CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Eindrapport-Doelgroepen informele voedselinitiatieven in beeld van Regioplan

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief over het onderzoek van Regioplan naar de ondersteuning aan informele voedselinitiatieven en de inzet voor de tweede helft van 2022 en verderNr. VN2022-0185818.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De doelgroepen van de informele voedselinitiatieven in beeld: van incidentele naar structurele ondersteuning Advies Regioplan

De doelgroepen van de informele voedselinitiatieven in beeld: van incidentele naar structurele ondersteuning

- ADVIES REGIOPLAN -

Auteurs Frank Kriek Annemieke Mack

Amsterdam, 9 maart 2022 Publicatienr. 21084

© 2022 Regioplan, in opdracht van de gemeente Amsterdam Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

Inhoudsopgave 1 Inleiding

1

2 Inschatting aantal gebruikers informele voedselinitiatieven

3

3 Omschrijving van de groepen gebruikers

6

4 Afschaling van de hulp

9

5 Toekomst van de hulp 5.1 Rode Kruis 5.2 Human Aid Now (HAN) 5.3 Voedselbank 5.4 Gemeente Amsterdam 5.5 Buurtteams

12 12 13 13 14 14

6 Ons advies

17

Bijlage

24

Inleiding

1 Inleiding

Na de uitbraak van het coronavirus is in Amsterdam een groot aantal informele initiatieven begonnen met het verstrekken van voedselnoodhulp aan mensen die hulp nodig hadden. Deze initiatieven bestaan naast de Voedselbank en worden ondersteund door het Rode Kruis en Vermogensfondsen in samenwerking met Human Aid Now (HAN). De gemeente Amsterdam levert eveneens een financiële bijdrage aan deze vormen van wijkgerichte en informele hulp, vanuit het uitgangspunt dat Amsterdam hanteert: geen honger in de stad. In dit rapport bespreken we de resultaten van ons onderzoek naar de aard en de omvang van de doelgroepen van informele voedselinitiatieven in Amsterdam en de mogelijkheden om de coronagerelateerde voedselhulp die deze initiatieven verstrekken op een verantwoorde wijze af te schalen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden van september 2021 tot december 2021. Het onderzoek bestond uit twee fasen. In de eerste fase van het onderzoek hebben we ons met name gericht op de aantallen gebruikers van de voedselnoodhulp. In deze fase hebben we gesprekken gevoerd met Human Aid Now (HAN), het Rode Kruis en met zeven voedselinitiatieven.1 Daarnaast hebben we via een Excelformat cijfers opgevraagd over de aantallen gebruikers en de verwachting van de groei of afname van deze aantallen. We hebben deze van drie initiatieven ingevuld ontvangen.

In de tweede fase van het onderzoek zijn we ingegaan op mogelijke oplossingsrichtingen van de voedselnoodhulp. Hiervoor hebben we nogmaals gesproken met HAN en het Rode Kruis, de Haella Stichting, RCOAK, drie voedselinitiatieven2, buurtteams in Noord en in Zuid, de Voedselbank en de programmamanager Sociaal Domein in Nieuw-West. In het tweede hoofdstuk van dit rapport beschrijven we de aard en de omvang van de doelgroep(en) van de informele voedselinitiatieven gebaseerd op de cijfers die we hebben ontvangen van het Rode Kruis en HAN. In het derde hoofdstuk presenteren we een kwalitatieve beschrijving van de groep gebruikers. In het vierde hoofdstuk beschrijven we de afschaling van de ondersteuning die geleverd wordt via HAN en het Rode Kruis zoals deze heeft plaatsgevonden in de tweede helft van 2021. Het vijfde hoofdstuk beschrijft de verschillende plannen van de betrokken partijen voor de toekomst van de hulp in 2022. We eindigen dit rapport met ons advies.

1 Het betreft: Hoop voor Morgen, Carabic, Recogin, project Florakokjes, De Pauluskerk/Brazilians, Veni Cultura en een voedseliniti-

atief in de Molenwijk. Deze initiatieven zijn geselecteerd in overleg met HAN, het Rode Kruis en de gemeente. We steven hierbij niet naar representativiteit. 2 Carabic, Veni Cultura en De Pauluskerk/Brazilians.

1

Inschatting aantal gebruikers informele voedselinitiatieven

2 Inschatting aantal gebruikers informele voedselinitiatieven

In dit hoofdstuk geven wij een inschatting van de huidige groep gebruikers van de voedselnoodhulp. Dit doen wij op basis van gesprekken met zeven initiatieven en drie ontvangen Excelbestanden van de initiatieven. Ook hebben wij gesproken met HAN en het Rode Kruis over hun inschatting van de aantallen personen. Daarnaast hebben we ook een aantal documenten met cijfers ontvangen van de gemeente, HAN en het Rode Kruis, te weten: - een Excelbestand van HAN over het aantal pakketten dat zij verstrekken en de afschaling daarvan; - een PowerPointbestand van het Rode Kruis met een plan van aanpak voor het afschalen (hier worden geen concrete cijfers genoemd) en een toelichting op het afschaling scenario; - een Excelbestand met een overzicht van alle voedselinitiatieven die ondersteuning ontvangen van HAN en het Rode Kruis (incl. getallen voedselpakketten en -bonnen). Op basis van deze cijfers kunnen we de volgende observaties maken: 1 Er zijn verschillende typen cijfers: zo rekenen HAN en het Rode Kruis in aantallen pakketten en kaarten, terwijl de initiatieven rekenen met aantallen personen en/of met huishoudens. Eén pakket staat niet altijd gelijk aan één persoon, of één huishouden. In dit verslag gaan wij uit van aantallen personen. 2 We kunnen stellen dat de cijfers op papier van het aantal pakketten of kaarten niet altijd overeen komen met de praktijk.

Zo zijn er initiatieven die nog steeds hetzelfde aantal mensen helpen, alleen krijgen de gebruikers nu minder eten of kaarten per persoon3. Hoewel het aantal pakketten/kaarten dus afneemt, neemt het aantal gebruikers in de praktijk niet af (en neemt soms juist zelfs toe). In tabel 2.1 is voor de initiatieven die we gesproken hebben opgenomen hoeveel personen wekelijks ondersteund worden met respectievelijk voedselbonnen en voedselpakketten door het Rode Kruis en door HAN4. In de tweede kolom staat hoeveel personen de initiatieven naar eigen zeggen bereikten met de voedselondersteuning voordat het afschaling scenario in de zomer van 2021 in gang gezet werd (stand cijfer november 2020) en hoeveel procent van die personen ongedocumenteerd is (kolom 3). De aantallen personen die worden ondersteund door HAN en het Rode Kruis zijn voortdurend aan verandering onderhevig. De aantallen uit onderstaande tabel zijn gebaseerd op gegevens van oktober 2021. Sinds oktober is, in verband met de aanscherping van de corona maatregelen, de ondersteuning van HAN en het Rode Kruis weer toegenomen met 20%.

3 Dit komt deels door het feit dat sinds oktober 2021 de hulp van HAN en het Rode Kruis gericht is op ongedocumenteerden, gedo-

cumenteerden in transitie naar formele hulp of uitzonderingsgevallen (zie ook hoofdstuk 4). Echter geven bepaalde initiatieven de voedselhulp ook nog aan andere groepen, zoals gedocumenteerden de boven de norm van de Voedselbank vallen. 4 HAN gaat hierbij uit van 3,5 personen (één huishouden) per pakket. Wanneer projecten door zowel HAN als het Rode Kruis ondersteund worden, is een pakket 60% kleiner dan een normaal pakket. Rode Kruis levert voedselkaarten. Wanneer de initiatieven deze direct zelf uitgeven, wordt één persoon per kaart gehanteerd. Wanneer initiatieven zelf de boodschappen doen, en die vervolgens verdelen, worden per kaart 3,5 personen gehanteerd.

3

Tabel 2.1

Aantallen personen dat voedselhulp ontvangt Op basis van Excel ‘overzicht partijen voedselinitiatieven Amsterdam’ (oktober 2021) Ondersteuning RK + HAN Bereik initiatief6 Aantal ongedocumenteerd7 5 (personen) Hoop voor morgen 1015 4680 1190 (25,4%) Carabic

1275

1200

1100 (91,7%)

Recogin

260

700

700 (100%)

Hoop voor Noord (Florakokjes, Helpende Handen, Moeders van Noord) Pauluskerk/Brazilians

770

950

95 (10%)

330

473

473 (100%)

Veni Cultura

160

370

370 (100%)

Mama Agatha

110

320

240 (75%)

Totaal van de 8 initiatieven

3.920

8.693

4.168 Gemiddeld8: 48%

Totaal van alle initiatieven

6.594

18.000

Medio november 2021 zijn er 33 voedselinitiatieven actief in de stad die ondersteund worden door het Rode Kruis en/of HAN. Hiervan hebben wij er zeven gesproken (waaronder de initiatieven met het grootste bereik van gebruikers van de voedselhulp). Deze initiatieven representeren ongeveer 48 procent van het totaal aantal gebruikers.9 Op basis daarvan kunnen we zeggen dat de totale groep gebruikers ongeveer 18.000 personen groot is. Volgens de gegevens die de initiatieven aan ons hebben doorgegeven, is 70 procent van de gebruikers ongedocumenteerd. Voor de overige initiatieven geldt een percentage van circa 90% ongedocumenteerden, aldus het Rode Krui en HAN. Bij elkaar opgeteld komen we tot een gemiddeld percentage van 75-80% van de gebruikers van de informele voedselinitatieven die kunnen worden gekenschetst als ongedocumenteerd. Van de totale groep gebruikers (circa 18.000) zijn dus ongeveer 13.500 tot 14.400 gebruikers ongedocumenteerd. Het is op dit moment lastig om aan te geven hoeveel procent van de huidige gebruikers in verband met corona gerelateerde problemen aangewezen is op de voedselnoodhulp. Ook is nog weinig te zeggen over hoeveel mensen overblijven van de huidige groep, die ook in de toekomst hulp nodig zal hebben (zie ook het laatste hoofdstuk van dit verslag).

5 Op basis van inschattingen van HAN en het Rode Kruis. 6 Gebaseerd op gegevens van november 2020, volgens het Rode Kruis. 7

Gebaseerd op gegevens van november 2020, volgens het Rode Kruis.

8 Gebaseerd op aantallen ongedocumenteerden van de acht initiatieven in verhouding met totale bereik van de acht initiatieven

(beiden op basis van de Excel). 9 Op basis van de kolom ‘bereik initiatief’.

4

Omschrijving van de groepen gebruikers

3 Omschrijving van de groepen gebruikers

Op basis van de gesprekken met de initiatieven is de volgende omschrijving te geven van de groep gebruikers. Alle subgroepen hebben gemeenschappelijk dat zij niet in staat zijn in het eigen levensonderhoud te voorzien. Ongedocumenteerden zijn onder te verdelen in de volgende groepen: • arbeidsmigranten zonder verblijfstatus en economische migranten (geen mogelijkheden voor legaliteit); • uitgeprocedeerde asielzoekers; • asielzoekers die nooit een aanvraag gedaan hebben. De ongedocumenteerden in Amsterdam hebben verschillende herkomstlanden, zoals Afrikaanse landen, Brazilië, en Spaanssprekende landen in Zuid-Amerika. Sommigen verbleven eerder in buurlanden als België en Duitsland, maar bleven tijdens corona in Amsterdam steken. Een deel van hen is alleenstaand, maar ook een deel heeft kinderen. Daarnaast heeft een deel van de groep psychische problemen; zij hebben naast de voedselhulp vaak ook behoefte aan geestelijke ondersteuning. Verder hebben veel ongedocumenteerden hun vrees voor instanties meegenomen uit het land van herkomst. De ongedocumenteerden kunnen alleen zwart werken. Een groot deel van dat werk viel weg tijdens corona. Daarnaast zijn er ook ongedocumenteerden die corona hebben gekregen, waardoor zij niet konden werken.

Het is lastig goed zicht te krijgen op de groep ongedocumenteerden 10, het is bijvoorbeeld onduidelijk hoe de bovengenoemde subgroepen zich tot elkaar verhouden. Gedocumenteerden die terechtkomen bij de initiatieven zijn onder te verdelen in deze groepen: • weten dat er andere voorzieningen zijn, maar daar niet heen willen vanwege angst/schaamte; • afgewezen bij de Voedselbank omdat zij conform de landelijke regels net niet aan de norm11 (inkomsten en uitgaven) voldoen; • fysiek niet in staan zijn om naar reguliere voorzieningen te gaan (met name ouderen, maar ook zieken); • niet weten dat er reguliere voorzieningen zijn; • groep die acuut hulp nodig heeft ter overbrugging (bijvoorbeeld tijd overbruggen tot de WW-uitkering wordt overgemaakt, het betreft een kleine groep). Ook hierbij gaat het om een diverse groep. Het kan gaan om ouderen die niet mobiel genoeg zijn om de (vaak zware) pakketten van de Voedselbank op te halen, maar ook om alleenstaande moeders met grote gezinnen, personen die in scheiding zijn of gevlucht zijn vanwege huiselijk geweld. Een deel van de gebruikers valt tussen wal en schip: ze verdienen nét te veel om in aanmerking te komen voor de Voedselbank, maar kunnen toch om uiteenlopende (veelal persoonsgebonden) redenen niet zelfstandig voorzien in hun levensbehoefte.

Een deel van hen heeft bijvoorbeeld thuiswonende kinderen met een bijbaantje, waardoor dat inkomen ook meegerekend wordt12, maar er nog steeds naar eigen oordeel te weinig overblijft om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Een vrij groot deel van de gedocumenteerden gebruikers heeft weinig vertrouwen in de officiële instanties. Zij zijn bijvoorbeeld bang dat een aanmelding bij de Voedselbank tot gevolg zou kunnen hebben dat een officiële instantie over hun contactgegevens kan komen te beschikken en zich ongevraagd met hun leven gaat bemoeien. De mensen bij de informele voorzieningen beschouwen zij als ‘één van ons’, zij hebben meer vertrouwen in die mensen dan in de officiële instanties. Daarnaast zijn er mensen die door schaamte niet in de rij willen staan bij de Voedselbank. 10 Ook uit de ‘Informatiesheet ongedocumenteerden Amsterdam’ blijkt dat het lastig is om de groep ongedocumenteerden in

kaart te brengen. Het is bijvoorbeeld onduidelijk hoe groot de groep precies is. 11 De landelijke norm is opgebouwd uit verschillende componenten: 1) de maandelijkse normbedragen inkomsten onderscheiden naar alleenstaanden, echtparen samenwonenden en het aantal inwonende kinderen, 2) de maandelijkse netto-inkomsten, inclusief toeslagen (niet meegeteld worden, studiefinanciering kinderen, vakantietoeslag, kinderbijslag, neveninkomsten kinderen uit bijbaantjes), 3) de maandelijkse uitgaven, inclusief belastingen en aflossing schulden 12 Wat overigens niet altijd het geval is, zie voetnoot 20 waarin de landelijke norm van de voedselbank is opgenomen: neveninkomsten uit bijbanen worden niet meegeteld.

6

De bovenstaande subgroepen kunnen uiteraard overlappen, het gaat niet om strikt gescheiden groepen. Op basis van de gesprekken met de initiatieven is het lastig iets te zeggen over de grootte van de verschillende subgroepen. Wel wordt aangegeven dat met name de eerste twee groepen het grootste zullen zijn. De informele initiatieven verschillen uiteraard in hun doelgroepen, het ene initiatief bedient voornamelijk ongedocumenteerden en het andere juist vooral gedocumenteerden. Wanneer een initiatief voornamelijk gedocumenteerde gebruikers bedient, speelt er meestal meer problematiek dan alleen coronagerelateerd. Uit de gesprekken met de initiatieven komt naar voren dat het lastig is om inzichtelijk te maken in hoeverre de voedselnoodhulp corona-gerelateerd is. Er worden hierbij twee groepen gebruikers onderscheiden: 1. Er zijn mensen die hulp nodig hebben als gevolg van corona, bijvoorbeeld omdat ze hun baan zijn kwijtgeraakt door de coronacrisis. Wanneer corona is verdwenen en de economie is hersteld zal een deel van hen weer zelf in het levensonderhoud kunnen voorzien. Voor een deel van hen geldt echter dat ook als corona ons land heeft verlaten, zij nog steeds te maken hebben met de langetermijngevolgen van corona en nog steeds voedselhulp nodig hebben. 2.

Daarnaast waren er vóór corona al groepen kwetsbaren die voedselhulp nodig hadden (zoals ouderen en mensen die vanwege ziekte niet kunnen werken, en ongedocumenteerden), zij hadden tijdens corona hulp nodig en zullen ook ná corona hulp nodig blijven hebben. Dit is echter niet coronagerelateerd, maar inherent aan hun kwetsbare positie. Zoals initiatieven zeggen: corona versterkte de bestaande problematiek en hierdoor kwam deze meer naar boven. Deze groep zou dan ook niet aangewezen moeten zijn op voedsel noodhulp. In de volgende hoofdstukken gaan we in op mogelijkheden voor deze groepen.

7

Afschaling van de hulp

4 Afschaling van de hulp

Zowel HAN als het Rode Kruis hebben vanaf de zomer 2021 de hulp aan de initiatieven afgeschaald met als belangrijkste achterliggende reden dat minder COVID-gerelateerde hulp nodig zou zijn als gevolg van de ontwikkelingen in de pandemie. HAN is uitgebreid met de projecten in gesprek gegaan over de mogelijkheden tot afschaling, en was uitgekomen op een voorgenomen afschaling van 20 procent minder in juli, 20 procent minder in augustus en 10 procent minder in september. Vanaf oktober hanteerde HAN daarnaast voorwaarden voor hun ondersteuning: de projecten waren alleen gericht op ongedocumenteerden, of op gedocumenteerden die in transitie waren naar reguliere hulp. Ook waren er uitzonderingen mogelijk voor kwetsbare personen. Wanneer initiatieven vonden dat het voorgenomen tempo van afschaling niet haalbaar was, moesten zij dit duidelijk beargumenteren. Het Rode Kruis heeft een vergelijkbaar proces doorlopen. Ook zij zijn in gesprek gegaan met de initiatieven over de ideeën wat betreft afschaling. Het Rode Kruis heeft ook gekozen voor een afschaling van 20 procent minder in juli en augustus en 10 procent minder in september. Zij wilden initiatieven stimuleren om de groep gebruikers beter in zicht te krijgen, en de groep gedocumenteerde aan te moedigen zich aan te melden bij formele hulp.

Het afschalingsscenario is besproken met elk initiatief, waarbij zij konden aangeven in hoeverre dit haalbaar was. In oktober 2021 werd verwacht dat het aantal gebruikers van de noodhulp in het laatste kwartaal van 2021 nog verder zou dalen. Dit was echter gebaseerd op het uitgangspunt dat in dit kwartaal alle coronamaatregelen afgebouwd zouden zijn. Zowel HAN als het Rode Kruis vinden het belangrijk dat als mensen het niet redden voedselnoodhulp altijd een mogelijkheid moet blijven. Op het moment van schrijven (midden december 2021) hebben zowel het Rode Kruis als HAN hun plannen voor de afschaling herzien, en is de hulp juist weer opgebouwd met 20%. Zij zien namelijk dat de behoefte aan voedselhulp weer toeneemt13. De initiatieven ontvingen in het najaar van 2021 dus minder pakketten en/of kaarten dan in de zomer. Zij zeggen ook dat een deel van de gebruikers weer aan het werk is gegaan als gevolg van de versoepelingen, en dat zij weer in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Het gaat volgens de initiatieven om een klein deel, maar hoe groot deze groep precies is, valt op basis van de gesprekken niet te zeggen. De meeste initiatieven zijn daarnaast kritischer geworden bij nieuwe aanmeldingen; bij de intake wordt bepaald of de voedselhulp echt noodzakelijk is.

Alleen extra kwetsbare personen worden op dit moment nog ondersteund, zoals zwangere vrouwen, ouderen en mensen die vanwege ziekte (fysiek of mentaal) niet kunnen werken. Ook gezinnen met kinderen hebben prioriteit. Gedocumenteerden worden daarnaast doorverwezen naar het Rode Kruis en naar de Voedselbank. Wanneer zij niet in aanmerking blijken te komen voor de Voedselbank, komen ze vaak weer terug bij de informele hulp. Ook tussendoor worden regelmatig gesprekken gevoerd met de gebruikers, om inzichtelijk te krijgen in hoeverre de voedselhulp nog steeds noodzakelijk is. Op het moment dat we de initiatieven spraken (december 2021) gaf de meerderheid van hen echter aan dat de afschaling die HAN en het Rode Kruis hanteren niet realistisch is en te snel gaat. Zij gaven hiervoor verschillende redenen. Voor ongedocumenteerden geldt dat een groot deel van hen, ondanks de versoepelingen, nog geen werk heeft. Dit komt deels doordat de sectoren waarin zij werkzaam waren nog niet op hetzelfde niveau draaien als voor corona, bijvoorbeeld hotels die nog te maken hebben met lage bezettingen. Daarnaast kon een deel van de ongedocumenteerden tijdens corona de huur niet meer betalen waardoor zij op straat zijn beland. Dit heeft geleid tot nieuwe fysieke en geestelijke problemen, wat het lastig maakt opnieuw werk te vinden.

Werkgevers ten slotte geven steeds vaker de voorkeur aan het inzetten van gedocumenteerden, onder andere vanwege de angst voor een boete van de arbeidsinspectie, die bedrijven die coronaondersteuning hebben aangevraagd én gekregen nauwgezetter zou controleren.

13 Op dit moment (maart 2022) is het onbekend hoe de afschaling er uit ziet, met het bespreken van de oplossingsrichtingen moet

dit verder in kaart worden gebracht.

9

Ook voor de gedocumenteerden speelt mee dat de nasleep van corona nog voortduurt. Bedrijven zijn failliet verklaard14, er is sprake van leegstand, en zzp’ers met een eigen bedrijf hebben veel schulden gemaakt15. Het kan lang duren voordat dit allemaal hersteld is, en mensen weer volledig in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. Zoals één initiatief het verwoordde: ‘de overstroming is misschien weg, maar nu moeten we nog gaan opruimen’. Daarnaast blijven er kwetsbare gedocumenteerde groepen die (onafhankelijk van corona) voedselhulp nodig hebben, zoals ouderen, zieken, mensen die tussen wal en schip vallen en mensen met instantievrees. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk verder op in. Kortom, de initiatieven stellen dat ze hun best doen om af te schalen, en dat in sommige gevallen de aantallen ook lager worden. Ze merken tegelijkertijd dat de behoefte aan voedselhulp niet in hetzelfde tempo afneemt als de voorgenomen afschaling . Omdat zij wel de mensen die dit nodig hebben willen blijven ondersteunen, helpen zij grotendeels dezelfde aantallen mensen. De gebruikers moeten nu langer wachten tot ze voedsel krijgen of krijgen minder dan ze gewend zijn. Initiatieven ruilen bijvoorbeeld de 15 euro AH-kaarten om voor 10 euro-kaarten, waardoor zij meer mensen een kaart kunnen geven.

De initiatieven proberen daarnaast nog zelf voedsel erbij te zoeken om uit te kunnen delen, bijvoorbeeld bij de markt of bij de horeca. Ten slotte krijgt een deel van de initiatieven ook te maken met nieuwe aanmeldingen, onder andere omdat de coronabesmettingen weer toenemen. Dit maakt het lastig om de aantallen gebruikers af te bouwen. Wel is het belangrijk om mee te nemen dat de initiatieven zelf niet snel een stapje terug zullen zetten in het bieden van de voedselnoodhulp. Zij voelen zich namelijk aan de ene kant verantwoordelijk voor hun gebruikers. Aan de andere kant geeft de voedselhulp hun ook een bepaalde status in hun gemeenschap, en is het hun raison d’être (reden van bestaan).

14

Uit de Amsterdamse Monitor 2020 komt naar voren dat dankzij de verschillende steunmaatregelen het aantal faillissementen laag was in 2020. Het kan echter zo zijn dat de bedrijven waar ongedocumenteerden werken buiten de monitor vallen, of dat de gevolgen van de coronacrisis op het aantal faillissementen op de lange termijn te zien is. 15 Uit de Schuldenmonitor Amsterdam blijkt dat er in 2020 in Amsterdam geen toename te zien is in het aandeel personen met problematische schulden. Wel wordt verwacht dat de invloed van corona op schuldenproblematiek mogelijk pas later zichtbaar wordt.

10

Toekomst van de hulp

5 Toekomst van de hulp

De informele voedselinitiatieven die we gesproken hebben zeggen dat ook als corona geen rol meer zou spelen, er altijd een groep kwetsbaren zal zijn die hulp nodig heeft. Het gaat dan om: • Ongedocumenteerden die niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien. • Extra kwetsbaren, zoals ouderen, zieken, zwangere vrouwen, alleenstaanden die onvoldoende in hun levensonderhoud kunnen voorzien. • Mensen met angst voor formele instanties. Sommige gedocumenteerden zouden theoretisch gezien doorverwezen kunnen worden naar formele instanties, maar willen dat niet. Zij hebben, op basis van slechte ervaringen of op basis van verhalen die de ronde gaan, geen vertrouwen in de hulpverleningsinstanties (zij vrezen met name de jeugdzorg). Het kost veel tijd om dit vertrouwen op te bouwen. • Mensen die tussen wal en schip vallen: Het kan bijvoorbeeld gaan om mensen met een net te hoog inkomen om in aanmerking te komen voor de Voedselbank, of om mensen die zijn uitgestroomd bij de Voedselbank maar die nog niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. In de laatste fase van het onderzoek zijn we met verschillende partijen in gesprek gegaan over hun ideeën over de toekomst van de voedselhulp voor deze groepen. Hieronder bespreken we deze per partij, en op basis van deze ideeën beschrijven we vervolgens ons advies voor structurele oplossingen in de toekomst.

5.1 Rode Kruis Het Rode Kruis is samen met betrokken partijen bezig met een plan om de hulp kwalitatief te verbeteren. Ze stellen dat de coronapiek is afgebouwd qua voedselhulp, maar dat de ‘restgroep’ nog steeds behoefte heeft aan voedselhulp en die behoefte zal blijven bestaan. Deze groep bestaat voornamelijk uit ongedocumenteerden, en in mindere mate uit gedocumenteerden. In hun plannen is te lezen dat beide groepen terecht kunnen in het fysieke Humanitarian Service Point (HAS) van het Rode Kruis. Zij kunnen hier verschillende vormen van ondersteuning ontvangen. Gedocumenteerden worden doorverwezen naar een relevant (Rode Kruis) project of externe instantie. Ongedocumenteerden kunnen daarnaast hulp ontvangen op verschillende domeinen, zoals individuele trajectbegeleiding of voor een warme overdracht naar bijvoorbeeld zorg, juridische ondersteuning en toekomst oriëntatie. Daarnaast is er ook ondersteuning mogelijk op het gebied van onder andere onderdak, persoonlijke hygiëne en psychosociale ondersteuning. Ook ontvangt de groep een digitale voucher voor voedselhulp (via de app). Voor mensen die geen geschikte telefoon hebben zijn er ook fysieke kaarten beschikbaar. Deze hulp is wel gebonden aan voorwaarden: mensen moeten bereid zijn stappen te maken richting zelfstandigheid, bijvoorbeeld richting een buurtteam (voor gedocumenteerden).

Personen die nog niet naar een buurtteam durven, krijgen drie maanden de tijd om die overstap te maken. Ongedocumenteerden krijgen in beginsel in 2022 nog een half jaar hulp, onder andere met een online en fysieke helpdesk (van waaruit zij kunnen worden doorgeleid naar andere vormen van hulp en ondersteuning, zoals bijvoorbeeld medische hulp). Daarna dient de situatie opnieuw bekeken te worden. De informele initiatieven zouden de hulpvragers over de hulp van het Rode Kruis moeten informeren en hen hiervoor aanmelden. Het voordeel voor de initiatieven zou zijn dat zij ontlast worden, en minder tijd kwijt zijn aan het regelen van de voedselhulp. Hierdoor zouden ze meer tijd overhouden voor hun oorspronkelijke (sociale) activiteiten. Het Rode Kruis wil met dit plan aan de ene kant meer impact bereiken dan met de huidige situatie: ‘Je plakt een pleister, dat is prima aan het begin van corona. Maar daaronder zit een zwerende wond.’ Het nieuwe plan staat namelijk los van corona en hoe dat zich gaat ontwikkelen, en richt zich meer op structurele ondersteuning. Aan de andere kant speelt de behoefte aan betrouwbare gegevens over de groep een rol bij het opstellen van dit plan. Voor de digitale voucher is namelijk een aantal gegevens nodig van de gebruikers: naam, telefoonnummer, gesproken taal, en reden voor behoefte voedselhulp.

Met deze gegevens is een betere verantwoording mogelijk richting donateurs en de gemeente.

12

Het Rode Kruis is dit plan verder aan het uitwerken en zal dit uiteindelijk ook bespreken met de informele initiatieven.

5.2 Human Aid Now (HAN) Ook HAN is, samen met de Haella Stichting en Stichting RCOAK, bezig met nieuwe plannen voor voedselhulp. Zij zijn van plan de hulp die nu wordt aangeboden door de initiatieven te verbreden en de initiatieven op drie onderdelen te versterken: 1. Voor gedocumenteerden: vrijwilligers bij de voedselinitiatieven helpen en begeleiden om mensen die daar recht op hebben toe te leiden naar formele hulp (buurtteams en Voedselbank). 2. Voor ongedocumenteerden: een overzicht maken van de groep; welke subgroepen bestaan er, welke problemen leven er? Daarnaast willen zij vrijwilligers opleiden om deze mensen beter te ondersteunen. Ten slotte gaat men een overzicht maken van alle mogelijkheden voor ongedocumenteerden om ondersteuning te krijgen, zodat de groep beter weet van welke voorzieningen ze gebruik kunnen maken (zoals waar gratis wifi beschikbaar is) en overbrengen naar NGO’s die de groep kunnen helpen (zoals het Leger des Heils). 3. De initiatieven zelf versterken door het vergroten van de kennis en competenties (‘capacity building’), bijvoorbeeld op het gebied van projectadministratie en het schrijven van een budgetplan. Hierdoor zouden initiatieven beter in staat zijn om bijvoorbeeld geldstromen te beheren, en uiteindelijk zelfstandig te functioneren.

HAN stelt, net als het Rode Kruis, dat er op dit moment nog steeds een groep is die (onafhankelijk van corona) behoefte heeft aan hulp. Het informele circuit kan gezien hun grote meerwaarde hierbij een belangrijke rol spelen, ook om bredere ondersteuning te bieden dan alleen voedselhulp (de meeste initiatieven doen dit ook). Belangrijk hiervoor is echter wel dat er in de initiatieven geïnvesteerd wordt, om ze beter te equiperen. Met dit plan zou voedsel ingezet worden als tijdelijke hulp, maar wordt vooral breder gekeken om ook ondersteuning te kunnen bieden op andere levensgebieden. Op dit moment worden deze ideeën nader uitgewerkt.

5.3 Voedselbank De Voedselbank geeft aan dat er altijd mensen geweest zijn die de dermate wantrouwend zijn, dat zij niet bij de Voedselbank terechtkomen. De Voedselbank is een vrijwilligersorganisatie en heeft zelf niet de capaciteit om outreachend te werk te gaan en mensen over de streep te trekken. Het doel was dat de buurtteams deze rol op zich zouden nemen, maar er zijn veel geluiden dat zij overbelast zijn. Op dit moment voeren de buurtteams wel de intakes uit voor de Voedselbank. Voor toelating tot de Voedselbank geldt voor 2022 een marge van 25 procent ten opzichte van het inkomen dat als toelatingsnorm wordt gehanteerd. Mensen kunnen dus toegelaten worden wanneer ze boven de inkomensnorm vallen, maar dan is er wel een aantal voorwaarden waar zij aan moeten voldoen. Wanneer mensen binnen de marge van 25 procent vallen, kunnen zij wekelijks gebruikmaken van een beperkt pakket of een pakket eens per twee weken afnemen (in plaats van wekelijks). Er is dus sprake van enige coulance in de toelatingscriteria, aldus de Voedselbank. De Voedselbank merkt dat het beroep op hun voedselhulp tijdens corona is gestegen. In de beginperiode van corona zijn de toelatingscriteria enigszins losgelaten. Op dit moment nemen de aantallen weer wat af. Dit komt deels doordat mensen weer werk hebben gevonden en weer in hun eigen levensonderhoud konden voorzien.

Daarnaast zijn er ook her-intakes uitgevoerd van mensen die instroomden in de tijd dat er geen intake werd afgenomen in verband met corona, en die boven de norm bleken te vallen. Daarnaast zijn er plannen om in 2022 voedselafhaalpunten naar voedselmarkten om te zetten. Het voordeel is dat klanten hier zelf kunnen winkelen, wat leidt tot een groter gevoel van zelfstandigheid en regie. Wel wordt het aantal winkels kleiner dan het huidige aantal afhaalpunten; de afstand die mensen moeten overbruggen wordt dus groter. Daarom wordt er gewerkt aan een ‘vervoerswaaier’. Naast de financiële toets ondergaan mensen dan ook een vervoerstoets, waarbij wordt gekeken welke behoeftes

13

er zijn op het gebied van vervoer. Mogelijkheden uit de waaier zijn bijvoorbeeld gratis openbaar vervoer of een fiets. Ideeën over de toekomst De Voedselbank noemt als mogelijkheid samenwerking met een sleutelfiguur uit het initiatief, waarbij gezamenlijk bekeken kan worden wie terecht zou kunnen bij de Voedselbank. Op deze manier kan de intake bij het buurtteam overgeslagen worden, wat de drempel kan verlagen om gebruik te maken van de Voedselbank. Op dit moment geldt ‘geen pakket zonder traject’, wat een drempel kan zijn voor de klant in verband met eventueel wantrouwen ten opzichte van formele instanties. Hier zit echter geen dwang achter; als de klant geen hulpverleningstraject in wil, krijgt hij/zij nog steeds voedselhulp. De voedselhulp blijft wel noodhulp, en uiteindelijk zouden gebruikers een hulpverleningstraject in moeten, bijvoorbeeld begeleiding richting een baan of bereid zijn om toeslagen aan te vragen. Het eerste half jaar weinig druk wat betreft hulpverlening zou daarom ook drempelverlagend kunnen werken. De Voedselbank vindt het hierbij belangrijk de sleutelpersonen goed te begeleiden en te equiperen. Ook zal niet ieder initiatief hiervoor open staan, onder andere vanwege het bewaren van hun vertrouwelijke positie. Ten slotte moet er aandacht zijn voor het veiligstellen van informatie van de gebruikers, aangezien het kan gaan om gevoelige informatie.

5.4 Gemeente Amsterdam Op dit moment zijn er 500 opvangplekken beschikbaar voor ongedocumenteerden, op deze plekken ontvangen zij ook juridische begeleiding en begeleiding voor terugkeer. De totale groep is echter een stuk groter (zie ook Hoofdstuk twee), en op de meeste domeinen hebben zij geen toegang tot formele hulp. Daarom is de gemeente Amsterdam (het Programma Ongedocumenteerden) zich aan het oriënteren op meer mogelijkheden voor de groep ongedocumenteerden en deze ondersteuning meer gestructureerd vorm te geven. De gemeente benoemt een aantal domeinen waar de toegang van ongedocumenteerden verbeterd zou kunnen worden, en waar een volgend college in zou kunnen investeren. Het gaat dan om gebieden als mondzorg, huisartsenzorg, jeugdgezondheidszorg en mogelijkheden tot stages. Ook zou er meer aandacht moeten zijn voor alternatieve mogelijkheden tot werk en betere begeleiding naar terugkeerondersteuning. Om daarnaast het bestaande aanbod beter toegankelijk te maken, wordt er bijvoorbeeld gedacht aan een fysiek informatieknooppunt in Amsterdam Zuid Oost of digitale apps om de groep te informeren. Deze plannen worden nog verder uitgewerkt in partnerschap met betrokken partijen, zoals HAN, het Rode Kruis en RCOAK. Het versterken van de mogelijkheden voor ongedocumenteerden is echter sterk afhankelijk van zowel landelijke als lokale politieke keuzes.

5.5 Buurtteams De medewerkers van de buurtteams die we gesproken hebben zeggen dat zij de ongedocumenteerden formeel geen directe hulp en ondersteuning kunnen geven en dat de afstand tussen het buurtteam en de groepen ongedocumenteerden als groot wordt ervaren. Desalniettemin wensen de buurtteams nauwer samen te werken met de informele voedselinitiatieven om de gedocumenteerden die gebruikmaken van die informele voedselhulp te kunnen bereiken en hen toe te kunnen leiden naar formele hulp en ondersteuning. Men realiseert zich dat dit betekent dat er aan het imago en de beeldvorming van het buurtteam gewerkt moet worden: contact met het buurtteam betekent niet automatisch dat je in de ‘overheidsfuik’ terechtkomt. Men realiseert zich dat dit beeld deels ook ontstaan is als gevolg van de hoge werkdruk en de beperkte capaciteit van de teams, wat soms lange wachttijden tot gevolg kan hebben. Een nauwere samenwerking tussen de buurtteams en de informele voedselinitiatieven en met de voorzieningen in de sociale basis is eveneens wenselijk als het gaat om de groepen ongedocumenteerden te bereiken en ze waar mogelijk (binnen de wettelijke kaders) te ondersteunen. Deze mogelijkheden 14

zouden nader verkend moeten worden. In ieder geval zou die nadere samenwerking ertoe kunnen en moeten leiden dat het voor zowel de gedocumenteerden als de ongedocumenteerden duidelijker wordt welke vormen van hulp en ondersteuning beschikbaar zijn, zowel informeel vanuit de sociale basis als formeel vanuit de officiële instanties waar ook ongedocumenteerden aanspraak op kunnen maken. De buurtteams zouden een belangrijke schakel kunnen zijn in de toeleiding naar deze vormen van hulp en ondersteuning.

15

Ons advies

6 Ons advies

Gelet op de coronaontwikkelingen zoals bekend medio december 2021 zal ondersteuning met voedselpakketten en -bonnen vanuit de informele initiatieven de komende maanden nog nodig blijven. De mogelijkheden voor ongedocumenteerden om weer in hun eigen levensonderhoud te voorzien blijven vooralsnog beperkt. Het gaat hier om een groep van ongeveer 14.000 personen. Wat betreft de gedocumenteerden moet er gewerkt worden aan het versterken van het vertrouwen in overheidsinstanties bij een deel van deze groep alvorens ze via de buurtteams die de intakes verzorgen kunnen worden toegeleid naar de Voedselbank. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat dit probleem al langer onderkend wordt door de gemeente Amsterdam en er al met regelmaat wordt gewerkt aan het versterken van het vertrouwen in overheidsinstanties bij specifieke groepen inwoners. Het blijkt desalniettemin nog steeds een hardnekkig probleem te zijn en er blijven groepen inwoners die -ondanks alle moeite- geen of weinig vertrouwen hebben in de overheid. Met dit gegeven moet rekening worden gehouden, maar het ontslaat de overheid niet aan de verplichting om aan het verstreken van het vertrouwen te blijven werken. De komende tijd moet worden gebruikt om aan meer structurele oplossingen te werken die kunnen bijdragen aan de gewenste afschaling van de corona-gerelateerde noodhulp zoals verstrekt door de informele voedselinitiatieven.

Die wenselijkheid om tot dergelijke oplossingen te komen worden door alle bij de voedselhulp betrokken partijen onderschreven. De informele initiatieven wensen waar mogelijk afschaling om zich weer meer te kunnen concentreren op andere ondersteuningstaken. HAN, het Rode Kruis en de gemeente Amsterdam wensen afschaling omdat noodhulp per definitie tijdelijk is, zolang de nood duurt, en de Voedselbank wenst hulp te verstrekken aan eenieder die daarvoor in aanmerking komt en werkt eraan ook beter bereikbaar en toegankelijk te worden voor deze personen. De buurtteams kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. De komende maanden kunnen ook gebruikt worden om de informele initiatieven te ondersteunen bij het realiseren van enerzijds een verantwoorde afschaling van voedselhulp en anderzijds het versterken van hun positie en capaciteiten om ongedocumenteerden de juiste hulp en ondersteuning te geven die zij nodig hebben. We bevelen dan ook aan om de komende maanden te gebruiken om samen met de betrokken partijen (de informele initiatieven, de Voedselbank, het Rode Kruis, HAN, Haella, RCOAK, de buurtteams en de actoren in de sociale basis) onderstaande oplossingsrichtingen nader uit te werken en in gang te zetten. De beide oplossingsrichtingen vertonen veel overlap en samenhang en het lijkt ons dan ook goed om ze in die onderlinge samenhang gezamenlijk uit te werken.

Daarbij zou de centrale stad de regiefunctie op zich kunnen nemen. Dit past uitstekend bij een ander initiatief dat vanuit de centrale stad is opgestart, namelijk het creëren van een meer solide en structurele basis(infra-)structuur om ongedocumenteerden te ondersteunen en hen toe te leiden naar hulp en ondersteuning waar zij recht op hebben (zoals medische zorg en onderwijs) en hulp en ondersteuning die hen in staat stelt de regie over hun eigen leven weer op te pakken (zie ook het vorige hoofdstuk). Samenwerking is bij de oplossingsrichtingen een belangrijke succesfactor, zowel op het praktische, uitvoerende niveau (tussen de informele voedselinitiatieven onderling16 en tussen deze initiatieven en andere partijen in de sociale basis), als op het ondersteunende niveau (tussen HAN, het Rode Kruis en de fondsen) als op het bestuurlijke niveau (tussen de centrale stad en de stadsdelen, de verschillende afdelingen van de gemeente en tussen de gemeente en het Rode Kruis, HAN en de fondsen). Op basis van de gesprekken hebben we de onderstaande twee oplossingsrichtingen opgesteld. Voor gedocumenteerden: het versterken van de relatie tussen informele initiatieven, buurtteams en de Voedselbank Sleutelpersonen van de initiatieven zouden ingezet kunnen worden als brug tussen gebruikers van de voedselhulp en de formele hulp.

De sleutelpersonen zouden, samen met buurtteams of de Voedselbank, de gebruikers kunnen toe leiden naar formele hulp. Voor gedocumenteerden met wantrouwen jegens overheidsinstanties geldt namelijk dat zij bij de hand genomen moeten worden bij de overdracht naar bijvoorbeeld de Voedselbank of andere formele instanties. In principe zou het buurtteam een rol moeten spelen wat betreft de toeleiding naar reguliere hulpverlening. Uit verschillende gesprekken blijkt 16

De samenwerking tussen de initiatieven in de zogenaamde voedselplatforms is daar een goed voorbeeld van.

17

echter dat zij onvoldoende capaciteit hebben, niet voldoende zichtbaar zijn en niet alle groepen in beeld hebben. Daarnaast wordt het buurtteam ook gezien als officiële instantie en hebben ook zij dus te maken met wantrouwen bij bepaalde groepen inwoners. De sleutelpersonen zouden een belangrijke rol kunnen spelen bij het wegnemen van dit wantrouwen, met name doordat de initiatieven veel vertrouwen hebben opgebouwd bij hun gebruikers. Zoals eerder genoemd is er bij een groot deel van de gedocumenteerde gebruikers van de informele voedselhulp sprake van wantrouwen jegens de formele hulp. De informele initiatieven kunnen hierbij een brugfunctie vervullen als het gaat om de toeleiding naar de officiële instanties. Ze kennen mensen persoonlijk en zijn laagdrempelig te bereiken. Zoals een coördinator van een initiatief vertelt: ‘Als mijn fiets niet voor de deur staat, komen ze niet naar binnen. Dan weten ze niet wie er binnen is, en of het veilig is.’ Zij hebben vaak toegang tot groepen die heel gesloten zijn. Uit de gesprekken blijkt dat alle betrokken partijen open staan voor deze oplossingsrichting. De Voedselbank is bereid om samen met sleutelpersonen van de initiatieven in gesprek te gaan met gebruikers om te bekijken of zij mogelijk in aanmerking komen voor de formele hulp.

Ook de initiatieven denken dat dit kan helpen om mensen laagdrempelig toe te leiden naar buurtteams en uiteindelijk de Voedselbank, en dat zo de weerstand weggenomen kan worden. Benoemd wordt de mogelijkheid dat iemand van het buurtteam naar het initiatief toe komt op een vast moment voor gesprekken met de gebruikers. Na de toeleiding naar de Voedselbank zou het initiatief de gebruiker ook nog twee of drie weken kunnen begeleiden. Als het goed gaat, en de gebruiker is tevreden, kan iemand helemaal over. Een vast aanspreekpunt bij het buurtteam en korte lijnen zijn hierbij belangrijk voor een warme overdracht. Een bijkomend voordeel is dat wanneer meer gebruikers worden toegeleid naar de formele hulp, initiatieven meer tijd en ruimte hebben voor hun oorspronkelijke activiteiten, gericht op de ongedocumenteerden. Bij deze oplossingsrichting is het belangrijk om aandacht te hebben voor: - Goede begeleiding van initiatieven en sleutelpersonen en structurele ondersteuning. De ondersteuning kan gebruikt worden om personen in te zetten die zich volledig richten op de toeleiding naar buurtteams en deze te trainen. - Het behoud van de vertrouwensband die de initiatieven hebben opgebouwd met hun gebruikers. - Meer zichtbaarheid van buurtteams (bijvoorbeeld op markten) en meer capaciteit bij deze teams, om het wantrouwen onder gebruikers te herstellen.

- Het ‘laag hangende fruit’ is al bereikt: de eenvoudige gevallen zijn al toegeleid naar formele hulp. Dit betekent dat met name de extra kwetsbare en moeilijk te bereiken doelgroepen op dit moment zijn overgebleven, groepen die om extra (tijds)investeringen vragen. Dit is kortom een mogelijke oplossing voor de groep gedocumenteerden, maar wel één die veel aandacht nodig heeft en waarbij het tijd zal kosten voordat de effecten zichtbaar worden. Voor ongedocumenteerden: het versterken van de samenwerking tussen de initiatieven, grootstedelijke (eerstelijns-)voorzieningen en voorzieningen in de sociale basis Er is sprake van een hardnekkig probleem, veel ongedocumenteerden bevinden zich in een kwetsbare positie. Van belang is het versterken en ontlasten van de informele initiatieven, maar zij kunnen het niet alleen. Hier hebben zij deels niet de capaciteit voor, en aan de andere kant zijn er zaken die niet (uitsluitend) met vrijwilligers maar (ook) met professionals opgepakt zouden moeten worden (zoals juridische ondersteuning). Naast de sociale basis (de zogenaamde ‘nulde lijn’) zijn er op bepaalde onderdelen wel mogelijkheden voor ongedocumenteerden in de eerste lijn, zoals medische zorg. Echter kan de groep op de meeste gebieden geen gebruik maken van professionele hulp (zoals Sociale Zekerheid en de WMO).

De term ‘sociale basis’ behoeft in dit verband enige toelichting: de sociale basis bestaat deels uit (door de gemeente) gesubsidieerde voorzieningen die erop gericht zijn inwoners te ondersteunen (zoals bijvoorbeeld een vrijwilligerscentrale) en deels uit niet gesubsidieerde activiteiten die door inwoners zelf zijn opgezet. Dit zijn bijvoorbeeld burgerinitiatieven of andere informele organisaties. Enerzijds betreft het specifieke lokale voorzieningen die operationeel zijn in bijvoorbeeld maar één stadsdeel en anderzijds betreft het voorzieningen die op stadsniveau actief zijn (grootstedelijke organisaties), bijvoorbeeld de activiteiten van het Wereldhuis en vanuit religieuze organisaties als kerken en moskeeën.

18

Kortom, de kern van de oplossingsrichting is, ontlast de informele voedselinitiatieven door meer gebruik te maken van de mogelijkheden voor ondersteuning vanuit de sociale basis, maar besef goed dat alleen meer inzet van de sociale basis niet dé oplossing kan bieden: professionele ondersteuning vanuit de eerste lijn is hierbij onmisbaar. De oplossingsrichting voor de groepen ongedocumenteerden bestaat daarom uit het versterken van de samenwerking tussen de informele voedselinitiatieven, grootstedelijke (eerstelijns-)voorzieningen en de voorzieningen in de zogenaamde sociale basis met als uiteindelijk doel om de groepen ongedocumenteerden beter te kunnen toeleiden naar die vormen van hulp en ondersteuning waar zij in de praktijk gebruik van kunnen maken. Die samenwerking heeft enerzijds tot doel de mogelijkheden die aanwezig zijn in de sociale basis beter te benutten en anderzijds de sociale basis voorzieningen in te zetten als vindplaatsen en doorgeleiders naar grootstedelijke hulp en ondersteuning waar ongedocumenteerden gebruik van kunnen maken. Daarom moet ook duidelijker in beeld gebracht worden welke mogelijkheden er zijn voor de groepen ongedocumenteerden om gebruik te kunnen maken van hulp en ondersteuning vanuit de formele instanties. Dit geldt zowel voor de ongedocumenteerden zelf als voor professionals die met deze groepen te maken hebben.

Een belangrijke verbeterslag zou dus liggen in een betere informatievoorziening en meer bewustwording. Op dit moment zijn HAN en het RCOAK bezig om dit in kaart te brengen. Het gaat hierbij zowel om voedselhulp als ook om psychosociale ondersteuning en medische ondersteuning, en ook bijvoorbeeld om het toeleiden van kinderen naar onderwijs, het organiseren van ontmoetingsmogelijkheden en taalonderwijs. Een belangrijke voorwaarde om deze oplossingsrichtingen te realiseren is het netwerk van de sociale basis in kaart te brengen en vast te stellen wat de mogelijkheden zijn om ongedocumenteerden te ondersteunen op de verschillende levensdomeinen. Daarvoor is het aanbevelenswaardig een sociale kaart samen te stellen waarin alle mogelijkheden opgenomen worden waar ongedocumenteerden gebruik van kunnen maken als zij hulp en ondersteuning nodig hebben. Deze kaart moet zowel de mogelijkheden vanuit de sociale basis bevatten als de mogelijkheden die vanuit de formele instanties worden aangeboden. Die sociale kaart zou niet alleen het aanbod sec moeten omvatten maar ook de wegen waarlangs aanspraak gemaakt kan worden op dit aanbod. De sociale kaart moet dus een routekaart bevatten17.

Als het gaat om het in kaart brengen van het aanbod vanuit de (informele) sociale basis (en de routes daarnaar toe) zouden de stadsdelen een regiefunctie kunnen vervullen; zij hebben immers het beste zicht op die (informele) sociale basis. Als het gaat om het in kaart brengen van het aanbod vanuit de formele instanties (en de routes daarnaar toe) is de centrale stad als eerste aan zet. Deze sociale kaart zou zowel gebruikt kunnen worden door de ambtenaren (van de centrale stad en de afzonderlijke stadsdelen) als ook door de hulpverleners (van bijvoorbeeld de buurtteams), de medewerkers van partijen die actief zijn in de sociale basis (inclusief de medewerkers van de informele voedselinitiatieven) en door de burgers zelf die hulp en ondersteuning nodig hebben. Een en ander sluit goed aan bij het Programma Ongedocumenteerden van de gemeente Amsterdam dat zich richt op de opvang en begeleiding van 500 ongedocumenteerden. Maar de groep ongedocumenteerden is vele malen groter en mede om die reden beraadt de gemeente Amsterdam zich momenteel op de mogelijkheden om de groepen ongedocumenteerden beter te ondersteunen op meerdere levensdomeinen, zoals (medische en psychosociale) zorg, onderwijs en educatie en armoedebestrijding.

Ook huisvesting is een groot probleem en directe oplossingen daarvoor zijn nog niet in beeld18, maar dit probleem moet wel worden meegenomen bij het invullen van de in dit rapport genoemde oplossingsrichtingen. De informele voedselinitiatieven geven aan dat zij ongedocumenteerden ook nu al doorverwijzen naar de opties die er voor deze groep zijn. ‘Wij zijn de brug tussen ongedocumenteerden en de hulp die ze kunnen krijgen.’ Om beter te kunnen samenwerken met voorzieningen in de sociale basis (als aanbieders van ondersteuning, maar ook als vindplaatsen via welke ongedocumenteerden kunnen worden doorgeleid naar formele vormen van ondersteuning) is het wenselijk en ook noodzakelijk dat de informele initiatieven beter in staat zijn op een meer solide en structurele basis te opereren en daarvoor ook kunnen beschikken over de noodzakelijke faciliteiten en capaciteiten. De plannen van HAN, Haella en 17 Op dit moment is HAN, samen met andere partijen, bezig met het opstellen van zo’n sociale kaart. 18 Momenteel heeft de gemeente geen plannen en geen politieke en financiële ruimte om de opvangplekken voor 500 ongedocu-

menteerden uit te breiden.

19

RCOAK om de informele in initiatieven te ‘empoweren’ sluiten hier mooi bij aan. Belangrijk bij het uitwerken van deze oplossingsrichting is dat de situatie, waaronder de mogelijkheden voor ondersteuning vanuit de sociale basis, sterk verschilt per stadsdeel. De samenstelling van de wijk en de actoren in de sociale basis verschillen per stadsdeel. Uiteindelijk kan er wel toegewerkt worden naar algemeen geldende uitgangspunten, maar er moet rekening gehouden worden met deze verschillen. Met name in de stadsdelen Zuidoost, Noord, en in iets mindere mate in de stadsdelen Oost en Nieuw-West is er sprake van (behoefte aan) hulp en ondersteuning voor ongedocumenteerden. Deze stadsdelen zijn dan ook bij uitstek de aangewezen actoren om samen met HAN en Rode Kruis, én met de centrale stad de oplossingsrichtingen uit te werken en te implementeren. Uitgangspunten bij deze oplossingsrichtingen De bovenstaande oplossingsrichtingen borduren voort op de toekomstplannen van de partijen waarmee is gesproken. Ons streven hierbij was om oplossingsrichtingen te benoemen waar alle partijen het mee eens zijn. De partijen hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk om de coronanoodhulp af te bouwen, maar wel de restgroep te bedienen die (blijvend) hulp nodig heeft. Deze restgroep is erg divers. Sommigen van hen hebben hulp nodig vanwege corona, anderen vanwege bredere problematiek.

Ook leven er verschillende behoeftes: sommigen hebben alleen behoefte aan voedselhulp, anderen hebben een bredere hulpbehoefte. Op dit moment is er niet voldoende capaciteit bij het buurtteam om deze mensen goed te helpen. Daar moet dus verandering in komen. Samenwerking tussen de buurtteams en de informele initiatieven is belangrijk: zij hebben zicht op de groepen en zijn laagdrempelig te bereiken. Via de initiatieven kan men in contact blijven met groepen die anders waarschijnlijk onder de radar zouden verdwijnen. Zij hebben een rol in het verstrekken van voedsel indien nodig, en eventueel toeleiden naar (formele) mogelijkheden voor hun gebruikers. Daarom is het belangrijk om informele initiatieven structureel te ondersteunen, beter te equiperen en te versterken. De initiatieven zouden onder andere beter gefaciliteerd moeten worden om samen te werken met andere partijen die actief zijn in de sociale basis. Als initiatieven meer verbonden zouden zijn met activiteiten in de sociale basis, zouden de gebruikers niet meer alleen afhankelijk van de initiatieven zijn. Ook is dit een vorm van ontlasting van de informele initiatieven, waardoor zij meer tijd en energie kunnen steken in andere vormen van hulp en ondersteuning aan hun gebruikers, waar ook veel behoefte aan is.

Belangrijk om rekening mee te houden bij het uitwerken van de oplossingsrichtingen: • Centraal staat het versterken van vertrouwen. Het wantrouwen jegens de overheid bij een deel van de gebruikers en bij sommige initiatieven zelf zit diep en het duurt lang om dit te herstellen (of is zelfs onmogelijk). • Betrokken partijen dienen regelmatig met elkaar in gesprek te gaan én te blijven, om duidelijke afspraken te maken. Hiervoor dient een intensief samenwerkingstraject opgezet te worden, waarin de gemeente (de centrale stad en de meest betrokken stadsdelen) het voortouw neemt. Deze partijen kunnen elkaar vinden in hun wederzijdse afhankelijkheid en hun gemeenschappelijke belang. De volgende partijen zouden in dit traject samengebracht moeten worden: de Voedselbank, HAN en het Rode Kruis, de financierende vermogensfondsen, informele initiatieven, buurtteams en de sociale basis. Ons advies zou de basis kunnen vormen voor deze gesprekken. • De informele voedselinitiatieven moeten informeel en onafhankelijk blijven, en geen verlengde van de overheid worden. Dat laatste zou de ongedocumenteerden kunnen afschrikken. • Naast algemene richtlijnen die stadsbreed gelden, dienen de oplossingen per stadsdeel uitgewerkt te worden. Het verschilt immers per stadsdeel hoe de doelgroep er uit ziet, wat hun behoeftes zijn, en welke partijen hierbij betrokken zijn.

• Een te nauwe en formele samenwerking tussen een initiatief en het buurtteam kan in de praktijk belemmerend werken voor ongedocumenteerden, zeker als hierdoor het beeld ontstaat dat die samenwerking onlosmakelijk tot gevolg heeft dat men wordt toegeleid naar de formele instanties. Zoals eerder in dit rapport is aangegeven, is het grootse deel van de gebruikers ongedocumenteerd. Wanneer deze groep uit beeld verdwijnt, kunnen ze op allerlei levensdomeinen problemen gaan ervaren én ook veroorzaken (voor zichzelf en voor anderen in hun omgeving). 20

Ten slotte: de beschreven oplossingsrichtingen presenteren mogelijke oplossingen. De betrokken partijen zullen gezamenlijk met elkaar in gesprek moeten om deze verder uit te werken. De wettelijke kaders waarbinnen de gemeente iets kan doen voor met name de groep ongedocumenteerden dienen hierbij als uitgangspunt te worden genomen. Aangezien de problematiek in elk stadsdeel speelt (maar met name in de stadsdelen Zuidoost, Noord, Oost en Nieuw West), vraagt het wel om stedelijke richtlijnen, zeker gezien de aanscherping van de bed-bad-broodregeling19 en de mogelijke instroom van nieuwe ongedocumenteerde groepen.

19 Het kabinet Rutte IV is voornemens deze regeling aan te scherpen. De opvang moet voortaan altijd gericht zijn op terugkeer en

niet langer ook op eventuele mogelijkheden om alsnog in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. De Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) wordt uitgebreid tot een landelijk dekkend netwerk waarbij de opvang altijd gericht is op terugkeer. Gemeentelijke voorzieningen worden niet langer gefinancierd, zo is te lezen in het Regeerakkoord.

21

22

Bijlagen

B

Bijlage

Name of organisation: Date of completion:

NUMBERS Estimate of the number of users: how many people still need food aid? okt-21 nov-21 dec-21 jan-22 feb-22 mrt-22 apr-22

TARGET GROUP Current target group:

Male

Female

Other

Prefer not to say

0-18

19-25

25-40

40-60

Older than 60

Africa

Europe

MiddleEast

Asia

SouthAmerica

Undocumented

Documented

Food bank application rejected

Unable to visit food bank (e.g. due to shame, mobility problems)

Labour migrants without residence status

Asylum seekers who have exhausted all legal Economic remedies migrants

Gender

Age

Other

Country of origin

Residence status

Other, namely...

Documented

Other, namely...

Undocumented

To what extent will the target group of 1st quarter of 2022 differ from the current target group?

24

Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605688/1