CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Evaluatieonderzoek Kansenaanpak VO 2023-24.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 14 januari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief inzake Evaluatie Kansenaanpak Primair Onderwijs 2023-2024 en Voortgezet Onderwijs 2023-2024 (VN2025-018533)2.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO) 2023/’24 juni 2025 De Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO) is een subsidieregeling van de gemeente Amsterdam die is opgezet om kansenongelijkheid in het Amsterdamse onderwijs te verkleinen en de ontwikkelkansen van leerlingen te vergroten. Aan de hand van de subsidie hebben 34 deelnemende scholen in schooljaar 2023/’24 in totaal 7.983 Amsterdamse leerlingen extra aandacht kunnen bieden. Scholen hebben ingezet op de cognitieve ontwikkeling en het bieden van extra taal- en rekenonderwijs. Tevens is ingezet op de sociaalemotionele ontwikkeling, zoals aandacht voor motivatie onder leerlingen en het vergroten van ouderbetrokkenheid. Scholen zien verbeteringen in taal- en rekenvaardigheden, het zelfvertrouwen van leerlingen en meer betrokkenheid onder ouders. Niet alle achterstanden konden worden ingehaald en extra inzet blijft volgens scholen van belang. De Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO) is opgezet om kansenongelijkheid in het Amsterdamse onderwijs te verkleinen en de ontwikkelkansen van leerlingen te vergroten. Middelbare scholen in Amsterdam kunnen subsidie aanvragen om interventies te ontwikkelen en uit te voeren die leerlingen beschermen tegen het oplopen van onderwijsachterstanden door ongelijke kansen.

Hierbij zijn drie ambities vastgelegd: het tegengaan van onderwijsachterstanden op taal en rekenen; het vergroten van ouderbetrokkenheid en het bevorderen van opstroom en het voorkomen van afstroom. De Kansenaanpak VO is gestart in schooljaar 2019/’20. In de voorgaande jaren hebben Onderzoek & Statistiek (O&S) in samenwerking met het Kohnstamm Instituut de Kansenaanpak VO jaarlijks geëvalueerd. In het onderzoek naar het vierde subsidiejaar is er ook een overkoepelende analyse gedaan over de afgelopen vier jaar Kansenaanpak VO (Kohnstamm Instituut & O&S, 2024). In schooljaar 2023/’24 hebben scholen opnieuw een subsidie kunnen aanvragen en aan O&S is gevraagd om voor het vijfde subsidiejaar (schooljaar 2023/’24) een korte evaluatie uit te voeren. De evaluatie bestaat uit een analyse van de verantwoordingsformulieren. Alle scholen die de subsidie Kansenaanpak VO krijgen zijn verplicht om aan het einde van het schooljaar een schriftelijke en inhoudelijke verantwoording voor de subsidiegelden te geven. Via het subsidieportaal van de gemeente vullen zij het formulier in.

1 Inhoud van de interventies Aan het vijfde jaar (2023/’24) van de Kansenaanpak VO hebben 34 scholen deelgenomen. Om de ambities van de Kansenaanpak VO te bereiken, hebben scholen interventies ingezet die gericht zijn op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen, de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, en de betrokkenheid van ouders (zie tabel 1.1). Scholen kiezen zelf welk type 1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

interventies zij inzetten. Zestien scholen richt zich op één type interventie, terwijl de andere 18 scholen meerdere typen interventies inzetten. Met uitzondering van één brede scholengemeenschap zetten alle scholen in op het versterken van de cognitieve ontwikkeling van leerlingen. De helft (17) van de scholen zet in op het versterken van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. En tot slot beogen negen scholen de ouderbetrokkenheid te versterken. Tabel 1.1 Overzicht deelnemende scholen naar typen interventies cognitieve ontwikkeling sociaal-emotioneel

ouderbetrokkenheid

wel

niet

wel

niet

wel

niet

praktijkonderwijs (n=4)

4

0

2

2

1

3

vmbo-b en vmbo-b/k (n=4)

4

0

3

1

0

4

vmbo-b/k/t (n=10)

10

0

6

4

4

6

vmbo-t en vmbo-t/havo (n=4)

4

0

1

3

1

3

havo/vwo (n=3) brede scholengemeenschap (n=9)

3

0

1

2

0

3

8

1

4

5

3

6

totaal

33

1

17

17

9

25

1.1 Cognitieve ontwikkeling van leerlingen De interventies gericht op het versterken van de cognitieve ontwikkeling van leerlingen bestaan voornamelijk uit het bieden van extra taalonderwijs en extra rekenonderwijs (zie figuur 1.2). Ook het vergroten van de studievaardigheden en huiswerkbegeleiding zijn belangrijke manieren voor de scholen om de cognitieve ontwikkeling te versterken. Verder biedt ongeveer een derde van de scholen bijles aan behulp van het subsidiegeld. Acht scholen geven aan dat ze inzetten op de professionalisering van docenten. Tot slot heeft een klein deel van de scholen interventies ingezet om de manier waarop wordt lesgegeven, zoals het inzetten van nieuw materiaal, aanbieden van keuzewerktijd uren en het verkleinen van de klassen. Figuur 1.2 Interventies cognitieve ontwikkeling (aantal scholen jaar 5, meerdere antwoorden mogelijk, n=33) extra taalonderwijs

26

extra rekenonderwijs

26

ondersteuning bij studievaardigheden

21

huiswerkbegeleiding

14

bijles

12

professionalisering van docenten

8

inzet nieuw materiaal

5

anders

5

klassenverkleining

4

keuzewerktijduren

4 0

10

20

30 aantal scholen

Vooral docenten en mentoren zijn volgens de scholen betrokken bij interventies die de cognitieve vaardigheden versterken (zie figuur 1.3). Daarnaast noemen scholen taal- en rekencoördinatoren en remedial teachers. Andere betrokkenen vanuit school die worden genoemd zijn onderwijsassistenten, coaches en afdelingsleiders. Van de 33 scholen die hebben 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

ingezet op cognitieve ontwikkeling, hebben 17 scholen een externe partij ingezet om (een deel van) de interventies uit te voeren. Er is een grote variatie aan externe partijen die hierbij worden ingezet. Enkele externe partijen zijn actief op meerdere. Partijen die worden genoemd zijn Numo (6 keer), AMN (4 keer) en The Bridge en Weekendacademie (beide 1 keer genoemd). Andere betrokkenen die worden genoemd zijn partijen als cito, partijen die bijles aanbieden, uitzendkrachten en coaches. Figuur 1.3 Betrokkenen vanuit de scholen bij interventies op het gebied van cognitieve vaardigheden (aantal scholen jaar 5, meerdere antwoorden per school mogelijk, n=33) docenten

30

mentor

23

coördinator taal

22

coördinator rekenen

18

remedial teacher

13

leerlingen

10

anders

9 0

10

20

30

aantal scholen

1.2 Sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen De helft van de scholen (17) geeft aan dat ze interventies hebben ingezet gericht op het versterken van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. De scholen richten zich hierbij met name op aandacht voor de motivatie van leerlingen en zetten met de interventies vaak in op het versterken van de persoonsvorming, zelfvertrouwen en sociale vaardigheden van leerlingen (zie figuur 1.4). Meer dan de helft van de scholen richt zich (ook) op coaching en ondersteuning van de studievaardigheden. Figuur 1.4 Type interventie op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling (aantal scholen jaar 5, meerdere antwoorden mogelijk, n=17) aandacht voor motivatie

14

versterken persoonsvorming, zelfvertrouwen, sociale vaardigheden

14

coaching

11

ondersteuning studievaardigheden

9

versterken ontwikkeling t.b.v. schoolloopbaanbegeleiding

7

anders 1 effectieve leertijd: professionalisering 1 docenten 0

10

20

30 aantal scholen

Met name de mentoren en de zorgcoördinatoren zijn volgens scholen betrokken bij interventies die gericht zijn op het versterken van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen (zie figuur 1.5). Daarnaast noemt meer dan de helft van de scholen de docenten. Andere betrokkenen vanuit school die worden genoemd zijn coaches en de directie. Van de 17 scholen die hebben ingezet op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, hebben zeven scholen een externe partij ingezet om (een deel van) de interventies uit te voeren. Er is een grote 3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

variatie aan externe partijen die hierbij worden ingezet. Enkele externe partijen zijn actief op meerdere scholen. Partijen die worden genoemd zijn The Bridge, Numo, AMN en de Weekendacademie. Andere betrokkenen die worden genoemd zijn partijen die zich bijvoorbeeld richten op theater en sport. Figuur 1.5 Betrokkenen vanuit de scholen bij interventies op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling (aantal scholen jaar 5, meerdere antwoorden per school mogelijk, n=17) mentor

14

zorgcoördinator

12

docenten

11

anders

9

leerlingen

5

remedial teacher

5 0

10

20 aantal scholen

1.3 Ouderbetrokkenheid Een kwart van de scholen (9) zet in op het vergroten van de ouderbetrokkenheid op school. De interventies die daarbij vooral worden ingezet zijn versterken van ouderbijeenkomsten en driehoeksgesprekken tussen docenten/mentoren, leerlingen en ouders (zie figuur 1.6). Daarnaast zet een klein deel van de scholen ook een oudercoach in en geven ze aan dat ze lessen aan ouders geven en regelmatig contact opnemen met de ouders. Professionalisering van docenten, huisbezoeken en de inzet van een coördinator ouderbetrokkenheid worden amper ingezet als interventies. Figuur 1.6 Type interventie op het gebied van ouderbetrokkenheid (aantal scholen jaar 5 meerdere antwoorden per school mogelijk, n=9) ouderbijeenkomsten

6

driehoeksgesprekken

5

anders

4

oudercoaching

4

effectieve leertijd: professionalisering docenten

1

huisbezoeken

1

coördinator ouderbetrokkenheid

0 0

5

10

15 aantal scholen

Met name de mentoren en de zorgcoördinatoren zijn volgens scholen betrokken bij interventies die gericht zijn op het vergroten van de ouderbetrokkenheid (zie figuur 1.7). Andere betrokkenen vanuit school die worden genoemd zijn coaches en teamleider. Van de negen scholen die hebben ingezet op het vergroten van de ouderbetrokkenheid, hebben drie scholen een externe partij ingezet om (een deel van) de interventies uit te voeren. Dit zijn The Bridge, Weekendacademie en een vaste zorgpartner van de school.

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

Figuur 1.7 Betrokkenen vanuit de scholen bij interventies op het gebied van ouderbetrokkenheid (aantal scholen jaar 5, meerdere antwoorden per school mogelijk, n=9) mentor

7

zorgcoördinator

5

anders

4

docenten

3

decaan

3

leerlingen

2

remedial teacher

0 0

5

15

10

aantal scholen

2 Bereik en onderwijstijd Het merendeel van de scholen (24 van de 34), zetten in ronde vijf van de Kansenaanpak VO in op zowel leerlingen uit de onderbouw als de bovenbouw. De overige 10 scholen richtten zich uitsluitend op leerlingen uit de onderbouw. In opdracht van de Directie Onderwijs berekent O&S per school het aantal leerlingen met een potentiële onderwijsachterstand (O&S, 2023). Deze berekening wordt gebruikt om de gemeentelijke subsidie vanuit het onderwijsachterstandenbeleid te verdelen over scholen. Op de scholen die deelnemen aan ronde vijf van de Kansenaanpak VO zitten in totaal ruim 10.500 leerlingen met een ‘potentiële onderwijsachterstand’. Bij de 34 scholen samen kregen in totaal 7.983 leerlingen extra aandacht. Er kan niet worden vastgesteld welk deel hiervan leerlingen zijn met een potentiële onderwijsachterstand. Het aantal leerlingen dat extra aandacht kreeg varieert sterk per school, van 35 tot 730. Gemiddeld kregen 235 leerlingen per school extra aandacht. Per school is het percentage bereikte (doelgroep)leerlingen berekend, door het door de school aangegeven aantal bereikte leerlingen te delen door het aantal doelgroepleerlingen op de school (volgens de definitie van de Directie Onderwijs/O&S, zie figuur 2.1). Negen scholen geven zelf aan dat ze meer (doelgroep)leerlingen hebben bereikt dan het aantal doelgroepleerlingen op de school.

Figuur 2.1 Aandeel (doelgroep)leerlingen dat extra aandacht heeft gekregen, naar schooltype, n=34 (procenten) praktijkonderwijs (n=4)

81

vmbo-b en vmbo-b/k (n=4)

87

vmbo-b/k/t (n=10)

64

vmbo-t en vmbo-t/havo (n=4)*

104

havo/vwo (n=3)

74

brede scholengemeenschap (n=9)

78

0%

20%

40%

60%

80%

100%

*de vier vmbo-t en vmbo-t/havo scholen hebben in totaal 768 doelgroepleerlingen, de scholen geven aan dat ze met de Kansenaanpak VO 796 (doelgroep)leerlingen hebben bereikt. Daarom komt het aandeel in de grafiek uit boven de 100 procent.

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

In het kader van de Kansenaanpak VO kreeg in ronde vijf een leerling gemiddeld 3,9 uur extra onderwijstijd per week. De verschillen tussen schooltypes zijn groot. De extra onderwijstijd per leerling ligt bij het praktijkonderwijs het hoogst met 7,4 uur per week. Bij de brede scholengemeenschappen ligt de extra onderwijstijd per leerlingen het laagst met 1,4 uur per week (zie figuur 2.2). Figuur 2.2 Gemiddelde extra onderwijstijd of begeleiding, naar schooltype, n=34 (uren) praktijkonderwijs (n=4)

7,4

vmbo-b en vmbo-b/k (n=4)

4,9

vmbo-b/k/t (n=10)

5,8

vmbo-t en vmbo-t/havo (n=4)

1,6

havo/vwo (n=3)

2,3

brede scholengemeenschap (n=9)

1,4 0

2

4

6

8

3 Opbrengsten van de interventies Scholen konden aangeven welke doelen zij hadden opgesteld om te realiseren aan de hand van de subsidie en welke resultaten zij hebben opgemerkt of gemeten. De meest genoemde doelen en opbrengsten worden per type interventie beschreven. Tevens worden factoren besproken die bevorderend of belemmerd werkten bij de uitvoering.

3.1 Cognitieve ontwikkeling De meeste scholen hadden de volgende doelen vooraf opgesteld voor de inzet op de cognitieve ontwikkeling van leerlingen: • • •

Verbeteren leerresultaten en achterstanden wegwerken. Meer maatwerk bieden, beter monitoren en hiernaar handelen. Gevoel van veiligheid onder leerlingen vergroten zodat zij tot leren kunnen komen.

25 van de 33 scholen geven aan dat de activiteiten in het kader van de subsidie Kansenaanpak VO hebben bijgedragen aan de cognitieve vaardigheden van de leerlingen. Acht scholen geven aan dat dit deels heeft bijgedragen. De volgende opbrengsten werden het vaakst genoemd door scholen, maar gelden niet voor alle scholen: • • •

Taal- en rekenvaardigheden zijn verbeterd. Betere leerresultaten in het algemeen en minder onvoldoendes. Vooraf gestelde doelen rondom doorstroom zijn behaald.

“Leerlingen die middels deze subsidie extra taal en rekenonderwijs hebben gehad hebben een groei laten zien. Dit is inzichtelijk gemaakt door de afgenomen JIJ-toetsen.” “Wat betreft kwalitatieve resultaten merken docenten dat leerlingen een groei hebben gemaakt wat betreft hun executieve vaardigheden. Leerlingen kunnen na de extra coaching op executieve vaardigheden beter zelfstandig werken.” Belangrijke factoren die de activiteiten hebben bevorderd zijn dat de activiteiten passend zijn bij de visie van de school, dat er voldoende middelden beschikbaar waren, een goede sturing 6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

vanuit de schoolleider en voldoende kennis en kunde bij het docententeam. Factoren die belemmerend waren zijn het lerarentekort en het hebben van onvoldoende tijd.

3.2 Sociaal-emotionele ontwikkeling De meeste scholen hadden de volgende doelen vooraf opgesteld voor de inzet op de sociaalemotionele ontwikkeling van leerlingen: • • •

Verbeteren zelfvertrouwen van leerlingen. Leerlingen begeleiden in de ontwikkeling van sociaal-emotionele vaardigheden. Uitval en verzuim voorkomen.

12 van de 17 scholen geven aan dat de activiteiten in het kader van de subsidie Kansenaanpak VO hebben bijgedragen aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Vijf scholen geven aan dat dit deels heeft bijgedragen. De volgende opbrengsten werden het vaakst genoemd door scholen, maar gelden niet voor alle scholen: • • •

Zelfvertrouwen, weerbaarheid en/of welbevinden van leerlingen zijn verbeterd. Leerlingen voelen zich veiliger op school. Minder onrust of incidenten op school.

“Het is ingewikkeld om sociaal-emotionele resultaten te meten. Waar we wel aan kunnen zien dat de leerlingen hierin gegroeid zijn is het aantal incidenten/ conflicten binnen de school. Dit is gereduceerd tot bijna 0.” “Wij merkten dat leerlingen door de begeleiding succesvoller waren in het oplossen van conflict en beter werden in het doelen stellen en plannen maken. Door de wekelijkse begeleiding was er goede monitoring op de ontwikkeling.” Belangrijke factoren die de activiteiten hebben bevorderd zijn dat de activiteiten passend zijn bij de visie van de school, dat er voldoende middelden beschikbaar waren, een goede sturing vanuit de schoolleider en voldoende kennis en kunde bij het docententeam. Factoren die belemmerend waren zijn onvoldoende deskundigheid in het docententeam, gebrek aan tijd en het lerarentekort.

3.3 Ouderbetrokkenheid De meeste scholen hadden de volgende doelen vooraf opgesteld voor de inzet op ouderbetrokkenheid: • • •

Meer contactmomenten met ouders en hen vaker naar school laten komen. Ouders op een positieve manier betrekken bij de leerresultaten van leerlingen. Meer betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling en schoolkeuzes van de leerlingen.

Vier van de negen scholen geven aan dat de activiteiten in het kader van de subsidie Kansenaanpak VO hebben bijgedragen aan het verbeteren van de ouderbetrokkenheid. Vijf scholen geven aan dat dit deels heeft bijgedragen. Enkele scholen geven aan dat het niet altijd duidelijk is hoeveel ouders zijn bereikt en het soms een kleine groep is die echt duidelijk is bereikt. De volgende opbrengsten werden het vaakst genoemd door scholen, maar gelden niet voor alle scholen: • •

Ouders zijn meer betrokken en komen vaker op school. Ouders zijn beter op de hoogte van de ontwikkeling van hun kind. 7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

•

Evaluatie Kansenaanpak VO 2023/’24

Ouders zijn tevreden over de communicatie met school.

“Ouders komen 3 keer meer in contact met mentoren over vragen rondom de schoolse voorwaarden en bredere ontwikkeling van hun kind en de groep. Opkomst bij gesprekken met mentoren is bijna verdubbeld in een jaar tijd.” “We zien dit doordat aan het begin van het jaar ouders bijna niet reageren op de uitnodiging om eens bij een HDT les te komen kijken en gedurende het jaar gebeurt dit steeds meer.” Belangrijke factoren die de activiteiten hebben bevorderd zijn goede sturing vanuit de schoolleiding, goede samenwerking en draagvlak bij het docententeam, activiteiten die passend zijn bij de visie van de school en het hebben van voldoende tijd. Factoren die belemmerend waren zijn een gebrek aan tijd en middelen en het lerarentekort.

4 Literatuurlijst Kohnstamm Instituut & Onderzoek en Statistiek. (2024). Evaluatie van de Kansenaanpak Voortgezet Onderwijs (VO) 2022/’23. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/evaluatie-van-de-kansenaanpak-voortgezetonderwijs-vo-2022-23 Onderzoek en Statistiek. (2023). Een derde van de Amsterdamse leerlingen heeft een potentiële onderwijsachterstand. https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/een-derde-van-deamsterdamse-leerlingen-heeft-een-potentiele-onderwijsachterstand

Meer informatie

Colofon

onderzoek.amsterdam.nl

Opdrachtgever Directie Onderwijs

Auteurs Leyla Reches: l.reches@amsterdam.nl Farah Makrani: f.makrani@amsterdam.nl

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16413776/1