CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18_ verslag bijeenkomst 12 oktober 2021 .docx

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 17 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Referendumverordening Amsterdam 2022 (ZD2021-011788)2.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Gespreksverslag van de bijeenkomst over het nieuwe referendum en volksinitiatief in Amsterdam Datum: Locatie:

12 oktober 2021 Pakhuis De Zwijger

Thematiek: Amsterdam krijgt – als de raad in december akkoord gaat – vanaf 2022 nieuwe spelregels voor het organiseren van een referendum en volksinitiatief. Voor Amsterdammers wordt het gemakkelijker onderwerpen ter discussie en stemming voor te leggen aan medestadsbewoners. Drempels worden verlaagd, referendabele onderwerpen uitgebreid en men kan een alternatief voorstel voorleggen. Het is verreweg de meest progressieve referendumverordening in Nederland, hopelijk dienend tot voorbeeld voor vele andere gemeenten en zelfs Nederland. Het voorstel is geïnspireerd op de jarenlange praktijk in Zwitserland en in de Duitse stads- en deelstaten. ‘Meer Democratie’ was nauw betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe verordening en organiseert deze avond i.s.m. de gemeente Amsterdam. Opening Niesco Dubbelboer (coördinator Meer Democratie) opent de bijeenkomst en legt de agenda uit. De inspraak loopt tot 24 oktober a.s. Rutger Groot Wassink introduceert kort de achtergrond van de nieuwe referendumverordening. In de vorige periode als raadslid ergerde hij zich al aan de verordening, vele zaken waren niet referendabel. Als wethouder nam Groot Wassink het thema Democratisering onder zijn hoede.

Het streven is meer zeggenschap voor Amsterdammers Hij bepleit een cultuur als in sommige andere landen waarin het normaal is om als gekozenen af en toe niet tevoren bedachte oplossingen en ideeën voor te leggen. Er zijn immers tal van zaken die je als raadslid/wethouder niet kunt voorzien. Hij refereert aan de eerste Amsterdamse stadsreferenda 26 jaar geleden in Amsterdam: over de stadsprovincie en het weilandje de Vrije Geer in Nieuw West, dat het college indertijd wilde bebouwen. De Amsterdammers wilden dat niet en organiseerden een referendum. Meer dan 80% was tegen en de opkomstdrempel werd ruimschoots gehaald. Daar moet je je tot verhouden als bestuurder. De stadsprovincie is er nooit gekomen en ook het weilandje bleef bestaan. Groot Wassink heeft positieve ervaringen met referenda (bv Elandsgracht, Singelgrachtgarage, Domela Nieuwenhuisplantsoen in het Westerpark). Hij 1

heeft gezien dat referenda een belangrijke aanvulling kunnen zijn op de representatieve democratie: het fundament onder het bestel. Vijf jaar geleden was er discussie in Amsterdam over de erfpacht, dat het toenmalige college wilde aanpassen. Ik vond dat hierover een referendum mogelijk moest zijn, maar dat werd tegengehouden. Duidelijk was dat in Amsterdam, zoals dat soms met wetten gaat, een wet werd gemaakt met een bepaald doel waaraan op zeker moment allerlei artikelen aan worden gehangen, resulterend in een ondoorzichtig wetsoerwoud waarbinnen niet meer duidelijk is waar en waarom e.e.a. precies is gedaan. De strikte referendumverordening in Amsterdam diende eigenlijk vooral om een referendum onmogelijk te maken, door tal van uitzonderingen en opkomstdrempels. Het bestuur kon altijd zeggen we doen het niet. Dat is raar. Groot Wassink vindt dat je als hoofdstad daarin voorop moet lopen. Als wethouder Democratisering vind ik dat je de zeggenschap op tal van terreinen voor burgers en inwoners moet vergroten, middels o.a. buurtrechten, buurtparticipatie, maatschappelijke initiatieven en referenda hebben daarin een sleutelpositie, als formele manier waarop je als burger t.a.v. het besluit van het college of de gemeenteraad iets ter discussie kunt stellen. Het is een onontbeerlijke noodrem.

Vragen en opmerkingen *Leidt het referendum tot het tot meer creativiteit in de beleidsvorming? Groot Wassink: Niet noodzakelijkerwijs. Het referendum is wel een mogelijkheid om het burgerschap te vergroten. Het zou goed zijn als raadsbesluiten breder worden bediscussieerd.. dat kan via o.a. een referendum: een meerwaarde in zichzelf. *Welke onderwerpen komen er absoluut niet en welke wel in? Groot Wassink: Het aantal uitzonderingen is teruggebracht. Over de openbare ruimte, begrotingen en belastingen e.d., zitten er nog uitzonderingsgronden in, en zeker inzake de ruimtelijke invulling van gebieden (op de komende Omgevingswet kan je geen voorschot nemen, dat is te complex.). De spoedeisendheid is eruit gehaald, een grond waaraan de gemeenteraad eenvoudig referenda kon voorkomen. Principieel is de juiste lijn dat een referendumverzoek uit de bevolking voort moet komen. Groot Wassink stond wel open voor de mogelijkheid dat ook het college of de raad een referendum initiëren. Dubbelboer en Van Praag zijn van mening dat het referendum geen instrument mag zijn van het bestuur. Zij stellen dat door de ‘macht’ zelf geïnitieerde referenda vaak dienen ten behoeve van diezelfde macht, ter bestendiging van hun macht (bv. Orban, Brexit). Het moet een middel zijn in handen van de bevolking. Men pakt het mandaat terug wat bij de verkiezingen is gegeven. 2

Dubbelboer geeft aan dat politieke partijen buiten de raad om natuurlijk wel een referenduminitiatief kunnen nemen: het Volksinitiatief. Als partijen een referendum willen over bijvoorbeeld vuurwerk in de stad, dan moeten bijvoorbeeld de leden van GroenLinks eerst 10.000 handtekening inzamelen: de zuivere route. Van Praag vult aan dat de raad op zich wel het initiatief tot een referendum te nemen, maar dan moeten ze daar een eigen verordening voor opstellen. Dat heet dan een raadplegend referendum. Groot Wassink zegt dat de nieuwe referendumverordening uniek is omdat als de bevolking zich keert tegen een voorgenomen raadsbesluit ze een alternatief voorstel mogen indienen. Zo krijg je een referendum waarin je kunt kunt kiezen tussen twee plannen. *Spreker prijst de infographic. Hij vraagt zich af wat de verhouding is tot het raadsadres en burgerinitiatief en of andere instrumenten ook een plaats zouden moeten krijgen in de verordening. Dubbelboer informeert dat het burgerinitiatief (agendarecht van burgers) apart geregeld moet worden. Een aantal insprekers was daarover al in verwarring. Het burgerinitiatief wordt los gemaakt van de referendumverordening. *En kunnen referenda ook worden gehouden op stadsdeelniveau? Voor de stadsdelen hebben we iets moeten bedenken. Het is lastig, want stadsdelen hebben officieel geen bevoegdheid meer.

Hun besluiten zijn soms in mandaat of op delegatie overgeheveld vanuit het college van B&W. Omdat het commissies zijn die werken voor het college, matcht dat niet met de referendumverordening. Maar in de verordening is een mechanisme ingebouwd: bij een onderwerp dat duidelijk leeft in een bepaald stadsdeel, waarover een referendum zou kunnen worden gehouden, kan de adviescommissie dat aangeven, of DB’ers, of de raadsleden zelf. Door expliciet een besluit te nemen in de raad over betreffend onderwerp, wordt het referendabel. Als burger het initiatief nemen moet de raad vervolgens besluiten dat het referendum slechts dat geval betreft in stadsdeel X en dat het referendum dus alleen daar wordt uitgeschreven. Deze werkwijze is wat risicovol. Van Praag plaatst een kanttekening: De zuivere redenering is dat de gemeenteraad door alle Amsterdammers gekozen het besluit neemt en dat een referendum dat dat besluit wil terugdraaien dan ook door alle kiesgerechtigden zou moeten gebeuren. Het blijft discutabel om dit slechts in één stadsdeel te doen. 3

* In de referendumverordening is de windmolenkwestie in principe een referendabel thema – maar het komt uit de RES, een bovenlokaal georganiseerd beleidsplan. Dan moet je naar de referendumcommissie kijken die moet bepalen of het wel of niet referendabel is. *Alternatieve voorstellen zijn van belang, opdat burgers kunnen meedenken. Er zijn aldus Dubbelboer, wijzend naar de infographic, twee basisopties: 1) een correctief referendum zoals we dat al kennen in Amsterdam (oa IJburg, NZLijn, Vrije Geer); Nu wordt het aangevuld met de mogelijkheid dat burgers zelf met een alternatief voorstel mogen komen. Het gaat erom dat er dynamiek ontstaat met de raad, dat er gepraat wordt. Evenals met de erfpacht: er lag een alternatief plan vanuit het comité. Weet de raad dat beide plannen worden voorgelegd in een referendum dan zal de raad zijn plan herwaarderen op zinnigheid en eventueel het burgerplan overnemen. Creëer je dialoog, dan kan een referendum voorkomen worden. 2) het volksinitiatief is een door de burgerij zelf opgebracht onderwerp. In Nederland niet zo gebruikelijk. Dubbelboer acht het volksinitiatief een mooie vorm. Wil de politiek zich ergens niet aan branden, dan kan het voorstel uit de bevolking komen. Ook de raad kan met een tegenvoorstel komen (zonder die 10.000 handtekeningen) op een volksinitiatief. Dan krijg je eendere dynamiek.

De partijen gaan onderhandelen, gebaseerd op de inschatting van partijen hoe groot de kans is dat ze het referendum gaan winnen. Dat heeft in de dynamiek van de democratie gezonde effecten. Philip van Praag over het advies van de Referendumcommissie De huidige verordening is verouderd, maar was in de jaren 90 een voorbeeld voor vele andere verordeningen. Inmiddels is de verordening verworden door alle aanpassingen en toevoegingen tot een rommelige, inconsistente lappendeken. Belangrijke punten in de nieuwe verordening: de opkomstdrempel verdwijnt, het aantal benodigde handtekeningen gaat drastisch omlaag, en het aantal uitzonderingen is sterk teruggebracht. De toevoeging van het volksinitaitief is een behoorlijke verbetering, dat kan veel dynamiek veroorzaken en de creativiteit verhogen. Kanttekeningen van de adviescommissie, zijn: het element van zelfbinding. De Nederlandse grondwet zegt dat de raad het hoogste orgaan is, het kan zijn bevoegdheden niet delegeren, tenzij in heel speciale omstandigheden. brengen. Groot Wassink meldt dat het artikel over de zelfbinding wordt geschrapt. Van Praag meldt nog enkele technische punten in de verordening. -De organisatie van het referendum is niet goed geregeld. Uitslagen worden vaak aangevochten, de legitimiteit staat veelal ter discussie. Dat moet bij een referendum waterdicht zijn. Deze verordening formuleert te losjes en 4

onzorgvuldig over briefstemmen en digitaal stemmen. Essentieel als je een onomstreden uitslag wilt. Werk met DigiD, daar heeft Leiden ervaringen mee: dat werkt goed en snel, kan voor 99,9% niet vervalst worden en er is geen drempel voor het ophalen van de handtekeningen. -Het voorstel voor de formulering van de vraag aan de burgers met antwoordcategorieen is ongelukkig: één stembiljet waar twee stemmen uit moeten komen, plan a, ja/nee, of b, ja/nee. Krijgt geen van beide een meerderheid dan gaat het plan met de meeste stemmen door. Haalt geen van beide een meerderheid, dan blijft de status quo gehandhaafd. Het moeten uitbrengen van twee stemmen is verwarrend Maak de vraagstelling niet te complex. Het is een instrument om grote groepen kiezers bij de besluitvorming te betrekken. Hoe complexer hoe meer kiezers afhaken, net name laagopgeleiden. *Hoe verhoudt digitaal stemmen zicht tot het stemgeheim? -dat ligt eraan hoe da georganiseerd wordt. Dubbelboer is voor DigiDstemmen, en denkt dat het gevaar wordt overdreven. Van Praag: het zal allicht gebeuren dat een man met zijn vrouw meekijkt of andersom. Thijs Vos, lijsttrekker van partij Sleutelstad in Leiden over hun referendum: de DigiD-handtekening bij de inzameling is goed bevallen. Je moet wel onderscheid maken tussen enerzijds het aanvragen van een referendum (grotendeels via DigiD) en het stemmen anderzijds (in stembureaus).

Vraag: Hoe zit het met de hoeveelheid benodigde handtekeningen voor ondersteuning in relatie tot het inwonersaantal in Zwitserland en Duitsland? De voor Amsterdam meest relevante vergelijking troffen we in de stadstaat Hamburg. Daar hebben ze een redelijk lage relatie daartussen, die factor hebben we genomen, we kwamen toen uit op 10.000. In Zwitserland kent men een hogere drempel, maar daar is de referendumuitslag bindend. Leiden is veel kleiner dan Amsterdam en Zürich, lastig te vergelijken. Maar voor het aanvragen van het referendum is de drempel 5.000 handtekeningen - dat is ca 5% van de kiesgerechtigde bevolking in Leiden - en daarom een stuk hoger dan in Amsterdam en ook andere steden als Utrecht en Den Haag. Er is kritiek op hoe de participatie over het algemeen verloopt en of het referendum daar verandering in gaat brengen. Vragensteller ziet wel dat als je als burger met een alternatief burgervoorstel komt, dat je dan ook de andere kant op gaat participeren, namelijk praten met ambtenaren, politici en bestuurders.

5

Dubbelboer geeft aan dat er ambtelijke ondersteuning is voorzien in de verordening, ook voor het uitwerken van een alternatief voorstel. De ambtelijke ondersteuning komt in eerste instantie van het nieuw op te richten referendumbureau binnen het gemeentelijk apparaat. Mensen melden zich daar als ze een volksinitiatief willen starten of een alternatief voorstel willen doen, of een correctief referendum willen starten. Ondersteuning is op dat moment puur procesmatig. Bij het maken van een volksinitiatief of alternatief voorstel is er inhoudelijke ambtelijke ondersteuning. Uit de zaal: Het gaat erom dat je met ambtenaren en politici zodanig veel praat dat je als burgers de mogelijkheid hebt ze nog te beïnvloeden in hun denken. Ik zou hopen dat het participatieve vermogen van de gemeente versterkt. Van Praag: Het goede aan deze verordening is dat het de gemeente dwingt ontvankelijker te zijn. In 1995 heeft er in de Amsterdamse raad een omslag plaatsgevonden. De politiek en ambtenarij waren weinig ontvankelijk voor wat in de samenleving leefde, want die referenda gingen of niet door, of ze konden niet gewonnen worden. Er blijkt uit onderzoek dat wanneer een referendum normale praktijk is, een gemeentebestuur ontvankelijker en responsiever wordt in de voorbereiding van welk beleidsvoorstel ook.

Amsterdam is steeds ontvankelijker tijdens hun beleidsvoorbereiding maar in de afgelopen 20 jaar is er geen referendum in uitvoering geweest. Dan sluipt het zich minder ontvankelijk opstellen er weer in. * Als je goede participatie hebt, komt er geen referendum. * Gebruik ook normale mensentaal, opdat iedereen de materie snapt. * De uitzondering voor grootschalige projecten is in de nieuwe verordening geschrapt. Bij een jarenlang durend project a la de Noord Zuidlijn mag je bij een nieuw raadsbesluit opnieuw een referendum organiseren. * Werkt een referendum polarisatie in de hand? Is een burgerberaad niet beter? Dubbelboer: dat wordt het referendum vaak verweten, maar het is natuurlijk ook onderdeel van de democratie. Deliberatie zoals bij een burgerberaad met gelote burgers en dat dat beter is dan bij een referendum, hangt niet noodzakelijkerwijs samen. Door de dialoog tussen bestuur en initiatiefnemers mogelijk te maken ontstaat er een andere dynamiek. Samen nadenken wat goede oplossingen zijn. Een burgerberaad kan vooraf gaan aan een referendum. Het zijn twee verschillende instrumenten die elkaar kunnen versterken.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10732634/1