CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagen Jaarverslag 2022.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 22 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Jaarverslag 2022 (VN2023-012687)4.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jaarverslag 2022 Bijlagen

Colofon

Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Fotobank Gemeente Amsterdam Datum: 26 april 2023 Bijlage Jaarverslag 2022

2

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 1 Stedelijk Mobiliteitsfonds

4

2 Kengetallen CEFG

8

3 Subsidies

10

4 Frictiekosten

12

Bijlage Jaarverslag 2022

3

H1

1 Stedelijk Mobiliteitsfonds Het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF) is een fonds ter verbetering van het verkeer- en vervoersysteem en de openbare ruimte. Het fonds wordt gevuld met parkeer­opbrengsten. Het SMF legt een directe en zichtbare relatie tussen de inkomsten uit parkeren en de bestedingen op het gebied van verkeer, vervoer en openbare ruimte. Reguliere activiteiten, zoals instandhouding, beheer en reguliere beleidstaken, worden niet gedekt uit het fonds maar uit de algemene middelen. Deze activiteiten moeten we namelijk altijd uitvoeren, ook als er geen parkeeropbrengsten zouden zijn.

Verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds

Opheffen van het Stedelijk Mobiliteitsfonds

Het kader en de spelregels voor het SMF zijn vastgelegd in een Verordening, regelende de voeding, het beheer en de bestedingen van het fonds. In de Verordening is ook het instrument van overprogrammering opgenomen omdat we in voorgaande jaren een onderbesteding zagen van ca. 30-40%, ondanks diverse maatregelen om de onder­ besteding te beperken. De lagere besteding komt voornamelijk doordat projecten vaak later in de tijd worden gerealiseerd dan gepland. Daarvoor zijn diverse oorzaken, bijvoorbeeld door een langer bestuurlijk besluitvormingsproces, omgevingsfactoren, knelpunten in de capaciteit, bijstellingen in de scope of onvoorspelbare complexiteit.

Tezamen met de besluitvorming over de Begroting 2023 is de verordening op het Stedelijk Mobiliteitsfonds met ingang van 1 januari 2023 ingetrokken. Doelstelling is om de parkeeropbrengsten volledig onder te brengen in de algemene middelen en niet langer te oormerken voor uitgaven voor de verbetering van verkeer- en vervoers­ systemen en de openbare ruimte. Voor deze uitgaven wordt een vervangende werkwijze opgetuigd, maar die ademt niet mee met de groei van de parkeer­ opbrengsten als gevolg van uitbreidingsgebieden voor betaald parkeren of als gevolg van tariefswijzigingen.

Door het instrument van overprogrammering nemen we meer projecten in voor­ bereiding dan waar feitelijk budget voor is, zodat we altijd voldoende massa hebben om tot uitvoering te komen en flexibeler kunnen inspelen op onvoorziene risico’s in de planning. Het doel van de maatregel is om het bestedingsvolume in het lopende jaar te verhogen. Door de jaarlijkse actualisatie van het SMF wordt nooit meer uitgegeven dan er daadwerkelijk in de reserve zit en kan indien nodig worden bijgestuurd door reserveringen in latere jaren naar beneden bij te stellen.

De opvolger van het SMF heet vanaf 2023 het Programma Stadsverbetering. De volgende set aan spelregels is voor dit programma vastgesteld: 1. Het toepassen van 100% eindejaarmarge op het totaal van alle (huidige) bestedingen binnen het programma Stadsverbetering vanaf boekjaar 2023, hetgeen betekent dat alle onderuitputting meegenomen kan worden naar toekomstige jaren (en andersom: dat alle overschrijdingen moeten worden gecompenseerd in de meerjarenperiode); 2. Het onderscheiden van bestedingen in het kader van Stadsverbetering van de overige begrotingsposten in de relevante begrotingsprogramma’s; 3. Het handhaven van het instrument van overprogrammering binnen het programma Stadsverbetering; 4. Het zo nodig aanwenden van de algemene reserve om overschrijdingen en onderschrijdingen te compenseren in de meerjarenperiode en dat te verwerken in de eerstvolgende actualisatie van de meerjarige bestedingen Stadsverbetering; 5. Het programmabudget Stadsverbetering vanaf de eerstvolgende indexering, net als de andere begrotingsposten, jaarlijks te indexeren conform de vastgestelde regeling systematiek nominale compensatie;

In de Verordening is ook geregeld dat de bestedingen die niet worden aangewend in het lopende jaar, doorschuiven naar het volgende jaar of vrijvallen binnen het fonds. Het SMF wordt jaarlijks geactualiseerd en voorzien van een nieuw bestedingsvoorstel, inclusief nieuwe jaarschijf.

Bijlage Jaarverslag 2022

4

H1

6. Om de meerjarige continuïteit van de bestedingen en afspraken met marktpartijen te borgen en de benodigde stappen te kunnen zetten om binnen het programma Stadsverbetering bij de Voorjaarsnota 2023 tot een sluitend voorstel te komen, voor de jaarschijven vanaf jaar 2027 uit te gaan van een budget dat gelijk is aan 2026 (max € 85 miljoen). Met nadere in achtneming van een mogelijke additionele schuif van Stadsverbetering naar Stadsbehoud. We borgen hiermee meerjarige zekerheid over de beschikbaarheid van budget en maken -naar analogie van de werkwijze bij investeringen- ruimte in de begrotingsregels om flexibel te kunnen schuiven tussen jaren. Daarmee blijven middelen beschikbaar voor de programma’s, projecten, producten en pilots als vertraging optreedt.

Exploitatiedeel Stedelijk Mobiliteitsfonds 2022 Onderstaande tabel geeft een overzicht van de exploitatie van het SMF in 2022. De kolom Begroting 2022 geeft de Begroting na verwerking Najaarsnota weer.

De opbrengsten straatparkeren (parkeerbelasting) worden volledig overgeheveld naar de algemene middelen vanaf boekjaar 2023, hetgeen betekent dat autonome ontwikkelingen voor risico van de algemene middelen zijn. Dit geldt ook voor het risico ten aanzien van de stelpost coronacompensatie van € 40 miljoen. Bij het opmaken van de Jaarrekening 2022 is nog geen invulling gegeven aan dit besluit. Naar verwachting wordt er in de eerste helft van 2023 meer duidelijk over de compensatie van het Rijk en ook over de interne afwikkeling in de begroting van Amsterdam.

Tabel 1. Exploitatie Stedelijk Mobiliteitsfonds (bedragen x € 1.000.000) (bedragen x € 1.000.000)

Begroting 2022

Realisatie 2022

Verschil

Bruto Parkeeropbrengsten

297,3

298,8

1,4

+ Rijkscompensatie voor derving

40,0

0,0

-40,0

- Kosten inning en handhaving

92,0

93,5

1,5

Netto parkeeropbrengsten

245,4

205,3

-40,1

- Afdracht algemene middelen

140,3

140,0

-0,3

Dotatie aan reserve SMF

105,1

65,3

-39,7

Bijlage Jaarverslag 2022

De bruto parkeeropbrengsten zijn uitgekomen op € 298,8 miljoen, bij een herziene Begroting van € 297,3 miljoen. De begroting 2022 was met € 21,7 miljoen neerwaarts bijgesteld in verband met lagere parkeeropbrengsten door Covid-19 die vooral in de eerste maanden van het jaar zijn opgetreden. Het is al duidelijk dat de derving 2022 niet door het Rijk wordt vergoed. De Rijkscompensatie voor derving die hierboven in de tabel staat heeft betrekking op 2021. Daarvoor was in de jaarrekening 2021 al een verwachte compensatie van € 40 miljoen opgenomen; het is evenwel nog steeds onduidelijk of dat in deze omvang daadwerkelijk wordt ontvangen. Bij het opheffen van het SMF in de Begroting 2023 is hierover het volgende besloten:

De kosten voor inning en handhaving en de afdracht aan de algemene middelen wijken met € 1,5 miljoen respectievelijk - € 0,3 miljoen nauwelijks af van de begroting. Bij parkeren wordt de kostenstijging vooral veroorzaakt door de indexatie van kosten bij parkeergebouwen en door extra kosten door meer evenementen. Per saldo komt de dotatie aan het SMF uit op € 65,3 miljoen in 2022, wat € 39,7 miljoen lager is dan de bijgestelde begroting.

5

H1

Reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds

Toelichting op belangrijkste afwijkingen

Hieronder wordt het verloop van de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds gepresenteerd. De kolom Begroting 2022 geeft de Begroting na verwerking Najaarsnota weer.

De meeste activiteiten die ten laste komen van het SMF worden uitgevoerd door de directie Verkeer & Openbare Ruimte. Het gaat bijvoorbeeld om beleidsontwikkelingen, verkeerskundige onderzoeken en autoluwe maatregelen. Daarnaast worden de programma’s Luchtkwaliteit en Groengelden uitgevoerd door de directie Ruimte & Duurzaamheid. Hieronder een overzicht van de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting: • Uitvoeringsagenda Mobiliteit / Autoluwe wijken (begroot 2022 € 11,7 miljoen, besteed € 7,8 miljoen, lagere lasten € 3,9 miljoen). De onderschrijding wordt veroorzaakt doordat er drie grote deelprojecten, mede door capaciteitsgebrek, nog niet in uitvoering zijn genomen maar zijn uitgesteld en opnieuw in tijd worden gepland. Dit betreft diverse OV-maatregelen, aanpak voor autoluwe wijken en de aanpak van kruispunten op de S100 (Centrumring). Daarnaast is de pilot knip Weesperstraat doorgeschoven. • Fietsroute Nieuwmarkt (begroot 2022 € 2,6 miljoen, besteed € 0,1 miljoen, lagere lasten € 2,4 miljoen). De start van de uitvoering was gepland in 2022, maar is uitgesteld in verband met raakvlakprojecten zoals het herstel van kademuren in de nabije omgeving. De uitvoering is doorgeschoven naar begin 2023.

Daarnaast is van de Vervoerregio Amsterdam al in 2022 een voorschot op een BDU-subsidie ontvangen van € 0,4 miljoen waardoor de dekking vanuit het SMF slechts zeer beperkt hoefde te worden aangesproken. • Herinrichting Koninginneweg (begroot 2022 € 2,9 miljoen, besteed 0,5 miljoen, lagere lasten € 2,4 miljoen). De uitvoering van dit project is in mei 2022 gestart en wordt naar verwachting in zomer 2023 opgeleverd. Het project loopt goed op schema, maar de rekeningen ijlen wat na. De lagere lasten in het SMF worden vooral veroorzaakt doordat de bijdragen van het GVB en van het herplantfonds van totaal € 1,9 miljoen al in 2022 zijn ontvangen, waardoor de dekking vanuit het SMF slechts zeer beperkt hoefde te worden aangesproken. • 30 als norm (begroot 2022 € 3,2 miljoen, besteed 1,0 miljoen, lagere lasten € 2,3 miljoen). Het uitvoeringsbesluit is in november 2022 door het college van B&W genomen en doorgeleid naar de gemeenteraad ter besluitvorming in januari 2023. Dat is conform planning. Het project heeft wel last van het gebrek aan beschikbare personele capaciteit. Daardoor zijn de voorbereide werkzaamheden voor BLVCmaatregelen en communicatie in 2022 nog nauwelijks in gang gezet en de kosten onderschreden.

Tabel 2. Reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (bedragen x € 1.000.000) (bedragen x € 1.000.000)

Begroting 2022

Realisatie 2022

Beginstand

141,5

141,5

+ Dotatie parkeerinkomsten

105,1

65,3

Saldo

246,6

206,8

Totaal onttrekkingen

124,2

118,0

- Onttrekking bestedingen SMF

100,2

94,0

- Overheveling reserve achterstallig onderhoud

24,0

24,0

Eindstand

122,4

88,9

De lagere dotatie van de parkeeropbrengsten is een gevolg van de nog niet ontvangen compensatie voor de coronaderving voor parkeren. In de Najaarsnota 2022 is de verwachte onderbesteding in het SMF in beeld gebracht, wat heeft geresulteerd in een neerwaartse bijstelling op de verwachte onttrekkingen van in totaal € 21,3 miljoen. Het begrote totaal aan onttrekkingen is daarmee uitgekomen op 124,2 miljoen. De realisatie binnen het SMF, inclusief de overheveling naar de reserve achterstallig onderhoud, is uitgekomen op € 118,0 miljoen in 2022. In een percentage uitgedrukt is de realisatie uitgekomen op 95% ten opzichte van de bijgestelde begroting bij Najaarsnota. Dat is aanmerkelijk lager dan de 121% bestedingsratio uit 2021, maar ongeveer gelijk aan de 94% over 2020 en veel hoger dan de 60 -70% die gebruikelijk was in de jaren voor de introductie van overprogrammering. De lagere besteding uit zich ook in de tragere afname van de reserve SMF. In 2021 is de reserve afgenomen met € 74,6 miljoen tot € 141,5 miljoen. In 2022 met € 52,6 miljoen tot € 88,9 miljoen, met daarbij de kanttekening dat aan de reserve in 2023 nog de na-ijlende coronacompensatie 2021 van het Rijk zal worden gedoteerd. In de bestedingsoverzichten van het programma Stadsverbetering wordt de reserve eind 2026 tot nul afgebouwd.

Bijlage Jaarverslag 2022

6

H1

• Fietsdepot in tunnelbuis (begroot 2022 € 1,9 miljoen, besteed € 0, lagere lasten € 1,9 miljoen). Het bedrag was bestemd voor proceskosten en eerste investeringskosten voor de verplaatsing van het fietsdepot van Westpoort naar een tunnelbuis in het Centraal Station. Begin 2022 is gebleken dat deze locatie niet haalbaar is. Vervolgens is nog gezocht naar een alternatief dichter bij de stad, maar dat heeft geen resultaat opgeleverd. • Groengelden (begroot 2022 € 5,0 miljoen, besteed € 3,0 miljoen, lagere lasten € 1,9 miljoen). Bij de Groensubsidies is vaak sprake van een na-ijleffect; subsidies die dit jaar worden aangevraagd en verleend worden vaak pas een jaar later vastgesteld en uitbetaald. Verder is er bij verschillende projecten sprake van langdurige inspraaktrajecten, lange besluitvorming en complexe aanbesteding, ook dat zorgt voor vertraging. En bij sommige projecten heeft corona en onderbezetting van projectteams ook een vertragende rol gespeeld. Al deze aspecten tezamen zorgen ervoor dat het bestedingsritme van de Groengelden erg moeilijk is in te schatten en dat ook dit jaar weer een onderbesteding heeft plaatsgevonden t.o.v. de eerder afgegeven prognose.

Bijlage Jaarverslag 2022

7

H2

2 Kengetallen CEFG De City Economic and Financial Governance Group (CEFG Group) is in juni 2014 opgericht en is een Europese samenwerking tussen de CFO’s en financieel directeuren van de volgende steden: Amsterdam, Barcelona, Bordeaux, Dublin, Hamburg, London, Milaan en Vilnius. De CEFG Group heeft zich onder meer ten doel gesteld om te pleiten voor goed, transparant en duurzaam financieel beheer in de Europese steden.

Een van de eerste resultaten is de ontwikkeling van een set van financiële kengetallen, welke in lijn zijn met de verslaggevingsregels van de ESA, IPSAS, IMF en de Wereldbank. Om de vergelijkbaarheid met de andere Europese steden te kunnen realiseren zijn de Engelse definities gehanteerd met daarbij een Nederlandse toelichting. Met ingang van 2016 nemen wij deze kengetallen voor financial health op om een bijdrage te leveren aan de vergelijkbaarheid binnen Europa.

Financial Health Kpis (fh) code

Kengetal

Berekening

2019

2020

2021

2022

Autonomy

FH1=OP5/OP9

Financial Autonomy - In welke mate is de gemeente Amsterdam financieel afhankelijk van andere overheidslichamen (bijv. Rijk, EU, Provincie)? Een hoog positief percentage impliceert een grote mate van onafhankelijkheid

= Opbrengsten uit leges, retributies en belastingen/ opbrengsten gegenereerd uit operationele bedrijfsactiviteiten

31%

24%

25%

27%

Balance

FH2=FF4/OP9

Overall Financial Flows Balance- Hoe groot is het overall overschot/tekort in de financiële transactiestromen?

= De som van de (des-)investeringen in de financiële vaste activa/ de opbrengsten gegenereerd uit de operationele bedrijfsactiviteiten

2%

1%

-1%

0%

= De netto financieringsbehoefte / gegenereerde -14% -11% -11% opbrengsten uit de operationele bedrijfsactiviteiten

-5%

Een positieve waarde impliceert dat er een positief rendement wordt behaald op in het verleden gedane investeringen in de financiële vaste activa. Bijvoorbeeld dividendopbrengsten uit deelneming X. FH3=FF1/OP9

Net Lending or Borrowing Capacity - Hoe groot is het overschot/tekort in de operationele en financiële bedrijfsactiviteiten? Een positieve waarde impliceert dat er rendement wordt gemaakt op in het verleden gedane investeringen.

FH4=OP9/ (OP13+LD3A)

Debt

Operating Balance - Is er een balans tussen de opbrengsten uit de operationele bedrijfsactiviteiten = De gegenereerde opbrengsten uit de operationele en de lasten uit operationele bedrijfsactiviteiten (incl. aflossingen van leningen)? bedrijfsactiviteiten/ (de som van de gerealiseerde lasten uit operationele bedrijfsactiviteiten +/+ de Een percentage hoger dan 100% betekent dat nieuwe investeringen in activa kunnen worden aflossingen van de onderhandse leningen) gefinancierd zonder het afsluiten van nieuwe leningen. Een percentage lager dan 100% kan duiden op een disbalans.

98%

96% 100% 101%

2%

2%

FH5=OP10/OP9 Cost of Debt - Dit kengetal geeft de relatie weer tussen de externe rentekosten en de gegenereerde opbrengsten uit operationele bedrijfsactiviteiten. Een laag percentage is positief, omdat dit aangeeft dat de rentelasten laag zijn in relatie tot de opbrengsten uit operationele bedrijfsactiviteiten.

= Externe rentelasten/ opbrengsten uit operationele bedrijfsactiviteiten

FH6=LD4/OP9

Debt Repayment Capacity - Hoe groot is de langlopende schuld ultimo boekjaar in relatie tot de opbrengsten uit operationele bedrijfsactiviteiten? De ratio is vergelijkbaar met het Stabiliteits- en Groeipact, Verdrag van Maastricht en het Bruto Binnenlands Product.

= Langlopende schulden ultimo boekjaar/ gegenereerde opbrengsten uit bedrijfsactiviteiten

FH7=LD4/LD3A

Debt Repayment Length - Hoeveel jaar duurt het om de huidige schuld terug te betalen? Hoe lager het aantal jaar, des te beter.

= De langlopende schulden ultimo boekjaar/ de aflossingen van de onderhandse leningen.

17

21

21

19

FH8=LD4/OP16

Debt Paydown Capacity - Hoe lang duurt het om de huidige schuld terug te betalen als het bruto gerealiseerde resultaat wordt ingezet? Hoe lager het aantal jaar, des te beter.

= De langlopende schulden ultimo boekjaar/ het bruto gerealiseerde resultaat.

25

60

22

16

Bijlage Jaarverslag 2022

1%

1%

124% 122% 128% 123%

8

H2

Short Term Solvency

code

Kengetal

Berekening

FH9=PP4/ (OP13+CF7)

Amount of Commercial Debts -Is de gemeente Amsterdam in staat om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen? Hoe lager het percentage des te beter.

FH10=CS5/OP9

Cash Facility Burden - Een excessief gebruik van kredietfaciliteiten kan duiden een slechte solvabiliteit voor de korte termijn. Hoe lager het kengetal, des te beter.

Bijlage Jaarverslag 2022

2019

2020

2021

2022

= De overige schulden/ (de som van de gerealiseerde lasten uit operationele bedrijfsactiviteiten +/+ de investeringen en overdrachten van materiële vaste activa)

7%

5%

4%

7%

= De (rente)ontvangsten van leningen en krediet­ faciliteiten/ de gegenereerde opbrengsten uit de operationele bedrijfsactiviteiten

0,0

0,0

0,0

0,0

9

H3

3 Subsidies Eén van de manieren waarop de gemeente Amsterdam haar doelstellingen verwezenlijkt is door subsidies te verlenen. Om de verleende subsidies te verantwoorden stellen we jaarlijks een gemeentelijke subsidiestaat op. In deze subsidiestaat geven we inzicht in: • het totaal door de gemeente verleende subsidies; • aan welke organisaties subsidies zijn verstrekt; • aan welke programma’s, programmaonderdelen en doelen uit de begroting deze subsidieverleningen hebben bijgedragen.

Verleende subsidies 2022 De gemeente Amsterdam heeft in 2022 in totaal voor € 703 miljoen aan subsidies verleend.

Het hoogste bedrag aan subsidies is verleend op de programma’s Kunst, cultuur en erfgoed, Onderwijs (inclusief Onderwijshuisvesting) en Volksgezondheid, jeugd en zorg. Op deze programma’s is 80 procent van het totaal bedrag aan subsidies verleend. De subsidies op deze programma’s zijn voornamelijk verleend door de directies Economische Zaken en Cultuur en Onderwijs, jeugd en zorg (OJZ).

Onderstaand overzicht geeft de subsidieverlening per programma aan. Programma (bedragen x € 1 miljoen) Verleende subsidies 2022 Bestuur en organisatie

0,0

Duurzaamheid en ruimtelijke ordening

6,9

Economie

28,1

Grond

0,0

Kunst, cultuur en erfgoed

183,8

Moderne open overheid

5,1

Onderwijs

98,8

Sport

18,1

Veiligheid

15,9

Verkeer, vervoer en waterstaat

0,0

Volksgezondheid, jeugd en zorg

221,9

Werk, inkomen en participatie

52,8

Wonen en groen

21,2

NVT (Onderwijshuisvesting)

50,8

Eindtotaal

703,3

Bijlage Jaarverslag 2022

De belangrijkste onderwerpen (subsidieregelingen) waar subsidies op verstrekt zijn, zijn de volgende: • Het Kunstenplan € 138 miljoen • De Regeling Sociale Basis € 101 miljoen • De Subsidieregeling Buurtteams € 80 miljoen • De Verordening Onderwijshuisvesting € 70 miljoen • De Verordening op het Lokaal Onderwijsbeleid € 43 miljoen

10

H3

Per organisatieonderdeel van de gemeente zijn de verleende subsidies als volgt:

Vergelijking met Begroting 2022 en Jaarverslag 2021

Cluster/Organisatieonderdeel

Het totaal van de Subsidiestaat 2022 is vergeleken met de begroting 2022 en de verleende subsidies 2021 (Subsidiestaat 2021).

(bedragen x € 1 miljoen) Verleende subsidies 2022 Cluster Sociaal Onderwijs, Jeugd en Zorg

274,9

Werk en Participatie

5,1

Sport en Bos

16,3

Inkomen

41,8

Cluster Ruimte en Economie Ruimte en Duurzaamheid

9,5

Wonen

12,2

Verkeer en Openbare Ruimte

0,0

Economische Zake en Cultuur

204,2

Zuidas

0,0

Cluster Bestuur en Organisatie Algemene Middelen Concern

1,0

Bestuur en Organisatie

10,5

Cluster Bedrijfsvoering Communicatie

3,4

Stadsbeheer Stadsbeheer

2,9

Stadsdeel Centrum

12,1

Stadsdeel Nieuw-West

19,5

Stadsdeel Noord

20,4

Stadsdeel Oost

17,1

Stadsdeel West

20,2

Stadsdeel Zuid

14,4

Stadsdeel Zuidoost

17,8

Eindtotaal

703,3

Bijlage Jaarverslag 2022

Vergelijking met Begroting 2022* Het totaal aan verleende subsidies in 2022 (€ 703 miljoen) is € 32 miljoen hoger dan begroot (€ 671 miljoen). Op de programma’s Volksgezondheid, jeugd en zorg (€ 26 miljoen) en Kunst, cultuur en erfgoed (€ 11 miljoen) is meer uitgegeven dan begroot. Op deze programma's is onder andere meer uitgegeven aan subsidies voor Sociale Basis en Buurtteams. Op de programma’s Onderwijs (inclusief Onderwijshuisvesting) (-/- € 10 miljoen) en Wonen en Groen (-/- € 10 miljoen) is juist minder verleend dan begroot. Ook op de andere programma’s is meer of minder uitgegeven dan begroot, maar hier zijn de afwijkingen minder significant.

Vergelijking met jaarverslag 2021 In 2022 is € 2 miljoen minder aan subsidies is verleend dan in 2021 (€ 705 miljoen). Op de programma’s Kunst, cultuur en erfgoed (-/- € 17 miljoen), Wonen en Groen (-/- € 11 miljoen) en Onderwijshuisvesting (-/- € 20 miljoen) is minder uitgegeven dan vorig jaar. Zo is onder andere ongeveer € 10 miljoen minder uitgegeven aan subsidies aan Kunstenplaninstellingen voor het treffen van coronamaatregelen en werd in 2021 nog een incidentele subsidie van € 15 miljoen aan Artis verstrekt. Op de programma’s Volksgezondheid, jeugd en zorg (+/+ € 27 miljoen) en Werk, inkomen en participatie (+/+ € 7 miljoen) is juist meer uitgegeven dan in 2021. Dat wordt vooral veroorzaakt doordat meer subsidies zijn verstrekt op de regelingen Buurtteams en Sociale Basis. * I n de financiële toelichting in de programma bladen worden redengevende verklaringen gegeven voor de afwijkingen van de realisatie ten opzichte van de begroting.

11

H4

4 Frictiekosten Frictiekosten zijn éénmalige kosten die we maken om structurele besparingen te behalen. Van de organisatieonderdelen verwachten we dat zij zo veel mogelijk zelf dekking vinden voor de frictiekosten. Als dat niet lukt, kunnen zij een beroep doen op de frictiekostenreserve. Bij de voorjaarsnota worden aanvragen ingediend (en toegekend) om een beroep te doen op de reserve frictiekosten. Als frictiekosten naar verwachting hoger of lager uitvallen wordt dit in de najaarsnota gemeld als relevante ontwikkeling. De definitieve hoogte van de onttrekking wordt bij het jaarverslag bepaald. Frictiekosten delen we in de volgende drie categorieën in: 1. Kosten die samengaan met personeelsreductie: boventalligheid en daarmee samenhangende talent- en mobiliteitsontwikkeling en (om-)scholingskosten; 2. Kosten vanwege vernieuwingen bij de bedrijfsvoering met een rendabele grondslag; 3. Randvoorwaardelijke algemene proceskosten. Voor het jaar 2022 dienden organisatieonderdelen voor in totaal € 18,9 miljoen aan aanvragen in om aan de frictiekostenreserve te mogen onttrekken. In totaal maakten deze voor € 8,9 miljoen aan frictiekosten, waarvan € 2,1 miljoen ten laste van deze reserve.

In eerste instantie komen namelijk alleen de kosten die niet gedekt kunnen worden door het resultaat van het desbetreffende organisatieonderdeel, in aanmerking voor onttrekking aan de frictiekostenreserve. Tabel 1: Frictiekosten (bedragen x € 1 miljoen) (bedragen x € 1 miljoen)

Aangevraagde frictiekosten

Gemaakte frictiekosten

BI - Mobile mapping

0,2

0,2

-

Waternet - Transitiekosten

1,4

0,5

0,5

FD - Frictiekosten

0,1

0,0

-

GGD - Boventalligen VETC

0,0

-

-

ICT - Directie Digitale Voorzienigen i.o.

0,4

-

-

ICT - Boventallig personeel

2,2

0,9

-

D&I - Meer data, minder beheer

1,9

1,9

-

M&T - transitiekosten OV-kring

1,0

1,0

1,0

OJZ - Samen doen

0,0

0,1

0,1

P&O - Boventallige medewerkers

0,7

0,7

-

FB - Hybride organisatie

4,0

-

-

Bijlage Jaarverslag 2022

Onttrokken aan reserve

(bedragen x € 1 miljoen)

Aangevraagde frictiekosten

Gemaakte frictiekosten

Onttrokken aan reserve

P&O - Implementatie hervormingslijnen

5,6

2,6

-

FD - Centrale bedrijfsvoering

0,3

-

-

SW - Informatiegestuurd beheer

0,5

0,5

-

THOR - Bovenformatief / transitiemanagers

0,5

0,5

0,5

Eindtotaal

18,8

8,9

2,1

Basisinformatie - Mobile Mapping Betreft hoofdzakelijk projectmanagement kosten die noodzakelijk zijn voor het realiseren van het project en licentiekosten. Deze kosten waren reeds in 2021 aangevraagd. Het project is in 2021 vertraagd als gevolg van de coronamaatregelen en omdat de uitvoering van de pilots complexer was dan verwacht. Hierdoor zijn een deel van deze kosten doorgeschoven naar 2022. In 2022 konden deze frictiekosten opgevangen worden in het rekeningresultaat van dit organisatieonderdeel.

Clusterstaf Ruimte en Economie – Transitiekosten Waternet De directie Waternet heeft frictiekosten gemaakt voor de transitie van het Nautisch Beheer. Daarvoor was € 1,4 miljoen aan budget toegekend. De kosten waren in 2022 circa € 0,5 miljoen, deze worden onttrokken aan de reserve.

Financiële dienstverlening - frictiekosten Dit betreft de afwikkeling van frictiekosten uit een reorganisatie in 2018. Hiervoor zijn € 0,1 miljoen begroot aan salarislasten. Hiervan is € 30.000 gerealiseerd en deze kosten konden opgevangen worden binnen het eigen programma.

12

H4

GGD – Boventalligen VETC

Personeel & Organisatie – Topfunctionarissen en boventalligen

Dit betreft de afwikkeling van frictiekosten voor VETC. Deze kosten werden uiteindelijk niet gemaakt

Dit betreft salarissen en overige personeelskosten voor de groepen boventallige medewerkers uit de gemeentelijke organisatie. Uiteindelijk is er voor € 0,7 miljoen aan frictiekosten gerealiseerd, welke konden opgevangen in het rekeningresultaat van het organisatieonderdeel.

ICT – Implementatie nieuwe Directie Digitale Voorzieningen en boventallig personeel Dit betreft frictiekosten als gevolg van het reorganisatieplan ICT. Het gaat daarbij om personeelskosten zoals (pre-)boventallige medewerkers en om voorbereiding en begeleiding van het reorganisatietraject. De totaal gemaakte kosten van € 1,3 miljoen kan binnen het eigen programma opgevangen worden.

Facilitair bureau, Personeel & Organisatie en Financiële dienstverlening – Hervormen en besparen Voor de bekostiging van de frictielasten voor een aantal hervormingslijnen bij cluster Interne Dienstverlening is een aanvraag ingediend voor 2022 voor € 9,9 miljoen op basis van de ingediende businesscases.

Clusterstaf Dienstverlening en Informatie – Meer data, minder beheer Dit betreft frictiekosten als gevolg van de reorganisatie van het I-domein. De oorspronkelijke kosten zijn bij de Viermaandsrapportage 2022 verhoogd o.a. voor kosten i-leads. De totale kosten van € 1,9 miljoen zijn binnen het eigen programma opgevangen.

Metro & Tram – Frictiekosten Na de voorbereidingen in 2020 was 2021 het transitiejaar, waarin de directie Metro en Tram is opgeheven en de positie van de gemeente in de OV-keten is gewijzigd. Deze majeure reorganisatie is gepaard gegaan met transitie- en (frictie)kosten. De totale netto transitiekosten voor de gemeente waren geraamd op € 4 miljoen. Dit betrof o.a. kosten voor het doen van onderzoek, opstellen van het programmaplan OVgovernance, communicatie, afstemmingskosten gemeente-VRA-GVB en kosten voor begeleiding. Een deel van de transitiewerkzaamheden liepen door naar 2022. De hiermee samenhangende kosten waren € 1,0 miljoen. Conform collegebesluit van 12 april 2022 (ten behoeve van de Viermaandsrapportage 2022) kunnen deze kosten ten laste van de reserve frictiekosten worden gebracht.

Onderwijs, Jeugd en Zorg – Samen doen Per 1 april 2019 is het programma samen doen in de vorm van een samenwerkings­ verband tussen verschillende partners wie? voortgezet in de buurtteams en OKT’s. De ambtenaren zijn niet allemaal herplaatst, gedetacheerd of anders ondergebracht. In 2022 is er voor € 40.000 aan frictiekosten uit de reserve aangevraagd, en uiteindelijk € 60.000 gerealiseerd. Deze kosten worden onttrokken aan de frictiekostenreserve.

Bijlage Jaarverslag 2022

Facilitair Bureau Mede door het uitstellen van de sluiting van de Jodenbreestraat, zijn de kosten van € 4,0 miljoen doorgeschoven naar 2023. Personeel & Organisatie Vanuit P&O is er uiteindelijk € 2,6 miljoen aan frictiekosten gerealiseerd. Deze konden opgevangen worden binnen het eigen organisatieonderdeel. Financiële dienstverlening Vanuit Financiële Dienstverlening zijn € 0,3 miljoen aan frictiekosten uiteindelijk niet gemaakt

Stadswerken – Informatie gestuurd beheer Dit betreft frictiekosten voor het programma informatie gestuurd beheer. Deze kosten konden worden opgevangen binnen het eigen organisatieonderdeel.

THOR – Transitiemanagers en boventalligen Bij de directie Toezicht, Handhaving en Openbare Ruimte (THOR) zijn frictiekosten gemaakt als gevolg van een reorganisatie ter omvang van € 0,5 miljoen in 2021. De kosten hebben betrekking op de inhuur van transitiemanagement en salariskosten van bovenformatieve medewerkers. In 2022 werden de laatste frictiekosten van € 0,5 miljoen gemaakt. Deze kosten worden onttrokken aan de frictiekostenreserve.

13

H4

Verloop Frictiekosten In tabel 2 laten we het verloop van de frictiekostenreserve in 2022 zien. Onder de tabel is een toelichting opgenomen. Tabel 2: Frictiekostenreserve Saldo Jaarverslag 2022 Saldo Jaarverslag 2021

5,7

Dotaties 2022

13,4

Onttrekking gemaakte frictiekosten 2022

2,1

Saldo na verwerking frictiekosten 2022

17,0

De frictiekostenreserve bedraagt eind 2021 € 5,7 miljoen. Na verwerking van een eerder besloten dotatie en de onttrekking van gemaakte frictiekosten (tot het maximum dat aan budget is toegekend), komt de nieuwe eindstand van de frictiekostenreserve uit op € 17,0 miljoen. Bij de Voorjaarsnota 2023 wordt een actueel overzicht gegeven van het te verwachten meerjarige verloop van de reserve frictiekosten.

Bijlage Jaarverslag 2022

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12856628/1