Bijlage 2_Definitie Stadsbossen.pdf
Tekst van het document
Amsterdamse Stadsbos
Waarom stadsbossen? • Voegt een groentype toe aan de stad, hiermee vergroot de diversiteit aan groengebieden • Bossen maken Amsterdam duurzamer en toekomstbestendig • Versterking van groen op locaal niveau • Versterking ecologische structuur • Groen verbetert: • Waterberging • Dempt hittestress • Zingeving door planten en beheer • Gezondheid • Levert voedsel (Voedselbos) • Vermindert hinder (zicht/ geluid) • Recreatieve mogelijkheden • Houdt CO2 vast • De stad groeit
Definitie Amsterdams Stadsbos Algemene kenmerken: • Balans tussen alle stadsbewoners (mens, dier en plant) • Zingeving door planten en (mede)beheer • Recreatieve mogelijkheden • Vermindert hinder (zicht/ geluid) • Klimaatadaptie door waterberging en verminderen hittestress • Versterking ecologische structuur, • Uitbreiding bomenbestand • Autochtoon plantmateriaal (genetisch) • Kroonbedekking tussen 100% – 60% • Aanwezige bodemkwaliteit en grondwaterstand bepaalt assortiment
• • • • • •
beplanting Ecosysteem in 4 dimensies, waarin bodem een volwaardig rol speelt, soortenrijk en variatie in opbouw (zoom) Aanplant in volle grond Type beplanting sluit aan op het landschappelijke groen en water in de omgeving en de cultuurhistorie van de plek. Substantiële levensduur om optimaal de positieve effecten door bosontwikkeling te laten plaatsvinden. Natuurlijke (begeleide) successie, het bos verandert in tijd en blijft veranderen. Mogelijkheden voor voedselbos
GROOTTE
❖ Buurtbos
❖ Wijkbos
❖ Stadsrandbos
• • •
• • •
• • •
• •
• • • •
•
10 x 10 m = 0,01 ha tot 0,5 ha. 100% boomkroon bedekking 3 typologiën, waaruit gekozen kan worden ▪ 1 boom per 1 m2 - kleine maat, ±100 bomen, door successie ± 5/20 over ▪ 5-20 grotere bomen en struikgewas ▪ Verschillende vormen, maatwerk – langgerekt, groter tot 0,5 ha Planten met de buurt, eventueel vormen van medebeheer (geen huidig beleid i.v.m. bomen) Aanplant bij voorkeur in open grond, maar bij buurtbos is ander type terrein of aanplant niet uitgesloten (is wel kostenverhogend) Keuze van de plekken ligt bij de SD. Beperkte recreatieve mogelijkheden; denk aan paadje of bank Poëtische, stedelijke vertaling van een bos in de stad – Bos-idylle Markant herkenbaar groen in 3/4 dimensies (ook onder de grond) met duidelijke ingang en/ of omkadering, hiermee onderscheidend met bosplantsoen. Financieel op niveau Groen in de buurt en Groengelden.
• • • •
0,5 tot 30 ha 60-80% boomkroon bedekking Bij 5 ha ±10.000 bomen, door natuurlijke successie ±2.500 bomen Door grootte is al meer zonering mogelijk, zowel in biotopen als in gebruik Recreatieve mogelijkheden; denk aan eenvoudige paden, hiermee onderscheidt een stadsbos zich van een bosplantsoen. Grotere positieve impact op biodiversiteit tov buurtbos Financieel op niveau Groengelden en SHP groen
• • • •
• • • • •
VA N
K L E I N
N A A R
❖ MRA bos
Min. 30 ha. en min. 400 m breed Bestaat voor minstens 60% uit boomkruinen • Bij 30 ha ±50.000 bomen, na natuurlijke (begeleide) successie ±15.000 grote volwassen bomen Bevat zowel plekken met rust als drukte Heeft een eigen karakter met typerende ecologie en recreatiemogelijkheden Is een groene schakel die zowel stad als land versterkt vormt een schakel in de groenblauwe structuur van de stad en metropoolregio. Lange levensduur van 50 – 100+ jaar om optimaal de positieve effecten (CO2, verkoeling, biodiversiteit) door bosontwikkeling te laten plaatsvinden Heeft een eigen identiteit, is een innovatieve toevoeging aan het bestaande palet van stadsbossen in Amsterdam, kan het 5e stadsbos worden Bedient Amsterdammers uit getransformeerde en nieuwe delen van de stad Is voor iedere Amsterdammer goed bereikbaar en toegankelijk Scoort hoog in de waarden recreatie, gezondheid, beleving, biodiversiteit en duurzaamheid (t.o.v. Buurten Wijkbos) Financieel op niveau Centrale stad, PNH en Rijk (EU)
G R O O T
Aansluiten op de opgave PNH, Rijk en EU Klimaatbos, kweekbos, productiebos, voedselbos
Definitie bos – algemeen - landelijk Een bos is een volledig ecosysteem, waar bomen, planten, dieren, schimmels en micro-organismen met elkaar samenleven en van elkaar afhankelijk zijn. Volgens de boswet is er sprake van bos wanneer tenminste 1000 m2 uit bomen bestaat. Andere definities (bijv. PNH) hanteren een minimale oppervlakte van 0.5 hectare met een minimale breedte van 25 meter- omdat bij die omvang en breedte een volwaardig bosmilieu -met een goed ontwikkelde zoomvegetatie en luwte en beschutting in de kerntot ontwikkeling kan komen. Daarbij wordt in de regel ook een
bedekking van de lucht door boomkruinen van tenminste 60% aangehouden. Kenmerkend voor de meeste bossen is de gelaagde opbouw: een kruidlaag van planten tot 135 cm hoog, een struiklaag van planten tussen 135 en 800 cm hoog en daarboven de boomlaag. # bomen: op 1 ha kunnen in een bos ±2000 bomen aangeplant worden. Door natuurlijke successie* en/ of beheer zullen hiervan ±500 overblijven. Wij spreken daarom liever over kroonpercentage. *Successie bos: verschillende fases van bosontwikkeling, waarbij weinig beheer plaatsvindt → natuurlijke ontwikkeling (groei en verval) van groen.
Amsterdamse Stadsbos = Buurtbos
–
100% kroonbedekking > 0,01 ha = ± 100 boompjes aanplanten GiB/ GG
VA N
Wijkbos
– Stadsrandbos
60 - 80% kroonbedekking 0,5 – 30 ha 5ha = ± 10.000 bomen aanplanten SHP/ GG
K L E I N
N A A R
G R O O T
± 60% kroonbedekking > 30 ha = ± 55.000 bomen aanplanten SHP/ PNH/ Rijk/ EU