Bijlage 2 Bijlagen concept Investeringsnota NA2E 240924.pdf
Tekst van het document
-12,500
-72%
7
Berlagebrug
-2,500
-3,300
-17,200
-23,000
-100%
8
Utrechtse Brug
100
-200
200
100
1%
9
Nieuwe Utrechtseweg A2Amstelstroomlaan
-100
0
-700
-700
-5%
10
Amstelstroomlaan
100
400
1,300
1,800
30%
11
Spaklerweg
-100
300
400
600
6%
12
Gooiseweg
-3,800
-4,900
-21,100
-29,800
-49%
13
Middenweg
-600
-300
-3,600
-4,600
-17%
14
Van Marwijk Kooystraat
0
200
-300
-200
0%
15
Holterbergweg
100
-100
500
500
5%
16
A2
-3,000
-2,900
-13,400
-19,300
-10%
17
Burgemeester Stramanweg
-400
-600
-1,100
-2,100
-4%
-12,400
-89%
18
Amsterdamseweg
-1,800
-2,100
-8,400
19
Buitenveldertselaan
-2,200
-2,800
-11,100
-16,100
-100%
20
A10 Zuid - West
-3,100
-2,600
-9,800
-15,400
-16%
21
Joan Muyskenweg
-400
-400
-1,000
-1,800
-13%
22
De Heusweg
0
-100
-100
-300
-9%
23
A10 Zuid - Oost
-5,700
-6,000
-34,700
-46,400
-17%
24
A10 Buitenveldert afrit noord
-500
-100
100
-600
-3%
25
A10 Buitenveldert afrit zuid
-1,200
-800
-4,100
-6,100
-30%
26
A10 Overamstel afrit noord
100
0
-200
-100
0%
27
A10 Overamstel afrit zuid
-100
100
300
300
2%
28
A10 S112 afrit noord
-2,800
-1,500
-10,500
-14,700
-67%
29
A10 S112 afrit zuid
-2,200
-2,300
-11,300
-15,800
-67%
3.6.3 Gevoeligheidsrun 3 In gevoeligheidsrun 3 zijn het aantal opstelvakken en afrijstroken van de kruisingen Nieuwe Utrechtseweg – Joan Muyskenweg/Oudekerkerdijk en de Nieuwe Utrechtseweg – Amstelstroomlaan aangepast van twee naar één. De nieuwe kruisingen zijn weergegeven in Figuur 35 en Figuur 36. De kruising Nieuwe Utrechtseweg met A2 is niet aangepast.
44
Figuur 35: Kruising Nieuwe Utrechtseweg - Joan Muyskenweg/Ouderkerkerdijk, met 1 opstelvak en 1 afrijstrook
Figuur 36: Kruising Nieuwe Utrechtseweg - Amstelstroomlaan, met 1 opstelweg en afrijstrook
45
Figuur 37: Verschilplot 2040_Gevoeligheidsrun3 - 2040 2x1 Voorkeursvariant, mvt per etmaal
In Figuur 37 in het verschil te zien tussen de voorkeursvariant en de gevoeligheidsrun 3. De verschillen blijven in de honderdtallen en zijn buiten het studiegebied nog geringer. In Tabel 21 is voor de thermometerpunten het verschil tussen gevoeligheidsrun 3 en de voorkeursvariant te zien. De verschillen op etmaalniveau bedragen maximaal enkele honderden voertuigen en relatief gezien enkele procenten.
46
Tabel 21: Thermometerpunten verschil 2040_Gevoeligheidsrun3 - 2040 2x1 Voorkeursvariant Nr
Thermometerpunt
Mvt etm
% Mvt etm
1
Amstelveenseweg
-
0%
2
De Boelelaan west
-
0%
3
Europaboulevard noord
100
0%
4
De Boelelaan oost
-
0%
5
Europaboulevard zuid
-
0%
6
Amsteldijk
-100
0%
7
Berlagebrug
100
0%
8
Utrechtse Brug
-400
-1%
9
Nieuwe Utrechtseweg A2- Amstelstroomlaan
-300
-1%
10
Amstelstroomlaan
-300
-3%
11
Spaklerweg
-100
-1%
12
Gooiseweg
100
0%
13
Middenweg
-
0%
14
Van Marwijk Kooystraat
100
0%
15
Holterbergweg
-
0%
16
A2
-200
0%
17
Burgemeester Stramanweg
-100
0%
18
Amsterdamseweg
-
0%
19
Buitenveldertselaan
-
0%
20
A10 Zuid - West
100
0%
21
Joan Muyskenweg
-
-
22
De Heusweg
-
6%
23
A10 Zuid - Oost
200
0%
24
A10 Buitenveldert afrit noord
100
0%
25
A10 Buitenveldert afrit zuid
-
0%
26
A10 Overamstel afrit noord
-
0%
27
A10 Overamstel afrit zuid
-
0%
28
A10 S112 afrit noord
-
0%
29
A10 S112 afrit zuid
-
0%
47
Tabel 22: Kruispuntbelastingen verschil 2040_Gevoeligheidsrun 3 - 2040 2x2 Voorkeursvariant Nr VRI
Spits 2040NA2E_2_1Voorkeur
Gevoeligheidsrun 3
Verschil
1
A10 AmsterdamBuitenveldert op- en afrit Noord A10 AmsterdamBuitenveldert op- en afrit Zuid Europaboulevard - De Boelelaan
OS
Max VC 1.11
Max VC 1.11
Max VC 0.00
AS
1.03
1.04
0.01
OS
0.93
0.92
0.00
AS
1.10
1.10
0.00
OS
0.96
0.96
0.00
AS
A10 Amsterdam S112 op-en afrit Noord (a)
OS
1.06
1.06
0.00
0.86
0.86
0.00
AS
1.02
1.03
0.01
5
A10 Amsterdam S112 op-en afrit Noord (b)
OS
0.95
0.95
0.00
6
A10 Amsterdam S112 op-en afrit Zuid (a)
AS
1.00
1.00
0.00
OS
0.96
0.98
0.02
AS
1.01
1.01
0.00
7
A10 Amsterdam S112 op-en afrit Zuid (b)
OS
0.91
0.92
0.01
AS
0.96
0.96
0.00
8
A10 Amsterdam S111 op-en afrit Noord
OS
0.98
0.98
0.00
AS
1.01
1.01
0.00
9
A2 S110 - President Kennedylaan
OS
0.63
0.63
0.00
AS
0.95
0.98
0.03
10 A2 Entree Noordelijke aansluiting
OS
0.78
0.89
0.11
AS
0.89
0.89
0.00
11
OS
0.89
0.89
0.00
2
3 4
A2 Entree Amstelstroomlaan
AS
0.89
0.89
0.00
12 A2 Entree Zuidelijke aansluiting
OS
0.89
0.89
0.00
AS
0.89
0.89
0.00
13
OS
0.89
0.89
0.00
AS
0.89
0.89
0.00
Amstelstroomlaan Spaklerweg
Er zijn kleine verschillen tussen de max VC in de ochtend en avondspits in beide varianten. Er is echter geen verschuiving van voldoet (groen), naar aandachtspunt (oranje) of voldoet niet (rood). Op basis van de verschillen uit voorgaande tabellen leidt het veranderen van het aantal opstel-en afrijstroken in het VMA niet tot andere conclusies ten opzichte van de conclusies in de voorkeursvariant.
48
A.1
Bijlage 1: Vergelijking NRM en VMA
Deze bijlage beschrijft de overeenkomsten en verschillen in uitgangspunten en resultaten van de NRM-studie voor de Nieuwe A2 Entree en de corresponderende VMA-studie.
A.1.1 Uitgangspunten De sociaal-economische gegevens zijn verschillend in het NRM ten opzichte van het VMA. Bij het VMA wordt voor 2040 uitgegaan van het Amsterdams Realistisch-scenario (AR-scenario), voor het NRM bestaat een dergelijk scenario niet en is voor de berekeningen gekozen om het WLO-Hoog scenario te rekenen. Het belangrijkste verschil is dat er over het algemeen meer groei wordt verondersteld in het Hoog-scenario dan in het AR-scenario. Dit geldt voor zowel inwoners, arbeidsplaatsen, autobezit en ook voor bijvoorbeeld inkomen. De extra inwoners en arbeidsplaatsen in het studiegebied zijn door de Gemeente Amsterdam bepaald en bij de bestaande inwoners en arbeidsplaatsen in het studiegebied opgeteld. Voor het NRM is hetzelfde gedaan. In absolute aantallen is het verschil tussen plan en referentie in beide modellen dus gelijk. Ook de netwerkveranderingen tussen plan en referentie zijn in beide modellen gelijk. Wel is er een verschil in detailniveau tussen beide modellen. Het VMA is een gemeentelijk model, het NRM is een model voor een landsdeel. Dit betekent dat het VMA binnen de gemeente Amsterdam een fijnere zonering en netwerk heeft dan het NRM. De beleidsinstellingen voor de VMA-runs zijn gelijk aan de beleidsinstellingen voor het 2040ARscenario.Ook het NRM West kent standaard beleidsinstellingen voor het 2040 Hoog scenario.
Deze wijken af van het 2040AR scenario van het VMA. Om inzicht te krijgen in welke mate beide afwijken, dan wel overeenkomen en om later verschillen in modelresultaten te kunnen duiden, zijn de belangrijkste beleidsinstellingen in Tabel 6 naast elkaar gezet. Tabel 23: Beleidsinstellingen VMA en NRM West (verschillende scenario’s) Beleidsinstelling
VMA2040AR
NRM West 2040 Hoog
Rijbewijsbezit (man 18-34/35-64/65+
79.8/94.0/95.0
79.8/94.0/95.0
vrouw 18-34/35-6465+)
75.7/89.7/90.0
75.7/89.7/90.0
Autobezit landelijk
9.970.622
10.809.127
Brandstofkostenindex (2019=100)
83
68.1
OV-kostenindex (2019=100)
100
103
Reistijd fietsindex (2019=100)
93
E-bike fracties
Buitenlandverkeer index
Nvt
131
Prijsbeleid/mautheffing
Geen/geen
Toltarieven en vrachtwagenheffing
49
Gemeente Amsterdam Rapportage Nieuwe A2 Entree VMA
19 december 2023 versie 2.0
A.1.2 Resultaten Thermometerpunten tussen NRM en VMA vergeleken De methoden in het NRM en het VMA lijken op elkaar, maar zijn niet gelijk. Met name de autotoedeling verschilt behoorlijk: zo is de autotoedeling van het NRM West meer toegespitst op de hoofdwegen en het goed modelleren van files (file-opbouw en filelocaties) en is de autotoedeling in het VMA meer gericht op het goed modelleren van stedelijk verkeer en kruisingen, zoals VRI’s. Daarom kijken we in deze paragraaf vooral naar de relatieve verschillen, in en rondom het studiegebied. Tabel 12 geeft het overzicht van de thermometerpunten in VENOM en VMA. Tabel 24. Thermometerpunten voor NRM en VMA in referentie en voorkeursvariant VMA
NRM Thermometerpunten
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29
Amstelveenseweg De Boelelaan west Europaboulevard noord De Boelelaan oost Europaboulevard zuid Amsteldijk Berlagebrug Utrechtse Brug Nieuwe Utrechtseweg A2- Amstelstroomlaan Amstelstroomlaan Spaklerweg Gooiseweg Middenweg Van Marwijk Kooystraat Holterbergweg A2 Burgemeester Stramanweg Amsterdamseweg Buitenveldertselaan A10 Zuid - West Joan Muyskenweg De Heusweg A10 Zuid - Oost A10 Buitenveldert afrit noord A10 Buitenveldert afrit zuid A10 Overamstel afrit noord A10 Overamstel afrit zuid A10 S112 afrit noord A10 S112 afrit zuid
Referentie Voorkeursvariant Relatief
41,077 26,784 47,416 19,610 30,537 20,686 37,334 51,751 48,206 6,651 14,062 64,198 31,265 49,774 17,747 206,690 40,383 21,078 23,521 299,172 0 720 253,186 23,523 19,037 12,926 12,225 18,440 23,795
40,612 26,781 53,954 19,800 30,702 19,922 32,559 26,779 20,821 8,397 15,404 77,667 31,772 47,232 21,702 195,072 32,518 21,136 23,571 298,970 6,622 664 248,958 25,820 21,084 14,457 10,969 19,512 23,191
-1% 0% 14% 1% 1% -4% -13% -48% -57% 26% 10% 21% 2% -5% 22% -6% -19% 0% 0% 0% -8% -2% 10% 11% 12% -10% 6% -3%
Referentie Voorkeursvariant Relatief Relatief
34,808 35,078 28,257 28,374 49,819 55,755 30,842 30,765 23,451 23,588 19,342 17,474 21,474 22,985 34,641 17,420 37,364 16,260 9,296 5,961 10,258 10,261 55,575 61,442 26,977 27,176 42,125 43,157 12,038 10,866 188,377 186,629 59,243 57,825 13,926 14,011 15,933 16,129 89,975 95,037 0 13,783 669 3,357 270,276 266,469 20,811 23,251 19,639 20,318 8,852 9,544 12,793 12,318 20,146 22,048 23,646 23,733
1% 0% 12% 0% 1% -10% 7% -50% -56% -36% 0% 11% 1% 2% -10% -1% -2% 1% 1% 6% 402% -1% 12% 3% 8% -4% 9% 0%
2% 0% -2% -1% 0% -6% 20% -1% 0% -62% -10% -10% -1% 8% -32% 5% 17% 0% 1% 6% 0% 410% 0% 2% -7% -4% 7% 4% 3%
Op de meeste thermometerpunten zijn de verschillen kleiner dan 10%. Dit geldt onder andere op de Utrechtse brug, 1% verschil in afname. Op de A2 is het verschil in afname 5%. Op de op-en afritten van de A10 ligt het verschil procentueel gezien tussen de 2% en 7%. Dit zijn gezien de verschillen in de beide modellen kleine verschillen. Op de meer lokale wegen zijn de verschillen groter. Hier speelt routekeuze, het detailniveau van het netwerk en de omvang van de zones een rol. Om de routekeuze in de verschillen een minder prominente rol te geven, is een screenline gevormd van vier lokale wegen ten westen en ten zuiden van het studiegebied. Figuur 14 geeft de thermometerpunten die tezamen drie screenlines vormen om het studiegebied in of uit te rijden. 50
Figuur 38. Thermometerpunten gebruikt voor de screenlines
De drie screenlines geven respectievelijk een indruk wat er uit het westen en zuiden het studiegebied inkomt of uitgaat, wat er uit het westen, zuiden en noorden van en naar het studiegebied rijdt, en vanuit alle windrichtingen. Tabel 25. Screenline analyses rondom het studiegebied voor NRM en VMA in referentie en voorkeursvariant NRM Screenline Amstelstroomlaan + Holterbergweg+ Joan Muyskensweg Amstelstroomlaan + Holterbergweg+ Joan Muyskensweg+Spaklerweg Amstelstroomlaan + Holterbergweg+ Joan Muyskensweg+Spaklerweg+Van Marwijk Kooystraat
VMA
Referentie
Voorkeursvariant
Relatief
24,398
36,721
51%
38,460
52,125
88,234
99,357
Referentie
Voorkeursvariant
Relatief
Verschil
21,334
30,609
43%
-7%
36%
31,591
40,870
29%
-6%
13%
73,716
84,027
14%
1%
De drie screenlines sluiten de verschillen in routekeuze in beide modellen uit, waarmee de verschillen tussen de modellen kleiner worden. De laatste screenline vormt een volledige cordon rondom het studiegebied, daar is het verschil in groei van het autoverkeer in beide modellen slechts 1%. De andere twee screenlines laten nog iets grotere verschillen zien. De meeste groei van het autoverkeer zit aan de westkant, daar waar er een extra aansluiting van de A2 Entree naar de Joan Muyskensweg komt. Het verschil in groei is daar nog ongeveer 7%. Wanneer de zuidelijke route bij de screenline wordt meegenomen, reduceert het verschil naar 6%. De verschillen op de individuele telpunten komt dus vooral door de routekeuze, en het verschil in methodiek tussen beide modellen.
51
Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Project Datum
245754 14 juni 2024
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Project
245754
Datum
14 juni 2024
Auteur Review
S.J.M. van Veldhoven A.J.H. Schulenberg
Versie nr.
1
Opdrachtgever
Gemeente Amsterdam Postbus 12693 1100 AR Amsterdam
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Omgevingswet _________________________________________________ 5 Inleiding ___________________________________________________ 5 Omgevingsplan _____________________________________________ 5 Plaatsgebonden risico ________________________________________ 6 Aandachtsgebied ____________________________________________ 6 Voorschriftengebied __________________________________________ 7 100%-letaliteitscontour _______________________________________ 8 Uitvoeringsbeleid EV gemeente Amsterdam _______________________ 8 3 Uitgangspunten _______________________________________________ 11 Inventarisatie risicobronnen ___________________________________ 11 Spoorroute ________________________________________________ 11 Wegroutes ________________________________________________ 12 LPG-tankstation ____________________________________________ 12 Aardgasleiding _____________________________________________ 12 Plangebied ________________________________________________ 12 4 EV beoordeling _______________________________________________ 14 Wegroutes ________________________________________________ 14 LPG-tankstation ____________________________________________ 16 Aardgasleidingen ___________________________________________ 18 5 Uitvoeringsbeleid gemeente Amsterdam __________________________ 22 Wegroute
_________________________________________________ 22 Aardgasleiding _____________________________________________ 22 LPG-tankstation ____________________________________________ 23 6 Beschouwing maatregelen (artikel 5.15 Bkl) _______________________ 24 7 Conclusies ___________________________________________________ 26 Wegroute _________________________________________________ 26 LPG-tankstation ____________________________________________ 26 Aardgasleiding _____________________________________________ 27 Uitvoeringsbeleid EV Gemeente Amsterdam _____________________ 27 Referenties _____________________________________________________ 28
3
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
1 Inleiding Men is voornemens het deel van de A2 ten noorden van knooppunt Amstel af te waarderen naar een stadlaan waardoor ruimte vrijkomt voor gebiedsontwikkeling. De Nieuwe A2 Entree zoals het gebied wordt genoemd vormt samen met het Muyskenkwartier een buurt met een eigen identiteit. Gedacht wordt aan een overgangsgebied met een menging van wonen en werken. De locatie ligt voor een deel binnen het aandachtsgebied van het knooppunt Amstel alwaar de snelwegen A2 en A10 samenkomen. Over beide routes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Bovendien ligt De Nieuwe A2 Entree voor een deel binnen het aandachtsgebied van LPG-tankstation Utrechtse Brug en een hogedruk aardgasleiding. Conform de Omgevingswet dient op het gebied van omgevingsveiligheid rekening gehouden te worden met dit aandachtsgebied. Inzicht in de externe veiligheidsrisico’s is daarom nodig. In deze rapportage wordt daarvan verslag gedaan.
4
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
2 Omgevingswet Inleiding Het transport van gevaarlijke stoffen door over transportroutes en buisleidingen en bij LPGtankstations brengt risico’s met zich mee doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een dergelijke buisleiding wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Onder de Omgevingswet blijft de beoordeling van de externe veiligheidsrisico’s op basis van een plaatsgebonden risico (PR) bestaan. Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De voormalige invloedsgebieden voor bepaling van het groepsrisico (GR) zijn vervangen door aandachtsgebieden. De Omgevingswet rust op drie pijlers: 1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [1] Beschrijft de activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft typen bouwwerken en de eisen waaraan deze moeten voldoen.
In bijlage VII van het Bkl worden de volgende activiteiten onderscheiden: A. Activiteiten met vastgestelde afstanden zonder vergunningplicht (verwijzing naar Bal). B. Activiteiten met vastgestelde afstanden met vergunningplicht (o.a. voorheen categoriale Bevi-inrichtingen). C. Activiteiten met bij ministeriële regeling vastgestelde afstanden (o.a. Basisnet). D. Activiteiten met te berekenen afstanden zonder vergunningplicht (o.a. Buisleidingen). E. Activiteiten met te berekenen afstanden met vergunningplicht (o.a. voorheen Beviinrichtingen).
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied.
5
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Het omgevingsplan is de uitwerking van de omgevingsvisie van de gemeente over hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico en de beoordeling daarvan blijft onveranderd. Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv. woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
Aandachtsgebied De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is vervangen door aandachtsgebieden. Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Het noemen van het aantal van tien personen betekent niet dat de kans berekend moet worden. Maar het mag dus wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied. De vraag of van een groepsrisico sprake is, kan de gemeente ook beantwoorden met demografische gegevens of onderbouwde schattingen. In het geval van aardgasbuisleidingen is enkel het BAG van toepassing. Bij de door het bevoegd gezag in te zetten maatregelen om mensen te beschermen binnen het aandachtsgebied valt te denken aan: • Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied. • Aanvullende risicocommunicatie.
• Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron. • Vlucht- en schuilmogelijkheden. • Omgevingsmaatregelen. • Aanvullende bouwmaatregelen in een voorschriftengebied. 1
De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in Bkl Bijlage VI
6
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl)). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. De gemeente wijst in dat geval een locatie binnen het brandaandachtsgebied als brandvoorschriftengebied aan in het omgevingsplan. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied aanwijzen worden (art. 5.14 Bkl). In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Binnen het brandaandachtsgebied kan door het bevoegd gezag in het omgevingsplan een voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). Deze afstand is voor transportroutes vergelijkbaar met die van de voormalige plasbrandaandachtsgebieden (PAG) [4]. Als in de voormalige wetgeving een PAG aangewezen is in de Regeling Basisnet (spoor en weg) dan wordt het brandaandachtsgebied van rechtswege een brandvoorschriftengebied (zie artikel 2.24 van de omgevingsregeling [5]). Een gemeente kan een brandvoorschriftengebied niet (gedeeltelijk) 'uit' zetten in het omgevingsplan, via de discretionaire bevoegdheid 2.
Binnen een brandvoorschriftengebied gelden voor nieuw te bouwen gebouwen aanvullende bouweisen (art. 4.91 t/m 4.95 van het Bbl) die betrekking hebben op de brandwerendheid, de brandklasse van het buitenoppervlak en het dak, de vluchtroute en de sterkte bij brand. Voor glas geldt als aanvullende bouwkundige maatregel brandklasse D. Deze eisen hebben tot doel om mensen in een gebouw beter te beschermen tegen de effecten van een brand. Voor gedeelten van het bouwwerk buiten het voorschriftengebied gelden geen aanvullende bouweisen uit het Bbl. Als onder de voormalige wetgeving geen PAG is aangewezen en de gemeente heeft geen brandvoorschriftengebied in het omgevingsplan aangewezen, dan gelden binnen het brandaandachtsgebied geen aanvullende bouweisen. Een brandvoorschriftengebied mag niet groter zijn dan het brandaandachtsgebied. Explosievoorschriftengebied Binnen het explosieaandachtsgebied kan door het bevoegd gezag een voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). Binnen een aangewezen explosievoorschriftengebied geldt voor nieuw te bouwen gebouwen een aanvullende bouweis (art. 4.96 van het Besluit bouwwerken leefomgeving) die betrekking heeft op het voorkomen van letsel door scherfwerking. Een explosievoorschriftengebied mag niet groter zijn dan het explosieaandachtsgebied.
2
Het plan is om deze bepalingen bij de eerstvolgende aanpassing van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de Omgevingsregeling te verwijderen. Gemeenten kunnen dan ook binnen deze brandvoorschriftengebieden gebruik maken van hun discretionaire bevoegdheid [www.iplo.nl].
7
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
100%-letaliteitscontour De 100%-letaliteitscontour is een gebied binnen een aandachtsgebied waarbij aan wordt genomen dat alle aanwezigen onvoldoende beschermd zijn bij een ongeval, zowel binnenals buitenshuis. Voor ontwikkelingen binnen deze contour kan het treffen van (aanvullende) maatregelen zinvol en/of wenselijk zijn. In het EV-beleid van de gemeente is de 100%letaliteitscontour onderdeel van de zone indeling. Om deze reden wordt in deze rapportage ook de 100%-letaliteitscontour beschouwd.
Uitvoeringsbeleid EV gemeente Amsterdam In deze paragraaf wordt ingegaan op het uitvoeringsbeleid externe veiligheid van de gemeente Amsterdam. Wegroute Het Uitvoeringsbeleid ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een transportroute van gevaarlijke stoffen over de weg laat zich samenvatten in tabel 1 [6]. Zone
Wettelijk
Uitvoeringsbeleid Amsterdam
Eventuele afwijking beleid
0-30 meter rijksweg
Afweging in besluitvorming over risico’s
Geen kwetsbare objecten
Afwijking mogelijk met maatregelen ter beperking ongeval met benzine
30-80 meter van de rijksweg (100% letaliteit brandbare gas (LPG))
Afweging in besluitvorming over risico’s
Geen objecten bedoeld voor minder zelfredzame personen. Dit ter verhoging zelfredzaamheid
Afwijking wordt als specifiek beslispunt voorgelegd aan bestuur
80-200 meter van route gevaarlijke stoffen
Afweging in besluitvorming over risico’s
Beperkte ontwikkelingen vanuit risico-oogpunt in beginsel altijd aanvaardbaar
0-200 meter
GR verantwoording bij toename GR of overschrijding oriëntatiewaarde
Geen nieuw overschrijding of toename van bestaande overschrijding oriëntatiewaarde
Buiten 200 meter maar binnen effectgebied
Beperkte GR verantwoording (hulpverlening en zelfredzaamheid) (na inwerkingtreding BTEV)
Ruimtelijke ontwikkeling is in beginsel aanvaardbaar.
Tabel 1.
(Toename) overschrijding oriëntatiewaarde wordt als specifiek beslispunt voorgelegd aan bestuur.
Samenvatting Uitvoeringsbeleid EV gemeente Amsterdam wegroute
8
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Aardgasleiding Het Uitvoeringsbeleid ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een aardgasleiding laat zich samenvatten in tabel 2 [6].
Zone
Wettelijk
Uitvoeringsbeleid Amsterdam
Binnen 4 of 5 meter buisleiding
Geen objecten ivm zakelijke rechtstrook
Geen aanvulling
Binnen 100% letaliteit bij breuk leiding
GR verantwoording
Geen objecten voor minder zelfredzame personen. GR overschrijding oriëntatiewaarde
Buiten 100% letaliteit maar binnen invloedsgebied
Beperkte GR verantwoording (hulpverlening en zelfredzaamheid)
Beperkte ontwikkelingen in beginsel aanvaardbaar.
Binnen invloedsgebied
GR verantwoording bij toename GR of overschrijding oriëntatiewaarde
Geen overschrijding oriëntatiewaarde
Tabel 2.
Eventuele afwijking beleid
Afwijking van beleid wordt als beslispunt voorgelegd aan bestuur
(Toename) Overschrijding oriëntatiewaarde wordt als specifiek beslispunt voorgelegd aan bestuur
Samenvatting Uitvoeringsbeleid EV gemeente Amsterdam aardgasleidingen
LPG-tankstation Het Uitvoeringsbeleid ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een LPGtankstation laat zich samenvatten in tabel 3 [6]. Zone
Wettelijk
Uitvoeringsbeleid Amsterdam
Eventuele afwijking beleid
Binnen PR 10-6 contour
Geen kwetsbaar en in beginsel geen beperkt kwetsbaar
Geen kwetsbaar en ook geen beperkt kwetsbaar
Beperkt kwetsbaar binnen 10-6 contour als specifiek beslispunt voorleggen aan bestuur
Tussen 10-6 en 100% letaliteit brandbare gassen
Geen nadere eisen of uitzonderingen
Geen objecten bedoeld voor minder zelfredzame personen. Dit ter verhoging zelfredzaamheid
Toestaan objecten bedoeld voor minder zelfredzame personen als specifiek beslispunt voorleggen aan bestuur
Buiten 100% letaliteit en binnen invloedsgebied
Geen nadere eisen of uitzonderingen
Ontwikkelingen zijn in beginsel aanvaardbaar
9
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Zone
Wettelijk
Uitvoeringsbeleid Amsterdam
Eventuele afwijking beleid
Invloedsgebied groepsrisico
GR verantwoording
Geen (toename van een) overschrijding oriëntatiewaarde
Afwijking van beleid wordt als specifiek beslispunt voorgelegd aan bestuur
Tabel 3.
Samenvatting Uitvoeringsbeleid EV gemeente Amsterdam inrichtingen
10
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
3 Uitgangspunten Inventarisatie risicobronnen Het plangebied ligt in de omgeving van enkele buisleidingen, enkele wegroutes, een spoorroute en een LPG-tankstation. Figuur 1 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van deze risicobronnen.
Figuur 1.
Plangebied en risicobronnen
Spoorroute Op een minimale afstand van circa 650 m ten oosten van het plangebied ligt spoorroute 280 waar vervoer van gevaarlijk stoffen plaatsvindt en die onderdeel is van het basisnet spoor. Het brandaandachtsgebied is 30 m, het explosieaandachtsgebied is 200 m en een eventueel toekomstig gifwolkaandachtsgebied is 300 m van het spoor. Het plangebied ligt buiten deze zones. Deze risicobron wordt daarmee in het vervolg van dit rapport buiten beschouwing worden gelaten.
11
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Wegroutes Het plangebied ligt op een minimale afstand van circa 70 m ten noorden van de buitenste rijbaan van knooppunt Amstel dat de A2 en de A10 met elkaar verbindt. Beide rijkswegen zijn onderdeel van het basisnet weg.
LPG-tankstation In de omgeving van het plangebied is er sprake van een tankstation met een vergunning voor het verkopen van LPG. De locatie van het vulpunt en de opslagtank van het tankstation bevinden zich ten noordoosten van knooppunt Amstel. De tankzuilen bevinden zich ten westen van het verlengde van de A2. De inhoud van de opslagtank is 40 m3 [7]. De maximale jaardoorzet is 999 m3 [8].
Aardgasleiding Door het plangebied heen ligt aardgasleiding W-534-01 van leidingbeheerder Gasunie. Op een afstand van ongeveer 160 m ligt aardgasleiding W-534-02 van Gasunie. Enkele kenmerken van deze aardgasleidingen worden getoond in tabel 4. Beheerder
Diameter [inch]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
1% letaliteit / Brandaandachtsgebied [m]
W-534-01
16
40
81
172
W-534-02
11
40
58
117
Tabel 4.
Kenmerken buisleidingen
Plangebied De uitgangspunten voor de toekomstige invulling van het plangebied zijn als volgt: 80% van het oppervlak wordt bestemd voor wonen, 10% voor werken en 10% voor overige voorzieningen. Er wordt uitgegaan van de bouw van: - circa 1000 woningen. - circa 10.600 m2 b.v.o. kantoor- en bedrijfsruimte - circa 10.600 m2 b.v.o. maatschappelijke en commerciële voorzieningen - Maatschappelijke voorzieningen: De realisatie houdt in ieder geval het volgende in: - maximaal 2000 woningen (in het plangebied en het Muyskenkwartier tezamen) - 1 basisschool waarbij rekening gehouden wordt met 400 leerlingen in 17 klassen. - 1 buurtkamer van 120 m2 - 1 huisartsenpost van circa 300 m2
12
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
De kwetsbaarheid van de diverse functies conform het Bkl [1] is als volgt: - Woningen worden aangemerkt als kwetsbare gebouwen. - Een gebouw met een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2 is een beperkt kwetsbaar gebouw. Daarboven is het een kwetsbaar gebouw. - Een basisschool is een zeer kwetsbaar gebouw. - Een gebouw met een huisartsenpost heeft een gezondheidszorgfunctie en is daarmee een kwetsbaar gebouw. - Een gebouw met een buurtkamer heeft een bijeenkomstfunctie en is daarmee een kwetsbaar gebouw. Voor de basisschool is een voorkeurslocatie bepaald [9]. De locatie van de overige functies binnen het plangebied is nog niet bekend. Figuur 2 toont het plangebied met de gewenste locatie van de basisschool.
Figuur 2.
Plangebied
13
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
4 EV beoordeling Wegroutes Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet weg gelden voor het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar (PR) de afstanden die in bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn opgenomen [10]. Het midden van de A10 ligt op ca.100 m ten zuiden van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling ligt ter hoogte van het traject Nh12. Voor dit traject is de PR 10-6 afstand gelijk aan 0 m. Een afstand van 0 m betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10 -6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Aandachtsgebieden Onder de voormalige regeling Basisnet gold voor de A10 en de A2 een plasbrandaandachtsgebied. Van rechtswege is dit omgezet in een brandvoorschriftengebied (Omgevingsregeling, art. 2.24 [5]).. Het plangebied ligt op een afstand van meer dan 60 m van de buitenste kantstrepen van de weg en daarmee buiten het brandaandachtsgebied en brandvoorschriftengebied van 30 m. Vanuit het Bbl kunnen geen aanvullende bouweisen worden opgelegd Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied (EAG) van 200 m. Hiervoor geldt dat alleen bouwkundige maatregelen geëist kunnen worden als het bevoegd gezag daarbinnen een voorschriftengebied heeft aangewezen of de ontwikkeling een zeer kwetsbaar gebouw betreft.
Voor zover bekend heeft het bevoegd gezag geen voorschriftengebied aangewezen. Mocht het bevoegd gezag daar wel toe besluiten, dan is in het explosievoorschriftengebied scherfwerend glas een verplichte aanvullende bouweis (art 4.96. Bbl). Het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied worden getoond in figuur 3. Er dient volgens art. 5.15 van het Bkl rekening te worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit [1].
14
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Figuur 3.
Brandaandachtsgebied (BAG) en Explosieaandachtsgebied (EAG) van A10 en A2
Gebied 100% letaliteit Bij aandachtsgebieden kan het om relatief grote afstanden gaan, zoals bijvoorbeeld 200 m voor EAG bij tansportroutes. Voor de (eventueel) te nemen maatregelen ter bescherming van aanwezige personen maakt het echter verschil of een voorgenomen ontwikkeling dichterbij (bijv. 50 m) of verder weg (bijv. 150 m) ligt van de risicobron. Om hier rekening mee te kunnen houden kan een aandachtsgebied verder gezoneerd worden. Een maat die hiervoor gehanteerd kan worden is de 100%-letaliteitscontour. Deze contour geeft het gebied binnen een aandachtsgebied weer waarbij in een berekening wordt aangenomen dat alle aanwezigen, zowel binnen- als buitenshuis, bij het maatgevende scenario komen te overlijden in geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ontwikkelingen binnen de 100%-letaliteitscontour leveren daarmee een grotere bijdrage aan het groepsrisico dan daarbuiten waardoor gesteld kan worden dat de afstand van de voorgenomen ontwikkeling tot de risicobron(nen) (mede) bepalend is voor de te nemen (aanvullende) maatregelen. Daarom wordt in deze rapportage ook de 100%-letaliteitscontour van de A10 beschouwd. Elke gevaarlijke stof heeft, afhankelijk van de effecten die kunnen optreden, één of meerdere 100%-letaliteitscontouren.
In het geval van wegen en spoorwegen is het gebruikelijk om daarvoor uit te gaan van de 100%-letaliteitscontour van het scenario BLEVE als maatgevende afstand (zie ook paragraaf 2.3). Deze afstanden zijn afkomstig uit het risicoberekeningsprogramma RBM II voor transportroutes. Voor de weg is dit 80 m gemeten
15
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
vanaf de buitenste kantlijn van de rechterrijstrook. De 100%-letaliteitscontouren worden weergegeven op EV Signaleringskaart [8]. De 100%-letaliteitsafstand voor (rijks)wegen van het scenario BLEVE is 80 m. Dit is gemeten vanaf de buitenste kantlijn van de rechterrijstrook. Deze 80 m zone wordt weergegeven in figuur 4. Slechts een klein deel van het plangebied ligt binnen deze zone.
Figuur 4.
Contour 100% letaliteit rond de A10 en A2
LPG-tankstation Plaatsgebonden risico De afstanden van de PR 10-6 contouren rond installaties van het LPG-tankstation zijn weergegeven in tabel 5 [2 artikel 4.472c]: Doorzet (/jaar)
Vanaf vulpunt
Vanaf bovengrondse vloeistofvoerende leiding en aansluitpunten van de leiding en pomp
Vanaf de tankzuil
500-1000 m3
35 m
25 m
15 m
Tabel 5.
Afstanden van PR-10-6 contouren rond de verschillende installaties van een LPGtankstation
16
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
De plaatsgebonden risicocontouren PR 10-6 rond het vulpunt, de opslagtank en de tankzuilen worden getoond in figuur 5. Het plangebied ligt buiten deze PR 10-6 contouren. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkelingen.
Figuur 5.
Plaatsgebonden risico LPG-tankstation
Aandachtsgebieden Voor een LPG-tankstation zijn het brandaandachtsgebied (BAG) en explosieaandachtsgebied (EAG) van toepassing. Het brandaandachtsgebied bedraagt 60 m rondom het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding, de aansluitpunten van die leiding en pomp. Het explosieaandachtsgebied (EAG) bedraagt 160 m rond het vulpunt en de bovengrondse opslagtank. Binnen het EAG kunnen verschillende effecten optreden: overdruk en warmtestraling. Een zogenaamde BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion), een vuurbal door de explosieve verbranding van vrijgekomen brandbaar gas, veroorzaakt beide effecten. Het EAG is de zone waarbinnen onder de voormalige regelgeving verantwoording afgelegd dient te worden over de hoogte van het groepsrisico. De ontwikkeling ligt gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied van 160 m (gemeten vanaf het vulpunt). Het plan ligt volledig buiten de brandaandachtsgebieden van 60 m (gemeten vanaf het vulpunt en opslagtank) van het LPG-tankstation. Dit wordt weergegeven in figuur 6.
17
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Figuur 6.
Aandachtsgebieden LPG-tankstation
Aardgasleidingen Plaatsgebonden risico Figuur 7 toont de plaatsgebonden risicocontour PR 10-8 voor beide buisleidingen in de omgeving van het plangebied. Er is geen sprake van een plaatsgebonden risico van de grenswaarde van 1 10-6/jr. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
18
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Figuur 7.
PR-contour 10-8
Aandachtsgebieden Voor aardgasbuisleidingen geldt dat rekening gehouden dient te worden met een brandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met de aardgasbuisleiding. In het omgevingsplan kan het bevoegd gezag opnemen of binnen een aandachtsgebied een voorschriftengebied wordt aangewezen. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. De brandaandachtsgebieden en de 100%-letaliteitscontouren worden getoond in figuur 8. De gewenste locatie voor de toekomstige basisschool ligt gedeeltelijk binnen het brandaandachtsgebied van de buisleiding. De toekomstige basisschool is een zeer kwetsbare locatie. Indien de basisschool wordt gerealiseerd binnen dit brandaandachtsgebied dan dient door de gemeente conform art. 5.14 Bkl een brandvoorschriftengebied te worden aangewezen.
19
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Figuur 8.
Brandaandachtsgebied en 100%-letaliteitscontour
Voor voorschriftengebieden gelden extra bouweisen wat betreft brandwerendheid. Deze staan beschreven in het Bbl [3]. Maar er kan ook gekozen worden om gelijkwaardige maatregelen toe te passen. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat de functie voldoende beschermd is tegen hittestraling door de rest van het gebouw. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. Deze gelden alleen in geval van nieuwbouw of vervangende nieuwbouw. Belemmeringengebied Het belemmeringengebied dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Voor buisleidingen met een druk van 40 bar, zoals hier het geval is, geldt een belemmeringengebied van 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Het belemmeringengebied wordt getoond in figuur 9.
20
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Figuur 9.
Belemmeringengebied
21
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
5 Uitvoeringsbeleid gemeente Amsterdam In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling getoetst aan het uitvoeringsbeleid van de gemeente Amsterdam [6]. De exacte invulling van het plan is nog niet bekend en kan daarom niet in detail getoetst worden aan het uitvoeringsbeleid. Het uitvoeringsbeleid is bovendien gebaseerd op inmiddels vervallen wetgeving. Om die reden worden geen conclusies verbonden aan de toetsing.
Wegroute De zones uit tabel 1 worden hieronder besproken. 1. Het plan ligt buiten 30 m van de weg. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met de gevolgen van een eventuele plasbrand. 2. Het plan ligt voor een klein gedeelte binnen de 100%-letaliteitscontour van 80 m van de weg. Het uitvoeringsbeleid staat binnen deze zone geen objecten bedoeld voor minder zelfredzame personen toe. Dit ter verhoging van de zelfredzaamheid. Afwijking dient als beslispunt te worden voorgelegd aan het bestuur. 3. Het plan ligt gedeeltelijk binnen de zone van 80-200 m van de A10. Beperkte ontwikkelingen zijn vanuit risico-oogpunt in beginsel aanvaardbaar. 4. Het plan ligt in de zone van 0-200 m van de wegroute. Overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van de bestaande overschrijding wordt niet toegestaan. Afwijking dient als beslispunt te worden voorgelegd aan het bestuur. Opmerking: onder de omgevingswet is een groepsrisicoberekening niet meer vereist.
Aardgasleiding De aardgasleiding doorkruist het plangebied. De exacte toetsing hangt af van de locatie van de ontwikkelingen binnen het plangebied. Het invloedsgebied van de aardgasleiding is gelijk aan het brandaandachtsgebied zoals getoond in figuur 8. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de buisleiding. De zones uit tabel 2 worden hieronder besproken. 1. Het plan dient te worden ontwikkeld buiten de belemmeringenstrook van 4 m van de buisleiding. 2. Het plan ligt gedeeltelijk binnen de 100%-letaliteitscontour van de buisleiding. Objecten voor minder zelfredzame personen worden binnen deze zone niet toegestaan. Afwijking dient als beslispunt te worden voorgelegd aan het bestuur. De gewenste locatie van de basisschool ligt buiten de 100%-letaliteitscontour. 3. Er wordt daarnaast gestreefd naar een groepsrisico lager dan de oriëntatiewaarde. 4. Het plan ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied. Overschrijding van de oriëntatiewaarde is niet toegestaan. Een toename dan wel overschrijding van de oriëntatiewaarde dient als specifiek beslispunt voorgelegd te worden aan bestuur. Opmerking: onder de omgevingswet is een groepsrisicoberekening niet meer vereist.
22
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
LPG-tankstation 1. Het plan ligt buiten de PR 10-6 contouren van het LPG-tankstation 2. Het plan ligt gedeeltelijk binnen 100%-letaliteit (150 m) van de opslagtank en vulpunt van het tankstation. Het beleid stelt dat beperkte ontwikkelingen in beginsel aanvaardbaar zijn. De gewenste locatie voor de basisschool ligt buiten deze afstand. 3. Het plan ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van 150 m. Overschrijding van de oriëntatiewaarde is niet toegestaan. Een toename dan wel overschrijding van de oriëntatiewaarde dient als specifiek beslispunt voorgelegd te worden aan bestuur. Het plan ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied. Opmerking: onder de omgevingswet is een groepsrisicoberekening niet meer vereist.
23
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
6 Beschouwing groepsrisico In een omgevingsplan wordt voor beperkt en (zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties binnen een aandachtsgebied rekening gehouden met het groepsrisico (Bkl, artikel 5.15 lid 2 onder b). Hieraan wordt voldaan als gewaarborgd is dat: 1) maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties, of 2) het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is. Ad 2) Het bevoegd gezag kan diverse maatregelen inzetten om mensen te beschermen binnen de aandachtsgebieden, de zogenaamde gereedschapskist [8]. Om invulling te geven aan de bescherming van personen worden hieronder enkele maatregelen uit de gereedschapskist nader uitgewerkt. • Afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied Als het niet haalbaar is om de ontwikkelingen buiten de aandachtsgebieden te realiseren, dan kan het aanhouden van een zo groot mogelijke afstand tot de buisleiding, de A10 en het LPG-tankstation in geval van een incident leiden tot minder verstrekkende gevolgen. De voorkeurslocatie van de school is wat dat betreft gunstig, gezien deze buiten de aandachtsgebieden van de weg en het LPG-tankstation is gelegen en met slechts een klein deel binnen het aandachtsgebied van de hogedruk aardgasleiding (en buiten de 100% letaliteitsafstand en de PR 10-8).
• Aanvullende risicocommunicatie Het wordt aanbevolen om de toekomstige aanwezige personen op de hoogte te brengen van de risico’s die de nabijgelegen risicobronnen met zich meebrengen en aan te geven wat hun mogelijke handelingsperspectief is (vluchten/ schuilen) bij een incident. • Beperken van personendichtheden in de omgeving van de risicobron De exacte invulling van het plangebied is nog niet bekend. Overwogen kan worden de functies met een hoge personendichtheid verder van de risicobronnen af te lokaliseren. Dit geldt met name voor het gedeelte in het zuiden van het plangebied dat zowel binnen het aandachtsgebied van het LPG tankstation als de A10 ligt. • Vlucht- en schuilmogelijkheden Geadviseerd wordt om vluchtmogelijkheden te realiseren van de risicobronnen af. • Omgevingsmaatregelen Wanneer invulling is gegeven aan de hierboven genoemde punten uit de gereedschapskist wordt het niet nodig geacht aanvullende omgevingsmaatregelen te treffen.
24
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Om de gevolgen van ongevallen te beperken dient in ieder geval rekening gehouden te worden met (art. 5.2 Bkl): 1°. het voorkomen, beperken en bestrijden van die branden, rampen en crises; 2°. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en 3°. de geneeskundige hulpverlening aan personen Het bestuur van de veiligheidsregio kan hierover advies geven (art. 10 Wet veiligheidsregio’s). Uiteindelijk moet de gemeente besluiten of aanvullende maatregelen nodig zijn en op welke basis om mensen binnen dit aandachtsgebied te beschermen tegen een ongewoon voorval.
25
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
7 Conclusies Men is voornemens het deel van de A2 ten noorden van knooppunt Amstel af te waarderen naar een stadlaan waardoor ruimte vrijkomt voor gebiedsontwikkeling. De Nieuwe A2 Entree zoals het gebied wordt genoemd vormt samen met het Muyskenkwartier een buurt met een eigen identiteit. Gedacht wordt aan een overgangsgebied met een menging van wonen en werken De risico’s van de nabijgelegen aardgasbuisleiding, wegroute en een LPG-tankstation zijn onderzocht. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten zijn in dit hoofdstuk benoemd. Tevens is getoetst aan het uitvoeringsbeleid van de gemeente Amsterdam. Het bevoegd gezag kan met behulp van de gereedschapskist van maatregelen (hoofdstuk 5) bepalen of en welke aanvullende maatregelen genomen kunnen worden ter verbetering van de externe veiligheidssituatie.
Wegroute Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Aandachtsgebied • De planlocatie ligt buiten het brandaandachtsgebied. • De planlocatie ligt gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied (EAG) en voor een klein gedeelte binnen de 100% letaliteitscontour. De gewenste locatie van de basisschool ligt buiten het EAG. • Het bevoegd gezag is niet verplicht een explosievoorschriftengebied aan te wijzen. • Er geldt vooralsnog geen gifwolkaandachtsgebied voor transportroutes.
LPG-tankstation Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Aandachtsgebied Het plangebied ligt volledig buiten het brandaandachtsgebied maar gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied van de A10. Aandachtsgebied • De planlocatie ligt buiten het brandaandachtsgebied. • De planlocatie ligt gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied (EAG). De gewenste locatie van de basisschool ligt buiten het EAG. • Het bevoegd gezag is niet verplicht een explosievoorschriftengebied aan te wijzen.
26
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Aardgasleiding Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Aandachtsgebied Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het brandaandachtsgebied van de aardgasleiding. De gewenste locatie voor de toekomstige basisschool ligt gedeeltelijk binnen het brandaandachtsgebied van de buisleiding. De toekomstige basisschool is een zeer kwetsbare locatie. Indien de basisschool wordt gerealiseerd binnen dit brandaandachtsgebied dan dient door de gemeente conform art. 5.14 Bkl een brandvoorschriftengebied te worden aangewezen.
Uitvoeringsbeleid EV Gemeente Amsterdam Getoetst is aan het uitvoeringsbeleid van de gemeente Amsterdam [6].
27
Externe veiligheid / Nieuwe A2 Entree te Amsterdam
Referenties 1.
Ministerie BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Stb. 2018, 292. Laatst gewijzigd Stb. 2023, nr. 492
2.
Ministerie BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Stb. 2018, 293. Laatst gewijzigd Stb. 2023, nr. 470
3.
Ministerie BZK
2088
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Stb. 2018, 291. Laatst gewijzigd Stb. 2023, nr. 470
4.
Iplo
2023
https://iplo.nl/thema/externe-veiligheid/externe-veiligheidin-omgevingsplan/aandachtsgebiedenvoorschriftengebieden/
5.
Ministerie I&W
2019
Omgevingsregeling Stb. 2019, 56288. Laatst gewijzigd Stb. 2023, 35941
6
Gemeente Amsterdam
2012
Uitvoeringsbeleid Externe veiligheid Amsterdam Datum 14 mei 2012. Dossiernummer ZD 3340
7.
Ministerie I&W
2024
AtlasLeefomgeving.nl
8.
IPO
2024
EV-signaleringskaart
9.
Gemeente Amsterdam
2024
mail opdrachtgever van 27 mei 2024
10.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet, Stct. 19 maart 2014, nr. 8242 Laatst gewijzigd Stb. 2023, nr. 11246
28
QUICKSCAN ECOLOGIE Nieuwe A2 entree te Amsterdam
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 18-9-2024
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:
Uitvoering: Adres:
Gemeente Amsterdam Mevr. K. Martins Strawinskylaan 59 1077 XW Amsterdam +31 (0)6 5252 4003 k.martins@amsterdam.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
J.I. Andringa MSc.
Auteur: Kwaliteitscontrole:
D.Y. Sallé MSc. ing. S. van Lieshout
Projectcode: Datum:
IBNA2420 18-9-2024
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland. 2
SAMENVATTING
De gemeente Amsterdam is voornemens de Nieuwe Utrechtseweg te afwaarderen van een rijks-snelweg naar een stadslaan. Deze ingreep wordt gezien als een activiteit in de fysieke leefomgeving. Onderzocht is of deze ingreep in het kader van de Omgevingswet een flora- en fauna-activiteit betreft. Er zijn mogelijk beschermde functies voor marterachtigen, vlinders, vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten in het projectgebied aanwezig. De groenstroken met takkenrillen, omgevallen bomen en/ of braamstruweel bieden potentiële verblijfplaatsen voor de boommarter, bunzing, hermelijn, steenmarter en de wezel. In het projectgebied zijn waardplanten en derhalve mogelijk voortplantingshabitat van de grote vos en de iepenpage aanwezig. Daarnaast bieden de bomen met boomholtes potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen. De groenstroken en watergangen maken naar verwachting deel uit van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. In een aantal bomen zijn potentieel jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig. De geplande werkzaamheden kunnen leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen van marterachtigen en vleermuizen. Hierbij kunnen individuen van de marterachtigen en de vleermuizen worden gedood. Tijdens de geplande kapwerkzaamheden kan er leefgebied van beschermde vlinders en mogelijk jaarrond beschermde nesten van vogels verloren gaan.
Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om directe effecten uit te sluiten. De werkzaamheden kunnen in de realisatiefase mogelijk leiden tot een verhoogde stikstofemissie. In de gebruiksfase vindt er naar verwachting geen significante verandering in de hoeveelheid verkeer plaats, waardoor er in de gebruiksfase geen verhoogde stikstofemissie wordt verwacht. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Er is een AERIUS-berekening benodigd. Het projectgebied maakt onderdeel uit van de Hoofdgroenstructuur of de Ecologische Structuur van de gemeente Amsterdam. De bomen naast de Nieuwe Utrechtseweg maken onderdeel uit van de Hoofdbomenstructuur. Er zijn voor de aanpassingen aan de wegen geen werkzaamheden in de Hoofdgroenstructuur gepland. Een beoordeling bij de TAC is voor de werkzaamheden aan de weg niet noodzakelijk. Er worden wel bomen binnen de Hoofdbomenstructuur gekapt. Er geldt een herplantplicht voor deze bomen. In het projectgebied zijn geen ecologische knelpunten aanwezig. De bomen bevinden zich binnen de bebouwde kom van de gemeente Amsterdam.
Zodoende is toetsing aan de bepalingen in het Besluit activiteiten leefomgeving ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk. De betreffende ingreep betreft in het kader van de Omgevingswet naar verwachting een flora- en fauna-activiteit. Teneinde vast te stellen wat de effecten van de activiteit in de fysieke leefomgeving op beschermde soorten zijn, wordt vervolgonderzoek aanbevolen. Er is aanvullend onderzoek benodigd naar broedvogels met een jaarrond beschermd nest, marterachtigen, vlinders en vleermuizen. Voor de iepenpage is in Amsterdam echter een generieke ontheffing van kracht. Door een verplichte herplant van gekapte iepen en het opstellen van een ecologisch werkprotocol kan onder deze ontheffing worden gewerkt. Het is in het algemeen aan te bevelen het snoeien van bomen en struweel buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart – augustus) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Tijdens de werkzaamheden kunnen er mogelijk individuen van de algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood.
De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kan vluchten
3
Daarnaast is de zorgplicht van toepassing. Deze is altijd van toepassing voor alle in het wild levende soorten, ook wanneer er gebruik wordt gemaakt van een gedragscode, vergunning of vrijstelling. Het is noodzakelijk om na uitvoering van het aanvullend onderzoek een ecologisch werkprotocol op te stellen om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen en te beperken.
4