CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. factsheet Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 21 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Factsheets ‘Het stapelen van diploma’s op middelbare scholen’ en ‘Overstap van de middelbare school naar het mbo’ (VN2023-014059)2.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo Rapportage | februari 2023 Samenvatting De meeste studenten die het mbo instromen, hebben in het vo een diploma behaald (78%). De overige studenten stromen in vanuit het praktijkonderwijs, vso of vanuit het vo zonder diploma. Het niveau op het mbo sluit vaak aan bij het behaalde diploma in het vo; de meerderheid van de studenten op niveau 4 heeft een vmbo-t diploma. Hetzelfde geldt voor studenten op niveau 3 en niveau 2, daar heeft de meerderheid van de studenten respectievelijk een vmbo-k diploma of een vmbo-b diploma. Er zijn ook leerlingen met een havo of vwo diploma die het mbo instromen; 6% van de totale instroom op niveau 4, 1% op niveau 2 en 2% op niveau 3. Als er wordt gekeken naar de aansluiting van het profiel van het behaalde vo-diploma en de sector van de opleiding in het mbo, zien we dat deze het vaakst aansluit bij Economie. Ruim de helft van de studenten (49%) die een opleiding volgen binnen de sector Economie heeft ook een diploma in het vo gehaald binnen datzelfde profiel. Voor de sectoren Zorg en Welzijn en Techniek gaat het om respectievelijk 42% en 34%. Landelijk is de aansluiting voor Zorg en Welzijn het hoogst.

Wat opvalt bij de samenhang tussen het niveau in het mbo en het profiel van het behaalde vodiploma, is dat het aandeel studenten dat een Economie of Zorg en Welzijn diploma heeft gehaald in het vo groter is voor elk hoger niveau. Op niveau 4 heeft ruim 70% van de studenten een diploma binnen één van beide profielen (op niveau 2 is dit aandeel aanzienlijk lager met 43%). Bij de overige profielen (Techniek, Landbouw en Combinatie) zien we het tegenovergestelde; het aandeel dat een opleiding volgt binnen één van deze profielen daalt juist voor elk hoger niveau.

Onderzoek en Statistiek (O&S) monitort al een aantal jaar de onderwijsloopbanen van studenten in het middelbaar beroepsonderwijs (mb0) in opdracht van Onderwijs, Jeugd en Zorg en Diversiteit (OJZD). Hierbij worden studenten die vanuit het voortgezet onderwijs (vo) zijn gestart op een Amsterdamse mbo-locatie gevolgd gedurende hun onderwijsloopbaan. De uitkomsten van deze monitor worden visueel weergegeven in een dataverhaal. Aanvullend op dit dataverhaal wordt in deze factsheet meer aandacht besteed aan de overstap van het vo naar het mbo. Leerlingen kunnen in het vo verschillende profielen1 volgen binnen verschillende niveaus. Vervolgens zijn er ook verschillende niveaus en sectoren in het mbo. In deze factsheet wordt er gekeken hoe zowel het niveau en het profiel in het vo aansluit op het niveau en de sector in het mbo. Er wordt bijvoorbeeld in kaart gebracht hoeveel studenten niveau 2 instromen met een vmbokaderberoepsgerichte leerweg diploma (vmbo-k). Het gaat hierbij om studenten die op een Amsterdamse instelling studeren en vanuit het vo zijn uitgestroomd met een diploma. Studenten die geen vo-diploma hebben gehaald, worden dus niet meegenomen. Verder worden de resultaten vergeleken met de overige G4-steden en landelijk. Bij de vergelijking met de overige G4-steden gaat het om studenten die in Amsterdam wonen. 1 In het vmbo-t kunnen leerlingen kiezen uit vier profielen.

In de andere vmbo-leerwegen kunnen leerlingen uit tien

profielen kiezen. In deze factsheet zijn de profielen samengevoegd tot vijf profielen die overeenkomen met de sectoren in het mbo: Techniek, Landbouw, Economie, Zorg en Welzijn en Combinatie.

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo

De meeste studenten volgen een niveau 4 opleiding of een Economie opleiding In 2021/’22 zijn er in totaal ruim 5.400 studenten gestart met een opleiding aan een Amsterdamse mbo-instelling. Meer dan de helft van deze studenten volgt een niveau 4 opleiding (56%) en een kwart volgt een niveau 2 opleiding. De rest van de studenten volgen een niveau 1 of niveau 3 opleiding (beiden 9%). Als we kijken naar de sector waarbinnen de opleidingen vallen, zien we dat de meeste studenten een opleiding volgen binnen Economie (40%). De opleiding binnen Zorg en Welzijn en binnen Techniek worden allebei door ongeveer een kwart van de studenten gevolgd. Het aantal instromende studenten is tussen 2016/’17 en 2021/’22 afgenomen met ongeveer 500 studenten. Deze afname zien we met name terug bij niveau 3 opleidingen en vooral in de sector Economie. Figuur 1 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau en sector in het mbo, 2021/’22 (procenten) 9

25

9

20

40

56

26

40

20 Techniek

40 Economie

25

9 %

%

0

niveau 1

60

niveau 2

80

niveau 3

100 0 niveau 4

60 80 Zorg en Welzijn

100 Combinatie

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Als er wordt gekeken naar de verhouding tussen niveau en sector zien we dat alle niveau 1 opleidingen binnen de sector Combinatie vallen. De meerderheid van de studenten die een niveau 2 opleiding volgen, doen dit in de sector Zorg en Welzijn (40%). Verder volgt meer dan de helft van de studenten op niveau 3 een opleiding binnen de sector Economie (58%). Voor niveau 2 is het aandeel Techniek opleidingen iets hoger dan op niveau 4 (31% tegenover 27%). Figuur 2 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau en sector in het mbo gekruist, 2021/’22 (procenten)

niveau 1 (n=505)

100

niveau 2 (n=1.370)

31

niveau 3 (n=505)

29

niveau 4 (n=3.030)

27 0

Techniek (n=1.395)

29

40 58

13

48 20

Economie (n=2.150)

40

25 60

Zorg en Welzijn (n=1.360)

80

% 100

Combinatie (n=505)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Het merendeel van de mbo-studenten stromen in vanuit het vo met een diploma (78%, n=4.200). De overige studenten stromen in vanuit het praktijkonderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs (vs0). Daarnaast is er nog een kleine groep studenten die vanuit het vo zonder diploma is ingestroomd (vooral op niveau 1). In de huidige factsheet wordt er specifiek gekeken naar de ruim 4.200 studenten die met een vo diploma naar het mbo zijn ingestroomd.

2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo

Niveau op het mbo sluit vaak aan bij het diploma op het vo Het grootste aandeel van de mbo-studenten heeft een vmbo-theoretische leerweg diploma (vmbot), gevolgd door een vmbo-k diploma (42% en 31%). Vier procent van de mbo-studenten heeft een havo/vwo diploma. Dit is vergelijkbaar met de rest van Nederland en de G4. Alleen in Utrecht heeft een relatief groot deel van de mbo-studenten een vmbo-basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-b) diploma, namelijk 27%. De meeste studenten hebben in het vo een diploma gehaald in de profielen Economie of Zorg en Welzijn (respectievelijk 37% en 25%). Figuur 3 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau en profiel van het behaalde vo diploma, 2020/’21 (procenten) 18

31

4

42

16

4

37

25

14

8 %

%

0

20 40 vmbo-basisberoeps vmbo-gemengd havo/vwo

60 80 100 vmbo-kaderberoeps vmbo-theoretisch

0

20

40

60

Techniek Zorg en Welzijn Landbouw

80

100

Economie Combinatie

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Ongeveer de helft van de studenten met een vmbo-t diploma, heeft een diploma binnen het Economie profiel behaald (52%). Daarnaast heeft ongeveer een derde een Zorg en Welzijn diploma. Voor de groep met een vmbo-gemengde leerweg diploma (vmbo-g) heeft de meerderheid een diploma binnen het Landbouw profiel behaald (37%). Het aandeel studenten met een Combinatie diploma is relatief hoog onder de groep met een vmbo-b en vmbo-k diploma (respectievelijk 27% en 25%). Figuur 4 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau en profiel van het behaalde vo diploma gekruist, 2020/’21 (procenten)*

vmbo-b (n=770)

18

vmbo-k (n=1.325)

17

vmbo-g (n=175)

15 10 26

vmbo-t (n=1.810)

15

21 28 37

1

52

19

27

20

25 11

14

11 31

% 0

20 Techniek (n=665)

40 60 Landbouw (n=340)

Zorg en Welzijn (n=1.010)

Combinatie (n=560)

80 100 Economie (n=1.505)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S * havo en vwo leerlingen volgen geen sector maar een profiel, waardoor deze leerlingen (n=185) buiten beschouwing worden gelaten.

Het niveau van mbo-studenten lijkt grotendeels aan te sluiten bij het diploma dat zij hebben gehaald in het vo (zie figuur 5). Zo heeft de meerderheid van de studenten op niveau 4 een vmbo-t diploma. Op niveau 3 heeft de meerderheid van de studenten een vmbo-k diploma en op niveau 2 een vmbo-b diploma. Omdat het zonder diploma mogelijk is om in te stromen op een niveau 1 opleiding, is dit niveau buiten beschouwing gelaten. Ook de Combinatie sector in het mbo wordt in de volgende figuren buiten beschouwing gelaten, omdat dit om dezelfde leerlingen gaat (niveau 1 leerlingen die zonder diploma kunnen instromen).

3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo

Figuur 5 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau in het mbo en niveau van het behaalde vo diploma, 2021/’22 (procenten)* niveau 2 (n=985)

75

niveau 3 (n=480) 2

71

niveau 4 (n=2.740)

31

14 4

5

2

9

1

21

2

58

6 %

0 vmbo-b (n=770)

20

40

vmbo-k (n=1.325)

60

vmbo-g (n=175)

80

vmbo-t (n=1.805)

100 havo/vwo (n=185)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Daarnaast heeft zes procent van de studenten op niveau 4 een havo of vwo diploma. Dit is iets hoger dan gemiddeld onder de G4 gemeenten. Als we kijken naar alle mbo-studenten met een havo/vwo diploma, gaan negen op de tien van hen naar niveau 4. Het is ook mogelijk voor havo 4 leerlingen om naar het mbo te gaan. In Amsterdam waren in het schooljaar 20/’21 162 hav0 4 leerlingen die in het schooljaar 21/’22 op het mbo studeerden (6% van alle havo 4 leerlingen). Zij stromen voornamelijk in op niveau 4 (zie ook CBS statline). Dit is vergelijkbaar met de andere G4 gemeenten en Nederland als geheel.

Aansluiting van de sector in het mbo het vaakst voor Economie Er is ook gekeken naar de aansluiting van de sector van de opleiding in het mbo en het profiel van het behaalde vo-diploma. Wat hierbij opvalt is dat ruim de helft van de mbo-studenten (49%) die een opleiding volgen binnen de sector Economie ook een diploma in het vo heeft gehaald binnen het Economie profiel. Voor de sector Zorg en Welzijn gaat het om 42% van de studenten en binnen Techniek ongeveer een derde (34%) die een diploma in het vo hebben gehaald binnen hetzelfde profiel. Voor de overige G4-steden zien we hetzelfde patroon, maar landelijk is er wel een verschil. De aansluiting voor Zorg en Welzijn is landelijk hoger dan Economie; 55% van de Zorg en Welzijn studenten heeft in een vo-diploma binnen hetzelfde profiel tegenover 45% van de Economie studenten. Figuur 6 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar sector in het mbo en profiel van het behaalde vo diploma, 2021/’22 (procenten) Techniek (n=1.165)

34

Economie (n=1.810

11

Zorg en Welzijn (n=1.040)

6 0

12

7

26

15

49

8

28 20

21 42

40

Techniek (n=665)

Landbouw (n=340)

Zorg en Welzijn (n=1.010)

Combinatie (n=555)

60

13 13 16

80

% 100

Economie (n=1.510)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

In eerder onderzoek is er gekeken of het wisselen van sector tussen het vo en mbo van invloed is op het behaalde studiesucces (het behalen van een diploma met maximaal één jaar studievertraging). Uit dit onderzoek is echter geconcludeerd dat er geen verschil is in studiesucces tussen studenten die wel van sector zijn gewisseld ten opzichte van studenten die dat niet hebben gedaan. Voor elke sector geldt dat het grootste deel van de mbo-studenten een vmbo-t diploma heeft gehaald op het vo, gevolgd door een vmbo-k diploma (zie figuur 7). Dit kan worden verklaard doordat het merendeel van de studenten instromen met een vmbo-t diploma (42%, zie figuur 3). Dit beeld komt overeen met de ander G4 gemeenten en Nederland als geheel.

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo

Figuur 7 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar sector in het mbo en niveau van het behaalde vo diploma, 2021/’22 (procenten) Zorg en Welzijn (n=1.075)

26

Economie (n=1.900)

13

Techniek (n=1.230)

18

32

32

3

3

29

7

38

2

46

5

41

6 %

0 vmbo-b (n=770)

20

vmbo-k (n=1.330)

40 vmbo-g (n=175)

60

80

vmbo-t (n=1.810)

100 havo/vwo (n=185)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Wel zijn er kleine verschillen tussen de sectoren, die vaak ook samenhangen met het niveau van de opleiding. Zo hebben studenten die een opleiding in de sector Zorg en Welzijn volgen, relatief vaak een vmbo-b diploma. Studenten met een vmbo-b diploma stromen vaker in op niveau 2 (zie figuur 5). En onder de niveau 2 studenten doet een groot aandeel een opleiding binnen de sector Zorg en Welzijn (zie figuur 3). Studenten die een opleiding volgen binnen de sectoren Economie en Techniek hebben relatief vaak een havo/vwo diploma, respectievelijk 5% en 6%. Ook mbo-studenten met een vmbo-g diploma volgen relatief vaak een studie binnen de sector Techniek.

Leerlingen met een Zorg en Welzijn of Economie diploma in het vo, stromen vaker in op een hoger niveau Tot slot is er gekeken naar de samenhang tussen het niveau in het mbo en het profiel van het behaalde vo-diploma. Hier valt op dat het aandeel studenten dat een Economie diploma heeft gehaald in het vo groter wordt voor elk hoger niveau. Op niveau 2 opleidingen heeft ongeveer een kwart een Economie diploma gehaald in het vo, voor niveau 3 opleidingen stijgt dit aandeel naar een derde en voor niveau 4 opleidingen stijgt het aandeel verder naar 43%. Ditzelfde patroon zien we ook bij Zorg en Welzijn. Dit kan worden verklaard doordat vmbo-t leerlingen vaker een diploma halen binnen een van beide sectoren (zie figuur 4). En studenten met een vmbo-t diploma stromen vaker in op niveau 4 (zie figuur 5). Het tegenovergestelde patroon zien we bij de overige profielen. Hier daalt het aandeel juist voor elk hoger niveau. Dit beeld komt overeen met de ander G4 gemeenten en Nederland als geheel.

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Overstap van het voortgezet onderwijs naar het mbo

Figuur 8 Aandeel Amsterdamse mbo-studenten naar niveau in het mbo en profiel van het behaalde vo diploma, 2021/’22 (procenten) niveau 2 (n=975)

21

niveau 3 (n=465)

17

niveau 4 (n=2.580)

15

14

24

12 6

19

32

23 22

43

17 27

9 %

0 Techniek (n=670) Zorg en Welzijn (n=1.005)

20

40 Landbouw (n=340)

60

80 100 Economie (n=1.505)

Combinatie (n=560)

bron: CBS, instellingen/bewerking O&S

Colofon Opdrachtgevers Onderwijs, Jeugd en Zorg en Diversiteit (OJZD), ROC van Amsterdam, ROC TOP, Hout- en Meubileringscollege en Mediacollege Amsterdam

Onderzoek en Statistiek (O&S) Weesperstraat 113-117 1018 VN Amsterdam onderzoek.amsterdam.nl

Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam

s.ahamiane@amsterdam.nl s.rubingh@amsterdam.nl

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12849980/1