bijlage 1b. Samenvatting evaluatie Kansenaanpak PO 2019-2020.pdf
Tekst van het document
Samenvatting Evaluatie Kansenaanpak Primair Onderwijs Amsterdam, schooljaar 2019-2020 Good practices in beeld Anna Glazenborg, Anne-Mieke Thieme, Sible Andringa & Folkert Kuiken (2020) Amsterdam: Universiteit van Amsterdam
Inhoud 1. Conclusies
5
2. Discussie
7
3 Aanbevelingen
8
3.1 Aanbevelingen voor de gemeente
8
3.2 Algemene aanbevelingen voor de scholen
8
3.3 Specifieke aanbevelingen
9
3
Met het doel leerlingen in het primair onderwijs gelijke kansen te bieden heeft de gemeente Amsterdam een verdeelsystematiek in het leven geroepen gebaseerd op het percentage doelgroepleerlingen per school. Doelgroepleerlingen zijn kinderen van ouders/verzorgers met een opleiding van mbo-2 of lager of een gezinsinkomen onder het bijstandsniveau. Met de voorziening Kansenaanpak Primair Onderwijs wil de gemeente Amsterdam deze leerlingen de ondersteuning bieden die zij nodig hebben, zodat zij het maximale uit hun schoolloopbaan kunnen halen. De voorziening helpt scholen om maatwerk te bieden passend bij de opgave en de ontwikkelingen in de school. Scholen met minstens 10% doelgroepleerlingen kunnen een subsidieaanvraag indienen waarbij ze € 800 per doelgroepleerling ontvangen. In het schooljaar 2019-2020 is door 183 basisscholen een aanvraag ingediend en gehonoreerd. De monitoring van de Kansenaanpak is uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam. De monitoring geeft inzicht in de interventies die scholen uitvoeren en is erop gericht om good practices, succesfactoren en uitdagingen waar scholen tegenaan lopen uit te lichten.
4
1. Conclusies De door de UvA uitgevoerde evaluatie van de Kansenaanpak PO 2019-2020 is drieledig: een inhouds-, een proces- en een productevalutatie. De inhoudsevaluatie bestaat uit het beoordelen van de aanvragen, het inventariseren van de onderwerpen en van de vorm van de interventies. Wat betreft de onderwerpen van de interventies blijkt dat de 183 scholen die subsidie hebben ontvangen het meest inzetten op lezen, woordenschat, ouderbetrokkenheid en rekenen. Inzake de vorm waarin deze interventies worden gegoten, blijkt de voorkeur uit te gaan naar verlengde leertijd, extra personele inzet, klassenverkleining en het organiseren van diverse activiteiten voor ouders. De procesevaluatie vond plaats op negen door de gemeente geselecteerde scholen. Hierbij zijn onderwerpen onder de loep genomen als ouderbetrokkenheid, woordenschat, extra handen in de klas, differentiatie en leesplezier. De verslagen van de deelstudies geven een beeld van de manier waarop de interventies worden uitgevoerd op de scholen. In februari 2020 zijn de resultaten van deze evaluaties gepresenteerd aan de deelnemende scholen en de gemeente. Voor de productevaluatie is onder alle deelnemende scholen een digitale enquête verspreid met vragen over de doelgroepen waarop de scholen hun interventies richten, inhoud en vorm van de interventies, en de verwachte en gerealiseerde resultaten.
In totaal hebben 73 scholen (40%) de vragenlijst teruggestuurd. Hiervan bevatten 61 enquêtes (33%) voldoende informatie om te kunnen worden meegenomen in de productevaluatie. Deze bestaat uit een beschrijvende, kwalitatieve analyse van de volgende interventies: verlengde leertijd, woordenschat, lezen, onderwijsassistentie, ouderbetrokkenheid en deskundigheidsbevordering. Vooropgesteld zij dat de coronacrisis ontegenzeglijk een zware impact heeft gehad op de Kansenaanpak. Dat geldt zowel voor de uitvoering en opbrengsten van de interventies
als voor de lage respons op de enquête. Scholen moesten van fysiek onderwijs overschakelen naar afstandsonderwijs, waardoor de geplande interventies tijdelijk of volledig moesten worden afgebroken. Het lukte hierdoor evenmin om aan het eind van het schooljaar de voortgang bij alle leerlingen te meten. Waar dit wel het geval was, werd soms stagnatie geconstateerd die werd toegeschreven aan de verminderde onderwijstijd ten gevolge van de coronacrisis. Wonderwel waren er ook scholen die er in slaagden om de interventies door te laten gaan en om positieve resultaten te boeken. Wat de opbrengsten betreft, zeggen scholen als gevolg van verlengde leertijd vooral vooruitgang bij leerlingen te zien op het gebied van een vergroot zelfvertrouwen en een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling. Resultaten op het gebied van woordenschat konden niet door alle scholen worden aangeleverd. Soms door onvolledige rapportage, in andere gevallen doordat de geplande eindtoets niet heeft kunnen plaatsvinden. Scholen waar dit wel is gelukt, rapporteren (voorzichtig) positieve resultaten. Wat lezen betreft geven leerkrachten aan hun deskundigheid op het gebied van leesvaardigheid te hebben vergroot. Bij leerlingen hebben leesinterventies over het algemeen geleid tot een betere leesvaardigheid en meer leesplezier.
Onderwijsassistenten worden ingezet voor hulp aan leerlingen die dat nodig hebben, zoals in kleine groepjes werken met leerlingen die extra ondersteuning behoeven en het geven van preteaching en re-teaching. Op die manier verlichten ze de taak van de groepsleerkracht. Scholen geven aan hun deskundigheid te hebben vergroot door het volgen van teamscholingen op gebieden als lezen en woordenschat en door de inhuur van externe specialisten.
5
Wat ouderbetrokkenheid betreft overheerst een dubbel gevoel: door de coronacrisis zijn ouders noodgedwongen veroordeeld tot het geven van thuisonderwijs. Helaas is hierbij opnieuw pijnlijk duidelijk geworden hoe groot de verschillen in thuissituatie van de leerlingen zijn en in welke mate ouders al dan niet in staat zijn hun kinderen bij het leerproces te ondersteunen. Al met al biedt de Kansenaanpak scholen mogelijkheden die anders buiten bereik zouden blijven: aanstelling van coördinatoren, professionalisering van leerkrachten, aanschaf van nieuwe materialen, klassenverkleining, werving van specialisten, extra leertijd voor zwakke leerlingen en activiteiten die de
6
participatie van ouders stimuleren. Maar er zijn nog genoeg uitdagingen, want er zijn het afgelopen schooljaar veel verschillen tussen scholen geconstateerd. Waar de ene school erin slaagt om tijdens de coronacrisis van de nood een deugd te maken door les te geven in kleine groepen, lukt het de andere maar nauwelijks om met alle leerlingen contact te houden. Door het (tijdelijk) stopzetten van interventies was het ook lastig om aan het eind van het schooljaar vast te stellen in hoeverre leerlingen vooruit waren gegaan. Een aantal scholen ziet na een positief verlopen eerste half jaar dan ook stagnatie optreden bij de meest kwetsbare leerlingen en in sommige gevallen zelfs een terugval.
2. Discussie Bij de interpretatie van de resultaten moet rekening worden gehouden met een aantal beperkingen van het onderzoek. Allereest hebben door de coronacrisis interventies en toetsen stilgelegen. Hierdoor hebben scholen onverhoopt niet alles uit de subsidie kunnen halen en zijn resultaten lastiger vast te stellen dan normaal.
Doordat slechts 61 van de 183 uitgezette enquête meegenomen konden worden in de productevaluatie, kan geen volledig beeld geschetst worden van alle uitgevoerde interventies en de resultaten. Wel zijn deze 61 scholen vergelijkbaar met alle 183 scholen wat onderwerp en vorm van de interventies betreft, evenals het percentage doelgroep-leerlingen.
De vrijheid die scholen hebben bij het opzetten van interventies stelt scholen in staat om de interventies optimaal te laten aansluiten bij hun leerlingen. Voor de monitoring heeft deze aanpak een keerzijde, omdat het lastig is om scholen, leerlingen en interventies met elkaar te vergelijken. Om die reden beperkt deze evaluatie zich tot een beschrijvende en kwalitatieve analyse.
Verder moet worden bedacht dat de inhouds- en productevaluatie zelfrapportages van de scholen betreffen. Alleen de procesevaluatie is gebaseerd op externe observatie. Door de zelfrapportages kan het beeld wat scholen schetsen niet volledig overeenkomen met de werkelijkheid.
7
3 Aanbevelingen Aan de hand van de evaluatie zijn er aanbevelingen opgesteld voor zowel de gemeente als voor de scholen: algemene aanbevelingen voor de scholen en specifieke, toegespitst op de onderzochte interventies.
3.1 Aanbevelingen voor de gemeente
Scholen zijn erg tevreden over de subsidie die zij vanuit de Kansenaanpak ontvangen en waarderen het dat zij de vrijheid krijgen om maatwerk te leveren. Daarom wordt aangeraden de Kansenaanpak te continueren. Het inhalen van achterstanden en het verbeteren van kansengelijkheid is een zaak van lange adem. Dit is een tweede reden om de Kansenaanpaksubsidie voor een langere termijn te continueren. Scholen hebben hier baat bij voor het inplannen van meerjarige interventies. Het helpt scholen om voor de zomervakantie duidelijkheid te hebben over het toekennen van de subsidies, zodat zij tijd hebben om personeel aan te stellen en roosters te maken. In 2018-2019 was het lerarentekort een belangrijke oorzaak voor een lage respons op de enquête voor de productevaluatie; in 20192020 was dat de coronacrisis. Aangeraden wordt om na te denken over hoe de respons op de enquête voor de productevaluatie in de toekomst kan worden verhoogd. Scholen die de enquête voor de productevaluatie volledig en gedetailleerd hebben ingevuld kunnen als voorbeeld dienen voor andere scholen. Hoewel scholen met voorbeeldantwoorden aangespoord zijn om duidelijke en concrete antwoorden te formuleren, waren er alsnog enkele onbruikbare enquêtes. Het valt te overwegen om na te gaan of de huidige manier van monitoren de gewenste duidelijkheid verschaft.
Er zijn wellicht mogelijkheden om naast een kwalitatieve evaluatie ook een meer kwantitatieve evaluatie uit te voeren.
8
Scholen geven aan meer ondersteuning te waarderen bij het monitoren van hun opbrengsten en – naast de al bestaande kennisdelingsbijeenkomsten – meer kennis en ervaringen uit te willen wisselen. Het verdient aanbeveling hierover nader met de scholen in contact te gaan. Heb begrip voor de situatie dit jaar rondom de coronacrisis bij het evalueren van de opbrengsten. Daarbij moet tegelijkertijd worden vastgesteld dat sommige scholen minder zijn getroffen door de coronacrisis dan andere.
3.2 Algemene aanbevelingen voor de scholen
Het is bewonderingswaardig hoe scholen ondanks een lerarentekort, coronacrisis en andere tegenslagen de interventies tot een succes weten te brengen. Het is mooi om te zien hoe groot de verscheidenheid aan interventies is en welke resultaten er worden geboekt om de achterstanden terug te dringen. Het is daarom aan te bevelen dat scholen bij elkaar inspiratie opdoen over de vormgeving en uitvoering van de interventies. Om de aanvragen te beoordelen en de uitkomsten van de Kansenaanpak te kunnen evalueren, is het belangrijk om concreet en duidelijk te zijn in zowel de aanvraag als in de enquête voor de productevaluatie. Leer van de goede voorbeelden van andere scholen en put inspiratie uit hun werkwijze. Wees duidelijk in de beschrijving van de doelgroepen voor de interventie. Druk dit bijvoorbeeld uit in termen van “leerlingen die op de E3-toets woordenschat een C of lager scoorden”; niet in vage bewoordingen als “leerlingen bij wie de woordenschat verbeterd kon worden”. Wees duidelijk in de beschrijving van de selectie van de leerlingen. Druk dit bijvoorbeeld uit in termen van ‘er werd gekeken naar de scores op de E3-toetsen woordenschat en groepsleerkrachtobservaties op het gebied van schoolwoordenschat’, in plaats van ‘leerlingen werden geselecteerd door de leerkracht’.
Wees duidelijk in de beschrijving van de verwachte resultaten. Bijvoorbeeld “80% van de leerlingen in groep 3 haalt een C-score of hoger op de E3-toets woordenschat”, in plaats van “de woordenschat neemt toe”. Wees duidelijk in de beschrijving van de gerealiseerde resultaten. Bijvoorbeeld “86% van de leerlingen in groep 3 haalde een C-score of hoger op de E3-toets woordenschat”, in plaats van “we denken dat de woordenschat is toegenomen”. Stel realistische en concrete verwachtingen op. Niet alles kan en hoeft in één jaar opgelost te worden. Het is beter om in kleine stapjes te werken over meerdere jaren en aan één of een paar onderwerpen intensief aandacht te besteden, dan aan alles een beetje. Besteed aandacht aan het evalueren van de resultaten. Dit komt de leerlingprestaties en de kwaliteit van het onderwijs ten goede. Zorg dat er op school een taalbeleidsplan is dat regelmatig herzien wordt. Onderzoek in dit taalbeleidsplan wat de huidige stand van het taalonderwijs is en wat de huidige resultaten zijn, wat leerkrachten, teamleden, ouders, leerlingen aangeven als speerpunten. Formuleer concrete doelen. Werk voor elk doel activiteiten uit en maak per activiteit inzichtelijk wat deze inhoudt, wie er verantwoordelijk is, wie er precies deelnemen aan de activiteit en wanneer. Beperk interventies tot doelgroepleerlingen: leerlingen met (risico op) een onderwijsachterstand.
Voor deze groep is de subsidie bedoeld en uit onderzoek blijkt dat deze groep het meest gebaat is bij interventies. Zorg voor korte lijnen met externe partijen. Realiseer een goede aansluiting tussen het reguliere onderwijs en de interventies. Integreer de interventies op zoveel mogelijk manieren in het reguliere onderwijs, zodat alle leerlingen er uiteindelijk baat bij hebben.
3.3 Specifieke aanbevelingen Verlengde leertijd
Goede samenwerking tussen degenen die bij de interventie betrokken zijn en eventuele externe partijen is een voorwaarde voor succes. Zorg dat er korte lijnen zijn en dat de verlengde leertijd in samenwerking met alle betrokken partijen wordt opgezet, uitgevoerd en geëvalueerd. Stel een verantwoordelijk teamlid of coördinator aan. Zorg dat de leerkracht die de verlengde leertijd uitvoert goed is geschoold op het gebied van de interventie. Overweeg of de verlengde leertijd gegeven kan worden door de eigen groepsleerkracht of door een ander teamlid dat nauw bij het onderwijs en bij de leerlingen betrokken is. Om personeel te ontlasten, kan het helpen om een externe partij in te huren. Houd een vinger aan de pols en pas de verlengde leertijd zo nodig aan op basis van tussentijdse resultaten en feedback. Zorg ervoor dat de leerlingen in de lessen na schooltijd gemotiveerd blijven. Zorg ervoor dat ouders actief betrokken zijn bij de verlengde leertijd, door hen van informatie te voorzien en ervoor te zorgen dat kinderen thuis verder aan de slag kunnen met de aangeboden stof. De driehoek leerlingleerkracht-ouder is van cruciaal belang. Zorg voor een goede aansluiting tussen de aangeboden stof en de werkwijze in de reguliere les. Werk tijdens de verlengde leertijd in kleine groepjes.
Stimuleer taalontwikkeling tijdens de verlengde leertijd door interactie en samenwerking tussen leerlingen aan te moedigen. Houd er rekening mee dat het opzetten van verlengde leertijd tijd vergt, naast de eventuele bijscholing en de voorbereiding per les. Zorg ervoor dat de betrokken teamleden hier genoeg tijd voor hebben. Houd bij het plannen van het rooster en de beschikbare ruimtes rekening met de verlengde leertijd.
9
`
Laat leerlingen een contract tekenen en hun eigen leerdoelen opstellen, evenals een concreet eindproduct waar ze naartoe werken. Bedenk en motiveer goed welke vorm van verlengde leertijd er gehanteerd wordt (deeltijdschakelklas, voltijdschakelklas, leerlab, doelab, huiswerkklas of een andere vorm).
Woordenschat
Besteed bij alle lessen aandacht aan woordenschat. Besteed aandacht aan schoolwoordenschat. Zorg voor een basiswoordenschat door middel van de Basiswoordenlijst Amsterdam Kleuters (BAK), de Woordenlijst Amsterdamse Kinderen (WAK) en DigiWak. Gebruik het viertaktmodel. Bied woorden aan in een context, maar ook los (bijvoorbeeld voor NT2-leerlingen). Overweeg om teamleden te laten bijscholen over woordenschat. Stel een woordenschatcoördinator of -specialist aan. Een goed voorbeeld van een integrale werkwijze is Met Woorden in de Weer. Werk in kleine groepjes aan de woordenschat. Besteed aandacht aan de manier waarop woordenschatresultaten gerapporteerd worden. Overweeg een investering in nieuw woordenschatmateriaal.
Lezen
`
10
Overweeg de aanschaf van extra materiaal voor leesvaardigheid, zoals Bouw!, Nieuwsbegrip en Verteltassen. Zorg ervoor dat leerlingen een passieve woordenschat hebben van 3000 woorden (zie Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters) voordat ze beginnen met technisch lezen. Stop in elke les een onderdeel lezen en leesvaardigheid. Overweeg tutorlezen door bovenbouwleerlingen. Zorg ervoor dat leerkrachten goed opgeleid zijn om leesonderwijs te kunnen geven. Plan tijd in voor bijscholing. Laat kinderen veel lezen op school, ook vrij lezen. Technisch lezen en begrijpend lezen zijn
twee verschillende, maar gerelateerde vaardigheden. Zorg ervoor dat het technisch lezen op orde is voordat leerlingen overgaan naar begrijpend lezen. Bied bij begrijpend lezen teksten in realistische contexten aan en besteed aandacht aan woordenschat en aan domeinen wereldkennis. Lees veel voor in de klas op een interactieve manier, waarbij kinderen bij het verhaal betrokken worden. Dit is goed voor de woordenschat, de leesmotivatie en de ontwikkelende leesvaardigheid. Zet een schoolbibliotheek op waaruit kinderen boeken kunnen kiezen en lenen voor op school of thuis. Betrek ouders bij het leesonderwijs: leg uit dat ze thuis voor kunnen lezen, naar de bibliotheek kunnen gaan, etc., zodat kinderen ook thuis aan hun taal- en leesvaardigheid kunnen werken. Zorg voor een schoolbrede, meerjarige en geïntegreerde visie op leesonderwijs, vastgelegd in het taalbeleidsplan, gekoppeld aan concrete en duidelijke doelen en goed uitgewerkte interventies en activiteiten. Overweeg om teamleden te laten bijscholen over lezen. Stel een leescoördinator of -specialist aan.
Onderwijsassistentie
Laat de onderwijsassistent inzetten op preteaching en re-teaching en zorg voor een goede aansluiting tussen de reguliere les en de ondersteuning. Zorg dat onderwijsassistenten veel onderwijsinhoudelijke taken krijgen. Zorg voor een goede afstemming tussen onderwijsassistent, leerkracht en overige betrokken teamleden over de vormgeving van de assistentie, de voortgang en de opbrengst. Besteed aandacht aan taalontwikkeling (woordenschat, lezen) binnen de persoonlijke begeleiding; stimuleer taalproductie, interactie en samenwerking. Zorg ervoor dat de inhoud van de begeleiding en het doel duidelijk zijn. Laat onderwijsassistenten met de leerlingen in kleine groepjes werken.
Zet de onderwijsassistent in voor differentiatie en persoonlijke aandacht. Gebruik de mogelijkheid om het zelfvertrouwen van leerlingen te vergroten. Zorg ervoor dat onderwijsassistenten de taken op zich nemen waar ze bevoegd voor zijn en laat ze niet te veel taken in één keer uitvoeren. Zorg ervoor dat onderwijsassistenten zich kunnen bijscholen.
Deskundigheidbevordering
Gebruik de subsidie om interne expertise op te bouwen. Een externe specialist kan juist ook bijdragen aan interne expertise. Plan tijd in voor bijscholing en professionalisering. Besteed aandacht aan het vertalen van opgedane kennis naar de praktijk van de school. Laat leerkrachten elkaar observeren en elkaar tips geven. Zet ervaren en goed opgeleide leerkrachten in voor doelgroepleerlingen. Creëer een open cultuur binnen het team waarin samenwerking en verbetering centraal staan. Een programma als Lesson Study kan daarbij helpen. Plan samen met het team op welke punten extra expertise opgebouwd kan worden en werk gedetailleerd uit hoe dat moet gebeuren, wanneer en door wie.
Maak de tijds- en geldinvestering voor ouders niet te hoog. Ga na wat ouders goed uitkomt, bijvoorbeeld bij het plannen van een tijdstip voor een ouderavond. Communiceer met ouders over de interventies en de voortgang van het kind en betrek hen bij dit proces. Zorg voor een duidelijke driehoek kind- leerkracht- ouders. Formuleer heldere doelen voor wat van ouders verwacht wordt. Geef ouders de ruimte om zelf zaken te ondernemen en te organiseren en aan te geven waar zij behoefte aan hebben. Zorg ervoor dat de nadruk niet te sterk gelegd wordt op presteren. Spreek ouders aan op het schoolplein, bel hen op, geef uitleg, in plaats van bijvoorbeeld alleen brieven aan de kinderen mee te geven. Maak af en toe ook een informeel praatje. Wees benaderbaar. Stel een coördinator ouderbetrokkenheid aan, formuleer concrete doelen en plan duidelijke activiteiten op het gebied van ouderbetrokkenheid. Contact onderhouden met ouders vergt tijd en personele middelen. Blijf hierin investeren.
Ouderbetrokkenheid
Maak duidelijk wat de school onder ouderbetrokkenheid verstaat. Zie ouders als educatieve partners, in plaats van individuen die in een hiërarchische relatie tot de school staan. Leer ouders hoe ze het taalaanbod en educatieve aanbod thuis kunnen verrijken. Denk aan voorlezen, bibliotheek, museumbezoek, helpen bij schoolwerk, etc. Houd rekening met verschillende types ouders en verschillende taalachtergronden, culturen en sociale achtergronden.
11