CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 17 Belangrijkste aanpassingen in basisregeling omgevingsplan t.o.v. Bruidsschat-milieu.pdf

RAAD 18 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling. (VN2024-007101)4.058 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Versie 13 mei 2024

Belangrijkste aanpassingen in basisregeling omgevingsplan t.o.v. Bruidsschat-milieu Inleiding In deze notitie is beschreven welke milieuregels van de bruidsschat in een aangepaste vorm zijn overgenomen in Hoofdstuk 9 van het omgevingsplan als onderdeel van de Basisregeling (eerste wijziging omgevingsplan). Alleen de belangrijkste inhoudelijke aanpassingen zijn in deze notitie opgenomen. Ook zijn de belangrijkste aanvullingen benoemd. Beleidsneutraal, maar voldoen aan instructieregels Uitgangspunt is om de omzetting van de bruidsschatregels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan beleidsneutraal te doen. Van dit uitgangspunt is afgeweken als dit noodzakelijk is om te voldoen aan de instructieregels van het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Vergelijking met voorgangers van de bruidsschat De bruidsschatregels vervangen de algemene rijksregels uit het huidige Activiteitenbesluit, Besluit lozen buiten inrichtingen en het Besluit lozen afvalwater huishoudens. Bij de omzetting van de bruidsschatregels naar het nieuwe deel omgevingsplan (Hoofdstuk 9) is ook gekeken naar deze voorgangers van de bruidsschat. Soms is er voor gekozen om met de nieuwe regels dichter bij de voorgangers aan te sluiten omwille van leesbaarheid, herkenbaarheid en/of betere handhaafbaarheid.

Ruime maatwerkmogelijkheden Een belangrijk verschil tussen de bruidsschat en de huidige algemene rijksregels is de zeer ruime mogelijkheid om met een individueel maatwerkbesluit af te wijken van de regels. In de bruidsschat is dit generiek mogelijk gemaakt voor alle (inhoudelijke) bepalingen.1 Deze ruime maatwerkmogelijkheid is in de nieuwe regels overgenomen.2 Deze ruime maatwerkmogelijkheid kan de ‘scherpe kantjes’ van sommige aanpassingen verzachten.3

1 Algemeen 1.1 Schrappen van regels voor activiteiten of gebieden die in Amsterdam niet voorkomen -

1

Geluidregels voor glastuinbouwbedrijven in glastuinbouwgebieden4; Geluidregels voor aangewezen horecaconcentratiegebieden5; Geluidregels voor (civiele en militaire) buitenschietbanen en militaire springterreinen6; Bodemregels voor traditioneel schieten7;

Art. 22.45 Bruidsschat

2 Art. 10.5 Omgevingsplan

3

Zo kan een exploitant, voor wie een aanpassing van de regel nadelig uitvalt, de gemeente verzoeken om per maatwerkvoorschrift een afwijkende regeling te treffen. De gemeente dient dan een afweging te maken tussen het algemeen belang van de nieuwe aangepaste regel en de individuele belangen van die exploitant. 4 Art. 22.66 Bruidsschat 5 Art. 22.67 Bruidsschat 6 Par. 22.3.4.4 Bruidsschat 7 Par. 22.3.21 Bruidsschat

Versie 13 mei 2024

- Lozingsregels voor recreatieve visvijvers8. De milieuregels voor deze activiteiten zijn in Hoofdstuk 9 geschrapt. M.b.t. traditioneel schieten en recreatieve visvijvers wordt opgemerkt dat het niet uitgesloten is deze activiteiten in de toekomst verricht zullen worden (mits planologisch toegestaan). Daarom is er een meldplicht opgenomen voor deze activiteiten. Met een maatwerkvoorschrift kunnen de gevolgen voor het milieu dan alsnog beperkt worden. Het is ook niet uitgesloten dat in de toekomst buitenschietbanen en militaire springterreinen worden opgericht (mits planologisch toegestaan). Bij deze activiteiten is gekozen voor een vergunningplicht omdat dit meer sturingsmogelijkheden biedt. De aanvraag kan (en moet) geweigerd worden als de activiteit significante milieuverontreiniging veroorzaakt.

1.2 Toevoegen zorgplicht voor alle milieubelastende activiteiten In Hoofdstuk 9 is een zorgplicht voor het milieu opgenomen die geldt voor alle milieubelastende activiteiten. De zorgplichtbepaling in de bruidsschat kent een beperkte reikwijdte die ongeveer overeenkomt met wat onder inrichting wordt verstaan onder de huidige wetgeving. Activiteiten bij huishoudens (anders dan beroep of bedrijf aan huis), activiteiten in de openbare ruimte of eenmalige/ kortstondige activiteiten vallen buiten de zorgplicht van de bruidsschat.9 De algemene zorgplicht in Hoofdstuk 9 geldt voor deze activiteiten wel. Bij deze activiteiten kan de algemene zorgplichtbepaling in Hoofdstuk 9 gebruikt worden als een vangnetbepaling om excessen aan te pakken. Hiermee kan ook onderbouwd worden dat ook bij die activiteiten wordt voldaan aan het vereiste in het Besluit kwaliteit leefomgeving dat geluid, trilling, slagschaduw en geur van activiteiten aanvaardbaar is.10

1.3 Verduidelijking toepassingsbereik bij wonen De milieuregels van de bruidsschat gelden niet voor wonen (met uitzondering van enkele lozingsregels).11 In de toelichting bij de bruidsschat wordt verduidelijkt dat beroep en bedrijf aan huis, alsmede ‘uit de hand gelopen’ hobby’s niet als wonen kunnen gezien worden. Om hierover meer duidelijkheid te scheppen wordt in het nieuwe deel omgevingsplan expliciet geregeld wat onder de reikwijdte van de milieuregels valt, namelijk: - beroep of bedrijf aan huis (anders dan alleen administratieve werkzaamheden); - de opslag van propaan/ propeen; - andere activiteiten met een bedrijfsmatige omvang. Hiermee vallen ‘uit de hand gelopen’ hobby’s (net als onder het huidige recht) ook onder het toepassingsbereik van de milieuregels. Bij ‘normale’ hobbymatige activiteiten kan op grond van de zorgplicht (zie vorig punt) opgetreden worden.

1.4 Informatieplicht bij aanvraag omgevingsvergunning op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving Een aanvraag om een vergunning voor een milieubelastende activiteit die is aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving moet worden getoetst aan de bepalingen over geluid, geur en

8 Par. 22.3.12 Bruidsschat 9 Uitzondering hierop zijn lozingen en de bodemactiviteiten geregeld in par. 22.3.7. Voor deze activiteiten geldt de

zorgplicht (deels) ook als ze tijdelijk en/of in de openbare ruimte plaatsvinden. Zie art. 22.41 lid 3 en 4 Bruidsschat. 10 Artikelen 5.59, 5.83, 5.89c en 5.92 Besluit kwaliteit leefomgeving 11 Zie art. 22.41 Bruidsschat

Versie 13 mei 2024

trilling in het Omgevingsplan.12 In de rijksregels (Omgevingsregeling) is echter niet vastgelegd dat bij de aanvraag informatie over deze aspecten moet worden aangeleverd. Daarom is deze verplichting opgenomen in het nieuwe deel.13

2 Geluid 2.1 Andere normering ten aanzien van piekgeluid In het Besluit kwaliteit leefomgeving is een beleidsvernieuwing doorgevoerd ten aanzien van de regulering van maximale geluidniveaus (piekgeluid of LAmax). Omdat piekgeluiden vooral een relatie hebben met slaapverstoring, worden voor de dagperiode geen verplichte eisen meer gesteld aan het maximale geluidniveau. Verder wordt er een onderscheid gemaakt tussen het aandrijfgeluid van transportmiddelen en overige piekbronnen. Voor aandrijfgeluid is kenmerkend dat het op het beoordelingspunt relatief langzaam toeneemt en afneemt, en daardoor ook relatief minder slaapverstoring geeft. Voor deze bron is de geluidwaarde in de avond- en nachtperiode verhoogd (de norm is versoepeld). De norm voor de overige bronnen wordt in de avond strenger.14 Deze instructieregels zijn in Hoofdstuk 9 verwerkt. Bij enkele aangewezen activiteiten15 blijft, net als in de bruidsschat, de huidige norm in de dagperiode gehandhaafd vanwege de overlast die aangewezen activiteiten doorgaans veroorzaken. (Het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt dit mogelijk indien de aard of de locatie van de activiteit hiertoe aanleiding geeft.16)

2.2 Schrappen overgangsrecht uit jaren ‘90 Art. 22.69 Bruidsschat bevat een zeer ingewikkelde en moeilijk leesbare overgangsrechtelijke bepaling. Het komt erop neer dat sommige voormalige inrichtingen die al voor 1998 in werking waren onder voorwaarden een geluidbelasting van 55 dB(A) mogen veroorzaken en dat er geen normen gelden bij bedrijfswoningen van andere voormalige inrichtingen. Aan de continuering van deze bepaling kleven meerder bezwaren. - Dat materie is heel complex vanwege veelvuldige wijziging van het wetsregime. - De regelgeving is lastig toegankelijk. De inhoudelijke norm staat in oude wetgeving die niet online staat, dus deze is zo goed als onvindbaar. - Het is erg ingewikkeld om vast te stellen welke milieubelastende activiteiten hierop aanspraak kunnen maken. Je moet de bedrijfsvoering uit de jaren tachtig toetsen aan de wetgeving uit die tijd. - Het is ook maar de vraag of die 5 dB extra nog steeds gerechtvaardigd is vanwege de technische ontwikkelingen en de mogelijkheden die bedrijven decennialang hadden om maatregelen te nemen. Het schrappen van deze bepaling betekent het wegnemen van bestaande rechten bij enkele bedrijven. Daarom is een overgangstermijn van drie jaar opgenomen. Gedurende deze periode kunnen bedrijven die onder die voormalige regeling vielen, een maatwerkvoorschrift aanvragen om de extra geluidruimte te bestendigen.

Door vastlegging van de hogere norm in een nieuw besluit wordt die norm voor iedereen gemakkelijk zichtbaar.

12 Zie art. 8.9 lid 3 Besluit kwaliteit leefomgeving 13 Zie art. 9.8 Omgevingsplan 14 Art. 5.65 Besluit kwaliteit leefomgeving

15

Zie artikelen 9.44, 9.45 en 9.49 Omgevingsplan

16 Art. 5.67 Besluit kwaliteit leefomgeving

Versie 13 mei 2024

2.3 Uitzondering geluidsbronnen Het Besluit kwaliteit leefomgeving zondert veel minder bronnen uit van de gelding van geluidnormen dan het Activiteitenbesluit en de Bruidsschat.17 Het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt wel de mogelijkheid om voor activiteiten geen normen te stellen mits de aanvaardbaarheid wordt gemotiveerd.18 In Hoofdstuk 9 wordt een deel van de bronnen die in het Activiteitenbesluit/ Bruidsschat nog buiten beschouwing blijven, niet meer uitgezonderd (en dus vallen deze bronnen onder de normering). Hiermee wordt de norm voor meer bronnen binnen een ‘inrichting’ van toepassing, wat tot overschrijding kan leiden. Dit kan zo nodig per maatwerk geregeld worden. Er is een drietal uitzondering gemaakt op deze werkwijze. Ten eerste is geluid i.v.m. het belijden van godsdiensten, lijkplechtigheden e.d. uitgezonderd. Het belijden van een godsdienst of levensovertuiging is een grondrecht en mag slechts onder strenge wettelijke voorwaarden beperkt worden. Op dit geluid is de zorgplicht van toepassing. In voorkomende gevallen kan de gemeente beperkingen stellen ten aanzien van excessief geluid. Hiernaast wordt het maximale geluidniveau (piekgeluid of LAmax) als gevolg van het komen en gaan van bezoekers bij horeca-, sport- of recreatie of het verrichten van sportactiviteiten in de open lucht niet genormeerd.

Redelijkerwijs is het niet mogelijk om deze bronnen door middel van geluidnormen te beheersen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat in de dagperiode de pieknormen niet gelden (zie punt 2.1), waardoor de uitzondering van deze bronnen vooral in de avond- en nachtperiode relevant is. Tot slot wordt opgemerkt dat in tegenstelling tot de huidige regeling al het stemgeluid buiten de geluidnormering valt (tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd). Dit vanwege de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

2.4 Kleine winkels onder geluidregels In de huidige situatie vallen ‘kleine’ winkels (met een maximum aan motorisch vermogen) niet onder de milieuregels omdat het geen aangewezen categorie is. De Bruidsschat zondert daarom deze winkels met weinig motorisch vermogen ook uit van de toepassing van de geluidregels.19 Het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt dit onderscheid niet meer. Om de aanvaardbaarheid van het geluid van ‘kleine winkels’ te kunnen onderbouwen20 worden alle winkels onder de geluidnormering gebracht.

2.5 Geluid bij agrarische activiteiten en in agrarisch gebied -

Andere dagindeling: In de Bruidsschat wordt een afwijkende dagindeling gebruikt voor agrarische activiteiten: de dag- en nachtperiode begint een uur eerder.21 Het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt dit onderscheid niet. Om te kunnen voldoen aan de grenswaarden van Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt aangesloten bij die dagindeling. Voor bestaande activiteiten blijft (conform de flexibiliteitsmogelijkheden voor bestaande activiteiten van Besluit kwaliteit leefomgeving) de huidige afwijkende dagindeling van toepassing. De huidige dagindeling sluit immers beter aan bij de bedrijfsvoering van agrarische bedrijven. Voor nieuwe bedrijven kan de afwijkende dagindeling alleen worden toegestaan op basis van een individuele toets aan de

17 Zie art. 5.73 Besluit kwaliteit leefomgeving 18 Zie art. 5.70 Besluit kwaliteit leefomgeving 19 Art. 22.54, vierde lid Bruidsschat. 20 Dit is verplicht o.g.v. art. 5.59 Besluit kwaliteit leefomgeving 21 Art. 22.65 Bruidsschat.

Versie 13 mei 2024

grenswaarde binnen geluidgevoelige gebouwen.22 Nieuwe bedrijven kunnen een afwijkende dagindeling verzoeken (door middel van een maatwerkvoorschrift) indien ze kunnen aantonen dat ze voldoen aan de grenswaarden van het Besluit kwaliteit leefomgeving. -

Activiteiten: In de Bruidsschat geldt (conform Activiteitenbesluit) een afwijkende waarde ten aanzien van activiteiten waarvan agrarische activiteiten de kern vormen. De geluidwaarden in het omgevingsplan gelden voor alle activiteiten binnen een nog aan te wijzen agrarisch gebied, dit conform Besluit kwaliteit leefomgeving. Anders dan nu dus, valt al het geluid van locatiegebonden activiteiten onder de afwijkende geluidnormering, ook van niet agrarische activiteiten, en het geluid van activiteiten met mobiele installaties die op akkers en weilanden worden verricht.

-

Uitzonderingen maximaal geluidniveau: In de Bruidsschat werden (conform Activiteitenbesluit) een aantal bronnen uitgezonderd van de waarde voor het maximaal geluidniveau (piekgeluid). Het Besluit kwaliteit leefomgeving zondert deze bronnen echter niet uit van de pieknormering. In de regels van Hoofdstuk 9 wordt bij het Besluit kwaliteit leefomgeving aangesloten. Hierbij wordt nog opgemerkt dat in de dagperiode de pieknormen niet gelden (zie punt 2.1), waardoor de uitzondering van deze bronnen vooral in de avond- en nachtperiode relevant is.

2.6 Festiviteitenregeling Op grond van het Activiteitenbesluit is in de Algemene Plaatselijke Verordening een regeling getroffen voor wanneer de geluidnormen van het Activiteitenbesluit niet gelden. Het gaat om: - Koningsdag (geldt voor alle inrichtingen); - ontheffing voor maximaal negen dagen per kalenderjaar per stadsdeelgebied23; - ontheffing voor maximaal twee dagen per kalenderjaar bij horeca; en - ontheffing voor maximaal twaalf dagen per kalenderjaar bij sport- of recreatie.24 Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving dient deze regeling in het Omgevingsplan overgenomen te worden.25 De regeling wordt beleidsneutraal omgezet met enkele wetgevingstechnische aanpassingen (verduidelijking beoordelingscriteria en aanvraagvereisten). Gelet op de verschillende beoordeling is de regeling voor horeca en voor sport- en recreatiebedrijven uit elkaar getrokken.

2.7 Toepassingsbereik geluidregels windturbines De geluidregels van de Bruidsschat gelden voor windturbines met een rotordiameter van meer dan 2 meter, voor zover het niet gaat om windparken met 3 of meer windturbines.26 Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving gelden de geluidnormen voor alle windturbines (met een tijdelijke uitzondering van windparken met 3 of meer windturbines).27 Daarom geldt de geluidnorm in het nieuwe deel omgevingsplan ook voor alle windturbines, met uitzondering van windparken met 3 of meer windturbines.

22

Zie art. 5.66 Besluit kwaliteit leefomgeving.

23

Van deze mogelijkheid wordt, voor zover bekend, geen gebruik gemaakt.

24 Zie artikel 5.6, tweede lid, Algemene Plaatselijke Verordening 25 Art. 5.68 Besluit kwaliteit leefomgeving 26 Zie artikel 22.75 Bruidsschat 27 Zie artikel 5.74 en 5.75a Besluit kwaliteit leefomgeving

Versie 13 mei 2024

2.8 Vergunningplicht grote elektro- of verbrandingsmotoren en transformatoren Het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht gemeenten om in het omgevingsplan te borgen dat grote elektro- of verbrandingsmotoren en transformatoren met een groot vermogen buiten een gezoneerd industrieterrein (straks: industrieterrein met geluidproductieplafonds) wordt verricht.28 Deze activiteiten kunnen in aanzienlijke mate geluid veroorzaken. Voor andere ‘grote lawaaimakers’ bevat het Besluit activiteiten leefomgeving een vergelijkbaar verbod. Ter uitvoering van de instructieregel is Hoofdstuk 9 aangevuld met een vergunningplicht.

3 Trillingen 3.1 Nieuwe normering voor herhaald voorkomende trillingen Bij herhaald voorkomende trillingen gaat het om kortdurende trilling met een repeterend karakter. Het Activiteitenbesluit en de Bruidsschat hebben geen normering voor deze bron, maar het Besluit kwaliteit leefomgeving wel. Die instructieregels zijn in Hoofdstuk 9 verwerkt.

4 Geur 4.1 Zorgplicht geur Het huidige Activiteitenbesluit bevat een specifieke zorgplichtbepaling ten aanzien van geur.29 Deze komt in de Bruidsschat niet terug omdat de zorgplicht voor het milieu juridisch gezien ook voldoende is. Dat neemt niet weg dat een specifieke en gedetailleerde zorgplicht bepaling herkenbaarder is, en eenvoudiger is om te handhaven. Daarom is de geurzorgplicht uit het Activiteitenbesluit in aanvulling op de Bruidsschat toegevoegd aan Hoofdstuk 9.

4.2 Bebouwingscontour geur aanwijzen In de Bruidsschat wordt, net als in de Wet geurhinder en veehouderij en in het Activiteitenbesluit milieubeheer onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige gebouwen binnen en buiten de bebouwde kom.30 Het begrip ‘bebouwde kom’ is niet gedefinieerd. Hiermee is het onduidelijk voor welke objecten welk beschermingsniveau geldt. Om deze onzekerheid te beëindigen is het op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht om in omgevingsplan een bebouwingscontour geur op te nemen, zodat vooraf hierover altijd duidelijkheid is.31 Hiervoor heeft de gemeente tot 1 januari 2032 de tijd. Zolang de bebouwingscontour geur niet is aangewezen, geldt de bebouwde kom als bebouwingscontour geur.32

4.3 Cumulatiebepaling geur Voor veehouderijen en andere aangewezen agrarische activiteiten gelden geurwaarden of minimumafstanden. Deze gelden voor een individuele activiteit (voor een individuele veehouderij en alleen vanwege dierenverblijven).33 Hierbij is geen rekening gehouden met cumulatie van geur, veroorzaakt door meerdere veehouderijen in een gebied of cumulatie door meerdere bronnen binnen de veehouderij. Onder het Activiteitenbesluit en Wet geurhinder en veehouderij was het immers expliciet niet toegestaan om cumulatie te beoordelen.

28

Zie art. 5.72a Besluit kwaliteit leefomgeving

29 Art. 2.7a Activiteitenbesluit 30 Zie par. 22.3.6 Bruidsschat 31 Art. 5.97 Besluit kwaliteit leefomgeving

32

Zie art. 12.14 Besluit kwaliteit leefomgeving

33 Art. 22.95 Bruidsschat

Versie 13 mei 2024

Artikel 5.92, eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving verplicht om rekening te houden met de cumulatieve effecten van geurhinder. Cumulatie kan een reden zijn om strengere eisen te stellen. Met een aanvullende bepaling wordt expliciet duidelijk gemaakt dat cumulatie inmiddels een mee te wegen aspect is en dat gelet hierop maatwerkvoorschriften gesteld kunnen worden.

4.4 Schrappen uitzondering voor bedrijventerreinen met minder dan 1 geurgevoelig object per hectare bij niet-industriële voedselbereiding Het Activiteitenbesluit en de Bruidsschat bevatten een uitzondering voor de verplichte maatregelen bij niet-industriële voedselbereiding (afgezogen dampen bovendaks afvoeren of ontgeuren en het gebruik van vetvangend filter). Deze maatregelen hoeven niet getroffen te worden als het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein, of een ander bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig gebouw per hectare.34 In de praktijk werd deze uitzondering op bedrijventerreinen niet toegepast. Daarom wordt deze nu geschrapt. Voor bestaande bedrijven is een overgangstermijn van drie jaar opgenomen. Gedurende deze termijn kan een maatwerkvoorschrift aangevraagd worden, mocht dit in individuele gevallen toch tot problemen leiden.

4.5 Schrappen overgangsrecht bij niet-industriële voedselbereiding Artikel 22.199 Bruidsschat bevat overgangsrecht dat uit het Activiteitenbesluit milieubeheer was overgenomen. Dit overgangsrecht gold voor voedselbereiding-activiteiten die voor 1 januari 2008 een onherroepelijk milieuvergunning hadden of onder het overgangsrecht van het Activiteitenbesluit milieubeheer vielen. Voor deze activiteiten gold op basis van het oude overgangsrecht geen geurvoorschrift. Bovendaks afvoeren of ontgeuren van keukendampen was dus niet verplicht, mits in de tussentijd geen verandering van de bedrijfsvoering plaats had gevonden met een grotere geurbelasting op geurgevoelige gebouwen als gevolg. In de jurisprudentie wordt een redelijke uitleg gegeven die afwijkt van de tekst van de bepaling: onder de oude regels die golden voor het Activiteitenbesluit moesten bedrijven aan dezelfde voorschriften voldoen als onder het Activiteitenbesluit, tenzij de bedrijfsvoering geen geurhinder veroorzaakte. Op grond van de jurisprudentie over het overgangsrecht hoeven daarom alleen bedrijven die destijds geen geurhinder veroorzaakten niet aan het voorschrift te voldoen.35 Deze bepaling wordt in Hoofdstuk 9 geschrapt om de onderstaande reden. - In de praktijk wordt weinig beroep hierop gedaan. Het komt immers zelden voor dat de bedrijfsvoering zo lang ongewijzigd blijft.

- Het zeer lastig is om vast te stellen of het bedrijf voor 2008 geen geuroverlast veroorzaakte en sindsdien ongewijzigd in werking is geweest. - Het is ook redelijk om na zo een lange tijd het treffen van in de branche gangbare maatregelen te vragen. Voor bestaande bedrijven is een overgangstermijn van drie jaar opgenomen. Gedurende deze termijn kan een maatwerkvoorschrift aangevraagd worden, mocht dit in individuele gevallen toch tot problemen leiden.

34 Zie art. 22.199, derde lid Bruidsschat 35 ECLI:NL:RVS:2011:BP9592

Versie 13 mei 2024

5 Externe veiligheid 5.1 Verbod start activiteiten met risico In bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn activiteiten aangewezen die risico’s voor de omgeving hebben. Op deze activiteiten zijn instructieregels van toepassing, onder meer over het verplicht aanwijzen van voorschriftengebieden. Om die instructieregels adequaat uit te voeren is in Hoofdstuk 9 een aanvullende bepaling opgenomen. Op grond daarvan kan een nieuwe risicoactiviteit alleen starten als het brand- en explosieaandachtsgebied van die activiteit past in een aangewezen brand- of explosievoorschriftengebied, dan wel als van die aanwijzing is afgezien. Hetzelfde geldt voor het wijzigen van een bestaande risicoactiviteit.

6 Lozingen 6.1 Aparte afdeling voor lozingen In de Bruidsschat zijn de regels over lozingen op de bodem of op het riool geïntegreerd met de overige milieuregels voor bedrijven. De regels voor lozingen hebben echter een ruimer toepassingsbereik dan de overige milieuregels voor bedrijven: ze gelden ook bij wonen, in de openbare ruimte en bij bouwactiviteiten. Daarom maakte de Bruidsschat voor lozingen een uitzondering op die uitzonderingen in het toepassingsbereik. Voor wonen wordt bovendien in de regels zelf meestal weer een afwijkende regel gesteld. Met het oog op de overzichtelijkheid zijn in Hoofdstuk 9 de regels voor lozingen in een aparte Afdeling met een eigen toepassingsbereik geplaatst. In deze Afdeling staan de regels voor wonen in een eigen paragraaf, zodat deze voor particulieren goed herkenbaar zijn. Gevolg is dat de regels voor bedrijfsactiviteiten in twee Afdelingen van Hoofdstuk 9 te vinden zijn (lozingsregels in Afdeling 9.3 en overige regels in Afdeling 9.2).

6.2 Oogmerken lozen aangevuld In de huidige regelgeving is bij regels voor het lozen van afvalwater uitgewerkt welke belangen hiermee worden beschermd. Dit zijn onder andere het beschermen van de riolering en de werking van de afvalwaterzuivering (RWZI) en het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen. Deze belangen werken ook door in de mogelijkheden om maatwerk te stellen. In de Bruidsschat zijn de oogmerken van de regels globaler omschreven, waarbij de genoemde belangen slecht herkenbaar zijn. Omwille van de (her)kenbaarheid zijn de oogmerken voor het lozen van afvalwater nader ingevuld.

6.3 Regels over lozen huishoudelijk afvalwater op de bodem geschrapt In de huidige regelgeving en in de Bruidsschat is het onder omstandigheden toegestaan dat huishoudelijk afvalwater36 wordt geloosd op de bodem, na zuivering in een particuliere voorziening (‘individuele behandeling van afvalwater’ of IBA). Deze situaties doen zich in Amsterdam niet of nauwelijks voor, omdat aansluiten op de riolering vrijwel overal mogelijk is. Daarom is deze vrij uitgebreide regeling niet overgenomen in het Omgevingsplan. Voor bestaande situaties is een overgangsbepaling opgenomen. Mocht zich toch een nieuw geval voordoen waarin lozen op het vuilwaterriool niet mogelijk is, dan is een grondslag opgenomen voor het verlenen 36 Huishoudelijk afvalwater is afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en

huishoudelijke werkzaamheden (zie art. 1.1 Wet milieubeheer).

Versie 13 mei 2024

van een binnenplanse vergunning37. Bij volkstuinparken waar geen vuilwaterriool aanwezig is, mag op de bodem worden geloosd als het afvalwater door een septic tank wordt geleid.

6.4 Lozen van grondwater – aanpassingen aan Amsterdamse praktijk Bij de uitvoering van de regels voor lozing van grondwater bij ontwatering (b.v. een bouwputbemaling) is een bestaande praktijk ontwikkeld die op enkele punten afwijkt van de regels in de Bruidsschat en haar voorgangers (Activiteitenbesluit en Besluit lozen buiten inrichtingen). Deze praktijk is afgestemd met Waternet (rioolbeheerder en waterkwaliteitsbeheerder), sluit aan bij de lokale situatie in Amsterdam en is bekend bij betrokkenen (aannemers). De regels in Hoofdstuk 9 zijn aangepast aan deze bestaande praktijk. Het gaat om de volgende aanpassingen: - het verankeren van de voorkeursvolgorde voor lozen (alleen op het vuilwaterriool als het niet anders kan); - als lozen op vuilwaterriool de enige redelijke mogelijkheid is, mag dit gedurende 12 weken plaatsvinden (in plaats van 8 weken in de huidige regels); - het expliciet voorschrijven van een bezinkinstallatie; nu volgt de noodzaak om zo’n installatie toe te passen uit de emissienorm, maar dit belemmert effectief toezicht.

6.5 Lozen van brijn Brijn is afvalwater afkomstig van het zuiveren van water door omgekeerde osmose of ionenwisselaars. Het lozen van brijn is schadelijk voor de riolering en kan leiden tot verzilting van de bodem. Daarom is (in aanvulling op de bruidsschat) een vergunningplicht opgenomen voor nieuwe lozingen voor zover dat onderwerp niet door het Rijk is gereguleerd via het Besluit activiteiten leefomgeving.

7 Bodembeheer Paragraaf 22.3.7 van de Bruidsschat bevat een paragraaf over bodembeheer met regels over nazorg na saneren van bodem, kleinschalig graven boven de interventiewaarde en activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. In afdeling 9.4 zijn deze regels aangevuld met regels over graven (anders dan kleinschalig graven), kleinschalig graven onder de interventiewaarde en saneren. De aanvullende regels zijn afkomstig uit de Nota bodembeheer die inmiddels grotendeels ingetrokken is.

8 Overig 8.1 Overgangsrecht afzuiging parkeergarages geschrapt Artikel 22.226 Bruidsschat bevat een bepaling van overgangsrechtelijk karakter. Voor activiteiten die voor 2008 (de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit) rechtmatig in werking waren en geen afzuigvoorziening hadden, hoefden deze niet toe te passen zolang de activiteit ongewijzigd bleef. Ook dit overgangsrecht moet beperkter worden uitgelegd dan het in de bepaling staat (zie hiervoor bij niet-industriële voedselbereiding). Gelet op de gezondheidseffecten is het niet wenselijk dit overgangsrecht te blijven continueren. Bovendien is het ook redelijk om na zo een lange tijd het treffen van gangbare maatregelen te vragen. Voor bestaande bedrijven is een

37 Zie art. 9.235 (wonen) en 9.246 (overige situaties).

Versie 13 mei 2024

overgangstermijn van drie jaar opgenomen. Gedurende deze termijn kan een maatwerkvoorschrift aangevraagd worden, mocht dit in individuele gevallen toch tot problemen leiden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14509258/1