CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_ 2024-07-arbeidsmarktpositie-amsterdamse-mbo-starters-2023.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 2 oktober 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de resultaten van een drietal door O&S uitgevoerde onderzoeken naar de schoolloopbanen, de woon- en studielocatie, en de arbeidsmarktpositie van Amsterdamse mbo-studenten (VN2024-012886)6.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbostarters 2023 Juli 2024 De afgelopen jaren is het aantal mbo-afgestudeerden in Amsterdam toegenomen, met name in de sector economie, maar de afgestudeerden waren minder vaak aan het werk. In het meest recente afstudeercohort 2021/’22 waren er zes maanden na afstuderen minder Amsterdamse mbo-starters aan het werk dan in de afstudeercohorten ervoor. Starters uit technische afstudeerdomeinen hebben zes maanden na afstuderen het vaakst een baan. Ook ligt het uurloon onder deze groep het hoogst. De afstudeerdomeinen economie en administratie en handel en ondernemerschap bieden op alle niveaus het minste perspectief op een baan. Het gemiddeld uurloon valt voor laatstgenoemde groep ook relatief laag uit. Amsterdamse mbostarters zijn in alle afstudeersectoren minder vaak aan het werk dan mbo-starters elders in het land. Naast de opleidingskenmerken hebben ook demografische kenmerken zoals de thuissituatie invloed op de baankans. De covid-19-pandemie vormde geen gemakkelijke tijd voor Amsterdamse starters op de arbeidsmarkt met een mbo-diploma. Het aandeel werkenden in deze groep daalde tijdens de pandemie sterker dan landelijk, maar is sinds de eerste vaccinatiecampagne grotendeels hersteld. Dit blijkt uit een eerdere publicatie van Onderzoek & Statistiek.

1 Hiernaast toont het onderzoek aan dat Amsterdamse mbo-starters structureel minder vaak aan het werk zijn dan landelijk. De directie Onderwijs, Jeugd, Zorg en Diversiteit (OJZD) heeft aan O&S gevraagd om de arbeidsmarktpositie van Amsterdamse mbo-starters te blijven volgen. Ook heeft zij gevraagd om in kaart te brengen wat het verschil kan verklaren in het aandeel werkende mbo-starters in Amsterdam en de rest van Nederland en of naast de ontwikkeling in het aandeel werkenden ook naar de lonen van mbostarters kan worden gekeken. In dit vervolgonderzoek staan de volgende onderzoeksvragen centraal: 1. Wat is de ontwikkeling in het aandeel recent afgestudeerde mbo-studenten met een baan in Amsterdam en Nederland? 2. In welke afstudeerdomeinen vinden Amsterdamse mbo-starters het vaakst een baan? 3. Wat is het gemiddelde uurloon van Amsterdamse mbo-starters voor verschillende afstudeerdomeinen? 4. Welke demografische en opleidingskenmerken kunnen het verschil verklaren in het aandeel werkende mbo-starters in Amsterdam en Nederland?

foto: Edwin van Eis.

1 O&S. Arbeidsmarktpositie mbo-starters tijdens Covid-19. Juni 2022.

1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Cohortanalyse mbo-starters Om de onderzoeksvragen te beantwoorden worden verschillende cohorten van afgestudeerde mbostudenten gevolgd. Het oudste cohort is afgestudeerd in studiejaar 2016/’17 en het meest recente cohort is afgestudeerd in studiejaar 2021/’22. Er wordt voor deze cohorten gekeken hoeveel starters zes maanden en een jaar na afstuderen een baan in loondienst hebben. Dit moet een baan zijn van minimaal 20 uur per week. Starters die werkzaam zijn als zelfstandige zonder personeel (zzp) ontbreken in deze definitie. Er is gecontroleerd of er een grote groep werkenden in deze afbakening ontbreekt door hen buiten beschouwing te laten. Het aantal mbo-afgestudeerden met als grootste bron van inkomen een zelfstandige onderneming is echter laag (<4%). Het meest recente cohort 2021/’22 kan tot zes maanden na afstuderen worden gevolgd. Dit peilmoment betreft voor deze groep maart 2023. Om de groep Amsterdamse mbo-afgestudeerden te definiëren is gekeken naar de studielocatie: Amsterdamse mbo-afgestudeerden zijn aan een Amsterdamse instelling afgestudeerd en wonen al dan niet in Amsterdam. Op het moment van afstuderen waren de studenten tussen de 16 en 26 jaar oud en een jaar na afstuderen stonden zij niet meer ingeschreven in enige vorm van onderwijs. Het aantal afgestudeerden dat in dit rapport wordt genoemd is dus exclusief de studenten die doorstuderen op het mbo of hbo.

Belangrijkste bevindingen •

•

•

•

In tegenstelling tot de rest van Nederland heeft de covid-19-pandemie nauwelijks invloed gehad op het aantal Amsterdamse mbo-afgestudeerden. Opleidingen in de sector economie zijn het populairst. In cohort 2021/’22 waren er 1.200 van de 2.440 afgestudeerd in sector economie, waarvan 820 op niveau 4. Hierna is het aantal afgestudeerden in de sector zorg en welzijn op niveau 4 het grootst (440 afgestudeerden). In beide sectoren stijgt het aantal afgestudeerden. De afstudeersector techniek is in Amsterdam het minst populair (550 afgestudeerden over alle niveaus). In het meest recente afstudeercohort 2021/’22 waren er zes maanden na afstuderen minder Amsterdamse mbo-starters aan het werk dan in de afstudeercohorten ervoor. Dit peilmoment betreft maart 2023 toen er sprake was van een lichte krimp in de economie. Landelijk zien we echter een veel minder sterke daling van het aandeel werkenden in dit cohort dan in Amsterdam. In Amsterdam zien we de daling in alle afstudeersectoren onder bijna alle niveaus terug. De daling is het sterkst onder starters uit de sector zorg en welzijn op niveau 3 en 4. Starters uit technische afstudeerdomeinen hebben zes maanden na afstuderen het vaakst een baan. Ook ligt het uurloon onder deze groep het hoogst. Daarnaast zijn starters uit het domein zorg en welzijn op niveau 3 en 4 relatief vaak aan het werk en verdienen zij gemiddeld een hoog uurloon.

De afstudeerdomeinen economie en administratie en handel en ondernemerschap bieden op alle niveaus het minste perspectief op een baan. Het gemiddeld uurloon valt voor laatstgenoemde groep ook relatief laag uit. Amsterdamse mbo-starters zijn in alle afstudeersectoren minder vaak aan het werk dan mbo-starters elders in het land. Dit zien we terug in alle afstudeercohorten en op alle peilmomenten. Demografische verschillen tussen Amsterdam en Nederland spelen hierin mogelijk een rol. Afgestudeerden met een kind zijn 6 maanden na afstuderen minder vaak aan het werk. Het verschil in baankans per opleidingsrichting laat een mogelijk verschil zien tussen de vraagkant van de regionale Amsterdamse arbeidsmarkt en elders in het land. Met name de populaire opleidingen in sector economie zijn minder kansrijk in Amsterdam, terwijl kleinere opleidingen in sommige gevallen juist meer kans bieden.

2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

1 Covid-19-pandemie heeft in Amsterdam nauwelijks effect gehad op aantal mbo-starters In tegenstelling tot de rest van Nederland heeft de covid-19-pandemie nauwelijks invloed gehad op het aantal Amsterdamse mbo-afgestudeerden. Landelijk daalde in deze periode het aantal afgestudeerden onder alle niveaus. In het meest recente studiejaar 2021/’22 is dit aantal landelijk op bijna alle niveaus weer op het niveau van voor de pandemie en in Amsterdam is het aantal soms zelfs iets hoger (zie Figuur 1 voor Amsterdam en bijlage voor Nederland). Veruit de meeste Amsterdamse mbo-starters hebben een diploma voor de sector Economie op niveau 4 behaald. Dit aantal is tussen afstudeerjaar 2016/’17 en 2021/’22 gestegen van 600 naar 820 afgestudeerden. Het aantal afgestudeerden met een diploma voor niveau 2 en 3 in deze sector ligt een stuk lager (ongeveer 200 studenten) en is over de jaren heen stabiel. In de sector Zorg en Welzijn zien we een vergelijkbare stijging onder niveau 4 als bij Economie. Tussen afstudeerjaar 2016/’17 en 2021/’22 is het aantal afgestudeerden uit deze afstudeersector verdubbeld, van 210 naar 440 gediplomeerden. Ook op niveau 2 is het aantal afgestudeerden uit deze afstudeersector gestegen (van 60 naar 160 gediplomeerden). Op niveau 3 is dit aantal juist gedaald (van 210 naar 90 gediplomeerden).

De sector Techniek is in Amsterdam het minst populair: deze groep mbo-afgestudeerden is het kleinst. Op niveau 4 is het aantal gediplomeerden uit de sector Techniek tussen studiejaar 2016/’17 en 2018/’19 gedaald, maar sinds 2019/’20 zien we weer een lichte stijging, van 190 naar 230 gediplomeerden in afstudeerjaar 2021/’22. Het aantal starters op niveau 2 en 3 is redelijk stabiel over de tijd en betrof in het meest recente studiejaar 2021/’22 respectievelijk 140 en 180 gediplomeerden. Jaarlijks gaan ongeveer 60 tot 100 mbo-starters met een diploma op niveau 1 de arbeidsmarkt op. Dit aantal is te klein om uit te splitsen naar afstudeersector en valt te verklaren doordat de meeste studenten hierna doorstuderen op een hoger niveau. 2 In dit rapport laten we deze groep daarom verder buiten beschouwing. Figuur 1 Aantal starters vanuit het Amsterdamse mbo naar sector en niveau, studiejaar 2016/’17 t/m 2021/’22

820

900

600 630 710

800 700

440

600

0

Economie 2 Economie 3 Economie 4 Techniek 2 Techniek 3 Techniek 4

Zorg en welzijn 2

Zorg en welzijn 3

210 290 320

210 110 120 90

60 100 120 160

180 180 190 180

120 110 100 140

100

190 190 200 200

300 200

180 190 190 180

400

310 210 190 230

500

Zorg en welzijn 4

2016/'17 2017/'18 2018/'19 2019/'20 2020/'21 2021/'22 Vanwege te kleine aantallen wordt de sector Landbouw en gecombineerde sectoren hier niet getoond. bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

Wanneer we kijken naar het aantal afgestudeerden per leerweg en niveau dan zien we dat de meesten een diploma hebben gehaald voor de beroepsopleidende leerweg (BOL) op niveau 4 (zie bijlage). Dit aantal is de afgelopen jaren gestegen. Een kleinere groep mbo-starters haalt een diploma voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit aantal is over de jaren heen redelijk stabiel.

2 In de monitor onderwijsloopbanen MBO is het aantal inschrijvingen op mbo niveau 1 en het startersresultaat van

deze studenten terug te vinden, zie: https://onderzoek.amsterdam.nl/artikel/hoe-verloopt-de-onderwijsloopbaanvan-een-mbo-student-in-amsterdam

3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

2 Recent afgestudeerde mbo-starters minder vaak aan het werk In het meest recente afstudeercohort 2021/’22 waren er zes maanden na afstuderen minder Amsterdamse mbo-starters aan het werk dan in de afstudeercohorten ervoor (zie Figuur 2). In cohorten 2016/’17 t/m 2018/’19 was gemiddeld 67% van de Amsterdamse mbo-starters na zes maanden aan het werk. Dit zijn de cohorten die voor de covid-19-pandemie zijn afgestudeerd en daarom een betrouwbare vergelijkingsgroep vormen. In het meest recente cohort 2021/’22 betrof dit 64% van de starters. Dit peilmoment betreft maart 2023 toen er sprake was van een lichte krimp in de economie. 3 Landelijk zien we echter een veel minder sterke daling van het aandeel werkenden in dit cohort dan in Amsterdam. In Amsterdam zien we de daling in alle afstudeersectoren onder bijna alle niveaus terug. De daling is het sterkst onder starters uit de sector zorg en welzijn op niveau 3 en 4 (zie bijlage, ook voor de landelijke vergelijking). Onder starters uit cohort 2019/’20 lag het aandeel met een baan zes maanden na afstuderen lager dan de cohorten ervoor. Dit peilmoment betreft maart 2021 toen er vanwege de pandemie sprake was van een lockdown en avondklok. Deze daling was tijdelijk van aard: een jaar na afstuderen in september 2022 waren er ongeveer net zoveel starters uit dit cohort aan het werk als in de cohorten ervoor.

Voor cohort 2021/’22 geldt het omgekeerde: een half jaar na afstuderen ligt het aandeel werkende starters uit deze groep relatief hoog. Dit peilmoment betreft maart 2022 toen er sprake was van economische groei en veel vraag op de arbeidsmarkt. Deze stijging was tijdelijk van aard: een jaar na afstuderen in september 2022 waren er weer ongeveer net zoveel starters uit dit cohort aan het werk als in de cohorten ervoor. Figuur 2 Aandeel starters van Amsterdamse instellingen dat na zes maanden en een jaar een baan heeft van minimaal 20 uur per week, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

2016/'17

2017/'18

2018/'19

6 maanden

2019/'20

2020/'21

64

67

71

66

64

64

67

67

67

65

%

68

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

2021/'22

1 jaar bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

3 Starters uit technische afstudeerdomeinen hebben het vaakst een baan In deze paragraaf wordt per afstudeerdomein gekeken hoeveel mbo-starters die in Amsterdam zijn afgestudeerd een baan hebben na zes maanden. Omdat het aantal starters in veel domeinen te klein is om per cohort te bekijken, zijn de cohorten bij elkaar gevoegd. In de figuren worden alleen de domeinen getoond met minimaal 100 mbo-starters. Over het algemeen geldt dat het aantal starters met een baan oploopt per mbo-niveau. Uitzonderingen hierbij zijn de domeinen afbouw, hout en onderhoud; uiterlijke verzorging en veiligheid en sport. Hierbij zien we dat het aandeel werkende starters op niveau 4 kleiner is dan op de overige niveaus. Onder starters met een diploma op niveau 2 is de groep uit het afstudeerdomein veiligheid en sport het vaakst aan het werk: driekwart van hen heeft na zes maanden een baan (zie Figuur 3). Hierna volgen de mbo-starters uit de domeinen afbouw, hout en onderhoud (71%); mobiliteit en voertuigen (69%); techniek en procesindustrie

3 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/25/economie-krimpt-met-0-3-procent-in-eerste-kwartaal-2023

4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

(68%) en horeca en bakkerij (68%). De meeste mbo-starters met een diploma op niveau 2 hebben een opleiding gevolgd in de domeinen zorg en welzijn (530 starters) of handel en ondernemerschap (350 starters). Deze domeinen bieden op dit niveau echter de minste kans op een baan: respectievelijk 44% en 40% van hen is na zes maanden aan het werk. Daarnaast biedt het domein economie en administratie op dit niveau weinig kans op een baan (39%). Figuur 3 Aandeel mbo-2-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen, per afstudeerdomein, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

39

40

44

68

69

71

68

%

76

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

6 maanden

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

Van de gediplomeerden op niveau 3 zijn de starters uit de domeinen mobiliteit en voertuigen en techniek en procesindustrie het vaakst aan het werk: respectievelijk 86% en 84% van hen heeft na zes maanden een baan. Het domein techniek en procesindustrie bestaat uit een relatief grote groep mbo-starters (380). Mobiliteit en voertuigen wordt daarentegen door een kleine groep afgerond (140 starters). Hierna volgen de richtingen afbouw, hout en onderhoud (81%) en horeca en bakkerij (79%). De meeste starters hebben op niveau 3 een opleiding in het domein zorg en welzijn afgerond (450 starters). Het aandeel werkenden is op dit niveau een stuk hoger dan wat we eerder zagen bij niveau 2: 71% tegenover 44%. De domeinen handel en ondernemerschap en economie en administratie bieden net als bij niveau 2 de minste kans op een baan, ongeveer de helft van deze starters is na zes maanden aan het werk. Figuur 4 Aandeel mbo-3-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen, per afstudeerdomein, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

50

54

67

67

71

71

79

81

84

%

86

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

6 maanden

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Op niveau 4 biedt de richting techniek en procesindustrie opnieuw de grootste kans op een baan: 91% van deze starters is na zes maanden aan het werk. Hierna volgen de richtingen informatie en communicatietechniek (78%) en horeca en bakkerij (77%). Dit laatste domein wordt door een relatief grote groep gevolgd (1.040 starters). Het domein zorg en welzijn wordt net als op de andere niveaus het vaakst afgerond (1.530 starters) en biedt een vergelijkbare kans op werk als op niveau 3: 69% heeft na zes maanden een baan tegenover 71% van deze groep op niveau 3. Hierna worden de domeinen handel en ondernemerschap (1.470 starters) en economie en administratie (1.090 starters) het vaakst afgerond. Van deze starters heeft ongeveer 60% na zes maanden een baan. Mbo-4starters uit het domein media en vormgeving zijn na zes maanden het minst vaak aan het werk (57%). Figuur 5 Aandeel mbo-4-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen, per afstudeerdomein, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22 %

57

59

60

60

62

68

69

70

72

77

78

91

100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

6 maanden

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

4 Uurloon het hoogst onder starters uit technische afstudeerdomeinen en zorg en welzijn Voor afgestudeerden met een baan in loondienst na afstuderen is ook gekeken naar het uurloon. Specifiek is gekeken hoe het gemiddelde uurloon verschilt voor de verschillende mbo-niveaus en afstudeerdomeinen. We kijken hierbij naar de groep starters met werk in loondienst zes maanden na afstuderen. Het gemiddelde bruto uurloon is berekend over alle cohorten, waarbij de uurlonen zijn gecorrigeerd voor inflatie (alle uurlonen zijn berekend in bedragen van 2023). De spreiding in het gemiddelde uurloon van een groep kan groot zijn. Dit heeft onder andere te maken met de leeftijd van afstuderen: het uurloon van starters die op latere leeftijd zijn afgestudeerd is doorgaans hoger dan voor relatief jonge starters. Het gemiddelde uurloon van mbo-2-starters uit Amsterdam is het hoogst bij de afstudeerdomeinen techniek en procesindustrie (€18,73) en zorg en welzijn (€15,27) (zie Figuur 6). In de vorige paragraaf zagen we echter dat de kans op een baan voor starters uit het domein zorg en welzijn laag ligt op niveau 2. Voor het domein handel en ondernemerschap is het gemiddeld uurloon het laagst (€12,59), al zijn de verschillen met de meeste andere domeinen relatief klein.

Figuur 6 Gemiddeld uurloon van mbo-2-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen per afstudeerdomein (in bedragen van 2023), afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

Onder mbo-3-starters van Amsterdamse instellingen zien we vergelijkbare afstudeerdomeinen met een relatief hoog en laag uurloon. Uurlonen zijn relatief hoog in de domeinen zorg en welzijn (€19,52) en techniek en procesindustrie (€18,40). Het aandeel starters met een baan is in deze afstudeerdomeinen ook hoog (zie paragraaf 3). Een domein met een relatief laag uurloon is uiterlijke verzorging (€12,25). Figuur 7 Gemiddeld uurloon van mbo-3-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen per afstudeerdomein (in bedragen van 2023), afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

Onder mbo-4-starters van Amsterdamse instellingen is het uurloon het hoogst onder de afstudeerdomeinen techniek en procesindustrie (€18,76); zorg en welzijn (€18,08) en ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek (€16,83). Relatief lage uurlonen zien we terug in de domeinen uiterlijke verzorging (€13,90) en media en vormgeving (€13,66). Het aandeel starters met een baan uit deze twee afstudeerdomeinen ligt ook laag (zie paragraaf 3).

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Figuur 8 Gemiddeld uurloon van mbo-4-starters van Amsterdamse instellingen met een baan zes maanden na afstuderen per afstudeerdomein (in bedragen van 2023), afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

Bij alle mbo-niveaus zien we dat de meeste technische domeinen en zorg en welzijn gemiddeld een hoger uurloon hebben dan overige domeinen. Verder is het gemiddeld uurloon voor de meeste afstudeerdomeinen hoger voor hogere mbo-niveaus. Een domein waarvoor dat niet geldt is techniek en procesindustrie: het uurloon voor de verschillende mbo-niveaus is hier vergelijkbaar. Verder zien we dat bij zorg en welzijn mbo-2-starters een lager uurloon hebben dan mbo-3- en mbo-4-starters, maar mbo-4-starters hebben gemiddeld een lager uurloon in deze richting dan mbo-3-starters. Dit verschil wordt deels verklaard door leeftijd: het aandeel starters met richting zorg en welzijn jonger dan 21 jaar is groter onder mbo-4-afgestudeerden dan onder mbo-3-afgestudeerden.

5 Amsterdamse starters wonend in Oost en Centrum het minst vaak aan het werk Wanneer er wordt gekeken naar de woonlocatie van mbo-starters die aan een Amsterdamse mboinstelling zijn afgestudeerd, dan zien we dat de groep die buiten de stad woont het vaakst aan het werk is. Zes maanden na afstuderen heeft zeven op de tien van deze starters een baan van minimaal 20 uur per week. In de meeste stadsdelen van Amsterdam geldt dit voor zes op de tien starters. In stadsgebied Weesp ligt het aandeel mbo-starters met een baan hoger dan het stedelijk gemiddelde (70%). In Oost (55%) en Centrum (50%) ligt dit aandeel juist lager. Er is gekeken naar het woonadres van mbo-starters zes maanden na afstuderen.

8

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

60

Zuid

NieuwWest

Noord

Zuidoost

Oost

50

60

West

55

61

Weesp

61

70

wonend buiten Amsterdam

62

71

Figuur 9 Aandeel mbo-starters van Amsterdamse instellingen dat na zes maanden een baan heeft van minimaal 20 uur per week naar woonlocatie, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22 % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Centrum

6 maanden bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

6 Amsterdamse mbo-starters structureel minder vaak aan het werk Amsterdamse mbo-starters zijn in alle afstudeersectoren minder vaak aan het werk dan mbostarters elders in het land. Dit zien we terug in alle afstudeercohorten en op alle peilmomenten. Figuur 7 toont deze vergelijking voor de starters die in studiejaar 2021/’22 hun diploma hebben gehaald, waarbij het aandeel werkenden zes maanden na afstuderen in beeld is gebracht. Het verschil is het grootst onder starters met een diploma voor Zorg en Welzijn op niveau 3. Van de Amsterdamse starters is 56% aan het werk tegenover 82% van de starters elders in het land. Dit verschil was in eerdere afstudeercohorten minder groot. Onder starters met een diploma voor Techniek op niveau 4 zien we het kleinste verschil in het aandeel werkenden. Van de Amsterdamse starters uit deze groep heeft 74% na zes maanden een baan tegenover 77% van de starters elders in het land. In eerdere afstudeercohorten was dit verschil groter, maar dit is over de tijd heen afgenomen. Ook naar leerweg en niveau verschilt het aandeel werkenden onder Amsterdamse starters en elders in het land. Onder starters met een BOL-diploma zijn de verschillen wat groter dan onder starters met een BBL-diploma (zie bijlage).

Figuur 10 Vergelijking aandeel Amsterdamse en Nederlandse mbo-starters dat na zes maanden een baan heeft van minimaal 20 uur per week naar afstudeersector en niveau, afstudeercohort 2021/22 (procenten) % 100 88 90 82 80 80 80 78 75 80 74 77 68 65 65 64 70 61 58 56 60 53 47 50 40 30 20 10 0 Economie 2 Economie 3 Economie 4 Techniek 2 Techniek 3 Techniek 4 Zorg en Zorg en Zorg en welzijn 2 welzijn 3 welzijn 4

Amsterdam

Nederland bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

9

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

7 Opleidingsrichting en thuissituatie hebben een effect op het aandeel afgestudeerden dat aan het werk is na 6 maanden Om een mogelijke verklaring te vinden voor de verschillen in baankans tussen Amsterdam en Nederland is gekeken of bepaalde opleidings- en demografische kenmerken hierin een rol spelen. Dit is gedaan met een regressieanalyse. Hiermee kan worden berekend welke kenmerken de baankans van Amsterdamse en Nederlandse mbo-starters het sterkst kunnen verklaren. In de analyse zijn alle afstudeercohorten (2016/’17 t/m 2021/’22) samengenomen en is gekeken naar de baankans zes maanden na afstuderen. De volgende opleidingskenmerken zijn in beeld gebracht: niveau, sector, domein en leerweg. Daarnaast zijn de effecten van de volgende achtergrondkenmerken berekend: leeftijd, geslacht, huishoudsamenstelling, migratieachtergrond, huishoudeninkomen en het opleidingsniveau van de ouders. Referentiegroep mbo-afgestudeerden Om te kunnen zien welke achtergrondkenmerken een effect hebben op de baankans is allereerst een referentiegroep gevormd. Deze referentiegroep heeft een specifieke samenstelling van kenmerken en kan gezien worden als een beschrijving van de gemiddelde afgestudeerde binnen de cohorten van Amsterdam en Nederland samen (zie bijlage).

De kenmerken van de referentiegroep: leeftijd tussen 18 t/m 20 jaar, man, heeft de positie van thuiswonend kind in het huishouden, een Nederlandse migratieachtergrond, het huishoudeninkomen valt in het 5e kwintiel, de hoogstopgeleide ouder is mbo-opgeleid, de student is afgestudeerd op niveau 4, leerweg BOL binnen domein zorg en welzijn. Aan de hand van een regressie is vastgesteld welke opleidings- en demografische kenmerken het meeste invloed hebben op de baankans. Vermelde percentageverschillen moeten geïnterpreteerd worden als het verschil in baankans ten opzichte van de referentiegroep. Als bijvoorbeeld een afgestudeerde wordt bekeken in de leeftijdsgroep 16 t/m 17 jaar die alleenstaand is, wordt de baankans (71-9+3)% = 64%. Allereerst is er gekeken naar het effect van afstuderen aan een Amsterdamse instelling t.o.v. een instelling buiten Amsterdam. Voor de Amsterdamse afgestudeerden binnen de referentiegroep is de baankans 71%, terwijl dit voor afgestudeerden elders in het land 83% is, een verschil van 12%. Om het verschil in de baankans te verklaren is gekeken naar demografische- en opleidingskenmerken. Hierbij is gekeken of er een verschillend effect is op de baankans van Amsterdamse starters versus starters elders in het land.

Hiervoor zijn twee aparte modellen gedraaid: een model voor de Amsterdamse groep en een model voor de starters elders in het land (zie de bijlage voor een tabel met de regressiecoëfficiënten). Er zijn een aantal persoonskenmerken die een significante relatie hebben met het aandeel afgestudeerden dat na 6 maanden aan het werk is. Een belangrijke factor is de huishoudensituatie van de afgestudeerde. Afgestudeerden die een kind hebben zijn minder vaak aan het werk na 6 maanden. Dit geldt zowel voor alleenstaande ouders (-17%) als voor afgestudeerden met partner en kind (-10%). Beide groepen zijn relatief klein: 100 alleenstaande ouders en 160 afgestudeerden met partner en kind. Aan de andere kant gaan alleenstaanden zonder kind (+3%) en afgestudeerden met partner zonder kind (+5%) vaker aan het werk. Ook is er een relatie waar te nemen tussen migratieachtergrond en het aandeel werkenden. Voor alle groepen is er een negatief effect waarneembaar ten opzichte van de referentiegroep bestaande uit afgestudeerden zonder migratieachtergrond. Het effect is het sterkst voor afgestudeerden met een migratieachtergrond uit Marokko of Turkije (-13%), het Midden-Oosten en Afrika (-11%) of Indonesië, Suriname en de Antillen (-10%). Voor afgestudeerden met migratieachtergrond uit de EU of Amerika, Azië, Oceanië en overig Europa is het effect minder sterk (-6%).

Mogelijk heeft dit te maken met arbeidsmarktdiscriminatie. Uit andere onderzoeken weten we dat sollicitanten met een

10

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

migratieachtergrond, en meer specifiek met een Marokkaanse achtergrond, relatief vaak vermoeden dat er sprake was van discriminatie bij een afwijzing bij een sollicitatie. 4 Omdat het grootste deel van de afgestudeerden thuiswonend kind is, is er ook gekeken naar kenmerken van het huishouden: het huishoudeninkomen en het opleidingsniveau van de hoogstopgeleide ouder. Voor het huishoudeninkomen is gekeken naar een verdeling in kwantielen. Dit laat zien dat afgestudeerden uit een huishouden met een inkomen in de laagste twee kwintielen minder vaak aan het werk zijn na 6 maanden (-10%). Tussen de drie hoogste kwintielen is geen significant verschil waarneembaar. Het opleidingsniveau van de ouders heeft een minder sterk effect. Wanneer de ouders een hbo/wo-opleiding hebben afgerond is de baankans na 6 maanden 6% kleiner. Ook voor de kenmerken van de opleiding is gekeken wat het effect is op de baankans. Dit is op te delen in het type onderwijs (BOL/BBL) en het niveau en de richting van de opleiding. In de lijn der verwachting ligt dat het volgen van een BBL-opleiding een positief effect heeft op de baankans ten opzichte van een BOL-opleiding (+16%) en dat niveau 1 (-36%) en niveau 2 (-9%) afgestudeerden minder vaak aan het werk zijn na 6 maanden. Wat betreft de opleidingsrichtingen zijn de effecten op sectorniveau gering.

Op domeinniveau zijn er echter wel verschillen waarneembaar. Er zijn een aantal domeinen met een lagere baankans: economie en administratie (7%), handel en ondernemerschap (-13%), media en vormgeving (-15%) en uiterlijke verzorging (-8%). Domeinen met een hogere baankans zijn informatie en communicatietechnologie (+11%), mobiliteit en voertuigen (+10%) en veiligheid en sport (+7%). Een vergelijking tussen de waargenomen effecten tussen Amsterdam en Nederland laat weinig verschil zien tussen demografische kenmerken. De effecten die daarvoor spelen in Amsterdam zien we landelijk ook terug. Er zijn wel verschillen tussen de baankansen van afgestudeerden van de verschillende opleidingsdomeinen. Voor opleidingen in het domein toerisme en recreatie is er landelijk een negatief effect op de baankans (-7%). Dit effect is er niet in Amsterdam. Eenzelfde verschil is te zien voor veiligheid en sport. In Amsterdam heeft dit een positief effect van +7% op de baankans terwijl er landelijk geen effect waar te nemen is. Ook voor mobiliteit en voertuigen en informatie en communicatietechnologie is het landelijke effect gering en het effect in Amsterdam sterk positief. Concluderend zien we dus zowel een sterk effect van demografische kenmerken en opleidingskenmerken.

Het verschil in baankans per opleidingsrichting laat een mogelijk verschil zien in de vraagkant van de regionale Amsterdamse arbeidsmarkt en elders in het land waardoor Amsterdamse mbo-starters met een vergelijkbare opleiding minder vaak een baan vinden.

4 https://onderzoek.amsterdam.nl/publicatie/arbeidsmarktdiscriminatie-in-amsterdam-2021

11

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Data en methoden In dit onderzoek is op basis van CBS Microdata een cohortbestand opgebouwd van alle mbostudenten in Nederland die een diploma hebben gehaald in studiejaar 2016/’17 t/m 2021/’22. Hiervoor zijn de inschrijvingsbestanden en diplomabestanden van CBS gebruikt. Om de arbeidsmarktpositie van deze afgestudeerden in kaart te brengen worden zij tot twee jaar na afstuderen gevolgd, waarbij op de volgende peilmomenten wordt gekeken of zij werk hebben: zes maanden, een jaar en twee jaar. Het verschilt per cohort tot welk moment de afgestudeerden in de tijd gevolgd kunnen worden. Voor het meest recente afstudeercohort 2021/’22 is dit zes maanden na afstuderen. Dit betreft voor deze groep peilmoment maart 2023. De onderzoekspopulatie is als volgt afgebakend:  Een Amsterdamse mbo-starter heeft een diploma op een Amsterdamse mbo-instelling behaald;  Op het moment van afstuderen was de persoon tussen de 16-26 jaar oud;  Een jaar na afstuderen stond de starter niet opnieuw in enig onderwijs ingeschreven;  Zes maanden na afstuderen woont de starter nog steeds in Nederland;  Er is gekeken naar banen van minimaal 20 uur per week. Er is alleen gekeken naar personen in loondienst. Het aantal werkenden in loondienst is bepaald op basis van de polisadministratie (CBS). De polisadministratie bevat informatie over banen en is afkomstig van het UWV.

Enkel werkenden in loondienst zijn opgenomen in de polisadministratie, zelfstandig ondernemers niet. Er is gecontroleerd of er een grote groep werkenden in deze afbakening ontbreekt door de zelfstandigen buiten beschouwing te laten. Het aantal afgestudeerden met als grootste bron van inkomen een zelfstandige onderneming was laag (<4%). Selectie Amsterdamse mbo-studenten Mbo-instellingen hebben vaak locaties in verschillende steden. Dit is ook het geval in Amsterdam. De data van het CBS bevat alleen de locatie van de hoofdinstelling, waardoor het in eerste instantie niet mogelijk was om een selectie te maken van alleen de locaties in Amsterdam. In gesprek met de vier Amsterdamse mbo-instellingen (ROC van Amsterdam, ROC TOP, Houten Meubileringscollege en Mediacollege Amsterdam) is besloten om vanuit hun administratie gegevens te leveren over welke studenten aan hun locaties studeren. Het opgebouwde studentenbestand van CBS is verrijkt met deze gegevens, waardoor er in de analyses kon worden ingezoomd op studenten die studeren aan een Amsterdamse mbo-locatie. Regressieanalyse Om vast te stellen welke opleidings- en demografische kenmerken het sterkst samenhangen met het aandeel afgestudeerden met een baan na 6 maanden is gebruik gemaakt van een regressiemodel waarin de baankans wordt berekend t.o.v. een referentiegroep.

In de bijlage wordt het model en de resultaten in meer detail beschreven.

Meer informatie…

Colofon

onderzoek.amsterdam.nl/dossier/middelbaar-beroepsonderwijs

Opdrachtgever Directie onderwijs

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 1940 1000 BV Amsterdam

President Kennedylaan 923 1000 AR Amsterdam Postbus 658 T 020 251 0333

Auteurs Marleen Rijksen: M.Rijksen@amsterdam.nl Frederique van Spijker: F.van.Spijker@amsterdam.nl Sjors Verhaar: S.Verhaar@Amsterdam.nl

12

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Bijlagen rapport arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023 980 1.130 1.010 1.060 1.150 1.320

Figuur B1 Aantal starters vanuit het Amsterdamse mbo naar leerweg en niveau, studiejaar 2016/’17 t/m 2021/’22 1.400 1.200 1.000

0

2016/'17

BOL 4

2017/'18

BBL 2

2018/'19

2019/'20

140 120 120 160 150 160

BOL 3

200

150 150 140 200 180 150

BOL 2

80 90 120 120 100 110

400

420 340 340 310 300 320

600

270 300 260 290 290 360

800

BBL 3

BBL 4

2020/'21

2021/'22

bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

2.000 0

Economie 2 Economie 3 Economie 4 Techniek 2 Techniek 3 Techniek 4

2016/'17

2017/'18

Zorg en welzijn 2

5.560 5.080 4.650 4.320

1.520 1.980 1.890 2.360

4.000

4.440 5.550 5.310 5.120

6.000

4.400 3.790 3.310 3.650

8.000

5.110 4.600 4.230 4.130

10.000

3.300 3.260 3.100 3.650

12.000

8.820 8.410 8.040 8.360

9.900 9.930 9.320 10.450

14.000

10.320 11.310 11.060 12.740

Figuur B2 Aantal starters vanuit het Nederlandse mbo naar sector en niveau, studiejaar 2016/’17 t/m 2021/’22

Zorg en welzijn 3

Zorg en welzijn 4

2018/'19 2019/'20 2020/'21 2021/'22 bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

13

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

2018/'19

77

77

79

2019/'20

2020/'21

2021/'22

62

76

71 73 69 70

78 74

70

50 46 47

43 40

50

56

59

66

76

82 82 83 84 84 78

70 64 64

75 77

55

65

71

61

68 68 67

74

65

68

55

65

63 60 56 53 59 53

75

Figuur B4 Aandeel starters van Amsterdamse instellingen dat na zes maanden een baan heeft van minimaal 20 uur per week naar afstudeersector en niveau, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22 % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

72 72

1 jaar bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

61

6 maanden

78

76

76

77

2017/'18

65 66

2016/'17

77

78

76

76

Figuur B3 Aandeel starters van Nederlandse instellingen dat na zes maanden en een jaar een baan heeft van minimaal 20 uur per week, afstudeercohort 2016/’17 t/m 2021/22 % 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

Economie 2 Economie 3 Economie 4 Techniek 2 Techniek 3 Techniek 4

cohort 2016/'17 cohort 2019/'20

Zorg en welzijn 2

Zorg en welzijn 3

Zorg en welzijn 4

cohort 2018/'19 cohort 2017/'18 cohort 2021/'22 cohort 2020/'21 bron: CBS/Amsterdamse mbo-instellingen, bewerking O&S

14

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

Bijlage: resultaten regressieanalyse baankans Onderstaande tabel toont resultaten van een regressieanalyse van de baankans na 6 maanden. Er is gekeken naar de volgende kenmerken: • Opleidingskenmerken o Niveau o Domein o Leerweg • Demografische kenmerken: o Leeftijd o Geslacht o Huishoudsamenstelling o Migratieachtergrond o Huishoudeninkomen o Opleidingsniveau van de ouders De effecten die worden weergeven in tabel B2 zijn het verschil in baankans t.o.v. de referentiegroep. De kenmerken van de referentiegroep: leeftijd tussen 18 t/m 20 jaar, man, heeft de positie van thuiswonend kind in het huishouden, een Nederlandse migratieachtergrond, het huishoudeninkomen valt in het 5e kwintiel, de hoogstopgeleide ouder is mbo-opgeleid, de student is afgestudeerd op niveau 4, leerweg BOL binnen domein zorg en welzijn. Tabel B1 Kenmerken van de referentiegroep en de baankans na 6 maanden kenmerken referentiegroep Afgestudeerd aan een Amsterdamse instelling 18 t/m 20 jaar, man, thuiswonend kind, 71% Nederlandse migratieachtergrond, huishoudeninkomen in 5e kwintiel, ouders mboopgeleid, mbo niveau 4, leerweg BOL, domein zorg en welzijn

Afgestudeerd buiten Amsterdam 83%

Tabel B2 Alternatieve achtergrondkenmerken* (t.o.v. referentiegroep) en de relatie met het aandeel werkenden na 6 maanden verschil in baankans verschil in baankans kenmerken - Amsterdam - Nederland 16 t/m 17 jaar -9% -4% 21 t/m 23 jaar 24 t/m 26 jaar

2% 4%

Vrouw Alleenstaande

3% -3%

3%

3%

-17%

-15%

Paar met kind

-10%

-11%

Paar zonder kind

5%

6%

Migratieachtergrond: West-EU

-6%

-6%

Ouder in eenouderhuishouden Overig huishouden

-2%

Migratieachtergrond: Oost-EU Migratieachtergrond: Amerika, Azie, Oceanie en overig Europa Migratieachtergrond: Midden-Oosten en Afrika

-6% -6%

-10%

-11%

-11%

Migratieachtergrond: Marokko, Turkije

-13%

-15%

Migratieachtergrond: Indonesie, Suriname, Antillen

-10%

-11%

huishoudeninkomen in 1e kwintiel

-10%

-7%

huishoudeninkomen in 2e kwintiel

-9%

-11%

huishoudeninkomen in 3e kwintiel

-5%

15

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Arbeidsmarktpositie Amsterdamse mbo-starters 2023

huishoudeninkomen in 4e kwintiel

-2%

Ouders basis-opgeleid

1%

Ouders hbo/wo-opgeleid

-6%

-5%

MBO 1

-36%

-18%

MBO 2

-9%

-9%

16%

15%

MBO 3 BBL Domein: afbouw, hout en onderhoud

-4%

Domein: ambacht, laboratorium en gezondheidstechniek Domein: bouw en infra

4%

Domein: cross-over

-13%

-10%

Domein: economie en administratie

-7%

-5%

Domein: entree

-13%

-13%

Domein: handel en ondernemerschap

-12%

Domein: horeca en bakkerij

-7% -2%

Domein: informatie en communicatietechnologie

11%

-3%

Domein: media en vormgeving

-15%

-22%

Domein: mobiliteit en voertuigen

10%

2%

Domein: techniek en procesindustrie

8%

Domein: toerisme en recreatie

6% -7%

Domein: uiterlijke verzorging

-8%

-11%

Domein: veiligheid en sport

7%

-1%

*In de tabel zijn alleen significante verschillen weergegeven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14542231/1