bijlage 2 Bijlagenboek bij projectnota Banne Noord mei.pdf
Tekst van het document
Toevoeging van solitaire detailhandel wordt, conform het vastgestelde detailhandelsbeleid, afgeraden, omdat de focus ligt op het versterken van het naburige winkelcentrum. Voor de IJdoornlaan tenslotte ligt de kans vooral in het toevoegen van economische functies in de hele nieuw te bouwen plint. Ook hier moet vooral gedacht worden aan economische functies op het gebied van zakelijke/ financiële- en consument-verzorgende dienstverlening.
Concrete kansen EZ voor Banne Noord •
•
•
•
Een kans is het toevoegen van staanplaatsen (b.v. een vis- of bloemenkraam/ foodtruck). Dat kan op traffic locaties, plekken waar bijvoorbeeld een wijkontsluitingsweg een doorgaand fietspad kruist en een bushalte aanwezig is. Je kunt hierbij denken aan de straat de Noorderbreedte ter hoogte van het Staghof, aan de kruising IJdoornlaan/ Parlevinkerpad en/ of het gebied de Parlevinker zelf ter hoogte van de oude supermarkt de Lidl. Een kans die in de toekomst ligt is het gebied Banne Noord/ Elzenhagen Noord op de grens van het Noord Hollands kanaal. Het voornemen is om daar in de toekomst fietsbruggen te bouwen, bijvoorbeeld ter hoogte van het Silviapad. Zo kunnen daar ook potentiele traffic locaties ontstaan, die interessant zouden kunnen zijn voor een staanplaats. Ook de plint aan de verder te ontwikkelen IJdoornlaan is een uitstekende zichtlocatie om kleinschalige bedrijvigheid toe te voegen. Het creëren van bedrijvigheid hier kan ook een positieve bijdrage leveren aan het imago van het winkelcentrum vlak daarachter. Grote leegstaande bedrijfspanden tenslotte, die eventueel als bedrijfsverzamelgebouw zouden kunnen dienen, zijn in dit gebied niet voorhanden. Verder zien wij kansen voor het toevoegen van horeca in het hele gebied mits voldaan aan de uitgangspunten voor horeca zoals hierboven beschreven.
Kansrijke ontwikkellocaties voor horeca zien wij onder andere in de nieuwbouw Parlevinker en voor additionele horeca in buurthuis/kamer de Zeeslag, gelegen achter de portiekflats aan het Parlevinkerpad. De laatste zal dan voornamelijk gericht zijn op jonge ouders met kleine kinderen. Ook zien wij mogelijkheden voor het toevoegen van middelgrote leisure in het gebied. Het toevoegen van een grote trekker kan een enorme stimulans betekenen voor een buurt in ontwikkeling. We denken hierbij vooral aan de Parlevinker waar op dit moment tussen de 500-1000 m2 leegstaat (o.a. voormalige Lidl supermarkt). De supermarkt zal plaats maken voor nieuwbouw, waarbij de plint bijvoorbeeld kan worden gebruikt voor het toevoegen van een cluster van sport, fitnessactiviteiten en wellness. Op het terrein bevindt zich nu ook een theater. Een kans ligt om deze functie groter uit te bouwen. Men kan hierbij denken aan het neerzetten van een groter modern theater, met daarin geïntegreerd meerdere dansstudio’s en een moderne laagdrempelige horecavoorziening (een beetje naar het voorbeeld van Meer en Vaart in Osdorp). Door dit gebied te ontwikkelen als een laagdrempelig verblijfsgebied, maak je bovendien een mooi onderscheid met het Banne winkelcentrum en de zakelijke dienstverlening in de plint aan de IJdoornlaan. Bovendien komt het inrichten van de Parlevinker als verblijfsgebied tegemoet
PvE Voorzieningen en Economie Banne Noord, d.d. 20-11-19 aan de wensen van omwonenden voor meer ontspanning en cultuur in het gebied. Ook de omringende scholen kunnen van dit aanbod mooi gebruik maken voor hun eigen curriculum. Omdat op het Buikslotermeerplein inmiddels een grote bioscoop is gebouwd, zien wij dit gebied niet als een locatie voor toevoeging van nog een bioscoop. Als voetnoot moet hierbij wel vermeld worden dat er op dit moment wordt gewerkt aan nieuw leisure beleid door de collega’s van Ruimte en Duurzaamheid. Uitgangspunten voor het realiseren van leisure-activiteiten zijn dus nog onderwerp van nadere uitwerking. Tenslotte willen wij erop wijzen dat het een voordeel biedt om dit advies te combineren met adviezen van directies OJZ, Kunst en Cultuur en Sport en Bos. Met een gezamenlijk verhaal voor voorzieningen gecombineerd met stedenbouwkundige plannen voor de Banne kunnen functies en ingrepen elkaar versterken en verbinden.
Voorstel Economie Voor de bovengenoemde economische activiteiten ruimte te bieden in het fysieke programma voor de projectnota Banne Noord. In de nieuwbouw hiervoor totaal 1.000m2 te reserveren, en afstemming met de andere voorzieningen (nader te verdelen over de bouwlocaties Driemaster/Parlevinker/ Noorderbreedte). Haalbaarheid verder te onderzoeken in de vervolg-(investeringsnota)fase. Vraag: in hoeverre zijn de Leisureactiviteiten te combineren met de andere genoemde voorzieningen?
Programma: Wie?
Analyse: Wat?
Plekken: Waar?
Bijlage 7 Quickscan Verkeerslawaai, LBP Sight, d.d. 16-04-2020
15
Notitie Datum:
16 april 2020
Project:
Uw kenmerk:
-
Locatie:
Ons kenmerk: Versie:
V072422aa.203KQH9.sbl 01_001
Betreft:
1
Mogelijke nieuwbouw van zes woongebouwen Noorderbreedte e.o, Banne Noord in Amsterdam Quickscan verkeerslawaai
Inleiding
In verband met het mogelijk toevoegen van woningbouw vlakbij rijksweg A10 aan de Noorderbreedte in Amsterdam Noord heeft de gemeente Amsterdam aan LBP|SIGHT gevraagd om de situatie wat betreft wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. De mogelijke woningbouw bestaat uit zes woongebouwen met totaal 250 woningen. In de notitie Quickscan Luchtkwaliteit met het kenmerk V072422aa.2052J1X.jdb versie 01_001 is de situatie over het aspect luchtkwaliteit inzichtelijk gemaakt. Deze notitie betreft het wegverkeerslawaai. Omdat het mogelijk nieuw te ontwikkelen plan (met daarin de geluidgevoelige functie ‘wonen’) wordt ontwikkeld, is besloten in een vroegtijdig stadium de akoestische situatie in kaart te brengen. Een belangrijk aspect bij het ontwikkelen van de woningen op deze locatie is het geluid afkomstig van met name rijksweg A10. Het geluid heeft invloed op het woningprogramma in het plan, hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de indeling in verblijfsruimten. Om inzicht te krijgen in de geluidsituatie rondom de ontwikkeling presenteren we in deze notitie de eerste beoordeling, waarbij we mogelijke randvoorwaarden voor het uitkristalliseren van het plan opstellen. In deze notitie gaan we in op het van toepassing zijnde wettelijk kader, de gehanteerde gegevens en rekenresultaten vanwege wegverkeerslawaai.
Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01
2
Situatie en uitgangspunten
2.1
Situatie project
De beoogde woongebouwen met daarin circa 42 woningen zijn geprojecteerd aan de noordzijde van de Banne, direct ten zuiden van rijksweg A10. De zes woongebouwen gaan in totaal ruimte bieden voor circa 250 woningen. Figuur 1a geeft een overzicht van de planlocatie van de nieuwbouw weer. Figuur 1b geeft de plankaart met de locatie van de beoogde nieuwbouw weer binnen de drie aangegeven rode cirkels.
Figuur 1a Luchtfoto van de huidige situatie
2.2
Figuur 1b Plankaart met beoogde nieuwbouw woongebouwen
Gehanteerde gegevens
Bij de beoordeling van de akoestische situatie hebben we gebruikgemaakt van de situatie van het beoogde nieuwbouwplan uit het stedenbouwkundig plan ‘Banne Noord’ door de gemeente Amsterdam van december 2019 (figuur 1b).
2.3
Onderzoeksgebied
Het plan wordt gebouwd op een hoog geluidbelaste locatie en wordt geluidbelast door rijksweg A10 en meerdere gemeentelijke wegen. De beoogde nieuwbouw ligt binnen de van toepassing zijnde geluidzones (bijlage I Wettelijk kader). Daarom moet de geluidbelasting bepaald worden. Daarnaast liggen in de woonwijk verschillende woonerven waar een snelheidslimiet van 30 km/u geldt. Vanuit de Wet geluidhinder zijn 30 km/u-wegen niet gezoneerde wegen. Dit betekent dat de geluidbelasting vanwege deze wegen niet getoetst wordt. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan de geluidbelasting afkomstig van 30 km/u-wegen inzichtelijk worden gemaakt.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
2
Omliggende 30 km/u- wegen zijn niet beschouwd in dit onderzoek omdat de verkeersintensiteiten laag zijn en er voldoende afscherming is van de woningen in de wijk. Hierdoor is de geluidbelasting vanwege deze wegen niet een beperkende factor bij de verdere uitwerking.
2.4
Gegevens geluidbronnen
Rijksweg A10 De wegverkeergegevens van rijksweg A10 zijn overgenomen uit het wettelijk geluidregister (download 10 maart 2020). Gemeentelijke wegen Voor het bepalen van de geluidbelasting zijn de volgende gemeentelijke wegen relevant: Westerlengte (50 km/u) Noorderbreedte (50 km/u) Oosterlengte (50 km/u) De wegverkeergegevens van de gemeentelijke wegen zijn ontleend aan de website van de gemeente Amsterdam https://maps.amsterdam.nl/verkeersprognoses/ versie 2.52 met prognosecijfers van 2030.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
3
3
Wettelijk kader
3.1
Voorwaarden Wet geluidhinder
De Wet geluidhinder regelt hoe moet worden omgegaan met geluidgevoelige objecten nabij verschillende geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en industrie. Voor geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone gelden maximaal toegestane waarden voor de geluidbelasting op de gevel(s) van die objecten. Wanneer de geluidbelasting lager is dan de zogenoemde voorkeursgrenswaarde dan is bouwen van een geluidgevoelig object toegestaan. Als deze daarentegen hoger is dan deze waarde, mag binnen de zone niet zonder meer een geluidgevoelig object worden gerealiseerd. De zogenoemde voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van de woningen bedraagt 48 dB voor iedere weg afzonderlijk. De volgende situatie is aan de orde. In de zin van de Wet geluidhinder is voor de beoogde nieuwbouw met betrekking tot de Westerlengte, de Noorderbreedte en de Oosterlengte sprake van nog niet geprojecteerde woningen in stedelijk gebied langs een bestaande weg. Op grond van artikel 83 lid 2 Wet geluidhinder bedraagt voor deze afzonderlijke wegen de maximale ontheffingswaarde 63 dB. In de zin van de Wet geluidhinder is voor de beoogde nieuwbouw met betrekking tot rijksweg A10 sprake van nog niet geprojecteerde woningen in buitenstedelijk gebied langs een bestaande weg. Op grond van artikel 83 lid 1 Wet geluidhinder bedraagt de maximale ontheffingswaarde 53 dB.
Geluidbeperkende maatregelen Als de geluidbelasting vanwege een weg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB per weg, dan moeten in principe maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot die waarde. Hierbij hanteert de Wet geluidhinder de volgende volgorde van voorkeur: maatregelen bij de bron (het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek, het reduceren van de verkeersintensiteit of het verlagen van de snelheid); maatregelen in de overdracht (het situeren van niet-geluidgevoelige bebouwing tussen de bron en de nieuwbouw of het plaatsen van een geluidscherm of geluidwal). Hogere waarde Als de hiervoor genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, kan bij de gemeente Amsterdam een zogenoemde 'hogere waarde' voor de geluidbelasting op een gevel aangevraagd worden tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB voor de gemeentelijke wegen en 53 dB voor rijksweg A10.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
4
Begrip gevel De geluidbelasting mag niet hoger zijn dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB of 63 dB, tenzij desbetreffende gevels worden uitgevoerd als een dove gevel. Een dove gevel is geen gevel als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Een dove gevel is: een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB, en, een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, op voorwaarde dat de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte (ook geen voordeuren bij veel gemeenten). In de toelichting wordt gesproken over delen die in bijzondere omstandigheden moeten kunnen worden geopend, bijvoorbeeld een nooduitgang. Aandachtspunt bij het realiseren van een verblijfsruimte aan alleen een dove gevel is de spuiventilatie. Met spuien wordt een veelvoud van de ventilatiecapaciteit bereikt ten opzichte van ‘gewone’ continue ventilatie. Spuien is bedoeld om kortstondig de ruimte door te luchten, bijvoorbeeld bij het aanbranden van voedsel. In het Bouwbesluit is opgenomen dat voor iedere verblijfsruimte beweegbare constructieonderdelen in de uitwendige scheidingsconstructie moeten zijn opgenomen ten behoeve van de spuiventilatie.
Ten minste een van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam.
3.2
Amsterdams Geluidbeleid 2016 Hogere waarde Wet geluidhinder (gewijzigd 5 maart 2019)
Volgens het beleid van de gemeente Amsterdam moet voor de toekenning van een hogere waarde aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Door deze voorwaarden wordt een leefbare woonsituatie bewerkstelligd. Hieronder de voorwaarden: Per woning moet ten minste één stille gevel aanwezig zijn. Een stille gevel is een gevel waarop de gezamenlijke geluidbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In sommige gevallen is het niet mogelijk om maatregelen te treffen om de geluidbelasting voldoende te verlagen en is met een geringe overschrijding van de voorkeurgrenswaarde (tot maximaal 3 dB) alsnog sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Een geringe overschrijding is alleen bij zwaarwegende bezwaren aanvaardbaar en moet gemotiveerd worden. Per woning wordt ten minste één buitenruimte aan de stille gevel gesitueerd (als er geen buitenruimte is, vervalt deze eis). Voor doelgroepwoningen (bijvoorbeeld studentenwoning) kan, gemotiveerd, worden afgezien van het realiseren van een stille gevel. Wel moet worden vastgelegd hoe de doorstroom geborgd wordt. Voor onzelfstandige woningen wordt het voordeurbeginsel toegepast. Alle onzelfstandige woningen die samen een voordeur delen, worden als één woning beschouwd.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
5
4
Model (parameters)
Rekenmethode De geluidbelasting in Lden is de geluidbelasting ter plaatse van de gevel over een etmaal, rekeninghoudend met een verschillende normering per periode van het etmaal en gebaseerd op een jaargemiddelde verkeersintensiteit. De geluidbelasting is bepaald op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (volgens artikel 110d Wet geluidhinder). De geluidbelasting is bepaald met behulp van Standaard Rekenmethode II overeenkomstig Geomilieu versie 5.21. Bij de berekeningen zijn we uitgegaan van de zogenoemde VOAB-afspraken: maximaal één reflectie; een minimum zichthoek voor reflecties van twee graden; een maximum sectorhoek van vijf graden. Verticale grids en rekenpunten Om de toekomstige geluidbelasting in één oogopslag inzichtelijk te maken hebben we gekozen voor verticale grids. Het verloop van de geluidbelasting over de gehele gevel is hierin per geluidbron gepresenteerd. In hoofdstuk 5 geven we de rekenresultaten. In bijlage II staat de berekende geluidbelasting per weg voor een aantal representatief te achten waarneempunten op 5 meter boven plaatselijk maaiveld met stapgrootte van 5 meter. Per woongebouw zijn op elke gevel twee rekenpunten gemodelleerd. Gebouw Per woongebouw worden 42 wooneenheden/appartementen gerealiseerd. De verwachting is dat dit vier of zes wooneenheden per bouwlaag zijn.
Wanneer er zes wooneenheden worden gerealiseerd per bouwlaag, dan zal de bebouwing bestaan uit zeven bouwlagen. Wanneer vier wooneenheden per woongebouw worden gerealiseerd, dan zullen de woongebouwen bestaan uit circa elf bouwlagen. We hebben per woongebouw een hoogte aangehouden van 33 meter. Dit komt overeen met een woongebouw dat bestaat uit circa elf bouwlagen. Bodemgebied In het rekenmodel is rekening gehouden met harde, reflecterende bodems, zoals wegen en parkeerplaatsen en akoestisch absorberende bodems, zoals grasvlakken (bodemdemping 1,0). Waar het wegdek van de rijksweg uit ZOAB en DZOAB bestaat, is volgens het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 uitgegaan van een bodemdemping van 0,5. De standaard bodemfactor van het rekenmodel is 0. Geluidafschermende voorzieningen De geluidafschermende voorzieningen langs de rijksweg zijn overgenomen uit het wettelijk geluidregister (download 10 maart 2020). Het geluidscherm is aan beide zijden akoestisch reflecterend en heeft een scherpe tophoek (Cp = 0 dB).
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
6
5
Rekenresultaten
5.1
Algemeen
De geluidbelasting vanwege alle genoemde geluidbronnen is in kaart gebracht. We hebben veelal figuren ingevoegd om inzichtelijk te maken wat de geluidbelasting is op welke gevel. In de figuren hebben we vier kleuren verwerkt: groen, geel, rood en paars. Deze kleuren geven het volgende weer: Groen: de geluidbelasting is lager of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Vanuit de Wet geluidhinder is er geen bezwaar tegen nieuwbouw. Geel: de geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar lager dan de maximale ontheffingswaarden. De maximale ontheffingswaarde is 63 dB voor de gemeentelijke wegen afzonderlijk en 53 dB vanwege de rijksweg. Er moet een zogenoemde hogere waarde bij de gemeente worden aangevraagd als bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet doelmatig zijn. Rood en paars: de geluidbelasting is hoger dan de maximale ontheffingswaarden. Dit betekent dat een gevel doof moet worden uitgevoerd (dus zonder te openen delen). Voor rijksweg A10 geeft de kleur rood de geluidbelasting tot 63 dB weer en de kleur paars vanaf 63 dB. Alle resultaten betreffen de geluidbelasting inclusief de te hanteren aftrek vanwege artikel 110g uit de Wet geluidhinder. Voor wegen waar de representatief te achten snelheid voor de lichte motorvoertuigen lager dan 70 km/u is, bedraagt de aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder 5 dB.
In deze situatie zijn dit de gemeentelijke wegen. Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/u of hoger, in deze situatie rijksweg A10, geldt de volgende aftrek: 3 dB als de geluidbelasting zonder toepassing van artikel 110g Wet geluidhinder 56 dB is; 4 dB als de geluidbelasting zonder toepassing van artikel 110g Wet geluidhinder 57 dB is; 2 dB als de geluidbelasting afwijkt van de onder de hiervoor genoemde waarden.
5.2
Berekende geluidbelasting
5.2.1 Algemeen De geluidbelasting vanwege rijksweg A10 is in de figuren 2 t/m 7 afgebeeld. Figuur 2 en 3 geeft de geluidbelasting weer van de twee woongebouwen in het westen, gebouw A en B. Figuur 3 en 4 geeft de geluidbelasting weer van de twee woongebouwen in het midden, gebouw C en D, en figuur 6 en 7 geeft de geluidbelasting weer van de twee woongebouwen in het oosten van het plan (gebouw E en F). De geluidbelasting vanwege de relevante gemeentelijke wegen is in de figuren 8, 9 en 10 afgebeeld.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
7
5.2.2
Resultaten wegverkeer rijksweg A10
Gebouw A en B Figuur 2 geeft weer dat de noord- en westgevel in het geheel doof moet worden uitgevoerd. De hoogste geluidbelasting is bepaald op de oostgevels van de gebouw A en B en is 72 dB. Figuur 3 geeft weer dat de oostgevel vanaf circa 5 meter hoogte doof moet worden uitgevoerd. De zuidgevel van zowel gebouw A als B hoeft niet doof te worden uitgevoerd. Voor de onderste bouwlagen moet voor de oost- en zuidgevel een hogere waarde worden aangevraagd. De berekende geluidbelasting is terug te vinden in bijlage II.
B A
Figuur 2 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | noord perspectief
A B
Figuur 3 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | zuid perspectief
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
8
Gebouw C en D Figuur 4 geeft weer dat de noord- en westgevel vanaf circa 5 meter hoogte doof moet worden uitgevoerd. De hoogste geluidbelasting is bepaald op de oostgevels van de gebouw C en D en is 72 dB. Figuur 5 geeft weer dat de oostgevel vanaf circa 5 meter hoogte doof moet worden uitgevoerd. De zuidgevel van zowel gebouw C als D hoeft niet doof te worden uitgevoerd. Voor de onderste bouwlagen moet voor de oost- en zuidgevel een hogere waarde worden aangevraagd. De berekende geluidbelasting is terug te vinden in bijlage II.
D
C
Figuur 4 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | noord perspectief
C
D
Figuur 5 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | zuid perspectief
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
9
Gebouw E en F Figuur 6 geeft weer dat de noord- en westgevel vanaf 5 meter hoogte doof moet worden uitgevoerd. De hoogste geluidbelasting is bepaald op de oostgevels van de gebouw B en C en is 72 dB. Figuur 7 geeft weer dat de oostgevel vanaf circa 5 meter hoogte doof moet worden uitgevoerd. De zuidgevel van zowel gebouw E als F hoeft niet doof te worden uitgevoerd. Voor de onderste bouwlagen moet voor de oost- en zuidgevel een hogere waarde worden aangevraagd. De berekende geluidbelasting is terug te vinden in bijlage II.
F
E
Figuur 6 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | noord perspectief
E
F
Figuur 7 Geluidbelasting vanwege rijksweg A10 na wettelijke aftrek | zuid perspectief
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
10
5.2.3
Resultaten wegverkeer gemeentelijk wegen
Noorderbreedte Gebouw A en B De berekende geluidbelasting vanwege de Noorderbreedte voldoet aan de voorkeursgrenswaarde 48 dB. Er is geen visualisatie gemaakt. Gebouw C en D Figuur 8 geeft weer dat de voorkeursgrenswaarde op de zuidgevel wordt overschreden. Dit geldt voor de gehele gevel voor gebouw D. Vanaf circa 20 meter hoogte wordt op de zuidgevel van gebouw C voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op de overige gevels wordt deze vanwege de Noorderbreedte niet overschreden. De berekende geluidbelasting is terug te vinden in bijlage II.
C
D
Figuur 8 Geluidbelasting vanwege Noorderbreedte na wettelijke aftrek | zuid perspectief Gebouw E en F Figuur 9 geeft weer dat voor een deel van de oostgevel een hogere waarde moet worden aangevraagd. De hoogste geluidbelasting is 56 dB na wettelijke aftrek van 5 dB op de zuidgevel. De voorkeursgrenswaarde wordt met 8 dB overschreden. De geluidbelasting is op een groot deel van de gevel hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Op de noordgevel voldoet de geluidbelasting aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Figuur 10 geeft aan dat voor de gehele zuidgevel een hogere waarde moet worden aangevraagd. Ook op een groot deel van de westgevel wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. De berekende geluidbelasting is terug te vinden in bijlage II.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
11
F
E
Figuur 9 Geluidbelasting vanwege Noorderbreedte na wettelijke aftrek | noord perspectief
E
F
Figuur 10 Geluidbelasting vanwege Noorderbreedte na wettelijke aftrek | zuid perspectief Westerlengte en Oosterlengte Er zijn geen visualisaties gepresenteerd van de geluidbelasting afkomstig van de Westerlengte en Oosterlengte. De geluidbelasting vanwege deze wegen voldoen op alle gevels aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
12
5.2.4 Conclusie rekenresultaten De geluidbelasting vanwege de Westerlengte en Oosterlengte is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er vanwege deze wegen geen bezwaren voor de beoogde nieuwbouw. Vanwege de Noorderbreedte wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op de zuidgevel van gebouw C tot en met F en op de oost- en westgevel van de gebouwen E en F. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Bij de gemeente Amsterdam moet vanwege de Noorderbreedte hogere waarden worden aangevraagd. De geluidbelasting vanwege rijksweg A10 is maatgevend bij de verdere uitwerking van het plan. Nagenoeg de gehele oost-, noord en westgevels van gebouw A t/m F moeten doof worden uitgevoerd, omdat de maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt overschreden. Alleen op de zuidgevels wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
13
6
Geluidbeperkende maatregelen
Geluidbeperkende maatregelen kunnen getroffen worden om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB per weg. Om de geluidbelasting te reduceren zou een geluidreducerend wegdek kunnen worden aangebracht of een geluidscherm kunnen worden gerealiseerd. De gemeente Amsterdam kan een hogere waarde voor de geluidbelasting op de gevels vaststellen als, verdergaande, geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige of financiële aard ontmoeten. Rijksweg A10 Voor de rijksweg zijn al geluidbeperkende maatregelen (geluidreducerend wegdek en geluidschermen) getroffen. Verdergaande maatregelen ontmoeten bezwaren van financiële aard. Gemeentelijke wegen Geluidreducerend wegdek Stille wegdekken zijn voor wegbeheerders een van de weinige mogelijkheden om effectieve geluidreductie te realiseren. Afhankelijk van het type, het soort verkeer en de snelheid van het verkeer kan het geluidniveau met circa 4-5 dB worden verlaagd. De keus voor een wegdek in een bepaalde situatie moet door de wegbeheerder goed onderzocht worden, omdat sommige typen wegdekken niet goed functioneren (reduceren) onder bepaalde verkeersstromen. Dit soort wegdekken zijn slecht bestand tegen wringend verkeer (optrekkend en remmend verkeer).
Hierdoor kan het wegdek ook niet worden toegepast ter hoogte van kruispunten en enkele tientallen meters voor een kruispunt. De genoemde afname is voldoende om voor een groot deel van de bebouwing de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. De vraag is of de gemeente Amsterdam een geluidreducerend asfalt wilt op de Noorderbreedte.
Geluidscherm Voor een voldoende geluidafschermende werking moeten geluidschermen een hoogte hebben die een relatie heeft met de hoogte van de achterliggende bebouwing. Om in de onderhavige situatie de hogere bouwlagen te beschermen zou een scherm met een hoogte van meer dan 5 meter geplaatst moeten worden langs de Noorderbreedte nabij gebouw C tot en met F. Een dergelijk hoog scherm vormt in de onderhavige situatie een stedenbouwkundig en architectonisch ongewenste barrière. Ook kunnen zich verkeersgevaarlijke situaties voordoen nabij de kruisingen (belemmering zicht). Bovendien is het realiseren van een gesloten geluidscherm praktisch onmogelijk vanwege de in- en uitritten.
Verkeersmaatregelen De geluidbelasting van de woningen kan ook door het treffen van verkeersmaatregelen worden verlaagd. Bij bestaande wegen kan bijvoorbeeld de maximumsnelheid worden verlaagd waardoor de geluidbelasting afneemt. Een andere optie is het verlagen van de verkeersintensiteit bijvoorbeeld door het sluiten voor zwaar verkeer, het instellen van éénrichtingsverkeer, of door het verkeersluw maken. De betreffende wegen zijn echter (doorgaande) ontsluitingswegen waar een goede doorstroming van het verkeer gewenst is. Het treffen van
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
14
verkeerskundige maatregelen belemmeren de gewenste doorstroming en stuiten daarmee op bezwaren van verkeerstechnische aard, ook voor het calamiteitenvervoer. Conclusie geluidbeperkende maatregelen Bij dit project zijn geluidbeperkende maatregelen, naast de toepassing van een geluidreducerend wegdek op de Noorderbreedte, geen optie. De maatregelen zijn niet doeltreffend genoeg en kennen technische, financiële en stedenbouwkundige bezwaren. Wanneer de gemeente kiest voor een geluidreducerend wegdek op de Noorderbreedte, dan blijven de woningen hoog geluidbelast worden door rijksweg A10.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
15
7
Toetsing gemeentelijk geluidbeleid
In de Wet geluidhinder is bepaald dat de geluidbelasting van nieuwe woningen in de geluidzone van een weg, spoorweg of industrieterrein, bij voorkeur niet hoger mag zijn dan de aangegeven voorkeursgrenswaarde. De gemeente kan bij besluit een hogere waarde van de geluidbelasting aanvaardbaar achten. Echter, de geluidbelasting mag niet hoger zijn dan het in de Wet geluidhinder aangegeven maximum. De gemeente mag zelf bepalen onder welke voorwaarden zij een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde toelaatbaar acht. De voorwaarden die de gemeente Amsterdam stelt, zijn in paragraaf 3.2 opgenomen. Dove gevels Zoals geconcludeerd in hoofdstuk 6 moeten de meeste gevels doof worden uitgevoerd. Aandachtspunt bij het realiseren van een verblijfsruimte aan alleen een dove gevel is de spuiventilatie. In het Bouwbesluit is opgenomen dat voor iedere verblijfsruimte beweegbare constructieonderdelen in de uitwendige scheidingsconstructie moeten zijn opgenomen ten behoeve van de spuiventilatie. Ten minste één van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. Een mogelijkheid is om alle gevels doof uit te voeren. Voor dove gevels kunnen geen hogere waarden worden vastgesteld. Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid hogere waarden Wet geluidhinder kan dan achterwege blijven. Er hoeft dan niet te worden voldaan aan de stille gevel eis.
Om te voldoen aan de eisen ten aanzien van spuiventilatie moeten alle verblijfsruimten grenzen aan een afgesloten loggia voorzien van een coulissendemper. Door de coulissendemper heerst in de loggia buitenluchtconditie. De verblijfsruimten grenzend aan de loggia worden via de loggia gespuid. Stille gevel Op de gevels waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, maar waar de voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden geldt het volgende: In het Amsterdamse geluidbeleid (paragraaf 3.2) geldt bij de vaststelling van een hogere waarde het uitgangspunt dat een woning moet beschikken over een stille gevel. Een stille gevel is een gevel waarop de samengestelde geluidbelasting vanwege de gezoneerde wegen niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Voor doelgroepwoningen (bijvoorbeeld studentenwoning) kan, gemotiveerd, worden afgezien van het realiseren van een stille gevel. Wel moet dan worden vastgelegd hoe de doorstroom geborgd wordt. Door voor het te openen raam een rooster met voldoende geluidisolatie aan te brengen, kan in een aantal gevallen voldoende geluidreductie worden gerealiseerd. Een alternatief kan een comfortbox zijn. Met beide voorzieningen kan de geluidbelasting op het te openen raam tot circa 15 dB worden teruggebracht. De hoogste geluidbelasting op de noordgevel is 72 dB.
Het is niet mogelijk om een stille gevel te realiseren aan de noordgevel, omdat 15 dB een te minimale reductie is om te voldoen aan een stille gevel (voorkeursgrenswaarde).
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
16
Comfortbox De comfortbox is een coulissendemper in de gevel met daarachter een ruimte met, wanneer nodig, absorptie. Hierdoor wordt de geluidbelasting voldoende gereduceerd zodat in die ruimte een te openen deel kan worden gemaakt voor de spuiventilatie. In figuur 7.1 is een voorbeeld van een comfortbox weergegeven.
Figuur 7.1 Comfortbox De gemeente Amsterdam staat vooralsnog niet toe dat een comfortbox wordt toegepast in een dove gevel. De gemeente staat wel toe dat een comfortbox wordt toegepast bij woningen om te voldoen aan de eis van een stille gevel, dus bij woningen waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden. Bij het merendeel van de woningen wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden en moeten gevels doof worden uitgevoerd. Voor deze situaties kan bijvoorbeeld een verglaasd balkon of loggia uitkomst bieden of kan een vliesgevel worden toegepast.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
17
Verglaasde balkons en loggia’s Amsterdam staat toe dat dove gevels worden onderbroken door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot bij voorkeur de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zodat in de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. Een hogere waarde is hier alleen mogelijk als elders een (verplichte) stille zijde aanwezig is. Deze voorzieningen worden aangemerkt als een geluidwerende maatregel in het overdrachtsgebied (tussen bron en ontvanger). Vliesgevel Een vliesgevel is een gebouwgebonden geluidwerend scherm dat is aangebracht vóór (de thermische schil van) een gebouw. Een vliesgevel wordt aangemerkt als een geluidwerende maatregel in het overdrachtsgebied (tussen bron en ontvanger). Met deze voorziening wordt de geluidbelasting op de gevel teruggebracht tot bij voorkeur de voorkeursgrenswaarde, zodat in de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. Een vliesgevel overlapt in principe de gehele geluidbelaste gevel (dus: voor-, zij- of achtergevel) van een woning. Een vlies voor alleen het raam is derhalve niet toelaatbaar. Van belang voor de toepassing van een vliesgevel is de waarborg van buitenluchtkwaliteit tussen vliesgevel en gevel. Elke verblijfsruimte moet een te openen deel hebben om te kunnen spuien.
Het spuien kan alleen plaatsvinden als er sprake is van een buitenluchtconditie. Om een buitenluchtconditie te realiseren tussen de vliesgevel en gevel kan de vliesgevel voorzien worden van dempers/roosters. Daarnaast is het aspect brandveiligheid en thermisch comfort (oververhitting) bij toepassing van een vliesgevel van belang om te onderzoeken. Conclusie maatregelen Er is niet zondermeer woningbouw mogelijk op deze locatie. Een optie is om een verglaasd balkon/loggia toe te passen bij woningen of een gehele vliesgevel voor het gebouw te plaatsen, zodat de achtergelegen gevels voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Bij woningen waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden kan een comfortbox of een akoestisch gesloten afscherming op balkon/loggia uitkomst bieden om te voldoen aan de gemeentelijke voorwaarde van een stille gevel.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
18
8
Eerste beoordeling karakteristieke geluidwering
Wanneer een hogere geluidbelasting op de gevels aanwezig is, stelt het Bouwbesluit 2012 eisen aan de karakteristieke geluidwering van een gevel die een scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht. De karakteristieke geluidwering mag niet kleiner zijn dan het verschil tussen de geluidbelasting op de beschouwde gevel bepaald volgens de Wet geluidhinder en de grenswaarde voor het geluidniveau in het verblijfsgebied. Bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit is de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting en 33 dB bij wegof spoorweglawaai. Een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied heeft een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB. Gezien de hoogte van de geluidbelasting moeten de woningen worden voorzien van een WTW-ventilatiesysteem, oftewel mechanische luchttoevoer en luchtafvoer. Het plaatsen van ventilatievoorzieningen in de gevels is voor dit plan niet haalbaar in relatie tot de geluidweringeis uit het Bouwbesluit. Ook is het toepassen van ventilatievoorzieningen in hoogbouw niet wenselijk in verband met tochtklachten.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met een goede kier- en naaddichting en beglazingen met een hoge geluidisolatie (dikkere/zwaardere glaspakketten). Ook adviseren we de dichte wandconstructies op te bouwen met steenachtig materiaal, bijvoorbeeld steenachtige spouwmuur of een HSB-constructie met een steenachtige buitenafwerking. Paneelconstructies moeten zoveel mogelijk worden voorkomen, dan wel verzwaard worden uitgevoerd.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
19
9
Samenvatting en conclusie
In verband met het mogelijk toevoegen van woningbouw vlakbij rijksweg A10 aan de Noorderbreedte in Amsterdam Noord heeft de gemeente Amsterdam aan LBP|SIGHT gevraagd om de situatie wat betreft wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. De mogelijke woningbouw betreft zes woongebouwen met totaal 250 woningen. Zowel de Noorderbreedte als rijksweg A10 zorgen voor een hogere geluidbelasting op de gevels. Aan de hand van verticale grids hebben we in hoofdstuk 5 de geluidbelasting per bron gevisualiseerd. De berekende geluidbelasting hebben we per bron opgenomen in bijlage II. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Westerlengte en Oosterlengte: De geluidbelasting vanwege deze wegen is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Noorderbreedte: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden op de zuidgevel van gebouw C tot en met F en op de oost- en westgevel van gebouw E en F. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden vanwege de Noorderbreedte. Bij de gemeente Amsterdam moet vanwege de Noorderbreedte hogere waarden worden aangevraagd. Rijksweg A10: De geluidbelasting is op de meeste gevels hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Nagenoeg de gehele gevels van gebouw A t/m F moeten doof worden uitgevoerd. Alleen op de noordgevels wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden.
Maatregelen Geluidbeperkende maatregelen zijn onvoldoende doeltreffend of hebben overwegende bezwaren van technische, financiële en stedenbouwkundige aard. Dove gevels De meeste gevels moeten doof worden uitgevoerd. Aandachtspunt bij het realiseren van een verblijfsruimte aan alleen een dove gevel is de spuiventilatie. In het Bouwbesluit 2012 is opgenomen dat voor iedere verblijfsruimte beweegbare constructieonderdelen in de uitwendige scheidingsconstructie moeten zijn opgenomen ten behoeve van de spuiventilatie. Ten minste één van die beweegbare constructieonderdelen is een beweegbaar raam. In hoofdstuk 7 staan mogelijkheden voor het realiseren van woningen met dove gevels. Stille gevels Als de woningen worden uitgevoerd met een dove gevel dan moeten die woningen altijd een stille zijde hebben. Dit is niet zonder meer oplosbaar. Een mogelijkheid voor woningen met een dove gevel is het maken van een volledige verglaasde buitenruimte die qua afmetingen voldoet aan de voorwaarden uit het geluidbeleid en voorzien is van geluid gedempte ventilatieroosters.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
20
In een vervolgonderzoek wordt getoetst aan de gemeentelijke voorwaarden die gelden voor nieuwe woningen. Het realiseren van een stille gevel (wanneer dat moet, afhankelijk van de doelgroep) is in sommige gevallen mogelijk door toepassing van een rooster voor het te openen deel of de toepassing van een zogenoemde “comfortbox”. Een comfortbox mag niet worden toegepast in een dove gevel, dus bij woningen waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden.
LBP|SIGHT BV
F. (Fabian) Wieland MSc
ing. K. (Karin) Auée
Bijlagen: 2
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
21
Bijlage I
Wettelijk kader
Definitie weg Een weg is een voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande weg alsmede een spoorweg die niet is aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 106, of de geluidplafondkaart (artikel 1 van de Wet geluidhinder). Geluidzones Conform de Wet geluidhinder moet voor nieuw te realiseren geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een geluidbron een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. Hierbij moet verslag gedaan worden van de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw vanwege die geluidbron. Geluidzones wegverkeer Stedelijk gebied 1 – 2 rijstroken
200 meter
3 of meer rijstroken
350 meter Buitenstedelijk gebied
1 – 2 rijstroken
250 meter
3 – 4 rijstroken
400 meter
5 of meer rijstroken
600 meter
Stedelijk gebied: Gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom binnen de zone van een auto(snel)weg. Buitenstedelijk gebied: Het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom binnen de zone van een auto(snel)weg. Bebouwde kom: De bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet 1994. Auto(snel)weg: Een auto(snel)weg volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, in de praktijk moet er langs de weg een auto(snel)weg bord zijn geplaatst.
Geluidgevoelige objecten Geluidgevoelige gebouwen zijn: woning onderwijsgebouw ziekenhuis verpleeghuis verzorgingstehuis psychiatrische inrichting kinderdagverblijf woonwagenstandplaats (als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag) ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen Overige gebouwen zijn niet geluidgevoelig.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
Aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder Voordat de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevel van een geluidgevoelig object wordt getoetst aan de wettelijke grenswaarden, mag een aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder worden toegepast. Door deze aftrek toe te passen, wordt rekening gehouden met de verwachting dat de geluidemissie van motorvoertuigen in de toekomst gereduceerd zal worden. Tijdelijke aftrek voor wegen vanaf 70 km/u Voor wegen waar de representatief te achten snelheid voor de lichte motorvoertuigen lager dan 70 km/u is, bedraagt de aftrek volgens artikel 110g Wet geluidhinder 5 dB. Voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/u is de aftrek: 3 dB als de geluidbelasting zonder toepassing van artikel 110g Wet geluidhinder 56 dB is; 4 dB als de geluidbelasting zonder toepassing van artikel 110g Wet geluidhinder 57 dB is; 2 dB als de geluidbelasting afwijkt van de onder de hiervoor genoemde waarden.
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020
Bijlage II
Berekende geluidbelasting op rekenpunten
V072422aa.203KQH9.sbl | versie 01_001 | 16 april 2020