Bijlage 2 - Advies bezwaar afwijzen Volksinitiatief def Geredigeerd
Tekst van het document
Advies over het bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van de gemeenteraad van 10 december 2025 om het inleidend verzoek voor een volksinitiatief over betaald parkeren in Amsterdam-Zuidoost niet toe te laten. Advies over de bezwaarschriften ingediend door mr. namens mevrouw de heer en mevrouw tegen het besluit van de gemeenteraad van 10 december 2025 om het inleidend verzoek over betaald parkeren in Amsterdam-Zuidoost niet toe te laten omdat het niet voldoet aan de vereisten van de Referendumverordening. Kenmerk: DJ.26.001470.001
Aan de gemeenteraad, 1. Inleiding en procesverloop Op 30 november 2024 is een inleidend verzoek ingediend voor het houden van een referendum over een volksinitiatief op grond van de destijds geldende Referendumverordening. Het gaat de indieners om een uitspraak van de bevolking over de vraag of men tegen/voor het uitbreiden van betaald parkeren is in Zuidoost. Op 27 februari 2025 heeft de voorzitter van de gemeenteraad gereageerd op het verzoek. In de brief wordt gevraagd om het verzoek aan te vullen omdat het niet aan de eisen in de verordening voldoet. Zo zit er geen samenvatting of uitwerking bij het verzoek. Vervolgens is op 17 maart 2025 door de advocaat van de initiatiefnemers zowel bezwaar gemaakt tegen de weigering om een referendum te houden als een voorlopige voorziening (vovo) ingediend. Het doel van de vovo was om de uitvoering van het betaald parkeren te stoppen. Op 27 maart 2025 is zonder zitting een uitspraak over de vovo gedaan. Deze is afgewezen omdat er geen sprake is van een weigering, er is gevraagd om het verzoek aan te vullen. Ook valt de gevraagde voorziening (betaald parkeren uitstellen) buiten het geschil over het ‘al dan niet houden van een referendum’. Op 9 april 2025 is een overleg geweest met de advocaat en initiatiefnemers en de raadsgriffier.
De uitkomst van dit overleg is dat het inleidend verzoek inderdaad wordt aangevuld, maar de initiatiefnemers willen ook het bezwaar doorzetten. Dit eerste bezwaar is op 11 juni 2025 door de gemeenteraad niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen sprake was van een besluit. Het oorspronkelijke verzoek van 30 november 2024 is vervolgens op 20 oktober 2025 aangevuld.
Advies (vervolg) Pagina 2 van 5
Gemeente Amsterdam
Op 10 december 2025 heeft de gemeenteraad besloten het herstelde inleidend verzoek niet toe te laten omdat het niet voldoet aan de eisen die de Referendumverordening stelt aan een volksinitiatief: dat moet een eigenstandig voorstel van burgers zijn en niet zijn gericht op het terugdraaien van een eerder raadsbesluit. Dan wordt als het ware alsnog een referendum georganiseerd over het raadsbesluit. Het houden van een referendum over bepaalde raadsbesluiten is wel mogelijk, maar dient vooraf aan het behandelen van het raadsbesluit ingediend te worden. Dat is hier niet gebeurd. Op 27 januari 2026 is er bezwaar ingediend tegen dit besluit. Op 1 juni 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden waarbij bezwaarden zijn gehoord. Een kort en zakelijk verslag van de hoorzitting wordt als bijlage bijgevoegd.
2. Bezwaren Tegen het besluit van de raad zijn - samengevat - de volgende bezwaren aangevoerd:
Het is niet de bedoeling tegen een reeds genomen raadsbesluit op te komen, het raadsbesluit is alleen de aanleiding geweest voor het volksinitiatief. Het verzoek voldoet aan de vormvereisten van artikel 17 van de Referendumverordening. Daar blijkt niet uit dat de titel geen vraagstelling mag bevatten. Uit artikel 17, lid 10 Referendumverordening blijkt niet dat de gemeenteraad bevoegd is een inleidend verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
3. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt gevormd door de Referendumverordening gemeente Amsterdam 2022 (geldend tot 30-6-2025). Artikel 1: definities (…) g. referendum: volksraadpleging over een ontwerp raads- of collegebesluit; h.alternatief burgervoorstel: een voorstel ingediend door burgers als alternatief voor een ontwerp raads- of collegebesluit, als bedoeld in sub d en e; i.referendum alternatief burgervoorstel: volksraadpleging waarbij een keuze wordt voorgelegd tussen het ontwerp raads- of collegebesluit en het alternatief burgervoorstel, als bedoeld onder h; j.volksinitiatief: een eigenstandig voorstel van burgers; (…) Artikel 17: Inleidend verzoek 1.Een inleidend verzoek voor agendering van een volksinitiatief bestaat uit een titel, een samenvatting, een uitwerking en de voornamen, achternamen, adressen en geboortedata van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen. 2.Voor het volksinitiatief gelden de volgende vormvereisten: a. de titel is kort en bondig, vat het voorstel kernachtig samen en is niet misleidend; b.de samenvatting bedraagt maximaal 200 woorden; c.de uitwerking bedraagt maximaal 2.500 woorden; d.het mag niet meerdere onderwerpen bevatten die geheel losstaan van elkaar.
2
Advies (vervolg) Pagina 3 van 5
Gemeente Amsterdam
3.Bij het uitwerken van het volksinitiatief kunnen burgers aanspraak maken op ambtelijke ondersteuning. 4.Het inleidend verzoek wordt ondersteund door ten minste duizend ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het zevende lid, wordt verstrekt. 5.Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad. 6.Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek wordt gedaan door opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 7.Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de raad verstrekt formulier waarop de titel en samenvatting van volksinitiatief worden vermeld. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 8.De raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. Hierbij kan zij de methode van een steekproef gebruiken. 9.Bij strijdigheid met de vormvereisten als bedoeld in het tweede lid krijgen de initiatiefnemers eenmalig gelegenheid hun volksinitiatief aan te passen.
10.Op basis van het advies van de initiatief- en referendumcommissie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, beslist de raad, artikel 2 in aanmerking nemend, of het inleidend verzoek wordt toegelaten. 4. Ontvankelijkheid De commissie is van mening dat de bezwaren ontvankelijk zijn. Bezwaarden zijn de indieners van het verzoek en hebben daarmee belang bij het besluit tot afwijzen. Het bezwaar is tijdig ingediend en ook voor het overige is aan de vormvereisten die de Algemene wet bestuursrecht stelt voldaan. 5. Conclusie en advies Allereerst spreekt de commissie haar waardering uit voor de maatschappelijke betrokkenheid van bezwaarden. Op de hoorzitting is besproken dat bezwaarden op vele manieren en bij verschillende afdelingen van de gemeente, waaronder ook het bestuur, aandacht heeft gezocht voor de problemen die zij rondom parkeren in de wijk ervaren. Gebleken is dat die aandacht niet voldoende is gekomen. Dat betreurt de commissie. Ook constateert de commissie dat er soms te lang is gedaan over het reageren op verzoeken van bezwaarden. Ook de afhandeling van dit bezwaar heeft te lang geduurd als gevolg van problemen bij de ambtelijke ondersteuning van de commissie. De commissie biedt daar haar excuses voor aan. Volksinitiatief of referendum Vervolgens buigt de commissie zich over de vraag of het inleidend verzoek terecht is afgewezen.
De aanleiding van het verzoek vormt het raadsbesluit tot het invoeren van betaald parkeren in Amsterdam-Zuidoost uit 2023. Dit wordt door bezwaarden ook niet ontkend. De commissie is met bezwaarden van mening dat de mogelijkheden voor een volksinitiatief niet zo beperkt opgevat moeten worden dat er nooit een volksinitiatief plaats zou kunnen vinden over een onderwerp waarover eerder in de gemeenteraad besluitvorming heeft plaatsgevonden. Dat zou de mogelijkheden voor een volksinitiatief ernstig beperken of zelfs illusoir maken. Dat neemt echter niet weg dat per verzoek beoordeeld dient te worden of er sprake is van een verzoek tot het organiseren van een volksinitiatief of van een referendumverzoek om terug te komen op een eerder genomen raadsbesluit.
3
Advies (vervolg) Pagina 4 van 5
Gemeente Amsterdam
Naar het oordeel van de commissie is dat laatste hier het geval. Het verzoek is feitelijk een referendumverzoek over een reeds genomen raadsbesluit, dat te laat is ingediend om nog als referendumverzoek behandeld te kunnen worden. Dat past niet binnen de systematiek van de verordening. De toelichting op de Referendumverordening vermeldt: “Een volksinitiatief is een eigenstandig voorstel van burgers zonder dat er sprake is van een ontwerp raads- of collegebesluit dat zij tegelijk willen tegenhouden. Om die reden geldt er geen termijn voor een volksinitiatief.” Het inleidend verzoek van bezwaarden neemt, ook na de aanvulling van het verzoek op 20 oktober 2025, nog altijd het raadsbesluit van 8 juni 2023 als onderwerp en uitgangspunt en koppelt daar de wens tot het houden van een referendum over de vraag of er wel of niet betaald parkeren in Amsterdam-Zuidoost aan. Er is daarom geen sprake van een eigenstandig voorstel dat burgers willen doen, maar van het voorleggen van de wenselijkheid van het invoeren van betaald parkeren door de gemeenteraad. Bezwaarden zijn hier in hun overleg met de raadsgriffie ook op gewezen, maar hebben vastgehouden aan de gekozen opzet van hun initiatief. Ook de titel van het initiatief en de uitwerking van het initiatief zijn gerelateerd aan het eerdere raadsbesluit.
Het inleidend verzoek kan daarom niet als verzoek tot een volksinitiatief gekwalificeerd worden en is terecht niet toegelaten. Vormvereisten Bezwaarden voeren aan dat het verzoek aan de vormvereisten van de Referendumverordening voldoet en daarom toegelaten moet worden. Hoewel de commissie het met bezwaarden eens is dat er geen sprake is van evidente strijd met de vormvereisten die artikel 17 Referendumverordening aan een inleidend verzoek stelt, is zij tevens van oordeel dat daaraan niet automatisch de conclusie kan worden verbonden dat het verzoek toegelaten moet worden. Het gaat om de vraag of het verzoek aan te merken is als een volksinitiatief zoals dat is gedefinieerd in de verordening. Zoals hierboven uiteengezet is de commissie van oordeel dat dit niet het geval is, omdat het niet gaat om een eigenstandig voorstel dat de initiatiefnemers aan de raad willen voorleggen maar om een voorstel voor het verkrijgen van een oordeel over een reeds genomen raadsbesluit middels een raadpleging van de bevolking. De gekozen titel van het initiatief draagt bij aan dit oordeel, maar de titel is niet de zelfstandige grond voor het niet toelaten van het initiatief.
Bevoegdheid gemeenteraad In artikel 17 lid 10 Referendumverordening is aan de gemeenteraad de bevoegdheid gegeven een besluit te nemen over het wel of niet toelaten van een inleidend verzoek, na advies van de initiatief- en referendumcommissie. Dat is gebeurd: het verzoek is inhoudelijk getoetst en niet, zoals bezwaarden menen, buiten behandeling gelaten. Na toetsing is besloten het verzoek niet toe te laten, waartoe de gemeenteraad op grond van de verordening ook bevoegd is. Ingebrekestelling Op 4 mei 2026 hebben bezwaarden een ingebrekestelling ingediend wegens niet-tijdig beslissen op het ingediende bezwaarschrift. De commissie constateert dat na 18 mei 2026 dwangsommen zijn verbeurd wegens dit te laat beslissen en dat het volledige bedrag aan dwangsommen inmiddels is verbeurd. De commissie adviseert dan ook een bedrag van €1442,- aan bezwaarden te voldoen. De commissie adviseert de gemeenteraad om:
4
Advies (vervolg) Pagina 5 van 5
Gemeente Amsterdam
-
Het bezwaar van 27 januari 2026 ontvankelijk en ongegrond te verklaren; Het besluit van 10 december 2025 tot het niet toelaten van het inleidend verzoek in stand te laten; Over te gaan tot het vergoeden van €1442,- aan verbeurde dwangsommen wegens niet tijdig beslissen; Geen proceskosten te vergoeden.
Amsterdam, 18 juni 2026
A. Krijger, Voorzitter
M. Houben, Secretaris
5