CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1a Advies Hardy en Zwiep - Stichting Jeshive Amsterdam

Raadscommissie Algemene Zaken 5 december 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beslissing op bezwaar Stichting Jeshive Amsterdam en Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider (VN2024-017568)1.411 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIES STICHTING JESHIVE AMSTERDAM Adviseurs Prof. dr. I.E. Zwiep Mr. dr. E.M.J. Hardy Algemeen subsidiekader – subsidiabele activiteiten Artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) definieert subsidie als "de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten." De kern van subsidieverstrekking is een gebonden overdracht: de ontvanger krijgt financiële middelen voor een bepaald doel en mag die middelen alleen aan dat doel besteden. Het moet daarbij gaan om wenselijk geachte, particuliere activiteiten die vooraf omschreven zijn in de subsidiebeschikking. Deze notie is karakteristiek voor het subsidiebegrip en vormt tevens een begrenzing ervan. Om deze reden vallen sociale uitkeringen, inkomensvoorzieningen en toeslagen buiten de subsidiedefinitie. Dit geld is immers niet geoormerkt voor het verrichten van specifieke activiteiten, maar vrij te besteden. Het voorgaande betekent dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moeten zijn omschreven in de aanvraag. Zij worden getoetst op verenigbaarheid met de Subsidieverordening Joodse erfpachttegoeden (hierna: Subsidieverordening), die de kaders biedt waarbinnen subsidie kan worden verstrekt.

Het beschikbare budget moet effectief en doelgericht worden ingezet voor verwezenlijking van de met de Subsidieverordening beoogde doeleinden. Het doel van de Subsidieverordening is ‘subsidiëring van activiteiten ten behoeve van met name de Amsterdamse Joodse gemeenschap’ (art. 2 lid 1). Subsidie kan slechts worden verstrekt voor subsidiabele activiteiten. Kosten die niet rechtstreeks te relateren zijn aan de subsidiabele activiteiten vallen buiten de reikwijdte van de Subsidieverordening. Zij moeten buiten beschouwing worden gelaten bij de beoordeling van de aanvraag. Om de subsidieaanvraag te kunnen beoordelen, is het essentieel dat zowel de activiteiten als de daarmee gemoeide kosten voldoende specifiek worden beschreven. Hoe gedetailleerder zij zijn omschreven, hoe beter kan worden beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de Subsidieverordening.

Tenderprocedure – beoordelingsmoment aanvraag In de Subsidieverordening is gekozen voor verdeling van de beschikbare subsidieplafonds via een tenderprocedure. Bij deze procedure is een gelijk speelveld voor alle (ook potentiële) aanvragers het uitgangspunt. Het doel van een tender is om, via een objectieve en vergelijkende beoordeling van alle ingediende aanvragen, de geschiktste aanvragen te selecteren. De aanvragen die voldoen aan de voorwaarden uit de Subsidieverordening worden gerangschikt op basis van hun kwaliteit. Het is in een tenderprocedure niet toegestaan om een aanvraag aan te vullen na afloop van de aanvraagtermijn. Daarmee zou immers het initiële speelveld en de kansgelijkheid voor elke aanvrager op verkrijging van subsidie, worden verstoord. Dit uitgangspunt geldt ook voor de (her)beoordeling van de aanvraag na bezwaar. Bij de advisering over het nieuw te nemen besluit op

bezwaar moet dan ook worden uitgegaan van de oorspronkelijke aanvraag en van de situatie zoals die was ten tijde van het sluiten van de initiële aanvraagtermijn.

Beoordeling subsidieaanvraag Stichting Jeshive Amsterdam Stichting Jeshive Amsterdam (hierna: de stichting of Jeshive) heeft een aanvraag ingediend voor activiteiten in de sector “Educatie” uit artikel 4 onder a van de Subsidieverordening. Het aangevraagde bedrag is € 499.554,00. De looptijd van het project is vier jaar. De aanvraag vermeldt dat de subsidie wordt aangevraagd voor het Kolel en ziet op de activiteiten “Joodse leer uitdragen en overdragen aan geïnteresseerden, ongeacht leeftijd of beleving van Jodendom” door middel van een Kolel. De aanvraag bevat een aantal intenties, maar biedt geen inzicht in de beoogde activiteiten. In het Actieplan wordt het Kolel nader beschreven, maar ontbreekt een specificatie van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. De begrote kosten zijn (niet gespecificeerde) salaris- en huurkosten voor zes studenten, alsmede (deels gespecificeerde) salaris- en huurkosten voor het Kolelhoofd. Er wordt niet toegelicht op basis van welke regeling de salarisbedragen zijn berekend. De adviescommissie stelt vast dat de aanvraag kwalitatief niet aan de maat is. Blijkens de toelichting op artikel 12 van de Subsidieregeling, waarin de zes beoordelingscriteria zijn opgenomen, moet het gaan om activiteiten die een bestendig karakter hebben en die bijdragen aan de Joodse infrastructuur.

Dit zal meestal gaan om nieuwe activiteiten, maar ook bestaande activiteiten kunnen voor subsidietoekenning in aanmerking komen. Beoordeeld moet worden of de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, passen binnen de Subsidieverordening en de daarin gestelde voorwaarden. Zij moeten ook passen onder de sector “Educatie”. De adviescommissie constateert dat de aanvraag niet specificeert voor welk concreet pakket aan samenhangende activiteiten en voor welke daaraan gerelateerde kosten subsidie wordt aangevraagd. Zij wijst erop dat de subsidie niet kan dienen ter vervanging van normale inkomsten (art. 13, tweede lid, onder b van de Subsidieverordening). Hierna beoordeelt de commissie de aanvraag in het licht van de criteria uit artikel 12 van de Subsidieverordening. Artikel 12 onder a De adviescommissie erkent dat het Kolel bijdraagt bij aan de continuïteit van de Amsterdamse Joodse gemeenschap en van belang is voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Het Kolel voorziet in een traditionele behoefte binnen de Joodse gemeenschap in Nederland, vooral in Amsterdam, waar het een traditioneel belangrijke leeromgeving biedt. Het biedt ondersteuning aan orthodoxe joden die deze unieke leeromgeving zoeken en kan vanuit die basis in beginsel ook betekenis hebben voor de bredere gemeenschap.

Als plek voor gezamenlijke studie speelt het Kolel ook een rol voor bezoekers van buiten Amsterdam. Artikel 12 onder b De aanvraag richt zich op de voortzetting/doorstart van het Kolel zonder daarvoor een duidelijk taken- en activiteitenpakket te presenteren. De aanvraag beschrijft met name de missie en de dagelijkse routine van de stichting, maar maakt niet inzichtelijk voor welke specifieke activiteiten subsidie wordt gevraagd en wat hun concrete uitwerking is voor de brede Amsterdamse Joodse gemeenschap, zoals de aanvraag vermeldt (“Joodse leer uitdragen en overdragen aan geïnteresseerden, ongeacht leeftijd of beleving van Jodendom”). De adviescommissie kan dan ook

niet vaststellen of - en zo ja: in welke mate - deze activiteiten aansluiten bij de doelstelling van de Subsidieverordening. Artikel 12 onder c/d De adviescommissie constateert dat de aanvraag ook niet preciseert welke kosten verband houden met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Een subsidieaanvraag moet duidelijk maken welke kosten zijn gerelateerd aan de voorgenomen activiteiten, zodat zij kunnen worden beoordeeld op basis van de Subsidieverordening. Subsidie kan worden aangevraagd voor de uitvoering van bepaalde taken, maar enkel als deze voldoende specifiek zijn omschreven, de kosten zijn gespecificeerd en de aanvraag duidelijk maakt welke doelen uit de Subsidieverordening daarmee worden nagestreefd. Subsidie kan niet worden verstrekt ter vervanging van de reguliere inkomstenstroom van een aanvrager en evenmin ter dekking van kosten voor levensonderhoud of van algemene, niet nader gespecificeerde kosten. Artikel 12 onder e Omdat de aanvraag zowel qua activiteiten als financiën onvoldoende gedetailleerd is uitgewerkt, kan de adviescommissie niet beoordelen of de begrote kosten redelijk zijn in het licht van de voorgenomen activiteiten. De aanvraag bevat geen concreet inhoudelijk en financieel toekomstplan met helder gedifferentieerde en gespecificeerde activiteiten.

Er ontbreekt een uitgewerkt plan dat de continuïteit van het Kolel waarborgt wanneer de subsidieperiode is verstreken en de stichting zelf financieel verantwoordelijk wordt voor de voortzetting van het Kolel. Daarmee is continuïteit van de activiteiten na afloop van de subsidieperiode niet gegarandeerd. Artikel 12 onder f De aanvraag geeft ook geen inzicht in de financiële houdbaarheid van de plannen en de stappen die Jeshive zelf zal zetten om het project een financiële impuls te geven. Hoewel het in het algemeen uitvoeren van “activiteiten voor het Kolel gedurende drie jaar’’ haalbaar lijkt, ontbreken de details en het lange termijnperspectief. De adviescommissie stelt vast dat de begroting geen eigen bijdrage van de stichting bevat. Er wordt gerekend op giften, donateurs en op subsidietoekenning door een andere instantie (Maror). Dit alles is echter onvoldoende gekwantificeerd, en zekerheid is niet gegarandeerd. Evenmin is duidelijk welke subsidiebron voor welk deel van welke plannen aangeboord kan worden. Dit roept bovendien vragen op over de uiteindelijke haalbaarheid van de plannen [artikel 12 onder c]. Artikel 12 onder g De adviescommissie constateert dat de aanvraag geen perspectief biedt op investeringen die als vliegwiel kunnen dienen voor de toekomst, terwijl dat wel van belang is om de continuïteit van de stichting te kunnen beoordelen.

De aanvraag biedt evenmin zicht op concrete initiatieven gericht op de voortzetting van het Kolel in de periode na het verstrijken van de subsidietermijn.

Advies De adviescommissie onderschrijft dat de in de subsidieaanvraag opgenomen plannen omtrent het Kolel betekenis hebben voor de Amsterdamse Joodse gemeenschap. Zij concludeert niettemin dat de ingediende subsidieaanvraag moet worden afgewezen. De ontoereikende uitwerking van zowel de activiteiten als de kosten geeft onvoldoende aanknopingspunten om als basis te kunnen dienen voor subsidieverlening onder de Subsidieverordening. De adviescommissie adviseert de aanvraag van de stichting af te wijzen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14890648/1