CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Eindrapport-Financieringsmogelijkheden-MRA-Landschap.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 5 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de reactie op motie 465, 10 november 2022 van de raadsleden Moeskops en Garmy over stimuleren private initiatieven groen (VN2024-010487)33.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voor weidevogelbiotopen geeft de provincie subsidie voor hogere waterpeilen of substantiële vernatting en het verwijderen van bomen en struiken. Deze activiteiten moeten leiden tot het verbeteren van het weidevogelbiotoop. Voor de uitbreiding van het wandelnetwerk Noord-Holland geeft de provincie subsidie voor het oplossen van knelpunten in het bestaande recreatieve wandelnetwerk Noord-Holland, de realisatie van nieuwe recreatieve verbindingen voor een gebiedsdekkend wandelnetwerk in Noord-Holland en voor de bewegwijzering van een regionaal wandelnetwerk volgens de systematiek van Wandelnetwerk Noord-Holland, als weergegeven op www.wandelnetwerknoordholland.nl. Voor toeristische overstappunten geeft de provincie subsidie voor de aanleg van toeristische overstappunten in het landelijk gebied of op de grens van stad en platteland.

1.11 Onderzoek Klimaatadaptatie 1.11 Onderzoek klimaatadaptatie Werking van instrument De provincie geeft subsidie voor onderzoek dat kan leiden tot een subsidieaanvraag voor een

47

Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Tijdspanne Inzetbaarheid Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

fysiek uitvoeringsproject ten behoeve van klimaatadaptieve maatregelen. Provincie Noord-Holland Gemeenten in Noord-Holland namens een DPRAregio. Investering Provincie Noord-Holland 100% van de noodzakelijke kosten worden gefinancierd tot maximaal €10.000,-. Er is €100.000 beschikbaar voor 2021 (subsidieplafond). De provincie geeft géén subsidie als: a) De aanvraag is ontvangen buiten de periode, bedoeld in artikel 7; b) De aanvraag niet is afgestemd binnen de werkregio en niet aantoonbaar is bevestigd dat de andere gemeenten binnen de werkregio bekend met de aanvraag; c) De activiteit financieel niet haalbaar is; d) De uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen; e) De aanvrager reeds een aanvraag op grond van deze regeling heeft ingediend.6 maart 2020 Regeling vervalt per 1 januari 2023 (dus t/m 2022) Inzetbaar, maar alleen voor onderzoek Regeling vervalt per 1 januari 2023 (dus t/m 2022) Bestaand https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR637910 /1 https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/O/Onderzoek_fysieke_uitvoeringsp rojecten_klimaatadaptatie_Noord_Holland_2020_ subsidie

De provincie Noord-Holland wil de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering beperking, en de kansen die de klimaatverandering biedt, benutten. Daarom kunnen gemeenten een aanvraag indienen voor een onderzoek voor fysieke uitvoeringsprojecten voor klimaatadaptatie. Dit onderzoek kan leiden tot een fysieke uitvoeringsproject klimaatadaptieve maatregelen (zie volgend instrument) 1.12 Fysieke uitvoeringsprojecten Klimaatadaptatie 1.12 Fysieke uitvoeringsprojecten klimaatadaptatie Werking van instrument De provincie Noord-Holland wil zich voorbereiden op de klimaatveranderingen en de kansen rondom deze veranderingen benutten. De provincie geeft subsidie voor een fysiek uitvoeringsproject dat bijdraagt aan klimaatadaptatie. Bron van instrument Provincie Noord-Holland Gebruiker instrument Noord-Hollandse gemeenten Investering en/of beheer Investering Geografisch schaalniveau Provincie Noord-Holland Financieel schaalniveau €2.7 miljoen in de jaren 2021-2023. €900.000 per jaar. Subsidie: 50% van de noodzakelijke kosten tot maximaal €100.000,-. Voorwaarden De aanvraag moet afgestemd zijn binnen de DPRAregio. Er moet aangetoond worden dat de gemeenten in een DPRA-regio op de hoogte zijn van de aanvraag.

Voor de aanvraag kunt u gebruik maken van de uitkomsten van het onderzoek Klimaatadaptatie (zie vorige instrument) Tijdspanne 2021-2023 Inzetbaarheid Inzetbaar Voordelen/Nadelen Projecten kunnen alleen in een openstelling worden ingediend. De regeling staat open van 6 juli 2021 tot en met 7 oktober 2021, 17.00 uur. Als de aanvraag voor of na bovengenoemde periode door PNH wordt ontvangen, wordt deze niet in behandeling genomen.

48

Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

Bestaand https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/K/Klimaatadaptatie_fysieke_uitvoe ringsprojecten_subsidie

De provincie Noord-Holland wil zich voorbereiden op de klimaatveranderingen en de kansen rondom deze veranderingen benutten. Hoe we dit gaan doen staat in de notitie “Klimaatadaptatie Noord-Holland, bouwstenen voor de provinciale aanpak”. Eén van de instrumenten is deze subsidieregeling “fysieke uitvoeringsprojecten voor klimaatadaptatie”. De komende 3 jaar zal er jaarlijks budget beschikbaar zijn. Gemeenten kunnen ook onderzoek laten subsidiëren. Dit onderzoek kan leiden tot een fysieke uitvoeringsproject klimaatadaptieve maatregelen (zie vorig instrument). 1.13 HIRB+ Revitalisering verblijfslocaties 1.13 HIRB+ Revitalisering verblijfslocaties Werking van instrument De provincie Noord-Holland wil de verblijfsrecreatieve sector revitaliseren en toekomstbestendig maken en houden. Daarom verlenen zij subsidie voor planvorming op het gebied van kwaliteitsverbetering en verduurzaming. Bron van instrument Provincie Noord-Holland Gebruiker instrument Subsidie aanvragen kan door eigenaren, exploitanten en VvE’s van campings of vakantieparken voor toeristisch-recreatieve verhuur. Op het complex moeten minimaal 40 plekken of huisjes aanwezig zijn. Investering en/of beheer Investering Geografisch schaalniveau Provincie Noord-Holland

Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Tijdspanne Inzetbaarheid Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

€100.000 beschikbaar (subsidie plafond). Er kan 50% van de noodzakelijke kosten tot maximaal €12.500,- gesubsidieerd worden. De provincie geeft géén subsidie als: a. de activiteit financieel niet haalbaar is; b. de uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen; c. er in het lopende kalenderjaar al een subsidie op grond van deze regeling verstrekt is voor dezelfde locatie. De regeling staat open tussen 15 april 2021, 09:00 uur en 30 december 2021, 17:00 uur. Inzetbaar De regeling vervalt per 1 januari 2022 Bestaand https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/H/HIRB_Revitalisering_Verblijfsrecr eatie_subsidie

1.14 Waterrecreatie & uitbreiden vaarnetwerk voor pleziervaart 1.14 Waterrecreatie & uitbreiden vaarnetwerk voor pleziervaart Werking van instrument Uitbreiden en verbeteren van het vaarnetwerk voor de kleinere pleziervaart. De provincie geeft subsidie voor maatregelen die het recreatieve vaarnetwerk voor kleinere pleziervaartuigen uitbreiden, zoals het aanpassen of realiseren van bruggen, sluizen, doorvaarbare duikers of overhalen, waardoor knelpunten in het netwerk worden opgelost. Bron van instrument Provincie Noord-Holland Gebruiker instrument Zowel private partijen als publieke rechtspersonen die het vaarnetwerk voor de kleinere pleziervaart willen uitbreiden Investering en/of beheer Investering

49

Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Tijdspanne

Inzetbaarheid Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

Provincie Noord-Holland Subsidieplafond: €1.1 miljoen. Berekening subsidie: 80% van de subsidiabele kosten tot maximaal €400.000,-. De provincie geeft géén subsidie als: de activiteit financieel niet haalbaar is; de uitvoering van de activiteit is gestart voordat de aanvraag is ontvangen; de aanvraag ziet op een voorziening die uitsluitend is bedoeld om een woonwijk of een bedrijventerrein over water te ontsluiten middels een doodlopende route; het te realiseren object waar de subsidie voor wordt aangevraagd niet bevaarbaar is voor kleinere pleziervaartuigen. de subsidie minder dan €50.000,- bedraagt. De provincie moet uw aanvraag uiterlijk op 31 augustus 2021, 17.00 uur ontvangen hebben. De regeling vervalt per 1 januari 2023. Inzetbaar Openstelling sluit voor de afronding van dit project Bestaand https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/W/Waterrecreatie_uitbreiden_vaar netwerk_voor_de_kleinere_pleziervaart_Noord_H olland_subsidie

Om een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke knelpunten in routes die bevaren worden door de kleinere pleziervaartuigen heeft de provincie Noord-Holland de ‘Uitvoeringsregeling waterrecreatie: uitbreiden van het vaarnetwerk voor de kleinere pleziervaart 2021’ open gesteld. Het doel van de regeling is om meer openbaar water bevaarbaar

of toegankelijk te maken voor kleine tot middelgrote recreatieve pleziervaartuigen. 1.15 Herbestemmen, restauratie en verduurzaming monumenten 1.15 Herbestemmen, restauratie en verduurzaming monumenten Werking van instrument De regeling is bedoeld ter stimulering van het behoud van onroerend cultureel erfgoed door middel van herbestemming en/of, restauratie en/of verduurzaming. Bron van instrument Provincie Noord-Holland Gebruiker instrument Subsidie kan worden verstrekt aan natuurlijke personen, privaatrechtelijke rechtspersonen of kerkgenootschappen die eigenaar zijn van onroerend cultureel erfgoed dat is gelegen in de provincie Noord-Holland. Investering en/of beheer Beheer/restauratie Geografisch schaalniveau Noord-Holland Financieel schaalniveau Er is in totaal €9.1 miljoen beschikbaar. De subsidie per aanvraag voor restauratie van provinciale monumenten gebouwd als woning bedraagt maximaal €250.000,De subsidie voor herbestemming en/of restauratie en/of verduurzaming van onroerend cultureel erfgoed dat niet is gebouwd als woning bedraagt maximaal €1.000.000. De subsidie wordt aan de subsidieontvanger verstrekt in de vorm van een lening door het Nationaal Restauratiefonds. Voorwaarden De subsidie moet minimaal €10.000,- bedragen. De ontvanger mag niet in financiële moeilijkheden zitten. De activiteiten moeten financieel haalbaar/realistisch zijn.

Er mogen ook geen terugvorderingsbevelen zijn tegen de aanvrager. Tijdspanne Doorlopend Inzetbaarheid Inzetbaar

50

Voordelen/Nadelen

Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

Alleen in betrekkelijk specifieke situaties inzetbaar, en alleen inzetbaar t.b.v. de landschapsopgave ‘recreatieve beleving’ Bestaand

NNN; €500.000,- bij het vrijkomen van 25 hectares of meer agrarische gebruikte grond binnen het NNN. Voorwaarden

https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/H/Herbestemming_restauratie_en _verduurzaming_monumenten_Noord_Holland_su bsidie

1.16 Bedrijfsverplaatsing en kavelruil NNN Noord-Holland 1.16 Bedrijfsverplaatsing en Kavelruil Natuurnetwerk Noord-Holland Werking van instrument De uitvoeringsregeling heeft als doel: de verbetering van de agrarische structuur ten behoeve van de kwaliteit van het landschap. De uitvoeringsregeling bestaat uit twee onderdelen: bedrijfsverplaatsing en kavelruil. Bron van instrument Provincie Noord-Holland Gebruiker instrument MKB-bedrijven in de nabijheid van NNN gebieden Investering en/of beheer Investering Geografisch schaalniveau Noord-Holland Financieel schaalniveau Voor deze regeling zijn in 2021 de volgende subsidieplafonds vastgesteld: €500.000,- voor bedrijfsverplaatsing €37.500,- voor kavelruil. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten: €100.000,- bij het vrijkomen van 1 tot 5 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN; €250.000,- bij het vrijkomen van 5 tot 10 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN; €350.000,- bij het vrijkomen van 10 tot 15 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN; €400.000,- bij het vrijkomen van 15 tot 20 hectares agrarische gebruikte grond binnen het NNN; €450.000,- bij het vrijkomen van 20 tot 25 hectares agrarische gebruikte grond binnen het

Tijdspanne Inzetbaarheid Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument Bronnen & meer info

De subsidie moet minimaal €5.000,- bedragen. De ontvanger mag niet in financiële moeilijkheden zitten. De activiteiten moeten financieel haalbaar/realistisch zijn. Er mogen ook geen terugvorderingsbevelen zijn tegen de aanvrager Doorlopend Inzetbaar Alleen rondom NNN gebieden; dus redelijk specifiek. Bestaand https://www.noordholland.nl/Loket/Producten_en_Diensten/Product en_op_alfabet/B/Bedrijfsverplaatsing_en_Kavelruil _Natuurnetwerk_Noord_Holland_subsidie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601875 /2

Bij bedrijfsverplaatsingen wordt subsidie verstrekt voor een verplaatsing van een landbouwbedrijf, waarbij de aanvrager een MKB-onderneming is. Alle grondgebonden agrarische activiteiten op de gronden die worden achtergelaten binnen het NNN betrokken worden in de bedrijfsverplaatsing. De subsidieontvanger draagt de eigendom van alle gronden (vrij van enig beperkend of bezwarende recht) rechtsgeldig over aan de provincie Noord-Holland. Wanneer de gronden niet worden overgedragen aan de Provincie dan dient geborgd te worden dat deze gronden binnen vijf jaar in gebruik genomen worden als natuurgrond. Subsidie aangevraagd voor bedrijfsverplaatsing wordt verstrekt voor de volgende kosten:

51

• • • •

Voorbereidingskosten voor zover deze rechtstreeks en direct verbonden zijn met de subsidiabele activiteit Kosten van het demonteren, verhuizen en weer opbouwen van bestaande installaties en faciliteiten Kosten van modernisering van de voorzieningen Kosten van verhoging van productiecapaciteit van de voorzieningen.

Voor kavelruil wordt subsidie verstrekt als de aanvrager een MKBonderneming is, óf een natuurlijk persoon is (particulier zonder ondernemingsactiviteiten) en de kavelruil leidt tot het substantieel vrijmaken van agrarische gronden voor de realisatie van NNN in NoordHolland. Subsidie aangevraagd voor kavelruil wordt verstrekt voor de volgende kosten: Juridische kosten: 90% van de subsidiabele kosten, tot totaal maximum van €12.500,-. Administratieve kosten en opmetingskosten van de kavelruil: 90% van de subsidiabele kosten, tot totaal maximum van €12.500,1.17 Investeringsbudget Landschapsversterking De provincie Noord-Holland investeert €10,3 miljoen in haar landschap (onderdeel van het coalitieakkoord 2019-2023 en dus niet structureel). Doel is het landschap te versterken en de toegankelijkheid van gebieden te verbeteren voor bewoners en recreanten. Het geld gaat onder andere naar de Stelling van Amsterdam en naar de Westeinderscheg voor natuur en betere recreatieve verbindingen tussen Amsterdam en Aalsmeer. Het is een van de beloftes uit het coalitieakkoord van Gedeputeerde Staten. Ook het OerIJ ontvangt gelden. De projecten waaraan geld uitgegeven wordt zijn vastgesteld. Er zijn dus niet meer nieuwe projecten toe te voegen.

1.17 Investeringsbudget Landschapsversterking Werking van Provinciale bijdrage aan landschapsversterking. instrument Bron/financier van Provincie Noord-Holland instrument Gebruiker Gemeenten en terreinbeheerders instrument Investering en/of Investering beheer Geografisch Noord-Holland schaalniveau Financieel €10,3 miljoen schaalniveau Bronjaar Maart 2021 Voorwaarden Projecten zijn al bepaald. Tijdspanne/planning Inzetbaarheid Projecten zijn bepaald. Voordelen/nadelen Bestaand/Bewezen Bestaand instrument Bronnen & meer info https://www.noordholland.nl/Actueel/Archief/2021/Maart_2021/10_3_m iljoen_voor_verbetering_Noord_Hollands_landschap

Verdienmodellen 1.18 Inkomsten uit verkoop, evenementen en pacht Overheden hebben ook eigen inkomsten, waaronder inkomsten uit verkoop en vermogen. Door locaties in een groenblauwe natuur- en recreatieomgeving te verhuren of verpachten aan commerciële (recreatie)bedrijven, worden inkomsten gegenereerd, en meerwaarde voor de recreant toegevoegd. Voorbeelden van voorzieningen zijn naast horecagelegenheden ook een klimbos, een indoor golf/ski baan, camping

52

of evenement. Ook kan een entreeprijs of parkeergeld gevraagd worden voor bijvoorbeeld een zwemvoorziening. 1.18 Inkomsten uit verkoop, evenementen en pacht Werking van instrument Inkomen uit evenementen, pacht of verkoop o.g. Bron van instrument Recreanten, bezoekers of grondeigenaren Gebruiker instrument Gemeenten, recreatieschappen, natuurbeheerders Investering en/of beheer Beheer Geografisch schaalniveau Lokaal Financieel schaalniveau Inkomsten van de TBO’s Inkomsten Staatsbosbeheer 2019: • €21 miljoen uit ingebruikgeving8 • €8,5 miljoen uit recreatie9 Exploitatieopbrengsten Spaarnwoude 2019: €2,4 miljoen (o.a. evenementen, huren, erfpacht) Voorwaarden Rekening houden met draagkracht van het terrein en omgeving, en de zonering i.r.t. natuur. Indien aan de orde ook rekening houden met de voorwaarden die gesteld worden vanuit NNN. Tijdspanne Terugkerend Inzetbaarheid Korte termijn Voordelen/Nadelen Voordelen: directe link tussen bedrijf dat ‘profiteert’ van groene omgeving en de kosten ervan. Voorzieningen bieden ook meerwaarde voor recreant / toerist / bewoner. Nadelen: ontwikkeling van commerciële voorzieningen in of nabij NNN is lastig. Draagkracht terrein soms groter dan draagkracht omgeving. Bestaand/Bewezen Bestaand instrument Bronnen & meer info N.v.t.

8

Onder ingebruikgeving valt: erfpacht(-opstal), agrarische ingebruikgevingen, huurovereenkomsten, gebruiksovereenkomsten

1.19 Inkomsten uit bosbouw Hoewel het kappen van bomen vaak maatschappelijke weerstand op roept, is het essentieel voor natuurbeheer. Zo zijn veel boomsoorten afhankelijk van voldoende licht. Om deze boomsoorten te behouden is het soms nodig andere bomen te kappen. Daarnaast is bomenkap soms ook nodig om de biodiversiteit te versterken en om open landschappen in stand te houden en te creëren. Om deze redenen kappen natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer bomen. Huidig Nederlands beleid staat toe om 2 hectare bomen te kappen voor regulier natuurbeheer. 1.19 Inkomsten uit bosbouw Werking van instrument Verkoop van hout uit bomenkap Bron van instrument Natuurbeheerders Gebruiker instrument Natuurbeheerders Investering en/of Beheer beheer Geografisch N.v.t. schaalniveau Financieel schaalniveau SBB: €25 miljoen per jaar (300.000 m3) Natuurmonumenten: €2 miljoen per jaar (+/30.000 m3 hout) Voorwaarden Maximaal 2 hectare bomen kappen voor regulier natuurbeheer Tijdspanne Terugkerend Inzetbaarheid Korte termijn en lange termijn Inschatting Kosten worden van opbrengsten afgetrokken transactiekosten Voordelen/Nadelen Voordelen: door toepassing van het hout in de bouw wordt CO₂ vastgelegd. Nadelen: Bomenkap soms omstreden. Nationale Bosstrategie maakt bomenkap minder mogelijk en 9

Onder recreatie valt: verhuur van vakantiewoningen in de natuur, kampeerterreinen, excursies, rondleidingen, verkopen.

53

Bestaand/Bewezen instrument

afhankelijk van veel factoren (houtprijs, kwaliteit van het hout, transportkosten, boomsoort) Bestaand

Een deel van de gekapte bomen wordt verkocht als timmerhout en houtsnippers. Zo ontving Natuurmonumenten in 2019 ruim €2 miljoen door middel van verkoop van hout. Staatsbosbeheer verdient jaarlijks ongeveer €25 miljoen aan de verkoop van hout. Deze opbrengsten komen te goede aan het beheer van de natuur en de voorzieningen in de natuur. De mogelijkheden voor bomenkap worden in de toekomst mogelijk beperkt vanwege de Nationale Bosstrategie. Uitgangspunt binnen deze strategie is dat bomenkap alleen gebeurt als dat écht nodig is, na een zorgvuldige afweging. Voorwaarde daarbij is wel dat gekapte bomen altijd worden gecompenseerd. Het kappen van bomen wordt dan alleen toegestaan voor regulier natuurbeheer, met een maximum van 0,5 hectare10. Bos draagt bij aan het behalen van de doelstellingen van de Green Deal: 60% minder CO₂-uitstoot in 2030. Naast het kappen van bomen in de natuurgebieden hebben partijen als Staatsbosbeheer ook productiebossen/exploitatiebossen in eigendom. Deze bossen kunnen in sommige gevallen ook (gedeeltelijk) dienen als recreatiebos. Het bos of een deel ervan kan dan gebruikt worden voor recreatieve doeleinden, en de opbrengsten van de bomenkap kan terug gestopt worden in het bos. Voor opbrengsten uit nieuw aangeplant bos geldt dat het jaren duurt voordat het bos voldoende gegroeid is om te kunnen kappen.

Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Inzetbaarheid Voordelen/Nadelen

Bestaand/Bewezen instrument Bron:

Rijk Gemeente, regio, provincie Investering Groenopgaven Bijvoorbeeld natuurcompensatie bij verbreding A6: €23,3 miljoen voor 133 hectare nieuw natuur (72 ha bos, 61 ha moeras). Ligging nabij de infrastructurele werk. Nieuwe natuur moet relevant zijn voor de betreffende soorten. Direct Nadelen: netto komt er geen groen bij. Het is compensatie voor weggehaald groen bij infraprojecten. Bestaand N.v.t.

1.20 Compensatie infrastructuurprojecten

Bij grote infrastructuurprojecten die impact hebben op beschermde natuur, is er de wettelijke verplichting om te komen tot natuurcompensatie. De verplichting bestaat uit vervangend leefgebied voor soorten en omvat ook het beheer. Hierbij geldt dat het oppervlakte aan verdwijnend groen elders wordt gecompenseerd. Dit betekent dat er geen extra groen bij komt. De uitvoering van de compensatie kan ook worden uitbesteed. Dit vormt een mogelijke dekking voor landschappelijke investeringen, mits daarbij tevens kan worden voldaan aan de eisen voor de relevante soorten waarvoor compensatie aan de orde is.

1.20 Compensatie infrastructuur Werking van instrument Infrastructuurprojecten die impact hebben op groen of natuur wordt gecompenseerd door nieuwe natuur aan te leggen.

De compensatie wordt vaak toegepast bij ingrepen van algemeen belang, zoals het aanleggen van een weg of dijkversterking, en vindt het liefst zo dicht mogelijk bij de plek plaats waar de aantasting plaatsvindt. Een

Compensatie

10

Bron: concept-Bosstrategie Nederland

54

voorbeeld waarbij deze regeling is toegepast is bij de verbreding van de A6. Voor de verbreding van de A6 was het onvermijdelijk om bomen te verwijderen tussen Almere Havendreef en Almere Buiten-Oost (in totaal 19 ha). Voor iedere boom die gekapt moest worden, zou een nieuwe boom terug worden geplant door Rijkswaterstaat. Omdat er voor de uitvoering hiervan onvoldoende ruimte was in de omgeving van de A6, is besloten om het grootste deel van de bomen te compenseren op twee nieuwe locaties: Noorderwold-Eemvallei en Kop van het Horsterwold. De compensatie dient minimaal gelijk te zijn aan het aangetaste areaal, maar er zijn ook mogelijkheden om een plus te realiseren. Verevening 1.21 Verevening uit woningbouw en werklocaties 1.21 Verevening Werking van instrument

Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau

Financieel schaalniveau Voorwaarden Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen

Een deel van de investeringen in landschap kunnen worden gedekt vanuit verevening van de plannen voor woningbouw en voor bedrijven en kantoren Ontwikkelende partijen (gebiedsontwikkeling) Gemeente Investering Met name lokale schaal. Artikelen 13.23 en 13.34 bieden mogelijkheden voor regionale schaal Afhankelijk van omvang ontwikkeling Zie tekst Eenmalig Middellange termijn Gemiddeld • Omgevingswet biedt nieuwe mogelijkheden voor regionale verevening • Met name bij binnenstedelijke (her)ontwikkeling vaak weinig ruimte in exploitatie

Bestaand/Bewezen instrument

Bestaand instrument

Bij verevening wordt een investering in het landschap op de ene plek, gefinancierd vanuit een rendabele investering, zoals woningbouw, op een andere plek. Deze constructie wordt regelmatig toegepast, bijvoorbeeld bij groen en openbare ruimte in de buurt van woningbouwplannen. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn bepalingen opgenomen om het verhalen van kosten door de overheid op particuliere initiatiefnemers mogelijk te maken. Het voorkeursspoor vanuit de Wro is het afsluiten van anterieure overeenkomst (privaatrechtelijk). Het opstellen van een exploitatieplan (publiekrechtelijk) dient als achtervang. Bij de publiekrechtelijke weg zijn de PPT-criteria van belang: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. De wijze waarop kostenverhaal mogelijk is, betekent dat dit middel geschikt is voor de lokale schaal, maar minder of moeilijker op regionale schaal. Grotere groenopgaven die niet in de nabijheid van bouwplannen liggen, kunnen dus niet of moeilijk langs deze weg worden bekostigd. Een andere kanttekeningen is dat de groenopgave concurreert met andere maatschappelijke doelen; er zijn meer doelen die aanspraak maken op middelen uit verevening van ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast moet er voor (het kunnen toepassen van) verevening sprake zijn van een positieve exploitatie.

Dat kan met name voor binnenstedelijke (her)ontwikkelingslocaties een probleem zijn, omdat die soms al met een tekort kampen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft het anterieure spoor bestaan. Voor het publiekrechtelijke spoor ontstaan er aanvullende mogelijkheden binnen de Omgevingswet. De financiële spelregels rond grond en vastgoedontwikkeling uit de Omgevingswet zijn verankerd in de Aanvullingswet Grondeigendom. Bij vaststelling van de Aanvullingswet Grondeigendom Omgevingswet is het amendement Financiële Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling aangenomen. De regeling van het

55

publiekrechtelijk verhalen van een financiële bijdrage is vastgelegd in de artikelen 13.23 en 13.34 van de Omgevingswet. Hierdoor wordt het mogelijk om een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling af te dwingen via publiekrechtelijke weg. Bovenwijkse kosten voor onder meer natuur, groen en erfgoed, kunnen nu publiekrechtelijk worden verhaald, mits een functionele samenhang kan worden aangetoond. Daarbij gelden weliswaar niet de PPT-criteria, maar de functionele samenhang dient ook kwantitatief rekening te houden met de relatieve omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen. Stel in een regio met 400.000 bestaande woningen zijn de gemeenten voornemens om de kosten voor een regionaal park te verevenen bij woningbouwplannen voor 100.000 huizen, dan mag maximaal 20% van de kosten van het park (en uiteraard alleen voor zover de exploitatie dat toelaat) in rekening worden gebracht bij de private initiatiefnemers. De toepassing van de nieuwe regeling is facultatief. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om de regeling op te nemen in het (gemeentelijk) omgevingsplan. Maar de inzet ervan is niet vrijblijvend: het innen van de vereveningsbijdrage mag alleen als het beoogde doel wordt gerealiseerd en het verplicht de publiekrechtelijke partij tot het financieren van het restant.

In bovengenoemd voorbeeld moeten de publieke partijen dus 80% van het regionale park langs andere weg betalen! Dus tegenover de ruimere publiekrechtelijke kostenverhaalmogelijkheid, komt een nietvrijblijvende realisatieverplichting. Met dit nieuwe wettelijke instrument wordt de mogelijkheid gecreëerd om op regionale schaal tot een financiële koppeling te komen tussen de verstedelijkingsopgaven in de MRA en de MRA-landschapsopgaven. Omdat de wet nieuw is, is er ook nog geen ervaring mee en jurisprudentie over. Experts adviseren om de inzet van dit middel als volgt te regelen: • een provinciaal Omgevingsprogramma voor de groene opgaven; • een koppeling tussen het provinciale Omgevingsprogramma en gemeentelijke Omgevingsplannen;

•

het toepassen van de vereveningsmogelijkheid op die groene projecten waarvoor de restfinanciering is verzekerd.

Europese subsidies Dit jaar is de nieuwe Europese programmaperiode (2021-2027) van start gegaan. Voor deze periode heeft de EU duurzame ontwikkeling als belangrijk speerpunt gedefinieerd. Hierdoor zijn er mogelijkheden om de MRA-landschapsopgaven opgaven te (co-)financieren met Europese subsidies. Deze paragraaf biedt een overzicht van de relevante EUprogramma’s. Hierbij geldt dat het LIFE programma, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en Horizon Europe de meeste kansen bieden voor de MRA-landschapsopgaven. De programma’s EFRO (OP), Interreg, European Urban Initiative en URBACT zijn minder kansrijk (en relevant), maar bieden wel meekoppelkansen. Om deze reden gaan we ook kort in op deze programma’s. Het LIFE programma 2021-2027 ondersteunt innovatieve projecten die passen binnen Europees natuur-, milieu- en klimaatbeleid. Het programma heeft vier deelprogramma’s: natuur & biodiversiteit, circulaire economie, klimaatverandering en schone energietransitie. In totaal is er voor de periode 2021-2027 €5,4 miljard beschikbaar gesteld. Projecten binnen het LIFE programma moeten het beleid omtrent de subthema’s verder ontwikkelen of in de praktijk toepassen. Hierbij gaat het voornamelijk om demonstratie- en innovatieve projecten. Projecten rond ‘best practices’ worden al gauw afgewezen door de EU. De subsidie kan met name gebruikt worden voor groeninvesteringen, en niet voor beheer.

Onder LIFE vallen een drietal soorten projecten: 1. Strategische natuur projecten (ook wel strategic nature projects, SNAP) 2. Strategische geïntegreerde projecten (ook wel strategic integrated projects, SIP)

56

• Duur project: 3-8 jaar (afhankelijk van type project)

3. Standaard projecten (ook wel standard action projects SAP) Om in aanmerking te komen voor LIFE moet een subsidieaanvraag worden ingediend bij EASME (uitvoerend EU-agentschap). Natuur- en biodiversiteitsoproepen zijn in 2 stappen (eerst een projectvoorstel, dan een volledige aanvraag) georganiseerd. Klimaat- en energieoproepen worden in 1 stap (volledige aanvraag). Doorgaans zijn er 1 à 2 momenten per jaar waarop aanvragen kunnen worden ingediend. Het aanvragen van een LIFE-subsidie kost veel tijd en moeite, en de competitie bij het LIFE programma is hoog. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft een adviserende rol bij het aanvragen van een LIFE project, en kan aanvragers ondersteunen bij het ontwikkelen van een helder opgebouwde aanvraag die ook duidelijk de verwachte impact laat zien. Daarnaast zijn er per call richtlijnen en criteria opgesteld, die vermeld staan in de ‘Application Guide’. Ook zijn er een aantal praktische aspecten (zie onderstaande tabel).

1.22 LIFE 1.22 Praktische aspecten LIFE programma Soort projecten • Strategische natuurprojecten (SNAPS’s): ondersteuning uitvoering EU natuur- en biodiversiteitsdoelstellingen • Strategische geïntegreerde projecten (SIP’s): uitvoering milieu- of klimaatstrategieën, coördinatie op niveau van lidstaat • Standaardactieprojecten (SAP’s): testen, demonstraties, delen van best-practices of voorlichtingsprojecten Partnerschap • Overheden, bedrijven en NGO’s komen in aanmerking • 1 hoofdaanvrager (lead partner), 2-10 aangesloten partners (associated partners) • Internationaal partnerschap is niet nodig, maar Europese meerwaarde moet aangetoond worden Projectduur • Opstellen aanvraag: 6-9 maanden

Calls Gemiddeld budget

Meestal 1 à 2 calls per jaar Totale LIFE budget: €5,4 miljard Projectbudget: van €1-10 miljoen, waarvan de EU meestal 55-75% bijdraagt. Het overige budget is eigen bijdrage.

In Nederland zijn veel voorbeelden van LIFE-projecten, bijvoorbeeld LIFE RESILIAS en LIFE URBAN ADAPT. In LIFE RESILIAS gaat Bosgroep Zuid Nederland samen met Stichting Bargerveen aan de slag met systeemgericht natuurherstel. In dit LIFE-project draagt de EU €1,8 miljoen bij van het totale budget van €3 miljoen. In LIFE URBAN ADAPT hebben de gemeente Rotterdam, Rijkswaterstaat en Stichting WNF €2,7 miljoen EU-subsidie gekregen voor de demonstratie van innovatieve en duurzame projecten die klimaatverandering moeten opvangen. Het budget voor het totale project ligt rond €10 miljoen. Daarnaast doet Netwerk Water & Klimaat op dit moment mee in de landelijke subsidieaanvraag voor LIFE SIP (Strategic Integrated Projects). LIFE SIP is een subsidiestroom die zich onder andere richt op klimaatadaptatie. Via deze subsidie kan 40% cofinanciering (maximaal €550.000) aangevraagd worden voor projecten op het gebied van klimaatadaptatie (en mitigatie). 1.23 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid: (GLB)/NSR/POP3&4) 1.23 Gemeenschappelijk Landbouwbeleid Werking van instrument Inkomensondersteuning aan agrariërs (pijler 1). Extra subsidie voor maatregelen ter verbetering van biodiversiteit, klimaat en bodem (pijler 2) Bron van instrument EU Gebruiker instrument Agrariërs en provincie Investering en/of Beheer en investering beheer Geografisch N.v.t. schaalniveau

57

Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen

Jaarlijks €717,4 miljoen voor pijler 1 en €73 miljoen voor pijler 2. €40.000.000 binnen inhoudelijke scope van de MRA-landschapsdoelen. We gaan er vanuit dat dit programma ook na 2030 blijft bestaan. Aanvullende bijdrage via Ecoregeling pijler 1: extra maatregelen uitvoeren voor natuur, water, klimaat, bodem, natuur, landschap. De middelen uit Pijler 2 worden ingezet via POP en SNL (zie hierna). Terugkerend Korte termijn N.v.t.

• Omvangrijke pot met middelen, maar moet ingezet worden voor breed scala aan doelen.

• De eco-regelingen in pijler 1 betekenen

Bestaand/Bewezen instrument Info

(mogelijk) extra middelen voor klimaat, water,bodem of landschap. • Zeer beperkt middelen voor natuurbeleving / recreatie beschikbaar. Bestaand, maar vanaf 2023 nieuw GLB van start

https://nsp-toekomstglb.nl/financien/

In 202311 start het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Het GLB heeft 2 pijlers: (1) inkomensondersteuning en markt- en prijsbeleid, en (2) plattelandsontwikkeling. Pijler 1 omvat directe inkomenssteun voor boeren: boeren ontvangen een vast bedrag per hectare als aanvulling op hun inkomen.

Nieuw in de komende periode zijn de eco-regelingen: boeren kunnen een aanvullende bijdrage op de inkomenssteun ontvangen door maatregelen voor natuur, landschap, bodem, water of klimaat uit te voeren. Hiervoor wordt een ‘keuzemenu’ ontwikkeld: boeren kunnen zelf bepalen welke maatregelen ze willen nemen. Dit geldt zowel voor investeringen als beheer. Op dit moment is nog niet bekend wat hier precies onder valt en wat de hoogte van de bijdrage is (genoemd werd een bedrag van maximaal 120 euro per hectare). Voor Pijler 2 krijgt iedere lidstaat ruimte om eigen invulling te geven. Iedere lidstaat beschrijft in het Nationaal Strategisch Plan (NSP) hoe de EU-middelen worden ingezet, en welke nationale en regionale doelstellingen (zoals kringlooplandbouw, Klimaatakkoord en plattelandsbeleid van de provincies)worden toegevoegd. In Nederland wordt het NSP ontwikkeld door het Ministerie van LNV, samen met de Provincies, de Unie van Waterschappen en het Ministerie van IenW. Het NSP is een belangrijk instrument voor de provincies en waterschappen om het natuur- en waterbeleid te versterken. De EU-investeringen, met cofinanciering uit de provincies, zorgen voor een impuls voor (duurzame ontwikkeling van) het landelijk gebied en de regionale economie. Onderdeel van het landbouwbeleid is de LEADER-regeling.

Deze regeling is bedoeld voor bottom-up samenwerkingsverbanden tussen (overheids)organisaties, (landbouw)ondernemers of particulieren op het platteland die de sociaaleconomische ontwikkeling van het platteland en het duurzaam beheer van de ruimte willen verbeteren. Hiervoor is een LEADER-subsidie beschikbaar. In de programmaperiode 2014-2020 kon de aanvragende partij maximaal 50% van de kosten met een minimum van €25.000 subsidie en maximum van €200.000 subsidie ontvangen.

11

Het nieuwe landbouwbeleid gaat naar verwachting van start in 2023. In de periode 2021-2022 worden naar verwachting in het verlengde van het huidige POP3 nieuwe subsidieregelingen opengesteld.

58

1.24 Horizon Europe Horizon Europe is het grootste onderzoeksprogramma van de EU. Doel van het programma is om het concurrentievermogen van Europa te vergroten door wetenschap en innovatie te stimuleren en oplossingen te bedenken voor maatschappelijke vraagstukken. Horizon Europe heeft drie pijlers. De meest relevante pijler voor de MRA-landschapsopgaven is pijler 2: “Global Challenges and European Industrial Competitiveness”. Deze pijler richt zich op de grote uitdagingen van de EU en de wereld. Binnen deze pijler bevinden zich zes clusters, waaronder (1) klimaat, energie en mobiliteit, en (2) voedsel, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu. Horizon Europe is een zeer competitief programma en vraagt om zeer innovatieve ideeën. Brede samenwerking tussen partijen uit verschillende sectoren is nodig om de omvang en complexiteit van de problemen aan te pakken. Hierbij is het noodzakelijk om koplopers binnen het partnerschap te hebben. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) stimuleert en ondersteunt Nederlandse deelnemers aan Horizon Europe als nationaal contactpunt. De Europese Commissie publiceert jaarlijks vele specifieke oproepen om projectvoorstellen in te dienen. In de werkprogramma’s van de 6 clusters van pijler 2 staat precies beschreven per thema wanneer je een projectvoorstel in kan dienen, wat de voorwaarden zijn en wat het indicatieve budget is.

Het projectbudget verschilt per oproep en kan oplopen tot 100% EU-contributie. In de onderstaande tabel zijn enkele praktische aspecten van Horizon Europe weergegeven, waaraan voldaan moet zijn bij het indienen van een subsidieaanvraag.

12

Een voorbeeld van een Horizon202012 instrument is de subsidie van European Local Energy Assistance (ELENA). Deze subsidie ondersteunt bij projectplannen voor grootschalige investeringen op het gebied van energie. ELENA is bedoeld als een extra stimulans om de lokale overheid te steunen in het beter uitwerken van een groot energieproject. Van de kosten voor deze uitwerking wordt 90% vergoed. Een voorbeeld van een Horizon2020-project is NATURVATION. In dit project hebben 14 partners (o.a. Gemeente Utrecht, Universiteit Utrecht en PBL) onderzoek gedaan naar de integratie van natuur in de stad in verschillende landen. Hierbij is ook ingegaan op de vraag hoe de financiering van natuur in de stad georganiseerd kan worden. De EU heeft €7,8 miljoen bijgedragen aan dit project. 1.24 Praktische aspecten Horizon Europe Soort projecten • Grote onderzoeks- en innovatieprojecten, waarbij excellentie en impact leidende principes zijn Partnerschap • Vaak uitgebreid consortium (vaak triple-helix vertegenwoordiging) • Noodzaak om koplopers binnen partnerschap te hebben • Internationale samenwerking buiten EU mogelijk Projectduur • Opstellen aanvraag: 6-9 maanden • Duur project: doorgaans 3-4 jaar Calls Veel per jaar (zie werkprogramma’s) Budget • Totale budget: €95,5 miljard (incl.

€5,4 miljard NextGenerationEU) • Projectbudget: Verschilt per call, doorgaans €2 tot €10 miljoen (tot 100% EU-bijdrage) Voordelen / • Nadelen: fysieke investeringen op kleine schaal nadelen mogelijk (pilots). Zeer competitief, lage slagingskans.

Horizon Europe (2021-2027) is de opvolger van Horizon 2020.

59

• Voordelen: tot 100% EU-bijdrage. Innovatie mede door internationaal netwerk.

1.25 Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) Voor de periode 2014-2020 beschikt het EFRO over een bedrag van €183,3 miljard. Nederland heeft ongeveer €500 miljoen ontvangen; we gaan er vanuit dat Nederland ook in de komende periode ongeveer hetzelfde bedrag ontvangt. Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) is minder kansrijk voor de MRA-landschapsopgaven, maar mogelijk is een meekoppelkans denkbaar. EFRO is één van de vijf structuurfondsen van de EU. Het fonds is opgezet om economische verschillen tussen Europese regio’s terug te dringen. Ieder landsdeel (West, Oost, Noord en Zuid) maakt in een landsdeling Operationeel Programma (OP) een onderbouwde keuze voor zijn inzet met betrekking tot de vijf EFRObeleidsdoelstellingen. De Provincie Utrecht is onderdeel van het EFROprogramma Kansen voor West. Beoogde indieners zijn bedrijven, in samenwerking met kennisinstellingen en evt. maatschappelijke partijen.

Kansen voor West III bestaat uit drie onderdelen: • Innovatie: bredere implementatie van innovaties, toepassing en wegnemen van belemmeringen voor opschaling • Klimaat: maatschappelijke implementatie van innovaties die bijdragen aan een circulaire, gezonde, veilige en CO₂ neutrale toekomst; • Stedelijke ontwikkeling: gebieden die economisch en sociaal achterblijven, maar toch mee moeten in de belangrijke transities Met name investeringen in klimaatinnovatie kan tot een meekoppelkans leiden. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van innovatieve nature-based solutions, waarbij een bedrijf investeert in een (groenblauw)gebied. 1.26 INTERREG Interreg stimuleert internationale samenwerking (cohesie) in de EU. Het cohesiebeleid zet onder andere in op “Een groener, koolstofarm Europa”.

Hier komen de thema’s energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en risicobeheer in terug. Interreg bestaat uit drie programma’s: 1. Interreg North West Europe (NWE) 2. Interreg North Sea Region (NSR) 3. Interreg Europe Interreg heeft voor de programmaperiode 2021-2027 voor heel de EU een budget van €11,3 miljard beschikbaar. Interreg A voor heel Nederland heeft €310 miljoen beschikbaar, Interreg B is €80 miljoen voor Nederland. In totaal zijn er dus voor Nederland €390 miljoen Interreg gelden beschikbaar. Voor de MRA-Landschapsopgaven is met name Interreg North West Europe (NWE) relevant. Maar ook Interreg Europe en Interreg North Sea Region bieden kansen, met name op het gebied van kennisdeling, samenwerking en beleid(s-innovatie). De Interreg programma’s voor de periode 2021-2027 zijn op dit moment nog in voorbereiding. Duidelijk is wel dat de programma’s North West Europe (NWE) en North Sea Region (NSR) voor heel Nederland gaan gelden. Inhoudelijk zullen deze programma’s, samen met Interreg Europe bij de Europese Green Deal aansluiten. Belangrijke thema’s worden onder andere klimaatadaptatie, watermanagement, hernieuwbare energie, circulaire economie en maritieme governance. Daarnaast blijft innovatie een pijler van de programma’s. Interreg North West Europe (NWE) is gericht op transnationale samenwerking op gebied van innovatie.

De programma’s richten zich op de prioriteiten ‘slimmer Europa’ en ‘Groener, koolstofarm Europa’. Thema’s die hieronder vallen zijn o.a. het versterken van onderzoek/innovatiecapaciteit, digitalisering, energie-efficiëntie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit en groene infrastructuur. NWE richt zich op 7 landen: België, Luxemburg, Ierland en

60

1.26

Interreg North West Europe

Interreg North Sea Region

Interreg Europe

Doelstelling

• Innovatie MKB

Stimuleren van innovatie en duurzame economische groei in de Noordzeeregio.

Gericht op beleid: ontwikkelen good practices + ervaringen uitwisselingen

•

• Uitwisselin

• • Soort projecten

bevorderen Promoten duurzaam transport Bevorderen circulaire economie en duurzame productiemethoden

• Test- en •

demonstratieprojecten Focus op reproduceerbaarheid

•

•

Demonstratieproject en; Projecten tussen onderzoeksfase en naar de markt brengen Opschalen

• •

Partnerschap

• Min. 3 partners uit 3

•

verschillende landen (min. 2 uit programmagebied) Geen maximum, maar doorgaans 5-10 partners

• •

Min. 3 partners uit 3 verschillende landen Sterker om met een groter consortium in te dienen.

Duur

Doorgaans 4 jaar

Doorgaans 4 jaar

Gemiddeld budget

€2-9 miljoen, waarvan 50% EU-bijdrage

€3 miljoen, waarvan 50% EU-bijdrage

Aantal calls

2x per jaar (voorjaar en najaar) FABulous

2-3x per jaar

Voorbeeld

SURFLOGH

g goede praktijken tussen regio’s Beïnvloede n beleidsinstrument Leren door te doen (testen)

• Regionale actoren die invloed hebben op beleid • Uit min. 3 landen • Gemiddeld 5-10 partners Doorgaans 4 jaar €1-2 miljoen, waarvan 85% EU-bijdrage 1x per jaar Wildlife Economy

delen van Nederland, Duitsland en Frankrijk. Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet het partnerschap bestaan uit minstens 3 partners vanuit 3 verschillende landen, waaronder minimaal 2 uit het programmagebied. Interreg North Sea Region (NSR) is een transnationaal programma gericht op de samenwerking van verschillende partijen uit verschillende landen rond de Noordzee. Het richt zich op het stimuleren van innovatieve en duurzame economische groei in de Noordzeeregio. In Nederland gaat het in het bijzonder om de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Overijssel, Zeeland, Friesland, Groningen en Drenthe. Interreg Europe is gericht op beleidsontwikkeling en -innovatie. Het programma helpt regionale en lokale overheden bij het ontwikkelen van good practices en faciliteert uitwisseling van ervaringen met succesvolle regio’s. Een groot deel van het budget van het programma gaat naar specifieke doelen voor een ‘slimmer’, ‘groener’, ‘beter verbonden’ en ‘socialer’ Europa. De subsidie is bedoeld voor kennisuitwisseling en planvorming, niet voor planuitvoering. De drie programma’s zijn toegankelijk voor overheden, kennisinstellingen, bedrijven, ontwikkelingsmaatschappijen en non-profitorganisaties. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) fungeert als Nederlands contactpunt voor alle beide programma’s.

In onderstaande tabel zijn de praktische aspecten van deze Interreg-programma’s omschreven. Praktische aspecten van Interreg: zie tabel links op de volgende pagina.

1.27 European Urban Initiative (EUI) European Urban Initiative (EUI) focust zich op duurzame stedelijke ontwikkeling. De structuur van EUI is nog onbekend, hoewel het waarschijnlijk is dat de tweede pijler vergelijkbaar is met het voorafgaande programma Urban Innovative Actions (UIA). Dit betekent dat het programma gericht is op stedelijke autoriteiten met meer dan

61

500.000 inwoners die een zeer innovatieve oplossing hebben voor stedelijke uitdagingen. De thema’s zijn sterk gelinkt aan de Urban Agenda (o.a. klimaatadaptatie, duurzaam landgebruik, circulaire economie, cultuur en erfgoed). Het programma is zeer competitief: alleen de meest innovatieve projecten worden geselecteerd voor subsidie. Daarnaast kan iedere stad slechts 1 aanvraag per oproep inleveren. De aanvragers ontvangen tot 80% of maximaal €5 miljoen euro medefinanciering voor hun project. Voorbeelden van UIA-projecten die ook denkbaar zijn voor EUI zijn RESILIO (het aanleggen van slimme blauw-groene daken in Amsterdam t.b.v. klimaatadaptatie) en GreenQuays (Groene kades in Breda t.b.v. duurzaam gebruik van land- en ‘nature-based solutions’). 1.28 URBACT URBACT stelt steden in staat om samen te werken en geïntegreerde oplossingen uit te werken voor gemeenschappelijke stedelijke uitdagingen. Dit wordt bereikt door te netwerken, van elkaars ervaringen te leren, lessen te trekken en ‘good practices’ te identificeren om stedelijk te beleid te verbeteren. Momenteel wordt nog gewerkt aan de invulling van het programma. Wel is bekend dat de thematische prioriteiten overeenkomen met de Interreg-prioriteiten. Het programma is specifiek voor steden, stadswijken en/of grootstedelijke overheden.

Het maximale budget voor netwerken varieert van €600.000 tot €750.000 euro, waarbij de EU 70% bijdraagt. Het budget kan niet ingezet worden voor fysieke investeringen.

Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau Voorwaarden Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen

Bestaand/Bewezen instrument

1.29 Subsidie waterschappen Werking van instrument Subsidie voor projecten die zorgen voor vergroten van waterbewustzijn en duurzaam waterbeheer Bron van instrument Waterschappen Gebruiker instrument Particulieren Investering en/of beheer Investering

• Stimuleert burgerparticipatie • Uitvoering door burgers (weinig actie van overheid nodig) Bestaand

1.30 Matchfunding 1.30 Matchfunding Werking van instrument Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau

Voorwaarden

Lokale subsidies en giften 1.29 Subsidie en/of uitgaven van waterschappen

N.v.t. Verschilt per subsidie. Bijvoorbeeld: 50% van investeringskosten, tot maximum van €5.000. Particulier voert project uit Korte termijn (eenmalig) Direct N.v.t.

Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen

Publieke schenking aan crowdfundingsactie(s) Provincie Particulieren (vaak burgers) Investering N.v.t. Provincie bepaalt zelf. Voorbeeld: bijdrage van €5.000 na crowdfundingsactie waar €10.000 is opgehaald. • Crowdfundingsactie moet deel van financiering ophalen • Particulier voert project uit Korte termijn (eenmalig) Direct N.v.t.

• Stimuleert burgerparticipatie • Uitvoering door burgers (weinig actie van overheid nodig)

62

Bestaand/Bewezen instrument

Bestaand

Lokale overheden kunnen ervoor kiezen om bij te dragen aan particuliere crowdfundingsacties. Dit houdt in dat de overheid een crowdfundingsactie ondersteunt met een financiële bijdrage. Matchfunding kan verschillende vormen aannemen. Wel is er altijd sprake van 3 partijen en bijbehorende rollen: • De overheid verstrekt een financiële bijdrage • Een initiatiefnemer ontvangt de bijdrage • De ‘crowd’ verstrekt geld aan de initiatiefnemer Matchfunding is een eenvoudig concept dat burgerparticipatie bevordert en stimuleert. In Nederland zijn al tal van projecten te vinden die met behulp van matchfunding zijn gefinancierd. Zo heeft de provincie Gelderland 2 x €5.000 bijgedragen na 2 geslaagde crowdfundingsacties voor het aanleggen van een Vlindertuin in Tiel. Bij de eerste actie is €10.000 opgehaald voor de aankoop van een bewateringsinstallatie. Bij de tweede actie is €15.000 opgehaald voor de inrichting van een deel van de Vlindertuin. 1.31 Lokale belastingen gemeenten Investeringen in het landschap zijn vooral regionale aangelegenheden. Daarnaast worden de baten van de investeringen in het landschap ook vooral regionaal ervaren. Om deze redenen is het denkbaar dat belastingheffing voor dergelijke investeringen ook op dit niveau plaatsvindt. We kijken daarom naar de eigen inkomsten in de vorm van belastinginkomsten van gemeenten, provincies en waterschappen.

Concept Lokale belastingen

Instrument Onroerende Zaak Belasting (OZB) Andere gemeentelijke belastingen (o.a. Toeristenbelasting, parkeerbelasting, reclamebelasting) Baatbelasting Provinciale opcenten Belastingen waterschappen (watersysteemheffing, zuiveringsheffing, verontreinigingsheffing)

Belangrijke belastingen die gemeenten kunnen heffen zijn OZB, toeristenbelasting en parkeerbelasting. Echter: de mate waarin de gemeenten hun eigen inkomsten kunnen beïnvloeden is relatief gering, ook als je dat vergelijk met andere Europese en westerse landen. Waar lokale overheden in Nederland 27,2% eigen inkomsten hebben, is dat in Europa gemiddeld 56%. Van de lokale belastingen is de OZB de grootste. Landelijk leverde dit in 2018 ongeveer €4,1 miljard op. De OECD13 onderzocht de lokale belastingen in de regio Amsterdam en concludeerde dat Amsterdam de waardestijging van het vastgoed in de stad, onder andere als gevolg van gemeentelijke investeringen, niet volledig te gelde maakt via de belastingen. Ook concludeerde ze dat de inkomsten uit WOZ in Amsterdam lager zijn dan die van andere Nederlandse gemeenten, en ook laag zijn in internationaal opzicht. De OECD adviseert de OZB sterker te koppelen aan beleidsdoelstellingen en om duurzaam grondgebruik te sturen.

13

OECD (2017), The Governance of Land Use in the Netherlands: The Case of Amsterdam, OECD Publishing, Paris. http://dx.doi.org/10.1787/9789264274648en

63

Toeristenbelasting Een koppeling tussen inkomsten uit toeristenbelasting en investeringen in groen is logisch te verantwoorden, aangezien groen en landschap veelal ‘gebruikt’ worden door toeristen. Gemeenten mogen zelf bepalen of zij toeristenbelasting heffen en hoe zij het tarief berekenen. Maar net als vrijwel alle andere belastingen gaan de inkomsten uit toeristenbelasting naar de Algemene Middelen. Het budgetrecht om middelen hieruit wel of niet aan te wenden voor investeringen in groen is aan de gemeenteraad. Gemeenteraden kunnen overwegen om de toeristenbelasting of de OZB te verhogen, waarna zij met de opbrengsten investeringen in groen kunnen financieren, bijvoorbeeld door middel van een landschapsfonds. Baatbelasting Vanwege de verschillende baten van groen, wordt vaak ook de (re)activering van baatbelasting genoemd. Bij baatbelasting kunnen kosten worden verhaald van een voorziening die door de gemeente is gerealiseerd en waarbij (vereenvoudigd geformuleerd) een eigenaar van een onroerende zaak gebaat is. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van een riool in het buitengebied waarbij een boerderijeigenaar wordt aangeslagen. De heffingsgrondslag is vrij, maar baatbelasting moet wel in de belastingverordening van de gemeente zijn opgenomen om die te kunnen opleggen. Ook moet de baat aantoonbaar zijn en er mag niet meer dan de kosten worden verhaald.

Momenteel bestaan er (nog) geen voorbeelden van baatbelasting voor ondernemers die profiteren van nabij groen. De heffing vergt nogal wat maatwerk en in het verleden zijn er flink wat voorbeelden van gemeenten die juridisch bakzeil hebben moeten halen. Vanwege dat maatwerk is de heffingsefficientie laag. Maar theoretisch is het een optie. 1.32 Provinciale belastingen De enige echte belastingen die provincies heffen zijn de opcenten op de motorrijtuigenbelasting van personenauto’s en motoren. Voor de hoogte van de ‘opcenten’ bepaalt het Rijk een maximum. Het maximale aantal

opcenten bedraagt dit jaar 115,0. De feitelijke variëren in het land van 67,9% tot 91,8%. Door de groei van het aantal (zware) personenauto’s en motoren nam de totale opbrengst uit de opcenten meer toe dan het percentage. Een belangrijke notie is nog dat door de (gedeeltelijke) vrijstelling van elektrische auto’s van de wegenbelasting de opbrengst van de opcenten onder druk staat. De andere heffingen van provincies mogen alleen kostendekkend zijn. Een aantal provincies heeft inkomsten uit vermogen ((verkoop van) aandelen van de energiebedrijven. Het eigen vermogen van de provincies daalde in 2014 en 2015 (mede door provinciale investeringen in verkeer en voervoer en natuur en lagere inkomsten uit het provinciefonds) maar neemt sindsdien weer toe. 1.33 Belastingen van waterschappen Waterschappen heffen eigen belastingen voor veilige dijken, voor de juiste hoeveelheid water van goede kwaliteit en het zuiveren van rioolwater. Waterschappen halen een groot deel van hun inkomsten op via deze belastingen, namelijk 87 procent. De belastingheffing (de inkomsten) resulteren niet alleen in investeringen. Deze inkomsten worden ingezet voor alle waterschapstaken, die soms ook het landschap versterken. Hierbij geven waterschappen aan hun middelen te investeren in hun primaire taken. Voor meekoppelkansen op het gebied van natuur of recreatie hebben zij aanvullende middelen nodig.

Zo kan het realiseren van overloopgebieden (een gecontroleerd overstromingsgebied) leiden tot een groen/blauw gebied dat toegankelijk is voor recreatie. En ook de aanleg van natuurvriendelijke oevers kan zorgen voor een aantrekkelijk groen/blauw gebied waar het prima recreëren is. De tarieven van de waterschapsbelasting worden jaarlijks vastgesteld door het waterschapsbestuur. In 2020 ontvingen de waterschappen ruim €3 miljard aan belastingmiddelen. Hiervan is ruim €1,7 miljard benut voor investeringen. In 2021 stijgt het bedrag van totale belastingmiddelen naar verwachting met 2,6%. De stijging is een combinatie van inflatie en

64

toenemende investeringskosten van de waterschappen. Door klimaatverandering moeten waterschappen elk jaar meer investeren om hun kerntaken uit te voeren. Om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen wordt er de komende decennia meer geïnvesteerd in het landelijk en stedelijk gebied door waterschappen. Veel investeringen bieden (meekoppel)kansen. Door samen op te trekken, de koppelkansen vroeg te identificeren en tegelijk te programmeren, kunnen doelen gekoppeld worden en mogelijk kosten worden bespaard. Conclusie lokale belastingen: Als in de politiek – nationaal, provinciaal, gemeentelijk en bij waterschappen – het belang van groen breed wordt onderschreven, dan is het aan de volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer, Provinciale Staten, Waterschappen en gemeenteraden om hun budgetrecht aan te wenden voor de financiering van groen. Daarbij zal het altijd zo zijn dat er legio andere beleidswensen zijn. Uiteindelijk kan het verhogen van belastingen ook een optie zijn. Daarbij zou het logisch zijn om die belastingen te heffen op de niveaus waar de baten van extra groen worden genoten: lokaal en regionaal. Echter, in het Nederlandse belastingbestel hebben gemeenten en provincies nauwelijks de mogelijkheid om aan de knop ‘belastingen’ te draaien. De OECD heeft op die beperkte mogelijkheden gewezen.

De provincie heeft alleen de provinciale opcenten in de motorrijtuigenbelasting als belastingheffing; andere inkomsten zijn heffingen die slechts kostendekkend mogen zijn. Gemeenten hebben de OZB als belangrijkste lokale belasting en nog een paar kleinere knoppen, zoals de toeristenbelasting, reclamebelasting en baatbelasting. In alle gevallen ligt belastingverhoging politiek en maatschappelijk gevoelig. Daarnaast heeft belastingheffing ook marktverstorende effecten die economen liefst minimaliseren. Kortom: eenvoudige oplossingen zijn er niet.

1.34 Natuurschoonwet (NSW) 1.36 Natuurschoonwet Werking van instrument Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau Voorwaarden Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument

Fiscale voordelen voor instandhouding en evt. openstelling van landgoed/buitenplaats Publiek Eigenaren van landschap of buitenplaats Beheer Min. 5 ha landgoed of 1 ha buitenplaats Verschilt Landgoed moet NSW-status hebben of NSW status aanvragen Lange termijn Direct N.v.t. Stimulans om landgoederen te beheren Bestaand

Via de Natuurschoonwet kunnen eigenaren van landgoederen of buitenplaatsen gebruik maken van fiscale voordelen om hun landgoed of buitenplaats in stand te houden. Doel van de wet is om de instandhouding van Nederlandse landgoederen – en daarmee natuurschoon – te bevorderen. Om in aanmerking te komen voor de fiscale voordelen, moet een eigenaar zijn/haar landgoed laten aanmerken als NSW-landgoed. Ook nieuwe landgoederen komen in aanmerking voor de NSW-status. Landgoederen vallen onder de NSW als het minstens 5 hectare groot. Een historische buitenplaats kan worden aangemerkt als NSW-goed als het minimaal 1 hectare groot is.

Naast oppervlakte zijn er nog vier eisen voor een NSW-landgoed: 1. Het landgoed moet geheel of gedeeltelijk bezet zijn met natuurterrein, bossen en andere houtopstanden (minstens 30%).

65

2. Niet-bezette terreinen (terreinen zonder natuur, bos of houtopstanden) mogen geen inbreuk maken op het natuurschoon. Doen ze dit wel, dan worden ze niet meegenomen onder de NSW. 3. Opstallen komen voor NSW rangschikking in aanmerking als zij bij het landgoed passen en het voortbestaan van de opstal in het belang is van het landgoed. 4. Het gebruik van gerangschikte terreinen en opstallen mogen geen inbreuk maken op het natuurschoon. Wanneer een NSW-landgoed is opengesteld voor het publiek kan een eigenaar een extra fiscale tegemoetkoming krijgen. Dit is mogelijk wanneer het landgoed aan de volgende voorwaarden voldoet: • Wandelaars kunnen de wegen en paden vrij bewandelen; • Het landgoed is meestal het hele jaar en elke dag open van zonsopkomst tot zonsondergang; • De openstelling voor het publiek is duidelijk te zien. De fiscale voordelen die eigenaren van NSW-landgoederen krijgen, zijn vrijstelling van OZB voor de grond die tot een landgoed behoort, vermindering van vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting, en vrijstelling van de schenk- of erfbelasting. 1.35 Erfgoed Deal 1.35 Erfgoed Deal Werking van instrument Bron van instrument Gebruiker instrument Investering en/of beheer Geografisch schaalniveau Financieel schaalniveau Voorwaarden

Geld voor het behoud en gebruik van erfgoed bij grote ruimtelijke opgaven van dit moment. Het Rijk Overheden Investering N.v.t. €20 miljoen vanuit het Rijk (2019-2022) De opgaven moeten gekoppeld kunnen worden aan erfgoed.

Tijdspanne Inzetbaarheid Inschatting transactiekosten Voordelen/Nadelen Bestaand/Bewezen instrument

Lange termijn Direct N.v.t. Projecten worden erfgoedinclusief gemaakt. Bestaand

De Erfgoed Deal is een afspraak voor en door dertien partners, bestaande uit maatschappelijke organisaties en overheden. In de Erfgoed Deal worden afspraken gemaakt over het behoud en het gebruik van erfgoed bij grote ruimtelijke opgaven van dit moment. De Erfgoed Deal richt zich daarbij op een drietal hoofdthema’s: 1. Klimaatadaptatie 2. Energietransitie en duurzaamheid 3. Stedelijke groei en krimp De Deal vormt een verdieping op bestaande samenwerkingsverbanden als de NOVI en het Interbestuurlijk Programma (IBP). Vanuit het programmabureau wordt ingezet op dat we kunnen blijven wonen in een land waarin we ons verleden herkennen en waar we ons thuis in voelen. Het programmabureau zoekt naar voorbeelden van plekken die gaan veranderen en waar erfgoed een rol van betekenis speelt. Op deze manier wordt er vanuit de kracht van erfgoed bijgedragen aan de realisatie van transities en opgaven in de leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan de versterking van eeuwenoude rivierdijken, de aanleg van windmolenparken aan de rand van beschermde landschapen op de transformatie van oude industriële gebieden naar nieuwe woonwijken. Vanuit het programmabureau wordt graag een financiële bijdrage gegeven aan zulke projecten. Voor de periode 2019-2022 heeft het kabinet €20 miljoen beschikbaar gesteld. Gemeenten en provincies zullen de inzet van het Rijk matchen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14447384/1