CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Experiment bijstand - kwalitatieve onderzoeken T1.pdf

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 27 januari 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Amsterdams experiment bijstand - tussenrapportage T1 (ZD2020-014491)1.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Amsterdams experiment met de bijstand (T1) Kwalitatieve onderzoeken Voor u liggen een tweetal verslagen met inzichten uit tientallen kwalitatieve interviews (2019-2020) met (niet-) deelnemende bijstandsgerechtigden.

Legenda

Pag.

De premie als reddingsboei; bestedingen uit de bijverdienpremie

2.

  

Besteding Conclusie Overzicht bestedingen van de bijverdienpremie (tabel 1)

Analyse Interviews Referentiegroep Experiment; interviews met niet-deelnemers   

Uitkomsten Vergelijking experiment-onderzoeksgroep met referentiegroep (tabel 2) Conclusie

Auteurs: Sandra Bos Judith Elshout Mathieu Portielje Oktober 2020

1

4.

De premie als reddingsboei Bestedingen uit de bijverdienpremie T1 meting, oktober 2020 Inleiding Onderdeel van het experiment is een financiële vergoeding van maximaal 200 euro per maand (50% van hun inkomsten) voor parttime werkers. De zogenaamde bijverdienpremie. In de T1 meting hebben we alle respondenten gevraagd of ze een premie ontvangen, hoeveel ze ontvangen en waar ze de premie aan besteden. Tijdens de T1 meting ontvingen 413 mensen een premie. Dat is 7 op de 10 deelnemers aan het onderzoek (Zie T1 tussenrapportage). Het bedrag dat ze gemiddeld ontvingen was 1.410, - euro over de afgelopen periode (Zie T1 tussenrapportage). Naast dat wij tijdens de interviews vragen of ze een premie ontvingen, houdt ook de gemeente bij wie deze vergoeding ontvangt en hoeveel. Deze aantallen en bedragen kunnen in een later stadium nog een keer met elkaar vergeleken worden. Uit de interviews blijkt dat een klein aantal respondenten niet weten of ze een premie ontvangen, hoe vaak en hoeveel die bedraagt. Bestedingen Wat betreft de bestedingen moet worden opgemerkt dat de meeste respondenten meerdere categorieën benoemen, bijvoorbeeld kleding voor de kinderen en achterstallige betalingen. Of boodschappen en een jas. Sommigen geven zelfs aan welke uitbetaling ze waaraan hebben besteed.

Omdat de uitbetalingen twee keer per jaar worden uitbetaald, zijn sommige uitgaven ook seizoensgebonden (vakantie; schoolgeld). De drie meest genoemde categorieën zijn: ‘vaste lasten’ (81 keer), ‘schulden en achterstallige betalingen’ (77 keer) en kinderen (54 keer) (zie tabel 1). Hierbij moet worden opgemerkt dat het soms niet duidelijk is of het antwoord ‘rekeningen betalen’, achterstallige betalingen waren of lopende. Respondenten geven vaak aan dat de premie wordt gebruikt ‘om te leven’. Het verdwijnt in de ‘huishoudpot’, voor allerhande uitgaven. Sommige mensen geven aan dat de premie ook een preventieve functie heeft, het voorkomt dat ze schulden moeten maken. Onder ‘schulden en achterstallige betalingen’ vallen ook de personen (14) bij wie de premie direct naar budgetbeheer, de bewindvoerder, gaat. Zij krijgen de premie niet 2-jaarlijks op hun rekening gestort. Een respondent geeft aan dat de premie ‘via bewindvoerder naar schulden’ gaat. Waar ze aan toevoegt: ‘Ik zou receptioniste willen zijn om 200 euro te kunnen ontvangen’. Ze is zich kennelijk bewust van het maximale bedrag van de bijverdienpremie. De derde grote categorie is ‘(klein)kinderen’. Ouders zijn heel blij dat ze hun kinderen kunnen trakteren op kleren, schoenen of een uitje. Soms wonen de kinderen niet in Nederland en wordt een bedrag of een cadeau opgestuurd.

Conclusie Al kunnen we natuurlijk nooit precies weten waaraan de premie wordt besteed, de bevindingen laten zien dat de premie op zijn minst een welkome aanvulling is om rekeningen te betalen en te kunnen leven. Ruim 10% van de premieontvangers (48) is in staat om het geld apart te zetten, als buffer voor als er iets kapotgaat of om te zijner tijd op vakantie te kunnen. Voor de meeste mensen geldt echter “gaat mee met de vaste lasten van de maand. De premie zorgt wel voor minder stress en meer ruimte”. Dit laatste is een belangrijke bijkomstigheid van de premie. Het is stress verlagend. Een beloning zonder administratieve rompslomp. Al weten de meeste mensen niet precies hoeveel hun premie per half jaar bedraagt, het geeft

2

hen lucht en de mogelijkheid om de kapotte wasmachine te vervangen, eindelijk weer hun familie in het buitenland op te zoeken of om naar de tandarts te gaan. De premie wordt in de meeste gevallen gezien als cadeautje en soms zelfs als reddingsboei: “voelt alsof ik zwem in een grote zee en bijna ga verdrinken, maar er elke keer net op tijd een reddingsboei naar me wordt toegegooid”. Deze respondent betaalt haar achterstallige betalingen ermee. De premie is daarmee ook een preventief instrument: “Extraatje is fijn, zonder de premie had ik wel schulden gemaakt denk ik”. Tabel 1: Overzicht bestedingen van de bijverdienpremie Bestedingen: Meerdere uitgavenposten konden worden genoemd Huishoudelijke zaken: koelkast, tv, meubels, computer, auto Vakantie (Klein)kinderen: kleding en uitjes Schulden & achterstallige betalingen (incl. budgetbeheer) Boodschappen (eten) Vaste lasten, dagelijks onderhoud, ‘rekeningen betalen’ Kleding, schoeisel (niet specifiek voor kinderen) Sparen & buffer (voor vakantie en als iets stuk gaat) Extraatjes, ‘ruimer leven’ Overig Reiskosten (Opstarten) bedrijf Medische kosten, tandarts Aankoop hond School- en studiekosten, cursus Advocaat (scheiding) Familie ondersteunen Paspoort zoon gekocht

476 bestedingen door 413 premieontvangers 38 40 54 77 20 81 26 48 32 40 5 4 7 1 8 1 6 1

Naturalisatie Feestdagen Scooterrijbewijs Goede doelen Weet niet

1 4 1 1 20

3

Analyse Interviews Referentiegroep Experiment Interviews met niet-deelnemers T1-meting, oktober 2020 Inleiding Om enig zicht te krijgen op de beweegredenen achter het al dan niet aanmelden voor het Amsterdams experiment met de bijstand, is eind 2019 besloten om aanvullend op de interviews met deelnemersinterviews te houden onder 30 niet-deelnemende bijstandsgerechtigden. Wat is de reden dat mensen zich destijds niet hebben aangemeld voor het experiment? Zouden ze zich nu wel hebben aangemeld? Verschillen de niet-deelnemers van degenen die zich wel hebben aangemeld op het gebied van (on)betaald werk? Wat zeggen de uitkomsten uit deze interviews over de experimentgroep? De afgelopen jaren was het een flinke klus om een interviewafspraak te maken met de uitkeringsgerechtigden die zich hadden aangemeld voor het experiment. Niet-deelnemers verleiden tot het geven van een interview bleek een nog grotere uitdaging. Uiteindelijk zijn 30 mensen gesproken, waarvan 28 interviews ook daadwerkelijk geregistreerd. Daarnaast heeft een HvA-student Sociaal Juridische Dienstverlening voor haar afstudeeropdracht 12 interviews gehouden met bijstandsgerechtigden uit haar netwerk in Zuidoost. In totaal zijn er dus 40 interviews gehouden met niet-deelnemers aan het experiment.

Methode In eerste instantie is er een steekproef getrokken van 5 x 30 mensen, vergelijkbaar met de onderzoeksgroep op de kenmerken ‘werk-niet werk’, ‘huishoudenstype’ en ‘geslacht’. Daarnaast is gecontroleerd of er voldoende spreiding was met betrekking tot het kenmerk ‘leeftijd’. Het contacteren van deze steekproef groep leverde heel weinig resultaten op: 7 interviews uit ongeveer 100 belpogingen. We hebben het toen anders aangepakt. In juni 2020 is de focus verlegd naar Zuidoost, de wijk waar naar verhouding met andere stadsdelen1 minder bijstandsgerechtigden deelnemen aan het experiment. Deze aanpak leverde meer interviews op. Bijna alle respondenten uit de referentiegroep zijn vanwege de Corona crisis telefonisch geïnterviewd. Naderhand ontvingen ze per post een cadeaubon van € 25 als dank voor hun bijdrage. De respondenten hebben de T0 vragenlijst voorgelegd gekregen, aangevuld met extra vragen over de reden van niet deelname, informatieverstrekking, uitnodigingsbeleid (communicatie) en of ze bij nader inzien wel zouden meedoen. Uitkomsten Het merendeel van de ondervraagden geeft aan niet op de hoogte te zijn geweest van het experiment. Een enkeling had de aankondiging gezien, maar was te laat met reageren, werd door de klantmanager geadviseerd om niet mee te doen of zag geen voordeel in deelname.

Op de vraag of ze nu alsnog zouden meedoen, antwoorden 11 van de 28 met ‘ja’. Een gelijk aantal weet het niet en 6 zouden nog steeds niet meedoen. Als reden om mee te doen, noemen ze de premie, de kansen die dit experiment hen wellicht biedt en het feit dat ze altijd wel meedoen met dit soort onderzoeken. Wantrouwen tegenover de gemeente en

1

Het wetenschappelijk onderzoek vindt plaats onder bijstandsgerechtigden die woonachtig zijn in de stadsdelen Noord, Nieuw-West, Oost en Zuid-Oost 4

ongeloof in het ontvangen van een premie leeft slechts bij een klein aantal respondenten, en was veelal niet van invloed op hun keuze om al dan niet mee te doen. Een respondent vertelt: “Ik heb wel eens een negatieve ervaring gehad met het verrekenen van mijn inkomsten. Hoewel dit toen geen reden was om niet te participeren, zou het helpen als de gemeente dergelijke schulden verrekent met bijvoorbeeld vakantiegeld. Het lukt mensen in de bijstand niet om relatief hoge schulden af te betalen”. Op de vraag hoe en door wie ze dan geïnformeerd willen worden, antwoorden velen, face to face of telefonisch door de klantmanager of iemand die het hen kan uitleggen. Een opvallend onderscheid tussen de referentiegroep en de experiment-onderzoeksgroep is dat slechts een klein aantal niet-deelnemers betaald werk verricht (25% versus 66%, zie tabel 1). Dit kan betekenen dat klantmanagers actiever mensen met werk hebben benaderd en hen hebben geadviseerd om mee te doen met het experiment vanwege de bijverdienpremie. Bijstandsgerechtigden die niet werken en wel op de hoogte waren van het experiment, hebben mogelijk zelf besloten om niet mee te doen omdat het hen financieel niets op zou leveren. Het doen van vrijwilligerswerk en mantelzorg is onder de referentiegroep ook lager dan onder de onderzoeksgroep (zie tabel 1).

Onbekend is of deze mate van participatie typerend is voor Zuidoost of dat dit voor alle stadsdelen geldt. Tabel 2: Vergelijking experiment-onderzoeksgroep - Referentiegroep Onderzoeksgroep experiment Referentiegroep

Betaald werk 66%

Vrijwilligerswerk 20 %

Mantelzorg 25 %

25 %

18 %

13 %

Conclusie Ondanks het brede uitnodigingsbeleid en de campagne rondom het experiment2, hebben toch veel mensen de aankondiging van het experiment gemist of begrepen ze niet wat zij eraan hadden. Om dit goed onder de aandacht te brengen is een persoonlijke toelichting door de klantmanager, een andere gemeentelijke medewerker of een goed geïnformeerde buurtvrijwilliger nodig. Een brief alleen is niet voldoende. Door de cruciale rol van de klantmanager in de aanmelding van bijstandsgerechtigden aan het experiment, heeft in het proces waarschijnlijk al vooraf een selectie plaats gevonden. Klantmanagers hebben zich met name gericht op klanten die direct baat zouden kunnen hebben bij het experiment, lees de bijverdienpremie. Problemen met de inkomstenverrekening, wantrouwen of boosheid richting de overheid, lijken geen rol te spelen in het al dan niet participeren in het experiment. Veel mensen geven aan dat ze al te veel problemen hebben om ook nog mee te doen aan zo’n experiment. Ze hebben er de aandacht en ‘ruimte’ niet voor. Het is dus veelal geen onwil, maar eerder onmacht.

2

2018: AT5, voorlichtingsbijeenkomsten, MUG. Bijstandsgerechtigden zijn per brief geïnformeerd. Parttime werkenden zijn extra aangeschreven. Openstelling tussen 01/1/2018 tot 01/07/2018 resulteerde in ca 3.000 aanmeldingen. 2019: Bijstandsgerechtigden zijn per brief geïnformeerd met aanmeldingsformulier over hernieuwde openstelling 01/01/2019 tot 01/03/2019 resulteerde in ca 2.000 (extra) aanmeldingen. 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9635527/1