milieuaspecten de belasting op de woon- en leefkwaliteit zeer hoog zal zijn en dat daarvoor op andere aspecten compensatie moet worden gezocht. Daarmee moet de gebiedsontwikkeling dus ook de milieuruimte van de haven ­respecteren. 38

Milieueffectrapportage (MER) Haven-Stad. Bron: gemeente Amsterdam (2017).

74

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Balans tussen milieuruimte en leefomgevingskwaliteit Industriehaven Exploitatiegebied haven Haven en industrie Industrie: rekening houdend met de stad Verstedelijking: rekening houdend met industrie Stedelijke ontwikkeling tot 2040 Stedelijke ontwikkeling na 2040

Figuur 21. Het spanningsveld tussen hoogstedelijke woon-werkgebieden en de industrie in het havengebied. Bron: gemeente Amsterdam (2020)

De Hemwegcentrale is sinds eind 2019 buiten gebruik. Beeld: Edwin van Eis voor gemeente Amsterdam (2019)

Aan de andere zijde van de A10 zal de komende decennia ook veel veranderen. De kolengestookte Hemwegcentrale is eind 2019 gesloten en op termijn zullen ook andere bedrijven, die zich nu vooral richten op fossiele producten, zoals opslag van benzine en diesel, zich moeten aanpassen. Voor de locatie van de Hemwegcentrale worden plannen gemaakt, waarbij deze een prominente plek krijgt in de energietransitie, met productie en opslag van waterstof, schone energie en synthetische brandstoffen. Ook deze nieuwe industrieën vragen om substantiële milieuruimte. Daarbij kan en moet rekening worden gehouden met de beoogde transformatie in Haven-Stad. Deze herontwikkeling wordt aangegrepen om, zonder dat dit de bedrijvigheid en effectivi­ teit beperkt, de milieubelasting op omliggende woongebieden te verminderen. Ook hier is het belangrijk om met de inzet van innovatief ontwerp, (milieu)technische voorzieningen en goede communicatie naar de bedrijven de emissies te minimaliseren. Zo wordt vanuit het havengebied ook de woon- en leefkwaliteit in de omliggende gebieden gerespecteerd. Het zijn de twee zijden van één medaille. Op een soortgelijke manier houden de gemeentes Amsterdam en Zaanstad en het Havenbedrijf bij de overige aanliggende gebieden (Sloterdijken, Achtersluispolder en Hembrugterrein) ook rekening met elkaars belangen.

Inzet op de samenwerking in het havengebied en specifiek met het Havenbedrijf De gemeente en het Havenbedrijf hebben beide de opgave om samen met de bedrij­ ven de transformatie mogelijk te maken. De uitvoering is een langdurig proces. Aan de stedelijke kant moet rekening worden gehouden met het havenindustriegebied, waar (milieu)ruimte nodig is, onder andere voor energietransitie en circulaire economie. Aan het Havenbedrijf wordt gevraagd om tijdig te anticiperen op toekomstige verste­ delijking aan de oost- en noordzijde, door samen met de gemeente en de bedrijven te kijken naar de milieu-, geluid- en risicocontouren, zoals direct langs de A-10 en langs de grens met Zaanstad, met name in de Petroleumhaven en het Hemwegterrein.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

75

Rol van de gemeente Samenwerken met het Havenbedrijf om per locatie te optimaliseren hoe haven en stad naast elkaar kunnen bestaan. Een voorbeeld is de transitie van het Hemwegterrein naar een nieuwe energie hub.

4.5 Publiek belang 5: Veilig gebruik van de nautische ruimte Binnenwater en Havenwater Het water binnen de gemeentegrenzen kan worden onderverdeeld in binnenwater en havenwater (zie figuur 1). Voor beide wateren geldt deels dezelfde en deels verschillen­ de regelgeving. Het beheer over het havenwater ligt bij de Divisie Havenmeester (DHM) die de havenbekkens en de nationale vaarroute door het Noordzeekanaal beheert namens Rijkswaterstaat en het CNB. Het beheer over grote delen van het binnenwater van Amsterdam ligt bij het gemeentelijke Programma Varen. Het beheer over de doorgaande vaarroutes in het binnenwater (de Kostverlorenvaartroute en de Amstelroute) ligt bij Waternet.

Toenemende drukte op het water Water wordt steeds meer een integraal onderdeel van de stedenbouw. De Ontwikkelstrategie Haven-Stad spreekt van verstedelijking en/of gebruiksverandering van het water, meer specifiek van de oevers van het IJ(meer), het Noordzeekanaal en de Zaan, en de herontdekking van het waterfront. De Ontwikkelstrategie geeft het IJ en de waterbekkens een centraal herkenbare plek. Voor het toekomstige hoogstedelijk gebied wordt de openheid van het nabije water en het stoere karakter van de haven­ functies als een grote kwaliteit gezien. De ontwikkeling van Haven-Stad noopt tot een nauwkeurige afstemming van mogelijke combinaties van stedelijk gebruik van het water, de kades en de oevers – denk aan openbaar vervoer en bevoorrading over water – en beroepsmatig gebruik, bijvoorbeeld aanmeerplekken voor rondvaartboten, riviercruiseschepen, duwbakken en binnenvaartschepen. Een klein deel van het water wordt gedempt ten behoeve van stedelijk groen.

Kruispunt IJ Een direct gevolg van de trek naar de stad is de enorme groei van woningen aan beide oevers van het IJ. Amsterdam is niet langer de stad aan het IJ, maar de stad rondom het IJ. Het binnen- en havenwater staan in open verbinding met elkaar staan en door

Centraal Nautisch Beheer De Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer NZKG (CNB) is een samenwerkingsverband van de gemeentes Amsterdam, Beverwijk, Velsen en Zaanstad, opgericht in 1994. Het CNBbeheergebied loopt vanaf 12 mijl buiten IJmuiden tot de Oranjesluizen in Amsterdam. De belangrijkste doelstelling is het waarborgen van veilig, vlot en duurzaam gebruik van de nautische ruimte in het NZKG. Het CNB voert in mandaat de nautische Rijkstaken uit. Naast de nautische taken voert het CNB sinds 2003 taken uit die voortkomen uit de Havenbeveiligingswet. Tevens voert het CNB een aantal taken uit voor de Wet voor­ koming verontreiniging door schepen (Haven afvalstoffen­ plan). De taken van het CNB worden uitgevoerd door de Divisie Havenmeester van het Havenbedrijf Amsterdam.

Het IJ is een belangrijke verkeersader voor verschillend vervoer over het water. Beeld: Edwin van Eis voor gemeente Amsterdam (2018)

76

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

de toenemende drukte op beide wateren neemt de drukte op het ‘kruispunt’, het IJ, gestaag toe. Het IJ is niet alleen belangrijk als verkeersader voor het (inter)nationale goederenvervoer, maar ook als verbinding voor het personenvervoer tussen de noordelijke – en zuidelijke IJ-oevers. Het water wordt steeds meer gezien als deel van de openbare leefomgeving. Daarnaast wordt het IJ steeds vaker gebruikt voor water­ recreatie en commerciële passagiersvaart. In bijna elk toekomstscenario groeit de intensiteit van verkeersstromen over, onder, en door het IJ.

Op dit moment gaan er dagelijks zo’n 67.000 mensen met de pont over het IJ. In 2030 zal dit 80.000 110.000 reizigers per dag zijn. Beeld: Bob Wennekedonk (2019)

Bereikbaarheid - Vaste oeververbindingen: Sprong over het IJ Het programma Sprong over ‘t IJ heeft tot doel de verbinding van stadsdeel Noord met de overzijde van het IJ te verbeteren. Om te komen tot toekomstbestendige oplossingen heeft de ‘Adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam’ (Commissie D’Hooghe) op verzoek van de gemeente Amsterdam en het ministerie van IenW een advies uitgebracht over waar en hoe de oevers van het IJ en een deel van het Amsterdam-Rijnkanaal het beste voor fietsers en voetgangers verbonden kunnen 39 worden . Onderdeel van dit advies is een visie op het gebruik van het IJ in relatie tot de ontwikkelingen op en rondom het Noordzeekanaal in de komende 30 jaar. Dat betekent dat een breed scala aan belangen dient te worden afgewogen, zoals woon-werkverkeer, ondernemerschap, goederenvervoer en recreatie. Dat is niet eenvoudig. In de kern gaat het om het samenkomen en -brengen van verschillende belangen en functies op één plaats, waarbij de veiligheid voorop staat. Om goed voorbereid te zijn wil de gemeente, mede op basis van het advies van de Commissie D’Hooghe, inzicht en overzicht in de initiatieven die nu en in de toekomst spelen op het IJ. Zo ontstaat een integraal beeld, waardoor de gemeente en belang­ hebbenden gezamenlijk afwegingen kunnen maken en prioriteiten kunnen stellen.

39 Genereus Verbonden, Eindadvies Adviescommissie Oeververbindingen Rijkswateren Amsterdam (juni 2020).

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

77

Programma Varen Het Programma Varen werkt aan een duurzaam, evenwichtig en slim gebruik van het binnenwater door de verschillende gebruikers. Programma Varen is verantwoordelijk voor het beleid, het beheer en de vergunningverlening op het Amsterdamse binnen­ water. Doelen zijn vlotte en veilige doorvaart, het beheersen van drukte en overlast, en het bieden van een gelijk speelveld op de markt. Het gaat daarbij om pleziervaart, passagiersvaart en transport over het water. Het beleid richt zich onder andere op de beheersing van het aantal vaarbewegingen, het spreiden van plezier- en passagiers­ vaart en het bevorderen van duurzaamheid. Daartoe is met de Nota Varen Deel 1 en Deel 2 een pakket van zeventien maatregelen geformuleerd en door de gemeenteraad vastgesteld. Dit beleid wordt nu stapsgewijs geïmplementeerd. Het binnen- en havenwater staan in open verbinding met elkaar. Door de toenemende drukte op het binnenwater zien we dat de commerciële passagiersvaart ook steeds meer gebruik maakt van het havenwater.

Commerciele passagiersvaart. Beeld: gemee nte Amsterdam

Cruisebeleid Het aantal aanlopen bij de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) is sinds de in gebruik name in 2000 vrijwel doorlopend gestegen. In 2019 was een daling te zien na de invoering van toeristenbelasting. Door de coronacrisis is de cruisevaart in 2020 vrijwel geheel stil komen te liggen. Vanuit de haveneconomie bezien is de cruisevaart een nicheproduct.

Riviercruiseschepen aan de Piet Heinkade. Beeld: Cecile Obertop voor gemeente Amsterdam

2.200

500.000

2.000

450.000

1.800

400.000

1.600

350.000

1.400

300.000

1.200

250.000

1.000

200.000

800

150.000

600

100.000

400

50.000

200

Zeecruise in Amsterdam Aantal passagiers Aantal schepen Figuur 22. Bron: Amsterdam Cruise Port (2020)

Riviercruise in Amsterdam

Zeecruise in IJmuiden

Aantal passagiers

Aantal passagiers

Aantal schepen

Aantal schepen

19 20

18 20

17 20

20 16

20 15

20 14

20 13

20 12

20 11

20 10

09 20

20 08

20 07

20 06

05 20

04 20

03

02

20

20

20

01

0 00

0

aantal schepen

550.000

20

aantal passagiers

Ontwikkeling van het aantal zee- en riviercruises sinds 2000

78

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Cruiseschip bij de PTA aan de Piet Heinkade. Beeld: Edwin van Eis voor gemeente Amsterdam

Voor zowel zee-als riviercruises wordt in samenspraak met het Havenbedrijf en regio­ nale partners een regionaal cruisebeleid ontwikkeld, waarbij selectief beleid op basis van prijs en duurzaamheid een rol spelen. De directe aanleiding was het vinden van een alternatieve locatie voor de PTA, vanwege de toeristische drukte in het centrum, problemen met de aan en afvoer van touringcars en de ontwikkelingen in het kader van de Sprong over 't IJ. Uitgebreide studies naar alternatieve locaties binnen en buiten de gemeentegrenzen hebben één mogelijke nieuwe locatie opgeleverd: de Coenhaven. Deze keuze wordt ondersteund door de Commissie D’Hooghe.

Inzet op de samenwerking in het havengebied en specifiek met het Havenbedrijf 1. De gemeente wil conform het advies van Commissie D’Hooghe een inrichtingsplan voor het IJ op (laten) stellen, samen met andere belanghebbenden als het Rijk en het CNB. In dit inrichtingsplan zullen de verschillende functies ieder een plek moeten krijgen en de randvoorwaarden voor veilig gebruik van het water worden geformuleerd. De gemeente wil hierbij punten inbrengen zoals: • Het realiseren van overstaplocaties voor rondvaartboten in de nabijheid van de aanlegsteigers voor de zee- en riviercruiseschepen om zo het vervoer per touringcar terug te dringen. • Hulp bij het vinden van nieuwe ligplaatsen voor rondvaartboten. 2. Onderlinge afstemming tussen Divisie Havenmeester en Programma Varen onder andere over : • Transport over water, monitoring van drukte en voorzieningen voor passagiers­ vaartuigen, ter voorkoming van waterbedeffecten tussen binnen- en havenwater. • De uitvoering van de duurzaamheidsplannen voor een schonere scheepvaart. 3. Vermindering van emissie en inzet op de komst van schonere passagiersschepen worden leidend. Daartoe ontwikkelt het Havenbedrijf een norm en ligplaats systematiek voor schone schepen bij de PTA, waarbij de meest vervuilende schepen geweerd worden. De methodiek wordt opgenomen in het reserveringssysteem voor de zeecruise.

Deze werkwijze dient na de zomer van 2021 gereed te zijn.

Rol van de gemeente De gemeente Amsterdam zet zich samen met partijen als het Rijk, het CNB en de Divisie Havenmeester in voor het behoud van een robuuste, veilige en ongehinderde vaarweg ten behoeve van het goederenvervoer. De precieze invulling is mede afhanke­ lijk van de bestuurlijke besluitvorming aangaande het eindadvies van de Commissie D’Hooghe en de afspraken met het Rijk.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

4.6 Doorsnijdende thema´s: Arbeidsmarkt en ketenverantwoordelijkheid 4.6.1 Arbeidsmarkt In 2017 (de laatst beschikbare gegevens) telde de Amsterdamse haven 17.609 directe banen. Een uitsplitsing van dit aantal in tabel 4 laat zien dat 63 % (11.125) van de banen te herleiden is naar de knooppuntfunctie van de haven; de logistiek en de op- en overslag. De overige 37% (6.484) is te herleiden naar de haven als vestigingsplaats voor havengerelateerde bedrijvigheid en industrie.

Directe havengerelateerde werkgelegenheid in Amsterdam per sector in 2017 2017

Aantal werkzame personen

KNOOPPUNT

11.125

1. Vervoer • Zeevaart

7.634 1.212

• Binnenvaart

902

• Wegvervoer

5.337

• Spoorvervoer

184

• Pijpleiding

0

2. Dienstverlening t.b.v. het vervoer

1.204

3. Overslag/opslag

2.287

VESTIGINGSPLAATS

6.484

1. Industrie

2.802

• Voedingsmiddelenindustrie

453

• Aardolie industrie

168

• Chemische industrie

1.227

• Basismetaal- en metaalproductenindustrie

210

• Transportmiddelenindustrie

212

• Elektriciteitsproductie

28

• Overig

504

2. Groothandel

1.327

3. Dienstverlening (zakelijk en niet zakelijk)

2.354

TOTAAL Tabel 4. Bron: Havenmonitor (2018)

17.609

17.609

17.609

79

80

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Naar verwachting komt de overslagfunctie onder druk te staan door reductie van fossiele ladingstromen. Daarentegen zullen volop kansen ontstaan voor nieuwe banen in de duurzame energieopwekking en de circulaire maakindustrie. Deze ontwikkelingen zijn buitengewoon relevant voor een toekomstbestendige haven en zullen de groei van de duurzame werkgelegenheid in de haven een stimulans geven. Het is dan ook te verwachten dat de komende decennia de verdeling van de werkgelegenheid verschuift, van de knooppunt- naar vestigingsplaatsfunctie. In 2017 heeft uitzendbureau Randstad, in opdracht van het Havenbedrijf, een onder­ 40 zoek uitgevoerd naar de arbeidsmarkt in de haven. Hieruit bleek dat het grootste deel van de werknemers een opleidingsniveau had van MBO of lager, met name in administratieve, logistieke en technische functies. Tevens bleek dat het aantal HBO-ers elektrotechniek, informatica en bedrijfskunde stijgt.

Onderhoud aan een schip in de Amsterdamse haven. Beeld: Nieuwland Photography.

De belangrijkste beroepsgroepen in het havengebied zijn op dit moment de logistieke medewerkers (laders/lossers, planners, chauffeurs) en de technici (monteurs, proces­ operators, industrieel medewerkers). De verdere digitalisering en automatisering, van zowel de logistiek als de industrie, veroorzaakt een stijgende vraag naar ICT-ers en in het algemeen werknemers met een hoger opleidingsniveau om met die ICT om te kunnen gaan. Dit betekent dat het opleidingsniveau van de belangrijkste beroeps­ groepen verder zal toenemen.

40 Randstad, Haven Amsterdam vanuit Arbeidsmarktperspectief, onderzoek in opdracht van Havenbedrijf Amsterdam (maart 2017).

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Om de uitdagingen, die in de komende jaren op de haven afkomen het hoofd te kunnen bieden, is goed gemotiveerd en goed opgeleid personeel van cruciaal belang. In de pre-coronatijd was het vinden van goed personeel voor veel havenbedrijven een aanzienlijk probleem. Hoewel de spanning op de arbeidsmarkt is afgenomen, is er nog steeds een aantal structurele problemen waarmee het havengebied worstelt als het gaat om het aantrekken van personeel. Problemen die in de komende decennia door een gemeenschappelijke inspanning van bedrijven, Havenbedrijf en gemeente moeten worden geadresseerd.

Inzet op de samenwerking in het havengebied en specifiek met het Havenbedrijf De gemeente wil in samenwerking met het Havenbedrijf en het bedrijfsleven bijdragen aan: 1. Een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt De komende jaren zullen er met name door de gewenste energietransitie en ontwikkelingen op het gebied van circulaire economie nieuwe banen ontstaan. Dit geldt niet alleen voor nieuwkomers op de arbeidsmarkt, maar ook voor mensen die zich willen omscholen. Het is belangrijk dat zowel opleidingen, als bedrijven hierop inspelen en aan meewerken. 2. Fysieke bereikbaarheid van het havengebied Meer dan de helft van de werkenden in de haven komt van buiten Amsterdam. Reistijd naar en bereikbaarheid van het werk spelen een niet te onderschatte factor bij de keuze voor een werkgever. Aandacht voor bereikbaarheid en mobiliteit is dan ook van belang voor het havengebied, zeker omdat veel werkzaamheden continu (24/7) zijn. 3. Inclusieve arbeidsmarkt Door een goede samenwerking tussen bedrijven en opleidingen en met steun van de gemeente en het Havenbedrijf kan er een win/win situatie worden gecreëerd voor bedrijven, praktisch geschoolden en mensen met een afstand tot de arbeids­ markt.

Rol van de gemeente De gemeente werkt aan een betere bereikbaarheid van de bedrijventerreinen van de Sloterdijken en de haven in de Visie Personenmobiliteit Westpoort 2020-2030 (in ontwikkeling). De gemeente heeft een Werkgevers Service Punt, dat beschikt over een Haventeam en een Transport en Logistiek team die bedrijven actief kunnen ondersteunen bij de vraag naar personeel. Verder participeert de gemeente in het House of Skills, dat onder­ steuning verleent bij omscholing, en in het Regionaal Werkcentrum Groot-Amsterdam die werkgevers ondersteunt om mensen van werk naar werk te helpen.

81

82

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

4.6.2 Ketenverantwoordelijkheid Ketenverantwoordelijkheid en Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) zijn belangrijke thema’s waar de gemeente Amsterdam veel aandacht aan besteed. Anders dan bij het Havenbedrijf is de beleidsvorming hierover binnen de gemeente verspreid over meerdere directies. Het Havenbedrijf heeft een eigen MVO-beleid en zet in op duurzame en verantwoordelijke handelsketens. Het stimuleert bedrijven om ketens te verduurzamen en wil transparantie en traceerbaarheid bevorderen op verschillende manieren: • MVO-overwegingen worden bewust meegenomen bij beslissingen omtrent bedrijfsvestigingen (vestigingen en beheer). • De OESO-richtlijnen worden toegepast en vertaalt naar een IMVO-agenda (Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) voor de belangrijkste handelsketens (keten specifieke benadering). • De invulling van de ketenaanpak is altijd gericht op samenwerking met klanten, overheden en maatschappelijke organisaties. • Het Havenbedrijf sluit aan bij leidende multi-stakeholder initiatieven in verschillende sectoren waar expertise en invloed van waarde kunnen zijn en werkt op dit thema actief samen met partner-havens over de wereld.

Inzet op de samenwerking in het havengebied en specifiek met het Havenbedrijf De gemeente verwacht dat het Havenbedrijf inzichtelijk maakt welke afwegingen gemaakt worden, hoe de haven bijdraagt aan het realiseren van publieke belangen en welke maatschappelijke waarde wordt bereikt.

Rol van de gemeente De gemeente gaat de samenwerking met het Havenbedrijf op dit gebied intensiveren. Amsterdam doet veel op het gebied van MVO en ketenverantwoordelijkheid, zoals duurzaam en circulair inkopen, social return, stimuleren van vrouwelijk ondernemer­ schap, en support verlenen aan of subsidiëring van initiatieven.

5 Samenwerking en sturing

84

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Het is voor het eerst sinds de verzelfstandiging van het Havenbedrijf dat de gemeente een Visie heeft opgesteld waarin de publieke belangen expliciet worden benoemd en beschreven. De vijf publieke belangen grijpen op elkaar in en kunnen soms tegenstrijdig zijn. Zij fungeren als leidraad bij de aanpak van de grote en complexe opgaven die op de gemeente en het Havenbedrijf afkomen. De gemeente hanteert de vijf publieke belangen als uitgangspunt voor haar samenwerking met het Havenbedrijf en andere relevante stakeholders. Dit biedt duidelijkheid over de beleidsmatige doelen op lange termijn. Het huidige vigerend beleid met betrekking tot de haven is opgenomen in deze Visie. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de gemeente de samenwerking met het Havenbedrijf en met andere stakeholders wil inrichten om deze opgaven aan te gaan. De GVH dient meerdere doelen, die hieronder nader worden uitgewerkt: • Als intern gemeentelijk toetsingskader voor gemeentelijke beleidstrajecten en investeringsbeslissingen, die raken aan de geformuleerde publieke belangen. • Als uitgangspunt voor strategische samenwerking tussen gemeente, Havenbedrijf en overige stakeholders. • Als beleidsmatig toetsingskader bij het aandeelhouderschap, bijvoorbeeld voor het goedkeuringsproces voor het Strategisch Plan van het Havenbedrijf en het monitoren van voortgang.

We hebben gezien dat het opstellen van deze Visie er al toe geleid heeft dat de kennisuitwisseling en het onderlinge begrip tussen stad en haven enorm is toe­ genomen. We willen hierop voortbouwen door kennis en expertise van gemeente en Havenbedrijf te bundelen in gezamenlijke programma’s en de samenwerking met andere stakeholders te versterken.

Intern gemeentelijk toetsingskader De vijf publieke belangen scheppen duidelijkheid over de gemeentelijke ambities en opgaven ten opzichte van de haven. Daarmee zijn ze richtinggevend voor het Havenbedrijf, en vormen ze een leidraad voor de discussie binnen de gemeente. Toekomstig gemeentelijk beleid dat het functioneren van het Havenbedrijf en het havengebied raakt, dient te worden getoetst aan de GVH. Hierbij kan het zijn dat de publieke belangen in bepaalde gevallen schuren of zelfs conflicteren. In die gevallen zal inzichtelijk moeten worden gemaakt waar het schuurt en hoe op een zorgvuldige manier een afweging kan worden gemaakt, waarbij de GVH als toetsingskader fun­ geert.

Wat gaan we doen? We gaan de onderlinge afstemming tussen de relevante beleidsdirecties versterken. Hiervoor is een belangrijke rol weg gelegd voor het Accountteam Haven, het ambte­lijke overlegorgaan tussen gemeente en Havenbedrijf. In dit accountteam zijn naast het Havenbedrijf alle relevante beleidsdirecties, de Omgevingsdienst en Deelnemingen vertegenwoordigd.

Strategische samenwerking Stad en haven staan voor opgaven die voor afzonderlijke organisaties te groot en te complex zijn om alleen aan te pakken. De gemeente en de haven moeten nauw samenwerken, met elkaar en met andere partners. Dat vergt een verdere professio­ nalisering van de samenwerkingsrelatie met duidelijkheid over de verschillende rollen. We vullen dit de komende periode samen in, met respect voor ieders rol, positie, kennis en expertise.

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

De omvang van de opgaven vereist de inzet van veel partners, zoals onder andere de steun van en samenwerking met bedrijfsleven en partneroverheden. Daarom wil de gemeente de bestaande samenwerkingsrelaties met het havenbedrijfsleven, belangen­ vertegenwoordiging, participatieplatforms en mede overheden (Rijk, Provincie, MRA, NZKG, CNB) verder versterken.

Wat gaan we doen? Voor afzonderlijke publieke belangen en specifieke prioriteiten willen we de bestaande overlegnetwerken versterken, en waar deze ontbreken samenwerkingstafels ontwikke­ len met relevante partijen. We willen hierbij de kennis en expertise van gemeente en Havenbedrijf zoveel mogelijk bundelen in gezamenlijke programma’s. Hier zijn al verschillende voorbeelden van, zoals voor het transitiepad Haven & Industrie uit de Routekaart AKN en de Regiegroep Participatie Havengebied voor Haven-Stad. Voor andere opgaven staan we aan het begin, bijvoorbeeld voor de Circulaire Economie, de afstemming rondom de gemeentelijke Omgevingsvisie en Gebiedsvisie van de haven, en voor de uitvoering van de adviezen van Commissie D’Hooghe over de inrichting van het IJ.

Toetsingskader bij het aandeelhouderschap Naast het behartigen van publieke belangen, heeft de gemeente ook de aandeel­ houdersrol te vervullen. Het Havenbedrijf is een verzelfstandigde en niet een ­ geprivatiseerde organisatie. De gemeente is 100% aandeelhouder vanwege de publieke belangen die ermee gemoeid zijn. Het Havenbedrijf beheert de grond van de gemeente in het havengebied, ten behoeve van duurzame economische ontwikkeling. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om kaders te stellen en te sturen op de afzonderlijke publieke belangen, die deels met elkaar strijden om de schaarse ruimte. Daar is een actieve opstelling bij nodig van de gemeente. Daarvoor wil de gemeente een actief aandeelhouderschap. We zullen ‘dichter op de haven kruipen’, via onze formele rollen en in onderlinge samenwerkingsverbanden. Dat doen we zonder dat we de licence to operate aantasten of op de stoel van het Havenbedrijf gaan zitten. In de rol van aandeelhouder stuurt de gemeente op de financiële continuïteit van het Havenbedrijf op de lange termijn. Deze is randvoorwaardelijk voor de behartiging van de overige publieke belangen. In de praktijk kan een gezond rendement op maat­ schappelijk geïnvesteerd vermogen botsen met de gewenste invulling van de overige publieke belangen. In deze gevallen zullen ook deze belangen expliciet met elkaar gewogen moeten worden.

In zijn rol als aandeelhouder moet de gemeente toestemming geven voor bepaalde investeringen van het Havenbedrijf. In de afweging bij die beslissing zal de gemeente naast het rendementsvooruitzicht ook meewegen of en zo ja op welke wijze deze investeringen bijdragen aan de publieke belangen.

Wat gaan we doen? We gaan het strategisch overleg en de besluitvorming tussen directie, raad van commissarissen en aandeelhouder verder stroomlijnen. Onder andere door een halfjaarlijks overleg over de investeringsagenda en door de monitoring van de beleids­ doelstellingen nader uit te werken. De gemeente zal samen met het Havenbedrijf kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) en expliciete meetinstrumenten opstellen voor het monitoren van de doelstellingen. Ook zal een afwegingskader worden ontwikkeld om investeringen, naast hun financieel rendement, te kunnen beoordelen op hun bijdrage aan de publieke belangen.

85

86

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Literatuur • Berenschot (2019), Bouwstenen voor de Gemeentelijk Visie Haven • Bestuursplatform NZKG (2013), Visie Noorzeekanaalgebied 2040 • Bestuursplatform NZKG (jaarlijks), Monitor Ruimte-Intensivering NZKG • CE Delft (2018), Ontwikkelstrategie Energietransitie NZKG • Europese Commissie (2019), Europese Green Deal • Europese Commissie (2020), EU Hydrogen Strategy • Gemeente Amsterdam (2013), Verzelfstandigingsovereenkomst Havenbedrijf Amsterdam • Gemeente Amsterdam (2013), Transformatieovereenkomst • Gemeente Amsterdam (2018), Coalitieakkoord 2018 – 2022 ‘Een nieuwe lente, een nieuw geluid’ • Gemeente Amsterdam (2019), Nota Varen Deel 1 • Gemeente Amsterdam (2020), Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 ‘Nieuw Amsterdams Klimaat’ • Gemeente Amsterdam (2020), Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 • Gemeente Amsterdam (2020), Nota Varen Deel 2 (conceptnota) • International Energy Agency, World Energy Outlook 2018 • Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (2019): Trends en hun invloed op zeehavens • Klimaatberaad, Klimaatakkoord (Den Haag, 28 juni 2029) • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (2020): Ontwerp Havennota 2020 – 2030 • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2019), Ontwerp Nationale Omgevingsvisie • NZKG (2018), Ontwikkelstrategie Energietransitie • Port of Amsterdam (2015), Havenvisie 2030 • Port of Amsterdam (2017), Schone

Scheepvaart: Visie 2030 en actieplan tot 2021 • Port of Amsterdam (2020), Jaarverslag 2019 • Provincie Noord-Holland (2018), Omgevingsvisie NH2050 • Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2016): Mainports Voorbij • Randstad (maart 2017), Haven Amsterdam vanuit Arbeidsmarktperspectief (onderzoek in opdracht van Port of Amsterdam) • Rijksoverheid (2016), Nederland Circulair in 2050 • Rijksoverheid (2017), Grondstoffenakkoord (Intentieovereenkomst om te komen tot transitieagenda’s voor de Circulaire Economie) • Rijksoverheid (2020, 30 maart), Kabinetsvisie waterstof, brief aan de kamer • Rijksoverheid (2020, 15 mei), Visie verduurzaming basisindustrie 2050; ‘de keuze is aan ons’

Gemeentelijke Visie Haven 2020 – 2040

Colofon Gemeentelijke Visie Haven 2020-2040 Tekst en kaarten: Economische Zaken en Ruimte en Duurzaamheid Ontwerp: Patk/Patrick Keeler Fotografie: Voorpagina: Nieuwland Photography / Schutterstock Binnenomslag: Pdook, bewerkt door gemeente Amsterdam, OIS Hoofdstuk 2: Nieuwland Photography / Schutterstock Hoofdstuk 3: Tom Elst Fotografie / Nationale Beeldbank Hoofdstuk 4: Maykova Galina / Schutterstock Hoofdstuk 5: Hoofdstuk 5: Alf van Beem / Wikimedia Achterpagina: Irma de Jong-van Middelkoop / Nationale Beeldbank Contact: gvh@amsterdam.nl www.amsterdam.nl

Betrokken en geconsulteerde partijen Deze Gemeentelijke Visie Haven is tot stand gekomen mede dankzij de inbreng van een groot aantal organisaties, bedrijven en experts. Op verschillende momenten in het proces zijn zij geconsulteerd en bereid gevonden om mee te denken, deel te nemen aan sessies en input te leveren. Wij danken alle betrokkenen en belanghebbenden die een bijdrage hebben geleverd, en in het bijzonder het Havenbedrijf Amsterdam, voor de constructieve samenwerking gedurende de totstandkoming van deze Visie.

• Albemarle Netherlands B.V. • Amsterdam Economic Board • Berenschot Groep B.V. • Bestuursplatform NZKG • Ecorys Rotterdam • Erasmus Universiteit • Divisie Havenmeester • Cargill B.V./IGMA • Gemeente Beverwijk • Gemeente Velsen • Gemeente Zaanstad • G.I. Dynamics B.V.

• Graniet Import Benelux B.V. • Havenbedrijf Amsterdam NV • Metropool Regio Amsterdam • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat • Noord-Europees Wijnopslagbedrijf B.V. • Nouryon • OBA Bulk Terminal Amsterdam • Oiltanking Amsterdam B.V. • Omgevingsdienst NZKG • ORAM

• OV Westpoort • Paro B.V. • Projectbureau NZKG • Provincie Noord-Holland • Tata Steel • TMA Logistics • VCK Logistics • VEBAN • Waternet • Zeehaven IJmuiden

Disclaimer Er is veel zorg besteed aan de inhoud van deze publicatie en het vermelden van alle rechthebbenden van het beeldmateriaal dat is gebruikt. Personen of instanties die menen dat hun rechten desondanks niet zijn gerespecteerd, kunnen contact opnemen via gvh@amsterdam.nl.

Copyright © 2020 Gemeente Amsterdam

87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263099/1