bijlage 2 bij bewaring & archivering van de opnamen van hoor & wederhoor op bezwaar
Tekst van het document
Werkwijze geluidsopname en schriftelijk verslag hoorzitting
bij besluit 21-11-2023
1. Geluidsopname: De voorzitter vermeldt voor de hoorzitting dat er (door de secretaris) een geluidsopname zal worden gemaakt voor eigen gebruik, voor de verslaglegging in het advies. De voorzitter vermeldt dat geluidsopname zal worden gewist nadat de beslissing op het bezwaar is genomen. De voorzitter vraagt of iemand bezwaar heeft tegen het maken van de opname. Als niemand bezwaar maakt wordt de hoorzitting opgenomen. Als er bezwaar wordt gemaakt niet. 2. Opslaan geluidsopname De geluidsopname wordt door de secretaris tijdelijk opgeslagen in Octopus in de desbetreffende zaak. 3. Schriftelijk verslag De secretaris geeft een kort zakelijk verslag onder het kopje Hoorzitting. 4. Wissen van de opname. De secretaris wist het bestand van de geluidsopname uit Octopus nadat de bob is verzonden. Let op dat dit daadwerkelijk gebeurt, omdat het anders alsnog kan worden opgevraagd in het kader van de Woo. Onderstaande tekst verheldert een en ander over het verslag van de hoorzitting: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2022:3880) : Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet wordt voldaan aan artikel 7:7 van de Awb. Het voert in dit verband aan dat uit het besluit op bezwaar blijkt wat er op de hoorzitting is verhandeld. Het heeft ter zitting toegelicht dat het verslag is geïntegreerd in het besluit op bezwaar.
Volgens het college hoeft het verslag geen letterlijk weergave van het horen te bevatten. Het wijst hiervoor op de uitspraak van de Afdeling van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2490. 10.1. Artikel 7:7 van de Awb luidt: "Van het horen wordt een verslag gemaakt." 10.2. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 7:7 van de Awb (Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz.151) blijkt dat met een verslag een schriftelijk verslag wordt bedoeld. De plicht tot schriftelijke verslaglegging kan op verschillende wijzen worden vormgegeven. Zo kan ook uit de beslissing op bezwaar blijken wat op de hoorzitting is verhandeld. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in bijvoorbeeld de door het college vermelde uitspraak van 25 juli 2018 hoeft het verslag geen letterlijke weergave van het horen te bevatten. Het verslag kan ook een zakelijke weergave inhouden van wat partijen tijdens de hoorzitting naar voren hebben gebracht. 10.3. Er is geen afzonderlijk verslag van de hoorzitting gemaakt. Wel is in het besluit op bezwaar onder het kopje 'Hoorzitting' op de hoorzitting ingegaan. Onder dat kopje staat echter alleen welke personen er namens Badhuys Vlieland tijdens de hoorzitting aanwezig waren en dat zij verschillende afbeeldingen en een magazine hebben overgelegd.
Verder staat daar dat de gemachtigde van Badhuys Vlieland niet bij de hoorzitting aanwezig kon zijn, maar later in een e-mailbericht van 26 juli 2018, een schriftelijke aanvulling
op het bezwaarschrift heeft ingediend. In het vervolg van het besluit wordt twee keer expliciet verwezen naar wat tijdens de hoorzitting is betoogd. De Afdeling overweegt dat het verslag weliswaar, zoals het college betoogt, geen letterlijk weergave hoeft te bevatten van wat er op de hoorzitting is verhandeld, maar uit het besluit op bezwaar blijkt niet, ook niet met een zakelijke weergave, wat er namens Badhuys Vlieland naar voren is gebracht. Dat in het besluit op bezwaar twee keer is verwezen naar een betoog dat tijdens de hoorzitting werd gevoerd, acht de Afdeling onvoldoende voor een ander oordeel. Wat er verder tijdens de hoorzitting is verhandeld, is immers niet vermeld. De Afdeling is daarom met de rechtbank van oordeel dat niet is voldaan aan artikel 7:7 van de Awb.