CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij verzamelverordening raad Weesp 2024 Transitievisie warmte Amsterdam en Weesp.pdf

RAAD 28 februari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verzamelverordening Weesp gemeenteraad Amsterdam 2024 voor de harmonisatie van de regelgeving van Weesp en Amsterdam (VN2024-000686)44.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Transitievisie Warmte Amsterdam

Transitievisie Warmte Amsterdam 2

Inhoudsopgave Voorwoord 4 Samenvatting6 Het uitgangspunt is betaalbaarheid Samenwerken en afstemmen met de buurt Nieuwe inzichten

6 6 8

1 Inleiding

11

1.1 De Nederlandse transitie naar aardgasvrij 1.2 De Amsterdamse context 1.3 De Amsterdamse opgave 1.4 Afbakening – wat is de transitie-visie warmte wel en niet? 1.5 Wie hebben er meegedacht? 1.6 Leeswijzer

11 13 14 15 15 16

2 Aardgasvrije warmteoptie per buurt

21

2.1 Besliscriteria voor warmteopties 2.2 Laagste maatschappelijke kosten 2.3 Toets op duurzaamheid en beschikbaarheid van warmtebronnen 2.4 Minste overlast 

21 21 26 32

3 De fasering van buurten 

33

3.1 Uitgangspunten voor de fasering 3.2 De transitiekaart 3.3 Het prioriteren van de warmtenetbuurten 3.4 Aardgasvrij-initiatieven in de stad

33 35 37 39

4 Wat betekent dit voor de stad? 

41

4.1 Isoleren is altijd goed  4.2 Het mogelijk maken van een betaalbare warmtetransitie  4.3 Hoe sturend wordt de transitievisie warmte? 

41 42 43

5 Van visie naar uitvoering 

45

5.1 Hoe ziet de planning er voor de eerste buurten uit? 45 5.2 Welk proces volgen de buurten naar aardgasvrij? 46 5.3 Stedelijk programmeren – een bereikbare en leefbare stad in transitie 46 5.4 De Amsterdammer ontzorgen 47 5.5 Een aanpak voor de zakelijke markt 48 5.6 Een Amsterdamse warmtemotor  48

Transitievisie Warmte Amsterdam 3

Bijlage 1: Notitie van uitgangspunten: Transitievisie Warmte Amsterdam 

49

Bijlage 2: Wie hebben er meegedacht? Werkgroep Transitievisie Warmte 

55

Bijlage 3: Isolatie, warmteopties en duurzaamheid 

57

Bijlage 4: Analyse, modellen en kengetallen 

73

Bijlage 5: Technische en financiële verdieping per woningtype 

88

Bijlage 6: Warmteoptiekaart en onderbouwing warmteoptie op buurtniveau 

95

Bijlage 7: De intensiteit van de warmtetransitie 

125

Bijlage 8: No-regret handelingsperspectief per type gebouw 

127

Bijlage 9: Bewonersadviezen voor het vervolg op de transitievisie warmte129 Begrippenlijst133 Bijlage 10: Transitievisie Warmte voormalige gemeente Weesp

134

Colofon

Leeswijzer

Datum versie: 30 september 2020 Vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september 2020

De Transitievisie Warmte Amsterdam is in september 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie is Weesp nog niet opgenomen, omdat Weesp in 2020 nog geen onderdeel was van de gemeente Amsterdam. De Transitievisie Warmte Weesp (zie bijlage 10) is in oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Weesp. In februari 2024 heeft de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam ermee ingestemd dat beide visies zijn samengevoegd tot het voorliggende document door de Transitievisie Warmte Weesp als bijlage toe te voegen aan de Transitievisie Warmte Amsterdam. Dit betekent dat de Transitievisie Warmte Amsterdam van toepassing is op de gemeente Amsterdam exclusief het grondgebied van de voormalige gemeente Weesp. Voor Weesp geldt bijlage 10. Op Driemond is wel de Transitievisie Warmte Amsterdam van toepassing.

De visie is opgesteld door adviesbureau Over Morgen Rob Geldhof, Silke Nieuwenhuis, Jade Oudejans, Peter-Paul Smoor Infographics & vormgeving Paul van Elk en Renee Bakker In opdracht van de Gemeente Amsterdam Theun Koelemij en Milan van Schendel

Transitievisie Warmte Amsterdam 4

Voorwoord

Marieke van Doorninck

Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Iets meer dan vijftig jaar geleden stapten we in onze stad van stadsgas en steenkolen over naar aardgas voor koken en verwarmen. De burgemeester schreef toen aan alle Amsterdammers een boekje waarin stond hoe deze transitie zou verlopen. Buurt voor buurt werd er een tijdpad aangegeven waarmee Amsterdam zou worden aangesloten op aardgas. Ook het afstappen van aardgas doen we nu met een aanpak per buurt. Met de Transitievisie Warmte gaan we nu deze volgende fase in. Bij het verwarmen van onze huizen met aardgas komt nu nog veel CO2-vrij. Dit willen we veranderen. In 2015 hebben we in Parijs met vele andere landen afgesproken onze CO2-uitstoot te verkleinen. Om dit doel te behalen willen we in Amsterdam in 2040 helemaal aardgasvrij zijn. Ons aardgas in Groningen raakt een keer op, maar ook de aardbevingen daar zijn een belangrijke reden om van het aardgas af te gaan. Na ruim vijftig jaar nemen we daarom stap voor stap afscheid van aardgas. We hebben dus opnieuw een transitie, die we opnieuw buurt voor buurt gaan uitvoeren. We willen de stad zo goed mogelijk aardgasvrij maken. Daarbij vinden we het belangrijk dat het alternatief duurzaam is, de overstap voor iedereen betaalbaar is en dat verschillende bronnen de warmte kunnen leveren.

We maken onze stad aardgasvrij met de duurzame warmte die we al hebben en leren veel over warmtebronnen waar we nog weinig over weten. Bronnen die oneindig beschikbaar zijn, zoals water en onze aarde. In sommige buurten zijn we al aan de slag. Voor de meeste buurten zal het nog even duren voordat er volledig duurzaam wordt gewoond.

Natuurlijk willen Amsterdammers weten wat deze overstap voor hen betekent. Om hen alvast wat meer houvast te geven hebben we deze transitievisie warmte geschreven. Hierin geven we net als vijftig jaar geleden een tijdpad weer. Per buurt kijken we wat het meest duurzame alternatief is, waarbij we de kosten voor de stad zo laag mogelijk houden. Voor de ene buurt is dat een warmtenet, voor de andere buurt kan bijvoorbeeld all-electric een oplossing zijn. We laten in dit document zien hoe we verwachten dat een aardgasvrij Amsterdam er met de kennis van nu uit zal zien. Amsterdammers hebben hun reactie gegeven op deze visie tijdens de inspraakperiode en stadsdelen hebben advies uitgebracht. Aan de hand daarvan hebben we aanpassingen gedaan en deze verwerkt in deze vernieuwde, verbeterde versie. Ook hebben we meer inzicht gegeven hoe we in bestaande en toekomstige programma’s verder aan de slag gaan met belangrijke onderwerpen die van belang zijn voor een succesvolle energietransitie, maar buiten de scope van deze visie liggen. Het definitieve plan voor de buurten wordt samen met buurtbewoners gemaakt. Dat zal de Amsterdammer nog meer houvast geven.

Met het verschijnen van deze transitievisie warmte staat er op de website van de gemeente een pagina waarop Amsterdammers zien welke maatregelen zij nu al kunnen nemen om hun huis zo goed mogelijk klaar te maken voor een aardgasvrije toekomst.

Transitievisie Warmte Amsterdam 5

Emoties

Transitievisie Warmte Amsterdam 6

Samenvatting Amsterdam wordt aardgasvrij. De overstap naar aardgasvrij verwarmen en koken vormt een bouwsteen voor een duurzaam en klimaatneutraal Amsterdam. Om de overstap zo betaalbaar en zorgvuldig mogelijk te kunnen maken hebben we goed nagedacht welke oplossingen het beste passen en in welke volgorde buurten aardgasvrij worden. De overstap naar duurzaam verwarmen doen we samen, niet van vandaag op morgen, maar stapsgewijs.

Deze transitievisie warmte geeft richting aan de overstap naar een aardgasvrij Amsterdam. Op basis van de kennis van nu, gecombineerd met de wensen van de Amsterdamse bewoners en partnerorganisaties, schetsen we een route door de stad. Alle Amsterdammers gaan merken dat de stad in transitie is, buiten op straat, maar ook binnen in woningen en gebouwen. In bijna 50 CBS-buurten zijn we al gestart. Voor de overige buurten hebben we een tijdpad opgesteld. Sommige buurten vragen om een collectieve oplossing en volgen een duidelijke fasering, andere buurten zullen op basis van individuele natuurlijke momenten een meer gestaag tempo richting aardgasvrij volgen. Ongeacht het alternatief voor aardgas

Het uitgangspunt is betaalbaarheid

van die keuzes, zodat de totale kosten van de overstap naar aardgasvrij zo laag mogelijk zijn. Daarnaast zijn de keuzes getoetst op basis van andere criteria, waaronder het verminderen van CO²-uitstoot op korte termijn en de mogelijkheden om te verduurzamen op lange termijn. We maken duidelijk waarom welke warmteoptie per buurt de voorkeur heeft, waar vrijheid is om zelf te kiezen, waar al keuzes zijn gemaakt of waar we als gemeente voorlopig geen focus op leggen. De keuzes en uitspraken in deze visie maken we zoveel mogelijk transparant en toetsbaar. We hebben de warmtetransitie in Amsterdam in kaart gebracht door de uitgangspunten van de stad toe te passen in (model)analyses. Hier is de transitiekaart uit voortgekomen, waarop voor elke buurt zowel een warmteoplossing als een transitieperiode is opgenomen. De transitiekaart en de bijbehorende beschrijving van de aanpak voor de verschillende typen buurten op de kaart staat op de volgende pagina.

Op basis van uitgangspunten die we samen met de stad en onze partners hebben opgesteld hebben we keuzes gemaakt. Keuzes in de aardgasvrije warmteoptie per buurt en keuzes in de volgorde waarin Amsterdamse buurten aardgasvrij worden. De laagste maatschappelijke kosten vormen de basis

Een haalbare en betaalbare transitie die voor 2040 gereed is, is niet vanzelfsprekend. De grootste maatschappelijke kosten zitten in het aanpassen van gebouwen. Om de grote isolatieopgave mogelijk te maken geven we gebouweigenaren zoveel mogelijk de tijd die ze

en de volgorde van buurten, moeten alle gebouweigenaren aan de slag om hun gebouwen gereed te maken om aardgasvrij te kunnen verwarmen en koken. Heel Amsterdam zal moeten isoleren om de vraag naar warmte terug te dringen en de overstap naar duurzame bronnen mogelijk te maken.

nodig hebben om hun gebouwen aan te passen, en beginnen we tegelijkertijd met het aanleggen van nieuwe energie infrastructuur. Gezamenlijk organiseren we dat iedereen mee kan doen met de overstap naar aardgasvrij en dat we de kosten die gemaakt moeten worden zo eerlijk mogelijk verdelen. De gemeente zorgt in de eerste fase van de transitie voor subsidies voor gebouweigenaren, daar waar de overstap niet op andere manieren betaalbaar kan worden gemaakt. In de verdere uitvoeringsfase moet nagedacht worden welke stappen nodig zijn om de betaalbaarheid gedurende de hele transitie te borgen. Het is daarbij belangrijk dat we gebouweigenaren stimuleren om te kiezen voor de warmteoptie die volgens de transitievisie warmte in hun buurt de voorkeur heeft. Daarbij houden we rekening met de diversiteit aan bewoners, gebruikers, gebouwen, en eigenaren en staan we open voor goede initiatieven in de stad.

Samenwerken en afstemmen met de buurt Om de transitie planbaar te maken en de stad zo leefbaar mogelijk te houden is afstemming tussen partijen nodig. De gemeente voert hierin de regie en betrekt partners in de stad zo vroeg mogelijk in het proces bij haar planningen. In de warmtenetbuurten waar we

Zaanstad

Oostzaan

Transitievisie Warmte Amsterdam 7

Landsmeer

Warmtenetbuurt

Waterland

Diemen

Tussen 2020 en 2030 Warmtenetbuurt: gefaseerd aardgasvrij Tussen 2022 en 2032 Warmtenetbuurt: gefaseerd aardgasvrij Vanaf 2030 Warmtenetbuurt: gefaseerd starten Al (bijna) volledig op het warmtenet

Lokale bronnetten

Haarlemmermeer

Tussen 2020 en 2032 Lokale bronnetten en warmtenet: gestaag aardgasvrij Tussen 2020 en 2040 Lokale bronnetten: gestaag aardgasvrij

All Electric Tussen 2020 en 2040 All Electric: gestaag aardgasvrij

Aardgasvrij gasnet Tot 2040 Aardgasvrij gasnet: gestaag tot 70% gasbesparing

Amstelveen

Weesp

Nieuwbouw- en transformatiegebied: volgt de fasering van de gebiedsontwikkeling Grotendeels onbebouwd Een aanzienlijk deel van warmteaansluitingen nog op kookgas CityDeal-buurten en particuliere initiatieven

Aalsmeer

Ouder-Amstel

Stichtse Vecht

1. n d e D eFiguur Ro Transitiekaart Amsterdam Venen Wijdemere

Transitievisie Warmte Amsterdam 8

voor 2030 aan de slag gaan, stellen we de komende jaren buurtuitvoeringsplannen op. Volgens de Amsterdamse aanpak ‘Wijken Aardgasvrij Maken’ spreken we in de buurtuitvoeringsplannen met gebouweigenaren, bewoners en bedrijven af hoe de transitie er precies uit zal zien en wat dit concreet betekent voor hen. Hierin komen verschillende onderdelen terug, waaronder een onderbouwing van de financiële en technische haalbaarheid en de samenwerking met de buurt. Voor de eerste fase willen we de buurtuitvoeringsplannen binnen twee à drie jaar klaar hebben, zodat we op korte termijn meer houvast creëren voor alle belanghebbenden. In de transitievisie proberen we om te gaan met de grote onzekerheden die er nu eenmaal zijn. Over de betaalbaarheid, over duurzaam gas, over innovaties, over samenwerken. Een ding is wel zeker: door te wachten worden zaken niet minder onzeker, maar raakt ons doel wel steeds verder buiten bereik. Daarom zijn we al gestart en werken we de komende jaren samen verder aan de warmtetransitie, waarbij deze transitievisie warmte de koers aangeeft.

Nieuwe inzichten De transitievisie wordt minimaal elke vijf jaar herijkt. Op die manier kunnen we nieuwe inzichten verwerken en waar nodig de richting bijstellen. Bijvoorbeeld als het gaat om de infrastructuur in het centrum en andere vooroorlogse gebieden, of de gedetailleerde planning

van buurten. Ondertussen zetten we de komende jaren via de buurtuitvoeringsplannen, een isolatieaanpak en een aanpak voor de zakelijke markt met betrokken bewoners, bedrijven en partners de eerste belangrijke stappen. Op die manier geven we gezamenlijk vorm aan de warmtetransitie in Amsterdam. Want de stap naar aardgasvrij, die maken we samen. Deze kaart, de transitiekaart, is een visuele weergave van de uitkomsten in de transitievisie warmte. De transitiekaart schetst het beeld van de route en de aardgasvrije warmteopties van de warmtetransitie in Amsterdam. In de hoofdstukken hierna wordt toegelicht hoe deze kaart tot stand is gekomen.

Transitievisie Warmte Amsterdam 9

Uitleg diverse warmteoplossingen De Transitievisie Warmte (TVW) geeft met de diverse warmteopties een voorkeur voor een toekomstbestendige energie-infrastructuur, zonder daarbij nu al een keuze te maken voor de (mix van) energiebronnen. Het is pas zinvol om deze keuze te maken op basis van een werkelijke casus in een wijk. Dat is het moment waarop een besluit genomen kan worden over de meest passende bron en/of bronnenstrategie en de exacte inrichting van de warmteketen en met bijhorende marktordening. Dit besluit hangt sterk samen met de omvang en de fasering van het project, de locatie en het tijdstip van realisatie. Ook de daarbij horende stand van de techniek, subsidies en het politiek landschap speelt hier een rol. Hieronder worden de diverse warmteopties nader toegelicht.

Warmtenetbuurten met een gefaseerde, collectieve aanpak naar aardgasvrij Voor iets meer van de helft van de bestaande en toekomstige Amsterdamse gebouwen heeft een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten. Deze warmtenetten zullen door een mix van duurzame bronnen worden verwarmd en kunnen op verschillende

manieren worden georganiseerd. In Amsterdam is perspectief op voldoende duurzame warmtebronnen en is de markt open voor verschillende aanbieders. Om het tempo te halen dat nodig is om aardgasvrij te worden, is het belangrijk om het moment van aansluiten op het warmtenet los te koppelen van het moment dat de gebouwgebonden maatregelen gereed zijn. Concreet betekent dit dat warmtenetten gedurende de transitieperiode soms nog hoogtemperatuur (90°C) warmte leveren. We maken afspraken zodat vanaf 2040 alleen nog warmte wordt geleverd op middentemperatuur (maximaal 70°C) of lager. Gebouweigenaren hebben zo de tijd om tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten de maatregelen te nemen die nodig zijn om op middentemperatuur te kunnen verwarmen, zonder dat de ontwikkeling van het warmtenet vertraagt. De fasering van warmtenetbuurten volgt een tempo door de stad, dat bepaald wordt door bijvoorbeeld planningen van woningcorporaties en planningen in de openbare ruimte.

Kantoren en all-electric buurten op hun eigen natuurlijke momenten naar aardgasvrij Voor bedrijventerreinen en locaties met veel kantoorgebouwen zijn lokale bronnetten met bijvoorbeeld warmtekoudeopslag of oppervlaktewater een geschikte aardgasvrije warmteoptie. Voor gebieden met veel utiliteitsbouw geldt dat de overstap naar aardgasvrij tegen lagere kosten is te organiseren dan in woonwijken. Het grootste deel van de utiliteitsbouw in Amsterdam zal dan ook al voor 2032 aardgasvrij zijn. Voor woningeigenaren in relatief nieuwe buurten buiten de ring met lagere dichtheden is all-electric het voor de hand liggende aardgasvrije alternatief. Een collectieve aanpak waarbij de hele buurt in één keer overstapt is hier niet logisch, omdat de maatschappelijke kosten het laagst zijn als iedere eigenaar op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld bij verhuizing, verbouwing of vervanging van apparaten, de overstap naar aardgasvrij maakt.

Transitievisie Warmte Amsterdam 10

In all-electric buurten kan de overstap naar aardgasvrij zich op die manier organisch ontwikkelen, waardoor er tevens voldoende tijd ontstaat voor de netbeheerder om het huidige elektriciteitsnet waar nodig te verzwaren.

Een historisch centrum waar besparen en hybride oplossingen centraal staan Voor grote delen van het historische centrum en enkele andere buurten met veel vooroorlogse bouw zijn betaalbare, duurzame warmteopties op dit moment nog niet voorhanden. De investeringen om aardgasvrij te worden zijn in dit deel van de stad het hoogst. Dit wordt veroorzaakt door de hoge kosten en de technische complexiteit om nieuwe infrastructuur en isolatie te realiseren bij oudbouw. De verwachting is daarom dat hier voorlopig het gasnet blijft liggen. De vraag naar gas die overblijft na het toepassen van hybride oplossingen en vergaande besparingsmaatregelen moet op termijn worden vervangen door duurzaam gas, zoals groen gas of groene waterstof. Om dit

mogelijk te maken is het noodzakelijk om tussen nu en 2040 het gasgebruik in deze buurten sterk te reduceren. Door nieuwere gebouwen wel volledig gasvrij te maken, door hybride verwarmingssystemen toe te passen en door waar mogelijk te isoleren. Onder die voorwaarde, is met de kennis van nu, de inschatting dat de resterende vraag naar gas in 2040 op een duurzame manier kan worden ingevuld. Of het gasnet ook de definitieve oplossing is voor het centrum is nog onduidelijk. Dat zal afhangen van de toekomstige beschikbaarheid van duurzaam gas en technologische innovatie. Bij iedere herijking van de transitievisie wordt die keuze heroverwogen.

Aardgasvrije nieuwbouw met oplossingen passend bij locatie en schaal Amsterdam heeft de grootste nieuwbouwopgave van Nederland. Voor kleinschalige nieuwbouw is all-electric vaak de optimale oplossing. Voor grootschalige nieuwbouw met een hoge

dichtheid is een collectieve warmteoplossing, eventueel in combinatie met WKO, vaak de meest passende oplossing. Per locatie zal worden gekeken welk temperatuurniveau het beste past. De gemeente geeft de voorkeur aan het leveren van laagtemperatuur (circa

40°C) bij warmtenetten in de nieuwbouw, tenzij de nieuwbouw de transitie van omliggende bestaande bebouwing kan versnellen door levering van 70°C.

Hoofdstuk 1

Inleiding Iets meer dan vijftig jaar geleden begon Amsterdam met de omschakeling van stadsgas en steenkolen naar aardgas voor koken en verwarmen. Voor het eerst kwam ‘gasverwarming binnen ieders bereik’, vermeldt een publicatie van het GemeenteEnergiebedrijf Amsterdam uit 1964. Buurt voor buurt werd het tijdpad aangegeven waarmee Amsterdam zou worden aangesloten op het aardgas. Inmiddels weten we dat het Gronings aardgas niet tot in het einde der tijden gebruikt kan worden en hebben we een opgave om het energieverbruik van de stad te verduurzamen. Amsterdam gaat van het aardgas af. In deze transitievisie warmte geven we opnieuw een tijdpad weer, dit keer om de volgorde te schetsen waarin buurten of gebouwen van het aardgas af zullen gaan en stapsgewijs over zullen gaan naar duurzame oplossingen. Hiermee laten we zien hoe we verwachten dat een aardgasvrij Amsterdam er met de kennis van nu uit zal zien.

Transitievisie Warmte Amsterdam 11

Dit is de eerste editie van de transitievisie warmte van Amsterdam. Er zullen nieuwe edities volgen, want een transitie van tientallen jaren is niet op voorhand volledig voorspelbaar en planbaar. Wel is de richting die we inzetten duidelijk. Met die richting laten we de stad op basis van deze Transitievisie Warmte kennismaken.

1.1 De Nederlandse transitie naar aardgasvrij In december 2015 heeft Nederland in Parijs ingestemd met een nieuw Klimaatakkoord van de Verenigde Naties. Net als alle andere landen moet Nederland een flinke inspanning leveren om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2, en liefst niet meer dan 1,5 graden Celsius. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangegeven dat ze de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent ten opzichte van 1990 wil verminderen. Om dit doel te halen is het Nationale Klimaatakkoord opgesteld, waarin overheid, organisaties en bedrijven in Nederland concrete afspraken hebben gemaakt. Als een van de onderdelen heeft de overheid het doel gesteld om in 2050 een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Om dat te behalen is het nodig dat een kwart van de woningen in 2030 aardgasvrij is. Deze transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving is enorm en heeft een grote impact op de bijna zeven miljoen woningen in Nederland. We ruilen onze individuele gasgestookte cv-ketels in voor duurzame aardgasvrije warmteoplossingen. Gemeenten hebben een belangrijke

regierol in deze transitie naar een aardgasvrije omgeving. In lijn met het door het kabinet gepresenteerde Klimaatakkoord werken we aan plannen op drie niveaus en zorgen we voor afstemming tussen die plannen: 1. Regionaal doen we dat in de vorm van de Regionale Energie Strategie (RES) waarin we duurzame energiebronnen in de regio in kaart brengen. Onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW), waarmee we de regionale warmtevraag, de warmtebronnen, de benodigde infrastructuur en de bovenlokale kansen en uitdagingen op het gebied van de warmtetransitie in beeld brengen.1 Ook werken we in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in het programma Warmte-Koude aan regionale samenwerking in de warmtetransitie. 2. Op gemeentelijk niveau doen we dat met deze Transitievisie Warmte (TVW). Die beschrijft hoe we als gemeente samen met onze stakeholders onze warmtevraag op een aardgasvrije en duurzame manier gaan invullen en in welk tempo dat zal verlopen. 3. Voor alle wijken of buurten waar we al gestart zijn of waar gestart wordt met een aanpak richting aardgasvrij, stellen we vervolgens een concreet plan van 1

De potentie van warmtebronnen is op Amsterdams niveau al uitgezocht, en is input geweest voor deze transitievisie warmte. In regionaal verband (energieregio Noord-Holland Zuid) krijgt de RSW vorm in de RES 1.0 die in 2021 gereed moet zijn. Daarin worden de resultaten van deze transitievisie warmte weer meegenomen.

Transitievisie Warmte Amsterdam 12

‘In de transitievisie warmte legt de gemeenteraad een realistisch tijdpad vast waarop wijken van het aardgas gaan. Voor de wijken waarvan de transitie vóór 2030 gepland is, zijn ook de potentiële alternatieve energie infrastructuren (all-electric, (type) warmtenet etc.) bekend.’

Regionale Energiestrategie (RES) Elektriciteitsvraag voor verwarmen, ruimtelijke impact opwek en infra

Klimaatakkoord, 28 juni 2019

aanpak op, een zogenaamd uitvoeringsplan. Deze plannen geven we vorm samen met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk. In die plannen maken we een definitieve keuze voor het warmtealternatief voor de buurt, brengen we in kaart welke kosten hiermee gepaard gaan en spreken we af hoe we op een betaalbare manier een aardgasvrije wijk of buurt gaan realiseren. Die afspraken landen uiteindelijk in een beslissing op het niveau van een complex, VvE, woning of ander gebouw, met een bijbehorend besluitvormingstraject. In 2022 wordt de invoering van de Warmtewet 2.0 voorzien. Deze vernieuwde warmtewet zal mogelijk invloed hebben op lokale beslissingen. Een belangrijke wijziging is bijvoorbeeld het ‘ophaalrecht’, waarmee het mogelijk zal worden om lokale onbenutte restwarmte door middel van een verplichte beschikbaarstelling nuttig in te zetten voor de verwarming van woningen en/of kantoren.

Figuur 2. Samenhang RES, transitievisie warmte, uitvoeringsplan

Onzekerheid neemt af met de tijd

Regio

Warmtevraag,aanbod (bronnen)en afweging

Regionale Structuur Warmte (RSW) Warmtevraag en lokale afwegingen

Gemeente

Tijdspad van wijken en voorkeursoplossingen per wijk

Aanbod en toedeling regionale warmtebronnen

Transitievisie Warmte (TVW)

Lessen planvorming en uitvoering

Buurt (gebied)

Uitvoering(splan) en besluit buurt infrastructuur

Uitvoeringsplan aardgasvrij

Keuze eerste aardgasvrije (wijk(en)

Kennis

neemt toe met de tijd

Transitievisie Warmte Amsterdam 13

1.2 De Amsterdamse context De ambitie van de Amsterdamse gemeenteraad is om 55 procent CO2reductie in 2030 te realiseren ten opzichte van 1990. In 2040 willen we aardgasvrij zijn, en in 2050 volledig klimaatneutraal. De eerste stappen naar aardgasvrije buurten zijn al gezet. In 2016 sloten we met partners in de stad de City Deal ‘Naar een stad zonder aardgas’en besloten we samen met die partijen werk te gaan maken van de warmtetransitie. Door de gezamenlijke City Deal partners zijn bijna 50 CBS-buurten verkozen tot zogenaamde ‘City Deal buurten’ . Dit zijn de buurten waar we in Amsterdam starten met de overstap naar aardgasvrij. In een paar van deze buurten is het initiatief uit de buurt zelf gekomen en ondersteunt de gemeente de plannen. In een aantal van de City Deal buurten is de voorbereidende planvorming richting aardgasvrij al vergevorderd. De ervaringen en lessen uit deze buurten hebben geleid tot de Amsterdamse aanpak ‘Wijken Aardgasvrij Maken’ en zorgt ervoor dat we steeds beter samenwerken met bewoners en partners in de buurten. Zie hoofdstuk 3.4 voor een overzicht van de City Deal buurten en initiatieven.

Totale uitstoot 5.000 kton CO2equivalenten

Gebouwde Omgeving

Mobiliteit

Elektriciteit

Haven & Industrie

100% 25% 18% 39% 18% Aardgas- en warmteverbruik en overige broeikasgassen

Brandstofverbruik

Elektriciteitsverbruik Zakelijke markt

11%

Woningen

Amsterdamse wegen

9%

Woningen

Aardgas- en warmteverbruik industrie

14%

Zakelijke markt

7%

Maatschappelijke gebouwen

4% Figuur 3. 

Overzicht van de huidige procentuele CO2uitstoot per sector in verhouding tot de totale CO2-uitstoot in Amsterdam. Bron: Nieuw Amsterdams Klimaat: Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Gemeente Amsterdam, maart 2020.

Snelwegen

6%

Mobiele werktuigen

2%

Veren, recreatievaart en dieseltreinen

0,2%

Overige broeikasgassen

0,6%

21% 8%

Maatschappelijke gebouwen

6%

Industrie

4%

Afvalverbranding

5%

Brandstofverbruik binnenscheepvaart en visserij

0,5%

Overige broeikasgassen industrie

1,5%

Transitievisie Warmte Amsterdam 14

In Amsterdam ligt bovendien al een groot warmtenet. De woningcorporaties en de warmtebedrijven hebben de handen ineengeslagen voor de Amsterdamse Warmtemotor. Door te verkennen of een groot deel van het corporatievastgoed de komende tien jaar kan worden aangesloten op het warmtenet, creëren zij samen kansen voor de rest van het vastgoed in die buurten.

1.3 De Amsterdamse opgave Geen gemeente in Nederland heeft een grotere opgave dan Amsterdam. Circa 430 duizend woningen en enkele tienduizenden utiliteitsgebouwen moeten de komende decennia aardgasvrij worden gemaakt. Daarnaast heeft Amsterdam een grote nieuwbouwopgave, die aardgasvrij moet worden gerealiseerd. Als we kijken naar de totale CO2-uitstoot van Amsterdam, is te zien dat de warmtebehoefte in de gebouwde omgeving momenteel zorgt voor een kwart van onze uitstoot van broeikasgassen, zie figuur 3. We zetten al stappen in de goede richting om de CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving te laten dalen. In totaal heeft Amsterdam 650.000 woning-equivalenten (WEQ2). Daarvan zijn er al zo’n 100.000 WEQ aangesloten

2

Woningequivalent: de hoeveelheid warmteenergie die nodig is om een gemiddelde woning in Amsterdam van ruimteverwarming en warm water te voorzien. Voor utiliteitsbouw is 1 WEQ gelijkgesteld aan 80 m2 bruto vloeroppervlakte (BVO).

Ambitie 2030 t.o.v. 1990

t.o.v. 1990

-55%

CO2-uitstoot Amsterdam In CO2equivalenten

Ambitie 2050

-95%

6.000

Doorrekening: raming 2030

5.000 Haven & Industrie

920

t.o.v. 1990 met bandbreedte

4.000 3.000

Elektriciteit 1.960

-21%

2.000 Mobiliteit

870

Gebouwde Omgeving

1.250

- 48% raming 2030 -55%

1.000 0

1990

2000

op het warmtenet. Het totale aardgasverbruik in de Amsterdamse gebouwde omgeving is circa 645 miljoen m3 per jaar. Dit verbruik is de afgelopen jaren gedaald, terwijl het aantal gebouwen in de stad is toegenomen. Dat komt deels door besparingsmaatregelen, maar vooral omdat meer gebouwen zijn aangesloten op het warmtenet en nieuwbouw bijna niet meer wordt aan-

2010

2020

2030

gesloten op een gasinfrastructuur. Mede hierom, wordt in de Routekaart (Gemeente Amsterdam, 2020) een daling van 48 procent voorzien in de uitstoot van broeikasgassen in Amsterdam in 2030 ten opzichte van 1990, zoals weergegeven in figuur 4.

2040

2050

Figuur 4. Doorrekening van de raming van broeikasgasuitstoot in Amsterdam in 2030, vergeleken met 1990. Bron: Nieuw Amsterdams Klimaat: Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Gemeente Amsterdam, maart 2020.

Transitievisie Warmte Amsterdam 15

Daarnaast is er in Amsterdam een grote nieuwbouwopgave. Tijdens de transitieperiode worden er circa 150.000 nieuwe woningen bijgebouwd en circa 1,6 miljoen m2 aan utiliteit. De stad groeit daarmee naar circa 810.000 woningequivalenten in 2040.

1.4 Afbakening – wat is de transitievisie warmte wel en niet? Stedelijke visie op de schaal van buurten De transitievisie warmte is een stedelijke visie van de gemeente Amsterdam die per buurt laat zien met welke techniek en in welke periode buurten aardgasvrij worden. De transitievisie gaat over het grote geheel, neemt de 481 CBS-buurten als ‘korrelgrootte’ en gaat uit van gemiddelden en meest voorkomende situaties. De transitiekaart geeft een beeld op buurtniveau. Afwijkende gebouwtypes binnen buurten, zoals een nieuwbouwcomplex in een buurt die gebouwd is in 1925, zijn niet zichtbaar op de transitiekaart, maar komen naar voren in de ruimte voor opt-out (zie tabel 1 op p. 23 en de begrippenlijst op de laatste pagina) en zullen in de buurtuitvoeringsplannen wel worden belicht. Maatschappelijke kosten en betaalbaarheid voor bewoners In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat de transitievisie warmte uitgaat van de laagste maatschappelijke kosten van de hele

warmteketen: van energiebron via een infrastructuur naar een gebouw, tot en met de aanpassingen die in het gebouw zelf nodig zijn. Door de laagste maatschappelijke kosten als uitgangspunt te nemen brengen we de betaalbaarheid voor bewoners dichterbij. De transitievisie warmte geeft geen antwoord op de vraag hoe de laagste kosten voor de stad eerlijk verdeeld worden en gaat niet over de diverse instrumenten die kunnen zorgen voor een eerlijke verdeling van de kosten, zoals de tariefregulering in de Warmtewet 2.0 die nu wordt opgesteld door de rijksoverheid of bijvoorbeeld subsidies en goedkope energieleningen. De transitievisie warmte geeft geen doorrekening van de kosten per vermeden ton CO2. De kosten per vermeden ton CO2 zijn, naast de laagste maatschappelijke kosten zoals hierboven beschreven, tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen, die noodzakelijk is om uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te worden. De toekomstige CO2-uitstoot is afhankelijk van de gekozen sub-oplossing binnen de aardgasvrije voorkeursinfrastructuur en van de gekozen bron en zal tevens sterk veranderen in de tijd. De kosten per ton vermeden CO2 zijn daarmee onderhevig aan veel externe factoren en zeer lastig te voorspellen. Daarom is ervoor gekozen om CO2 in de transitievisie warmte – die focust op het tijdpad naar aardgasvrij – niet mee te nemen in

de berekening van de maatschappelijke kosten, maar separaat te behandelen in het hoofdstuk duurzaamheid (zie hoofdstuk 2.3). Tempo en duurzaamheid De transitievisie warmte geeft een beeld van de aardgasvrije infrastructuur per buurt in 2040, zonder daarbij nu al een keuze te maken voor de (mix van) energiebronnen en beschrijft het tempo waarin buurten aardgasvrij worden. In de ene buurt gaat dat collectief en gefaseerd, in de andere buurt individueel en op basis van natuurlijke momenten. Om de doelstelling van een aardgasvrije stad te halen is het nodig dat gebouwen en buurten de overstap maken naar nieuwe manieren van verwarmen en de infrastructuur die daarbij hoort. De visie houdt rekening met de kansen voor verduurzaming van de bronnen die deze infrastructuren voeden. De transitievisie warmte is geen specifieke verduurzamingsstrategie voor warmtebronnen of voor de opwek van elektriciteit en duurzame gassen. De Regionale Energiestrategie (RES) gaat in op de mogelijkheden om duurzame energie op te wekken in de regio, inclusief duurzame warmte. De Warmtewet 2.0 waaraan de rijksoverheid werkt zal verduurzaming van warmtebronnen door de warmteleverancier reguleren. Tot slot is de gemeente Amsterdam met onder andere partners uit de City Deal in gesprek over verdere verduurzaming.

1.5 Wie hebben er meegedacht? Deze visie is opgesteld in opdracht van de gemeente Amsterdam. Maar één van de leidende principes binnen de warmtetransitie in Amsterdam is samenwerken naar een aardgasvrij Amsterdam. Want we hebben partners nodig om de warmtetransitie te kunnen realiseren. Professionele stakeholders, bewoners en bedrijven hebben dus meegedacht tijdens het opstellen van deze transitievisie warmte. Bijlage 2 geeft een compleet beeld welke partijen op welke manier betrokken zijn bij het opstellen van deze transitievisie warmte. Amsterdammers hebben onder andere meegedacht aan de start van de beleidsvorming door inbreng te leveren op de uitgangspunten. Online is via social mediakanalen een enquête verspreid (juni 2019). Deze is 3700 keer ingevuld. Hieruit kwam naar voren dat Amsterdammers betaalbaarheid het belangrijkst vinden. Tijdens een bewonersavond met een diverse groep Amsterdammers (26 juni 2019) is de verdieping gezocht op de resultaten van de enquête. De input is verwerkt in de Notitie van uitgangspunten in bijlage 1 van deze transitievisie warmte. Op 21 november 2019 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van deze notitie. Begin 2020 is participatie georganiseerd om in samenspraak met Amsterdammers de toegankelijkheid en leesbaarheid van de transitievisie warmte te vergroten.

Transitievisie Warmte Amsterdam 16

Tijdens een tweede bewonersavond (14 januari 2020) werd bij een diverse groep bewoners getoetst of de resultaten van de transitievisie warmte begrijpelijk en duidelijk zijn en welke reacties ze oproepen. Als vervolg op de bewonersavond heeft een groep van tien Amsterdammers deelgenomen aan een ‘meeleesgroep’ om beleidsmakers gedetailleerder van commentaar te voorzien. Via social mediakanalen is een enquête verspreid (januari 2020) over de vraag hoe Amsterdammers bij de uitvoering betrokken willen worden. Deze is bijna 3400 keer ingevuld. Hier kwam naar voren dat Amsterdammers vooral willen meedenken over de manier waarop een nieuw verwarmingssysteem geïnstalleerd wordt en de financiering daarvan. In bijlage 9 zijn de bewonersadviezen over de uitvoering van de transitievisie warmte opgenomen. Naast inwoners van Amsterdam zijn ook grote vastgoedbeleggers en -beheerders begin 2020 via een aparte bijeenkomst betrokken om te reageren op de conceptresultaten van de transitievisie warmte en wat die voor hen betekenen.

1.6 Leeswijzer Deze transitievisie warmte start met leidende principes, oftewel belangrijke pijlers voor de warmtetransitie in Amsterdam opgesteld door de stad. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd in welke stappen tot een beeld van het voor-keursalternatief voor aardgas

per buurt is gekomen en wordt inzicht gegeven in de verwachte toekomstige verdeling van aardgasvrije warmteopties in Amsterdam. In hoofdstuk 3 maken we de stap naar de fasering oftewel de volgorde van buurten. Daarin staat wat het voorkeursalternatief per buurt betekent voor het tempo en de volgorde waarin buurten aardgasvrij worden, met als resultaat de kaart waarin de fasering en voorkeursalternatieven samen komen zoals ook eerder op pagina 7 afgebeeld. Hoofdstuk 4 bespreekt vervolgens de impact die dit heeft op de stad, waarbij randvoorwaarden voor de haalbaarheid van de transitie zoals betaalbaarheid en de isolatieopgave ter sprake komen. In hoofdstuk 5 gaan we in op de uitvoering van de transitie naar aardgasvrij, en hoe die uitvoering vorm krijgt in de eerste fase buurten en in de rest van de stad.

Transitievisie Warmte Amsterdam 17

Houd dit in gedachten bij het lezen van deze transitievisie warmte Verschillende oplossingen binnen buurten zijn mogelijk

Grenzen liggen niet vast De warmtetransitie volgt op veel plekken in de stad een gebiedsgerichte of buurtgerichte aanpak, de kaarten in deze transitievisie warmte zijn daarom ingericht volgens de 481 CBS-buurten van Amsterdam. Dit betekent natuurlijk niet dat een aardgasvrije wijkaanpak exact de CBS-grenzen volgt of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één buurt mag plaatsvinden. De grenzen zijn niet beperkend. Ze kunnen wel helpen om richting te geven.

Het feit dat een buurt de kleur heeft van een warmtenet, betekent niet dat elk gebouw in die buurt op een warmtenet aangesloten wordt. Buurten zijn niet altijd homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen kostenefficiënter zijn. Zo kunnen binnen een buurt oudere en nieuwere gebouwen voorkomen en zijn er vaak verschillende soorten eigenaren in een buurt aanwezig zijn. Voor utiliteitsgebouwen zijn bijvoorbeeld andere oplossingen interessant dan voor woningen. De transitiekaart in deze transitievisie warmte geeft wel een duidelijk voorkeursalternatief aan voor de buurt als geheel, waar we als gemeente met beleid op zullen sturen. Dat doen we omdat we de totale maatschappelijke kosten zo laag mogelijk willen houden.

Van wie is het Amsterdamse warmtenet en hoe wordt groei georganiseerd?

De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten Dit is een eerste versie van de Amsterdamse transitievisie warmte. Het beeld van de transitie naar een aardgasvrij Amsterdam geeft een duidelijke richting weer, maar moet de komende jaren steeds herijkt worden. Wel is zeker dat we de komende jaren doorgaan met de aanpak in de buurten die reeds gestart zijn, dat steeds meer individuele eigenaren de stap naar aardgasvrij zullen gaan zetten en dat het verder beperken van de warmtevraag in heel Amsterdam essentieel is. Rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering, continu blijven leren en ruimte houden voor innovatie zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om initiatieven in de stad die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn weergegeven in één van de eerste fases, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.

De ontwikkeling, het beheer en het investeren in de warmte-infrastructuur van Amsterdam kan worden georganiseerd door meerdere partijen. Op dit moment zijn er twee warmtebedrijven in Amsterdam actief: Vattenfall en Westpoort Warmte. De gemeente wil ook ruimte geven aan andere partijen bij de verdere ontwikkeling van warmtenetten. Hiervoor zijn verschillende vormen denkbaar. Bewoners kunnen indien gewenst eigenaar worden van een warmtenet, de gemeente kan zelf investeren, of er kan toetreding van derde partijen plaatsvinden op de hoofdinfrastructuur. Om te zorgen voor de benodigde uitbreiding van het Amsterdamse warmtenet, zullen de gemeente en haar partners afspreken hoe de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten in Amsterdam kan worden vormgegeven. Daarbij is zowel ruimte voor het (grotendeels reeds bestaande) stedelijke warmtenet als voor kleinschalige, decentrale warmtenetten die bijvoorbeeld vanuit buurtinitiatieven kunnen ontstaan. In deze transitievisie warmte wordt niet ingegaan op de marktordening van warmtenetten. Als de kaart een warmtenet inkleurt zegt dat nog niets over de eigendomssituatie van het (toekomstige) warmtenet.

Transitievisie Warmte Amsterdam 18

duurzaam Amsterdam Zorgvuldige en transparante informatievoorziening

Samenwerken naar een aardgasvrij Amsterdam

Werk met werk maken

Betaalbaar voor alle Amsterdammers

Een leefbaar Amsterdam in transitie

Realistisch en planbaar

Een betrouwbare warmtetransitie

Emoties

Transitievisie Warmte Amsterdam 19

Leidende principes voor de transitie naar een aardgasvrij Amsterdam De warmtetransitie gaat heel Amsterdam raken. Daarom is het van groot belang om te weten wat voor Amsterdammers belangrijk is bij deze grootschalige overstap naar het aardgasvrij verwarmen van de stad. Op basis van een uitgebreide ronde door de stad zijn de volgende leidende principes voor de warmtetransitie in Amsterdam opgesteld3. Ze vormen een aanvulling op de uitgangspunten die de gemeente hanteert voor de warmtetransitie: betaalbaar, open en duurzaam en kunnen worden gezien als belangrijke pijlers die we gedurende de transitieperiode nastreven. Deze leidende principes zijn dan ook gebruikt als fundament voor de transitievisie warmte.

1. Aardgasvrij als bouwsteen voor een duurzaam Amsterdam

2. Samenwerken naar een aardgasvrij Amsterdam

Uitgangspunt van het klimaatakkoord is een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050. De transitie naar een aardgasvrij Amsterdam kan niet los worden gezien van die opgave. Vanuit de opgave aardgasvrij dragen we bij aan de bredere duurzaamheidsdoelstellingen van de stad.

Om de overstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving voor iedereen mogelijk te maken vraagt de warmtetransitie een gezamenlijke afstemming in planvorming en uitvoering. We werken daarom samen met professionele stakeholders, met andere opgaven en thema’s binnen de gemeente, maar ook met Amsterdamse bewoners en bedrijven.

3

Deze principes zijn als onderdeel van de Notitie van Uitgangspunten in november 2019 met de gemeenteraad gedeeld.

3. Zorgvuldige en transparante informatievoorziening Binnen de transitie naar aardgasvrij is tijdige, transparante en zorgvuldige informatievoorziening essentieel. Hierdoor worden bewoners en stakeholders in staat gesteld om de juiste afwegingen te maken.

4. Realistisch en planbaar We streven naar een realistische en planbare visie op de warmtetransitie, die rekening houdt met de uitvoerbaarheid, de beschikbare arbeidscapaciteit en financiele haalbaarheid.

5. Betaalbaar We willen dat de overstap naar aardgasvrij voor iedereen, bewoners en andere belanghebbenden, betaalbaar is en dat de kosten eerlijk verdeeld worden. We baseren keuzes op de laagste maatschappelijke kosten, zodat de totale kosten die over alle partijen verdeeld moeten worden zo laag mogelijk zijn.

6. Een betrouwbare warmtevoorziening We vinden het belangrijk dat Amsterdamse bewoners en bedrijven kunnen rekenen op een betrouwbare warmtevoorziening, nu en in de toekomst. Daarom kijken we naar de leveringszekerheid van bronnen en passen we alleen oplossingen toe waarvan we weten dat ze werken en toekomstbestendig zijn.

Transitievisie Warmte Amsterdam 20

7. Werk met werk maken We willen zinloze investeringen voorkomen en kansen om kosten te besparen aangrijpen. Daarom is het nodig dat partijen geplande investeringen zoveel mogelijk op elkaar afstemmen, en werkzaamheden afstemmen.

8. Een leefbaar Amsterdam in transitie De warmtetransitie heeft veel impact, zowel binnen in gebouwen als buiten op straat. We willen dat Amsterdam een leefbare stad blijft terwijl deze transitie in de stad plaatsvindt. In Bijlage 1 staat een uitgebreide omschrijving van de leidende principes en de totstandkoming ervan. Deze principes zijn een overkoepelend beeld van wat Amsterdamse bedrijven en organisaties, huurders, VvE-leden en woningeigenaren belangrijk vinden. Uiteraard leggen verschillende partijen

op verschillende plekken de nadruk, waarmee rekening moet worden gehouden in de uitvoering. Daarnaast realiseren we ons dat bovenstaande leidende principes niet altijd volledig samengaan. Er kunnen spanningen ontstaan, bijvoorbeeld tussen het zoeken naar de meest betaalbare en tegelijkertijd de meest duurzame oplossing, of tussen tempo maken om CO2-doelstellingen te halen en het tegelijkertijd leefbaar houden van de stad. In de transitievisie warmte is in dit geval gezocht naar een optimale balans tussen de principes, en opgeschreven hoe die afweging tot stand is gekomen.

Hoofdstuk 2

Aardgasvrije warmteoptie per buurt In dit hoofdstuk geven we per buurt aan wat het aardgasvrije alternatief wordt voor verwarmen en koken met aardgas. Deze alternatieven heten warmteopties. Welke warmteoptie waar komt is bepaald op basis van besliscriteria die door partijen in de stad zijn afgesproken. Die criteria zijn: laagste maatschappelijke kosten, beschikbaarheid van bronnen, duurzaamheid, bestaande infrastructuur en overlast. Het resultaat is een kaart met warmteopties. In 2040 zal iets meer dan de helft van de stad zijn aangesloten op een warmtenet (laag- of middentemperatuur). De rest van de stad is min of meer gelijk verdeeld over all-electric, lokale bronnetten en het bestaande gasnet dat op termijn aardgasvrij wordt.

Transitievisie Warmte Amsterdam 21

Op pagina 25 en 26 staat een korte beschrijving van de warmteopties, in bijlage 3 staan de warmteopties uitgebreider beschreven.

2.1 B  esliscriteria voor warmteopties In een uitgebreide ronde door de stad hebben we bewoners, bestuurders en professionals gevraagd om na te denken over de belangrijkste criteria voor het maken van keuzes tussen verschillende warmteopties en de volgorde van buurten. Met de werkgroep transitievisie warmte (zie bijlage 2 voor samenstelling), zijn besliscriteria vastgesteld voor het maken van een afweging tussen de warmteopties. Die criteria zijn in bijlage 1 nader uitgewerkt. Onderstaande tabel geeft een samenvatting van deze besliscriteria en geeft aan in welke paragraaf zij behandeld worden.

2.2 L  aagste maatschappelijke kosten De laagste maatschappelijke kosten zijn de laagste totale kosten voor de gehele keten en al haar gebruikers. Dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen, kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie, die nodig zijn voor een aardgasvrije gebouwde omgeving. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. De kosten per vermeden ton CO2 zijn naast deze maatschappelijke kosten tevens afhankelijk van de kosten voor verduurzaming van bronnen.

Besliscriterium

Korte beschrijving

§

Laagste maatschappelijke kosten

De aardgasvrije warmteoptie waarvoor de totale maatschappelijke kosten voor een gebied het laagst zijn, krijgt voorrang boven duurdere oplossingen.

2.2

Bestaande infrastructuur per buurt

Bestaande of reeds geplande infrastructuur heeft invloed op de warmteoptie per buurt.

Aanwezigheid van warmtebronnen

De nabijheid van warmtebronnen weegt mee en kan bepalend zijn voor de warmteoptie in een buurt.

Duurzaamheid

Warmteopties die leiden tot een besparing van CO2-uitstoot en die een blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen voorkomen krijgen de voorrang boven warmteopties die niet leiden tot CO2besparing of leiden tot een blijvende afhankelijkheid van fossiel.

Minste overlast

Warmteopties die minder overlast geven in de buurt of in de woning krijgen de voorkeur boven warmteopties die meer overlast geven.

2.3

2.4

Transitievisie Warmte Amsterdam 22

Voor bestaande bouw geldt dat de transitiekosten dus niet alleen bestaan uit investeringen in de infrastructuur, maar ook voor een groot deel uit kosten voor het isoleren van gebouwen. De kosten van gebouwgebonden maatregelen zijn groter de kosten voor infrastructuur en zijn daarmee bepalend voor de keuze voor een warmteoptie. De verschillende warmteopties vragen om een verschillend isolatieniveau, wat is terug te zien in de maatschappelijke kosten. Dit kostenverschil wordt toegelicht in bijlage 5. De laagste maatschappelijke kosten per warmteoptie zijn bepaald op basis van een financieel-technische analyse. Die analyse bestaat uit twee onderdelen: 1. Modelmatige financieel-technische analyse met het Warmtetransitiemodel (WTM) van Over Morgen en vergelijking met andere modellen. Deze vergelijkende analyse wordt toegelicht in bijlage 4. De analyse laat de aardgasvrije warmteopties zien met de laagste maatschappelijke kosten per buurt. Die kosten omvatten de gehele keten, dus zowel kosten voor aanpassingen aan gebouwen (zoals isolatie, een warmtepomp of een inductiekookplaat), kosten voor de infrastructuur en kosten voor de bron en levering van energie. Daarbij worden niet alleen de investeringen, maar ook onderhoud en operationele kosten meegenomen, dus inclusief de

energierekening van de eindgebruiker, gedurende een periode van 30 jaar. Het model houdt tevens rekening met de bestaande infrastructuur in een buurt (zie besliscriteria op pagina 21). 2. Financiële uitwerking per woningtype. Deze uitwerking geeft beter inzicht in de technische en financiële consequenties van de warmtetransitie op woningniveau. Amsterdam bestaat voor meer dan 80 procent uit meergezinswoningen. Dit zijn galerijflats, portiekflats en portiekwoningen. Dit type woning is voor zes bouwjaartypes verder uitgewerkt. In bijlage 4 is de modelmatige financieel-technische analyse (1) uitgewerkt. Bijlage 5 geeft een verdieping op woningniveau (2). De modelmatige analyse is de basis voor de keuze van een warmteoptie per buurt. De modelresultaten zijn gecorrigeerd op basis van lokale omstandigheden, aanvullende informatie en overleg met stakeholders en professionals in de stad. De uitkomsten van het WTM van Over Morgen zijn vergeleken met twee andere modellen, te weten een studie met het CEGOIA-model van CE Delft 4 en de Startanalyse van PBL 5. In buurten

4

CE Delft (2017), CEGOIA – Amsterdam. Kansen voor gemeente en woningcorporaties

5

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (2019), Startanalyse uit de Leidraad Transitievisie Warmte

waar de drie modellen dezelfde uitkomst hebben is die uitkomst meestal overgenomen. Een belangrijke reden om af te wijken van de modelresultaten is geplande nieuwbouw en transformatie, aangezien dit in geen van de drie modellen is meegenomen. In buurten waar modellen van elkaar verschillen is de uitkomst van het WTM als uitgangspunt genomen, omdat dit de meest actuele en lokale analyse is, afgestemd op de Amsterdamse kentallen. Buurten waar al een aardgasvrije infrastructuur ligt zijn ook als zodanig meegenomen in de resultaten. Per buurt is bijgehouden wat de afweging precies is geweest om tot een warmteoptie te komen. Deze afwegingen zijn te vinden in bijlage 6, waar tevens het resultaat wordt weergegeven in de warmteoptiekaart (figuur 21). Voor het overgrote deel van de Amsterdamse buurten leidt de uitkomst van de analyse tot een duidelijke uitkomst voor een warmteoptie. Voor een klein deel van de buurten is deze uitkomst minder robuust. Dit kan twee oorzaken hebben: 1) de drie modellen die worden vergeleken geven voor sommige buurten verschillende uitkomsten, 2) het verschil in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties is in sommige buurten heel klein. Voor de buurten waar de voorkeur voor een warmteopties door deze oorzaken minder robuust is wordt dit aangegeven in bijlage 6. Voor deze buurten is het

belangrijk om bij het maken van een buurtuitvoeringsplan nogmaals goed na te gaan welke warmteoptie het best passend is. Een belangrijke nuance bij de warmteoptiekaart is dat de inkleuring van een buurt nooit betekent dat de hele buurt volledig op die warmteoptie over gaat. Om uiteenlopende financiële, technische of andere, lokale redenen kunnen gebouweigenaren kiezen voor andere warmteopties dan de dominante warmteoptie in een buurt. Eigenaren hebben keuzevrijheid om te kiezen voor de warmteoplossing van hun eigen voorkeur. Dit betekent bijvoorbeeld dat individuele vastgoedeigenaren altijd een keuze hebben om aan te sluiten op een collectieve warmte-infrastructuur of niet. Het afwijken van de overwegende warmteoptie in de buurt heeft echter wel invloed op de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Voor een collectieve warmteoplossing geldt dat die betaalbaarder wordt als er meer woningen en kantoren aangesloten zijn. Andersom geldt dat het individueel afwijken van de voorkeursoplossing kan leiden tot hoge individuele investeringen in bijvoorbeeld een warmtepomp. Het is daarom belangrijk om af te spreken hoe we gebouweigenaren stimuleren om te kiezen voor de warmteoptie die in hun buurt de voorkeur heeft.

Transitievisie Warmte Amsterdam 23

Tabel 1. Indicatieve differentiatie warmteopties binnen buurten

70°C

40°C

All-electric

Aardgasvrij gasnet

Lokale bronnetten

Warmtenet

Warmtenet

All-electric

80%

-

20%

-

-

Aardgasvrij gasnet

15%

70%

15%

-

-

Lokale bronnetten

20%

-

80%

-

-

Warmtenet (70°C)

10%

-

10%

80%

-

Lokale bronnetten en warmtenet (70°C)

20%

-

40%

40%

-

Nieuwbouw- en transformatiegebied

10%

-

10%

10%

70%

We maken de inschatting dat een bepaald percentage van de vastgoedeigenaren in warmtenetbuurten zal kiezen voor een all-electric oplossing, en dat een ander percentage (voornamelijk utiliteitsgebouwen) zal kiezen voor een lokaal bronnet. We noemen dit verschijnsel waarbij eigenaren niet kiezen voor de overwegende warmteoptie in de buurt ‘opt-out’ .

In tabel 1 is een inschatting van de spreiding van warmteopties binnen buurten weergegeven. Dit verschijnsel zien we zowel bij bestaande bouw als bij nieuwbouw. Tabel 1 geeft weer welke opt-outs we voorzien in welk type buurten. Deze percentages zijn inschattingen op basis van huidige inzichten, en zijn

onderhevig aan zaken zoals toekomstig instrumentarium van de gemeente en prikkels voor gebouweigenaren. Uit de inschatting van de opt-outs in de verschillende buurten die is gemaakt in tabel 1 volgt de verdeling van woningequivalenten over alle warmteopties (Figuur 5). In deze figuur is zowel de bestaande bouw als de nieuwbouwopgave meegenomen.

Transitievisie Warmte Amsterdam 24

De warmteopties uitgelicht Ten eerste: geen warmteoptie zonder gebouwaanpassingen Warmteopties zijn niet alleen een kwestie van een andere infrastructuur en een andere energiedrager. Ze vergen aanpassingen in en aan het gebouw. Sterker nog, de gebouwgebonden maatregelen vormen het grootste deel van de maatschappelijke kosten, en hebben de grootste zichtbare en voelbare impact voor bewoners. Gebouwgebonden maatregelen bestaan grofweg uit vier onderdelen: isolatie, ventilatie, installatie en elektrisch koken. Enerzijds moeten we isoleren om met duurzame bronnen te kunnen verwarmen. Anderzijds moeten we de transitie haalbaar, betaalbaar en op tijd realiseren. Dit betekent het vinden van een balans. In deze visie stellen we dat het grootste deel van de stad (grofweg het deel gebouwd voor 1990) naar een minimumniveau wordt gebracht. Dat is een niveau waarop de warmtevraag hoogstens 80 kWh/m2 bedraagt en waarbij er comfortabel met 70 °C in het afgiftesysteem kan worden verwarmd. Een klein deel zal iets verder worden geïsoleerd, tot een niveau van 65 kWh/m2 warmtevraag waarbij er ook met lagere temperaturen kan worden verwarmd. Dit noemen we het basisniveau. De meeste woningen vanaf 1990 hebben reeds het basisniveau. Voor een verdieping op de isolatieniveaus verwijzen we naar Bijlage 3.

De planning in deze transitievisie geeft gebouweigenaren de tijd om zelf te kiezen wanneer ze gebouwgebonden maatregelen toepassen. Alleen door te kiezen voor natuurlijke momenten kunnen de maatregelen tegen aanvaardbare kosten worden genomen.

Figuur 5. Grafische weergave van de verdeling van warmteopties in Amsterdam in woningequivalenten (WEQ) in 2040. Deze grafiek is inclusief de nog te realiseren nieuwbouwopgave.

Transitievisie Warmte Amsterdam 25

All-electric ‘All-electric’ betekent dat er als infrastructuur alleen nog een elektriciteitsnet in de buurt aanwezig is. Er is dan een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw nodig die alleen elektriciteit gebruikt. Bijvoorbeeld een warmtepomp of infraroodpanelen. Iedere individuele vastgoedeigenaar, met voldoende financiële middelen, kan op ieder moment de keuze maken om zijn huis niet alleen te isoleren, maar ook de gasketel te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp. De individuele vastgoedeigenaar is dus veel minder afhankelijk van keuzes en beperkingen van andere vastgoedeigenaren in de straat, of in de buurt. De capaciteit in het bestaande elektriciteitsnet is echter beperkt en is bijvoorbeeld ook nodig voor de realisatie van laadpalen voor elektrische mobiliteit. Het elektriciteitsnet zal dus verzwaard moeten worden, niet alleen op buurtniveau, maar ook op gemeentelijk, regionaal, nationaal en internationaal niveau. Buurten waar all-electric oplossingen de laagste maatschappelijke kosten hebben zijn buurten met veel eengezinswoningen, hoofdzakelijk gebouwd na 1990. Voorbeeldbuurten zijn Nieuw Sloten en delen van Noord. Deze buurten worden naar het basisniveau gebracht en zullen vaak alleen de radiatoren hoeven te

vervangen en om te schakelen naar elektrisch koken. Naast deze buurten komt all-electric gespreid door de stad voor, omdat gebouweigenaren om lokale redenen afwijken van de voorkeursoplossing voor de buurt en kiezen voor all-electric (‘opt-out’). Aardgasvrij gasnet In de oude binnenstad en kleine kernen is zowel een warmtenet als all-electric met de huidige stand van de techniek zeer kostbaar of niet inpasbaar. Dat komt onder andere door drukte in de ondergrond en de oude, soms monumentale staat van de bebouwing die werkzaamheden kostbaar en technisch moeilijk inpasbaar maken. In de oude binnenstad en kleine kernen buiten de stad zal het gasnet daarom voorlopig blijven liggen. Randvoorwaarde is dan wel dat er sterk wordt ingezet op een beperking van het gasgebruik. De opgave is 60 tot 70 procent reductie gedurende de transitieperiode. Onder deze voorwaarde is er, op basis van het Klimaatakkoord, voldoende perspectief om de resterende gasvraag in 2040 op een duurzame manier in te vullen, met bijvoorbeeld groen gas of groen waterstofgas. Onder deze voorwaarde is er, op basis van het Klimaatakkoord, voldoende perspectief om de resterende gasvraag in 2040 op een duurzame manier in te vullen, met bijvoorbeeld groen gas of groen waterstofgas. Dit wordt

verder toegelicht in bijlage 3.3.1. Het gasverbruik wordt teruggedrongen door toepassing van hybride systemen (gasketel in combinatie met een warmtepomp), door te isoleren daar waar mogelijk en door de naoorlogse gebouwen in deze buurten wel volledig gasvrij te maken door toepassing van all-electric en lokale bronnetten. Met het isoleren van de bestaande woningen en gebouwen kan circa een vijfde van het gasverbruik worden bespaard. Doordat in deze buurten circa 15 procent van de bebouwing naoorlogs is, kunnen die gebouwen aardgasvrij worden gemaakt door middel van all-electric waardoor nog eens circa een vijfde van de besparing wordt gerealiseerd. Het resterende deel van de gasbesparing kan worden behaald door toepassing van hybride warmteoplossingen. Lokale bronnetten Een bronnet is een lokale, vaak kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer laag temperatuurnet waar één of een aantal gebouwen op zijn aangesloten. Met behulp van een warmtepomp wordt het aangevoerde water naverwarmd tot de gewenste temperatuur voor verwarming. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. De warmtepomp heeft ook een bron nodig, bijvoorbeeld warmte-koude opslag (WKO) of oppervlaktewater

(aquathermie). Een bronnet is daarmee een aanvulling op all-electric en warmtenetoplossingen. Ook bij deze infrastructuur moet de capaciteit van het elektriciteitsnet in de buurt vaak worden verhoogd. Bronnetten worden veel toegepast bij utiliteitsgebouwen, omdat deze gebouwen naast een vraag naar warmte vaak tevens een relatief hoge koudevraag hebben. Door de omvang van het gebouw is het elektriciteitsgebruik vaak hoog. Vanwege de lage energiebelasting op elektriciteit zijn de kosten voor het aardgasvrij maken met warmtepompen daarom relatief laag. Lokale bronnetten gelden ook als belangrijke ‘opt-out’ voor utiliteitsgebouwen in buurten met een andere voorkeurswarmteoptie. Warmtenet (70°C) Een warmtenet is een infrastructuur van ondergrondse leidingen die warm water vervoeren naar meerdere gebouwen tegelijkertijd. Er is dan dus sprake van een collectieve warmtevoorziening. De temperatuur van het warme water moet voldoende zijn om de woningen te kunnen verwarmen. Voor het grootste deel van de Amsterdamse woningen buiten de binnenstad is een middentemperatuur warmtenet (70°C) de voorkeursoplossing. Een middentemperatuur warmtenet heeft voor deze woningen de laagste maatschappelijke kosten omdat deze gebieden relatief hoge

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13823359/1