Bijlage 2. BeheerrapportageDamhert_2022-23-definitief.pdf
Tekst van het document
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023
1
Colofon Refereren als
FBE Noord-Holland (2023). Rapportage beheer en telling damherten: seizoen 2022-2023.
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland. Haarlem. Auteur
Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland Postadres
Spaarne 17
2011 CD Haarlem T 023 - 21 00 223
E info@fbenoordholland.nl I www.fbenoordholland.nl
Eindredactie Stichting Faunabeheereenheid Noord-Holland
Fotografen/afbeeldingen P 17: Mark van Til
P 18: Anke van der Meer Shutterstock
Vormgeving
Sightdraft, Zwaag
I
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................ 1 1.1. Faunabeheerplan damherten ...................................................................................................................................................................................................................... 1 1.2. Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden .................................................................................................................. 2
1.3. Gehanteerde begrippen en definities .......................................................................................................................................................................................... 3 1.4. Gegevensbronnen ........................................................................................................................................................................................................................................................ 3
2. De populatie en het plangebied ............................................................................................................................................................... 5 2.1. De populatie.............................................................................................................................................................................................................................................................................. 5 2.2. Het plangebied ................................................................................................................................................................................................................................................................. 5
2.3. Uitvoering van het beheer .............................................................................................................................................................................................................................. 7 3. Resultaten beheerjaar 2022-2023 ......................................................................................................................................................... 8 3.1. Uitvoering beheerseizoen 2022-2023 ............................................................................................................................................................................................ 8 3.2. Resultaten uitvoering beheer ................................................................................................................................................................................................................... 8
3.3. Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied ..................................................................................................................... 10 4. Populatieontwikkeling .................................................................................................................................................................................... 13 4.1. De telmethode .................................................................................................................................................................................................................................................................. 13 4.2. Resultaten ............................................................................................................................................................................................................................................................................... 15 4.3. Tendens populatieontwikkeling............................................................................................................................................................................................................ 16
4.4. Effect op de wettelijke belangen ....................................................................................................................................................................................................... 19
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
II
5. Aanbevelingen beheerseizoen 2023-2024 .................................................................................................................................. 23 5.1. Modelberekening ........................................................................................................................................................................................................................................................ 23 5.2. Advies ........................................................................................................................................................................................................................................................................................... 24
6. Conclusies ................................................................................................................................................................................................................. 27 7. Bijlagen ......................................................................................................................................................................................................................... 29 1. totale reductie van damherten op grond van de ontheffingen binnen en buiten het
leefgebied en valwild en opdracht ter voorkoming van onnodig lijden ............................................................................... 29
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
III
1. Inleiding 1.1. Faunabeheerplan damherten
beheerplan beschreven samenhangend pakket aan maatregelen
zuiden komen damherten voor – veel damherten. De kern van de
terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau en daarbij tegelijkertijd
In de regio tussen IJmuiden in het noorden en Den Haag in het
verspreiding ligt in de duingebieden van het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid: het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)
om de schade aan flora en fauna, het verkeer en landbouwgewassen het duurzaam voortbestaan van de populatie te garanderen.
en de Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD). Ze komen voor van
Het doel van het populatiebeheer is om de populatie damherten
zich ontwikkeld van enkele uitgezette en ontsnapte dieren in de ’50
naar 800 tot 1000 getelde damherten, waarvan 600-800 in het
Noord-Holland tot ver in Zuid-Holland. De populatie in de regio heeft jaren, tot een piek van meer dan 5.500 dieren in 2016. Het aantal 1
damherten in Zuid-Kennemerland was (en is nog altijd) dermate groot geworden dat er sprake is van ernstige schade aan flora
en (andere) fauna en daardoor bedreigend voor de Natura2000 instandhoudingsdoelstellingen. Doordat de herten ook regelmatig
de duingebieden verlaten, zorgen ze ook voor schade in het verkeer,
tijdens de looptijd van het huidige faunabeheerplan terug te brengen leefgebied AWD-BN en circa 200 in het NPZK. Buiten het leefgebied
wordt een nulstand nagestreefd. In de leefgebieden Coepelduynen en
Meijendel-Berkheide leeft (nog) geen populatie damherten. Daarom is nog geen doelstand geformuleerd voor deze gebieden. (zie hoofdstuk 2 voor de gebiedsaanduidingen).
aan landbouwgewassen (hoofdzakelijk bollenvelden) en voor overlast
Op basis van het Faunabeheerplan is in Noord-Holland een ontheffing
dringen wordt faunabeheer uitgevoerd om de populatie weer in balans
1 november en 31 maart. In Zuid-Holland is 1 september aangehouden
en schade aan particuliere eigendommen. Om die schade terug te te brengen met wat de regio kan dragen. Dit beheer wordt uitgevoerd
zoals beschreven in het Faunabeheerplan Damherten 2020-2026 (te vinden op de websites van de Faunabeheereenheden van Noord-
en Zuid-Holland). Het populatiebeheer is onderdeel van een in het 1
afgegeven op grond waarvan populatiebeheer is toegestaan tussen als startdatum. In de bufferzones en de nulstandsgebieden wordt op grond van een andere ontheffing jaarrond opgetreden bij dreigende schade.
Aantal o.b.v. tellingen. Mogelijk ligt het werkelijk aantal 2x zo hoog.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
1
Voortgangsrapportage
Na afloop van ieder beheerjaar wordt de voortgang van het beheer gerapporteerd en geëvalueerd. Daarbij wordt gekeken naar resultaten
capreolus) te doden ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren.
van het uitgevoerde afschot, het aantal door andere oorzaken
In Zuid-Holland is een aanwijzing van kracht op grond van de
aantal aanrijdingen met damherten, de stand van zaken ten aanzien
‘opdracht’. Deze aanwijzing maakt het mogelijk om in de gehele
omgekomen damherten (het zogenaamde valwild), waaronder het
van de flora en fauna en de getaxeerde landbouwschade en uiteraard de populatieontwikkeling aan de hand van de jaarlijkse tellingen. Dit
rapport bevat de gedetailleerde gegevens van het beheerseizoen
2022 – 2023. Verder wordt ingegaan op de trends vanaf de start van het beheer in 2016 zowel wat betreft het beheer, het valwild en de populatieontwikkeling.
1.2. Provinciale opdrachten ter voorkoming van onnodig lijden
Ter voorkoming van onnodig lijden van damherten geldt in Noord-
en Zuid-Holland een provinciale opdracht om zieke en gewonde damherten (en reeën) te doden. Deze dieren worden gevat onder de noemer ‘valwild’. Dit wordt in hoofdstuk 4 verder toegelicht.
In Noord-Holland is een opdracht van kracht (Wnb besluit 15, 2019) die
het mogelijk maakt om in de gehele provincie, inclusief de bebouwde kom en terreinen die niet voldoen aan de vereisten van een jachtveld,
(voormalige) Flora- en faunawet, die overgangsrechtelijk geldt als provincie gedurende het gehele jaar zieke en gewonde damherten en damherten die een acuut gevaar vormen voor de verkeersveiligheid
te doden, ook in de bebouwde kom en in velden die niet voldoen aan de jachtveldvereisten (PZH-2010-178900422/ PZH-2011-299830429/ PZH-2011-301880843). De
reikwijdte
van
beide
provinciale
opdrachten
(voorheen
aanwijzingen) is dus verschillend. In Noord-Holland kunnen alleen
zieke en gewonde dieren uit hun lijden worden verlost. Herten die een direct gevaar vormen worden hier geschoten op basis van de
ontheffing ‘buiten leefgebied’. In Zuid-Holland kunnen ook herten die een direct gevaar vormen geschoten worden onder dit besluit. De noodzaak van het afschot (valwild of uitvoeringbeheer) wordt altijd geregistreerd. In hoofdstuk 3 wordt gerapporteerd over het afschot ter voorkoming van onnodig lijden en over dieren die al waren overleden aan hun verwondingen.
zieke en gewonde damherten (Dama dama) en reeën (Capreolus
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
2
1.3. Gehanteerde begrippen en definities
Beheerjaar: Het beheerjaar loopt van 1 april tot en met 31 maart; de
Hert:
mannelijk damhert van 2 jaar of ouder
Spitser:
mannelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar)
Hinde: Smaldier:
periode tussen de jaarlijkse tellingen.
vrouwelijk damhert van 2 jaar of ouder
vrouwelijk damhert van 1 jaar oud (in 2e levensjaar)
Kalf damhert in zijn/haar eerste levensjaar (kalf wordt geboren in mei/juni)
Onbekend: damhert niet ingedeeld in een geslachts-levensfase (soms is een van beide wel bekend)
Beheer onder beheer wordt in dit rapport verstaan: Het planmatig en gecoördineerd beheer van damherten door
middel
van
afschot
ter
voorkoming
van
onevenredige schade aan maatschappelijke belangen
op basis van het faunabeheerplan. Dit wordt ook wel aangeduid als ‘actief beheer’ als onderscheid van
het ‘reactief beheer’ (het uit het lijden verlossen van damherten).
1.4. Gegevensbronnen
Elk geschoten damhert en valwild wordt met precieze aanduiding van de locatie ingevoerd in digitale registratiesystemen. In Noord-
Holland is dat tot 31 december 2022 het Fauna Registratiesysteem
(FRS), daarna is FaunaSpot in gebruik genomen voor registratie van geschoten dieren. Valwild is genoteerd in het Boa2 Registratiesysteem
(BRS). In Zuid-Holland zijn de dieren geregistreerd in DORA. Damherten
die een natuurlijke dood zijn gestorven blijken niet altijd te worden geregistreerd. Wat in deze rapportage is gerapporteerd als valwild
betreffen dus voornamelijk dieren die door een onnatuurlijke oorzaak zijn gestorven. Op basis van de in de datasets aangegeven coördinaten
zijn via een Geografisch InformatieSysteem (GIS) selecties gemaakt voor de in het beheerplan onderscheiden deelgebieden.
Valwild: alle damherten die door andere redenen dan het
Eind maart/begin april vinden elk jaar de tellingen plaats van het aantal
zowel damherten die zijn gestorven of uit hun lijden
DORA. In Noord-Holland is dit jaar gebruik gemaakt van spreadsheets.
planmatig beheer zijn overleden. Daaronder vallen zijn verlost als gevolg van een aanrijding, of andere
oorzaken als damherten die dood zijn gevonden en wellicht een natuurlijke dood zijn gestorven. 2
damherten. In Zuid-Holland worden de telgegevens ook ingevoerd in
Elk jaar vinden controles plaats van de dataset. Soms worden daarbij
foutjes ontdekt in voorgaand jaren, die dan worden gecorrigeerd. Het
Boa = Buitengewoon opsporingsambtenaar.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
3
kan daardoor voorkomen dat getallen hele kleine afwijkingen hebben ten opzichte van eerdere rapportages. Grote wijzigingen zullen altijd worden vermeld.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
4
2. De populatie en het plangebied 2.1. De populatie
Dit aantal wordt gemonitord volgens de methode van de jaarlijkse
duingebieden Amsterdamse Waterleidingduinen (AWD), De Blink
ongewenst en wordt een zogenaamde nulstand nagestreefd.
De populatie damherten in het plangebied leeft vrijwel geheel in de
en Boswachterij Noordwijk (samen aangeduid als leefgebied AWD-
tellingen. Buiten het leefgebied is het vóórkomen van damherten
BN) en in het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (aangeduid als
2.2. Het plangebied
tussen IJmuiden en Noordwijk.
Noord- en Zuid-Holland, zie Figuur 1. Het plangebied is opgedeeld
leefgebied NPZK). In totaal omvat het leefgebied ruwweg de duinen
De populatie is in leefgebied NPZK in de jaren ’50 gestart met enkele uitgezette dieren. Van daaruit zijn dieren uitgezworven door de regio
en in de loop der jaren her en der aangevuld met uit privécollecties losgelaten en/of ontsnapte dieren. Sinds de jaren ’90 is met name in de AWD de populatie snel gaan groeien. Er vond met uitzondering van
Het plangebied ligt tussen IJmuiden en Den Haag en ligt in de provincies in vier deelgebieden (A, B, C en D), die van elkaar zijn gescheiden
door bebouwing, infrastructuur of water. Binnen ieder gebied wordt onderscheid gemaakt in een leefgebied voor damherten met daarbinnen een bufferzone. Buiten het leefgebied ligt een zogenaamd nulstandgebied.
zieke dieren geen afschot plaats. In het NPZK werd in de periode vanaf
- Leefgebied: het groen omrande deel van de kaart: het gaat hier
nagestreefd. Hierdoor heeft de populatie niet het niveau bereikt zoals
van 800-1000 (getelde) dieren zich kan en mag handhaven. De
eind jaren 1980 tot 2009 door afschot een populatie van 200 dieren in de AWD. Tussen 2009 en 2016 heeft ook in het NPZK geen afschot meer plaatsgevonden, omdat daarvoor de benodigde ontheffingen ontbraken. In die jaren is ook deze deelpopulatie toegenomen.
Vanaf 2016 wordt in de leefgebieden afschot toegepast om de populatie terug te brengen naar de streefstand van in totaal 800-1000 dieren.
om (voornamelijk) duingebied, waarin een damhertenpopulatie totale omvang van de vier leefgebieden is 10.248 ha.
- Bufferzone: dit zijn zones in de randen van de leefgebieden waar
damherten frequent het leefgebied verlaten en daarbij een risico
opleveren voor het verkeer, schade op landbouwgronden en/of
in de bebouwde kom komen. Deze zones horen bij het leefgebied, maar er gelden andere beheervoorwaarden. In een bufferzone
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
5
kan de beheerder jaarrond gericht ingrijpen om te voorkomen
Leefgebied Amsterdamse Waterleidingduinen-Boswachterij
overlast zorgen. Het zijn vrijwel alleen mannelijke dieren die dit
Het leefgebied AWD-BN bestaat uit het zuidelijkste deel van het
dat herten het leefgebied verlaten en hierdoor voor schade en doen.
- Nulstandgebied: de zone binnen het plangebied (rode lijn) en buiten het leefgebied (groene lijn). Het gaat hier om (voornamelijk) agrarisch en bebouwd gebied. In deze zone zijn
damherten ongewenst vanwege de risico’s voor het verkeer
en schade. Het hele jaar door is ingrijpen toegestaan om de gewenste nulstand te bereiken.
Binnen gebieden A, B, C en D bevinden zich van noord naar zuid onderstaande leefgebieden:
Noordwijk (AWD-BN)
Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Het is een duingebied tussen Zandvoort en Noordwijk aan Zee en bevat de Amsterdamse
Waterleidingduinen (AWD), Het Langeveld, De Blink en Boswachterij Noordwijk. Dit leefgebied ligt voor een deel in Noord-Holland en een
deel in Zuid-Holland. De AWD en het grootste deel van De Blink zijn
eigendom van de gemeente Amsterdam en in beheer bij Waternet. Het Langeveld en een deel van De Blink worden beheerd door het
Zuid-Hollands Landschap. Staatsbosbeheer is de beheerder van
Boswachterij Noordwijk en het westelijke deel van De Blink. Alles bij elkaar is het leefgebied circa 4059 ha groot.
Leefgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK)
Leefgebied Coepelduynen (CPD)
2000-gebied Kennemerland-Zuid en bevat het Nationaal Park Zuid-
Coepelduynen, dat zich bevindt tussen Noordwijk aan Zee en Katwijk.
Het leefgebied NPZK bestaat uit het noordelijkste deel van het Natura Kennemerland.
Het is een duingebied gelegen tussen IJmuiden en Zandvoort.
Het leefgebied CPD bestaat uit het Natura 2000-gebied de Het is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en het is circa 152 ha groot.
Het is in beheer bij Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland
Leefgebied Meijendel en Berkheide (M&B)
Velsen, Bloemendaal en Zandvoort en een aantal particuliere
Berkheide en ligt tussen Katwijk en Den Haag. Het is in beheer bij Dunea
(PWN),
Natuurmonumenten,
Staatsbosbeheer,
de
landgoedeigenaren. Dit leefgebied is circa 3402 ha groot.
gemeenten
Leefgebied M&B bestaat uit het Natura 2000-gebied Meijendel & en Staatsbosbeheer en het is circa 2635 ha groot.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
6
2.3. Uitvoering van het afschot
Het beheer in de leefgebieden wordt vrijwel geheel uitgevoerd door
de eigen boswachters van de terreinbeherende natuurorganisaties (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, PWN, Waternet) en in een
enkel geval door een daarvoor ‘ingehuurde’ faunabeheerder. Het
beheer buiten de in dit plan aangewezen leefgebieden wordt in de natuurterreinen van het Noord-Hollands Landschap uitgevoerd
door de eigen boswachters en daarbuiten door enkele leden van de Wildbeheereenheden (WBE) Zuid-Kennemerland (Noord-Holland) en Duin- en Bollenstreek (Zuid-Holland).
Het beheer in het kader van de opdracht ter voorkoming van onnodig lijden (voornamelijk de afhandeling van wildaanrijdingen) is in
Noord-Holland belegd bij de Stichting Wildaanrijdingen Nederland.
De praktische uitvoering wordt verzorgd door een valwildteam van de WBE Zuid-Kennemerland. In Zuid-Holland wordt dit beheer uitgevoerd door een valwildteam van de WBE Duin- en Bollenstreek.
Figuur 1: het plangebied uit het beheerplan Damherten met de ligging van de deelgebieden, de leefgebieden en de bufferzones daarin
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
7
3. Resultaten beheerjaar 2022-2023 3.1. Uitvoering beheerseizoen 2022-2023
In tabel 1 staat het aantal geschoten damherten inclusief valwild
periode rond kerst is, zoals gebruikelijk, geen beheer uitgevoerd.
leeftijdscategorie. Samen vormen deze aantallen de totale reductie
Het beheer heeft volgens planning kunnen plaatsvinden. In de In het Zuid-Hollandse deel van de AWD is als startdatum voor het beheer 1 november aangehouden, hoewel de ontheffing 1 september
toestaat. De beheercapaciteit in de AWD was dit jaar iets minder dan voorgaande jaren. In het NPZK was deze vrijwel gelijk aan voorgaande
jaren. Alleen SBB had een gedeelte van het beheerseizoen geen
schutter beschikbaar. Beheerders geven aan dat het benaderen van de damherten lastiger wordt; het kost dus meer tijd om tot een veilig
weergegeven voor de verschillende beheerzones en per geslachts-
van de populatie. De als onbekend aangeduide dieren betreffen vooral meldingen van aanrijdingen of anderszins gewonde damherten die
door het valwildteam ter plaatse niet zijn aangetroffen. Deze gevallen zijn in deze rapportage ook niet meegeteld als valwild. In bijlage
1 staan de aantallen uitgesplitst per provincie en is valwild apart weergegeven.
schot te komen. De afgelopen seizoen veelvuldig aanwezige harde
Veruit de meeste damherten zijn in de leefgebieden geschoten,
alerter.
AWD-BN (deelgebied B). In de leefgebieden Coepelduynen (deelgebied
wind was daar voor een deel de oorzaak. Dieren zijn daardoor altijd
3.2. Resultaten uitvoering beheer
In het beheerjaar 2022-2023 zijn in het hele plangebied 2487
damherten geschoten in het kader van de ontheffingen en 84 als
valwild omgekomen. In totaal zijn 120 stuks buiten de aangewezen leefgebieden geschoten of door externe oorzaken overleden. De totale
bovendien bijna allemaal in de leefgebieden NPZK (deelgebied A) en
C) en Meijendel-Berkheide (D) komt geen populatie damherten voor maar, met enige regelmaat worden wel damherten aangetroffen (en geschoten) in het aangrenzende nulstandsgebied. Afgelopen beheerjaar is alleen in deelgebied D, vlak bij het Valkenburgse meer 1 damhert geschoten.
reductie op grond van het beheer komt daarmee op 2571 damherten.
In de leefgebieden, inclusief de daarin gelegen bufferzones, zijn vooral
worden niet altijd geregistreerd.
alleen de populatie verkleind, maar ook de groeisnelheid verlaagd.
Dieren die in de leefgebieden een natuurlijke dood zijn gestorven
vrouwelijke damherten en hun kalveren geschoten. Daarmee is niet
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
8
Het zijn immers de vrouwelijke dieren die jongen voortbrengen. In de bufferzone van het leefgebied zijn in totaal 330 damherten
geschoten of als valwild aangetroffen. Buiten het leefgebied zijn er 120 damherten geschoten of gestorven als valwild. Buiten het leefgebied zijn hoofdzakelijk mannelijke damherten aangetroffen.
Tabel 1: totale reductie van de populatie damherten als gevolg van het beheer en optreden .t.b.v. het voorkómen van onnodig lijden (valwild) in seizoen 2022-23.
Zone (Provincie)
Hert
Hinde
Kalf
Onbekend
Totaal
deelgebied A (NH)
63
269
247
0
579
Totaal leefgebied
239
1080
802
0
2121
Leefgebied (excl. buffer) deelgebied B (NH+ZH) Bufferzone (leefgebied)
176
811
555
0
1542
deelgebied A (NH)
81
43
44
2
170
Totaal bufferzone
222
49
57
2
330
deelgebied B (NH+ZH) Buiten leefgebied (nulstand) deelgebied A (NH)
deelgebied B (NH+ZH)
141
57
36
6
4 0
13
9 5
0
6 1
deelgebied C (ZH) deelgebied D (ZH)
Totaal buiten leefgebied Totalen Totaal
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
160
76
42 0
1
1
0
0
2
555
1134
873
9
2571
94
5
14
7
120
9
van de geschoten of als valwild aangetroffen damherten. In het
3.3. Jaarrond optreden in de bufferzone en nulstandsgebied
een hinde of kalf. Van de geschoten kalveren was 53% van het mannelijk
landbouw) te voorkomen, is in de bufferzone en het nulstandsgebied
In figuur 2 zijn per zone de geslachts-leeftijdscategorie weergegeven leefgebied (buiten de bufferzones) was 89% van de geschoten dieren geslacht. In de bufferzone maakten hinden en kalveren 32% uit van het
totaal. De kalveren in deze zone waren voor eveneens voor 53% van
het mannelijk geslacht. De buiten het leefgebied geschoten dieren zijn
Om schade aan wettelijke belangen buiten het leefgebied (verkeer en jaarrond opgetreden. Buiten het leefgebied zijn in het beheer in zowel in Noord- als Zuid-Holland 37 damherten geschoten (zie bijlage 1).
in ruime meerderheid van het mannelijk geslacht. Van 11 kalveren 64%
Het grootste deel van de damherten in deze zone is echter geschoten
meerderheid mannelijke damherten zijn geschoten vloeit grotendeels
(1 nov-31 mrt). Zie daarvoor Figuur 3. Hierin is het aantal tijdens het
mannelijk. Het feit dat in de bufferzone en buiten het leefgebied in de voort uit het exploratieve gedrag van de mannelijke dieren. Hinden en
hun kalveren leven meer in de kern van de leefgebieden dan aan de randen. Bovendien verlaten ze de veilige leefgebieden nauwelijks.
in de beheerperiode zoals die voor de rest van het leefgebied geldt actief beheer geschoten damherten in de bufferzone en buiten het
leefgebied uitgezet per maand over het afgelopen beheerjaar. Te zien
is dat er in het voorjaar en zomer maandelijks een relatief gering aantal dieren is geschoten, maar in de herfst- en winterperiode is dat aantal beduidend hoger. De aantallen beginnen op te lopen in oktober. De meest voor de hand liggende verklaring is dat dit te maken heeft met
het aanbreken van de bronstperiode. Een deel van de jonge mannelijke
dieren vermijden de intensief gebruikte bronstplekken waar de sterkste
mannelijke damherten strijden om de gunst van de hinden. Sommige
jonge herten gaan op zoek naar rustigere gebieden. Na de bronst zijn de meeste mannelijke dieren uitgeput en moeten ze snel weer op krachten komen voor de winter. De voedselbehoefte is dan groot.
De grassen en kruiden in het duingebied zijn echter in hoeveelheid al Figuur 2: verdeling van het aantal gedode damherten over herten, hinden en kalveren in seizoen 2022-23.
afgenomen en bieden bovendien nog maar weinig voedingswaarde. Bermen, bemeste graslanden, maar ook parken en tuinen vormen dan
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
10
toename van dieren buiten het leefgebied. Het vermoeden is dat dit wordt veroorzaakt doordat de groei in de tuinen en parken iets eerder op gang komt dan in het duingebied en deze dan aan het eind van
de winter (wederom) een aantrekkelijke voedselbron vormen als in de leefgebieden weinig eetbare biomassa over is. Inmiddels lijkt een aantal damherten min of meer permanent in de bebouwde omgeving te verblijven. Ze hebben geleerd dat ze weinig gevaar te duchten
hebben met mals eten in tuinen en groenstroken. Soms leidt het wel tot een aanrijding en in ieder geval tot overlast van bewoners die hun tuinen zien worden aangetast.
In Figuur 4 zijn de locaties getoond van geschoten damherten buiten de leefgebieden en in de bufferzones rond het NPZK. In Figuur 5 is dit weergegeven voor deelgebied AWD-BN. Te zien is dat beheer buiten
het leefgebied vooral heeft plaatsgevonden langs de randen van Figuur 3: aantal in het actief beheer geschoten damherten beheerjaar 2021-
het leefgebied NPZK. Dit natuurgebied heeft veel landschappelijk
22 per maand in de bufferzone en buiten het leefgebied.
geleidelijke overgangen naar de bebouwde omgeving. Vrijwel overal
een aantrekkelijk alternatief. De hinden met hun kalveren kiezen meer
hoog genoeg om damherten tegen te kunnen houden. Bovendien
voor de veiligheid van hun bekende leefomgeving in de kern van het leefgebied. In de loop van de winter zijn de herten weer op krachten
gekomen en verkiezen dan weer meer de veilige duingebieden. Ook
het consequent uitgevoerde beheer in de bufferzone en daarbuiten draagt bij aan die afname. In maart lijkt er weer sprake van een kleine
staan langs de rand van dit gebied hekken, maar die zijn bijna nergens kunnen de herten het gebied in en uit via diverse toegangspoorten
voor bezoekers of privé gronden. De AWD daarentegen is voor het grootste deel omgeven door een hekwerk dat hoog genoeg is om
te voorkomen dat damherten het gebied verlaten. Alleen aan de westzijde van dit gebied kunnen de herten het gebied nog verlaten.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
11
Figuur 4: locaties van gedode damherten in de bufferzone (oranje stippen) van deelgebied NPZK en in het nulstandsgebied (blauwe stippen).
In Zuid-Holland (zie Figuur 5) zijn 3 damherten geschoten buiten
het leefgebied in de omgeving van Wassenaar. Verder heeft vooral afschot moeten plaatsvinden in de bufferzone en direct buiten het leefgebied van Boswachterij Noordwijk.
Figuur 5: locaties van het aantal gedode damherten in de bufferzone (oranje stippen) van deelgebied AWD-BN en in het nulstandsgebied (blauwe stippen).
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
12
4. Populatieontwikkeling 4.1. De telmethode
Om de ontwikkeling van de populatie te monitoren worden jaarlijks
tellingen uitgevoerd. De tellingen zijn deels onderdeel van een
NH geanalyseerd voor zowel Noord- als Zuid-Holland en vervolgens gepresenteerd in deze rapportage.
reguliere monitoring van de natuurwaarden in de natuurterreinen
Drie keer tellen
richtinggevend (“hoeveel moet er nog worden geschoten”) voor de
reeëntelling Noord- en Zuid-Holland, dat is te vinden op de websites
en het resultaat is ook toetsend (“zijn we op de goede weg”) en
jaarlijks te bepalen beheeropgave in kader van het Faunabeheerplan. De tellingen worden steeds op dezelfde wijze uitgevoerd, waardoor
De telling wordt uitgevoerd conform het Protocol damherten en
van de FBE’s Noord- en Zuid-Holland. Hier volstaan we met een korte beschrijving van de methode.
een betrouwbaar beeld van de populatietrend ontstaat. Het is geen
De tellingen worden uitgevoerd aan het einde van de winter, maar
dan het getelde aantal, maar hoeveel groter is nog niet goed bekend
telling bestaat uit drie opeenvolgende telrondes. Er wordt drie keer
weergave van het werkelijke aantal herten. Het werkelijk aantal is groter vanwege het uitgestrekte en onoverzichtelijke terrein. Waternet verricht in de Amsterdamse Waterleidingduinen wel onderzoek hiernaar.
Aangetoond is dat de tellingen een betrouwbare trend opleveren, maar
zelfs met innovatieve technieken kon tot nu toe niet een betrouwbare precieze bepaling van de werkelijke aantallen worden gedaan.
De tellingen worden gecoördineerd door de Faunabeheereenheden
(FBE’s) van Noord- en Zuid-Holland en uitgevoerd door de wildbeheereenheden
(WBE’s)
en
de
terreinbeheerorganisaties
(TBO’s). De resultaten van damhertentelling in 2022 zijn door de FBE-
voordat de jongen worden geboren (eind maart, begin april). Een
circa 2,5 uur lang geteld, rond respectievelijk de avond-, ochtenden avondschemering. De resultaten worden verwerkt per deelgebied zoals beschreven in hoofdstuk 2. Een deelgebied bestaat uit een
aantal afzonderlijke telsectoren die elk simultaan door een eigen telploeg worden geteld. Van elke telronde worden de resultaten
van de afzonderlijke sectoren opgeteld tot een totaalscore voor de
betreffende telronde. Van elk van de 4 verschillende deelgebieden wordt het hoogste resultaat van de drie telrondes gebruikt als
trendgetal voor het betreffende jaar. Dit trendgetal is de minimale aanwezige populatie op dat moment.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
13
Het tellen gebeurt vanuit een auto. De telploegen bestaan ten minste
uit twee tellers, waarvan minimaal één teller ervaring heeft met herkennen van reeën en damherten. In een aantal telsectoren is tellen
omstandigheden met flinke regen en wind ronduit slecht. Zie Tabel 2 voor de details.
vanuit een auto niet mogelijk, daar wordt lopend of fietsend geteld.
Fluctuerende resultaten en trend
vastgestelde telsector langs een vastgestelde telroute. De telploegen
door de weersomstandigheden, maar het is de ervaring dat bij erg slecht
In dat geval voldoet één ervaren teller. Iedere telploeg telt in een
noteren de waargenomen dieren op de geleverde telformulieren.
Waargenomen damherten worden ingedeeld in categorieën van
leeftijdsgroepen en geslacht (jargon: het ‘aanspreken’), mits goed waar te nemen. In Zuid-Holland worden de resultaten van de tellingen ingevoerd in het digitale registratiesysteem DORA (www.fbezh.nl).
In Noord-Holland zijn de resultaten digitaal aangeleverd aan de FBE waar de resultaten zijn verwerkt in een database. De telresultaten zijn verwerkt volgens het telprotocol.
Het is niet helemaal duidelijk in hoeverre de telresultaten worden beïnvloed weer een kleiner percentage van de werkelijke aantallen wordt geteld
dan onder gunstige omstandigheden. We zien dit ook duidelijk terug in de telresultaten per telronde. Bij stevige wind en regen houden de dieren
zich wat meer op in de luwte van de hogere begroeiing en vermijden het
open veld. Hun zichtbaarheid is dus wat minder. Door de regen wordt ook het zicht vanuit de auto belemmerd. Alles bijeengenomen maakt
dat regen en wind de trefkans op het waarnemen van een damhert
lager is dan bij rustig helder weer. Het is mede door deze wisselende weersomstandigheden van belang naar de langjarige trend te kijken.
De telling van 2023
De tellingen vonden plaats op 5 en 6 april. De weersomstandigheden
waren wisselend. Tijdens de eerste en tweede telronde waren de omstandigheden uitstekend, tijdens de derde ronde waren de
Recente telresultaten kunnen wel nieuwe informatie toevoegen over de populatie op grond waarvan het beheer eventueel kan worden bijgesteld. Tabel 2: tijdstippen en weersomstandigheden damhertentelling 2022.
Datum
Dagdeel
Windrichting
Kracht
Bewolking
Neerslag
Gem. temp.
5 april 2022
avond
NO
1 Bft
bewolkt
droog
6oC
Tijdens telling 6 april 2022 6 april 2022
ochtend avond
ZO Z
3 Bft
5 Bft
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
bewolkt bewolkt
droog regen
6oC 8oC
14
4.2. Resultaten
afschotgegevens in het kader van het nul-standsbeleid bevestigen
(avondtelling) het hoogste resultaat op. Conform het telprotocol
plangebied dekt. Juist binnen de bebouwde omgeving waar een
Zowel in deelgebied A (NPZK) als B (AWD-BN) leverde de 1e telronde
dit ook. Feit is ook dat de telling buiten het leefgebied niet het hele
worden hier voor elk deelgebied de resultaten uit die hoogste
aantal herten zich ophoudt wordt niet geteld.
telronde gepresenteerd voor de trendgegevens. In de deelgebieden
C (Coepelduynen) en D (Meijendel-Berkeheide) zijn geen damherten
Als we meer in detail kijken naar de samenstelling van de populaties
waargenomen tijdens de tellingen.
in alleen de leefgebieden A (NPZK) en B (AWD-BN) blijken die (nog altijd) sterk te verschillen. Om dit te bepalen is gebruik gemaakt van
In totaal zijn er 2443 damherten waargenomen. Daarvan is 78% geteld
het hoogste aantal van herten, hinden en kalveren uit een van de drie
in het leefgebied van deelgebied B, AWD-BN (zie Tabel 3). Buiten het
telronden. Bijvoorbeeld het hoogste aantal herten kan dan in ronde 1
leefgebied zijn nog maar weinig damherten waargenomen tijdens
zijn waargenomen, terwijl dat voor de hinden bijvoorbeeld in ronde 2
de tellingen. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen damherten
het geval was. Van die aantallen kunnen we stellen dat ze minimaal
voorkomen buiten de leefgebieden. Waarnemingen die in de loop van
aanwezig zijn in de populatie.
het jaar worden gedaan bevestigen dat er nog wel degelijk tientallen
damherten met enige regelmaat buiten de leefgebieden zijn te vinden. Meldingen van aanrijdingen met damherten (zie hoofdstuk 4) en de
Tabel 3: Aantal getelde damherten binnen en buiten het leefgebied.
Deelgebied
Provincie
Leefgebied
Nulstandsgebied
Totaal
Doelstand
A
NH
520
29
549
200
C
ZH
0
0
0
niet geformuleerd
B
D
NH/ZH ZH
TOTAAL
1881 0
2353
13 0
90
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
1894 0
2443
600-800
niet geformuleerd 800-1000
15
In Figuur 6 is voor beide deelgebieden de populatiesamenstelling weergeven zoals die tijdens de 3 telronden is waargenomen.
In leefgebied NPZK maken mannelijke damherten van 1 jaar en ouder (herten en spitsers) 34% uit van de waargenomen dieren, terwijl in deelgebied AWD-BN die 65% van het aantal waargenomen dieren
betreffen. De omgekeerde verdeling geldt uiteraard voor de hinden en kalveren, die zijn in de ruime meerderheid waargenomen in leefgebied NPZK terwijl ze in leefgebied AWD-BN slechts 29% uitmaken van de
waargenomen dieren. Dit verschil is te verklaren door de aanvankelijk verschillende beheerstrategieën in de beide deelgebieden (zie 4.3).
Figuur 7: geteld aantal damherten en de trend in de leefgebieden NPZK en AWD-BN.
4.3. Tendens populatieontwikkeling
In het leefgebied AWD-BN vertoont de populatieomvang een
significant dalende tendens (regressie p<0,05). In het leefgebied NPZK
lijkt ook sprake van een daling maar zeker is dat niet. Daarvoor zijn de Figuur 6: Samenstelling van de populatie damherten in leefgebieden (incl bufferzone) NPZK (A) en AWD-BN (B) tijdens de tellingen van 2023.
fluctuaties te groot en/of meetreeks te kort. In Figuur 7 zijn de jaarlijkse telresultaten weergegeven en de trend.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
16
Fluctuaties
In deelgebied AWD-BN zien we dat de getelde aantallen vrij dicht tegen de
trendlijn aanliggen. Dit betekent dat het waargenomen percentage van de werkelijke aantallen vrij constant moet zijn. De jaarlijkse telresultaten
leveren daardoor een vrij goed beeld op van de trend. In deelgebied
NPZK fluctueert het resultaat van de tellingen meer dan in deelgebied AWD-BN. In dit deelgebied moeten we dus meer naar de langjarige trend kijken dan naar de jaarlijkse uitkomsten van de tellingen.
Fluctuaties in een populatie damherten kunnen het gevolg zijn van
verschillen in de netto aanwas van jonge damherten. Vooral de overlevingskansen kort na de geboorte kunnen enigszins fluctueren
afhankelijk van de omstandigheden. De fluctuaties in het telresultaat zouden dan vooral terug te zien zijn in het aantal kalveren tijdens
de telling. Als we naar de afzonderlijke trends van herten, hinden en
Figuur 8: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied NPZK.
belangrijke verklaring. Een andere verklaring is dat de fluctuaties het
NPZK. De weersomstandigheden hebben invloed op het telresultaat.
het terrein vrij onoverzichtelijk is. Er zijn in het NPZK beduidend minder
tijdens de tellingen slecht waren (zie tel- en beheerrapportage 2021-
kalveren kijken in dit deelgebied (zie Figuur 8) dan is dit duidelijk niet de gevolg zijn van de telmethodiek (visueel) in combinatie met het feit dat
paden dan in het deelgebied AWD-BN, waardoor de telinspanning (aantal deelnemende tellers) iets minder intensief is (tellingen vinden
grotendeels plaats vanaf de paden) en er is bovendien meer reliëf. Het terrein is dus veel minder overzichtelijk. Dat maakt dat toeval een veel
grotere rol speelt. Blijkbaar leiden deze factoren samen in leefgebied AWD-BN tot een nauwkeurig beeld van het populatieverloop dan in het
Voor beide gebieden geldt dat vorig jaar de weersomstandigheden 2022), dit jaar waren deze tijdens de eerste telronde juist vrij goed. In leefgebied NPZK zien we dat duidelijker terug dan in leefgebied AWDBN. Voor beide geldt dat de doelstand is echter nog niet bereikt. Leefgebied NPZK
Beheerders van het NPZK focuste hun beheerinspanning aanvankelijk
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
17
op het terugdringen van het aantal manlijke damherten. Het waren
om de focus (ook) te leggen op de mannelijke populatie. De reductie
zorgden (en nog altijd doen) in de omgeving. De consequentie was
reductie in de groeisnelheid en dit bij elkaar heeft hier geleid tot een
immers deze mannelijke dieren die vooral voor schade en overlast dat het vrouwelijk deel van de populatie nauwelijks kleiner werd en
voor flinke aanwas van jonge dieren kon zorgen. Vanaf beheerseizoen
2021-2022 is de focus in het beheer daarom verschoven naar de hinden en kaveren. Het effect van deze aanvankelijke keuze zien we nog altijd terug in de samenstelling van de populatie. Er worden meer hinden
waargenomen dan herten. De aantallen herten, hinden en kalveren vertonen afzonderlijk beschouwd geen significante trends (p>0,05).
van het aantal vrouwelijke damherten en kalveren zorgt ook voor een
afname van de populatie. In Figuur 9 is duidelijk de sterke afname van het aantal hinden terug te zien. Door de reductie van het aantal hinden en
kalveren en daarmee de groeisnelheid van de populatie, kon afgelopen
beheerseizoen meer capaciteit worden ingezet om ook het aantal
mannelijke damherten in dit gebied terug te brengen naar de doelstand. Het aantal mannelijke damherten is daardoor niet verder toegenomen.
Voor de herten geldt wel dat het net niet significant is (p=0,06). Hier niet
weergegeven in een figuur, maar de verspreiding van heren en hinden
in het NPZK lijkt niet homogeen. Uit de resultaten van de tellingen komt
naar voren dat nog relatief veel hinden en kalveren in het noordelijk deel van het NPZK (Midden herenduin en Duin & kruidberg) zijn geteld, terwijl meer naar het zuiden de aantallen al duidelijk lager zijn. Leefgebied AWD-BN
In het leefgebied AWD-BN – vooral in de AWD – heeft van meet af aan in het beheer de focus sterk gelegen op de reductie van het aantal hinden
en hun kalveren. Door de enorme omvang van de populatie bij de start van het beheer was de focus op de vrouwelijke damherten ook de enige reële optie om tot reductie van de populatie te komen. Bovendien was
de omgeving hier voor het grootste deel al beschermd tegen schade en overlast door hoge hekken om de AWD. Het was daardoor niet nodig
Figuur 9: tendens en geteld aantal herten, hinden en kalveren in leefgebied AWD-BN.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
18
Bij een doelstand van 800 getelde damherten, met een geslachts-
Vooralsnog blijft de conclusie dat de rijkdom aan flora en fauna, met
worden. Met een aantal van 389 hinden is voor de hinden de doelstand
en vertrapping. De eerste resultaten uit het onderzoek bieden hoop op
verhouding van circa 1:1 zouden er circa 300 hinden geteld moeten bijna bereikt. Het aantal mannelijk damherten zit echter nog ruim boven de doelstand.
4.4. Effect op de wettelijke belangen Flora en fauna
Er wordt in het plangebied veel onderzoek gedaan naar de effecten van
damherten op flora, fauna en de beschermde natuurwaarden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar trends van soorten binnen de AWD
en hoe die correleren met toenemende aantallen damherten. Het behulp van subsidie van de Provincie Noord-Holland is een consortium van beheerders Waternet en PWN en onderzoekers van het Instituut
voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica van de Universiteit van
name in de AWD, nog steeds schade ondervindt door overbegrazing herstel van de vegetatie en wellicht ook bijbehorende fauna zodra de
begrazingsdruk door damherten meer in balans is gebracht met de wat het gebied kan dragen (zonder verlies van soortenrijkdom).
• In het algemeen kan worden gesteld dat het inrichten van exclosures om begrazing door damherten (AWD en NPZK) en
grote grazers (NPZK) te weren binnen enkele jaren een duidelijk effect heeft op de vegetatie, en een veel kleiner effect op fauna.
Dit kan deels worden verklaard door het ontbreken van (grote) bronpopulaties van faunasoorten in het gebied en deels wellicht ook door de relatief kleine oppervlaktes van de exclosures ten opzichte van het oppervlak van nog steeds sterk begraasd gebied.
Amsterdam, Stichting Bargerveen en de Vlinderstichting sinds 2019
• De exclosures in de AWD laten voor 2020 en 2021 (data 2022 waren
relatie tot de damherten. Dit onderzoek vindt plaats in exclosures en
de begraasde referentie, maar dat geldt niet voor alle locaties.
bezig met het monitoren van flora, fauna en bodemprocessen in
bijbehorende referentiegebieden. Afgelopen seizoen is de monitoring voortgezet.
Hiernaast enkele voorlopige tussenresultaten . 3
3
nog niet beschikbaar) een grotere soortendiversiteit zien dan Soorten als mannetjesereprijs, valse salie, rozen (egelantier en hondsroos), koningskaars, welriekende salomonszegel, echt bitterkruid, wilde kardinaalsmuts en driedistel profiteren van het wegnemen van de damhertenbegrazing.
Interne tussentijdse analyse Mark van Til, Waternet
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
19
• Een groter effect van het uitsluiten van begrazing is waar te
nemen in de vegetatiestructuur en het bloemaanbod. In de AWD neemt de vegetatiehoogte toe in de exclosures en lokaal zien
we ook een toename van ruige grassen. De duingraslanden van NPZK verruigen sneller na het buitensluiten van damherten en
grote grazers. Het aantal bloemen van lipbloemen, ooievaars-
en reigersbek, tijm, vlinderbloemigen, walstro en duinviooltjes
nam in de AWD zeer sterk toe in de exclosures. Dit heeft ook al wel geleid tot een toename van bloembezoekers in de exclosures van de AWD, met name van hommels en in mindere mate solitaire bijen en sint-jansvlinder. Een aantal pioniersoorten van open zand neemt af binnen de exclosures in de AWD.
• Op basis van keuteltellingen blijkt dat als gevolg van het beheer van de damhertenpopulatie in de AWD inmiddels sprake is van een veel gelijkmatiger verdeling van de graasdruk dan in de
beginjaren toen meer sprake was van een gradiënt in graasdruk van (noord)oost naar (zuid)west.
Figuur 10: de effecten van damherten op de flora en fauna worden onder andere gemeten in zogenaamde exclosures. Hierin is in de AWD een effect te zien in het eerste groeiseizoen na plaatsing van het hekwerk. (Foto: Mark van Til, Waternet).
Voor een compleet overzicht van alle publicaties wordt verwezen naar
dierenleed als gevolg. Het aantal aanrijdingen met damherten varieert
waternet.nl/.
vooralsnog niet te dalen. Niet iedereen meldt een aanrijding met een
de website van de Amsterdamse Waterleidingduinen: https://awd.
Verkeersveiligheid en schade aan landbouwgewassen
Er is nog altijd sprake van schade in het verkeer als gevolg van aanrijdingen met damherten, met materiele schade en menselijk- en
iets per jaar, maar met gemiddeld bijna 50 aanrijdingen per jaar lijkt het hert. Soms wordt een dood hert aangetroffen waarvan achteraf niet
meer de doodsoorzaak is vast te stellen. Wellicht is bij een deel ook een aanrijding de oorzaak geweest. Verder blijken relatief veel damherten te overlijden door loslopende honden. Ze worden ofwel direct doodgebeten
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
20
ofwel lopen zich dood tegen een hek tijdens de paniek bij het vluchten.
Uit voorgaande rapportages bleek al dat de Zeeweg (N200) een van de
hotspots is voor wat betreft aanrijdingen. De Provincie Noord-Holland is in overleg met verschillend belanghebbenden een traject gestart
om de veiligheid op de Zeeweg te verbeteren. Damherten zijn daarbij niet het enige probleem, maar uiteraard wel onderdeel van analyse die moet leiden tot een veiliger inrichting van deze weg.
Het is niet helemaal duidelijk waarom het aantal aanrijdingen met damherten niet duidelijk afneemt, terwijl de populatie wel afneemt.
Het lijkt erop dat steeds meer individuele herten hebben ontdekt dat
buiten de duingebieden lekker mals voedsel is te vinden in tuinen en parken. Eenmaal ontdekt blijft deze gewoonte bestaan en wordt
het overgedragen aan nieuwe dieren. Daarnaast zal een eventuele
toename van verkeersbewegingen het effect van een afnemende
populatie maskeren of zelfs teniet kunnen doen. Dat de waarneming over de buiten de duinen verblijvende damherten niet goed is terug te
Figuur 11: aantal meldingen van een aanrijding met een damhert (blauw) en damherten die door andere of onbekende oorzaken zijn overleden (oranje).
zien in de tellingen is te wijten aan het feit dat de tellingen in deze zone
gevolg is van de afgenomen populatieomvang in de regio. Doordat
wordt nauwelijks geteld.
geregistreerd, is dit verband niet helemaal duidelijk.
niet compleet gebiedsdekkend zijn. Juist in de bebouwde omgeving
dieren die een natuurlijk dood zijn gestorven niet consequent worden
Het aantal dieren dat door andere oorzaken dan een aanrijding (natuurlijke of onnatuurlijke oorzaken) is gestorven vertoont al enige
jaren een dalende tendens. Het ligt voor de hand dat deze daling het
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
21
Er zijn geen structureel verzamelde gegevens over eventuele schade aan landbouwgewassen. Het is niet helemaal duidelijk of er inderdaad geen sprake is geweest van schade of dat er geen registratie
plaatsvindt omdat er volgens de beleidsregels van de Provincies Noord- en Zuid-Holland geen tegemoetkoming in geleden schade wordt uitgekeerd. In Zuid-Holland is wel frequent afschot gepleegd op de aan het leefgebied grenzende landbouwgronden.
Er zijn verschillende maatregelen getroffen om aanrijdingen met herten te voorkomen.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
22
5. Aanbevelingen beheerseizoen 2023-2024 5.1. Modelberekening
verschilt jaarlijks iets. Over de jaren is voor de modelberekening een
De aanbeveling voor komend beheerseizoen is gebaseerd op een
het modelresultaat).
modelberekening. Hierbij wordt rekening gehouden met de telfractie, de reproductie, geslacht en leeftijdsklasse en het aantal gestorven/ geschoten dieren.
Bepalen telfractie
Rond 1 april wordt geteld, waarbij worden onderscheiden: herten,
hinden en kalveren. Dit is de getelde populatie; oftewel het minimaal aantal aanwezige damherten. In de daaropvolgende zomer worden
de getelde kalveren ‘volwassen’; vrouwelijke kalveren worden hinde en mannelijke worden hert. Bovendien werpen de hinden in de zomer
een kalf. Met deze gegevens wordt de zomerpopulatie berekend. Na
gemiddelde telfractie bepaald. (zie Figuur 12 voor een illustratie van
Reproductie
Uiteraard wordt in de modelberekening ook bepaald hoeveel nieuwe
kalveren er in de zomer na de telling worden geboren. Daarvoor wordt
een aanname gedaan over de reproductie op basis van literatuur. Bekend is dat vrijwel alle hinden in de populatie een kalf produceren
(nooit meer dan 1), ongeveer in gelijke geslachtsverhoudingen. Alleen bij de jonge hinden die voor het eerst deelnemen aan de voortplanting
wil het percentage drachtige dieren nog wel eens wat variëren met de omstandigheden.
de zomer begint het beheerseizoen. Een aantal hinden en herten uit
Natuurlijke sterfte
worden hoeveel hinden en herten dan tijdens de volgende telling
meegerekend. Aangenomen kan worden dat dit gering is ten opzichte
deze zomerpopulatie wordt geschoten. Berekend kan vervolgens kunnen worden verwacht. De telling blijkt in werkelijkheid altijd een
stuk hoger dan deze berekende verwachting. Dat verschil kan alleen worden verklaard doordat tijdens de voorgaande telling meer dieren aanwezig zijn geweest dan geteld. Op grond van dit verschil in het
berekende en waargenomen aantal wordt de telfractie bepaald. Die
De natuurlijke sterfte wordt voor de eenvoud van de berekening niet van het geschoten aantal. Bovendien zou van de geschoten dieren
mogelijk een deel ook een natuurlijke dood zijn gestorven tijdens de winter. Een gevoeligheidsanalyse van het model laat ook zien dat
toevoeging van een percentage natuurlijke sterfte nauwelijks van invloed is op het resultaat.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
23
Geslacht en leeftijdsklasse
Om tot advies voor de beheerinzet in het komende seizoen te komen is uitgegaan van de hoogste waarden per geslacht-leeftijdsklasse uit de 3 telronden. Deze waarden zijn ook in Figuur 6 in paragraaf 4.2 gepresenteerd.
5.2. Advies Het advies is richtinggevend voor de planning van de uitvoering
door de terreinbeheerders. Deze geven zelf in detail invulling aan de
uitvoering. Eigen terreinkennis, jaarrond observaties en beschikbare capaciteit spelen een rol bij de afwegingen. Deelgebied A NPZK e.o.
Tijdens de tellingen bestond de populatie hier minimaal uit 197 herten, 248 hinden en 104 kalveren (totaal 549). De tijdens de telling niet
aangesproken dieren zijn hierbij verdeeld over hinden en kalveren. Via de hiervoor beschreven modelbenadering is de theoretische
beheeropgave voor komend seizoen berekend. Het gemiddelde percentage waargenomen dieren tijdens de telling lijkt hier met
circa 20% heel laag, maar ook jaarlijks erg wisselend te liggen. Ook is
er een aanwijzing uit het model dat er sprake is van een structurele
Figuur 12: verloop van de berekende verwachte telling (blauwe lijn; Totexpected) en de werkelijke telresultaten (oranje lijn; Tot.observed). Na correctie met de telfractie vallen de lijnen zo goed mogelijk samen. (gegevens uit deelgebied AWD-BN).
telresultaten. De jaarlijkse fluctuaties zijn hiermee gefilterd. Het model berekend dan een waarnemingspercentage van bijna 30%.
verandering in het waarnemingspercentage. Dat maakt de lineaire
Uit de modelberekening volgt dan dat de zomerpopulatie na de geboortes
de getelde fractie berekend op basis van de lineaire trends in de
damherten bedraagt, waarvan ruim 1000 hinden en bijna 900 herten.
en eenvoudige modelbenadering minder nauwkeurig. Daarom is
van de nieuwe kalveren voor de start van het beheerseizoen circa 2600
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
24
Rond een getelde doelstand van 200 damherten zullen er ongeveer 75 herten, 75 hinden en 50 kalveren worden geteld, met in werkelijkheid
dus tussen de 3 en 4 keer zoveel damherten, dus 225-300 herten even zoveel hinden en 150-200 kalveren. Met een berekend aantal
hinden van 1000 ligt er dus nog een enorme beheeropgave. Met 1000 hinden kan een aanwas worden verwacht van 750-800 kalveren. De beheeropgave ligt dus boven dit aantal.
Beheerders van het NPZK en de WBE-Zuid-Kennemerland zullen onderling goede afspraken moeten maken over de inzet van capaciteit
voor de beheeropgave. Het terugdringen van het aantal hinden heeft
hoge prioriteit. Op grond van de telling van 2023 lijkt een relatief groot aantal hinden aanwezig in het Noordelijke deel van het NPZK (Midden Herenduin en Duin & Kruidberg). Tegelijkertijd is rond dit deel van
het NPZK de problematiek met mannelijke damherten die overlast
veroorzaken buiten het leefgebied ook het grootst. Die bevinden zich vooral in de bufferzone en buiten het leefgebied. Voor beide geldt
dat jaarrond optreden mogelijk is. Binnen het overige deel van het
Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen.
leefgebied kan alleen worden beheerd van 1 november t/m 31 maart. Deelgebied B AWD-BN
theoretische beheeropgave voor komend seizoen berekend. Het
herten, 378 hinden en 276 kalveren (totaal 1894). De tijdens de
berekende werkelijke aantallen verschilt iets per jaar. Over de reeks
Tijdens de tellingen bestond de populatie hier minimaal uit 1240
telling niet aangesproken dieren zijn hierbij verdeeld over hinden
en kalveren. Via de hiervoor beschreven modelbenadering is de
getelde percentage ten opzichte van de volgens de modelbenadering
van jaren ligt het gemiddelde op 55%. Dat betekent dat bijna de helft van de dieren wordt gemist tijdens de tellingen.
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
25
Uit de modelberekening volgt dat de zomerpopulatie na de geboortes van de nieuwe kalveren voor de start van het beheerseizoen ruim
4000 damherten bedraagt, waarvan bijna 950 hinden en 2500 herten. Rond een getelde doelstand van ongeveer 800 damherten met
een gelijke geslachtsverhouding zal de waargenomen populatiesamenstelling ongeveer als volgt zijn: 300 herten, 300 hinden en 230
kalven. Bij een waarnemingspercentage van 50% zijn er dan uiteraard
in werkelijkheid bijna 2x zoveel damherten aanwezig. Er ligt dus nog
een opgave voor circa 350 hinden en 1900 herten. Voor de hinden is dit goed haalbaar, waarmee de doelstand zou worden bereikt. Daarmee blijft ook de groei beperkt. De opgave voor herten is te veel om in één seizoen te kunnen realiseren binnen de vereisten voor veiligheid en zorgvuldigheid en gezien ook de beschikbare capaciteit.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
26
6. Conclusies De beschikbare capaciteit voor de uitvoering van het beheer (voor
De schade aan de wettelijke belangen is nog altijd aanwezig. Flora
lastiger wordt om de damherten binnen schotafstand te krijgen heeft
damherten. De eerste resultaten uit het onderzoek bieden hoop op
deelgebied AWD-BN) in combinatie met het feit dat het steeds
geresulteerd in een iets lager afschot dan vorig beheerseizoen. Het
wordt lastiger omdat er minder dieren zijn en de overgebleven dieren alerter zijn. Naarmate er meer mannelijke damherten moeten worden
geschoten (zoals in deelgebied AWD-BN) kost de verwerking ook meer
en fauna lijdt nog duidelijk door overbegrazing en vertrapping door herstel van de vegetatie en wellicht ook bijbehorende fauna zodra de
begrazingsdruk door damherten meer in balans is gebracht met de wat het gebied kan dragen (zonder verlies van soortenrijkdom).
tijd. Een mannelijke damhert is gemiddeld namelijk 2x zo zwaar als een
Aanrijdingen met damherten vinden vooral plaats rondom het NPZK,
NPZK (A) als AWD-BN (B) een dalende tendens. Voor deelgebied
met verschillende stakeholders het traject gestart voor herinrichting
vrouwelijk hert. Desondanks vertonen de trends in zowel deelgebied AWD-BN is die trend wat duidelijker dan voor deelgebied NPZK. Hier
fluctueert het jaarlijks telresultaat wat meer rondom de trendlijn. Door de terreinomstandigheden speelt toeval bij het waarnemen hier een grotere rol.
De doelstand is in beide deelgebieden nog niet bereikt. In deelgebied AWD-BN lijkt het aantal hinden wel heel dicht bij de doelstand te zijn. Het aantal herten is echter nog ver boven de doelstand. Voor het
deelgebied NPZK en omgeving lijken de getelde aantallen een stuk lager, maar het waargenomen percentage van het werkelijke aantal
damherten ligt hier ook lager. Hier heeft zowel het aantal hinden als herten de doelstand nog niet bereikt.
waarbij de Zeeweg een hotspot is. De Provincie is inmiddels samen van deze weg om de veiligheid te verhogen. Die veiligheid betreft overigens meer dan alleen de overstekende damherten (en reeën).
Met de gemeente Velsen wordt gezocht naar gerichte maatregelen om de overlast en door damherten veroorzaakte onveilige situaties in en
rond Velsen te beperken. Het aantal aanrijdingen met damherten en meldingen van overlast lijken geen duidelijk verband meer te hebben
met de omvang van de populatie in de duinen. Het ziet er steeds meer naar uit dat de herten hebben ontdekt dat buiten de duinen goed voedsel is te vinden, zonder dat ze al te groot gevaar lopen.
In het Deelgebied AWD-BN is het mogelijk de doelstand voor de
hinden te bereiken bij de volgende telling. Het aantal mannelijke
Rapportage beheer en telling damherten Beheerseizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland
27
damherten is echter nog groot. Het vergt meer seizoenen om ook de doelstand voor de mannelijke damherten te realiseren. Hoewel het zich aanvankelijk anders liet aanzien is ook voor deelgebied NPZK
nog een aantal beheerseizoenen nodig voordat de doelstand wordt
bereikt. Met de jaarlijks toenemende informatie over de populatie
wordt steeds duidelijk dat hier veel meer damherten zaten en zitten dan werd gedacht waardoor de opgave groter is dan voorzien. Ook
lijkt het erop dat de hinden en herten niet homogeen verdeeld zijn
over het NPZK. Daarmee moet rekening worden gehouden bij de inzet van capaciteit voor de uitvoering van het beheer.
Rapportage beheer en telling damherten: Seizoen 2022-2023 - Faunabeheereenheid Noord-Holland