Bijlage 2 20211207 AP_Ruimtelijk Kwaliteitskader 2021.pdf
Tekst van het document
CONCEPT Ruimtelijk Kwaliteitskader voor de transformatie van ArenAPoort
Publicatiedatum
Disclaimer
07/12/2021
Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden verleend. Ook de ontwerpen van projecten in ArenAPoort en omgeving, die ter illustratie zijn toegevoegd, kunnen namelijk in de loop der tijd nog wijzigen.
Adres
Ruimte en Duurzaamheid Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam
ArenAPoort@amsterdam.nl
Organisatie
O
Cluster: Ruimte en Economie RVE: Ruimte en Duurzaamheid Projectgroep: ArenAPoort
C
Ambtelijk opdrachtgever Ellen Nieuweboer
Projectmanager
Thomas van der Heide
2
Ruimtelijk Kwaliteitskader
E
P
T
N
C
Waar mogelijk hebben we de oorspronkelijke eigenaar van copyright op foto’s om toestemming voor gebruik gevraagd en verkregen. Veel fotomateriaal is echter afkomstig van verschillende websites en dan is het niet eenvoudig de oorspronkelijke eigenaar te vinden. We nodigen iedereen die denkt dat we zijn of haar copyright schenden, uit ons te contacteren, zodat we toestemming kunnen verkrijgen of de foto moeten verwijderen dan wel vervangen. Voor het geheel of gedeeltelijk overnemen of bewerken van dit beeldkwaliteitsplan dient men toestemming van de redactie te vragen. In de meeste gevallen zal die graag worden gegeven.
C
E
P
T
N CONCEPT O Ruimtelijk Kwaliteitskader C voor de transformatie van ArenAPoort
3
4
Ruimtelijk Kwaliteitskader
Transformatieopgave
ArenAPoort verandert in hoog tempo van een overwegend monofunctioneel gebied naar een hoogstedelijk centrum met een hoge dichtheid en complete mix aan functies. Het is de ambitie van de gemeente om van ArenAPoort een volwaardig stadscentrum te maken: een centrumgebied waar niet alleen wordt gewerkt, gewinkeld en gerecreëerd wordt, maar ook wordt gewoond! De gemeente geeft ruimte aan ontwikkelaars om bestaand bebouwd gebied te verdichten en om te vormen tot een echt gemengd stadscentrum.
O
N
C
E
P
T
Om richting te geven aan alle nieuwe ontwikkelingen wordt in 2021 de Ontwikkelstrategie ArenAPoort vastgesteld. Welke gevolgen de ontwikkelstrategie heeft voor de (toekomstige) bebouwing is te lezen in dit Kwaliteitskader.
C
5
Inhoudsopgave 1
8
Doel Werkwijze Leeswijzer Wettelijk kader Bouwenveloppen Masterplan openbare ruimte ArenAPoort Input externe partijen Welstandsnota en ambitieniveau Kwaliteitsborging
8 8 8 9 9 9 10 10 12
2
Context, geschiedenis en kenmerken
13
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
6
Inleiding
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.8 1.9
Internationale en regionale context Context Amsterdam Context Zuidoost Sociale en culturele context Geschiedenis ArenAPoort Cultuurhistorie Kenmerken ArenAPoort ArenAPoort West Amsterdamse Poort Cumulus Park Stationsgebied
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
N
13 13 14 16 16 17 18 20 22 24 25
3
Ontwikkelstrategie: De ambities van ArenAPoort
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Compleet en verbonden Levendige openbare ruimte Duurzaam en toekomstbestendig Centrum voor iedereen Goed bereikbaar
4
Vertaling ambities naar bebouwing
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
E
P
Stedenbouwkundige korrel Hoogtes en hoogteaccenten Raamwerk openbare ruimte Profielopbouw Woonkwaliteit Vertaling duurzaamheidsambities in bebouwing Groene daken, - gevels en binnentuinen Parkeergarages, logistiek en stallingen Nutsvoorzieningen en technische ruimtes Gevelexpressie Plinten Detaillering, materiaal en kleur Reclame-uitingen Ledschermen en lichtniveau Bewegwijzering
C
T 26 26 26 27 27 27
28 32 32 34 42 48 49 49 52 54 58 59 68 70 73 74
5
5.1 5.2 5.3 5.4
ArenAPoort West Amsterdamse Poort Cumulus Park Stationsgebied
Ontwerpprincipes per deelgebied
76
6
Bijlagen
92
6.1 6.2 6.3 6.4
76 82 88 90
Duurzaamheid Context en geschiedenis Windhinderprotocol Begrippenlijst
C
O
94 98 102 104
N
C
E
P
T
7
1 Inleiding 1.1
Doel
In dit Ruimtelijk Kwaliteitskader voor de transformatie van ArenAPoort (hierna ‘kwaliteitskader’) worden de nieuwbouwontwikkelingen en de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de transformaties in ArenAPoort beschreven. Het kwaliteitskader is een vervolg op de Ontwikkelstrategie ArenAPoort. Het biedt handvatten om de ambities uit de ontwikkelstrategie ruimtelijk kwalitatief hoogwaardig uit te werken. Het kwaliteitskader: ■ ■ ■
■
■
1.2
Bevat ontwerprichtlijnen voor het (toekomstig) stedenbouwkundige en architectonische beeld; Beschrijft de relatie en de gewenste samenhang tussen gebouwen en openbare ruimte; Is een aanvulling op bestuurlijk vastgestelde kaders. Het wordt door de supervisor en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gebruikt als leidraad voor de beoordeling van bouwplannen in ArenAPoort; Is een sturingsmiddel voor de ontwerpfasen voorafgaand aan de aanvraag van een omgevingsvergunning. Planteams hanteren het kwaliteitskader als aanvulling op de bouwenveloppen; Dient, tot slot, als informatie- en inspiratiebron voor ontwikkelaars en architecten.
C
Werkwijze
O
N
Voor de transformatie en ontwikkeling van ArenAPoort wordt geen ‘traditioneel’ stedenbouwkundig plan opgesteld; er is gekozen voor een aanpak die aansluit bij het eigenaarschap en het ondernemerschap in het gebied. De gemeente schept in dit document de kaders waarbinnen initiatiefnemers de ruimte krijgen om zélf
8
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
stedenbouwkundige bouwstenen aan te dragen en bouwplannen te realiseren. Die kaders kunnen per deelgebied verschillen.
1.3
Leeswijzer
P
De eerste vier hoofdstukken gaan over ArenAPoort als geheel, te beginnen met wettelijke kaders, gevolgd door de context, geschiedenis en de huidige kenmerken van de vier deelgebieden. Hoofdstuk 3 gaat over de ambities uit de ontwikkelstrategie, die de basis vormen voor dit kwaliteitskader. Hoofdstuk 4 gaat specifiek in op de (toekomstige) bebouwing en behandelt de ambities en eisen per thema. Hoofdstuk 5 beschrijft per deelgebied de visie, ambities, architectonische eisen en stedenbouwkundige principes. Het kwaliteitskader sluit af met een aantal bijlagen die aanvullende informatie bevatten en een begrippenlijst.
C
E
Dit kwaliteitskader geldt voor minimaal 10 jaar. De focus is daarom vooral gelegd op ambities en niet zozeer op harde eisen. In dit kwaliteitskader wordt ook verwezen naar verschillende beleidsdocumenten. Dit zijn de vigerende documenten die op het moment van schrijven leidend waren. Mochten nieuwere versies van deze beleidsdocumenten tegenstrijdigheden opleveren ten aanzien van de genoemde versie in dit kwaliteitskader, dan is de meest actuele versie leidend.
1.4
Wettelijk kader
Dit kwaliteitskader is opgesteld in relatie tot een aantal plandocumenten, die ook ruimtelijke richtlijnen en uitwerkingen bevatten. Het is een aanvulling op of een verdere uitwerking van deze documenten: ■ ■ ■ ■ ■
Structuurvisie Amsterdam 2040 (zie hoofdstuk 2.2) Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Welstandsnota Schoonheid van Amsterdam (zie hoofdstuk 1.8) Bestemmingsplan ArenAPoort Ontwikkelstrategie ArenAPoort (zie hoofdstuk 3)
Andere relevante beleidsstukken zijn te vinden op www.amsterdam.nl en www.ruimtelijkeplannen.nl.
1.5
Bouwenveloppen
N
Voor de meeste kavels worden bouwenveloppen opgesteld. Dit kwaliteitskader komt als bijlage terug in alle nieuwe bouwenveloppen, omdat het eisen bevat die gelden voor alle nieuwe bouwontwikkelingen in een bepaald deelgebied. Door het kwaliteitskader als bijlage op te nemen, kunnen de bouwenveloppen vrij compact blijven en zich vooral richten op kavel specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden. In het ruimtelijk kader wordt niet te veel gestuurd op detail, zodat er meer vrijheid blijft voor de architecten. Bij eventuele tegenstrijdigheden is de bouwenvelop leidend.
C
O
1.6
Masterplan openbare ruimte ArenAPoort
T
De openbare ruimte wordt ingericht volgens principes uit het 'Masterplan openbare ruimte ArenAPoort'. Dit masterplan komt voort uit het beleid van 'Handboek Inrichting Openbare Ruimte'. Hier staat in hoofdlijnen het beleid voor de inrichting van de Amsterdamse openbare ruimte – de Puccinimethode. Daarnaast wordt de Puccinimethode opgedeeld in een Handboek Rood en een Handboek Groen.
C
E
P
Het Handboek Rood (september 2019) heeft betrekking op bestratverhardingen, openbare verlichting en straatmeubilair. Het Handboek Groen (november 2020) heeft betrekking op de juiste aanleg van het groen in de stad, waaronder de bomen, vaste planten, grassen, heesters en wadi’s. Binnen deze (algemene) kaders wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit alsmedeen het versterken van de identiteit van ArenAPoort. Dit ruimtelijk kwaliteitskader beschrijft ook de relatie en interactie tussen de gebouwen en de openbare ruimte. Het 'Masterplan openbare ruimte ArenAPoort' wordt op een later moment opgesteld en vastgesteld.
Inleiding
9
1.7
Input externe partijen
Dit kwaliteitskader is mede tot stand gekomen met de input van een aantal stakeholders en externe ontwerp bureaus. Voor een aantal clusters en deelgebieden hebben de bureaus een belangrijke bijdrage geleverd in de vorm van ruimtelijke studies, ambitiedocumenten en beeldkwaliteitsplannen. Deze bijdragen zijn in dit document opgenomen en vormen een belangrijk uitgangspunt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Plintenstudie ArenAPoort (MdB Stedenbouw) Stationsomgeving (West 8) Beeldkwaliteitsplan UID (MVRDV) Beeldkwaliteitsplan Johan Cruijff ArenA (KAAN) Masterplan Amsterdamse Poort (MVSA) Dreefkwartierstudie (KCAP)
N
De beeldkwaliteitsplannen van het UID en de Johan Cruijff ArenA zijn al behandeld in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en worden gebruikt bij de toetsing van die plannen. Voor alle andere plannen geldt dit kwaliteitskader en is dit document ook overkoepelend voor alle hierop volgende plannen en studies.
10
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
1.8
Welstandsnota en ambitieniveau
T
In de welstandsnota is ArenAPoort opgedeeld in drie gebieden: ■
P
Amsterdamse Poort en Cumulus Park: gebied 0860 (Centrumgebied Amsterdam-Zuidoost) Ruimtelijk systeem: Woongebieden na 1985, gebiedstype Winkels en Voorzieningen (8f). Welstandsniveau: Bijzonder.
C
E
■
ArenAPoort West: gebied 0861 (Arena Boulevard) Ruimtelijk systeem: Woongebieden na 1985, gebiedstype Winkels en Voorzieningen (8f). Welstandsniveau: Gewoon. Echter, omdat het gebied is aangewezen als transformatielocatie, geldt het niveau Bijzonder.
■
Atlas-gebouw: gebied 1044 (Kantorenstrook Amstel III) Hiervoor is de vaststelling van een wijzigingsbesluit in voorbereiding.
Voor het hele projectgebied geldt dat voor de transformatieprojecten het niveau 'Bijzonder' van kracht is. Onder 'Bijzonder' zijn gebieden waar van een ontwerp mag worden verwacht, dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en aan de kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf. Dit zijn onder meer de gebieden met een groot belang voor het aanzien van de stad. Het bijzondere niveau is ook van toepassing op gebieden die in transformatie zijn of in opbouw. Van de ontwerper of aanvrager in
Input externe bureaus: 1. Plintenstudie ArenAPoort (MdB Stedenbouw) 2. Stationsgebied (West 8) 3. Beeldkwaliteitsplan UID (MVRDV) 4. Beeldkwaliteitsplan Johan Cruijff ArenA (KAAN) 5. Masterplan Amsterdamse Poort (MVSA) 6. Dreefkwartierstudie (KCAP) 1
4
ArenAPoort-West
N 3
O 6
C
Afbeelding 1:
C
2
E
P
T
Cumulus Park
Amsterdamse Poort
5
Stationsgebied
Input externe partijen Inleiding
11
deze gebieden mag een grotere inspanning worden verwacht om de kwaliteit van het gebied een impuls te geven. De meest recente kaarten en definities zijn te vinden op de website van de gemeente Amsterdam, Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Voor de transformatie van ArenAPoort voldoen de huidige criteria uit de Welstandsnota, dit kwaliteitskader is een aanvulling hierop.
1.9
Kwaliteitsborging
Kwaliteitsborging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats middels: Supervisie Het supervisoroverleg voor ArenAPoort is ingesteld om de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit, samen met de ruimtelijke samenhang in het plangebied, te bevorderen. De supervisor begeleidt het planproces en adviseert op ruimtelijke kwaliteiten. Ontwerpen voor bouwwerken en de inrichting van de openbare ruimte worden beoordeeld op basis van bestuurlijk vastgestelde kaders voor het plangebied ArenAPoort. Dit zijn de welstandsnota ‘De schoonheid van Amsterdam’ (2016) en dit kwaliteitskader. Het advies van de supervisor is zwaarwegend bij de behandeling van bouwplannen in het kader van het omgevingsvergunningentraject. De procedure van het Supervisieoverleg is vastgelegd in ‘Supervisie Protocol ArenAPoort’.
12
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
N
T
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) toetst aan de hand van welstandsnota ‘De schoonheid van Amsterdam’ (2016), die algemene criteria bevat voor heel Amsterdam. Subcommissie 3, onderdeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, doet dit voor ArenAPoort. Dit kwaliteitskader dient eveneens als toetsingsdocument, als aanvulling op de welstandsnota. Op basis van het kwaliteitskader worden (in samenspraak met de CRK algemene welstandcriteria geformuleerd voor ArenAPoort. Deze criteria worden uiteindelijk opgenomen in een welstandskader en meegenomen in de eerstvolgende herziening van de welstandsnota.
C
E
P
2 Context, geschiedenis en kenmerken 2.1
Internationale en regionale context
ArenAPoort heeft een grote regionale en (inter)nationale aantrekkingskracht. ArenAPoort West is economisch gezien het best renderende gebied van Nederland. De aantrekkingskracht dankt ArenAPoort mede aan de uitstekende bereikbaarheid: het gebied ligt vlak bij de snelwegen A2 en A9 en op slechts 12 minuten reizen van Schiphol Airport per auto. Daarnaast verbinden meerdere intercitytreinen, vele buslijnen en twee metrolijnen ArenAPoort met de regio en de rest van Nederland. Door de centrale ligging is het voor 2,5 miljoen mensen uit de regio mogelijk om binnen 45 minuten naar ArenAPoort te reizen. Naast de (inter)nationaal bekende Johan Cruijff ArenA – de thuisbasis van voetbalclub Ajax – is ArenAPoort ook een nationale uitgaanslocatie met veel toonaangevende evenementen en popconcerten. Samen met het winkelend publiek trekt dit deel van Amsterdam zo’n 9 miljoen bezoekers per jaar.
C
O
N
2.2
Context Amsterdam
T
De stad zit momenteel in de periode van snelle groei. Amsterdam heeft de ambitie om tenminste 7.500 woningen per jaar te bouwen. Door te verdichten in bestaande stedelijke gebieden, wordt het omliggende landschap beschermd. De stad verdicht op plekken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en verbonden zijn met de regio. Zo is ArenAPoort West in de 'Structuurvisie Amsterdam 2040' en 'Omgevingsvisie Amsterdam 2050' opgenomen als hoogbouwstimuleringszone.
C
E
P
ArenAPoort is als ontwikkelgebied verknoopt met omliggende buurten met zijn doorlopende straten en groene routes. Daarnaast ligt het ontwikkelgebied ook dicht tegen de Amstelscheg. Deze scheg en buurten zijn onderling en met het centrum verbonden door een netwerk van aantrekkelijke groene straten. Voldoende groen in de openbare ruimte en goede verbindingen met het landschap en het water zijn belangrijke voorwaarden voor een leefbare en klimaatbestendige stad. De Amsterdamse Poort groeit samen met de Johan Cruijff Boulevard binnen Amsterdam uit tot een stedelijk centrum, met veel winkels en grootstedelijke functies. Door die stedelijke betekenis kan het gebied een bijdrage leveren aan het verminderen van de druk op de binnenstad.
Context, geschiedenis en kenmerken
13
2.3
ArenAPoort ligt in het Stadsdeel Zuidoost. Dat is binnen Amsterdam een bijzonder stadsdeel vanwege de ruimtelijke opzet, de bebouwing en de relatief grote afstand tot de rest van de stad. Zuidoost groeit de komende jaren uit tot een sterke stedelijke kern met een duidelijk eigen karakter. Daarbij zullen de bestaande buurten in de Bijlmer, Gaasperdam en Gein samen met nieuwe buurten in Bijlmer-West een herkenbare en onderscheidende eenheid gaan vormen. Op dit moment zijn de weerszijden van het spoor totaal verschillende gebieden. Aan de oostkant van het spoor bevinden zich de groene woonwijken Bijlmer en Gaasperdam. Aan de westkant ligt het kantoren- en bedrijvengebied Amstel III en de ArenAPoort met de grote publiekstrekkers: beide gebieden nagenoeg zonder bewoners. De komende jaren worden hier tienduizenden nieuwe woningen gebouwd, waarbij de werk- en leisure functie van beide gebieden behouden blijft. De bestaande werkgebieden hier veranderen in een heel nieuw stuk stad, met levendige straten, betere fietsverbindingen, meer groen en een beter aanbod van voorzieningen. De spoorlijn met goede onderdoorgangen moet van scheidslijn een ruggengraat worden, om segregatie en kansenongelijkheid te verkleinen. ArenAPoort wordt ook een belangrijke verbinder tussen de Bijlmermeer en de Amstelscheg.
14
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
T
Visiekaart Amsterdam 2050
Context Zuidoost
N
Algemeen
C
E
P
luwe gebieden gemengde gebieden centrumgebied bedrijventerrein
bebouwing buiten de agglomeratie gemeentegrens Amsterdam
park en landschapspark landschap water stadsstrand dijken
Visiekaart Amsterdam 2050
gemengde stadsbuurt hoogstedelijke buurt hoogstedelijk centrum kleinschalige ontwikkeling en transformatie
Verbindingen Stedelijke ontwikkeling
regionale ontwikkeling rond haltes Noord/Zuidlijn havengebied en industrie afgestemde ontwikkeling stad en haven
havengerelateerde bedrijvigheid en logistiek
Plekken met stedelijke betekenis
luwe gebieden
netwerk van stadsstraten en luwe stadsbuurt stadslanen
gemengde gebieden
gemengde stadsbuurt lange-lijnen-fietsnetwerk
kenniskwartier
centrumgebied
hoogstedelijke buurt verbinding stad en landschap
stedelijk centrum
bedrijventerrein
hoogstedelijk centrum verkleinen barrièrewerking
groen-blauwe hotspot
bebouwing buiten de agglomeratie
kleinschalige ontwikkeling en metro met station transformatie hoogwaardig openbaar vervoer pilotgebied grootschalige spoorweg met station intensivering
groen-blauwe kralenketting
gemeentegrens Amsterdam
Groen en landschap park en landschapspark landschap water stadsstrand dijken
Verbindingen netwerk van stadsstraten en
verdeelring A10 met een belangrijke regionale ontwikkeling rond functieNoord/Zuidlijn voor stedelijk verkeer haltes
opslag duurzame energie
havengerelateerde bedrijvigheid indicatie oeververbinding en logistiek zoekgebied Passenger Terminal Amsterdam
Plekken met stedelijke betekenis stationskwartier kenniskwartier
verbinding stad en landschap
stedelijk centrum
verkleinen barrièrewerking
groen-blauwe hotspot
metro met station
groen-blauwe kralenketting
hoogwaardig openbaar vervoer
centrumgebied
veerverbinding brug over het IJ indicatie oeververbinding zoekgebied Passenger Terminal Amsterdam
Energie en duurzaamheid voorkeursgebied windenergie op Amsterdams grondgebied
lange-lijnen-fietsnetwerk
rijksweg met afrit
centrumgebied
veerverbinding afgestemde ontwikkeling stad en haven brug over het IJ
stadslanen
verdeelring A10 met een belangrijke functie voor stedelijk verkeer
stationskwartier
rijksweg met afrit havengebied en industrie
spoorweg met station
Afbeelding 2:
luwe stadsbuurt
pilotgebied grootschalige intensivering
Groen en landschap
Algemeen
Stedelijke ontwikkeling
Energie en duurzaamheid voorkeursgebied windenergie op Amsterdams grondgebied opslag duurzame energie circulaire hub energiehub Hemweg tegengaan bodemdaling, vergroten biodiversiteit
Boven: Visiekaart uit de Omgevingsvisie 2050 Onder: Programmakaart Zuidoostflank
circulaire hub energiehub Hemweg tegengaan bodemdaling, vergroten biodiversiteit
C
ArenAPoort-West
C
Afbeelding 3:
O
N
P
E
T
Cumulus Park
Amsterdamse Poort
Stationsgebied
Status projecten/projectegebieden in ArenAPoort in 2021 Context, geschiedenis en kenmerken
15
2.4
Sociale en culturele context
Zuidoost is een smeltkroes van culturen. Met veel jongeren en circa 170 nationaliteiten is Zuidoost het meest kleurrijke stadsdeel van Amsterdam. Maar liefst 71% van de 90.000 bewoners uit Zuidoost heeft een migratieachtergrond. Bijna één op de drie bewoners heeft Surinaamse roots en daarmee is Zuidoost – na Paramaribo – de tweede “Surinaamse stad” ter wereld. Ook kent het stadsdeel een grote groep Ghanese bewoners. De etnische diversiteit komt terug in muziek, koken, religie, sport en in de lokale politiek. Binnen het stadsdeel is er sprake van sociaaleconomisch sterke - en zwakkere buurten. In ArenAPoort is een groot contrast tussen het westen en oosten van het station. Voor Zuidoost in het algemeen (en ArenAPoort in het bijzonder) geldt dat de populariteit groeit: het gebied staat bij steeds meer huizenzoekers op de radar. De ontwikkelingen in het gebied bieden ruimte voor lokaal ondernemerschap en doorstroming van bewoners.
C
Afbeelding 4:
16
O
N
2.5
Geschiedenis ArenAPoort
C
E
P
Op advies van Rem Koolhaas werd het concept van stedelijke functiescheiding eind jaren tachtig steeds meer losgelaten. Er ontstonden plannen voor centrumvorming, met een vergaande functiemenging en het beter benutten van de centrale ligging en het openbaar vervoer. Gert Urhahn stelde een aantal scenario’s op met een stedelijke mix van wonen, werken en voorzieningen. Ook Pi de Bruijn (in de rol van supervisor) maakte zich sterk voor het toevoegen van wonen in ArenAPoort West. De uitstekende bereikbaarheid was een doorslaggevend argument voor de komst van het Transferium en stadion ArenA, halverwege de jaren negentig. Om dezelfde reden belandden ook veel grootschalige functies in ArenAPoort West, waarbij het vooral draaide om de ‘indoorbeleving’. Dat was een belangrijke economische motor voor het gebied. Maar het heeft ook gezorgd voor de huidige, grootschalige structuur, waarbij sterk is ingezet op de
De etnische diversiteit komt terug in muziek, koken, religie, sport en in de lokale politiek.
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
Vanuit historisch perspectief is in het centrumgebied veel ruimte gecreëerd voor experiment, net als in heel de Bijlmermeer. De verschillende deelgebieden in ArenAPoort zijn apart van elkaar ontwikkeld. Het oostelijk deel – de kant van de Bijlmermeer – is primair ontworpen om te wonen; het werken moest vooral gebeuren in de binnenstad. Aan de westzijde van het spoor werden in de jaren tachtig wel plannen gemaakt voor een enorm ‘werkterrein’ met kantoren. Er was sprake van een strikte functiescheiding: een hoofdwinkelcentrum aan de ene zijde van het spoor en kantoren voor zakelijke dienstverlening aan de andere zijde.
T
monofunctionaliteit, en dus niet op de eerder gewenste functiemenging. Het spoor moest nadrukkelijk een ’brugfunctie’ krijgen om de barrière te beslechten tussen Amsterdamse Poort en ArenAPoort West. Zodoende werd onder het spoor een royale openbare route doorgetrokken om het werk- en woongebied met elkaar te verbinden.
contrast tussen oost en west te verminderen, meer functiemenging te introduceren en een menselijke maat aan het gebied toe te voegen. Dit moet leiden tot een goed, toekomstbestendig en leefbaar stuk stad. Zie ook bijlage 6.2 "Geschiedenis" voor de uitgebreide beschrijving.
De stakeholders in het gebied hebben inmiddels veel voor elkaar gekregen en daarmee de algehele integrale planvorming op de schaal van ArenAPoort en hoger beïnvloed.
Een aantal karakteristieke gebouwen zoals het Zandkasteel en het Atlas-complex geven een bijzondere stempel aan het gebied. Het Zandkasteel heeft met zijn unieke architectuur als inspiratiebron gediend voor de opbouw van het Frame-gebouw en het naastgelegen Cluster 7.
De oorspronkelijke functiescheiding en het gebrek van kleine korrel is niet meer passend met de hedendaagse ambities voor het maken van een goed stuk stad. In dit kwaliteitskader wordt een vervolg gegeven op de reeds door de geschiedenis uitgesprokene ambities om het
C
Afbeelding 5:
O
Zuidoost is smeltkroes van culturen.
N
2.6
E
Cultuurhistorie
C
P
Ook karakteristiek zijn de bestaande viaducten en vleugelwanden: aan de zuidzijde van Amsterdamse Poort zijn ze nog vrijwel intact.
Afbeelding 6:
Onderdoorgang station Amsterdam Bijlmer-ArenA Context, geschiedenis en kenmerken
17
Belangrijk aandachtspunt bij elke nieuwe ontwikkeling is een goede inpassing in de bestaande context met bijzondere aandacht voor de relatie met de monumentale objecten. Door een goede relatie te leggen, worden verschillende tijdslagen door elkaar verwerven en in samenspel gebracht. Ten tijde van de vaststelling van dit kwaliteitskader is er een herziene versie van de 'Waarderingskaart architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit 1970-1985' in de maak. De waarderingskaart wordt op een ander moment – dus niet tegelijkertijd met dit kwaliteitskader – vastgesteld als onderdeel van welstandsnota.
C
Afbeelding 7:
18
O
Atlas-gebouw
Ruimtelijk Kwaliteitskader
N
2.7
Kenmerken ArenAPoort
T
ArenAPoort is samengesteld uit vier deelgebieden, waarvan sommige weer zijn onderverdeeld in kwartieren en clusters (bouwblokken). De deelgebieden verschillen zowel programmatisch als ruimtelijk van elkaar. Elke deelgebied heeft zijn eigen identiteit, complexiteit en problematiek. Zo worden ze ook niet alleen door infrastructuur van elkaar gescheiden; vooral het sociale contrast en gebruik van de openbare ruimte is groot tussen de west- en de oostkant van het spoor is groot. Dit kwaliteitskader zet daarom sterk in op het verbinden van deze gebieden, maar wel met behoud van hun bestaande kwaliteit en identiteit.
C
Afbeelding 8:
E
Het Zandkasteel
P
C
Afbeelding 9:
O
N
C
E
P
T
De deelgebieden van ArenAPoort Context, geschiedenis en kenmerken
19
2.8
ArenAPoort West
ArenAPoort West is een kantoorgebied met een internationaal profiel. Daarnaast is het ook hét grootste uitgaansgebied van Nederland, met de aanwezigheid van Johan Cruijff ArenA, Ziggo Dome en de AFAS Live. Het gebied is functioneel ontworpen en met name gericht op grote mensenmassa’s, autoverkeer en forensen. De schaal is door recreatief (grootschalig) programma gedefinieerd, terwijl het aantal recreatieve (verblijfs)uren relatief beperkt is. Grote publiekstrekkers veroorzaken veel pieken en dalen in het bezoek en brengen tevens een grote verkeersdrukte met zich mee. Hierdoor is het gebied op momenten zeer druk, maar het daarbuiten ook zeer rustig. Het gebied kent (nog) geen bewoners en ook geen kleinschalige voorzieningen die daarbij horen. Vanwege het gebrek aan functies, anders dan gericht op recreatie, is er voor bezoekers van de evenementen weinig aanleiding om langer in het gebied te blijven.
N
Stedenbouwkundige opzet In de huidige opzet domineert de grote schaal van zowel de gebouwen als het programma. Ook voelt het gebied ruimtelijk zeer anoniem aan – de menselijke maat op in de openbare ruimte ontbreekt. De huidige hoogbouw staat zonder podiumblok (onderbouw) direct op straat in een vooral door autoparkeren gedomineerde openbare ruimte, die ook nog eens zeer (mono) functioneel is ingericht. Het gebied kent wel een goed functionerend wegennet, maar ook hier is het autoverkeer dominant – met name goede verbindingen voor voetgangers ontbreken. De Johan Cruijff Boulevard is de belangrijkste (autovrije) verbinding in het gebied. Hieraan liggen alle grote culturele instellingen
20
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
T
en grootschalige detailhandel. De grote schaal en maat van de bebouwing sluit aan bij een gebied met hoogstedelijke voorzieningen en allure.
P
Architectuur De architectuur bestaat uit een breed scala van individueel expressieve torens die onderling weinig samenhang met elkaar vertonen. Ook zijn gevels vrijwel altijd anoniem en langgerekt, zonder duidelijk adres aan de straat. Qua vormentaal worden voornamelijk niet-rechthoekige vormen gebruikt.
C
E
Te behouden kwaliteiten De grootste te behouden kwaliteit ligt vooral in het afwisselende beeld van de straatwanden met bebouwing in verschillende schalen en individuele expressie. Uitgangspunten voor de transformatie ■ Verdichting vindt plaats door transformatie of sloop/nieuwbouw om meer ruimte te creëren voor programma dat ontbreekt (vooral woningen); ■ Introductie van kleinere korrel en menselijke maat is wenselijk; ■ Introductie van een duidelijke stedenbouwkundige structuur is wenselijk door middel van een hiërarchisch systeem van straten en pleinen; ■ Bebouwing moet worden ontworpen met aandacht voor een goed verblijfsklimaat; ■ Behoud van het afwisselende beeld van de straatwanden is wenselijk.
C
Afbeelding 10:
O
N
Schematische opzet ArenAPoort West
C Afbeelding 11:
E
P
T
Foto's op locatie Context, geschiedenis en kenmerken
21
2.9
Amsterdamse Poort
Amsterdamse Poort is een woon- en (regionaal) winkelgebied met een sterk multicultureel karakter. Op de begane grond bevindt zich voornamelijk detailhandel. Op dreefniveau en de lagen daarboven is een mix van sociale woningen en werkgelegenheid te vinden; het werken gebeurt vooral aan de noordzijde. Nadeel van deze gelaagdheid is dat de levendigheid op straat tijdens de avonduren zeer beperkt is. De loopdekken zijn onveilig en er is geen duidelijke scheiding tussen openbaar toegankelijk- en privégebied. Amsterdamse Poort heeft een potentie om een uniek woon- en winkelgebied te worden. Een plek waar iedereen zich thuis voelt, zowel de huidige als de toekomstige bewoners, ondernemers, forensen, studenten en bezoekers. Het kleurrijke en multiculturele karakter is een kwaliteit om te behouden en wellicht te accentueren; het maakt dit gebied anders dan de rest van de stad.
N
Stedenbouwkundige opzet Vanuit de historie van het gebied zijn er herkenbare elementen, zoals de karakteristieke clusteropbouw met grote binnenruimtes en de voor Zuidoost zo kenmerkende verhoogde dreven. Daarbij fungeren de viaducten als poorten naar het winkelgebied. Het winkelcentrum is als één samenhangend ensemble ontworpen, met uitzondering van het monumentale Zandkasteel. De oorspronkelijke scheiding van (verkeers) functies is nog steeds van toepassing: voetgangers en fietsers bevinden zich op het maaiveld, automobilisten rijden over de dreven.
C
O
Omdat Amsterdamse Poort zit ingeklemd tussen de verhoogde dreven, is het gebied wat introvert. Dit resulteert in een soort ‘eilandgevoel’.
22
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
Er zijn onvoldoende verbindingen tussen maaiveld en dreefniveau. De publieke ruimte en de publiek toegankelijke binnenruimtes zijn niet helder gescheiden.
P
Architectuur Architectonisch en ruimtelijk is er onderscheid te zien tussen de noordrand, de zuidrand en het binnengebied. Het monumentale Zandkasteel met zijn organische vorm is kenmerkend voor het gebied aan de zuidzijde. Rand Bijlmerdreef is in contrast daarop vrij lineair en strak. De rand aan de binnenkant van de Amsterdamse Poort is kenmerkend door de onderbroken randen van de clusters en de vrij uniforme architectuur.
C
E
Te behouden kwaliteiten De intieme setting en menselijke schaal, het goede microklimaat en de clusterstructuur met de grote binnentuinen. Uitgangspunten voor de transformatie ■ Verdichting vindt plaats door transformatie of sloop/nieuwbouw om meer ruimte te creëren voor programma dat ontbreekt (vooral woningen); ■ Amsterdamse Poort als ensemble is sterk. Hier bouwen we voort met verdichting. ■ Het winkelcentrum is verouderd, de sociale controle moet beter. ■ Bebouwing moet ontwerpen worden met de aandacht voor goed verblijfsklimaat;
C
Afbeelding 12:
O
N
Schematische opzet Amsterdamse Poort
C Afbeelding 13:
E
P
T
Foto's op locatie Context, geschiedenis en kenmerken
23
2.10
Cumulus Park
In Cumulus Park wordt gewerkt, geleerd en gewoond. ING is er gehuisvest in vijf kantoren rond de Bijlmerdreef. Er zijn twee onderwijsinstellingen: de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en het Regionaal Opleidings Centrum (ROC). In Cumulus Park zijn ook internationale studenten gehuisvest. Stedenbouwkundige opzet De gebouwen zijn als losse elementen gepositioneerd in een campusachtige setting. Tussen alle bebouwing is momenteel weinig interactie. Er zijn geen heldere routes tussen Cumulus Park, het station, Amsterdamse Poort en de woonwijken eromheen.
C
Afbeelding 14:
24
O
Luchtfoto Cumulus Park
Ruimtelijk Kwaliteitskader
N
T
Architectuur De gebouwen in Cumulus Park zijn vrij laag, met hier en daar een hoogteaccent, zoals het Acanthusgebouw. Qua architectuur en vormentaal zijn er twee herkenbare families te zien: de eerste familie wordt gevormd door het Acanthusgebouw en de Laanderpoort, met rechthoekige vormen en een meer gesloten gevel; de tweede familie bestaat uit het nieuwe Cedar-complex en twee scholen met een meer amorfe vorm en veel glas.
C
E
P
Te behouden kwaliteiten Het groen en het landschap als verbindende elementen, evenals de lage bebouwing en de grote transparantie in de recente bebouwing. Uitgangspunten voor de transformatie ■ Verdichting vindt plaats door transformatie of sloop/nieuwbouw om meer ruimte te creëren voor programma dat ontbreekt; ■ Nieuwe bebouwing moet zorgen voor meer interactie tussen de gebruikers; ■ De routes naar de omliggende gebieden moeten beter en duidelijker worden; ■ Groen wordt gebruikt als een verbindend element tussen de losse gebouwen.
2.11
Stationsgebied
Het gebied rondom het station Amsterdam Bijlmer Arena vormt het 'hart' van ArenAPoort. Treinen, bussen en metro's verbinden het station met de regio en daarmee ook de rest van Nederland. In de toekomst zal, met de groei van Zuidoost, de vraag naar openbaar vervoer zeer sterk toenemen. De capaciteit moet worden uitgebreid en daar worden door verschillende partijen nu studies naar gedaan. Zo wordt gekeken welke locaties het meest kansrijk zijn om deze behoeftes op te vangen. De grootste uitdaging zit hier op het faciliteren van overstap en comfort tussen de verschillende modaliteiten. Maar het wordt ook als een kans gezien om de deelgebieden in en rondom ArenAPoort, beter met elkaar te verbinden. Zo vormt deze openbaar vervoersknoop nog geen sterk programmatische verbinding tussen de verschillende deelgebieden. Ook de huidige verblijfskwaliteit van de openbare ruimte onder de spoorviaducten is erg mager te noemen. Het ontbreekt het gebied daarom aan een sterkte identiteit en zijn aanwezige functies zijn niet helder zichtbaar.
C
Afbeelding 15:
O
N
T
Stedenbouwkundige opzet De stedenbouwkundige opzet vormt een barrière tussen de oost- en westzijde van ArenAPoort. Zowel de openbare ruimte onder het station als een groot deel van het Hoekenrodeplein zijn onderbenut. In de huidige situatie wordt deze ruimte vooral gebruikt voor het parkeren van fietsen. Het station kent eigenlijk maar één voorzijde (aan de Johan Cruijff Boulevard) en vele achterzijden naar de omliggende buurten.
E
P
Architectuur Het stationsgebouw is een icoon in het gebied, mede door de uitgesproken kap. De stationsomgeving is ontworpen richting de Johan Cruijff Boulevard. Hier zijn alle toegangen op gericht. Het Hoekenrodeplein, waar de boulevard op eindigt, heeft een symmetrische paleisopstelling en vormt – samen met het Nieuw Amsterdamgebouw – het scharnierpunt tussen de boulevard en Amsterdamse Poort.
C
Te behouden kwaliteiten De huidige spoorviaducten zijn royaal qua hoogte en lengte. Overmaat aan openbare ruimte. Uitgangspunten voor de transformatie ■ Het station als een verbindend element gebruiken tussen alle gebieden rondom; ■ Het versterken van de openbaar vervoersknoop; ■ Onderbouw van de spoorviaducten inrichten op de grote groei van het aantal reizigers; ■ De omliggende openbare ruimte biedt veel kansen voor vergroening en verblijfskwaliteit.
Luchtfoto Station Amsterdam Bijlmer-ArenA Context, geschiedenis en kenmerken
25
3 Ontwikkelstrategie: De ambities van ArenAPoort Vooruitlopend op dit kwaliteitskader is de Ontwikkelstrategie ArenAPoort opgesteld. Dit is een samenhangende visie op de toekomst van het gebied, samengevat in vijf ambities voor ArenAPoort: 1. 2. 3. 4. 5.
Compleet & Verbonden Levendige openbare ruimte Duurzaam en toekomstbestendig Centrum voor iedereen Goed bereikbaar
Ontwikkelstrategie
Ruimtelijk Kwalitetskader
C
Masterplan Openbare Ruimte
Afbeelding 16:
26
O
N
Mobiliteitsplan
3.1
Compleet en verbonden
C
3.2
E
Levendige openbare ruimte
P
Sfeervolle pleinen en straten, meer ruimte voor ontmoeting en meer groen. De uitwerking van de ambitie ‘levendige openbare ruimte’ is het hoofdonderwerp van het Masterplan Openbare Ruimte, waarin de principes voor de inrichting van de openbare ruimte worden vastgesteld. Ook de bebouwing kan een bijdrage leveren aan een prettige openbare ruimte: gebouwen worden zo ontworpen dat er een goede visuele en functionele relatie ontstaat met de openbare ruimte. De overgang tussen binnen en buiten is een belangrijke ontwerpopgave en wordt met name in het hoofdstuk ‘Plinten’ verder toegelicht.
Programmastrategie
Schema: relatie tussen de ontwikkelstrategie en andere (nog vast te stellen) planproducten
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
Om ArenAPoort te ontwikkelen tot een centrum waar mensen graag voor een langere tijd willen verblijven, worden in de eerste plaats woningen en bijbehorende voorzieningen toegevoegd – juist dat maakt ArenAPoort ‘compleet’. Door een meer (gemengd) programma toe te voegen, worden de verbindingen tussen ArenAPoort en de omliggende gebieden en tussen oost en west versterkt. De komst van meer bewoners zorgt er ook voor dat mensen zich meer verbonden voelen met ‘hun’ plek. Het ‘verdichten’ vindt plaats door transformatie, sloop/ nieuwbouw en nieuwbouw. Hoofdstuk 4 van dit kwaliteitskader gaat in op hoe die bebouwing er in grote lijnen uit moet gaan zien.
3.3
Duurzaam en toekomstbestendig
Er worden hoge eisen gesteld aan gebouwen in ArenAPoort op het gebied van duurzaamheid, water en groen. Bij alle ontwerpen wordt rekening gehouden met natuurinclusief bouwen, energie, circulariteit en flexibel bouwen. Hierbij maken alle duurzaamheidsmatregelen integraal onderdeel uit van de architectuur. Het toepassen van groen op en aan gebouwen levert niet alleen een bijdrage aan de herkenbaarheid en identiteit, maar ook aan het leefklimaat en de luchtbiotopen tussen de grote groengebieden aan weerszijden van ArenAPoort. Dit betekent dat het groen een hoofdrol krijgt bij het vergroten van de biodiversiteit en waterberging, het verbeteren van het windklimaat, luchtzuivering en temperatuurdemping.
3.4
Centrum voor iedereen
N
ArenAPoort wordt een centrum voor iedereen: bewoners, ondernemers, forensen, studenten en bezoekers moeten zich hier thuis kunnen voelen. De huidige functies zijn echter nog niet toereikend voor álle doelgroepen en ze zijn niet goed verdeeld. Het streven is om in de plint (onderste deel van een gebouw, ofwel de begane grond met soms de eerste verdieping) een gevarieerder programma te realiseren. Welke functies in welke plint moeten komen, wordt in kaart gebracht in de Programmastrategie.
C
O
3.5
Goed bereikbaar
T
De ambitie om de goede bereikbaarheid van ArenAPoort te behouden, wordt in hoofdlijnen beschreven in het Mobiliteitsprogramma Zuidoostflank. Daarin staat ook hoe de bereikbaarheid van fietsers kan worden verbeterd. Ander aspect is hoe station Bijlmer ArenA en omgeving een groeiend aantal reizigers in de toekomst kan verwerken in samenhang met verdichting. De ambitie is ook om meer ruimte te creëren voor voetgangers en fietsers, en het aantal geparkeerde auto’s én het aantal autoverkeersbewegingen in het gebied terug te dringen. Hier kan de bebouwing – met de juiste positionering van parkeergarages en fietsenstallingen – een belangrijke bijdrage aan leveren.
C
E
P
Ontwikkelstrategie: De ambities van ArenAPoort
27
4 Vertaling ambities naar bebouwing De ambities uit de ontwikkelstrategie zijn uiteraard van invloed op het beeld, de sfeer, de typologie en de soort bebouwing die de gemeente in ArenAPoort voor ogen heeft. Voor (nieuwe) bouwontwikkelingen gelden de volgende vier voorwaarden: 1. Bebouwing zorgt voor een goede interactie met de openbare ruimte; 2. Bebouwing is gericht op verdichting met menselijke schaal en goed verblijfsklimaat; 3. Bebouwing biedt een nieuwe architectonische impuls met het behoud van de kenmerken van ArenAPoort; 4. Bebouwing heeft een hoge kwaliteit en duurzame uitstraling
28
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
N
C
E
P
T
Ontwikkelstrategie Ambities ArenApoort Compleet en verbonden
Centrum voor iedereen
Goed bereikbaar
Voorwarden bebouwing ArenAPoort
Levendige openbare ruimte
Menselijke schaal en goed verblijsfklimaat Meerwaarde voor de buurt en bewoners Nieuwe impuls met het behoud van de kenmerken van ArenAPoort Hoge kwaliteit en een duurzame uistraling
C
Algemene principes en eisen Stedenbouwkundige principes
Stedenbouwkundige korrel
Hoogtes en hoogte accenten
N
C
Gevelexpressie
Vertaling duurzaamheidsambities
O
Plinten
Profielopbouw
Raamwerk openbare ruimte
Functionele principes
Woonkwaliteit
E
Groene daken en gevels
P
T
Duurzaam en toekomstbestendig
Parkeergarages, logistiek en stallingen
Nutsvoorzieningen en technische ruimtes
Architectonische principes - Beeldkwaliteit Detaillering en materialisatie
Reclame-uitingen
Ledschermen en verlichting
Principes en eisen per deelgebied
Arenapoort-West Amsterdamse poort Cumulus park Stationsgebied “Van grote schaal naar menselijke “Van lokaal, introvert centrum naar “Van monofunctioneel gebied naar “Van anoniem naar karaktervol” schaal” een bestemming” een divers district” Afbeelding 17: Opbouw hoofdstuk 4 en 5: Schematische vertaling van de ambities uit de ontwikkelstrategie naar bebouwing Vertaling ambities naar bebouwing
29
Stedenbouwkundige principes
30
Ruimtelijk Kwaliteitskader
C
O
N
C
E
P
T
Vertaling ambities naar bebouwing
31
4.1
Stedenbouwkundige korrel
In Amsterdamse Poort zijn de clusters al gedefinieerd en zijn deze leidend voor de toekomstige ontwikkelingen. In ArenAPoort West wordt de kleinere korrel geïntroduceerd om een fijnmaziger netwerk van straten en pleinen te maken – met de nadruk op het creëren van een meer menselijke maat. Dit wordt met name bereikt door nieuwe, interne straten die huidige netwerk doorkruisen.
4.2
Hoogtes en hoogteaccenten
De verdichting van ArenAPoort werkt toe naar een unieke hoogbouwsilhouet. Er ontstaat een beeld van een centrumgebied dat van verre is te zien. De bouwblokken worden samengesteld uit gebouwen met verschillende bouwhoogtes, wat een wisselende daklijn oplevert en een gevarieerd daklandschap met buitenruimtes. Om een samenhangend maar divers beeld te realiseren, worden – in overleg met naast- en tegenovergelegen blokken – de ontwerpprincipes en bouwhoogtes op elkaar afgestemd. Verschillende bouwhoogtes tussen de naastgelegen bebouwing zijn wenselijk. Belangrijk uitgangspunt bij alle nieuwe ontwikkelingen is het bevorderen van de menselijke maat en het creëren van een prettig verblijfsklimaat op straten en pleinen. Dit wordt bereikt door met name de hoogbouw minder dominant te maken voor de mensen op straat.
C
O
N
4.2.1 Hoogtezones De maximale toegestane hoogte verschilt per deelgebied. ArenAPoort West en de stationsomgeving liggen binnen de hoogbouwstimuleringsgebied. Cumulus Park en Amsterdamse Poort
32
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
liggen net buiten deze zone, maar aangezien ze dichtbij het openbaar vervoersknooppunt liggen, zijn ze ook geschikt voor verdichting. De maximale hoogtes zijn in deze twee gebieden bepaald in relatie tot de bestaande bebouwde omgeving.
P
4.2.2 Hoogteaccenten en landmarks Op een aantal strategische plekken is het wenselijk om hoogteaccenten te positioneren. Deze accenten dienen als oriëntatiepunt voor voetgangers, fietsers, automobilisten en reizigers in het openbaar vervoer. De positie en impact van de hoogteaccenten worden mede bepaald vanuit de positie van straat maar ook gezien vanaf een grotere afstand – het stadssilhouet. Daarnaast kent het gebied ook 'Landmarks'. Landmarks zijn bijzondere gebouwen die als oriëntatiepunten voor de voetganger dienen. Op de ‘Bebouwingskaart (Afbeelding 18) zijn de posities van de gewenste hoogteaccenten en de landmarks aangegeven.
C
E
4.2.3 Positioneren hoogteaccenten Randvoorwaarden die bepalend zijn voor de maximale bouwhoogte en positionering van de hoogbouw zijn uitzicht, toetreding van zon op cruciale locaties, windhinder, de impact op de privacy van de (nieuwe) bewoners en oriëntatie binnen het gebied. 4.2.4 Sunspots De toetreding van zon op cruciale locaties in de openbare ruimte (sunspots, afbeelding 18) en de binnenhoven en de slagschaduw, zijn hierbij belangrijke aandachtspunten. In de bouwenvelop wordt specifiek gesteld of en eventueel in hoeverre de vermindering in de zonuren mag optreden bij een sunspot.
ArenAPoort-West
C
Afbeelding 18:
O
N
C
P
E
T
Cumulus Park
Amsterdamse Poort
Stationsgebied
Kaart bebouwing Vertaling ambities naar bebouwing
33
4.3
Raamwerk openbare ruimte
4.3.1 Visie De openbare ruimte in ArenAPoort wordt zo veel mogelijk groen, biodivers en klimaatadaptief ingericht, met het oog op alle gebruikers: de (huidige en toekomstige) bewoners, bezoekers en werknemers. Voetgangers en fietsers krijgen de hoofdrol. Op de stedelijke wegen (dreven) worden trottoirs aangelegd of verbreed, bijvoorbeeld op de Bijlmerdreef, de Hoogoorddreef en de Haaksbergweg. De openbare ruimte in ArenAPoort nodigt uit om te ontmoeten en geeft ruimte aan bewoners en bezoekers voor een kort bezoek, maar ook een langer verblijf. Er wordt ruimte gecreëerd voor de tijdelijke initiatieven: naast grote evenementen rondom de Arena is er ook plek voor de wekelijkse markt, een sportfestijn of optreden. De inrichting kent flexibiliteit, zodat toekomstig gebruik op eenvoudige wijze kan worden ingepast.
O
N
De openbare ruimte wordt zoveel mogelijk vrij van obstakels ingericht. Zowel fiets- als autoparkeren voor bewoners en bezoekers vindt plaats op de kavel. Ook de logistiek wordt zo veel mogelijk op eigen kavel afgehandeld in parkeergarages of hoven.
34
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
4.3.2 Puccini bijzonder Er worden materialen van hoge kwaliteit toegepast: heel ArenaPoort wordt straks aangemerkt als Puccini-bijzonder. De verbijzondering heeft betrekking op de bestrating van de Lifeline, de trottoirs buiten de Lifeline en de verlichting. Door het toepassen van Puccinibijzonder wordt de bijzondere positie van ArenAPoort als tweede centrumgebied van Amsterdam versterkt en zichtbaar.
C Afbeelding 19:
E
P
Puccini bijzonder Lifeline bestrating
4.3.3 Intermediaire zone De zone tussen de publieke ruimte en de bebouwing is met aandacht vormgegeven en kent een specifiek samenspel tussen plint en type inrichting. Leidende thema’s in deze zone zijn ‘groen tenzij’, het vergroten van de verblijfskwaliteit, het stimuleren van ontmoetingen tussen mensen, klimaatadaptatie en vergroten van biodiversiteit. 4.3.4 Terrassen De terrassenzone wordt op het trottoir gemarkeerd. De maximale afmetingen van de terrassen worden bepaald in het Masterplan Openbare Ruimte en worden vervolgens opgenomen in de bouwenvelop van het betreffende project. De luifels worden geïntegreerd in de constructie van de winkelpui.
C
Afbeelding 20:
O
Referenties intermediaire zone
N
T
4.3.5 Windschermen Windschermen zijn in principe niet toegestaan. Als blijkt dat er op geen andere manier een goed windklimaat bereikt kan worden, dan zijn windschermen een optie.
P
Eisen ■ Windschermen moeten volledig transparant zijn met kwaliteitsglas. Ze worden vastgezet met metalen bevestigingsmiddelen. ■ Windschermen mogen niet hoger zijn dan 1,5 meter. ■ Alle windschermen moeten tijdelijk en gemakkelijk te verplaatsen zijn om schoon te kunnen maken.
C
Afbeelding 21:
E
Referenties windschermen Vertaling ambities naar bebouwing
35
4.3.6 Ordening openbare ruimte ArenAPoort is hiërarchisch opgebouwd uit vier verschillende typen straten: Lifeline, stedelijke wegen, straten en interne straten (paden). Binnen de voornoemde straten ligt een netwerk van pleinen en groene zones. De dreven en de Lifeline zijn gebiedsoverstijgende elementen die de verschillende deelgebieden van ArenAPoort met elkaar verbinden. Dreven zijn de verkeersverbindingen en de Lifeline is het centraal gelegen voetgangersgebied dat de pleinen en ruimtes van ArenAPoort West verbindt met die van ArenAPoort Oost. Het Arenapark en het Anton de Komplein vormen de schakel tussen de Lifeline en de omringende gebieden in Zuidoost en De Nieuwe Kern.
N
4.3.7 Relatie bebouwing-type straat Voor een goede visuele en functionele relatie met de openbare ruimte worden bebouwing en architectuur goed afgestemd op het type en de gedefinieerde sferen van de straten. Gebouwen aan de hoofdstraten versterken de sfeer van hoogstedelijkheid. Gebouwen aan interne straten bieden meer comfort en rust. De gevels van de onderste lagen van de gebouwen versterken het type openbare ruimte waar ze aan grenzen en worden in samenhang met de openbare ruimte ontworpen. Ze worden daarbij ondersteund door de typering en de programmering van de plinten.
36
C
Ruimtelijk Kwaliteitskader
O
C
E
P
T
ArenAPoort-West
C
Afbeelding 22:
O
N
C
P
E
T
Cumulus Park
Amsterdamse Poort
Stationsgebied
Ordening openbare ruimte Vertaling ambities naar bebouwing
37
4.3.8 Lifeline Het belangrijkste voetgangersgebied – de Lifeline – heeft de potentie om zowel fysieke als mentale barrières te doorbreken. Het kan als een ruggengraat de vier deelgebieden in de ArenAPoort aan elkaar hechten. Het begint bij station Strandvliet en loopt via De Passage en de Johan Cruijff Boulevard, station Bijlmer Arena en de Amsterdamse Poort naar het Anton de Komplein en het Nelson Mandelapark. De zijstraten die op de Lifeline uitkomen, verbinden tevens de gebieden ten noorden en ten zuiden van ArenAPoort. Langs deze hoofdas is een reeks pleinen en pleinruimtes gesitueerd waarvan de sfeer en karakter van de inrichting wordt bepaald door aangrenzende bebouwing en het gebruik. De belangrijkste publieke functies van ArenAPoort liggen langs deze lijn.
C
Afbeelding 23:
38
O
N
Profiel Lifeline Arena Boulevard, AP west
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
De lengte van de Lifeline van 2 km is te groot voor voetgangers om als één geheel te ervaren. De ruimtelijke verschillen tussen oost en west zijn ook erg groot. Enige vrijheid in de inrichting is daardoor juist wenselijk. Verschillende onderdelen van de Lifeline krijgen eigen karakter, maar zijn wel een familie van elkaar. De schaal en maat van de inrichting van de Lifeline wordt aangepast aan het gebruik, en aan schaal en maat van de aangrenzende bebouwing: grootschalig en monumentaal in het deel ten westen van station Bijlmer Arena, verbindend rondom station BijlmerArenA en kleinschalig en divers in de Amsterdamse Poort. In de Lifeline zorgen terrassen (tijdelijk of permanent) voor de overgang naar de bebouwing.
C
Afbeelding 24:
E
P
Principeprofiel B-B (Arena Boulevard, AP west)
4.2.2 Dreven De dreven liggen, al dan niet verhoogd, aan de randen van het gebied. De auto is daar nog steeds dominant, maar de ambitie is om ook daar de voetganger meer ruimte te geven en te vergroenen. De vergroening vindt plaats in de bermen van de dreven, maar ook op de overgang naar de aangrenzende bebouwing. Daarmee wordt afstand tussen woning en de 50km/uur weg verzacht. Waar mogelijk wordt het verkeersregime op de dreven 30km/uur. De interactie tussen de openbare ruimte en wat er in de gebouwen gebeurt, bepaalt in hoge mate de kwaliteit van leven en het functioneren van de stad. Denk aan stoepen, terrassen, etalages En groen langs de gevels. De zone waarin die interactie plaatsvindt, (intermediaire zone) wordt met zorg vormgegeven. Daar waar gewoond wordt op de begane grond, is een geleidelijke overgang en een buffer tussen (semi)privé en openbaar gewenst.
C
Afbeelding 27:
O
N
Impressie van de toekomstige Bijlmerdreef, bron Karres en Brands
C
E
P
T
Afbeelding 25:
Principeprofiel E-E Stedelijke wegen AP west
Afbeelding 26:
Principeprofiel F-F Stedelijke wegen AP oost,minimale breedte voor de trap tussen maaiveld en dreef is 3m Vertaling ambities naar bebouwing
39
4.3.9 Straten (Arenapoort-West) Straten verbinden de Lifeline met de randen van het gebied en de omliggende buurten en hebben een intiemer karakter dan de Lifeline. Aan de straten zijn de entrees van de kavels in de kwartieren gekoppeld: het zijn groene ‘pocketparks’. In de straten wordt ruimte voor verkeer gecombineerd met groene afwateringsprincipes en opstelruimte voor afvalcontainers. Brede stoepen met bomen vormen de overgang naar de bebouwing.
C
Afbeelding 28:
40
O
Principeprofiel De Corridor
Ruimtelijk Kwaliteitskader
N
C
E
P
T
4.3.10 Paden en hoven (woonerfen) De paden of hoven binnen de kwartieren kunnen op eigen terrein liggen. Ze zijn informeel van karakter waar de woonsfeer domineert. De paden bieden geborgenheid en rust, maar altijd met voldoende ogen op straat. De collectieve ruimte wordt kwalitatief hoogwaardig ingericht, met aandacht voor verlichting en sociale veiligheid en het liefst in samenhang met de openbare ruimte. Er dient tussen de paden onderling een duidelijke familiaire band te zijn in detaillering en materiaalgebruik. De paden in Cumulus Park bestaan uit fiets- en voetpaden door een groen landschap met vrijstaande gebouwen. De paden zijn breed en hebben niet alleen een verkeersfunctie maar bieden kantoorpersoneel, studenten en bewoners de ruimte om te verblijven en elkaar te ontmoeten.
C
Afbeelding 30:
O
Referenties intermediaire zone
N
C Afbeelding 29:
E
P
T
Principeprofiel G-G Interne straat AP west Vertaling ambities naar bebouwing
41
4.4
Profielopbouw
4.4.1 Bebouwing tot 30 meter De gebouwen tot 30 meter vormen de straten. Dit zijn soms podiumblokken (onderbouw) met torens erop, maar kunnen ook (semi)gesloten bouwblokken met eventuele hoogteaccenten zijn. Van belang is de samenhang in het straatbeeld en onderlinge afstemming van architectuur van gebouwen. Bebouwing volgt de rooilijn en onoverzichtelijke hoeken en nissen moeten worden voorkomen.
C
Afbeelding 31:
42
O
N
C
E
P
Modellering optopping Rechte torens (afbeelding xx) hebben een beperkt dakoppervlakte om zonnepanelen te plaatsen. Zonnepanelen in de gevel zijn niet wenselijk. Bij de modellering van hoge torens is dus een ensemble van volumes en hoge-, middelhoge en lage daken (afbeelding XX) ideaal voor het behalen van ambities op het gebied van energie, klimaatneutraal, en natuurinclusief. Geometrie en oriëntatie van het gebouw zijn ook bepalend voor de energiebehoefte van het gebouw. Zongericht ontwerpen is belangrijk om de energiebehoefte in zomer- en winterperiode te beperken.
Schematische weergave onder- en bovenbouw bij een laag transformatiegebouw.
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
4.4.2 Bebouwing vanaf 30 meter (hoogbouw) Modellering hoogbouw Bij alle nieuw te bouwen hoogbouw (boven 30 meter) of toe te voegen ‘optoppingen’ wordt onderscheid gemaakt tussen onderbouw en bovenbouw. De overgang tussen deze delen wordt vormgegeven door middel van een ‘setback’. Setbacks zorgen voor een meer menselijke maat in de volumes en dragen ook bij aan een beter en prettiger windklimaat. Daarnaast kunnen setbacks bijdragen aan het realiseren van (collectieve) buitenruimtes, groene daken en de integratie van andere duurzame toepassingen. Incidenteel kunnen overstekken worden gebruikt om bepaalde onderdelen van de onderbouw te accentueren, zoals bijvoorbeeld bij de entree van een gebouw.
4.4.3 Windhinder Een goed windklimaat wordt gewaarborgd door het protocol 'Vermijden Windhinder' (zie bijlage). Voor de hoogbouw wordt aan partijen gevraagd om al in het schetsontwerp een windhinderonderzoek te laten uitvoeren. De resultaten daarvan worden gebruikt om eventuele aanpassingen in de bouwmassa te maken, om zo de streefwaarden te bereiken. De streefwaarden voor het windklimaat moeten zo veel mogelijk op het gebouw/kavelniveau bereikt worden.
C
Afbeelding 32:
O
N
T
Het ontwerp van het gebouw kan de windval op straat reduceren. Dit kan bereikt worden door een slimme opbouw, gebruik van setbacks, balkons et cetera. Het is onwenselijk om windhinder met luifels op te lossen. Luifels worden bij voorkeur alleen gebruikt als betekenisdragers, bijvoorbeeld om een ingang te markeren. Losse windschermen in de openbare ruimte moeten zoveel mogelijk worden vermeden.
C
E
P
Schematische weergave hoe een toren beëindigd kan worden: recht, zonnekroon of door verjonging naar boven. Vertaling ambities naar bebouwing
43
C
Afbeelding 34:
44
O
N
Massa opbouw: verjonging naar boven/of ensemble van volumes: meer dakoppervlkate/ ruimte voor de zonnepanelen, groen, klimaatadaptatie... Ruimtelijk Kwaliteitskader
C Afbeelding 33:
E
P
T
Volume opbouw: a) optopping bij een transformatie; b) overstek om een entree te accentueren; c) basis en optopping.
ArenAPoort-West
C
Afbeelding 35:
O
N
C
P
E
T
Cumulus Park
Amsterdamse Poort
Stationsgebied
Spelregelkaart Vertaling ambities naar bebouwing
45
Functionele principes
46
Ruimtelijk Kwaliteitskader
C
O
N
C
E
P
T
Vertaling ambities naar bebouwing
47
4.5
Woonkwaliteit
Voldoende daglicht, hogere verdiepingshoogte, aanwezigheid en diversiteit in binnenruimtes dragen sterk bij aan de beleving van de woonkwaliteit van de (toekomstige) bewoners en dragen bij aan een fysieke en mentale gezondheid. 4.5.1 Diversiteit en flexibiliteit Een gevarieerde verkaveling per cluster of blok maakt een fijnmazige menging mogelijk, van diverse woningtypes uit verschillende segmenten. Variatie in alle blokken en clusters is zeer wenselijk. Flexibiliteit van de woonplattegronden met het oog op transformatie in de toekomst is een belangrijke vereiste – de voorkeur gaat daarom ook uit naar een voor skeletbouwstructuur. Zo ontstaat de mogelijkheid om eventueel woningen samen te voegen, maar kan er ook slim ingespeeld worden op veranderende woonwensen in de toekomst.
C
Afbeelding 36:
48
O
N
C
E
P
4.5.3 Balkons Buitenruimtes zijn gewenst bij elk appartement. Ze zijn ruim opgezet en goed georiënteerd. Zo dragen zij bij aan de verblijfskwaliteit op straat en de woonkwaliteit voor zowel hoog- als laaggelegen woningen.
Gevarieerde verkaveling per cluster maakt een fijnmazige menging mogelijk
Ruimtelijk Kwaliteitskader
T
4.5.2 Daglicht Om een goede bezonning voor alle woningen en bewoners mogelijk te maken, worden éénzijdig georiënteerde woningen in principe zoveel mogelijk vermeden. Deze woningen zijn kwetsbaar, zeker in combinatie met geluidsbelasting vanaf de stedelijke wegen. Mocht er toch gekozen worden éénzijdig georiënteerde woningen – en dat zouden bijvoorbeeld corridorwoningen kunnen zijn – dan wordt de initiatiefnemer verzocht gangen en trappen op te knippen in overzichtelijke eenheden.
4.6
Vertaling duurzaamheidsambities in bebouwing
Ontwerpers worden uitgedaagd om de duurzaamheidsambities te vertalen in extra (beeld)kwaliteit. Schoonheidsaspecten worden met duurzaamheidsaspecten verweven. In dit kwaliteitskader is bewust niet gekozen om alle duurzaamheidaspecten in één paragraaf op te nemen, maar het hele stuk ermee te doordesemen. Zo zijn duurzaamheidsambities meer specifiek en zijn eisen terug te vinden in de positionering van de gebouwen, aanpak van de gevels, daken, plattegronden, materiaal en kleurkeuze. Ook de verwachte invloed van de klimaatverandering draagt hieraan bij. Weersinvloeden op gebouwen zullen ook steeds extremere vormen aannemen. Ontwerpers worden uitgedaagd om tot ontwerpstrategie te komen die de constructie, geveltoepassing, materiaalgebruik en dakbehandeling (groene daken) hiervoor geschikt maakt. Een ambitie is om de web D-scan te gebruiken. De web D-scan is een tool die ingezet kan worden aan het begin van een ontwerpproces om te bepalen welke duurzaamheidsambities het meest kansrijk zijn per kavel. Door bestaande potenties te gebruiken, komen de duurzaamheidsmaatregelen het meeste tot hun recht.
C
O
N
4.7
Groene daken, - gevels en binnentuinen
T
De invloed van verstedelijking en klimaatverandering heeft effect op de gezondheid van mensen en ecologie. In ArenAPoort wordt sterk ingezet op vergroening in de openbare ruimte en op het gebouwniveau. Gebouwen worden voorzien van groene daken, daktuinen, groene gevels, gevelbeplanting en individuele/collectieve groene buitenruimtes. Een combinatie van een groen dak en zonnepanelen is ook mogelijk.
C
E
P
De voorkeur gaat naar een robuust daklandschap van inheemse komaf, dat meerdere seizoenen een meerwaarde levert voor (het vergroten van) de biodiversiteit. Een hoge mate van biodiversiteit op de kavel betekent een grote diversiteit in soorten en structuren van groen.
4.6.1 BENG Vanaf 1 januari 2021 moeten alle gebouwen aan landelijke (BENG) normen voldoen. Vanaf 1 januari 2022 moeten alle gebouwen aan de Amsterdamse BENG-normen voldoen. Een opsomming van beleid en bronnen is te vinden in de bijlage 6.2.
Afbeelding 37:
Referenties integratie groen in gevel en op het dak Vertaling ambities naar bebouwing
49
Wanneer het niet mogelijk is een levendige, actieve plint te maken, wordt het in het kader van verduurzaming (tegengaan van hittestress, stimuleren van biodiversiteit) aangemoedigd om een blinde gevel zoveel mogelijk te vergroenen met planten, of te voorzien van architectonische elementen waar dieren kunnen schuilen. De gevels van de gebouwen bieden kansen voor bepaalde dierensoorten door zachte grenzen, poreuze gevelvlakken en ingebouwde nestkasten. Eisen ■ De gemeentelijke groennorm is een leidraad voor de hoeveelheid toe te voegen groen bij transformaties. Daarnaast bevat het Handboek Groen Standaard voor het Amsterdamse Straatbeeld eisen aan het groen op openbare daktuinen en in openbare binnentuinen. ■ De laaggelegen daken in een bouwblok waarop binnenterreinen en buitenruimtes kunnen ontstaan, krijgen een groene, informele sfeer met een hoge verblijfskwaliteit voor de bewoners. Bouwblokken die niet gesloten zijn, bieden zicht op een met volwaardig groen ingerichte binnentuin. ■ Binnentuinen zijn bij voorkeur zichtbaar vanaf de straat en dragen bij aan de duurzaamheidsambities van de stad en Amsterdam Rainproof. ■ Vanuit het oogpunt van klimaatadaptie, energieprestatie, natuurinclusief bouwen en groen beeld, wordt op daken tot een hoogte van 30 meter voor minimaal 50% van het dakoppervlak een intensieve, hoogwaardige dakbegroeiing voorgeschreven.