CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.Brief 10-2-17 minister BZK mbt bestuurlijk stelsel

RAAD 10 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsadres van een burger inzake het rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel. Nr. VN 2021-0064771.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Gemeente Amsterdam College van Burgemeester & Wethouders Postbus 202 1000 AE Amsterdam

DGBW/B&F Afdeling Inrichting Openbaar Bestuur Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Contactpersoon Mr. A.P. (Alain) Krijnen Kenmerk 2017-0000043585

Datum

10 FEB 2017

Betreft

voorstel nieuw bestuurlijk stelsel

Geacht college. Bij brief van 17 januari j l . vraagt u mij naar mijn visie inzake uw voorstel voor een nieuw bestuurlijk stelsel, dit naar aanleiding van de behandeling van uw voorstel in de raadscommissie Algemene Zaken op 12 januari j l . Graag voldoe ik aan dit verzoek. Op basis van de evaluatie van de commissie-Brenninkmeijer heeft uw college de raad thans een voorstel voor een nieuw bestuurlijk stelsel gedaan. De zeven huidige, rechtstreeks gekozen bestuurscommissies (met een eigen dagelijks bestuur, voortkomend uit het algemeen bestuur) verdwijnen. Uw voorstel voorziet in zeven nieuwe bestuurscommissies, waarvan de leden door het college worden benoemd. Daarnaast behelst het voorstel dat straks ieder stadsdeel een adviesraad ex artikel 84 van de Gemeentewet kent, waarvan de leden op basis van een personenstelsel rechtstreeks worden gekozen op het niveau van hun wijk. Concreet vraagt u mij om een oordeel of het voornemen om de nadruk te leggen op het mandateren van bevoegdheden aan de bestuurscommissies, binnen het wettelijk kader past. De overweging om de nadruk te leggen op het mandateren van bevoegdheden vloeit voort uit de behoefte om sterker t o t uitdrukking te brengen dat de bestuurscommissies namens het college handelen.

Nu definitieve besluitvorming en nadere concretisering van uw voorstel nog moeten plaatsvinden, baseer lk mijn beoordeling van uw vraag op uw brief van 17 januari j l . en het onderliggende voorstel aan de raad. Allereerst constateer ik dat de Gemeentewet veel ruimte laat bij de vormgeving van de taken en bevoegdheden, alsmede de wijze van samenstelling van het binnengemeentelijk bestuur. U schrijft dat, gelet op de grootte van de stad en de uiteenlopende problematiek en uitdagingen waar de verschillende stadsdelen zich voor gesteld zien, het van belang wordt geacht dat er een stevig lokaal geluid uit de stadsdelen blijft klinken, op basis waarvan college en gemeenteraad stedelijke kaders en plannen kunnen maken. Met uw voorstel geeft u op een creatieve en vernieuwende wijze invulling aan deze behoefte.

Pagina 1 van 3

DGBW/B&F Afdeling Inrichting Openbaar Bestuur

Wel zijn er een paar randvoorwaarden die de lokale regelgever blj de uitwerking van de Inrichting van het binnengemeentelijk bestuur ln acht heeft te nemen, welke lk hierna langs loop.

Datum

Kenmerk 2017-0000043585

Bestuurscommissies zijn een vorm van binnengemeentelijke decentralisatie. Artikel 83 van de Gemeentewet voorziet immers ln het overdragen van bevoegdheden door de raad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester - al dan niet gezamenlijk - aan bestuurscommissies. Wezenskenmerk van een bestuurscommissie ls dan ook dat daaraan door het Instellende bestuursorgaan, in casu het college, bevoegdheden worden overgedragen, delegatie dus. De bestuurscommissie oefent de overgedragen bevoegdheden met een zekere zelfstandigheid en op eigen naam uit, met dien verstande dat zij verantwoording verschuldigd is aan het college en onder toezicht van het college staat (artikel 85 van de Gemeentewet). Het mandateren van bevoegdheden Impliceert een andere juridische constructie. De bevoegdheden worden ln dat geval namens en onder directe verantwoordelijkheid van het college uitgeoefend, waarbij het college algemene en bijzondere aanwijzingen kan geven. De keuze voor bestuurscommissies, ook in de voorgestelde afgeslankte v o r m , betekent dat hun bestaansrecht nog steeds is gelegen in de aard en betekenis van de overgedragen bevoegdheden; dat ls immers hun wezenskenmerk. De wetgever heeft een dergelijke hybride constructie van een territoriale bestuurscommissie waarbij de nadruk op gemandateerde bevoegdheden komt te liggen, als zodanig niet voorzien.

Er zijn echter geen wettelijke belemmeringen om de bestuurscommissies ook ln mandaat bevoegdheden te laten uitoefenen. Uiteraard zal dan wel eerst duidelijkheid moeten komen over de aard en de omvang van de te mandateren bevoegdheden. Van primair belang lijkt mij evenwel de beoordeling van de ln uw brief genoemde bevoegdheden die door het college aan de bestuurscommissies zullen worden overgedragen. Deze zullen naar Inhoud en omvang voldoende substantieel moeten zljn ln relatie tot de gemandateerde bevoegdheden. In uw brief noemt u de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen over bijvoorbeeld subsidies, markten of objecten ln de openbare ruimte en de algemene bevoegdheden uit artikel 160 Gemeentewet, zoals het voeren van het dagelijks bestuur, het voorbereiden van beslissingen van de raad en het sluiten van overeenkomsten. Delegatie van de voornoemde algemene bevoegdheden vergt nadere concretisering en afbakening tussen gemeentelijk en binnengemeentelijk niveau. Op grond van de mij ter beschikking staande gegevens ls nu nog moeilijk vast te stellen of de genoemde bevoegdheden zich lenen voor delegatie, wat de betekenis van deze bevoegdheden ls voor het toekomstig functioneren van de bestuurscommissies en hoe deze zich verhouden tot de bevoegdheden die gemandateerd zullen worden.

Pagina 2 van 3

DGBW/B&F Afdeling Inrichting Openbaar Bestuur Datum

Wat betreft delegatie van de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels, veronderstel lk dat u doelt op een vorm van subdelegatie, nu volgens uw voorstel uitsluitend collegebevoegdheden worden overgedragen. De raad kan de bevoegdheid tot het stellen van nadere regels aan het college overdragen (artikel 156, derde lid, van de Gemeentewet); het college draagt deze vervolgens weer over aan de bestuurscommissies. Het ligt voor de hand dat u bij de uitwerking van uw voorstel op dit punt, ook de bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels betrekt (artikel 4 : 8 1 van de Algemene wet bestuursrecht).

Kenmerk 2017-0000043585

U vraagt ook mijn oordeel inzake de positionering van de adviesraden. De adviesraden hebben tot taak het college gevraagd en ongevraagd te adviseren over aangelegenheden betreffende het stadsdeel. Zij kennen geen regelgevende of bestuurlijke bevoegdheid; delegatie aan commissies ex artikel 84 van de Gemeentewet is dan ook niet mogelijk. De wet laat het aan het Instellend orgaan over hoe dergelijke commissies worden samengesteld. De voorgestelde wijze van verkiezing van de leden past binnen dat kader. Graag wens ik u veel succes met de verdere vormgeving van het bestuurlijk stelsel. Uiteraard ben ik tot een nadere gedachtewisseling bereid, mocht u daar behoefte aan hebben. Hoogachtend, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9856250/1