Bijlage 15 Stadsdeel Zuid Advies Beleidskader Participatie.pdf
Tekst van het document
Adviesaanvraag stadsdelen
Adviesaanvraag stadsdelen
Invullen door directie Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader participatie Portefeuille: Democratisering Directie Democratisering/ CTO/ Dienstverlening - Het beleidskader is op 1 juni door het college vrijgegeven voor inspraak en Datum behandeling staf WH
consultatie stadsdelen. - Op 24 augustus wordt de nota van Beantwoording en de adviezen van de stadsdelen ter besluitvorming aan het college aangeboden. - Daarna volgen de bespreking in de commissie KDD in september, waarna de gemeenteraad het beleidskader in oktober ter besluitvorming wordt aangeboden Datum adviesaanvraag: 08 juni 2021 Deadline ontvangst advies: 15 juli 2021 Advies mailen naar: d.logemann@amsterdma.nl Meegestuurde stukken: Raadsinformatiebrief, Beleidskader Participatie / Leidraad Participatie… Heeft er consultatie vooraf Eerder in het PHO Democratisering een verkennend gesprek plaatsgevonden plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Zuid Procesbegeleider: Skadi Renooij; s.renooij@amsterdam.nl Datum weekstart: 21-06-2021 Datum stadsdeelcommissie: 27-06-2021 Datum dagelijks bestuur: 06-07-2021 Registratienr. (optioneel): -
Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.
Adviesvraag college van burgemeester & wethouders: Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel
1.
Herkent het stadsdeel zich in de geformuleerde uitgangspunten en principes en echt zij deze ook goed toepasbaar en uitvoerbaar? 2. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het opstellen en publiceren van een participatie plan voor ieder participatietraject. Het idee hierachter is dat a) het opstellen van het participatieplan de gemeente helpt om vroeg, bewust en expliciet na te denken hoe zij burgers wil betrekken, b) het publiceren van het participatieplan burgers in staat stelt om zich actief te verhouden tot de voornemens van de gemeente. Welke rol ziet het stadsdeel voor zichzelf bij het onder de aandacht brengen/toegankelijk maken/inzichtelijk maken van het participatieplan voor de bewoners in het stadsdeel? 3. Welke rol, ideeën en/of behoeften bij de implementatie van het beleidskader ziet het stadsdeel voor zichzelf?
Pagina 1 van 5
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het dagelijks bestuur
De Stadsdeelcommissie Zuid stemt in met het Beleidskader Participatie. In vervolg op en in samenhang met het advies inzake de voorgenomen besluiten Bestuurlijk stelsel adviseert de Stadsdeelcommissie Zuid de ten behoeve van de kanteling van project participatie naar structurele participatie aangekondigde veranderstrategie in samenhang te bezien en uit te voeren met de cultuurverandering die het College van B&W wil inzetten ten behoeve van de doorontwikkeling bestuurlijk stelsel. Zienswijze uit het advies Bestuurlijk stelsel: De kans voor verandering ligt in een andere manier van werken. Een werkwijze die recht doet aan het uitgangspunt dat de leefwereld van de Amsterdammer, niet het systeem, centraal staat. Dat perspectief brengt de stadsdelen ongetwijfeld verstevigd in positie zodat kan worden afgesproken dat beleid in nabijheid van de bewoners wordt voorbereid: de Raad formuleert een kader op hoofdlijnen, een aantal stedelijke uitgangspunten: de nadere beleidsontwikkeling inclusief participatie op Sociaal Domein, Ruimtelijke Ontwikkeling (bestemmingsplannen), Gebiedsgericht werken, Participatie, Buurtbudgetten wordt in nabijheid van bewoners en belanghebbenden ingericht en uitgevoerd. De gemeenteraad is eindverantwoordelijk en stelt budgettaire kaders vast.
Maar dat wil niet zeggen dat alles centraal moet worden aangestuurd, ontwikkeld en uitgevoerd zoals ook benadrukt wordt in het evaluatierapport van Necker en Naem. Op stadsdeelniveau worden de door Raad gestelde uitgangspunten in samenspraak met bewoners en ondernemers uitgewerkt tot een voorstel dat de leefomgeving als uitgangspunt heeft. Bewoners, ondernemers en organisaties worden op flexibele wijze (communicatie en participatie passend bij vraagstuk, vorm volgt inhoud) eerder, breder en vaker betrokken. Participatie en communicatie is integraal onderdeel van elk traject. De stadsdelen worden gefaciliteerd (ambtelijke capaciteit) voor deze werkzaamheden en zorgen voor afstemming met de stedelijke organisatie.
Onderbouwing B&W van Amsterdam communiceren vanaf 2018 een progressieve visie op participatie. Met een wethouder Democratisering aan het roer heeft de gemeente Amsterdam de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het eerder, beter en breder betrekken van Amsterdammers bij bestuur en beleid. Dat heeft tot allerlei projecten en intiatieven geleid, ingezet en aangestuurd op stedelijk niveau. Bepaalde groepen Amsterdammers – de wethouder spreekt van Zeitadel in de begeleidingsbrief- voelden zich actief aangesproken en betrokken. Anderen constateerden mooie woorden maar weinig daden, onduidelijke kaders en doelen. Het vertrouwen in het bestuur en de eigen invloed hierop is, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Bestuurlijk stelsel van Necker en Naem, bij bewoners van Amsterdam niet groot. 1Dit heeft niets afgedaan aan de overtuigingen van de wethouder Democratisering. Gesteund en geïnspireerd door grote denkers als Hannah Arendt en Jean-Paul Sartre biedt hij ons een gloedvol betoog waarin de stap van project participatie naar structurele participatie wordt aangekondigd.
Amsterdam gaat werken aan “het scheppen van een bedding waarbinnen overheid en burgers samenwerken op basis van vertrouwen; en een stevige basis leggen voor co-creatief leren en innoveren op basis van diverse ervaringen en inzichten.” In het voorgelegde Beleidskader Participatie vormen Geleerde lessen de basis voor nieuwe 1 Het evaluatierapport Bestuurlijk stelsel van Necker & Naem vermeldt: 50% van de
Amsterdammers heeft geen vertrouwen in college, DB en SDC.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 5
uitgangspunten en principes. Een van de inzichten is dat het doel van de burger vaak anders en ruimer of algemener is dan dat van de gemeente; “zo zal een vraagstuk voor de inrichting van de publieke ruimte door burgers bijvoorbeeld eerder worden gezien als een vraagstuk over sociale cohesie. Zonder daar rekenschap aan te geven, zonder de bereidheid om hierin mee te bewegen bij de eigen doelbepaling, kan van een gedragen doel geen sprake zijn en evenmin van een succesvol participatietraject.” De Stadsdeelcommissie Zuid is verheugd over de reflectie die de wethouder in het Beleidskader laat zien. De Stadsdeelcommissie Zuid heeft de afgelopen jaren op meerdere casussen, zowel in het sociaal (Huize Lydia) als het fysieke domein (Bouwdynamiek) de aansluiting tussen beleid en de leefwereld bepleit. Het DB Zuid heeft waar mogelijk naar de signalen geluisterd maar al te vaak moest worden verwezen naar het stedelijk niveau waar ambtelijk en bestuurlijk de lijnen worden uitgezet. De Uitgangspunten en Principes die in het Beleidskader aan de Geleerde Lessen worden verbonden onderschrijft de Stadsdeelcommissie Zuid van harte. Het dat en wat van participatie onderschrijven we volledig. De kunst zit hem echter niet in de ideologie, uitgangspunten en principes maar in de borging van de bedoeling in de uitvoering, in de manier van werken en samenwerken.
De vertaling naar een Richtlijn en het instrument Participatieleidraad geven vertrouwen dat het beleid in de praktijk kan en zal worden gebracht. Maar daar plaatsen we de volgende kanttekening bij. In het Beleidskader wordt gesteld dat een veranderstrategie noodzakelijk is: een veranderstrategie die we via het bestuurlijk stelsel en het gebiedsgericht werken verder willen uitdenken en uitwerken. Vraagstukken waar we als stad voor staan benaderen we vanaf het prilste begin integraal: we definiëren de inhoud en scope, bepalen de kaders (financieel, juridisch) en kiezen de best passende participatievorm waar bestuur en politiek vooraf de kans krijgen om de uitgangspunten op deze drie onderdelen aan te scherpen. Daarbij hoort ook de bereidheid om onze interne processen zo in te richten dat we burgers invloed kunnen geven op de uitkomst van een participatieproces. Want te vaak zijn het onze interne processen, adviesgroepen en commissies die de ruimte al verregaand invullen, die we met een participatietraject kunnen en willen overlaten aan de betrokken burgers.” In het advies met betrekking tot het Bestuurlijk stelsel heeft de Stadsdeelcommissie Zuid een zelfde constatering opgenomen: de interne processen van de gemeente moeten zodanig ingericht moeten worden dat niet het systeem maar de belanghebbende betrokkenen en bewoners het uitgangspunt van beleid zijn.
Zie ons advies hierboven waarin we onze stelling/oproep herhalen. In het Beleidskader Participatie wordt dit nog vaker onderstreept: “Het uitgangspunt van de gemeentelijke organisatie verdraagt zich moeizaam met het uitgangspunt van de deelnemers aan participatieproces; namelijk de integrale leefwereld” (in normale mensentaal: hun buurt). (p. 6) De stadsdeelcommissie zal vanaf de start betrokken moeten zijn. Aan de bewoners zal in het beginstadium duidelijk moeten worden gemaakt wat er gedaan zal worden met hun overwegingen. Aan dit inzicht verbindt de Stadsdeelcommissie Zuid het advies om de participatieprocessen decentraal te beleggen. Centrale aansturing staat op gespannen voet met het centraal stellen van de maatschappelijke opgave. De maatschappelijke vraag ligt in de wijken en de (ambtelijke) werkwijze moet daarbij aansluiten. Het is van belang dat uitgangspunten en principes die B&W Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 5
hanteren voor participatie, door vertaald worden naar een werkwijze op stadsdeelniveau. Een (ambtelijke) werkwijze die gericht is op het college, niet op het dagelijks bestuur (DB), en al helemaal niet op de Stadsdeelcommissie, hindert de uitvoering van de principes. In het rapport van Necker & Naem werd gesteld: betrek bewoners eerder in het beleidstraject; de verbreding participatie wordt vooral ingezet door college en ambtenaren, niet door SDC’s (wel meedenken, geen stem in besluitvorming). “Ook hier geldt dat betere aansluiting van beleid bij de lokale opgave gewenst is: versterking van lokale inbreng middels een nabij bestuur in de stadsdelen, of door gebiedsteams en gebiedsagenda’s wordt te weinig herkend en erkend.” Het Beleidskader Participatie biedt de mogelijkheid om de aansluiting te realiseren. De stadsdeelcommissie wil daarnaast benadrukken dat toegankelijke taal zeer belangrijk is. Om ook groepen zoals jongeren, migranten en praktisch geschoolden te betrekken in de participatie, en verder te reiken dan de Zeitadel, is simpele en heldere taal van vitaal belang. Democratischere participatietrajecten, door middel van bijvoorbeeld transparantie en goede evaluaties, zijn alleen te realiseren indien taal toegankelijk is voor alle Amsterdammers, in het bijzonder voor bovenstaande specifieke doelgroepen.
De decentralisatie die meer duidelijkheid zal verschaffen voor burgers kan alleen slagen indien het taalgebruik aansluit op de verwachtingen van burgers. Daarom adviseert de stadsdeelcommissie om ambtelijke taal en leenwoorden uit het Engels zoals scope, zero-sum en negotiation strategy, die nog veelvuldig voorkomen in het beleidskader, te vermijden in de uiteindelijke participatietrajecten. Unaniem aangenomen Ondertekening door: Els Weijers, D66 Sam Altena, GroenLinks Keren Hirsch, PvdA Kune Burgers, VVD
Definitief advies dagelijks bestuur: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders 1 We herkennen ons in de uitgangspunten en principes uit het beleidskader participatie en zien hierin ook lessen en ervaringen terug uit participatietrajecten die de afgelopen periode in stadsdeel Zuid hebben gelopen of nog lopen. Deze uitgangspunten zijn wat ons betreft goed toepasbaar en uitvoerbaar.
2 Het opstellen en publiceren van een participatieplan voor ieder participatietraject geeft zowel aan burgers, ambtenaren als bestuurders duidelijkheid en houvast. Voor het stadsdeel zien we een belangrijke rol bij het opstellen van het participatieplan: In het stadsdeel staan ambtenaren en bestuur in continu contact met bewoners en ondernemers. Het stadsdeel beschikt over uitgebreide kennis van de lokale netwerken. Naar onze mening dient het stadsdeel altijd een belangrijke rol te spelen in het tijdig betrekken van bewoners bij het participatieplan en de uitvoering van het traject. Dit geldt zowel voor projecten van het stadsdeel zelf als bij projecten die vanuit de directies worden uitgevoerd. In de praktijk komt participatie voor in vele vormen en op verschillende momenten. Met de kennis en ervaring die in het stadsdeel aanwezig is kunnen, aan de aan de hand van het kader, de juiste afwegingen gemaakt worden bij het opstellen van het participatieplan. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden dat de praktijk en (lokale) omstandigheden continu veranderen, hier moet in een participatietraject op ingespeeld kunnen worden. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 5
3 Het is van groot belang dat er bij de start van een participatietraject voor alle betrokkenen helderheid is over de kaders en de daaruit volgende participatieruimte. Zowel beleidskaders als bestuurlijke kaders dienen inzichtelijk zijn. Kijk in dit verband ook kritisch naar de rol van de (stedelijke) adviescommissies. Er zal echter ook geïnvesteerd moeten worden in de inzet en werkwijze. Het opstellen van een participatieplan is een start, belangrijk is dat alle betrokkenen zich bij de uitwerking ook handelen in de geest van het participatieplan en zich houden aan de afspraken zoals die hierin zijn vastgelegd. Evaluaties moeten een belangrijk onderdeel van het participatietraject zijn. Wij vinden het van groot belang dat geborgd wordt dat opgedane kennis en ervaringen binnen de gehele gemeentelijke organisatie vastgelegd en gedeeld worden. Investeer in kennisopbouw binnen de gemeentelijke organisaties en specifiek bij eigen medewerkers. Externe inhuur van deskundigheid is soms noodzakelijk maar dient alleen ingezet te worden als het echt noodzakelijk is. Transparantie in informatievoorziening is een essentieel onderdeel van goede participatie. Zorg dat de beschikbare stedelijke online communicatiemiddelen in overeenstemming zijn met de behoefte en vanuit een project goed toegankelijk en beschikbaar zijn.
Investeer in het wegnemen van kennisachterstand bij deelnemers aan een participatietraject door relevante informatie beschikbaar of vindbaar te maken. Tot slot vragen we aandacht voor betrekken van specifieke doelgroepen bij het opstellen van een participatieplan. We denken hier bijvoorbeeld aan jongeren, indien het om projecten gaan die (mede) op hen gericht zijn, aan ouderen en aan anderstaligen. Stem waar nodig de toegepaste communicatiemiddelen en aanpak af op relevante groepen. Naar aanleiding van het advies van de stadsdeelcommissie vullen we het advies als volgt aan: Het dagelijks bestuur waardeert het zeer uitgebreide advies en de betrokkenheid van stadsdeelcommissie en vraagt het college deze mee te nemen. De stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur onderschrijven het belang van goede en heldere participatie. We adviseren participatie zo veel mogelijk op lokale schaal vorm te geven om optimaal aan te kunnen sluiten bij de (lokale) opgave en de lokale netwerken in te zetten. Aanvullend daarop wordt ook het belang van transparante en duidelijke communicatie, het tijdig betrekken van stakeholders en belanghebbenden, het ontsluiten van informatie benadrukt. Als laatste wordt aandacht gevraagd voor het betrekken van verschillende doelgroepen bij participatie.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 5