CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 18e VGR 2024.pdf

RAAD 9 juli 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de voortgang van de ondersteuning aan gedupeerden van het kinderopvangtoeslagschandaal (VN2025-009088)17.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORTGANGSRAPPORTAGE HERSTELOPERATIE TOESLAGEN mei – augustus 2024 (18e VGR)

4 oktober 2024

1

Inleiding Hierbij ontvangt u de Voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen (VGR). Deze rapportage schetst de voortgang van de hersteloperatie over de periode mei tot en met augustus 2024 en relevante ontwikkelingen. De peildatum van deze rapportage is 31 augustus 2024. Het doel van de hersteloperatie is het gedane leed als gevolg van de problemen met de kinderopvangtoeslag te erkennen, herstel te bieden en gedupeerden en hun gezin te helpen een nieuwe start te maken. De hersteloperatie is een samenwerking tussen verschillende uitvoeringspartijen, zoals de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), de gemeenten, verenigd in de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de Sociale Banken Nederland (SBN), publieke schuldeisers, adviescommissies en diverse andere betrokken partijen. Voor eenieder die bijdraagt aan de hersteloperatie, staan de ouders en kinderen voorop. Aan het begin van deze rapportage vindt u een dashboard dat de belangrijkste ontwikkelingen in de hersteloperatie weergeeft en de voortgang die is geboekt. Hoofdstuk 1 van deze rapportage gaat in op de voortgang in het werk van UHT en de commissies voor degenen die zich voor financieel herstel aanmelden. Dat heeft onder meer betrekking op de eerste toets, de integrale beoordeling, de compensatie van aanvullende werkelijke schade, de bezwaarprocedures en de verstrekking van dossiers.

Hoofstuk 2 gaat over het emotioneel herstel van gedupeerden en hun kinderen, en de bijbehorende brede ondersteuning. Hoofdstuk 3 gaat in op regelingen voor aanvullende doelgroepen, zoals de kindregeling en de regeling voor ex-toeslagpartners. De schuldenaanpak komt aan de orde in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 tenslotte gaat over de organisatie van de herstelorganisatie, over samenwerking met de verschillende partners en over de financiën. Dit laatste hoofdstuk gaat ook in op de inbreng van de Oudercommissie en de manier waarop opvolging wordt gegeven aan hun adviezen.

De staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane Nora Achahbar Den Haag, 4 oktober 2024

2

3

Inhoud 1.

Financieel herstel ......................................................................................................... 6

1.1.

Aanmelding en eerste toets .................................................................................... 6

1.2.

Integrale beoordelingen ......................................................................................... 7

1.3.

Aanvullende schade afhandeling .............................................................................. 8

1.4.

Bezwaarproces .................................................................................................... 11

1.5.

Ingebrekestellingen, beroepen niet-tijdig beslissen en inhoudelijke procedures ........... 15

1.6.

Dossiers ............................................................................................................. 17

2.

De blik vooruit ........................................................................................................... 19

2.1.

Emotioneel herstel ............................................................................................... 19

2.1.1.

Herstel voor kinderen en jongeren ..................................................................... 21

2.2.

Ondersteuning op de vijf leefgebieden door gemeenten ............................................ 22

2.3.

Intensieve hulp ................................................................................................... 23

2.4.

Maatschappelijk herstel ........................................................................................ 24

2.5.

Ouders in het buitenland ...................................................................................... 25

3.

Aanvullende regelingen ............................................................................................... 26

3.1.

Kindregeling ....................................................................................................... 26

3.2.

Ex-toeslagpartners .............................................................................................. 26

3.3.

Nabestaandenregeling.......................................................................................... 27

3.4.

Huur en zorgtoeslag en kindgebonden budget (HZK) ............................................... 27

4.

Schuldenaanpak......................................................................................................... 28

4.1.

Publieke schulden ................................................................................................ 28

4.2.

Private Schulden ................................................................................................. 29

4.3.

Schuldregelingstrajecten (Wsnp/Msnp) .................................................................. 32

4.4.

Zakelijke schulden ............................................................................................... 33

5.

Organisatie en financiën .............................................................................................. 34

5.1.

Inrichting uitvoeringsorganisatie ........................................................................... 34

5.2.

Fouten en herstelacties ........................................................................................ 34

5.3.

Oudercommissie.................................................................................................. 34

5.4.

Stakeholders hersteloperatie................................................................................. 35

5.5.

Juridische bijstand voor ouders ............................................................................. 36

5.6.

Financiën............................................................................................................ 37

4

Bijlagen Lijst in deze VGR afgeronde toezeggingen hersteloperatie Lijst lopende toezeggingen hersteloperatie Lijst in deze VGR afgeronde moties hersteloperatie Lijst lopende moties hersteloperatie Eindverslag co-creatie maatschappelijk herstel Raamwerk maatschappelijk herstel Bijdrage van de Oudercommissie

5

1.

Financieel herstel

De eerste inzet van de hersteloperatie is gericht op het bieden van financieel herstel aan gedupeerde ouders. Ruimhartig compenseren voor gemaakte fouten en de geleden schade vergoeden. De prognose is om eind 2025 alle integrale beoordelingen te hebben afgerond. Daarnaast wordt volop ingezet op de aanvullende schadeherstelroutes voor ouders die na de integrale beoordeling in aanmerking komen voor vergoeding van aanvullende schade, met als doel een snellere afronding van het financieel herstel voor de ouders.

1.1.

Aanmelding en eerste toets

De aanmeldtermijn voor herstel kinderopvangtoeslag sloot 31 december 2023. Er meldden zich 69.049 ouders aan (inclusief de aanmeldingen met verschoonbare termijnoverschrijding). Ouders die zich aanmelden als gedupeerde krijgen direct toegang tot brede ondersteuning van hun gemeenten. De Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) kijkt in een eerste toets of er aanwijzingen zijn dat een ouder gedupeerd is. Als uit de eerste toets gedupeerdheid aannemelijk is, ontvangen deze ouders direct €30.000. Eind augustus is voor 67.600 ouders de eerste toets gedaan. Voor 649 ouders is deze gaande. Bij de overige aanvragen (circa 800) is of wordt geen eerste toets doorlopen. Bijvoorbeeld omdat sprake is van een afmelding of de integrale beoordeling van de ouder is al gaande. Hiermee rekening houdend is eind augustus 99% van de uit te voeren eerste toetsen gedaan. UHT handelt komende maanden de eerste toetsen verder af. Dit zijn reguliere eerste toetsen en het uitzoeken en verder brengen van aanvragen die om verschillende redenen nog in het proces eerste toets zitten (bijvoorbeeld ouders die niet worden bereikt). Vanaf 1 oktober 2024 zet UHT nieuwe aanmeldingen met een verschoonbare termijnoverschrijding direct door naar de integrale beoordeling, waar deze binnen een half jaar worden behandeld.

Hiermee krijgen ouders nog steeds snel duidelijkheid en kan UHT het eerste onderdeel van het herstelproces afronden.

6

1.2.

Integrale beoordelingen

Na de eerste toets krijgt een ouder een integrale beoordeling (IB), ongeacht of deze in de eerste toets als gedupeerde is aangemerkt of niet (tenzij de ouder aangeeft af te zien van een verdere beoordeling). In 2024 ontvingen 15.100 ouders een vooraankondiging van de uitkomst van de integrale beoordeling (inclusief afmeldingen). Dit laat zien dat de versnelling bij de integrale beoordeling doorzet: in de eerste acht maanden 2024 zijn net zoveel beoordelingen gedaan als geheel 2023. Cumulatief hebben 50.100 ouders per eind augustus een vooraankondiging of definitieve beschikking van de integrale beoordeling ontvangen (inclusief afmeldingen). Dat is 72,6% van de aangemelde ouders. UHT ligt hiermee op koers voor realisatie van de eerder afgegeven planning (afronding van de integrale beoordeling eind 2025, waarvan circa 57.000 integrale beoordelingen in Q1 2025). Eind augustus heeft 65,8% van de aangemelde ouders een definitieve IB-beschikking voor integrale beoordeling ontvangen (circa 45.400, inclusief afmeldingen).

Tabel Aanmeldingen, beoordelingen en uitbetalingen (stand 31 augustus 2024) 30 apr 2024 31 aug 2024

Aantal aanmeldingen

68.921

69.049

Realisatie 30 apr – 31 aug. 2024 128

Aantal aanvragers waarvan eerste toets is gedaan.

66.443

67.614

1.171

3.465

Aantal afgeronde beoordelingen1

42.352

50.101

7.749

15.190

Waarvan: 1. Integrale beoordeling Waarvan: 2. Ouder/aanvrager ziet af van integrale beoordeling

34.323

41.900

7.577

14.682

8.029

8.201

172

508

Aantal ouders dat gedupeerde KOT is

35.353

37.758

2.405

4.577

Aantal uitbetalingen van minimaal €30.000

35.178

37.500

2.322

4.496

Categorie

Tabel Uitsplitsing beoordeelde ouders (stand 31 augustus 2024) 31 dec 2023 Totaal aantal afgeronde beoordelingen Waarvan: 1. Integrale beoordeling Waarvan: 2. Ouders/aanvragers die zelf afzien van integrale beoordeling 2A. Ouder ziet na toewijzing €30.000 af van integrale beoordeling 2B. Ouder/aanvrager ziet na afwijzing bij eerste toets af van integrale beoordeling 2C. Overige aanvragers die afzien van beoordeling

Realisatie 2024 t/m eind aug 673

31 aug 2024

Realisatie 2024

34.911

50.101

15.190

27.218

41.900

14.682

7.693

8.201

508

3.011

3.274

263

4.283

4.505

222

399

422

23

Ouder heeft een vooraankondiging of definitieve beschikking van de integrale beoordeling of heeft zich afgemeld voor de integrale beoordeling. 1

7

Erkend gedupeerde ouders Tot en met eind augustus 2024 is voor ruim 37.700 ouders in de eerste toets of in de integrale beoordeling vastgesteld dat zij gedupeerde zijn. UHT heeft voor het grootste deel van de nu bekende gedupeerde ouders een integrale beoordeling gedaan: 87% heeft een vooraankondiging of een definitieve beschikking van de integrale beoordeling ontvangen of zich voor deze beoordeling afgemeld. Erkend gedupeerde ouders ontvangen het bedrag dat hen in de integrale beoordeling is toegekend, waarin ook een forfaitair basisbedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding is opgenomen. Daarmee kan de compensatie in de integrale beoordeling hoger zijn €30.000. De materiele schadevergoeding bedraagt 25% van het bedrag waarvoor de ouder is benadeeld en de immateriële schadevergoeding bedraagt €500 per half jaar dat de problemen met de kinderopvangtoeslag geduurd hebben, beginnend met de eerste negatieve berichtgeving en eindigend met de datum van de IB-beschikking. Na een “niet gedupeerd” bij de eerste toets kan er in de integrale beoordeling alsnog een “wel gedupeerd” komen. Planning Voor circa 11.000 ouders met een afgeronde eerste toets moet de integrale beoordeling nog starten. Hiervan is circa een kwart bij de eerste toets als gedupeerde erkend en circa driekwart vooralsnog niet.

Op de website van UHT staat een indicatieve planning wanneer de integrale beoordeling naar verwachting start voor deze ouders. Voor ruim 7.200 ouders loopt de integrale beoordeling. Ouders in urgente situaties krijgen altijd voorrang. Wanneer bijvoorbeeld gemeenten of Stichting Lotgenotencontact aangeven dat een ouder versneld behandeld moet worden, dan doet UHT dat. Commissie van Wijzen De Commissie van Wijzen (CvW) brengt onafhankelijk advies uit over voorgenomen afwijzingen voor compensatie voor één of meerdere jaren waarvoor ouders om compensatie verzoeken. In de maanden mei tot en met augustus 2024 zijn circa 3.050 dossiers aangemeld bij en afgerond door de CvW (cumulatieve stand tot en met april 2024: 23.476). Het percentage zaken waarin de CvW afwijkend van UHT adviseert geeft een stabiel beeld (4-5%). De doorlooptijden bij de CvW zijn onveranderd kort (gemiddeld circa 2 dagen).

1.3.

Aanvullende schade afhandeling (schadeherstelroutes)

Ouders ontvangen als onderdeel van hun financiële compensatie ook een materiële en immateriële schadevergoeding. Deze bedragen zijn niet voor alle ouders voldoende om recht te doen aan de schade die zij hebben ondervonden. Het verlies van bijvoorbeeld een baan, een eigen huis, gezondheid of dierbaar bezit proberen we zo rechtvaardig en ruimhartig mogelijk te compenseren via één van de beschikbare schadeherstelroutes, die allemaal verschillend op een voor de ouder passende manier de aanvullende schade bepalen. In totaal hebben 951 gedupeerde ouders hun aanvullende schade gecompenseerd gekregen via één van de routes (peildatum 31 augustus 2024). Aanmeldportaal Er is een centraal aanmeldportaal in ontwikkeling voor vergoeding van aanvullende schade. Ouders die meer schade hebben dan tot nu toe is vergoed door UHT kunnen hiervoor via het centrale aanmeldportaal digitaal een aanvraag doen. Daarnaast is op het portaal informatie terug te vinden over de vier schadeherstelroutes. Ouders kunnen vanuit eigen regie een keuze maken voor de

8

route die het beste bij hen past. Bij de ontwikkeling van het aanmeldportaal zijn zowel de werkgroep Toeslagenadvocaten als de Oudercommissie betrokken geweest. Door gebruik te maken van een centraal aanmeldportaal wordt voorkomen dat gedupeerde ouders meerdere routes tegelijkertijd doorlopen. Op dit moment zijn er nog twee wachtrijen, één voor de Commissie Werkelijke Schade en één voor de Stichting (Gelijk)waardig Herstel, waarbij sommige ouders in beide wachtrijen staan. Voor november zal dit worden ontdubbeld, waarna het beeld duidelijk is hoeveel aanmeldingen er voor aanvullende schade zijn. Het aanmeldportaal gaat naar verwachting nog dit jaar live. Commissie Werkelijke Schade (CWS) De CWS blijft een belangrijke rol spelen binnen de hersteloperatie voor ouders met complexe schade die onvoldoende recht kan worden gedaan met een forfaitair kader en voor ouders die veel waarde hechten aan de mogelijkheden van bezwaar en beroep die het bestuursrecht hen biedt. Zoals al eerder met de Kamer gedeeld, is de CWS in oktober 2023 vernieuwd met een nieuwe voorzitter, een andere werkwijze waarbij de commissieleden meer een controlerende en kaderstellende rol hebben gekregen en is de nieuwe instellingsregeling in werking getreden. Daarnaast heeft de CWS op 1 juli haar aangepaste schadekader gepubliceerd.

Hierin werkt de CWS voor een aantal schadeposten met forfaitaire bedragen en is bejegening van ouders veranderd. Dit met als doel om sneller en ruimhartiger te werk te gaan. UHT is het aangepaste kader gaan toepassen in lopende zaken (aanvragen, bezwaar, beroep). Zo mogelijk maakt UHT daarbij zelf de vertaalslag van oude adviezen naar het nieuwe kader. De CWS heeft 39 adviezen2 die vóór 1 juli waren uitgebracht en waarop UHT nog niet had beschikt opnieuw bekeken aan de hand van het nieuwe kader. In alle dossiers leidt toepassing van het aangepaste kader tot een hoger bedrag. De mate waarin wisselt, mede afhankelijk van de schadeposten. Vaker voorkomende posten als immateriële schade leiden regelmatig tot hogere bedragen, maar de hoogste stijgingen zijn ingegeven door minder voorkomende posten als vervangende opvangkosten en misgelopen waardestijgingen (bijvoorbeeld bij huizen of sieraden). 2 dec 2021

1 apr 2022

1 juli 2022

30 sep 2022

31 dec 2022

30 apr 2023

31 aug 2023

31 dec 2023

30 apr 2024

31 aug 2024

Aantal aangemeld

423

647

773

910

1.102

1.468

1.943

3.035

3.815

4.523

Aantal beschikkingen

69

114

143

213

257

308

368

438

497

540

Aantal intrekkingen

3

51

87

137

139

136

133

134

142

234

Hoogte aanvullende schadevergoedingen

2

Aantal beschikkingen

Geen aanvullende schadevergoeding

80

< € 10.000

125

€ 10.000 - € 20.000

181

€ 20.000 - € 50.000

125

€ 50.000 - € 100.000

34

> € 100.000

10

Totaal

540

Deze 39 zitten niet in het aantal beschikkingen tot en met 31 augustus 2024.

9

Jaren

Totale vergoeding

Aantal beschikkingen

2021

€1.627.293

68

2022

€3.534.589

184

2023

€3.067.307

186

2024

€1.924.794

102

Totaal

€10.153.983

540

Regieroute VSO De Regieroute VSO is opgezet als route waarin de ouder meer invloed heeft op het proces en de inhoud. Het traject past bij ouders met behoefte aan maatwerk (een individuele schadeberekening), die goed inzicht hebben in hun werkelijke schade en bereid zijn te schikken door middel van een vaststellingsovereenkomst (VSO) tegen finale kwijting. De Regieroute VSO wordt uitgevoerd door een team binnen het ministerie van Financiën. Na een kennismakingsgesprek tussen het team van de Regieroute en de ouder stelt de ouder, vaak bijgestaan door een advocaat, een overzicht van de geleden schade op (schadestaat). Ondersteunende documenten worden bijgevoegd per schadepost, zoals salarisstroken, brieven van een incassobureau en nota’s voor medische kosten. Het ministerie van Financiën voegt hieraan de informatie toe die vanuit UHT en de Belastingdienst beschikbaar is. Op basis hiervan wordt de schadestaat beoordeeld en stelt de Staat de ouder een aanvullende vergoeding voor. Wanneer de ouder akkoord gaat met het voorstel, wordt de VSO opgesteld. Het gehele proces vanaf kennismaking tot aan het ondertekenen van de VSO gebeurt momenteel in gemiddeld 13 weken. De Regieroute VSO helpt ouders vooralsnog op uitnodiging en doorverwijzing, bijvoorbeeld via het Ondersteuning Team Buitenland, het Instituut voor Publieke Waarden, of via hun advocaat.

Uitnodiging van ouders vindt plaats aan de hand van een aantal criteria, zoals de mate waarin een ouder heeft aangegeven schikkingsbereid te zijn. Op dit moment zitten ongeveer 53 ouders in het VSO-traject. In periode mei tot en met augustus 2024 zijn 33 VSO’s in de Regieroute gesloten. Het kabinet wil de Regieroute verder ontwikkelen, opschalen en op termijn openzetten voor alle ouders die daar interesse in hebben. Stichting (Gelijk)waardig herstel (SGH) Binnen de SGH-route vertellen ouders hun persoonlijke verhaal aan een luisterend schrijver – een vrijwilliger van SGH. De schrijver stelt samen met de ouder een feitenrelaas op dat door een schadeanalist in dienst van SGH wordt doorgerekend naar een schadestaat. Onder de huidige werkwijze controleert het ministerie van Financiën de schadestaat op juistheid en uitlegbaarheid, alvorens de ouder besluit de schadestaat om te zetten in een VSO. Het is de bedoeling dat deze controlerende rol op termijn wordt overgenomen door een derde partij. Op 16 juli jl. werd de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de SGH getekend. In de zomerperiode is vervolgens hard gewerkt om deze DVO en de herstart van de SGH vorm te geven. In augustus zijn de laatste VSO’s die volgens het oude pilot-kader nog moesten worden afgedaan, ondertekend. Het gaat hier om een totaal van 39 gedupeerden.

In de periode mei tot en met augustus 2024 zijn in totaal 184 VSO’s getekend. SGH gaat er in haar basisscenario vanuit dat zij in mei 2025 opgeschaald zal zijn naar 350 VSO’s per week.

10

Op dit moment staat de SGH-route primair open voor gedupeerde ouders voor wie de €30.000 uit de Catshuisregeling ontoereikend is gebleken. Dus voor ouders die in de integrale beoordeling meer dan €30.000 hebben toegekend gekregen. Digitale schadeherstelroute De afgelopen maanden is gewerkt aan een volledig digitale schadeherstelroute met forfaitaire bedragen. Met ondersteunende stukken kunnen ouders dan zelf aangeven welke schadeposten op hun situatie van toepassing zijn. Ook deze route kan worden afgesloten met een VSO. Hoeveel ouders gebruik zullen gaan maken van de digitale route is nog niet met zekerheid te zeggen. Voor ouders die geen behoefte hebben aan het vertellen van het eigen verhaal, of dit als emotioneel belastend ervaren, kan deze route passend zijn. Datzelfde geldt voor ouders met aanvullende schade die relatief eenvoudig is vast te stellen. Door de eenvoudige werkwijze wordt de productiesnelheid en -capaciteit hoog ingeschat. Op dit moment is het uitgangspunt dat de digitale route dit jaar live kan gaan, tegelijk met het aanmeldportaal.

1.4.

Bezwaarproces

Belanghebbenden die het niet eens zijn met een besluit van UHT kunnen daartegen in bezwaar gaan. UHT heeft tot en met 31 augustus 2024 12.448 bezwaarschriften ontvangen. Hiervan hebben er 2.727 betrekking op de uitkomst van de eerste toets, 8.528 op de integrale beoordeling en 325 op besluiten over werkelijke schade. UHT heeft 414 bezwaren (op 98.195 beschikkingen) ontvangen tegen besluiten op grond van de kindregeling en 15 bezwaren tegen besluiten op grond van de regeling voor ex-toeslagpartners. 124 bezwaren zijn ingediend tegen een afwijzing vanwege een aanmelding na de aanmeldtermijn voor herstel kinderopvangtoeslag waarbij de termijnoverschrijding als niet verschoonbaar werd beoordeeld. Ten slotte heeft UHT 315 overige bezwaarschriften ontvangen met een diversiteit aan onderwerpen, waaronder ingebrekestelling, CWS-voorschot en de noodvoorziening. De gemiddelde instroom van bezwaren bedroeg in de periode mei tot en met augustus 2024 circa 387 bezwaren per maand. Tabel Aantal bezwaren Bezwaar tegen uitkomst van Eerste Toets Integrale Beoordeling Werkelijke Schade Kindregeling Ex-toeslagpartner Afwijzing te late aanmelding Overig

2.727 8.528 325 414 15 124 315

Totaal

12.448

In totaal zijn tot nu toe 4.017 bezwaren afgerond, niet alleen door een beschikking van UHT, maar ook door intrekking van het bezwaar, onder meer na het sluiten van een VSO. Van het totaal aantal bezwaren is 19% gegrond, 13% gedeeltelijk gegrond, 34% ongegrond, 3% kennelijk ongegrond en 9% niet ontvankelijk verklaard. 22% van de bezwaren werd ingetrokken. In bezwaar vindt een algehele heroverweging plaats. Dat betekent dat niet alleen wordt gekeken naar de rechtmatigheid van het initiële besluit, maar dat het bezwaar aan de hand van de actuele inzichten wordt beoordeeld. Om die reden kunnen bezwaren gegrond worden verklaard, zonder dat het initiële besluit onrechtmatig was. In veel gevallen is het bezwaar echter gegrond omdat er in het initiële besluit fouten zijn gemaakt. Bijvoorbeeld in de renteberekening. Die berekening is inmiddels aangepast. Ook komt het relatief vaak voor dat een foutieve startdatum is gehanteerd voor de berekening van de immateriële schadevergoeding. 11

UHT werkt aan de hand van een leercirkel, waarbij informatie over gegrondverklaringen snel wordt gedeeld met medewerkers, zodat herhaling van fouten wordt voorkomen. Ook worden werkinstructies, processen, opleidingsonderdelen en IT-toepassingen aangepast als leerpunten uit het bezwaarproces daartoe aanleiding geven. Omdat UHT nog veel relatief oude bezwaren

afhandelt, sorteren aanpassingen in het primaire proces pas op een later moment hun volledige effect.

Tabel Bezwaren (ingediend en afgerond over tijd) 30 sep 2021

2 dec 2021

1 apr 2022

1 juli 2022

30 sep 2022

31 dec 2022

30 apr 2023

31 aug 2023

31 dec 2023

30 apr 2024

31 aug 2024

Aantal ingediend

877

1.068

1.733

2.747

3.573

4.463

5.689

7.133

9.033

10.555

12.448

Aantal afgerond

72

113

289

445

526

708

955

1.228

1.931

2.765

4.017

In de maanden mei t/m augustus 2024 is het aantal afgeronde bezwaren opnieuw fors gestegen van 2.765 op 31 mei naar 4.017 op 31 augustus. De gemiddelde productiviteit van UHT nam in die periode verder toe. De versnelling is voor een deel te verklaren doordat relatief veel bezwaren tegen de eerste toets zijn afgerond, die doorgaans relatief eenvoudig van aard zijn en die niet ter advisering aan de onafhankelijke Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) hoeven te worden voorgelegd. In de periode mei-augustus werden 747 bezwaren tegen de eerste toets afgerond. Dat is ruim 4 keer zoveel als in dezelfde periode een jaar geleden (166). UHT verwacht de laatste 715 bezwaren tegen de eerste toets in de komende maanden af te ronden. In de rapportageperiode werden 335 bezwaren tegen de IB afgerond: bijna 3 keer zoveel als in dezelfde periode in 2023 (119). Het bezwaarproces wordt gekenmerkt door een groot aantal variabelen en afhankelijkheden. Versnelling sorteert alleen effect als elke schakel in de keten gelijke tred houdt met het tempo van de bezwaarafdeling. Zo werkt UHT er permanent aan dat de versnelling van de bezwaarafhandeling gepaard gaat met de beschikbaarheid van voldoende ouderdossiers.

Die beschikbaarheid is op dit moment op peil, maar omdat het samenstellen en lakken van die dossiers arbeidsintensief is en ook elders in de hersteloperatie ouderdossiers zijn benodigd, is de beschikbaarheid van ouderdossiers een kritieke factor. Dat geldt ook voor de beschikbaarheid van voldoende LIC-bestanden: een overzicht van betalingen en verrekeningen dat op verzoek wordt samengesteld door het Landelijk Incasso Centrum en waarvan de productie bijzonder arbeidsintensief is. UHT monitort voortdurend het gehele bezwaarproces en onderhoudt intensief contact met alle partijen in de keten met het oog op integrale versnelling en verbetering. Op peildatum 31 augustus wachtten nog 7.196 bezwaren tegen de integrale beoordeling op afronding. Het streven blijft om de bezwaren tegen de integrale beoordeling eind 2026 afgerond te hebben. Dat streven staat onder druk, het aantal adviezen dat de BAC afgeeft is lager dan de capaciteit van UHT. Bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) De onafhankelijke BAC heeft tot en met 31 augustus 2024 1.356 adviezen uitgebracht. In de tweede vier maanden van 2024 bracht de BAC 157 adviezen uit, tegen 251 in de eerste vier maanden van 2024. Indien UHT afwijkt van het BAC-advies wordt dit in de beschikking aan de ouder gemotiveerd. UHT legt bezwaren ter advisering aan de BAC voor in bepaalde gevallen die zijn vastgelegd in de instellingsregeling BAC.

Op bezwaren die aan de BAC worden voorgelegd, kan UHT pas beschikken nadat de commissie een advies heeft afgegeven.

12

Per 26 oktober 2023 is de instellingsregeling van de BAC gewijzigd waardoor niet langer alle bezwaren standaard aan de BAC worden voorgelegd. Voor bezwaren die voor de datum van wijziging van de instellingsregeling van de BAC zijn ingediend geldt conform overgangsrecht dat ouders er altijd voor kunnen kiezen om hun bezwaar aan de BAC voor te leggen (behoudens bezwaren tegen de eerste toets). Omdat nog relatief veel bezwaren worden behandeld die vóór 26 oktober 2023 zijn ingediend en omdat relatief veel ouders ervoor kiezen om hun bezwaar aan de BAC voor te leggen - ondanks dat mogelijk één van de uitzonderingsgronden van toepassing is werd in de afgelopen periode circa 75% van de IB-bezwaren aan de BAC voorgelegd. Dat is exclusief intrekkingen. Samen met de BAC en UHT wordt gekeken naar maatregelen die de instroom en uitstroom beter in balans kunnen brengen, om zo te voorkomen dat hier een bottleneck ontstaat. Voorkomen van bezwaar In de rapportageperiode is een voorstel uitgewerkt om de compensatieberekening in de IBbeschikking op een duidelijkere wijze te presenteren en toe te lichten. Het niet begrijpen van deze berekening is één van de meest voorkomende redenen waarom ouders in bezwaar gaan. De nieuwe opzet is getoetst bij gedupeerde ouders, die hierin een sterke verbetering zien.

De verwachting is dat het begrip van dit onderdeel van de compensatiebeschikking sterk zal toenemen. De nieuwe wijze van toelichting wordt in november 2024 geïntroduceerd. Ook op de website van UHT wordt de uitleg over de compensatieberekening aangepast. In de afgelopen periode zijn daarnaast alle teksten over in bezwaar gaan aangepast in alle relevante communicatie-uitingen. Zo wordt ouders in brieven geadviseerd om eerst telefonisch contact te leggen met de betrokken PZB’er bij vragen die zouden kunnen leiden tot een bezwaar. Dit kan bijdragen aan een snellere oplossing voor ouders en wellicht de noodzaak voor ouders wegnemen om in bezwaar te gaan. Schikkingsvoorstel Om het bezwaarproces verder te versnellen zijn, zoals aangekondigd in de vorige voortgangsrapportage, ook aanvullende – deels meer onorthodoxe - maatregelen getroffen. Aan ouders die erkend gedupeerd zijn, vóór 1 juni een bezwaar hebben ingediend tegen de integrale beoordeling en die op 1 september 2024 nog geen beslissing op bezwaar hebben ontvangen, wordt een eenmalig gestandaardiseerd schikkingsvoorstel van €5.000 gedaan. Dat is een additioneel bedrag voor het intrekken van het bezwaar dat komt bovenop de €30.000 van de Catshuisregeling of eventueel aanvullend uitgekeerde compensatie in de IB.

Van alle tot op heden behandelde bezwaren heeft circa 75% geleid tot geen extra uitbetaling of een uitbetaling van een bedrag lager dan €5.000. Het schikkingsbedrag van €5.000 staat gelijk aan de mediaan van de tot nu te uitgevoerde aanvullende betalingen na afronding van het bezwaar. Professioneel gemachtigden krijgen daarnaast proceskosten vergoed. Instemming van de ouder met het schikkingsvoorstel wordt vastgelegd in een VSO, waarmee het bezwaar tegen de integrale beoordeling wordt ingetrokken. Dat betekent ook dat de ouder niet bij de rechter in beroep kan tegen de integrale beoordeling. De ouder kan onverminderd een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade indienen, voor de jaren waarvoor in de primaire fase is gecompenseerd. Het ontvangen bedrag na het accepteren van het schikkingsvoorstel wordt niet afgetrokken van de eventuele aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Het schikkingsvoorstel bij bezwaar is vrijblijvend. De ouder heeft 28 dagen bedenktijd. Als de ouder de beschikking wil hebben over een ouderdossier, maar dat nog niet heeft ontvangen, gaat de termijn pas lopen vanaf het moment dat het dossier is verstrekt. Als een ouder het aanbod afwijst, of bij het uitblijven van een reactie na 28 dagen, wordt het bezwaar weer opgepakt in het reguliere proces.

In augustus is UHT begonnen met het gefaseerd informeren van gedupeerden over het schikkingsvoorstel per telefoon en brief. De eerste 250 bezwaarmakers zijn benaderd. In totaal

13

zullen de komende tijd circa 4.700 ouders stapsgewijs een schikkingsvoorstel ontvangen. De verwachting is dat een schikkingsvoorstel een oplossing kan bieden voor ouders die behoefte hebben aan een snelle afhandeling van hun bezwaar. Het schikkingsvoorstel kan de bezwaarafhandeling versnellen, zodat andere ouders sneller kunnen worden geholpen. Ook kan het de druk op de BAC en de rechtspraak (beroep) verminderen. Het schikkingsvoorstel leidt gemiddeld tot meer compensatie voor ouders en een daling van de uitvoeringskosten. Het effect van de maatregel op de versnelling van het bezwaarproces is afhankelijk van het percentage ouders dat instemt met het schikkingsvoorstel. Hybride insourcing UHT zet daarnaast in op versnelling van de afhandeling van bezwaren door de inzet van hybride insourcing. UHT heeft er na onderzoek voor gekozen af te zien van het inhuren van complete bezwarenteams. De inzet is nu gericht op het laten behandelen van groepen bezwaren door partijen waarmee reeds een mantelovereenkomst bestaat voor de inhuur van juridische capaciteit. Dit betekent dat nadere opdrachten kunnen worden gegund via een minicompetitie en dat geen volledige aanbesteding hoeft te worden gehouden. De verwachting is dat daardoor sneller kan worden gestart met de uitvoering. De nadere offerte-aanvraag is in september 2024 gepubliceerd en de definitieve gunning zal nog in 2024 plaatsvinden.

UHT zet de opdracht voor hybride insourcing uit met een resultaatverplichting. De borging van kwaliteit is daarvan een essentieel onderdeel. Voor de beoordeling van de kwaliteit wordt in de overeenkomst aangesloten bij de doelen van UHT op het gebied van de juridische correctheid, de tevredenheid van ouders, de helderheid van communicatie en de snelheid van behandeling. Om de kwaliteit te borgen zal UHT onder meer de training van de inhurende partijen verzorgen, de richtlijnen aanleveren voor het werkproces en permanente vaktechnische ondersteuning aanbieden. Ook zullen beschouwingen en beslissingen op bezwaar door UHT worden tegen gelezen. De voortgang en de kwaliteit van de bezwaarbehandeling door externe partijen zal door UHT nauwgezet worden gemonitord en met partijen worden besproken in het kader van de contractuele verplichtingen. Transparantie over termijnen Om de voortgang van procedures beter te bewaken zijn termijnen voor het indienen van bezwaarschriften, voor het completeren van onvolledige bezwaarschriften en voor het plannen van een hoorzitting transparant gemaakt en worden deze strikter gehandhaafd. Daartoe is het Beleid procesrecht herstel toeslagen - dat in concept als bijlage was gevoegd bij de vorige voortgangsrapportage - gepubliceerd in de Staatscourant van 9 juli 2024.3 Regionale spreiding De motie Flach c.s.

verzoekt de regering te bezien of en hoe het openen van meer fysieke locaties verspreid over het land, zeker voor het afhandelen van bezwaren, kan bijdragen aan het versnellen van de hersteloperatie. UHT breidt de bezwaarafhandeling die eerder volledig in Utrecht was geconcentreerd uit naar andere locaties in het land. Naast een team in Zwolle is in de afgelopen periode een team in Leeuwaren gestart. UHT richt zich op het openen van nog drie andere locaties voor het afhandelen van IB-bezwaren. Op dit moment wordt onderzocht welke locaties daarvoor in aanmerking komen. Bij die selectie worden niet alleen de wervingsmogelijkheden in de betreffende regio en de beschikbaarheid van adequate huisvesting betrokken, maar ook de wens om dichter bij de woonplaats van ouders gevestigd te zijn. Dat laatste maakt het voor ouders die dat willen eenvoudiger om het gesprek over hun bezwaar met een bezwaarbehandelaar van UHT in persoon te voeren. Het contact van mens tot mens kan bijdragen aan het vinden van een passende oplossing. Bij de selectie van locaties wordt daarnaast de borging van kennis en kunde betrokken, die cruciaal zijn voor de kwaliteit en productiviteit van de bezwaarbehandeling. Ook voor de opschaling van de afdeling beroep kijkt UHT naar uitbreiding van locaties verspreid over het land.

3

Sttcrt 2024, 21683.

14

Mediation Op 31 augustus 2024 waren er 74 bezwaren tegen de integrale beoordeling in behandeling in mediation. Dat betekent dat die bezwaren zich bevinden tussen het intakegesprek en de afronding middels een VSO dan wel een beëindigingsbericht. 51 andere ouders met een IB-bezwaar hebben aangegeven dat graag te willen behandelen in mediation. Er zijn 30 VSO’s gesloten. In de afgelopen periode is nadere ervaring opgedaan met betrekken van aanvullende schade in mediation. Op 31 augustus 2024 waren 30 bezwaren tegen de integrale beoordeling met een component aanvullende schade in behandeling in mediation. In 7 VSO’s na mediation is tot op heden de aanvullende schade meegenomen. Het aantal bezwaren dat in mediation wordt afgerond blijft achter bij eerdere inschattingen. De animo lijkt minder groot dan verwacht. Dat heeft waarschijnlijk te maken met ontwikkelingen in zowel het bezwaarproces als in de afhandeling van werkelijke schade, die ouders – net als in mediation – inmiddels meer ruimte bieden voor eigen regie en emotioneel herstel. Mede als gevolg van de eigen regie voor de ouder binnen een mediationtraject blijft ook het aantal afrondingen (VSO’s) achter, omdat de doorlooptijd van het traject in belangrijke mate door ouders en hun gemachtigden wordt bepaald. De evaluatie van het mediationproces, inclusief het betrekken van de aanvullende schade, wordt op dit moment afgerond.

De uitkomsten daarvan en daaruit volgende acties worden gedeeld in de komende voortgangsrapportage.

1.5.

Ingebrekestellingen, beroepen niet-tijdig beslissen en inhoudelijke procedures

Ingebrekestellingen (IGS) Het aantal aanmeldingen, verzoeken en bezwaren overstijgt de capaciteit van UHT. Al vroeg in de hersteloperatie zijn achterstanden ontstaan als gevolg waarvan wettelijke beslistermijnen zijn overschreden. Als een wettelijke beslistermijn wordt overschreden kunnen ouders UHT in gebreke stellen. UHT neemt in circa 98% van de gevallen binnen de wettelijke termijn van 10 weken een besluit of de ingebrekestelling terecht is. In 93% van de gevallen waarin een besluit op de ingebrekestelling is genomen, betaalt UHT binnen de wettelijke termijn van 16 weken de verschuldigde dwangsom. In circa 7% van de gevallen is een rekeningnummer van de gerechtigde te laat voorhanden om binnen de wettelijke termijn tot uitbetaling over te gaan. UHT beschikte tot op heden op 37.451 ingebrekestellingen en betaalde ruim € 44 miljoen uit aan dwangsommen.

Tabel Instroom ingebrekestellingen

Aantal ingediend

Sep 2023

Okt 2023

Nov 2023

Dec 2023

Jan 2024

Feb 2024

Mrt 2024

Apr 2024

Mei 2024

Jun 2024

Jul 2024

Aug 2024

865

920

1.013

774

1.060

971

992

1.041

1.094

1.056

1.018

876

Tabel Totale instroom en afronding ingebrekestellingen 30 sep 2022

31 dec 2022

30 apr 2023

31 aug 2023

31 dec 2023

30 apr 2024

31 aug 2024

Aantal ingediend

15.577

20.388

23.611

27.741

30.713

34.462

39.443

Aantal afgerond (beoordeeld)

7.432

15.196

21.371

26.089

29.524

33.185

37.451

Dwangsommen

€9.257.898

€16.900.958 €25.109.336 €29.909.199 €33.744.797 €38.718.554 € 44.049.052

15

Beroepen niet tijdig beslissen (BNTB) Ouders die wachten op een besluit waarvoor de wettelijke beslistermijn is overschreden kunnen– na UHT in gebreke te hebben gesteld – een beroep indienen bij de rechter wegens niet tijdig beslissen (BNTB). Als de rechter het beroep gegrond verklaart, legt hij UHT een beslistermijn op die moet worden opgevolgd op straffe van een dwangsom. UHT ontving in de rapportageperiode maandelijks gemiddeld 759 BNTB’s. Dat zijn er maandelijks gemiddeld ruim 150 meer dan in de eerste vier maanden van 2024. Het betrof in gemiddeld 67% van de gevallen een BNTB wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Dat aandeel stijgt. Ook het aantal BNTB’s wegens het niet tijdig beslissen op een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade is in de afgelopen maanden toegenomen. In geval van een BNTB wegens het niet tijdig vaststellen van de integrale beoordeling neemt UHT in de meerderheid van de gevallen binnen de rechterlijke beslistermijn een besluit. Dat lukt helaas niet bij BNTB’s bij bezwaren tegen de integrale beoordeling en bij verzoeken om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Bij de laatste categorie speelt de afhankelijkheid van de Commissie Werkelijke Schade een rol. Voor bezwaar geldt dat vrijwel de gehele productiecapaciteit wordt ingezet voor het opvolgen van rechterlijke beslistermijnen.

Dat betekent dat de behandelvolgorde vrijwel volledig wordt bepaald door BNTB’s. Omdat de instroom de capaciteit overstijgt, kunnen ook rechterlijke beslistermijnen in de grote meerderheid van de gevallen niet meer worden opgevolgd. Steeds vaker dienen ouders een tweede of derde BNTB in waaraan door de rechter vaak een hogere dwangsom wordt verbonden. Het bedrag aan dwangsommen dat UHT betaalt op BNTB nam mede daarom in de rapportageperiode met circa €30 miljoen toe tot ruim €45,5 miljoen.

Tabel Instroom BNTB

Aantal ingediend

Sep 2023

Okt 2023

Nov 2023

Dec 2023

Jan 2024

Feb 2024

Mrt 2024

Apr 2024

Mei 2024

Jun 2024

Jul 2024

Aug 2024

553

455

535

541

597

607

568

609

674

777

926

659

Tabel Realisatie BNTB bij IB, bezwaar en werkelijke schade Aantal BNTB

IB

Bezwaar

CWS

Aantal ingediend

7.188

6.855

398

Aantal volledig afgerond (beschikking(en) verzonden)

4.461

808

76

Aantal nog niet afgerond

2.403

5.720

304

Aantal niet-ontvankelijk/ingetrokken

816

327

18

Inhoudelijke beroepsprocedures Het kabinet streeft ernaar om niet tegenover ouders te komen staan in de rechtbank. Het uitgangspunt is daarom zoveel als mogelijk te voorkomen dat ouders zich genoodzaakt voelen om naar de rechter te stappen. Ook in beroep blijft UHT kijken of er mogelijkheden zijn om aan het beroep of onderdelen daarvan tegemoet te komen. Het streven is om steeds vaker beroepszaken buiten de rechtbank af te doen door met de ouder, vertegenwoordigd door een gemachtigde, tot overeenstemming te komen. Het kabinet is zeer terughoudend ten aanzien van het zelf aanwenden van rechtsmiddelen door de overheid. Ouders hebben 793 keer inhoudelijk beroep aangetekend tegen beslissingen op bezwaar van UHT. Ouders gingen 119 keer in hoger beroep. UHT is drie keer in hoger beroep gegaan (twee keer in 2023 over de termijn bij de beroepen niet tijdig beslissen en één keer begin 2024 over de hardheidsclausule in de Wht). De rechter heeft 278 16

uitspraken gedaan. In 32 gevallen is het beroep gegrond verklaard, waarvan 5 met instandhouding van rechtsgevolgen. Het aantal inhoudelijke beroepen en hoger beroepen stijgt omdat het aantal afgehandelde integrale beoordelingen en bezwaren toeneemt. De capaciteit van het team van UHT dat inhoudelijke beroepen behandelt staat onder druk als gevolg van de krappe arbeidsmarkt voor hooggekwalificeerde juristen met proceservaring.

Tabel Inhoudelijk beroepsprocedures 30 apr 2023

31 aug 2023

31 dec 2023

30 apr 2024

31 aug 2024

Aantal ingediend

118

197

462

610

914

Aantal uitspraken

14

29

155

179

278

(kennelijk) gegrond

3

8

11

21

32

(kennelijk) niet-ontvankelijk

4

5

18

15

24

(kennelijk) ongegrond

7

16

37

62

111

Overig (incl. intrekkingen)

17

18

89

81

111

Civielrecht – stuitingsbrieven gedupeerde kinderopvangtoeslagaanvragers De Rechtbank Rotterdam heeft op 26 april 2023 besloten dat de verjaringstermijn voor eventuele aansprakelijkheid van de Staat voor fouten in het verleden met betrekking tot de kinderopvangtoeslagaffaire is gaan lopen vanaf 23 oktober 2019. Dat betekent dat mogelijk gedupeerde kinderopvangtoeslagaanvragers tot uiterlijk 23 oktober 2024 de Staat aansprakelijk kunnen stellen. De Staat vindt het onwenselijk dat gedupeerde kinderopvangtoeslagaanvragers individuele brieven moeten sturen om hun vordering vanuit de kinderopvangtoeslagaffaire veilig te stellen vanwege een eventuele verjaring. In lijn met het vonnis van de rechtbank Rotterdam spreekt de Staat uit dat zij aansprakelijkheid erkent voor eventuele civielrechtelijke vorderingen van gedupeerde kinderopvangtoeslagaanvragers die voortvloeien uit de onrechtmatige besluiten waarvoor de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen compensatie heeft geboden. Hierdoor hoeven deze gedupeerde ouders in ieder geval de komende 5 jaar (tot 1 oktober 2029) geen aansprakelijkstellingen of stuitingsbrieven te sturen. Voor gezinsleden of andere doelgroepen binnen de hersteloperatie geldt deze erkenning vooralsnog niet.

1.6.

Dossiers

Het is belangrijk dat ouders en hun gemachtigden toegang hebben tot gegevens die gaan over hun herstelproces. Ouders ontvangen bij de behandeling van hun bezwaar of CWS-verzoek standaard een dossier. Deze dossiers worden met voorrang opgesteld. Bij de integrale beoordeling krijgen ouders van hun PZB’er het informatie- en beoordelingsformulier. Daarin staat informatie op basis waarvan de beslissing tot compensatie is genomen. Als de ouder daarnaast aangeeft het dossier te willen ontvangen, of uit de gesprekken blijkt dat een ouder mogelijk beter geholpen is met een dossier dan wordt dit door de PZB’er aangeboden. Het verstrekken van het dossier in de IB-fase kan echter langer duren, omdat de levering van dossiers voor de bezwaar en schade procedures prioriteit krijgen.

17

Door versnelling van de afhandeling van bezwaren en de inzet van het schikkingsvoorstel neemt de vraag naar dossiers in totaal toe. Aan de vraag naar dossiers voor bezwaren en CWS-zaken kon deze rapportageperiode worden voldaan. In de periode mei-augustus 2024 heeft UHT 2.652 dossiers verstrekt. Hiermee komt het totaal in 2024 uit op 5.155 dossiers. Versnellen Om aan de huidige en toekomstige vraag te blijven voldoen zet UHT verdere stappen om het proces van samenstellen – anonimiseren – verstrekken te versnellen. Naast het opschalen van de personele capaciteit wordt gewerkt aan andere mogelijkheden om het proces efficiënter te maken, zoals het uitbreiden van de hoeveelheid documenten die door schermrobots automatisch klaargezet kunnen worden. Dit helpt om het samenstellen van een ouderdossier te versnellen. De inzet van laksoftware om dossiers sneller te anonimiseren was door problemen met de software uitgesteld. UHT heeft eind september de eerder aangeschafte laksoftware alsnog in gebruik genomen. Werkgroep toeslagenadvocaten (toezegging uit het debat van 13-06-2024) Met de werkgroep toeslagenadvocaten is gesproken over het ouderdossier: één dossier waarmee zo goed mogelijk in de behoeften van ouders en gemachtigden wordt voorzien. Het ouderdossier is op inhoud met de werkgroep afgestemd en wordt sinds april 2024 breed door UHT verstrekt.

In de praktijk kan het echter voorkomen dat er voor lopende zaken nog dossiers van het oude type in omloop zijn waarvan de inhoud op een aantal punten afwijkt van het ouderdossier. Dit heeft te maken met de overgang van oud naar nieuw. Deze situaties zullen met de tijd afnemen. Met de werkgroep toeslagenadvocaten is daarnaast ook gesproken over de dossierlevering. Zij zijn meegenomen in het proces van aanvraag tot zending en de maatregelen die genomen worden om ouderdossiers sneller te verstrekken. Persoonlijk dossier Bij het begin van de hersteloperatie is er gesproken over een persoonlijk dossier. Dit dossier bevat alle informatie over een ouder over alle toeslagen heen, vanaf het begin van toeslagen. Dit is breder dan de informatie die gaat over wat er mogelijk mis is gegaan bij toeslagen, op basis waarvan een ouder compensatie kan ontvangen. Voor dit laatste bestaat het ouderdossier, dat stukken bevat die nodig kunnen zijn binnen de verschillende herstelstappen van UHT. Eerder werd aan de Kamer gemeld dat -als de capaciteit het toelaat- het ouderdossier wordt aangeboden aan ouders die om het persoonlijk dossier hebben verzocht, zodat zij mogelijk beter en eerder geholpen zijn. Een ouder die toch wil wachten op het persoonlijk dossier moet dan helaas wel rekening houden met een zeer lange wachttijd van mogelijk meerdere jaren.

Mede door de versnelling van de bezwaarafhandeling is op dit moment echter alle capaciteit nodig voor het verstrekken van ouderdossiers die nodig zijn voor bezwaar, CWS of op verzoek in de integrale beoordeling. Dit betekent dat niet eerder dan in 2025 het ouderdossier als alternatief voor het persoonlijk dossier kan worden aangeboden aan ouders. Onderzoek ouderdossier Tot slot worden er ook voorbereidingen getroffen om in het najaar een onderzoek uit te voeren onder ouders die het ouderdossier hebben ontvangen. In het kader van het structurele proces van verbeteren worden de onderzoeksresultaten gebruikt om het ouderdossier verder af te stemmen op de behoefte van ouders.

18

2.

De blik vooruit

Naast financiële compensatie en ondersteuning bij het oplossen van schulden geven veel gedupeerde ouders aan meer nodig te hebben om een nieuwe start te kunnen maken. Er is behoefte aan erkenning, verwerking en heling. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ondersteuning bij emotioneel herstel en de wijze waarop dit samen met ouders en jongeren vorm krijgt. Ook komt brede ondersteuning door gemeenten op de vijf leefgebieden aan bod: financiën, wonen, zorg, gezin en werk.

2.1.

Emotioneel herstel

Uit zowel gesprekken met gedupeerde ouders en jongeren als uit wetenschappelijke rapporten, blijkt dat erkenning een essentieel onderdeel is emotioneel herstel. Emotioneel herstel is daarom ingericht langs twee vormen van erkenning. Ten eerste is dat steun bij welbevinden, waarmee wordt erkend dat het welbevinden van de gedupeerde ouders en jongeren door toedoen van de overheid geschaad kan zijn. Ten tweede wordt er door middel van participatiesteun erkend dat de gedupeerde ouders en jongeren zelf het beste weten wat nodig en relevant is voor hun herstel. Bij het opzetten en verder ontwikkelen van beide vormen van steun is de input en behoefte van ouders, jongeren en gezinnen leidend. Voor kinderen en jongeren is er extra aanbod (zie 2.1.1). Gesprekken met ouders, jongeren en gemeenten Op korte termijn starten we met een nieuwe vorm werkbezoeken aan gemeenten en met (groeps)gesprekken met ouders en jongeren. We doen dat in de vorm van een lokale dialoog waarbij we samen aan tafel zitten. Doel van die gesprekken is ouders en jongeren mede op weg te helpen om vanuit eigen regie en met hulp van de gemeente een nieuwe start te maken. Dit doen we door vanuit de (aanstaande) afronding van het financieel herstel te zoeken naar de verbinding met het niet-financiële herstel. Dit met aandacht voor elk individueel verhaal.

Samenwerken met ervaringskennis Gedupeerde ouders kunnen hun ervaringskennis inzetten om onder andere gemeenten te ondersteunen in de hulp aan andere gedupeerde ouders. In mei 2024 is een handreiking uitgebracht4 voor het samenwerken met ervaringskennis. De handreiking is samen met ervaringsdeskundige ouders en een aantal organisaties en gemeenten tot stand gekomen. VNG nodigt in de handreiking gemeenten en ervaringsdeskundigen uit praktijkervaringen te delen en het samenwerken met ervaringskennis te stimuleren. Ook wordt het belang van inzetten van ervaringsdeskundigheid in onder andere het sociaal domein in deze handreiking benoemd. Lokaal zijn er grote verschillen in hoe de ervaringskennis van gedupeerde inwoners meegenomen wordt. Daarom voeren we gesprekken met een aantal ouders die lokaal hun expertise inzetten om andere ouders te helpen en die dit vaak in samenwerking met gemeenten doen. Ouders, VNG en het Ministerie van Financiën verkennen samen welke ondersteuning hiervoor wenselijk of nodig is voor de verschillende betrokkenen. Herstelinitiatieven Ouders en jongeren kunnen via herstelinitiatieven.nl hun idee voor een herstelinitiatief indienen en ondersteuning krijgen bij de realisatie. De initiatieven hebben allen een cultureel, kunstzinnig of sociaal-maatschappelijk karakter.

Sinds de start van herstelinitiatieven.nl in april 2024 hebben 33 initiatiefnemers contact opgenomen. Zij worden op maat geholpen met expertise, netwerk en/of financiële bijdrage. Het merendeel ontwikkelt sociaal maatschappelijk initiatieven voor herstel, waaronder veel lotgenotenactiviteiten, soms ook voor specifieke doelgroepen. Er zijn vier culturele initiatieven en één kunstzinnig initiatief opgestart.

4

https://vng.nl/media/43591

19

Ouderplatform Binnen de community “Samenwerken aan Herstel” zijn 147 gedupeerde inwoners met elkaar en het ministerie in gesprek. Deelnemers worden concreet bevraagd op specifieke onderwerpen of kunnen zelf onderwerpen starten. Daarnaast koppelen we aan de deelnemers terug welke signalen we uit de gesprekken halen. Deze signalen worden meegenomen in beleid, zoals bijvoorbeeld in het te ontwikkelen aanbod voor mentale steun. Lotgenotencontact De Lotgenotenlijn van Stichting Lotgenotencontact bestaat uit professionals met herstelexpertise. Zij worden bijvoorbeeld bevraagd over de verschillende schadeherstelroutes of over schuldenregelingen. Stichting Lotgenotencontact geeft geen advies aan ouders, bijvoorbeeld over welke schadeherstelroute zij het beste kunnen volgen, maar geeft informatie. De professionals die bij de stichting werkzaam zijn, zetten stevig in op het opbouwen en behouden van een prettige relatie met ouders. Het gros van de bijna 4.000 contactmomenten van gedupeerden met Stichting Lotgenotencontact in de periode van mei t/m augustus 2024, vindt telefonisch plaats, al lijkt er toenemend contact te zijn via e-mail en sociale media. Onder andere gemeenten, UHT en IPW maken steeds nadrukkelijker gebruik van de mogelijkheid om in hun ondersteuningstrajecten ook door te verwijzen naar de Stichting.

Een toenemend aantal gemeenten vraagt Lotgenotencontact advies hoe zij lotgenotenavonden met lokale ervaringsdeskundigen kunnen organiseren. Emotioneel herstel is een langdurig proces. Dit blijkt bij de Lotgenotenlijn uit het feit dat ongeveer 25 procent van de ouders die Lotgenotencontact in het verleden ondersteund heeft, na verloop van tijd weer contact opnemen. De Lotgenotenlijn is voor hen een vertrouwde plek om hun verhaal kwijt te kunnen. Uit de data van Stichting Lotgenotencontact blijkt dat ondersteuning bij het emotioneel herstel, naast materiële hulp, een absolute voorwaarde is voor ouders om hun leven weer op de rit te krijgen. Stichting Lotgenotencontact levert daar een belangrijke bijdrage aan. Er is nog altijd een hoge instroom van ouders die voor het eerst contact opnemen met de Lotgenotenlijn: ouders die tot dan toe geen of nauwelijks contact hebben gehad met hun gemeente, UHT of andere hulpverleners. Ouderverhaal: KOTA-rapportage KOTA-rapportage is een initiatief van een ervaringsdeskundige ouder, waar Stichting Lotgenotencontact sinds april 2024 mee samenwerkt. De organisatie van KOTA-rapportage bestaat uit zeven medewerkers geschoold in sociaal werk en gedupeerd door de toeslagenaffaire. De werkwijze van KOTA-rapportage bestaat uit ondersteuning bij het opschrijven van het feitelijke verhaal (inclusief tijdlijn) van de gedupeerde ouder.

Hiervoor wordt een format gebruikt dat in eigen beheer is ontwikkeld. Dit zorgt dat ouders goed voorbereid en met meer vertrouwen het proces van eerste toets en integrale beoordeling in gaan. Deze rapportage is getest in een pilot onder 27 ouders. De ambitie is om de werkwijze van KOTA-Rapportage vanaf het najaar breder in de hersteloperatie in te zetten. Mentaal welzijn Naar aanleiding van signalen van ouders en jongeren, gemeenten en andere ketenpartners onderzoeken we op dit moment via een marktverkenning hoe we aanvullende mentale ondersteuning aan ouders, jongeren en kinderen kunnen bieden. Er wordt ingezet op een specifiek en professioneel aanbod dat goed aansluit bij de behoeften van ouders en jongeren en bij het al bestaande herstelaanbod (brede ondersteuning, lotgenotencontact etc.) De belangrijkste uitgangspunten zijn dat de regie voor mentaal welzijn bij de ouders ligt en dat er bij een uiteindelijke uitvoerder een goede screening en verwijzing kan plaatsvinden.

20

De inzet is om in het eerste kwartaal van 2025 een opdracht te verstrekken om dit aanbod uit te werken. Wanneer hierover een besluit wordt genomen wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Tegelijkertijd is het van belang dat kennis wordt opgebouwd en beschikbaar blijft voor een langere termijn, aangezien ook in de toekomst bij gedupeerden behoefte kan blijven bestaan aan specifieke hulp. Ook hulp aan jongeren maakt onderdeel uit van dit traject, zoals in de motie Van Dijk en Stultiens gevraagd.5 Hierbij gaat het om zowel psychosociale hulp als om bredere procesbegeleiding voor jongeren die aansluit op hun belevingswereld en die hen helpt de juiste stappen te zetten in hun herstel. Uithuisgeplaatste kinderen Vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid – Rechtsbescherming wordt periodiek gerapporteerd over de situatie van uithuisgeplaatste kinderen.

2.1.1.

Herstel voor kinderen en jongeren

Vanuit een doorlopend samenwerkingsproces met getroffen jongeren, en ook op basis van de rapporten Leven op de Rit en Ken ons, help ons, worden zij zoveel mogelijk gefaciliteerd hun leven weer op de rit te krijgen. Het doel is dat kinderen en jongeren weer een perspectief op hun toekomst krijgen, waarbij zij zelf de regie nemen. Fonds voor Cultuurparticipatie Voortkomend uit de behoeften van getroffen jongeren is begin 2024 een subsidie aan het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP) verstrekt ter bevordering van cultuurdeelname. Sinds maart 2024 kunnen jongeren en cultuurmakers zich rechtstreeks tot het FCP wenden voor subsidie van culturele initiatieven of begeleiding bij het ontwikkelen daarvan. Met behulp van de subsidievoorziening ‘Open Oproep Kinderen en Jongeren Toeslagenaffaire’ wordt een bijdrage geleverd aan de regiebehoefte van getroffen jongeren om zelfstandig (herstel)initiatieven te ontplooien. Sinds de start van bovengenoemde subsidieregeling kwamen er 23 subsidieaanvragen bij het FCP binnen met een totaal aangevraagd budget van €1 mln. Vooralsnog honoreerde het FCP negen subsidieaanvragen ter waarde van €434.635. Negen andere aanvragen zijn nog in behandeling.

Drie voorbeelden van initiatieven die zijn gehonoreerd: Black Suns Media krijgt subsidie voor een muziekproject in Almere waarbij jongeren van gedupeerde ouders worden ondersteund via interviews, workshops en een actieplan. Stichting Mind The Generations ontvangt steun voor het project Future Foundations in Rotterdam, dat jongeren helpt hun artistieke vaardigheden te ontwikkelen en sociaal isolement te doorbreken. Voor het project Creative Playground in Den Haag, waar jongeren zelf culturele activiteiten organiseren, krijgt Podium NOORD subsidie. Mentaal welzijn Via de website kindregelingvoorjou.nl stelt Minddistrict zelfhulpmodules beschikbaar aan jongeren die willen werken aan hun mentale welzijn. Samen met getroffen jongeren heeft Minddistrict twee nieuwe E-Health-modules ontwikkeld speciaal voor twee verschillende leeftijdsgroepen. De modules besteden aandacht aan het omgaan met heftige emoties en spanning waar zij mee te maken hebben door de problemen met de kinderopvangtoeslag. De komende tijd worden deze modules gelanceerd en onder de aandacht gebracht van getroffen jongeren, met name via sociale media en via de podcast over dit onderwerp. Ook het hierboven genoemde aanbod voor mentaal welzijn zal voor kinderen en jongeren beschikbaar komen.

5

Kamerstuk II, 2023-2024, 31066, nr. 1360

21

Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod Jongeren met problematische schulden kunnen daarvoor terecht bij hun gemeente. De gemeente maakt dan samen met de jongere een plan van aanpak waarin de jongere wordt ondersteund en begeleid bij het maken van een nieuwe start en waarbij saneerbare schulden kunnen worden opgelost. Afgelopen kwartaal is er onderzoek verricht naar de ervaringen van jongeren met het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod voor jongeren met problematische schulden. Zodra de uitkomsten van dit onderzoek definitief zijn worden de uitkomsten met de Kamer gedeeld. Het gebruik van deze regeling lijkt achter te lopen bij de verwachting. De aanmeldtermijn voor dit schuldaanbod voor het merendeel van de jongeren sluit op 1 november van dit jaar. Tot die tijd intensiveren alle betrokken partijen de communicatie over het schuldhulpverleningsaanbod om zoveel mogelijk getroffen jongeren te bereiken. Bereik van jongeren Een belangrijke uitdaging blijft het bereiken van getroffen kinderen en jongeren. Samen met samenwerkingspartner Diversion worden er verschillende strategieën ingezet om zoveel mogelijk jongeren te bereiken. Naast de website kindregelingvoorjou.nl worden alle getroffen kinderen en jongeren op korte termijn per brief opnieuw geattendeerd op het hulpaanbod dat er voor hen is.

Daarnaast sturen gemeenten in samenwerking met UHT een flyer met informatie over brede ondersteuning en wijze waarop jongeren met de gemeente in contact kunnen komen. De ambitie is om deze flyer eind november te versturen. Sociale media wordt ingezet om jongeren te bereiken maar ook de netwerken van jongeren zelf worden ingezet. Er worden bijvoorbeeld steun gegeven aan twee podcasts die jongeren zelf vormgeven. Het gaat om een podcast over mentaal welzijn en een podcast die aandacht besteedt aan het beschikbare hulpaanbod. Kinderboek In opdracht van het ministerie van Financiën werkt ROSE stories aan een kinderboek over de toeslagenaffaire. Dit boek heeft als doel houvast te bieden aan gedupeerde ouders om in gesprek te gaan met hun kinderen over wat ze hebben meegemaakt. Ook kunnen kinderen onderling hun ervaringen aan de hand van dit boek delen. Het is geschikt voor kinderen in de leeftijd van circa zeven tot twaalf jaar. Dit boek komt tot stand met input van gedupeerde ouders en hun kinderen.

2.2.

Brede ondersteuning op de vijf leefgebieden door gemeenten

Ouders die zich hebben aangemeld als mogelijk gedupeerde hebben in veel gevallen ook hulp nodig bij het vinden van passend werk, het oplossen van schulden, en begeleiding bij gezondheidsproblemen. (Mogelijk) gedupeerde ouders, erkend ex-toeslagpartners, nabestaanden en kinderen die vallen onder de kindregeling, ontvangen van hun gemeente – als ze dat willen brede ondersteuning op de vijf leefgebieden financiën, wonen, zorg, gezin en werk. Deze ondersteuning nemen gemeenten op in een plan van aanpak dat gericht is op het kunnen maken van een nieuwe start. Dit plan stellen zij samen op met de aanvrager van de kinderopvangtoeslag, het kind, de erkend ex-partner van de toeslaggerechtigde, of een nabestaande partner of kind. De afgelopen jaren is gebleken dat de brede ondersteuning voor ouders en kinderen een essentieel onderdeel is in hun herstel en het kunnen maken van een nieuwe start. Door het grote aantal aanmeldingen van (mogelijk) gedupeerden en de langere duur van het financieel herstelproces, is er echter grote druk ontstaan op gemeenten. Ouders, gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), stakeholders en de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën onderzochten samen wat de voornaamste knelpunten in de brede ondersteuning zijn, hoe de brede ondersteuning kan worden verbeterd, en hoe deze kan worden bestendigd richting de toekomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15752831/1