Bijlage 1a PFAS-Bodemkwaliteitskaart 2025_rapport14juli2025.pdf
Tekst van het document
Figuur 3.5
Telling van het aantal onderzoeksresultaten (PFOS/PFOA) in de toplaag ondergrond (0,5-1 m); onderzoeken van de laatste 5 jaar die voldoen aan alle criteria
Resultaten per deelgebied toplaag ondergrond (0,5-1,0 m-mv), laatste 8 jaar Wanneer er wordt gekeken naar onderzoeksresultaten van de laatste 8 jaar blijven er - naast westZaanstad – geen niet-aaneengesloten deelgebieden over waar te weinig onderzoeksresultaten zijn. Zie Figuur 3.6.
Pagina 31 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 3.6
Telling van het aantal onderzoeksresultaten (PFOS/PFOA) in de toplaag ondergrond (0,5-1 m); onderzoeken van de laatste 8 jaar die voldoen aan alle criteria.
Conclusie Per vak zijn minimaal drie onderzoeksresultaten nodig. Op basis van de in eerste instantie gehanteerde indeling in bodemgebruiksklassen zijn er in een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden niet genoeg onderzoeksresultaten uit de laatste 5 jaar. In één gebied zijn helemaal geen resultaten beschikbaar. Daarnaast zijn er in de bovenlaag één en in de toplaag ondergrond drie gebieden waar wel onderzoeksresultaten bekend zijn, maar te weinig om aan de minimum eis van drie te voldoen. Kijken we naar onderzoeksresultaten ouder dan 5 jaar (vanaf 1 oktober 2016) dan is er maar een klein aantal vakken – met name landelijke gebieden - dat overblijft met te weinig gegevens. Om er zeker van te zijn dat alle genoemde deelgebieden opgenomen kunnen worden in de nieuwe PFASbodemkwaliteitskaart zijn er twee opties: of er worden extra analyses uitgevoerd en toegevoegd aan het BIS; of de indeling van de deelgebieden wordt herzien. Gezien het overeenkomstig landgebruik en geringe grootte van sommige gebieden is het logischer om ze op te nemen in het deelgebied.
Pagina 32 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
3.4
Analyse vorm conceptkaart
Gebiedsindeling Voor de gebiedsindeling voor de PFAS-bodemkwaliteitskaart is in een eerste verkenning gekeken of gebruik gemaakt kon worden van de indeling van de huidige bodemkwaliteitskaarten (voor de reguliere stoffen) voor het werkgebied van de OD NZKG. Er is bewust afgeweken van de gebiedsindeling van de vorige PFAS-kaarten, gebaseerd op het bestand bodemgebruik (BBG) van 2012. Dit is gedaan in overleg met de betrokken gemeenten, gezien de wens om PFAS wellicht ooit te kunnen opnemen in de bodemkwaliteitskaarten van de genormeerde stoffen en om makkelijker te kunnen toetsen of de PFAS-waarden in de betreffende zone voldoen aan de kwaliteitseisen. In de vorige PFAS-kaarten hebben zones echter veel kleine geïsoleerde vakken, wat het gebruik ervan minder eenvoudig maakt. Daarnaast is uniformiteit van de bodemkwaliteitskaarten gewenst. Er is nagedacht over het uitbreiden van de algemene bodemkwaliteitskaarten met PFAS-gegevens. Echter is de historie en verspreiding van PFAS van dusdanig andere aard dan van de stoffen in de algemene bodemkwaliteitskaarten dat het combineren van de kaarten te veel bezwaren opriep (als een gebied op basis van de algemene BKK schoon is, wil dit niet zeggen dat er dan ook geen verhoogd PFAS aanwezig is en omgekeerd). Voor de gemeente Zaanstad werd het in stap 1 nog niet duidelijk in welke deelgebieden de gemeente kan worden opgedeeld.
Na een eerste deelgebiedsindeling en berekening - op basis van de historische ontwikkelkaart - is tot een gebiedsindeling gekomen voor de hele gemeente. Een aantal kleinere gebieden verspreid over het werkgebied zijn in stap 1 ingedeeld als ‘niet gezoneerd’, in navolging van de huidige bodemkwaliteitskaart. Op deze gebieden, en bijbehorende kengetallen, is een aparte analyse uitgevoerd om zo mogelijk deze gebieden ook in te delen in een van de zones. Tot slot was er nog een aantal grotere gebieden die in stap 1 ook nog niet konden worden ingedeeld in zones. In Haarlemmermeer geldt dit voor enkele (landbouw)gebieden in Haarlemmerliede en Spaarnwoude en het venige buitengebied in de omgeving van Vijfhuizen en Nieuwebrug. Ook in de AMgemeenten zijn de gebieden met te weinig gegevens voornamelijk landbouwgebieden. Dieptelagen Gezien het feit dat de diffuse belasting van PFAS voornamelijk via de lucht heeft plaatsgevonden en daarom met name in de bovenste meter wordt verwacht, is qua representatieve kaartlagen onderscheid gemaakt in twee bodemlagen: • de bovengrond (0,0-0,5 m-mv); • de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). Bodemkwaliteitskaart en Ontgravingskaart Voor de beide lagen is voor PFOS en voor PFOA zowel een Bodemkwaliteitskaart (bodemkwaliteit van de ontvangende bodem) als een Ontgravingskaart (bodemkwaliteit bij ontgraven) opgesteld.
De bodemkwaliteitskaart van de ontvangende bodem is gebaseerd op de gemiddelde kwaliteit in het
Pagina 33 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
(deel)gebied. Voor de Ontgravingskaart wordt uitgegaan van een bodemkwaliteit die voldoet aan 80% van de meetdata in dat (deel)gebied (= 80e percentiel of P80). Deze twee kaarten worden door de gemeenten bestuurlijk vastgesteld. Uiteindelijk is het de bedoeling om ook een Toepassingskaart op te stellen. Deze zal na vaststelling van de PFAS-bodemkwaliteitskaart op de website van OD NZKG worden geplaatst. Op de Toepassingskaart wordt de PFAS-eis weergegeven waaraan de aan te brengen grond moet voldoen op basis van de toepassingseis van de reguliere stoffen in een (deel)gebied. Hiermee wordt verwacht het merendeel van het grondverzet en grondgebruik te kunnen faciliteren. Omdat deze toepassingskaart wordt opgesteld op basis van de bodemkwaliteitsklasse van de reguliere stoffen en van de bodemfunctieklasse, en de herziening van deze kaarten niet synchroon loopt met de PFAS-kaart, is het niet zinvol om deze kaart in dit rapport op te nemen. Op de website is het mogelijk om steeds de actuele situatie weer te geven. Statistische kenmerken Van PFOS en PFOA is een aantal statistische parameters berekend.
Alle gegevens in de uiteindelijke dataset - horende bij een betreffende deelgebied en dieptelaag - zijn gegroepeerd en hierop zijn de volgende berekeningen uitgevoerd: Kengetallen Onder kengetallen verstaan we de minimum-meetwaarde, maximum-meetwaarde, gemiddelde, standaarddeviatie, betrouwbaarheidsinterval, percentielwaarden (of P-waarden; waarbij P50, oftewel 50e percentiel = mediaan). Deze zijn allemaal direct berekend op de dataset met interne functies van T-SQL. Homogeniteitskenmerken Het uitgangspunt is dat dit onderzoek nagaat of sprake is van een statistisch voldoende homogene kwaliteit van de te onderscheiden lagen en (deel)gebieden. Op basis van een positieve uitkomst kunnen betrouwbare kwaliteitsklassen voor PFOS en PFOA berekend worden en kunnen de gewenste kaartlagen opgesteld worden. Hiervoor is de variatiecoëfficiënt en de heterogeniteitstoets gebruikt. De variatiecoëfficiënt (VC) is een statistische maatstaf die wordt gebruikt om de spreiding van een dataset ten opzichte van het gemiddelde te bepalen. De variatiecoëfficiënt wordt berekend door de standaarddeviatie van de gegevens te delen door het gemiddelde. Voor de variatiecoëfficiënt wordt gestreefd naar waarden lager dan 0,8. Als toelaatbare waarde wordt bij bodemkwaliteitswaarden gebruikelijk een waarde onder de 2,0 gehanteerd.
Duidelijke overschrijding geeft aanleiding om te bekijken of een deelgebied moet worden gesplitst. Voor de heterogeniteitstoets wordt de volgende formule gehanteerd: (P95 - P5) / (Referentiewaarde klasse Industrie – Landbouw/natuur) Voor PFOS zijn de referentiewaarden respectievelijk 1,4 en 3 μg/kg d.s., en voor PFOA 1,9 en 7 μg/kg d.s. Voor de heterogeniteitstoets wordt de volgende bij bodemkwaliteitskaarten gebruikelijke indeling gehanteerd: • < 0,2 weinig heterogeen Pagina 34 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
• • •
0,2-0,5 beperkt heterogeen 0,5-0,7 heterogeen > 0,7 sterk heterogeen
Voor de toets op regionale schaal wordt gestreefd naar een heterogeniteit van 0,5 of lager. Bij hogere waarden kan worden overwogen om in een deel van een zone apart te onderscheiden, rekening houdende met de verhoogde heterogeniteit van de stofconcentraties. Daarnaast zijn (95%-) Betrouwbaarheidsintervallen in de beoordeling meegenomen. Te onderscheiden deelgebieden zijn onderling met elkaar vergeleken door middel van gebruikelijke significantietoetsen door een (Student’s) T-toets (met F-toets berekening). Uiteindelijk is gekeken naar de heterogeniteitsindex (HI) en de variatiecoëfficiënt. 3.5
Aanwijzen en uitsluiten van bronlocaties
Uiteindelijk zijn metingen > 59 µg/kg d.s. uitgesloten als evidente puntbron op basis van het gemeten gehalte (59 µg/kg d.s. geeft immers aanleiding om een saneringsplichtige verontreiniging te verwachten en dus nader onderzoek uit te voeren). Voor gehalten tussen 10 en 59 µg/kg d.s.5 is een puntbronnencheck uitgevoerd, met als resultaat kaarten en tabellen met geheel en gedeeltelijk (analyses) uitgesloten onderzoeken. 3.6
Presentatie eerste concept-kaart
In oktober 2024 was de eerste concept-PFAS-bodemkwaliteitskaart (gebaseerd op de P80, dus de ontgravingskwaliteit) gereed om naar de gemeenten te versturen: • Indeling in deelgebieden zoals de reguliere BKK is opgezet; • Gemeenten apart berekend (hierbij zijn de AADUO-gemeenten wel samen genomen, omdat die ook samen een BKK van de genormeerde stoffen hebben); • Deelgebieden in de klasse PFOS ≤ 1,4 µg/kg d.s. zijn groen gekleurd, in de klasse PFOS 1,4-3 µg/kg d.s. zijn (aanvankelijk, zie volgende punt) oranje gekleurd en in de klasse PFOS > 3 µg/kg d.s. zijn rood gekleurd; • Er is een klasse PFOS 1,4-1,5 µg/kg d.s. toegevoegd, om te kunnen zien waar de waarde van 1,4 net wordt overschreden. Dit zijn de gele gebieden. Door opsplitsing kunnen deze gebieden uiteindelijk voor het grootste deel groen worden (en een klein deel oranje); • Deelgebieden met PFAS boven de hergebruiksnorm (3/7/3) zijn apart genomen en als rode gebieden weergegeven op de kaart.
5
Er is voor gekozen om gehalten boven 10 µg/kg d.s.te controleren op een relatie met bronlocaties, omdat controleren van alle gehalten boven 3 (of 1,4 µg/kg d.s.) niet realiseerbaar was door het grote aantal waarnemingen tussen 3 en 10 µg/kg. Bovendien hebben gehalten boven 10 µg/kg d.s. de grootste impact op de kengetallen. Pagina 35 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 3.7
Eerste concept-kaart (op basis van P80), indeling in deelzones van de reguliere bodemkwaliteitskaarten, oktober 2024 (NB de dataset van Zaanstad is op deze kaart nog niet juist).
Uit deze concept-kaart konden we concluderen dat het niet klopt om de zone-indeling van de reguliere bodemkwaliteitskaarten aan te houden. Het landelijk gebied Amsterdam-Noord is samen berekend met Zuidoost, met als enige reden dat het dezelfde BKK-zone is, namelijk zone 2. Niet omdat de PFAS-gehalten hier overeenkomen. Hetzelfde geldt voor het landelijk gebied Weesp en het Westelijk Havengebied. En de boerenerven wijken nu af van het verder schone PFAS-gebied, alleen omdat ze in de reguliere BKK nu eenmaal bij zone 3 horen. Uit berekening volgt dat de gemiddelde en P80-gehalten van PFAS in een aantal deelgebieden niet voldoen aan de kwaliteit landbouw/natuur. Ook is een hoge variatie en heterogeniteit aangetoond. Dit gaf aanleiding om de indeling in deelgebieden/zones te heroverwegen. Deelzones die geografisch van elkaar af liggen en ook een ander beeld laten zien dan het naastliggende gebied zijn apart berekend, waarna is bekeken waar ze thuishoren. Gebieden die rood kleuren konden Pagina 36 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
soms worden opgesplitst, waardoor er alleen gebieden als ‘niet toepasbaar’ overblijven die ook echt boven de 3/7/3 liggen. 3.7
Opmerkingen gemeenten op conceptkaart
De concept-kaart is voorgelegd aan de gemeenten. Hierop kwamen samengevat de volgende opmerkingen: • Gele (PFOS 1,4-1,5 µg/kg d.s.) en oranje (PFOS 1,5-3 µg/kg d.s.) zones uitsplitsen, waardoor meer delen groen (PFOS ≤ 1,4 µg/kg d.s.) kunnen worden; • Liever wat onderbouwde extra rode (PFOS > 3 µg/kg d.s., en dus op de kaart als ‘niet toepasbaar’ weergegeven) deelgebieden als dat tot gevolg heeft dat een groter deelgebied groen kan worden; • Is er een verschil in de infrastructuur en de niet-infrastructuur? • Een heel gebied rood of oranje gekleurd op basis van slechts één onderzoek is niet uit te leggen; • Zijn er in Aalsmeer relaties met rozenteelt? • Meenemen informatie van gemeenten betreffende de gebiedsontwikkelingen sinds 2012; • Hebben we een volledige lijst met brongerelateerde verontreinigingen? Bijvoorbeeld brandweeroefenplaatsen, kassen, etc ? • Is het logisch dat het oude veenweidegebied in Uithoorn oranje is? Verder hebben de gemeenten aangegeven een kaart per gemeente te willen vaststellen, waarbij de AADUO-gemeenten wel samen een kaart houden, omdat zij ook samen een reguliere BKK hebben. De gemeenten moeten in de besluitvorming dan wel elkaars kaart accepteren als basis voor een milieuverklaring, om ook grond van buiten de eigen gemeente te kunnen toepassen met de PFASbodemkwaliteitskaart.
Deze opmerkingen en suggesties zijn meegenomen in de verdere uitwerking en doorrekening van de PFAS-kaart in stap 2.
Pagina 37 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
4 Resultaten stap 2 - Uitwerking 4.1
Nieuwe regionale indeling in deelgebieden
Beoordeling terreindelen De nieuwe regionale indeling is gebaseerd op de per terreindeel berekende PFAS bodemkwaliteit. Een terreindeel betreft de kleinst mogelijke ruimtelijke eenheid met een vergelijkbare bodembouw, historie en/of gebruik. In totaal zijn circa 2.700 verschillende terreindelen overgenomen uit de historische ontwikkelkaart van Zaanstad en de huidige bodemkwaliteitskaarten van de genormeerde stoffen van de overige gemeenten. Aan de hand van de binnen elk terreindeel beschikbare waarnemingen (analyseresultaten) zijn de ontgravings- (P80) en gemiddelde kwaliteit voor PFOS en PFOA berekend in de bovengrond (0,0-0,5 mmv) en de onderliggende laag (0,5-1,0 m-mv). Voor de indeling in deelgebieden is gebruik gemaakt van de meest kritische toetsing in de bovengrond, omdat op bijna alle terreindelen de ontgravingskwaliteit op basis van PFOS in de bovengrond het meest kritisch bleek.
Bij het in kaart brengen van de kwaliteit van de verschillende terreindelen (zie ook Figuur 4.2, Figuur 4.5, Figuur 4.8 en Figuur 4.11) is op basis van het meest kritische toetsresultaat in de bovengrond en het beschikbare aantal waarnemingen onderscheid gemaakt tussen: • Landbouw/natuur (groen); • Wonen en Industrie met <3 waarnemingen (oranje gearceerd); • Wonen en Industrie met minimaal 3 waarnemingen (oranje); • Niet toepasbaar met <3 waarnemingen (rood gearceerd); • Niet toepasbaar met minimaal 3 waarnemingen (rood). De indeling in deelgebieden is niet gebaseerd op de meest kritische toetsing in de ondergrond, omdat de kwaliteit van de ondergrond slechts in 16 van de 900 onderscheiden terreindelen met analyseresultaten verspreid over het gehele werkingsgebied slechter was dan de bovengrond. Definiëren deelgebieden Terreindelen met eenzelfde bodemkwaliteit zijn samengevoegd tot deelgebieden. Deze deelgebieden zijn gemaakt voor: • AADUO-gemeenten (Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel); • Amsterdam; • Haarlemmermeer; • Zaanstad.
Bij het samenstellen van de deelgebieden zijn verder de volgende uitgangspunten gebruikt: • Elk deelgebied heeft ten minste 20 waarnemingen met voldoende ruimtelijke spreiding (na een systematische indeling in 20 vakken zijn één of meer waarnemingen gedaan in ten minste 10 vakken); • Elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied heeft ten minste 3 waarnemingen; Pagina 38 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
•
• •
Terreindelen met minder dan 3 waarnemingen zijn waar mogelijk samengevoegd met een naastliggend terreindeel met eenzelfde kwaliteit en anders met (doorgaans schonere) naastliggende terreindelen; Deelgebieden met minder dan 20 waarnemingen zijn samengevoegd met deelgebieden van een betere kwaliteit; De terreindelen zonder waarnemingen zijn toebedeeld aan deelgebieden op basis van nabij gelegen getoetste terreindelen met een vergelijkbaar gebruik.
Hieronder is voor de AADUO-gemeenten, Amsterdam, Haarlemmermeer en Zaanstad de toetsing weergegeven op basis van de deelzones van de bodemkwaliteitskaart van de genormeerde stoffen, de toetsing per terreindeel en de uiteindelijk indeling in zones. AADUO gemeenten
Figuur 4.1 Voorlopige ontgravingskaart AADUO-gemeenten op basis van P80 voor PFOS in bovengrond per deelzone bodemkwaliteitskaart genormeerde stoffen.
Pagina 39 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.2
Beoordeelde terreindelen AADUO-gemeenten op basis van de meeste kritische toetsing PFAS in de bovengrond.
Figuur 4.3
Indeling PFAS zones AADUO-gemeenten na samenvoegen terreindelen.
Pagina 40 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Amsterdam
Figuur 4.4
Voorlopige ontgravingskaart Amsterdam op basis van P80 voor PFOS in bovengrond per deelzone bodemkwaliteitskaart genormeerde stoffen.
Figuur 4.5
Beoordeelde terreindelen Amsterdam op basis van de meeste kritische toetsing PFAS in de bovengrond.
Pagina 41 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.6
Indeling PFAS-zones Amsterdam na samenvoegen terreindelen.
Pagina 42 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Haarlemmermeer
Figuur 4.7
Voorlopige ontgravingskaart Haarlemmermeer op basis van P80 voor PFOS in bovengrond per deelzone bodemkwaliteitskaart genormeerde stoffen.
Pagina 43 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.8
Beoordeelde terreindelen Haarlemmermeer op basis van de meeste kritische toetsing PFAS in de bovengrond.
Pagina 44 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.9
Indeling PFAS-zones Haarlemmermeer na samenvoegen terreindelen.
Pagina 45 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Zaanstad
Figuur 4.10 Voorlopige ontgravingskaart Zaanstad op basis van P80 voor PFOS in bovengrond per deelzone historische ontwikkelkaart.
Pagina 46 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.11 Beoordeelde terreindelen Zaanstad op basis van de meeste kritische toetsing PFAS in de bovengrond
Pagina 47 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Figuur 4.12 Indeling PFAS-zones Zaanstad na samenvoegen terreindelen.
4.2
Aanpassingen aan contouren en alsnog uitsluiten van onderzoeken
Na de voorgaande aanpassingen bleken enkele deelgebieden nog nader bekeken te moeten worden en was de conclusie om sommige onderzoeken toch uit te sluiten. Hierbij zijn de volgende keuzes gemaakt: • Krommeniedijk in Zaanstad is gescheiden van Krommenie-Oost; • In Amsterdam is de Ouderkerkerdijk langs de Amstel apart beoordeeld van het naastliggende terrein; • In enkele deelgebieden in Aalsmeer lijkt er een correlatie te bestaan tussen (voormalige) kassengebieden en boomgaarden en verhoogde PFAS-gehalten. Deze gebieden zijn afgesplitst. De mate van PFAS lijkt afhankelijk van de teeltsoort en/of bedrijfsvoering. • Er zijn veel verhoogde PFAS-waarden aangetroffen in (voornamelijk het noordelijke deel van) Banne-Buiksloot. Er is gekeken of er een relatie is met de autobranden in dit gebied, door een historisch onderzoek naar autobranden uit te voeren. Deze relatie lijkt er wel te zijn, maar kon niet
Pagina 48 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
worden aangetoond met onderzoeken op de precieze locaties. Zelfs na het wegfilteren van enkele puntbronnen bleek het gebied een verhoogd PFAS-gehalte te hebben, dus besloten is om BanneBuiksloot (gedeeltelijk) af te splitsen van de rest van het deelgebied. • In Nieuw-Sloten lijken sterk verhoogde gehalten zich te concentreren in een voormalig kassengebied dat in 1999 is ontwikkeld tot woongebied. Het tuinbouw/kassengebied Nieuw-Sloten is vanaf de jaren 1960 tot eind jaren 1980 in gebruik geweest. Het heeft een ander historisch bodemgebruik dan de omliggende gebieden en kon om die reden worden afgesplitst. • De erven en ringdijkgebieden in Haarlemmermeer lijken geen afwijkende resultaten te tonen ten opzichte van de rest van de polder in Haarlemmermeer. Daarom is dit gebied opgenomen in het poldergebied. Enkele erven en ringdijkgebieden zijn echter apart gelaten (uitgesloten), aangezien hier toch soms nog wel verontreinigingen te vinden zijn. Het betreft terreinen waar het gemeten gehalte aan PFAS was te relateren aan een bronlocatie (zoals een AWZI, brandweerkazerne, gebruik van bestrijdingsmiddelen) of sprake was van een ex situ partijkeuring. De uitgesloten terreinen beperken zich niet tot locaties waar de INEV wordt overschreden. • In Amsterdam, landelijk Noord, zijn de bodemonderzoeken voornamelijk in de wegen uitgevoerd.
De polders bevatten te weinig gegevens om afgesplitst te kunnen worden als eigen zone. Een deel van het landelijk gebied van Amsterdam Noord is derhalve ingedeeld als klasse Wonen/Industrie, wat aansluit bij de beschikbare data in het gebied. Ook is verder onderzoek gedaan naar verhoogde PFAS-waarden om te achterhalen of er al dan niet sprake is van een PFAS-bronlocatie, die nog niet eerder naar voren was gekomen. Ook is overleg met de gemeenten gevoerd om extra informatie te krijgen over de historie van de gebieden. Het gaat om de volgende potentiële bronlocaties: • Aalsmeer, NZ035801489, Westeinderhage in Kudelstaart: De verhoogde PFAS-waarden hebben een sterke correlatie met de aanwezigheid van kassen die hier tot 2000 hebben gestaan. Westeinderhage in Kudelstaart bestaat uit voormalig kassengebied en weilanden. Het gebied wordt nu ingericht voor woningbouw. In het weidegebied zijn de PFOS-gehalten <1,4 µg/kg d.s. De voormalige kassen worden als bronlocatie aangemerkt en uitgesloten. • Amsterdam, NZ036312895, Kuiperbergweg 19A en 19B: In het zuidoosten van de onderzoekslocatie lijkt er één sterk verhoogde waarde van PFAS te zijn tussen verdere lage waarden (PFOA 2,4 µg/kg d.s., PFOS 5,2 µg/kg d.s.). In alle overige (meng)monsters zijn de PFOS-gehalten niet hoger dan 0,5 µg/kg d.s.
Een verklaring voor de hoge waarden is er niet, dus deze locatie kan niet worden uitgesloten van de kaart. • Weesp, NZ036323972: De locatie betreft de Kors Breijerschool waar een schoolpleinenonderzoek is uitgevoerd. De verhoogde PFOS-waarden (mengmonster bovengrond 5,3 µg/kg d.s. PFOS en 0,7 µg/kg d.s. PFOA, mengmonster ondergrond waarden < 1,4 µg/kg d.s.) resulteren in een verhoogde klasse in Weesp. Er is vooralsnog geen duidelijke oorzaak te vinden voor de verontreiniging, dus niet uitgesloten van de kaart. Pagina 49 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
• Kasterleepark Nieuw-Sloten, NZ036325138: Dit betreft een oude puinstortplaats. Het puin is waarschijnlijk over de locatie verspreid bij de aanleg van het park. Dit is niet persé een PFAS-bron. De woonwijk Nieuw-Sloten zou zijn opgehoogd met duinzand, maar voor het park is mogelijk andere grond toegepast. PFOS-concentraties in de bovenste meter variëren van 1,4 tot 5,4 µg/kg d.s. Er is geen duidelijke correlatie tussen aanwezigheid (en dikte) van het puin en PFOSconcentraties. Deze zijn ook niet hoog genoeg om als bron aan te merken. Wel zijn de verhoogde waarden mogelijk in verband te brengen met vroegere kastuinbouw in het gebied. • Het deelgebied ten noordwesten van Schiphol in Haarlemmermeer is de voormalige stortplaats Broekhoven (ook bekend als de Veldpost). Hier is zeer waarschijnlijk PFAS-houdende grond in de deklaag toegepast. De volledige locatie is als bronlocatie uitgesloten. Tevens is extra bronnenonderzoek gedaan in deelgebieden waar slechts enkele verhoogde meetwaarden zijn aangetroffen. Als deze waarden te verklaren zijn (en er een duidelijke PFAS-bron kan worden aangewezen) kan het nodig zijn om het onderzoek uit te sluiten: • Amsterdamse Bos; NZ036200618: Locatie direct langs de ringvaart Haarlemmermeer, waarvan bekend is dat de waterkwaliteit kan zijn beïnvloed door lozing/incidenten met PFAS.
Gezien de PFOS-gehalten (tussen 3,5 en 8,2 µg/kg d.s.) direct op de oever en de lagere waarden verder van de oever bestaat het vermoeden dat hier ooit gebaggerd is. Ten tijde van het onderzoek werd aan de oever en beschoeiingen gewerkt, waarbij grond die direct achter de beschoeiing lag op de kant is gezet. Waarschijnlijk is deze grond in contact geweest met het oppervlaktewater van de ringvaart. Of dit invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten uit 2022 is niet duidelijk. Voorlopige conclusie: mogelijk beïnvloeding vanuit ringvaart, onderzoek uitsluiten. • Boomlocatieonderzoeken in Amsterdam hebben vaak verhoogde gehalten zonder goede verklaring. Het is nog onduidelijk of boomlocaties een connectie hebben met verhoogde PFAS-waarden (bijvoorbeeld door toepassing van PFAS-houdende grond) of dat de grote spreiding de oorzaak is dat gebieden met weinig onderzoeken grotendeels bepaald worden door deze boomlocatieonderzoeken, en dus om die reden opvallen. Echter is er onvoldoende grond om deze onderzoeken uit te sluiten. 4.3
Onderzoek naar noodzaak maatwerkregel voor PFAS > 3 of 7 µg/kg d.s.
De gemeente Amsterdam heeft een onderzoek uitgevoerd naar de eventuele noodzaak om specifiek beleid te ontwikkelen (in de vorm van een maatwerkregel voor toepassen) voor grond met PFAS boven de hergebruiksgrens van 3 µg/kg d.s. (PFOS en overige PFAS) of 7 µg/kg d.s. (PFOA). Bij hogere concentraties moet de grond worden afgevoerd naar een reiniger of stortplaats. De eerdere Amsterdamse beleidsregel bood in theorie de mogelijkheid om hogere concentraties toe te laten, maar in de praktijk werd nooit aan de voorwaarden daarvoor voldaan. De inschatting bij het overgaan op het landelijk Handelingskader was dat het effect op circulair hergebruik van grond beperkt zou zijn.
Pagina 50 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Voor het geval de normen uit het Handelingskader alsnog een groot probleem zouden vormen, en grote hoeveelheden grond niet meer herbruikbaar zouden worden, werd de mogelijkheid voor een maatwerkregel genoemd, waarbij in een bepaald gebied hogere lokale toepassingwaarden voor PFAS kunnen worden vastgesteld. Daarbij was destijds de gedachte om dat mee te nemen in de update van de bodemkwaliteitskaart voor PFAS in 2024. Bij de start van het traject van het opstellen van de PFAS-bodemkwaliteitskaart is echter besloten om de eventuele maatwerkregel voor PFAS daar niet in mee te nemen omdat het daar niet in past. Immers, de PFAS-bodemkwaliteitskaart geeft de actuele kwaliteit aan. Beleid (in de vorm van een maatwerkregel) wordt in het omgevingsplan vastgelegd. Concept voorstel Er ligt geen uitgewerkt voorstel voor een maatwerkregel PFAS. Als daartoe besloten zou worden zou het een en ander moeten worden uitgewerkt. De voorlopige uitgangspunten van het voorstel zouden zijn: • Het gebied met hogere toepassingsmogelijkheden heeft een beperkte omvang, zodat grond met hogere concentraties PFAS dan 3 of 7 µg/kg d.s.
in een beperkt gebied worden geconcentreerd en de rest van de stad gevrijwaard blijft; • Voor de locatie wordt gedacht aan een industriegebied, omdat een woningbouwlocatie waarschijnlijk te gevoelig zou liggen, ook al zouden er geen humane risico’s zijn; • De beoogde locatie is gedurende een langere tijd (>5 jaar) grondvragend en er worden geen hoge civieltechnische eisen gesteld aan de toe te passen grond. Als er inhoudelijk draagvlak lijkt te zijn en er een beschikbare locatie zou zijn, moeten er nog wel enkele zaken worden uitgezocht en gemotiveerd: • Vaststellen of er binnen de gemeente ook op directie- en bestuurlijk niveau draagvlak is voor een maatwerkregel. Het toestaan van verhoogde gehalten aan PFAS zal, gezien de aandacht voor PFAS, gevoelig liggen; • Wat zou de bovengrens zijn van de hogere lokale PFAS-waarden? Er mogen geen risico’s voor mens, ecosysteem en oppervlaktewater ontstaan door de toepassing. Mogelijk is daarvoor eerst aanvullend onderzoek nodig en moeten de toepassingsnormen worden afgeleid; • Organisatie: wie is verantwoordelijk voor de locatie en wie bepaalt welke grond mag worden toegepast, mag er ook grond van buiten Amsterdam worden toegepast en mag daar ook geld voor worden gevraagd; • Procedure aanvraag en onderbouwing van het maatwerk (omgevingsplan, participatie door belanghebbenden).
Verkenning Businesscase en draagvlak Het traject om tot een maatwerkregel te komen zal naar verwachting redelijk veel capaciteit vragen. Daarom is een eerste verkenning uitgevoerd om te beoordelen of we deze inspanning moeten leveren. 1. Binnen de gemeente Amsterdam is nagegaan hoeveel grond met concentraties >3-7-3 jaarlijks vrijkomt. Het gaat daarbij om ca. 1000 ton per jaar. Dat is een grote hoeveelheid, maar slechts een fractie van de totale omzet. Deze grond wordt nu afgevoerd naar een verwerker. Dat kost de gemeente ca. €56.000 per jaar, maar daarmee wordt de grond ook schoner gemaakt. Mogelijk
Pagina 51 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
onttrekt een deel van de grondstromen zich aan het zicht van de afdeling Bodem, maar dat zal niet heel veel zijn. De afdeling Bodem ziet geen groot belang in een maatwerkregel; 2. Het Havenbedrijf heeft mogelijk wel een locatie van ca 8 ha (Atlashaven) die aan de uitgangspunten voldoet, maar is niet enthousiast om hier verhoogde gehalten PFAS toe te staan, omdat het gebied nu juist lage concentraties heeft. Het havenbedrijf ziet meer risico’s dan voordelen. De Haven ziet geen groot belang in een maatwerkregel; 3. De Omgevingsdienst is niet positief over een maatwerkregel. Ze verwachten dat het moeilijk zal zijn om het toepassen van grond met hogere PFAS-concentraties goed te motiveren, vooral ook omdat de huidige concentraties in het Havengebied laag zijn. Mogelijk zijn er tegenargumenten en antwoorden te bedenken op deze bezwaren, maar het lijkt er op dat de belangrijkste stakeholders nu geen behoefte hebben aan maatwerkregels voor PFAS. Daar kan echter wel verandering in komen. De Haven werkt aan een Omgevingsprogramma. Daarbij is de mogelijkheid genoemd om partijen grond die net niet aan de normen voldoen toch te mogen toepassen. Dat ging niet specifiek over PFAS, maar zou ook voor PFAS kunnen gelden.
Besluitvorming maatwerkregel De conclusie van deze verkenning van Amsterdam is dat het nu niet het moment is om verder te gaan met het ontwikkelen van een maatwerkregel voor het toepassen van grond met PFAS boven de hergebruiksgrens van 3 µg/kg d.s. (PFOS en overige PFAS) of 7 µg/kg d.s. (PFOA). Mogelijk dat op een later moment verder zal worden gegaan met deze verkenning als Haven een omgevingsprogramma gaat opstellen, waarbij onderzocht wordt of het mogelijk is om voor meerdere stoffen maatwerkregels op te stellen. Voor de overige gemeenten kan de noodzaak hiervoor later worden onderzocht, wanneer blijkt dat er gebieden zijn met een hogere PFAS-concentratie en er hierdoor problemen optreden. 4.4
Opstellen definitieve kaarten
Het eindresultaat van alle voorgaande stappen en werkprocessen is een PFAS-bodemkwaliteitskaart (bestaande uit een bodemkwaliteitskaart van de ontvangende bodem (op basis van het gemiddelde) en een ontgravingskaart (op basis van de P80)). Zie Bijlage 1 voor de gebruikte PFAS-onderzoeken. Er zijn losse gemeentekaarten opgesteld in twee dieptelagen, voor PFOS en PFOA. Om de vaststelling per gemeente te vergemakkelijken zijn de kaarten los weergegeven voor de gemeente Amsterdam, de gemeente Haarlemmermeer, de gemeente Zaanstad en de AADUO-gemeenten (een gezamenlijke kaart voor Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel). Zie Bijlage 3 t/m 6 voor alle kaarten. Het eindresultaat van stap 2, de uitkomst van de nieuwe PFAS-bodemkwaliteitskaarten, staat beschreven in hoofdstuk 5. De vernieuwde PFAS-kaarten, met een toename van het aantal metingen, heeft ertoe geleid dat er meer duidelijkheid is over de al dan niet met PFAS verontreinigde bodem. Er blijven echter ook nog steeds vragen en twijfels bestaan over PFAS-verontreinigingen, zeker in die deelzones waar de verontreiniging met PFAS hoger is uitgevallen dan wellicht verwacht. Onderzoek blijft nodig om steeds meer inzicht te krijgen in waar PFAS voorkomt in de bodem en in welke concentraties.
Pagina 52 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
5 Eindresultaat PFAS-bodemkwaliteitskaart 5.1
Verschillen met de oude kaart
Vergelijking met de ACN-kaart en ontgravingskaart uit 2020 In februari 2020 heeft de OD NZKG een regionale bodemkwaliteitskaart voor PFOS en PFOA opgesteld, de ACN-kaart (Achtergrondconcentratienorm-kaart). Deze kaart geeft de gemiddelde kwaliteit weer. Van deze kaart is een ontgravingskaart afgeleid (op basis van de 80-percentielwaarde, de P80) met één bodemkwaliteitsklasse, namelijk de klasse ‘Niet ingedeeld-PFOS/PFOA – Vrij Toepasbaar’. De berekende gehalten in zowel de ACN-kaart als de ontgravingskaart liggen onder de 1 µg/kg d.s. en voldoen hiermee aan de achtergrondwaarden in het landelijk Handelingskader van 1,4 µg/kg d.s. voor PFOS en overige PFAS en 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA. Aangezien voor de ontgravingskaart identieke bodemkwaliteitszones gelden én de te ontgraven bodemkwaliteit op basis van de P80 (voor beide stoffen en beide lagen) voldoet aan dezelfde bodemkwaliteitsklasse, is toepassing binnen het beheergebied vanuit de op de ontgravingskaart aangeduide percelen mogelijk. Voor de niet-gezoneerde (niet gemarkeerde) gebieden op de ontgravingskaart is toepassing op basis van het gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit niet zonder meer mogelijk. Ten opzichte van de vorige PFAS-kaarten is er nu wel een duidelijke verandering te zien.
De oude kaart bestond uit niet-gezoneerde gebieden en uit gebieden met ontgravingskwaliteit PFOS ≤ 1,4 µg/kg d.s. en PFOA ≤ 1,9 µg/kg d.s. Er waren geen gebieden met PFAS-waarden hierboven. Dat is in de nieuwe kaarten wel het geval, waarschijnlijk door een toename van het aantal waarnemingen en onduidelijkheid over de oorzaak van hogere meetwaarden (boven de toepasbaarheidsgrens), waardoor deze niet als bron kunnen worden uitgesloten. Er is in de nieuwe kaarten een aantal gebieden waar de PFAS-kwaliteit kan leiden tot een belemmering van grondverzet in de regio, omdat de grond op basis van de PFAS-bodemkwaliteitskaart niet of niet overal zonder meer toepasbaar is (zie paragraaf 6.4). Het kan hierbij soms nodig zijn een andere milieuverklaring te gebruiken (bijvoorbeeld een partijkeuring), die een nauwkeuriger beeld geeft van de kwaliteit op de ontgravingslocatie. Gebieden ingedeeld als ‘niet toepasbaar’ en/of niet gezoneerde gebieden Voor de gebieden gemarkeerd als ‘Niet toepasbaar’ op de ontgravingskaart of de niet-gezoneerde (grijze) gebieden is toepassing op basis van het gebruik van de PFAS-Bodemkwaliteitskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit niet mogelijk. Dit betekent dat bij ontgraving van grond uit deze gebieden, met als doel de grond elders toe te passen, een partijkeuring noodzakelijk is.
De gebieden die nu zijn ingedeeld als ‘niet toepasbaar’ zijn dit in de eerste plaats omdat de uitkomst van de berekeningen uitwijst dat de grond op basis van het PFOS-gehalte niet toepasbaar is. In vergelijking met de vorige kaart zijn er nu wel meer gebieden gezoneerd, omdat er meer gegevens beschikbaar zijn.
Pagina 53 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
5.2
Gemeente Amsterdam
PFAS-bodemkwaliteitskaart en statistische kengetallen gemeente Amsterdam In Bijlage 3 wordt de PFAS-bodemkwaliteitskaart (gemiddelde gehalte van de ontvangende bodem en de 80 percentielwaarde van de ontgravingskaart, 8 deelkaarten) weergegeven en in Bijlage 7 worden de kengetallen (percentielwaarden en gemiddelde) weergegeven van de berekening van de verschillende deelzones in de gemeente Amsterdam voor de stoffen PFOS en PFOA, in twee dieptelagen. De rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen, alsmede de Volgermeerpolder, zijn niet gezoneerd. Resultaten PFOS De gemiddelde concentraties aan PFOS liggen voor het grootste deel van de gemeente Amsterdam onder de 1,4 µg/kg d.s. en voor een klein deel in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOS in zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) voor een deel van de gemeente in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s., tevens zijn er gebieden waar de PFOS-kwaliteit bij ontgraven boven de 3 µg/kg d.s. ligt, dus niet toepasbaar. In de rest van het gezoneerde deel van de gemeente ligt de ontgravingskwaliteit onder de 1,4 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.1.
Tabel 5.1 Resultaten PFOS (in µg/kg d.s.) gemeente Amsterdam Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie Niet toepasbaar
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,66 0,94 1,32 1,89 2,69 4,30
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,47 0,70 1,06 1,50 2,00 3,10
Resultaten PFOA De gemiddelde concentraties aan PFOA liggen in het hele gezoneerde deel van de gemeente Amsterdam onder de 1,9 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOA in het hele gezoneerde deel van de gemeente en voor beide dieptelagen onder de 1,9 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.2. Echter, de deelzones waar de grond op basis van PFOS een beperking kent of niet toepasbaar is bepalen de algemene toepasbaarheid van deze grond. Zie hiervoor Bijlage 3, deelkaart 3-5 en 3-6. Tabel 5.2 Resultaten PFOA (in µg/kg d.s.) gemeente Amsterdam Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie Niet toepasbaar
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,39 0,67 0,78 1,27 1,08 1,76
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,29 0,42 0,59 0,87 0,85 1,37
Pagina 54 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
5.3
Gemeente Haarlemmermeer
PFAS-bodemkwaliteitskaart en statistische kengetallen gemeente Haarlemmermeer In Bijlage 4 wordt de PFAS-bodemkwaliteitskaart (gemiddelde gehalte van de ontvangende bodem en de 80 percentielwaarde van de ontgravingskaart, 8 deelkaarten) weergegeven en in Bijlage 7 worden de kengetallen (percentielwaarden en gemiddelde) weergegeven van de berekening van de verschillende deelzones in de gemeente Haarlemmermeer voor de stoffen PFOS en PFOA, in twee dieptelagen. De rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen, alsmede het grondgebied van Schiphol, zijn niet gezoneerd. Resultaten PFOS De gemiddelde concentraties aan PFOS liggen in het hele gezoneerde deel van de gemeente Haarlemmermeer onder de 1,4 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOS in de bovengrond (0-0,5 mmv) voor enkele gebieden in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s. In de rest van het gezoneerde deel van de gemeente ligt de ontgravingskwaliteit onder de 1,4 µg/kg d.s. De ontgravingskwaliteit van de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ligt in het hele gezoneerde deel van de gemeente onder de 1,4 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.3. Tabel 5.3 Resultaten PFOS (in µg/kg d.s.) gemeente Haarlemmermeer Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,56 0,83 1,24 1,91
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,29 0,47 0,49 0,54
Resultaten PFOA De gemiddelde concentraties aan PFOA liggen in het hele gezoneerde deel van de gemeente Haarlemmermeer onder de 1,9 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOA in het hele gezoneerde deel van de gemeente en voor beide dieptelagen onder de 1,9 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.4. Echter, de deelzones waar de grond op basis van PFOS een beperking kent bepalen de toepasbaarheid van deze grond. Zie hiervoor Bijlage 4, deelkaart 4-5. Tabel 5.4 Resultaten PFOA (in µg/kg d.s.) gemeente Haarlemmermeer Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,51 0,80 0,68 1,15
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,28 0,47 0,48 0,77
Pagina 55 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
5.4
AADUO-gemeenten
PFAS-bodemkwaliteitskaart en statistische kengetallen AADUO-gemeenten In Bijlage 5 wordt de PFAS-bodemkwaliteitskaart (gemiddelde gehalte van de ontvangende bodem en de 80 percentielwaarde van de ontgravingskaart, 8 deelkaarten) weergegeven en in Bijlage 7 worden de kengetallen (percentielwaarden en gemiddelde) weergegeven van de berekening van de verschillende deelzones in de AADUO-gemeenten (Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel) voor de stoffen PFOS en PFOA, in twee dieptelagen. De rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen zijn niet gezoneerd. Resultaten PFOS De gemiddelde concentraties aan PFOS liggen in alle gezoneerde delen van de AADUO-gemeenten onder de 1,4 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOS in de bovengrond (0-0,5 mmv) voor enkele gebieden in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s. In de rest van de gezoneerde delen van de AADUO-gemeenten ligt de ontgravingskwaliteit onder de 1,4 µg/kg d.s. De ontgravingskwaliteit van de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ligt in alle gezoneerde delen van de AADUO-gemeenten onder de 1,4 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.5. Tabel 5.5 Resultaten PFOS (in µg/kg d.s.) AADUO-gemeenten Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,56 0,87 1,35 1,86
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,34 0,58 0,46 0,70
Resultaten PFOA De gemiddelde concentraties aan PFOA liggen in alle gezoneerde delen van de AADUO-gemeenten onder de 1,9 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOA in alle gezoneerde delen van de AADUO-gemeenten en voor beide dieptelagen onder de 1,9 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.6. Echter, de deelzones waar de grond op basis van PFOS een beperking kent bepalen de toepasbaarheid van deze grond. Zie hiervoor Bijlage 5, deelkaart 5-5. Tabel 5.6 Resultaten PFOA (in µg/kg d.s.) AADUO-gemeenten Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,55 0,91 0,98 1,55
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,29 0,46 0,30 0,43
Pagina 56 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
5.5
Gemeente Zaanstad
PFAS-bodemkwaliteitskaart en statistische kengetallen gemeente Zaanstad In Bijlage 6 wordt de PFAS-bodemkwaliteitskaart (gemiddelde gehalte van de ontvangende bodem en de 80 percentielwaarde van de ontgravingskaart, 8 deelkaarten) weergegeven en in Bijlage 7 worden de kengetallen (percentielwaarden en gemiddelde) weergegeven van de berekening van de verschillende deelzones in de gemeente Zaanstad voor de stoffen PFOS en PFOA, in twee dieptelagen. De rijkswegen, provinciale wegen en spoorwegen, alsmede de stortplaatsen Nauerna, De Belt, Vlusch en eiland Bloemendaal, zijn niet gezoneerd. Resultaten PFOS De gemiddelde concentraties aan PFOS liggen voor een deel van het gezoneerde gebied van de gemeente Zaanstad onder de 1,4 µg/kg d.s. en voor een deel boven de 3,0 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOS in de bovengrond (0-0,5 mmv) voor een deel van de gemeente in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s., tevens zijn er gebieden waar de PFOS-kwaliteit bij ontgraven boven de 3 µg/kg d.s. ligt (niet toepasbaar). In de rest van het gezoneerde gebied van de gemeente Zaanstad ligt de ontgravingskwaliteit onder de 1,4 µg/kg d.s.
In de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ligt de ontgravingskwaliteit voor een deel van de gemeente in de kwaliteitsklasse 1,4-3,0 µg/kg d.s. In de rest van het gezoneerde gebied van de gemeente ligt de ontgravingskwaliteit onder de 1,4 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.7. Tabel 5.7 Resultaten PFOS (in µg/kg d.s.) gemeente Zaanstad Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie Niet toepasbaar
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,48 0,79 1,19 1,80 3,55 4,34
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,42 0,50 0,59 0,90 3,13 2,10
Resultaten PFOA De gemiddelde concentraties aan PFOA liggen in het hele gezoneerde gebied van de hele gemeente Zaanstad onder de 1,9 µg/kg d.s. Dit geldt voor zowel de bovengrond (0-0,5 m-mv) als de toplaag van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). De kwaliteit bij ontgraven (gebaseerd op het 80-percentiel) valt voor PFOA in het hele gezoneerde gebied van de gemeente en voor beide dieptelagen onder de 1,9 µg/kg d.s. Zie Tabel 5.8 Echter, de deelzones waar de grond op basis van PFOS een beperking kent of niet toepasbaar is bepalen de algemene toepasbaarheid van deze grond. Zie hiervoor Bijlage 6, deelkaart 6-5 en 6-6.
Pagina 57 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
Tabel 5.8 Resultaten PFOA (in µg/kg d.s.) gemeente Zaanstad Deelgebied (zone) Landbouw/natuur Wonen en industrie Niet toepasbaar
5.6
Bovengrond (0-0,50 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,38 0,62 0,87 1,37 0,76 1,03
Toplaag ondergrond (0,50-1,0 m-mv) Gemiddelde P80 (bij ontgraven) 0,25 0,37 0,38 0,50 0,42 0,60
Conclusies PFAS-bodemkwaliteitskaart
Niet overal voldoet de gemiddelde kwaliteit en de ontgravingskwaliteit (80-percentielwaarde) aan de achtergrondwaarden uit het landelijk Handelingskader. Dit betreft met name de ontgravingskwaliteit voor PFOS in de bovengrond (0-0,5 m-mv). Dit betekent dat er beperkingen kunnen optreden aan het gebruik van de kaart als basis voor de milieuverklaring bodemkwaliteit. De reden voor deze ‘achteruitgang’ in de afgelopen vijf jaar is niet eenduidig te geven. Mogelijk spelen de volgende aspecten een rol: • Er zijn nu meer data beschikbaar, dus een meer betrouwbaar beeld van de uitkomst (verdichting van meetwaarden), maar dus ook een grotere range aan meetwaarden; • Er zijn in het verleden mogelijk toepassingen gedaan met PFAS-houdende grond en baggerspecie, waarvan het PFAS-gehalte onbekend was, dit kan een belasting veroorzaakt hebben in schone gebieden. Doordat er nu meer data zijn komt dit nu aan het licht; • Er is meer duidelijkheid over historische belasting van PFAS op specifieke locaties (zoals kassengebieden, sierteelt), waardoor deelgebieden uitgesloten of afgesplitst zijn (en dus verhoogde waarden weergeven). Conclusies verspreidingsbeeld PFAS rondom Schiphol De uitkomsten laten zien dat verwachtingen met betrekking tot de diffuse verspreiding van PFAS bijgesteld moeten worden.
Bij de actualisatie van de PFAS-bodemkwaliteitskaart is gekeken of sprake is van structureel hogere diffuse PFAS-gehalten rond Schiphol in vergelijking met de gebieden verder daarbuiten, met name in het gebied ten noordoosten van Schiphol. Als er sprake zou zijn van een correlatie zal de belasting in het gebied ten noordoosten van Schiphol onder invloed van de overheersende zuidwestelijke windrichting vermoedelijk het grootst zijn. Uit analyse van de data blijkt echter niet dat in het gebied rondom Schiphol en onder aanvliegroutes sprake is van significant hogere gehalten PFAS in de bodem dan daarbuiten. Conclusies gebruiksmogelijkheden PFAS-bodemkwaliteitskaart 2025 Het grootste deel van de herziene PFAS-bodemkwaliteitskaart voor de regio Noordzeekanaalgebied (8 gemeenten) geeft een gemiddelde kwaliteit en een ontgravingskwaliteit weer die voldoet aan de achtergrondwaarden uit het landelijk Handelingskader van 1,4 µg/kg d.s. voor PFOS en 1,9 µg/kg d.s. voor PFOA. Dit betekent dat er vanuit deze deelgebieden geen beperkingen zijn op basis van PFAS bij toepassen van grond. Zie ook Hoofdstuk 6.
Pagina 58 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
6 Toepassen van PFAS-houdende grond 6.1
Landelijk Handelingskader
Voor het toepassen van PFAS-houdende grond in de regio Noordzeekanaalgebied wordt aangesloten bij het landelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie [Lit. 2]. Bij het toepassen van grond of baggerspecie moet (tot het moment waarop PFAS in de regelgeving verankerd is) rekening worden gehouden met zowel de regels voor genormeerde stoffen (in het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit) als de aanbevelingen van het Handelingskader voor PFAS. De verhouding is als volgt: het Handelingskader vormt een advies over de invulling van de zorgplichten, dat staat naast de bestaande regelgeving voor genormeerde stoffen. Dit betekent dat de toetsingsregels uit de Regeling bodemkwaliteit niet automatisch ook op PFAS van toepassing zijn. Zo wordt bijvoorbeeld de indeling van de bodem, grond of baggerspecie in een kwaliteitsklasse alleen gebaseerd op genormeerde stoffen. Een indeling van een partij grond of baggerspecie in een bepaalde kwaliteitsklasse geeft normaliter duidelijkheid over de toepassingsmogelijkheden. Aanvullend daarop moet de partij op de aanwezigheid van PFAS en daarbij passende toepassingsmogelijkheden worden beoordeeld in het licht van de zorgplichten. De indeling van de ontvangende bodem in een bodemkwaliteitsklasse wordt bepaald op basis van de kwaliteit van genormeerde stoffen.
De toepassingseisen van de stoffen uit het standaard stoffenpakket, aangeduid met een bodemkwaliteitsklasse (landbouw/natuur, wonen of industrie) bepalen ook de toepassingseis van PFAS. Wanneer grond ook op PFAS is onderzocht (partijkeuring) of wanneer gebruik wordt gemaakt van de PFAS-bodemkwaliteitskaart (ontgravingskaart) en de uitkomst is een PFAS-gehalte hoger dan de waarde van 1,4 µg/kg d.s. (PFOS of overige PFAS) of 1,9 µg/kg d.s. (PFOA), moet worden bepaald of toepassing op basis van het PFAS-gehalte én op basis van de genormeerde stoffen nog steeds is toegestaan. Ligt het gehalte (uitkomst partijkeuring of ontgravingskwaliteit BKK) aan PFAS lager dan 1,4/1,9 µg/kg d.s. dan heeft PFAS geen invloed op de toepasbaarheid van de grond. Dit geldt dus ook wanneer grond wordt ontgraven uit een deelgebied (zone) op de PFASbodemkwaliteitskaart en gebruik wordt gemaakt van de ontgravingskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit. De reguliere bodemkwaliteitskaart (met de bodemkwaliteitsklassen die daarop gedefinieerd zijn) kan worden gebruikt als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit voor de ontvangende bodem bij het toepassen van grond. Een indeling van de ontvangende bodem in een bodemkwaliteitsklasse wordt bepaald op basis van de genormeerde stoffen, het gehalte aan PFAS kan dit niet beïnvloeden.
Een partij grond met een gehalte aan PFOS (of overige PFAS) hoger dan 1,4 en tot maximaal 3 µg/kg d.s. of een gehalte aan PFOA hoger dan 1,9 en tot maximaal 7 µg/kg d.s. mag worden toegepast binnen een zone met als toepassingseis kwaliteitsklasse wonen of industrie op basis van de genormeerde stoffen. In onderstaande Tabel 6.1 wordt een overzicht gegeven van de toepassingswaarden die kunnen worden gehanteerd in situaties waarin grond en baggerspecie wordt toegepast op de landbodem. Hiermee wordt Pagina 59 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
invulling gegeven aan de specifieke zorgplicht. Voor andere situaties dan die in de tabel genoemd staan wordt verwezen naar het landelijk Handelingskader [Lit. 2]. Tabel 6.1
Toepassingswaarden PFAS bij toepassingen van grond en baggerspecie op de landbodem of bij verspreiden van baggerspecie
Bodemkwaliteitsklasse*
Bodemfunctieklasse
Toepassingswaarde (µg/kg d.s.) PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3
Wonen of industrie
Wonen of industrie
Landbouw/natuur
Wonen of industrie
PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4
Landbouw/natuur, wonen of industrie
Landbouw/natuur
PFOS = 1,4 PFOA = 1,9 Overige PFAS = 1,4
Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder a van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): verspreiden inclusief verspreiden in weilanddepots van baggerspecie afkomstig uit regionale wateren op aangrenzende percelen of op landbouwgronden gelegen tot 10 km afstand van de plaats van vrijkomen
PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3
Grond en baggerspecie grootschalig toepassen
PFOS = 3 PFOA = 7 Overige PFAS = 3
Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden
Gebiedskwaliteit, indien niet bekend 0,1
*op basis van de genormeerde stoffen 6.2
Gebruik van de PFAS-bodemkwaliteitskaart bij toepassen van grond of baggerspecie
De PFAS-bodemkwaliteitskaart geeft de gemiddelde kwaliteit weer. Van deze kaart is een ontgravingskaart afgeleid (op basis van de 80-percentielwaarde, de P80). In de uitvoeringspraktijk wordt dus alleen gebruik gemaakt van de ontgravingskaart, want voor de kwaliteit van de ontvangende bodem wordt, zoals in paragraaf 6.1 (landelijk Handelingskader) aangegeven, alleen gebruik gemaakt van de bodemkwaliteitskaart voor de genormeerde stoffen. De PFAS-bodemkwaliteitskaart dient binnen de regio Noordzeekanaalgebied als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit bij toepassen van grond voor wat betreft het PFOS/PFOA-gehalte uit de regio en (gerijpte) baggerspecie binnen de gemeente. De PFAS-bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de bodemkwaliteit van bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv. Bij toepassen van grond afkomstig van bodemlagen dieper dan 1,0 m-mv is de kaart niet zonder meer als milieuverklaring bodemkwaliteit te gebruiken. Dan zal specifiek bodemonderzoek op locatie aan de orde zijn, behalve wanneer uit vooronderzoek blijkt dat de ondergrond niet verontreinigd
Pagina 60 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
is of kan zijn (geen bron of verdenking, de laag erboven geeft een PFAS-waarde ≤ 1,4/1,9/1,4 µg/kg d.s.). Dan hoeft de ondergrond dieper dan 1,0 m-mv niet onderzocht te worden. 6.3
Vooronderzoek PFAS
Altijd vooronderzoek uitvoeren Bij alle gevallen van het ontgraven en toepassen van grond en bagger geldt dat er vooronderzoek moet plaatsvinden, waaruit blijkt of de bodemkwaliteit van de ontgravings- of de toepassingslocatie niet is beïnvloed door een bronlocatie. De kaart betreft namelijk een weergave van de algemene diffuse bodemkwaliteit en bevat geen volledige weergave van (potentiële) bronlocaties en daaruit volgend verspreidingsgebied. Van een reële verdenking is in ieder geval sprake indien op een locatie PFAS-houdend blusschuim is gebruikt of gewerkt is met PFAS, dan wel het aannemelijk is dat de locatie door verspreiding van PFAS, anders dan de diffuse verspreiding van PFOS en PFOA, dermate belast is dat dit kan leiden tot een beperking bij het toepassen van de grond of bagger. Een vooronderzoek moet worden uitgevoerd conform NEN 5725 of de ARVO voor locaties in Amsterdam. De in deze documenten genoemde informatiebronnen moeten worden geraadpleegd. Een aantal aanvullende bronnen kunnen informatie leveren over verdenking op PFAS: • Kroniek van branden. Een aantal brandweerkorpsen heeft bijgehouden welke branden zijn geblust en of daar mogelijk blusschuim bij is gebruikt; • In het document ‘Een handelingskader voor PFAS. Mogelijkheden voor het omgaan met PFAS in grond en grondwater’ [Lit. 11] en ‘Bronnen van PFAS voor het Nederlandse oppervlaktewater’ [Lit.
12] staat meer informatie over bronnen van PFAS en PFAS-houdende producten. Als uit het vooronderzoek een verdenking op PFAS naar voren komt moeten PFAS in het daarop volgend verkennend bodemonderzoek worden meegenomen. Daarbij moet in ieder geval op de stoffen PFOS en PFOA worden geanalyseerd. Bij een verdenking op andere PFAS-verbindingen moeten deze ook worden meegenomen in het bodemonderzoek. Als slechts een diffuse verontreiniging met PFAS wordt verwacht, zonder beïnvloeding door een bron, zijn geen veldonderzoek en analyses op PFAS nodig. Bronnen van PFAS Waar PFAS is geproduceerd, opgeslagen of gebruikt kunnen deze stoffen in het milieu zijn gekomen. Door uitstoot, morsen en calamiteiten kan op deze locaties bodemverontreiniging met PFAS zijn ontstaan. Dit zijn de primaire bronlocaties. Doordat PFAS niet of nauwelijks afbreken blijven deze langdurig aanwezig in het milieu. Daarom moet ook rekening worden gehouden met het al dan niet bewust verspreiden en verplaatsen van PFAS-houdende producten en (afval)stoffen naar andere plaatsen. Dat zijn de secundaire bronlocaties. Belangrijke primaire bronlocaties voor PFAS zijn onder andere: • Locaties waar PFAS-houdend blusschuim is gebruikt. Hieronder vallen brandweerkazernes, brandweeroefenplaatsen, (bedrijfs)locaties waar is geoefend of demonstraties zijn gehouden met blusmiddelen.
Denk ook aan bedrijven die BHV-trainingen geven;
Pagina 61 van 76
PFAS-Bodemkwaliteitskaart – Regio Noordzeekanaalgebied 2025
• Locaties waar branden zijn geblust. PFAS-houdend blusschuim is voornamelijk gebruikt bij het bestrijden van branden met brandbare vloeistoffen. Denk hierbij ook aan autobranden; • Galvanische industrie. Bij oppervlaktebehandeling van metalen, vooral verchromen, worden PFAS als nevelonderdrukker toegepast; • Papier, karton en verpakkingsindustrie. PFAS-verbindingen worden toegepast bij oppervlaktebehandeling en het water- en vetafstotend maken van materialen en producten; • Textielindustrie. Water- en vuilafstotend maken van textiel (outdoorkleding), leer en schoenen, tapijt, meubelstoffen; • Voormalige en huidige (glas)tuinbouwbedrijven. Het vermoeden bestaat dat bij bepaalde teelten en gewassen PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen zijn of worden gebruikt; • Productie van cosmetica. PFAS kan zijn toegevoegd om deze waterafstotend of langer houdbaar te maken. Als secundaire bronlocaties van PFAS worden onder andere beschouwd: • Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). Via de riolering kan PFAS-houdend afvalwater zijn geloosd. PFAS worden niet in de waterzuivering afgebroken en kunnen bij calamiteiten op of nabij de locatie van de zuivering in de bodem zijn gekomen. Via lozing van het effluent van de zuivering kan PFAS vervolgens in oppervlaktewater komen.
Ook zuiveringsslib en andere restfracties kunnen PFAS bevatten; • Afvalverwerking, voornamelijk afvalverbrandingsinstallaties. De verbrandingstemperatuur in een reguliere verbrandingsinstallatie is te laag om PFAS-verbindingen af te breken. Uitstoot naar de lucht kan leiden tot diffuse belasting met PFAS in de nabijheid van de verbrandingsinstallatie en de omgeving. Verbrandingsresten zoals bodemas kunnen PFAS bevatten. In het verleden kan dit zijn toegepast zonder dat het op PFAS is onderzocht. Huidige toepassingen van bodemas in de regio Noordzeekanaalgebied zijn gecertificeerd en bevatten geen PFAS; • Stortplaatsen. Huisvuil en bedrijfsafval kan PFAS bevatten. In het verleden kunnen stortplaatsen zijn afgedekt met PFAS-houdende grond; • Locaties waar met PFAS belaste grond, slib en bagger is opgebracht of toegepast. Gebieden ingedeeld als ‘niet toepasbaar’, niet-gezoneerde (grijze) gebieden of bronlocaties Inherent aan het gebruik van een bodemkwaliteitskaart gelden uitsluitingen. De op de kaart als ‘niettoepasbaar’ gemarkeerde gebieden, niet-gezoneerde (grijze) gebieden, evenals bronlocaties en gevallen van ernstige bodemverontreiniging zijn principieel uitgesloten van het gebruik van een bodemkwaliteitskaart als grondslag voor een milieuverklaring bodemkwaliteit. Dergelijke bronlocaties komen bij het vooronderzoek naar voren.
Is sprake van een bronlocatie binnen het op de kaarten gemarkeerde gebied, dan gelden de kaarten niet als representatieve en geldige milieuverklaring bodemkwaliteit en dient lokaal bodemonderzoek naar de specifieke bodemkwaliteit gedaan te worden. Voor de niet-gezoneerde (grijze) gebieden op de ontgravingskaart is toepassing op basis van de PFASbodemkwaliteitskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit ook niet zonder meer mogelijk. Hiervoor is (zoals altijd) tenminste een vooronderzoek naar mogelijke PFAS-bronnen noodzakelijk en een andere geldige milieuverklaring bij een voorgenomen toepassing.