Bijlage 1a concept m.e.r.-beoordeling Holterbergdistrict Amstel III.pdf
Tekst van het document
Blad 81 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Het bevorderen van een gezonde levensstijl is juist in dit gebied belangrijk. Een groot deel van zowel de kinderen als volwassenen in Bijlmer Centrum hebben overgewicht. Het gebied heeft het op één na hoogste percentage aan inwoners met overgewicht van alle deelgebieden in Amsterdam (gebiedsagenda ZO, 2019). In de gebiedsagenda van Amsterdam Zuidoost wordt overgewicht dan ook aangewezen als een van grote op te lossen opgaves van de komende jaren. Naast overgewicht komt (ernstige) eenzaamheid ook relatief vaak voor in dit stadsgebied. Ruimtelijke maatregelen die bewegen en sociale interactie binnen de wijk bevorderen kunnen dus sterk bijdragen aan het bevorderen van de gezondheid binnen Amsterdam Zuidoost.
11.1.4
Effecten Sport en bewegen Met de ontwikkeling van het plangebied komt er veel meer ruimte in het plangebied voor voetgangers en fietsers. De auto krijgt een minder prominente rol. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om te voet of fietsend door het gebied te gaan. Daarnaast biedt het toevoegen van parkjes en openbare sport- en speelplekken ook meer mogelijkheden om in de openbare ruimte te bewegen en sporten. De ontwikkeling heeft dus een zeer positieve impact op de mate waarin de omgeving bewegen en sporten stimuleert. Hierom zijn alle alternatieven als positief (+) beoordeeld. Wel dient geborgd te worden dat deze positieve impact op de openbare ruimte ook werkelijk wordt uitgevoerd door de ontwikkelaar enerzijds en de gemeente anderzijds. Lifestyle Door de transformatie naar gemengd woon-werk gebied zullen er veel meer voorzieningen in het gebied komen. Door het toevoegen van supermarkten en andere voedselaanbieders wordt het voedselaanbod in het gebied diverser en toegankelijker. Hiermee nodigt de omgeving meer uit tot het maken van gezonde keuzes dan dat in de huidige situatie het geval is. Na de transformatie is er ook veel meer ruimte voor ontmoeting in het plangebied. Bijvoorbeeld in parkjes en openbare sport- en speelplekken. Mogelijkheden om samen te komen in de openbare ruimte kunnen een impuls geven aan de sociale cohesie in de wijk.
Ook hiermee vindt dus een verbetering van de huidige situatie plaats. Na de ontwikkeling zal de omgeving een gezonde lifestyle dus veel meer bevorderen dan dat nu het geval is. Hierom zijn alle alternatieven met positief (+) beoordeeld.
11.1.5
Beoordeling Toets aan milieueffecten In de tabel hieronder is de samenvattende beoordeling gegeven van de criteria relevant voor het aspect gezondheidsbevordering. Aspect Sport en bewegen Lifestyle
Beoordelingscriteria Mate waarin de omgeving sport en bewegen bevordert Mate waarin de omgeving een gezonde lifestyle stimuleert
Blad 82 van 155
Score + +
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Extra impuls voor gezondheidbevorderende elementen/activiteiten bij nieuwe ontwikkelingen Een voorwaarde is dat wordt voorzien in voldoende speelplekken en sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Daarnaast is het van belang dat de aanleg van kleinschalige moestuinen waar mogelijk wordt gestimuleerd en schoolpleinen, speelplaatsen en sportvelden rookvrij wordt verklaard. Ook het stoken van hout wordt ontmoedigd. Naast de inzet van de gemeente voor algemene openbare voorzieningen is het van belang dat ook per ontwikkeling een extra impuls gevraagd wordt voor gezondheidsbevorderende elementen en activiteiten.
11.2
Gezondheidsbescherming
11.2.1
Beleidskader De tabel hieronder geeft een beknopte samenvatting van de relevante beleidsstukken in relatie tot de gezondheidsbescherming van het individu. Kader
Amsterdamse Nota Gezondheidsbeleid 2021-2025
▪
▪
▪
Gebiedsagenda Zuidoost 20192022
▪
▪
▪ Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen (2018)
11.2.2
▪
Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Gemeentelijk beleid Het ontwikkelen van een gezonde stad is een kernopgave van de gemeente Amsterdam. De Nota Gezondheidsbeleid vormt daarbij de beleidsbasis voor het gezondheidsbeleid van de gemeente. Preventie is een van de belangrijkste middelen om een gezonde stad te creëren. Gezondheid en levensstijl moeten daarbij niet losstaand maar benadert worden vanuit de systemen waarin mensen leven. Gezondheid is daarom een vast onderdeel van de belangenafweging in ruimtelijk beleid. De vijf belangrijkste kenmerken van een gezonde omgeving zijn daarbij: o Rookvrij o Een gezond voedselaanbod o Een gezond buitenmilieu (geen luchtverontreiniging en geluidsoverlast) o Voldoende beweegmogelijkheden o Ruimte voor rust en sociale ontmoeting. In een gebiedsagenda zijn opgaven en kansen van een gebied vertaald naar prioriteiten en doelstellingen voor een periode van vier jaar. Het wordt gebruikt om gebiedspecifieke opgaven goed mee te laten wegen in beleidskeuzes. De doelstellingen van de Gebiedsagenda Zuidoost zijn onder andere: o het vergroten van de kwaliteit en bruikbaarheid van de openbare ruimte door het toevoegen van meer groen en water.
het verbeteren van duurzame mobiliteit (meer ruimte komen voor voetgangers en fietsers) De Amsterdamse referentienorm geeft aan hoeveel groen, spelen, sport en andere maatschappelijke functies gerealiseerd moeten worden bij nieuwe ontwikkelingen. Dit moet zorgen voor een kwalitatief voldoende en divers aanbod en een betere verankering van deze niet-woonfuncties in de groei van de stad.
Beoordelingskader Het thema ‘gezondheid’ omvat de aspecten, die de fysieke gezondheid van mensen in het gebied en omgeving bepaalt en/of bevordert. Het gaat daarbij om gezondheidsbescherming tegen milieueffecten. Ten grondslag hieraan ligt gezondheidsbeleid van de gemeente Amsterdam. In deze concept m.e.r.-beoordeling wordt er op de onderstaande criteria getoetst.
Blad 83 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Thema Gezondheidsbescherming
Aspect Hittestress Lichthinder Stralingshinder
Beoordelingscriterium Stedelijk hitte-eilandeffect De mate van lichthinder door verkeer en gebouwen De mate van stralingshinder door zendmasten en kabels en leidingen
Methodiek Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief
Gezondheidsbescherming heeft te maken met de externe werking van fenomenen buiten bewoners en gebruikers om. Zij kunnen hier zelf niet actief op aansturen. Naast thema’s als geluidhinder en luchtverontreiniging, die in eerdere paragrafen zijn beschreven, gaat het in deze paragraaf om overige aspecten zoals hittestress, lichthinder en stralingshinder.
11.2.3
Huidige en referentiesituatie De huidige situatie is gelijk aan de referentiesituatie voor de aspecten onder het thema gezondheid. Hittestress Bij hittestress, ook wel warmtestress genoemd, kan je lichaam de warmte moeilijk kwijt. Hittestress kan verschillende gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals uitdroging, vermoeidheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Hittestress komt voor wanneer er in toenemende mate warme nachten zijn (hittegolven) waardoor de hitte niet verdreven wordt. In Nederland stijgt tijdens hittegolven de sterfte met 12% (ongeveer 40 doden per dag extra) (bron: Factsheet Climate Proof Cities, TNO). Hittestress ontstaat dus wanneer warmte niet kan ontsnappen. In sterk bebouwde omgeving blijft warmte lang hangen als gevolg van de stenige omgeving. In de stad zijn deze effecten dus het grootst, zoals de figuur schematisch weergeeft. Dit wordt het hitte-eiland effect genoemd.
Figuur 11-2 Het effect van hitte in de stad (Bron: KNMI).
Binnen het plangebied kan de gevoelstemperatuur met de huidige inrichting oplopen tot 46°C. Met de verhouding aan verhard oppervlak ten opzichte van de groenstructuur is het plangebied kwetsbaar voor hitte. Door de realisatie van een doorlopende groenstructuur, koele verblijfplaatsen en door de modernisering van bestaande gebouwen kan met de ontwikkeling van het plangebied worden bijgedragen aan de afname van hittestresseffecten.
Blad 84 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Het overgrote deel van het plangebied bestaat uit verhard oppervlak. Er is weinig ruimte voor groen en water. In de referentiesituatie zal meer ruimte komen voor groen en water. Daarnaast groeit ook de hoeveelheid verharding in het gebied, maar door een andere indeling van het gebied (bouwen in de hoogte) wordt het percentage verhard oppervlak kleiner. In de figuur hierna is het stedelijk hitte-eiland effect (UHI) van het plangebied afgebeeld in de huidige situatie. De kaart geeft een voorspelling van het stedelijk hitte-eiland effect in de huidige situatie op basis van verschillende onderliggende kaartgegevens: de bevolkingsdichtheid, windsnelheid, hoeveelheid groen, water en verharding. Het resultaat is het gemiddelde luchttemperatuurverschil tussen de stedelijke en omliggende landelijke gebieden. Boven de 1 graad is er sprake van een significant waarneembare hitte.
Figuur 11-3 Hittestress gevoelstemperatuur in het plangebied in de huidige situatie (Bron: Gemeente Amsterdam, klimaatadaptatie).
Wat opvalt is dat het buitengebied ten westen van het plangebied een koelere temperatuur heeft dan het gebied met meer hoogbouw ten oosten ervan. Dit komt door de verhouding tussen verharding, groen en water. Op de plekken waar water het gebied doorsnijdt (in het midden horizontaal) en waar bomen staan (gesitueerd in en langs de linker zijde van het plangebied), draagt dit bij aan een daling van het stedelijk hitte-eiland effect. De warmte in het gebied wordt veroorzaakt door verharding, zwarte daken en naastgelegen hoogbouw. Te zien is dat het grootste gedeelte van het plangebied een hitte-eiland effect ondervindt van 1,8-2,0 °C. Hier treedt een grote mate van hittestress op.
Blad 85 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Door het toenemende aantal hittegolven kan in de referentiesituatie de hittestress in dit gebied toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast heeft de hitte een effect op een groter aantal personen door de toename van bewoners en bezoekers van het plangebied. Lichthinder Nachtelijke verlichting maakt het mogelijk dat mensen langer actief kunnen zijn, denk aan sporten of uitgaan. Daarnaast draagt het bij aan de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Ook de economie draait in de nachtelijke uren verder door verlichting, zoals transport, kassen en reclame. Nachtelijke verlichting heeft ook een keerzijde. Doordat er veel constante nachtelijke verlichting aanwezig is, met name in een stad waar veel activiteiten continu zijn, zijn veel gebieden (indirect) constant verlicht. Slaap en donkerte is een essentieel onderdeel van het biologische ritme van mens en dier. Wanneer er constant teveel licht aanwezig is, heeft het lichaam moeite in de rusten slaapstand te geraken. Dit heeft een negatief effect op de slaapperiode die benodigd is om volledig uit te rusten. Wanneer er sprake is van ongemak als gevolg van overbelichting, spreekt men van lichthinder. In bestaande stedelijke gebieden is er op veel plekken constant verlichting. Dit komt door straatverlichting langs straten en fietsroutes en vanuit woontorens en bedrijven.
Lichthinder kan in kaart gebracht worden door iets te zeggen over de hemelhelderheid uitgedrukt in mcd/m² en het aantal zichtbare sterren onder een hoek van 45 graden vanaf een specifieke locatie. Voor een donker buitengebied (zoals de Veluwe of het Waddengebied) geldt dat de hemelhelderheid niet meer 0,2 mcd/m² bedraagt – hoe lager, hoe beter dus. Zoals te zien op de figuur hieronder is dat het plangebied een hemelhelderheid heeft van 6,5 tot 7,0 mcd/m². Ten opzichte van de hoogste waarde van 7,8 mcd/m² in de Bijlmer en de waarde van 3,0 mcd/m² in het buitengebied, bedraagt de hemelhelderheid van het plangebied een relatief hoge waarde.
Figuur 11-4 Hemelhelderheid uitgedrukt in mcd/m² links en aantal zichtbare sterren rechts (plangebied in het wit) (Bron: publieksrapport Lichtvervuiling boven Amsterdam).
De andere maatstaaf is het aantal zichtbare sterren aan de hemel. Voor een buitengebied (zoals de Veluwe of het Waddengebied) geldt dat er onder een hoek van 45 graden ongeveer 1.200 zichtbare sterren aan de hemel staan, en bij vrij zicht tot de horizon zelfs 4.500. In Amsterdam is vrij zicht tot de horizon nagenoeg nergens aanwezig. Onder een hoek van 45 graden zijn er dan zo’n zeventig tot negentig sterren zichtbaar in het plangebied. Dit komt door nabijheid van hoogbouw, bedrijvigheid en transportroutes.
Blad 86 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Er zijn geen berichten of klachten bekend van bedrijven in en rondom het plangebied in de huidige situatie leiden tot lichthinder. Stralingshinder Bij een hoogspanningskabel (ondergronds) kan een sterke magneetveldzone optreden met een breedte van ca. 10 meter aan weerszijden van de kabel. Langs de westzijde van het plangebied loopt de ondergrondse 150kV kabel Venserweg-Bijlmer Zuid, dit is verbeeld onderstaand figuur. De afstand van de 150kV kabel tot het plangebied bedraagt, vanwege de tussenliggende weg, meer dan 10 meter. Dit geldt niet voor het plandeel aan de NW-zijde, omdat de kabel hier het plangebied doorkruist. Echter, het noordelijk deel is zodanig met geluid belast, dat hier geen woningbouw of andere zeer gevoelige functies worden verwacht. Het beleid van het ministerie richt zich op de bescherming van kinderen tegen Tesla-straling.
Figuur 11-5 De ligging van de 150kV kabel (blauw) ten opzichte van het plangebied (rood) (bron: HoogspanningsNet Netkaart).
Op basis van voorgaand onderzoek van TenneT (150kV-verbinding Venserweg-Bijlmer Zuid; Ruimtelijke Onderbouwing Aanvraag omgevingsvergunning) wordt geconcludeerd dat de 150kV kabel Venserweg-Bijlmer Zuid geen magneetveldzone heeft en dus geen gezondheidsrisico’s veroorzaakt. De 150kV kabel heeft hierdoor geen impact op de planontwikkeling.
11.2.4
Effecten Hittestress Het planvoornemen voorziet met het laagste programma al in een aanzienlijke toevoeging van gebouwen (FSI = 2,5) in het plangebied. Door de bouwmassa die in het gebied wordt toegevoegd is sprake van een negatief effect op hittestress. Gebouwen houden warmte vast en weerkaatsen deze ten delen ook weer het gebied in. Positief effect van de transformatie, zoals opgenomen in het planvoornemen, is dat de gevels en daken zoveel mogelijk groen worden uitgevoerd. Dit is positiever dan de huidige daken. Doordat het zwarte, warmte-vasthoudend dakoppervlak verdwijnt en stenige gevels veelal groen worden uitgevoerd, blijft er minder hitte in het gebied hangen. Daarnaast is het ook positief dat het gebied flink groener wordt en het wateroppervlak toeneemt. Dit heeft ook afzwakkend effect op de
Blad 87 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
hittestress in het gebied. Overall bezien is echter wel de verwachting dat de hittestress in het gebied toeneemt als gevolg van de transformatie, ook al wordt er groen toegevoegd. Des te meer groen en groene daken, des te kleiner het negatieve effect. Wanneer in de hoogte wordt gebouwd, kan het percentage groen en water behouden worden. Wel zal de toename in bebouwing meer warmte opnemen, waardoor het stedelijk hitte-eiland een hogere temperatuur zal hebben en de hittestress hoger is als het programma toeneemt. Lichthinder Lichthinder is in de huidige situatie al relatief hoog. Door het toevoegen van woningen en bedrijven in het plangebied is de verwachting dat de lichtemissie zal toenemen. De bijdrage van woningen aan de lichthinder ligt lager dan bij bedrijven. Gedurende dag en nacht zullen meer mensen in het gebied verblijven, waardoor er meer lichthinder wordt ervaren. Ook is het gebied voor nachtdieren minder toegankelijk. Het effect van lichthinder als gevolg van de ontwikkeling van het plangebied is daarom licht-negatief ten opzichte van het referentiesituatie. Stralingshinder De transformatie draagt niet bij aan de mate van schadelijke elektromagnetische straling (met een elektromagnetisch veld van meer dan 0,4 micro-tesla).
Wel dient rekening gehouden te worden met de veilige afstand tot elektromagnetische bronnen aan de noordzijde van het plangebied om stralingshinder te voorkomen.
11.2.5
Beoordeling Toets aan milieueffecten In de tabel hieronder is de samenvattende beoordeling weergegeven van de criteria relevant voor het aspect gezondheidsbescherming. Tabel: Beoordeling gezondheidsbescherming. Aspect Beoordelingscriteria Stedelijk hitte-eilandeffect Hittestress Lichthinder Stralingshinder
De mate van lichthinder door verkeer en gebouwen De mate van stralingshinder door zendmasten en kabels en leidingen
Score 0/0/0
Gezondheid scoort over het algemeen neutraal. Van de milieuaspecten bezien ligt er alleen een opgave bij de hittestress. Dit kan echter met duidelijke spelregels voor de ontwikkelaars grotendeels worden ondervangen. Hittestress kan op lokaal niveau (en op gebouwniveau) opgelost worden. Per ontwikkeling worden hier afwegingen voor gemaakt. Op gebiedsniveau zijn nadere keuzes niet nodig. Voor stralingshinder is afstand houden voldoende 2. Zie de onderstaande maatregelen hieronder om eventuele nadelige effecten te mitigeren. Er zijn geen nadere keuzes nodig voor deze onderdelen. Voor het aspect ‘gezondheidsbescherming’ worden geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
2
Rijksoverheid 2019, Het batterijenlandschap
Blad 88 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Maatregelen verkennen ter beperking van de potentiële hittestress Om lokaal koele plekken te creëren en stadsbreed de luchttemperatuur te verlagen kan bij de stedenbouwkundig uitwerking gekeken worden naar de afstand tot koelte, schaduw op loopgebied en het percentage groen. Ook bij de vormgeving van gebouwen wordt het aangeraden aandacht te besteden aan het voorkomen van hittestress (er kan bijv. gedacht worden aan verticaal groen of weerkaatsende materialen). Maatregelen verkennen ter beperking van de potentiële toename lichtvervuiling In het Beleidskader Verlichting Amsterdam zijn voor het beperken van lichtvervuiling drie pijlers opgesteld ten behoeve van het minimaliseren/terugdringen van de lichtvervuiling3: 1. Licht op maat – toepassing van licht op maat per gebiedstypering, zoals benoemt in het beleidskader; 2. Duurzaamheid – voorkom strooilicht en hinderlijke uitstraling door een toetsing van een verlichtingsplan per situatie; 3. Innovatie - op basis van een kostenbatenanalyse wordt een afwegingskader opgesteld waarmee bij nieuwbouwprojecten de keuze tussen combi- en solonet gemaakt wordt. Verder kunnen met gebouweigenaren afspraken worden gemaakt om lichtuitstraling te beperken.
Geen kwetsbare groepen binnen de 0,4 microtesla-contour van de hoogspanning Voor kwetsbare groepen, zoals kinderen tot 15 jaar, worden geen gebouwen en/of verblijfsplaatsen binnen de 0,4 microtesla-contour gemaakt. Dit betekent dat buiten deze contouren ruimte wordt gezocht voor woningen, kinderdagverblijven, scholen en speeltuinen.
3
Gemeente Amsterdam 2017, Beleidskader Verlichting
Blad 89 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
12
Effecten ecologische waarden
12.1
Beleidskader Het kader voor wetgeving en beleid voor het aspect ecologie is samengevat weergegeven in . Tabel 12-1: Kader wetgeving en beleid ecologie. Kader Belangrijkste randvoorwaarde / uitgangspunt Nationaal beleid Wet natuur▪ De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurbescherming (Wnb) gebieden, soorten en bos regelt. Een onderdeel uit de Wnb is de gebiedsbescherming. Hieronder vallen de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Voor elk gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan. ▪ Het tweede onderdeel uit de Wnb is soortenbescherming. Deze zijn ingedeeld in diverse categorieën met verschillende verbodsbepalingen. Hiermee worden soorten die op de zogeheten ‘rode lijst’ staan beschermd, zoals de vleermuis, de huismus, noordse woelmuis, etc. Negatieve effecten op de beschermde soorten zijn in beginsel niet toegestaan. Potentiële effecten dienen gemitigeerd te worden opdat er geen negatieve effecten optreden. ▪ Het derde onderdeel uit de Wnb is de bescherming van houtopstanden (bossen en rijenbeplantingen) geregeld. Voordat een houtopstand die onder de Wnb valt, geveld kan worden, moet een kapmelding worden gedaan bij de provincie Noord-Holland.
Natuurnetwerk ▪ Gebieden aangewezen als ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN) zijn beschermd via het Nederland (NNN) ruimtelijke ordeningsrecht. Provinciaal beleid Bijzonder ▪ Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) omvat in Noord-Holland gebieden die Provinciaal landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. landschap Kernkwaliteiten van het gebied mogen niet in het geding komen.
12.2
Beoordelingskader Ecologie is beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria. Thema
Ecologie
Aspect Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland BPL Ecologische waarden Beschermde soorten
Beoordelingscriterium De mate van aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen De mate van aantasting van NNN De mate van aantasting van het BPL De mate van aantasting van de ecologische waarden De mate van aantasting en versterking op de instandhouding van beschermde soorten
Methodiek Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief
Onderzoeksopzet Voor dit thema is er een natuurtoets uitgevoerd naar beschermde soorten en gebieden. Onderdeel hiervan is ook een onderzoek naar de impact op Natura 2000-gebieden. De effecten van stikstofdepositie zijn onderzocht in een separaat onderzoek.
Blad 90 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
12.3
Huidige en referentiesituatie De huidige situatie en de referentiesituatie zijn voor het aspect ecologie gelijk.
12.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Rondom het plangebied liggen meerdere Natura 2000-gebieden, elk met een eigen beheerplan en instandhoudingsdoelstellingen. Omdat het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma een afkap van 25 kilometer rondom ingevoerde bronnen kent, vallen meerdere Natura 2000-gebieden onder het invloedsgebied van het plangebied het plangebied. De figuur hieronder toont welke Natura 2000-gebieden rondom Amsterdam sowieso relevant zijn voor het voornemen. Op basis van het stikstofonderzoek kan echter blijken dat effecten verder reiken en meer natuurgebieden binnen dit invloedsgebied vallen.
Figuur 12-1: Ligging Natura 2000-gebieden rondom het plangebied (rood).
Het gaat om de volgende Natura 2000-gebieden met afstanden en beschermingsregime. De Natura 2000-gebieden die enkel onder Vogelrichtlijn vallen in de kaart hierboven (blauw) zijn niet opgenomen aangezien deze niet stikstofgevoelig zijn. Tabel 12-2: Natura 2000-gebieden rondom het plangebied. Natura 2000-gebied Beschermingsregime Botshol Habitatrichtlijn
Blad 91 van 155
Afstand 4,5 km
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Oostelijke Vechtplassen Naardermeer Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske Polder Westzaan Wormer en Jisperveld & Kalverpolder Kennemerland-Zuid Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
12.3.2
Habitat- en Vogelrichtlijn Habitat- en Vogelrichtlijn Habitat- en Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn Habitat- en Vogelrichtlijn Habitatrichtlijn Habitat- en Vogelrichtlijn
8,5 km 10,0 km 13,0 km 17,0 km 20,0 km 23,0 km 25,0 km
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Noord-Holland geen externe werking. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden. In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 500 meter ten westen van het plangebied. De beheertypen van dit gebied zijn: Vochtig bos met productie (N16.04) en nog om te vormen landbouwgronden naar natuur. De ligging van het plangebied ten opzichte van NNN is weergegeven in de figuur hieronder.
Figuur 12-2: Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (geel).
Blad 92 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
12.3.3
Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) omvat in Noord-Holland gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Onder andere de (in de Provinciale Ruimtelijke Verordening juni 2019 apart genoemde) weidevogelleefgebieden zijn opgenomen in de Bijzonder Provinciale Landschappen. Het BPL is zo concreet mogelijk beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Bij het BPL moet in de provincie Noord-Holland getoetst worden of de kernkwaliteiten van dat gebied in het geding komen. Het plangebied ligt niet in Bijzonder Provinciaal Landschap. Het dichtstbijzijnde BPL, zijnde de Amstelscheg, ligt op circa 350 meter ten westen van het plangebied (zie figuur 8-3 op de volgende pagina). Tussen het plangebied van het plangebied en het PBL ligt een bedrijventerrein en een snelweg (A2).
Figuur 12-3: Bijzonder provinciaal landschap in de omgeving van het plangebied (noord-holland.terceraro.nl).
12.3.4
Ecologische waarden Het plangebied is grofweg in te delen in vier onderdelen die ecologisch hun eigen waarden hebben. Het gaat om: gebouwen, groene lanen, water en bermen. De bestaande waarden zijn overigens laag. Gebouwen Een groot deel van het plangebied bestaat uit bebouwing. Vleermuizen en verschillende vogelsoorten kunnen deze gebouwen gebruiken voor hun verblijfplaatsen en nesten. Daarbij gebruiken vleermuizen de gaten, holtes en kieren in vooral bakstenen gebouwen. In onderstaande
Blad 93 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
tabel en bijbehorende figuur is aangegeven welke gebouwen mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats voor diverse soorten.
Figuur 12-4: Nummering gebouwen in het plangebied.
Blad 94 van 155
Concept m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van Projectnota Holterbergdistrict Amstel III te Amsterdam Zuidoost projectnummer 0475785.100 5 juni 2023 revisie 07 Wooden City I B.V.
Tabel 12-3: Mogelijke geschiktheid gebouwen voor verblijfplaatsen van vleermuizen, of nesten van huismus (HM), gierzwaluw (GZ), grote gele kwikstaart (GGK) (X= geschikt/aanwezigheid zonder nader onderzoek niet met zekerheid uit te sluiten, - = niet geschikt), of andere vogelsoorten (O: mogelijk aanwezig, beschermd bij concreet broedgeval, geen onderzoek nodig bij werken buiten broedseizoen). Nr Vleermuis HM GZ GGK Overig Argumentatie geschiktheid vogel 1 O 2 O 3 O 4 O 5 X X O Vleermuis en gierzwaluwkasten, gebouw niet geschikt 6 X X O Vleermuis en gierzwaluwkasten, gebouw niet geschikt 7 X O Deels baksteen met stootvoegen 8 O 9 O 10 O 11 O 12 O 13 O 14 O 15 O 16 X O Baksteen met stootvoegen 17 X O Dicht bij water, mogelijk geschikte ruimtes 18 X O Dicht bij water, mogelijk geschikte ruimtes 19 O 20 X O Dicht bij water, mogelijk geschikte ruimtes 21 X O Dicht bij water, mogelijk geschikte ruimtes 22 X X O Deels baksteen met stootvoegen. Dicht bij water 23 X O Dicht bij water, mogelijk geschikte ruimtes 24 O 25 X O Daktrim mogelijk geschikt 26 X O Deels baksteen met stootvoegen 27 O 28 X O Daktrim mogelijk geschikt 29 X X O Deels baksteen met stootvoegen mogelijk geschikt voor vleermuizen. Huismus op basis melding broedgeval NDFF. 30 X X O Daktrim mogelijk geschikt voor vleermuizen. Huismus op basis melding broedgeval NDFF.
31 X O Daktrim / boeiboord mogelijk geschikt 32 X X O Overgang baksteen – metaal mogelijk geschikt 33 O 34 X X O Open dilatatievoegen / toegangen via afvoeren 35 X O Rolluikbakken
Blad 95 van 155