Bijlage 2. Factsheet Inclusie en Antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp
Tekst van het document
Inclusie en antidiscriminatie bij armoedeen schuldhulp cijfers en aanpak
Hoe inclusief zijn armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening in Amsterdam? En wat zijn de discriminatiecijfers? Deze factsheet gaat over inclusie en discriminatie bij dienstverlening bij armoede en schuldhulpverlening in Amsterdam. Deel 1 biedt cijfers over inclusie en discriminatie bij dienstverlening. Deel 2 richt zich op de mogelijkheden voor de gemeente om de dienstverlening rondom armoede en schuldhulpverlening inclusiever te maken. Er is weinig onderzoek gedaan naar discriminatie binnen de armoede- en schuldhulpverlening in Amsterdam. De beperkte beschikbare cijfers geven echter een indicatie dat er sprake kan zijn van ongelijke toegang tot voorzieningen, al is meer onderzoek nodig om dit beter in kaart te brengen. Ook toont landelijk onderzoek aan dat algoritmes bij de SVB en UWV het risico op discriminatie vergroten, doordat ze vaak vooroordelen in risicoprofielen meenemen. Hoewel een soortgelijk onderzoek in Amsterdam ontbreekt, is het belangrijk om alert te zijn op vergelijkbare risico’s binnen gemeentelijke regelingen en digitale besluitvormingssystemen, om zo ongelijke behandeling van mensen met een lage sociaaleconomische status en mensen met een niet-westerse achtergrond te voorkomen.
1
Wat zeggen de cijfers? Discriminatie in de armoede- en schuldhulpverlening kan op verschillende manieren voorkomen, maar specifieke cijfers zijn beperkt. Meldingen van discriminatie vallen soms onder bredere categorieën zoals ‘sociale diensten’ of ‘gemeentelijke voorzieningen’, wat het lastig maakt om te bepalen hoeveel meldingen specifiek betrekking hebben op armoede- en schuldhulpverlening. Deze factsheet brengt de beschikbare feiten en cijfers in kaart, eerst met een focus op de situatie in Amsterdam en daarna worden ook landelijke cijfers gepresenteerd. De gepresenteerde cijfers zijn de meest recente beschikbare gegevens die zijn gevonden. Echter, niet overal is onderzoek naar gedaan en onderzoek kan alweer verouderd zijn. Dit betekent dat de cijfers mogelijk geen volledig beeld geven. Ook kunnen nieuwe maatschappelijke en/of beleidsontwikkelingen de situatie inmiddels beïnvloed hebben.
Amsterdam Algemene cijfers • In een onderzoek van gemeente Amsterdam in Stadsdeel Oost (2024) noemt 9 procent van de respondenten discriminatie als factor die de toegankelijkheid van gemeentelijke voorzieningen vermindert. Deze bewoners voelen zich gediscrimineerd door de gemeente als ze armoederegelingen proberen aan te vragen. Sommige Amsterdammers, waaronder mensen met een niet-westerse naam of afkomst, ervaren discriminatie bij het aanvragen van hulp, zoals niet serieus genomen of ongelijk behandeld worden. • Bekend uit de Armoedemonitor 2023 van de gemeente Amsterdam (herziende versie 2025) is dat bijna een kwart (23 procent) van de Amsterdamse 66-plussers tot de minima behoort. Amsterdammers met een migratieachtergrond behoren vaker tot de minima dan Amsterdammers zonder migratieachtergrond. Zo maakt twee derde van de ouderen met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond deel uit van de minimapopulatie. Het is niet bekend of het hebben van wel of geen migratieachtergrond van invloed is op hoe de hulpen dienstverlening met betrekking tot armoede wordt ervaren. • Alleenstaanden, eenoudergezinnen, ouderen en mensen met een niet-westerse achtergrond lopen structureel meer risico op armoede, zo blijkt uit de Armoedemonitor 2023 van de gemeente Amsterdam (2024).
In de Armoedemonitor van 2024 komt ook weer naar voren dat eenoudergezinnen en Amsterdammers die in het buitenland geboren zijn of een ‘tweede generatie’ migratieachtergrond hebben, vaker schulden hebben. Stadspas • In 2024 heeft 66 procent van het aantal Stadspashouders die minstens één keer per jaar gebruikt. Dit is een stijging ten opzichte van eerdere jaren, zo blijkt uit het jaarverslag van de gemeente Amsterdam van 2024. Uit onderzoek van O&S van de gemeente Amsterdam (2024) naar profielen van stadspaspanelleden, blijkt dat er verschillende redenen zijn voor het niet gebruiken van de pas. Zo vindt 20 procent het aanbod niet leuk, ervaart 20 procent vervoer als te duur of ingewikkeld en mist 17 procent gezelschap om mee te gaan. Verder zijn er geen data beschikbaar over de inclusiviteit van de Stadspas.
Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
2
1
Nederland Niet specifiek voor Amsterdam, maar landelijk zijn er ook een aantal cijfers en feiten bekend die een risico op discriminatie schetsen, in de hulp- en dienstverlening rondom armoede. • Onderzoek van Amnesty International (2024) liet zien dat gemeenten en uitkeringsinstanties SVB en UWV algoritmen inzetten om risicoprofielen op te stellen in hun zoektocht naar potentiële uitkeringsfraudeurs. Uit het rapport van Amnesty blijkt dat tot 2020, 158 gemeenten de ‘Fraudescorekaart’ gebruikten om het risico op uitkeringsfraude te berekenen. Deze Fraudescorekaart profileerde onder meer op beroep, woonsituatie, woonwijk en opleidingsniveau. Dit was in strijd met de wet: één van de risico-indicatoren was of iemand in een woonwagen woont, wat volgens Amnesty neerkomt op discriminatie op grond van ras. Vanwege verschillende indicatoren over iemands sociaaleconomische en financiële situatie bestond het risico op discriminatie bij het gebruik van algoritmes bij handhaving in de sociale zekerheid, zo concludeert Amnesty International. • De Eerste Kamer concludeert in een onderzoeksrapport uit 2022 dat er sprake is van discriminatie op grond van etnische afkomst bij het gebruik van algoritmes bij toezicht en handhaving op onrechtmatig gebruik in de sociale zekerheid.
Dit kan ontstaan doordat de programmeurs die het algoritme opstellen (onbewust) vooroordelen mee laten wegen bij de inrichting van het algoritme. – In hetzelfde rapport van de Eerste Kamer wordt geconcludeerd dat de strenge eisen voor toegang tot de sociale zekerheid en de nadruk op rechtmatigheid en fraudebestrijding ertoe geleid lijken te hebben dat er een bepaalde cultuur of norm is ontstaan. Het gaat om cultuur of sociale norm die voorschrijft dat iemand zich eigenlijk niet in een situatie zou mogen bevinden waarin die een vorm van sociale zekerheid, zoals bijstand, nodig heeft. In het rapport wordt beschreven dat het wettelijk systeem, de passieve en impliciet en expliciet afwijzende manier waarop uitkeringsinstanties zich in bepaalde situaties opstellen, ervoor kunnen zorgen dat er een situatie ontstaat van institutionele discriminatie ten aanzien van mensen met een lagere sociaaleconomische status. Wat betekent dat de processen, beleid en (geschreven en ongeschreven) regels van instituten leiden tot structurele ongelijkheid ten aanzien van deze mensen.
Reflectie en conclusie over de feiten en cijfers In Amsterdam zijn (op een stadsdeel na), geen cijfers over discriminatie-ervaringen bij armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Het is daarom niet duidelijk of en hoe vaak discriminatie voorkomt in deze sector. Uit één stadsdeel is wel bekend dat er discriminatie is ervaren; onder andere bij het aanvragen van armoederegelingen. Daarnaast is bekend dat bepaalde groepen, zoals mensen met een migratieachtergrond, vaker schuldhulpverlening ontvangen. Landelijk gezien ontbreken ook de cijfers over mogelijke discriminatie-ervaringen bij armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Landelijk is echter wel duidelijk dat er gemeenten bestaan die discrimineren op grond van afkomst doordat zij gebruik maken van algoritmes die hierop selecteren, bij de toezicht en handhaving op onrechtmatig gebruik in de sociale zekerheid.
Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
3
2
Wat kan de gemeente doen? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de steun aan mensen met een laag inkomen door middel van regelingen (minimaregelingen) en voor het beleid en de uitvoering van schuldhulpverlening. Onderstaande aanbevelingen zijn gericht op het verbeteren van de toegankelijkheid en inclusiviteit van armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening binnen de gemeente Amsterdam. Ze beogen gelijke toegang en een inclusief ondersteuningsaanbod voor alle Amsterdammers, ongeacht sociaaleconomische achtergrond, etniciteit of andere factoren. De gemeente kan hierin een sleutelrol spelen door het ontwikkelen van inclusief beleid, het stellen van duidelijke normen (bijvoorbeeld in aanbestedingseisen of subsidiekaders) en inclusieve voorwaarden voor armoede- en schuldhulpvoorzieningen. Bovendien kan de gemeente met partners, organisaties en ervaringsdeskundigen samenwerken om te zorgen voor een inclusieve benadering richting groepen die gebruik maken van armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Hieronder worden mogelijke handelingsperspectieven voorgesteld, op te delen in drie categorieën. Deze adviezen zijn gebaseerd op het Stappenplan voor een gelijkwaardige en inclusieve zorg- en dienstverlening en de checklist inclusieve communicatie. Alle handelingsperspectieven zijn in lijn met wetenschappelijke kennis over wat werkt in het verminderen van discriminatie.
De handelingsperspectieven reageren niet direct op de cijfers die hierboven staan gepresenteerd, maar zijn algemeen werkende mechanismen om discriminatie tegen te gaan. Zie onder meer het uitgebreide dossier ‘Wat werkt bij het verminderen van discriminatie?’ dat gebaseerd is op meer dan 330 wetenschappelijke studies. Wat nog ontbreekt zijn evaluatiestudies van gemeentelijk beleid tegen discriminatie binnen armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening; deze worden dan ook van harte aanbevolen.
2.1 Aanjagen: adviezen en tips De gemeente kan het thema ‘aanjagen’ door het op zo veel mogelijk manieren op de agenda te zetten bij armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Dat kan op verschillende manieren: Onderzoek en dataverzameling • Voer een stadsbreed onderzoek uit De gemeente kan periodiek onderzoeken welke groepen moeite hebben met toegang tot armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening en waar drempels liggen. Dit kan bijvoorbeeld door tevredenheidsonderzoeken en focusgroepen met mensen die in armoede leven, waarbij aandacht is voor discriminatie-ervaringen, taalbarrières en wantrouwen. Een vergelijkbaar onderzoek (2024) is al eerder uitgevoerd, maar alleen in stadsdeel Oost. Het is belangrijk om hierin expliciet te vragen naar verschillende achtergrondkenmerken, zoals afkomst, gender, seksuele oriëntatie etc., zodat op basis van de resultaten inzicht ontstaat in welke groepen Amsterdammers hiermee te maken hebben. Dit maakt het mogelijk om vervolgonderzoek te doen en gerichte interventies in te zetten.
• Onderzoek of de Stadspas toegankelijk en inclusief is voor iedereen De gemeente kan onderzoeken in hoeverre de stadspas en de diensten die daarbij horen toegankelijk is voor Amsterdammers, bijvoorbeeld voor Amsterdammers met een lichamelijke, visuele, een auditieve, of een licht-verstandelijke beperking, mensen met een psychische kwetsbaarheid en mensen met een lagere taalvaardigheid. Het kan helpen om na te gaan of processen, beleid of (on)geschreven regels leiden tot ongelijke hulp- en
Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
4
2
dienstverlening en wat hier mogelijk aan gedaan zou kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door een equity audit uit te voeren, waarmee organisatieprocessen worden onderzocht op rechtvaardigheid om ongelijkheden te identificeren en verbeteren. Zo kan worden vastgesteld of bepaalde groepen moeilijker toegang hebben tot hulp- en dienstverlening en de diensten waarvan gebruik kan worden gemaakt met de Stadspas. Een externe partij kan de audit onafhankelijk uitvoeren. Daarnaast is relevant om na te gaan of het aanbod van de Stadspas voldoende inclusief is; of het voldoende aansluit bij verschillende wensen en behoeften van mensen die van elkaar verschillen (in onder meer culturele achtergrond, leeftijd, opleidingsniveau, seksuele oriëntatie, genderidentiteit etc.) en of dit eventueel nog beter kan.
Let op dat je evaluatieonderzoek (of monitoring) intersectioneel aanpakt. Vraag bijvoorbeeld in enquêtes niet alleen naar afkomst en huidskleur, maar ook naar sekse, gender (waarbij je ook de non-binaire optie aanbiedt), sociaal economische positie en de intersecties daartussen. In de analyse onderzoek je wat de combinatie van deze verschillen betekent. Lees meer daarover in dit artikel van Movisie.
2.2 Ondersteunen en faciliteren: adviezen en tips Door ondersteuning en faciliteiten te bieden kan de gemeente armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening stimuleren om aan de slag te gaan met het tegengaan van discriminatie. Adviezen en tips hierbij: Toegankelijke dienstverlening • Zorg voor toegankelijke aanvraagprocedures en inclusieve communicatie Zorg ervoor dat aanvraagprocedures voor armoederegelingen en schuldhulpverlening toegankelijk zijn door begrijpelijke taal te gebruiken en ook andere talen te gebruiken dan het Nederlands. Let ook op het beeldmateriaal. Belangrijk is dat tekstuele, visuele en gestileerde vormen versterkend aan elkaar worden ingezet om te zorgen dat iedereen zich kan herkennen in de boodschap; ook mensen met een beperking. Tips zijn te vinden in de checklist inclusieve communicatie, ontwikkeld door Movisie. Advies is ook om de communicatiemiddelen uit te testen onder mensen met verschillende kenmerken (denk aan herkomst, leeftijd, beperking etc.) om na te gaan of zij deze begrijpen en zich aangesproken voelen. Op basis daarvan kunnen eventuele aanpassingen worden gemaakt. • Zorg ervoor dat schuldhulpverlening en armoedevoorzieningen ook fysiek en telefonisch toegankelijk zijn Biedt specifieke ondersteuning voor mensen die moeite hebben met digitaal communiceren, zoals ouderen en laaggeletterden.
Zorg voor alternatieven voor online aanvragen, bijvoorbeeld mogelijkheden voor inwoners om fysiek langs te kunnen komen voor hulp, eventueel ook zonder afspraak. • Zet mobiele teams de wijk in Zet schuldhulpverleners in die actief de wijken ingaan en inwoners opzoeken bij sociale ontmoetingsplaatsen, zoals buurthuizen en voedselbanken. Dit verlaagt de drempel voor kwetsbare groepen om hulp te zoeken.
Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
5
2
• Overweeg om de Stadspas zowel digitaal aan te bieden als minder herkenbaar te maken Dit komt tegemoet aan de behoeften van jongere gebruikers, die aangeven de pas vaker te willen gebruiken als deze digitaal beschikbaar is, en aan de wens van gebruikers die zich minder willen laten identificeren met armoede door een minder opvallende pas. – Let op de risico’s van algoritmen! Het is belangrijk om (regelmatig) na te gaan of er algoritmen gebruikt worden en indien dat zo is, regelmatig te evalueren en aan te passen om ‘black-box’ systemen, waarbij de besluitvormingslogica onduidelijk is, te vermijden. Controleer in dat geval algoritmen regelmatig op indirecte discriminatie, zoals bij het gebruik van postcodes die groepen onterecht benadelen. Documentatie van het hele proces en externe evaluaties zijn essentieel. Ga in het algemeen kritisch om met algoritmes om automatiseringsbias te voorkomen. • Voer doorlopende campagnes om de toegankelijkheid van schuldhulpverlening te vergroten De inzet van ervaringsdeskundigen en storytelling kan helpen om bijvoorbeeld schaamte, die in sommige gevallen gepaard gaat met schuldhulp, te verminderen. Specifieke doelgroepen, zoals alleenstaande ouders, migranten en jongeren, kunnen extra nadruk krijgen, omdat zij vaker met schulden kampen.
In de campagne ‘Geldstress’, worden jongeren geïnformeerd over gratis hulpmogelijkheden als ze geldstress ervaren.
In veel bibliotheken kun je het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) vinden. Hier kunnen mensen onder andere terecht voor hulp bij het invullen van online formulieren, zoals aanvragen voor schuldhulp of uitkeringen. Inzet ervaringsdeskundigen • Zet buddy- en maatjesprojecten op Zet projecten op waarbij vrijwilligers kwetsbare groepen (zoals alleenstaanden) ondersteunen bij administratie, aanvragen en budgetbeheer. Voor een voorbeeld, zie Humanitas Thuisadministratie. De inzet van ervaringsverhalen is hierbij een cruciaal werkzaam element. • Stimuleer een gezamenlijk platform In dit platform, zoals het Amsterdams Netwerk Ervaringskennis of De NoordAs, kunnen ervaringsdeskundigen met verschillende achtergronden hun kennis delen en actief bijdragen aan beleidsontwikkeling. Dit biedt de mogelijkheid om de betrokkenheid van mensen met ervaringsdeskundigheid te versterken. Daarnaast is het belangrijk om de kennis van sociale teams over armoede en schulden te verdiepen door het structureel inzetten van ervaringsdeskundigen binnen bestaande netwerken en platform. Effectieve klachtenmechanismen • Zorg voor expliciete aandacht voor discriminatie en vooroordelen binnen de bestaande mogelijkheden Er zijn binnen Amsterdam al diverse manieren om klachten in te dienen, bijvoorbeeld bij de lokale Ombudsman (Ombudsman Metropool Amsterdam).
Cruciaal is dat binnen deze bestaande mogelijkheden, wordt nagegaan of hierin voldoende aandacht is voor discriminatie, vooroordelen en stereotypering. En andersom is het cruciaal om na te gaan of binnen de antidiscriminatievoorziening DRA ook voldoende zicht is op - en expertise is op het terrein van de hulp- en dienstverlening rondom armoede en schulden. • Zet een onafhankelijke klachtencommissie op voor schuldhulpverlening Bij deze klachtencommissie kunnen meldingen van discriminatie of onheuse bejegening Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
6
2
worden gedaan. Dit moet gepaard gaan met duidelijke consequenties, ook voor (schuld)hulpverleners die discriminerend handelen. Let hierop bij het inrichten van klachtenmechanismen: – Maak meldinformatie toegankelijk: Zorg dat informatie duidelijk te vinden is en mensen weten waar ze hun klacht kunnen indienen. – Stel de cliënt centraal: Richt het proces in op de behoeften van de cliënten, niet op bewijslast. – Communiceer duidelijk: Houd cliënten op de hoogte van het proces en de uitkomst. – Gebruik ervaringsdeskundigen: Betrek mensen die de situatie begrijpen als klachtenbehandelaars. – Waarborg anonimiteit: Zet een extern vertrouwenspersoon in om represailles te voorkomen. – Gebruik klachten voor verbetering: Maak leren van klachten onderdeel van het verbeterproces.
Beleid binnen schuldhulpverlening moet verder gaan dan het vergroten van meldingsbereidheid. Onderzoek van Movisie (2022) wijst uit dat slachtoffers vooral behoefte hebben aan concrete hulp en verandering. Veel mensen die gediscrimineerd worden, zullen hun ervaringen niet melden, onder meer omdat het hen te veel energie kost om dat steeds opnieuw te doen. De meeste discriminatie wordt dus niet gemeld. Belangrijk is daarom om het beleid en veranderingen niet afhankelijk te laten zijn van meldingen. Faciliteer als gemeente training en educatie • Train (schuld)hulpverleners om diversiteitsensitief te werken Dit kan via intervisies en e-learningmodules met praktijkcasussen over mogelijke discriminatie en uitsluiting in schuldhulpverlening. Een voorbeeld hiervan is de online training van KIS ‘Introductie Diversiteitsensitief werken’. Ook in de database antidiscriminatie-interventies van KIS staan verschillende trainingen. Tip is ook de nieuwe handreiking van KIS over het bereiken, benaderen en begeleiden van inwoners met een migratieachtergrond te implementeren: deze geeft concrete tips om diversiteitsensitief (samen) te werken binnen het domein van geldzorgen, armoede en schulden.
De tips zijn bedoeld voor gemeenten, maar ook voor schuldhulpverleningsinstanties, overheidsorganisaties en andere initiatieven die zich inzetten voor het ondersteunen van inwoners (waaronder inwoners met een migratieachtergrond) die kampen met geldzorgen, armoede en schulden. • Maak bewustwordingstrainingen mogelijk Vrijwel ieder mens heeft in meer of minder mate onbewuste vooroordelen en stereotypen. Wanneer medewerkers gemotiveerd zijn om hier iets aan te doen, kunnen zij baat hebben bij een ‘bewustwordingstraining’ (ook wel ‘antibias training’ genoemd), waarin zij door middel van oefenen leren om niet te handelen naar hun onbewuste vooroordelen en stereotypen (zie dit dossier voor onderbouwing). Focus hierbij op intersectionaliteit van specifieke groepen, zoals ouderen met een migratieachtergrond, die meervoudige vormen van discriminatie kunnen ervaren en waarvan een aanzienlijk deel tot de minima behoort. Kijk bijvoorbeeld in de database antidiscriminatie-interventies van KIS.
Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
7
2
2.3 Regie voeren: adviezen en tips De regie voeren betekent dat de gemeente steviger, dus minder vrijblijvend, inzet op het tegengaan van discriminatie bij armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening. Dat kan de gemeente als volgt doen: Samenwerkingsverbanden • Monitor en evalueer verzamelde data Verplicht instanties om jaarlijks data te verzamelen over wie hulp ontvangt en wie wordt afgewezen, inclusief demografische gegevens zoals afkomst, gender en leeftijd. Hiermee kunnen patronen van uitsluiting inzichtelijk worden gemaakt en aangepakt. • Stimuleer en faciliteer initiatieven vanuit de gemeenschap die bijdragen aan armoede bestrijding en schuldhulpverlening Bundel krachten tussen gevestigde organisaties, belangenbehartigers, hulpverleners en ervaringsdeskundigen, zoals het voorbeeld van De Armoedecoalitie Utrecht. Betrek ook migrantenorganisaties, vakbonden en zelforganisaties (organisaties voor een door een bepaalde doelgroep) bij de ontwikkeling van schuldhulpverleningsbeleid, zodat de aanpak aansluit bij de behoeften van diverse groepen. • Plan structureel overleg tussen gemeenten en dienstverlenende instanties in Voer periodiek overleg over discriminatie en uitsluiting binnen de schuldhulpverlening en neem signalen van zowel hulpverleners als cliënten even serieus.
Onderzoek in Den Haag uit 2022 toont aan dat zorgverleners hun vaardigheden soms overschatten, wat kan leiden tot een discrepantie met de ervaringen van cliënten. Toets daarom actief of cliënten dezelfde ervaringen delen. Aanbestedingseisen • Stel inclusieve aanbestedingseisen op Stel als eis dat schuldhulpverleningsorganisaties en armoedevoorzieningen een diversiteits plan opstellen, zoals verplichte antidiscriminatie-trainingen of diversiteit in personeelsbeleid. Monitor of deze instanties dit beleid uitvoeren en eventuele klachten serieus behandelen. • Structureer en objectiveer beslissingsprocessen Het kan helpen om de beslissingsprocessen en procedures van zorg- en dienstverleners te structureren, zodat zij hun handelingen beter doordenken en de invloed van vooroordelen en stereotypen minder wordt. Bijvoorbeeld door een checklist in te voeren die dienstverleners doorlopen bij het aanbieden van diensten, zodat elke afnemer dezelfde procedure en mogelijkheden krijgt aangeboden. • Beloon inclusieve organisaties Beloon organisaties die actief inzetten op inclusief beleid met extra middelen, een keurmerk of publieke erkenning (denk aan media-aandacht). Dit stimuleert anderen om soortgelijke stappen te zetten. Dit wordt ook wel ‘naming & faming’ genoemd; lees meer daarover in dit KIS-rapport (2019).
Voorbeeld uit de praktijk: personeel aannemen dat de missie onderschrijft In dit voorbeeld kijkt een organisatie al bij het aannemen van personeel of de sollicitanten de missie van de organisatie met betrekking tot inclusie en antidiscriminatie onderschrijven. De organisatie vraagt hier expliciet naar in het sollicitatiegesprek. Op die manier is de missie geen discussie, maar iets wat voorop staat en door alle medewerkers wordt onderschreven. Het is cruciaal om managers aan te nemen die bereid zijn om discriminatie in de organisatie daadwerkelijk aan te pakken. Inclusie en antidiscriminatie bij armoede- en schuldhulp cijfers en aanpak
8
2
Inzet van mystery guests • Voer praktijktests uit met ‘mystery guests’ Dit helpt om bijvoorbeeld discriminatie in schuldhulpverlening of armoedevoorzieningen te signaleren. Dit is effectief gebleken in andere domeinen, zie ook: Praktijktesten of mystery guests om discriminatie aan te tonen – RADAR (2019). • Evaluatie van gemeentelijk beleid Aan te raden is om beleid gericht op het verminderen van discriminatie in armoedevoorzieningen en schuldhulpverlening vanuit de gemeente te evalueren op effect. Zo kan worden nagegaan of het beleid leidt tot de gewenste uitkomsten. De hierboven beschreven handelingsperspectieven komen voort uit onderzoek naar werkende mechanismen om discriminatie tegen te gaan. Eventuele bestaande inzet van de gemeente Amsterdam is niet opgenomen in deze factsheet. Het is mogelijk dat (delen van) de voorgestelde maatregelen al onderdeel zijn van Amsterdams beleid. De gemeente kan aan de hand van deze handelingsperspectieven beoordelen of er aanvullende maatregelen wenselijk zijn. Het college van burgemeester en wethouders zal in een bestuurlijke reactie reflecteren op de factsheets en eventuele bestaande inzet.
Auteurs: Fayaaz Joemmanbaks, Hanneke Felten (Movisie). Geactualiseerd in september 2025 door Hanneke Felten (Movisie). Eindredactie: Marijne Tesser, Ingrid Huisman, Joke Martens (Movisie). In september 2025: Imre van den Dop (Movisie). Vormgeving: Vorm de stad Deze publicatie is in opdracht van de gemeente Amsterdam gemaakt door Movisie, het landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken, www.movisie.nl 16 oktober 2025
Auteurs: Nick Gentsidis, Fayaaz Joemmanbaks (Movisie)
Geactualiseerd in september 2025 door Hanneke Felten (Movisie). Eindredactie: I ngrid Huisman, Liyah Berend (Movisie). In september 2025: Imre van den Dop (Movisie). Vormgeving: Vorm de stad
Deze publicatie is in opdracht van de gemeente Amsterdam gemaakt door Movisie, het landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken, www.movisie.nl 16 oktober 2025