CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Stadsdeel West Advies Beleidskader Participatie.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 22 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidskader Participatie (ZD2021-007287)4.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag B&W aan stadsdelen Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader Participatie Portefeuille: Democratisering

Team Democratisering / CTO / Dienstverlening - Het beleidskader is op 1 juni door het college vrijgegeven voor inspraak en consultatie stadsdelen. - Op 24 augustus wordt de nota van Beantwoording en de adviezen van de stadsdelen ter besluitvorming aan het college aangeboden. - Daarna volgen de bespreking in de commissie KDD in september, waarna de gemeenteraad het beleidskader in oktober ter besluitvorming wordt aangeboden Datum adviesaanvraag: 8 juni Deadline ontvangst advies: 27 augustus Advies mailen naar: d.logemann@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Raadsinformatiebrief, Beleidskader Participatie / Leidraad Participatie… Heeft er consultatie vooraf Eerder in het PHO Democratisering een verkennend gesprek plaatsgevonden Directie:

Datum behandeling staf WH

plaatsgevonden?

Invullen door stadsdeel: West Lieke van der Westen en Anna Veltkamp Datum weekstart/staf: 21 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 6 juli 2021 Datum dagelijks bestuur: 29 juni 2021 Registratienr. (optioneel): n.v.t. Stadsdeel:

Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

1. Herkent het stadsdeel zich in de geformuleerde uitgangspunten en principes en acht zij deze ook goed toepasbaar en uitvoerbaar? 2. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het opstellen en publiceren van een participatie plan voor ieder participatietraject. Het idee hierachter is dat a) het opstellen van het participatieplan de gemeente helpt om vroeg, bewust en expliciet na te denken hoe zij burgers wil betrekken, b) het publiceren van het participatieplan burgers in staat stelt om zich actief te verhouden tot de voornemens van de gemeente. Welke rol ziet het stadsdeel voor zichzelf bij het onder de aandacht brengen/toegankelijk maken/inzichtelijk maken van het participatieplan voor de bewoners in het stadsdeel? 3. Welke rol, ideeën en/of behoeften bij de implementatie van het beleidskader ziet het stadsdeel voor zichzelf?

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Pagina 1 van 8

1. Herkent het stadsdeel zich in de geformuleerde uitgangspunten en principes en acht zij deze ook goed toepasbaar en uitvoerbaar? Het dagelijks bestuur van stadsdeel West waardeert de inzet om participatie tot natuurlijk onderdeel te maken van alle besluitvormingstrajecten die geïnitieerd worden door de gemeente. Met de uitgangspunten en principes formaliseert en concretiseert het beleidskader de betrokkenheid en invloed van bewoners en de verantwoordelijkheden die wij als gemeente hebben. Het belang daarvan onderkennen we ten volle. We proberen te leren van opgedane ervaringen. In West is de afgelopen jaren een rijke ervaring opgedaan met participatie, waarin wij steeds hebben geprobeerd nieuwe en verbeterde instrumenten en processen vorm te geven. Het is zodoende prettig dat het kader dat voorligt herkenbaar is in de bevindingen en aanbevelingen. Het DB acht dit beleidskader dan ook toepasbaar. Bij de uitvoerbaarheid plaatst het dagelijks bestuur van West de volgende kanttekening. Zoals ook in het beleidskader participatie wordt gesteld vraagt het beleidskader om een gedisciplineerde uitvoering en consequente toepassing van de hierin opgenomen uitgangspunten. Daarvoor is het nodig dat de werkprocessen en richtlijnen van alle organisatieonderdelen hierop worden afgestemd. Dat is nu nog niet altijd het geval.

Zo merken we regelmatig dat onze communicatierichtlijnen een snelle en transparante terugkoppeling naar bewoners in de weg zitten. Daarnaast vragen we ons af hoe de wens om participatie in een vroeg stadium van het plaberum te organiseren zich bijvoorbeeld verhoudt tot de inspanningen nu worden geleverd om juist deze fase te vereenvoudigen en verkorten? Het dagelijks bestuur adviseert het college daarom in gesprek te gaan met de verschillende organisatieonderdelen en de benodigde stappen te zetten om ervoor te zorgen dat de organisatie toegerust is om het Beleidskader Participatie uit te voeren. Naast het in lijn brengen van richtlijnen en werkwijzen, is het daarbij cruciaal dat er voldoende draagvlak, capaciteit en expertise op dit onderwerp is bij alle organisatieonderdelen. Alleen dan kan een succesvolle samenwerking tot stand komen.

2. Welke rol ziet het stadsdeel voor zichzelf bij het onder de aandacht brengen/toegankelijk maken/inzichtelijk maken van het participatieplan voor de bewoners in het stadsdeel? Het dagelijks bestuur ziet zeker een rol voor het stadsdeel bij het onder de aandacht brengen en toegankelijk maken van participatieplannen in het stadsdeel. Het louter publiceren van een plan op amsterdam.nl is niet genoeg om de gewenste doelgroepen te betrekken. Het dagelijks bestuur van West pleit ervoor om (op basis van bijvoorbeeld gebruikersonderzoek) goede (online) middelen te ontwikkelen om de participatieplannen en de voortgang ervan, zichtbaar en toegankelijk te maken voor de bewoners. Te denken valt bijvoorbeeld ook aan een ‘track and trace’ van participatietrajecten in jouw buurt, of het volgen van jouw input door het besluitvormingstraject heen. Ook kunnen de communicatiekanalen van het stadsdeel benut worden om participatieplannen onder de aandacht te brengen. Verder benadrukt het dagelijks bestuur van West het belang van het betrekken van mensen die zich niet zo snel laten horen. Hier kunnen we als stadsdeel een rol in spelen door onze contacten en netwerken in buurten. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we onmogelijk iedereen bereiken. Het is dan ook de taak van het (dagelijks) bestuur om in de besluitvorming een afweging te maken die recht doet aan alle betrokken belangen.

Dat betekent in de praktijk ook dat wie het hards roept niet altijd gelijk krijgt.

3. Welke rol, ideeën en/of behoeften bij de implementatie van het beleidskader ziet het stadsdeel voor zichzelf? Het dagelijks bestuur van stadsdeel West kan zich goed vinden in het voorstel om participatieplannen in een vroeg stadium te bespreken en vast te stellen met de verantwoordelijke bestuurder. Het opstellen, vaststellen en uitvoeren van de participatieplannen gebeurt onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur daar waar de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor een project of voor beleid bij het dagelijks bestuur ligt (in lijn met het bevoegdhedenregister). Wanneer de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het college ligt, vervult het dagelijks bestuur een adviesrol bij het opstellen, vaststellen en uitvoeren van de participatieplannen door het college. Het dagelijks bestuur wenst aanvullend daarop nadere afspraken te maken met het college over beleid en projecten Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 8

waarvan de impact voor bewoners van West groot is. In dit geval kan de nabijheid van het stadsdeelbestuur en de tijd en aandacht die zij aan het participatieproces kan besteden een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het proces. Het dagelijks bestuur en college kunnen dan overeenkomen dat het dagelijks bestuur namens het college de bestuurlijk trekker is bij de participatie en de voorbereiding van de besluitvorming. Indien er bestuurlijke dillema’s optreden vindt afstemming plaats tussen de portefeuillehouder en de wethouder. Deze afspraken dienen expliciet vastgelegd te worden in een (principe)besluit. Als voorbeeld noemen we het principebesluit voor de vernieuwing en herinrichting van de Da Costakade. Waar de bestuurlijke verantwoordelijkheid ook ligt, het gebiedsteam en andere relevante medewerkers van het stadsdeel vervullen een belangrijke adviesrol bij het opstellen en uitvoeren van het participatieplan, in lijn met de ‘ogen-en- oren’-functie van het stadsdeel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan advies over de te betrekken bewoners(groepen) en de beoogde scope (waar moet de vraag aan bewoners over gaan).

In aanvulling op de vragen van het college adviseert het dagelijks bestuur van West het volgende: Commitment op participatieplan als geheel Onder punt 3 (op pagina 5) wordt in het uitgangspunt aangegeven ‘De bestuurder legt vooraf gemotiveerd vast aan welk participatieniveau zij zich committeert, en op welke manier de participatie uitgevoerd wordt. Deze afspraken worden vastgelegd in een participatieplan dat gepubliceerd wordt.’ Hierin lijkt het niveau bepalend. Voor stadsdeel West is het belangrijk aan te geven dat het om het gehele participatieplan gaat, dus ook over het doel, de scope en de aanpak. Al deze factoren bepalen uiteindelijk de kwaliteit van het plan. Het dagelijks bestuur van West adviseert daarom om bovengenoemd uitgangspunt te wijzigen in: ‘De bestuurder legt vooraf gemotiveerd vast aan welk participatiedoel, de mate van invloed (participatieniveau) en de scope van de vraag zij zich committeert, en op welke manier de participatie uitgevoerd wordt’. Betrokkenheid gemeenteraad en stadsdeelcommissie Onder de ‘Principes’ staat bij punt 1 (op pagina 7) dat de gemeenteraad betrokken moet worden wanneer een besluit of plan veel impact heeft op de leefwereld van bewoners. Het dagelijks bestuur adviseert m.b.t.

de betrokkenheid van de gemeenteraad en de stadsdeelcommissie aan te sluiten bij het bevoegdhedenregister, dan wel bij de aanvullende afspraken tussen het college en het dagelijks bestuur zoals hierboven beschreven. Is het dagelijks bestuur van een stadsdeel verantwoordelijk voor een participatieplan dan wordt de stadsdeelcommissie betrokken. Is het college verantwoordelijk dan wordt de gemeenteraad betrokken. In het laatste geval betrekt het dagelijks bestuur in haar advies aan het college ook het advies van de stadsdeelcommissie. Beleidskader participatie bij bouwprojecten van derden (overheidsparticipatie) Het voorliggende Beleidskader Participatie betreft burgerparticipatie: participatie bij beleid en projecten waarbij we als gemeente het initiatief nemen. Het dagelijks bestuur hecht daarnaast waarde aan duidelijke kaders voor overheidsparticipatie: daar waar particuliere initiatiefnemers het initiatief nemen voor een ontwikkeling en de participatie uitvoeren. Dit type participatie is niet beschreven in dit beleidskader is en wel van grote invloed op het zeggenschap van bewoners. Het stadsdeel is zich ervan bewust dat wordt gewerkt aan het beleidskader buurtrechten. Participatie bij projecten is echter breder. Zo missen wij de indieningsvereisten en/of randvoorwaarden betreffende participatie bij bouwplannen van derden.

Het dagelijks bestuur van West vindt overheidsparticipatie belangrijk omdat dit de kwaliteit van (bouw)plannen ten goede komt en kan zorgen voor een betere belangenafweging. Daarom voeren wij regie op participatie bij bouwprojecten van derden (zowel particulieren die hun woning willen uitbreiden, als corporaties met sloopnieuwbouwplannen als ontwikkelaars die een woontoren gaan bouwen). Er wordt verwacht dat een aanvrager de buurt informeert en raadpleegt als het gaat om bouwplannen met ruimtelijke impact. Het stadsdeel doet mee in het participatieproces en weegt de opbrengsten mee bij besluitvorming. Hiertoe is de Handreiking regie op participatie ontwikkeld die aansluit op de stedelijke leidraad en richtlijnen. Stadsdeel West heeft positieve ervaringen met het werken op deze manier. Wat nog ontbreekt is een meer sturende regeling. Overheidsparticipatie vindt nu plaats op basis van vrijwilligheid. Stedelijk beleid dat gaat over overheidsparticipatie in de vorm van indieningsvereisten, zou een steun in de rug zijn om ook minder bereidwillige initiatiefnemers tot participatie te bewegen, in de hele stad. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 8

Denk daarbij ook aan de bouwdynamiek. Bovendien kent de Omgevingswet een motiveringsplicht: de aanvrager moet aangeven of er is geparticipeerd en zo ja hoe. De wet bevat echter geen specificatie over hoe dit zou moeten gebeuren. Uit praktijkvoorbeelden en onderzoeken blijkt dat overheidsparticipatie ervoor kan zorgen dat de plannen beter passen in de leefomgeving, bewoners beter op de hoogte zijn van ontwikkelingen en een betere belangenafweging kan plaatsvinden. Dit is ook in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet. Samengevat hecht het dagelijks aan een beleidskader voor overheidsparticipatie om de volgende redenen: - Vanwege de Omgevingswet is er indirect sprake van een verplichting voor gemeenten om een integraal participatiebeleid op te stellen, zowel voor burger- als overheidsparticipatie. - De behoefte om sterker regie te kunnen voeren op participatie bij particuliere initiatieven met oog op kwaliteit van de plannen en draagvlak. - Ambities met betrekking tot Samen Stadmaken in de Omgevingsvisie. - De samenleving zal de gemeente aanspreken op onze verantwoordelijkheid en vragen om duidelijkheid hoe de gemeente tegen burger- en overheidsparticipatie aankijkt. Het niet hebben van beleid over overheidsparticipatie maakt de gemeente kwetsbaar.

Het dagelijks bestuur adviseert het college dan ook met klem om een beleidskader voor participatie bij bouwprojecten van derden op te stellen, met daarin participatie- indieningsvereisten of randvoorwaarden voor een aanvraag omgevingsvergunning

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie heeft op 24 augustus 2021 ingestemd met het bovenstaande concept DB advies. Daarnaast geeft de stadsdeelcommissie samenvattend de volgende adviezen (voor het volledige advies zie bijlage): Advies 1: betrek regionale samenwerkingsverbanden Besteed in het kader nadrukkelijk aandacht aan de (on)mogelijkheden als het gaat om het betrekken van de samenleving bij regionale besluitvorming. Advies 2: het politiseren van het participatieproces Bouw voldoende waarborgen in binnen het kader zodat het politieke debat enkel gevoerd wordt waar deze thuishoort: binnen de gemeenteraad. Conform het in het kader geformuleerde principe mag een participatietraject in geen geval een vervanging worden van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Advies 3: het betrekken van voldoende en de juiste belanghebbenden Definieer zeer zorgvuldig wat de gemeente verstaat onder ‘inclusiviteit’ als het gaat om participatie en maak voor derden inzichtelijk welke effecten een plan hebben op de omgeving en welke actoren in beeld zijn bij de gemeente. Dit kan door een bewonerseffectrapportage of een stakeholderanalyse vast onderdeel te maken van het participtieplan. Advies 4: Beleidsruimte is indicatief voor de mate van zeggenschap en invloed Schrap het genoemde principe dat ‘beleidsruimte indicatief’ is of herformuleer.

Heroverweeg de vier participatieniveau ’s en de in Leidraad vastgelegde systematiek. Advies 5: Duidelijke rollen, onafhankelijkheid en transparantie Waarborg in het kader de onafhankelijkheid van de participatieprocessen door hetzij een onafhankelijke facilitator of minstens toezicht op de uitvoering door een onafhankelijke partij. Dit impliceert onder meer waarborgen van een juiste weergave van de inbreng van participanten in verslagen en van genomen besluiten en gemaakte afspraken. Ook de toetsing vooraf van het participatieplan dient door een onafhankelijke partij te gebeuren om elke verdenking van vermenging van belangen te voorkomen. Een mogelijke onafhankelijke partij Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 8

kan de organisatie van de Ombudsman zijn. Voordeel is dat hiermee ervaringen voor de stad geborgd worden en de gemeentelijke organisatie daarvan profijt trekt als lerende organisatie.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Het advies van de stadsdeelcommissie is zwaarwegend in die zin dat het dagelijks bestuur het advies van de stadsdeelcommissie in beginsel overneemt indien het advies is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de stedelijke en budgettaire kaders past. In het verlengde hiervan neemt het dagelijks bestuur in aanvulling op het reeds geformuleerde conceptadvies van het DB punt 1 t/m 4 van de stadsdeelcommissie over. Punt 5 van de stadsdeelcommissie past niet binnen budgettaire kaders en de rol van het bestuur. Dit punt neemt het dagelijks bestuur dan ook niet over. Dientengevolge luidt het definitieve advies van het dagelijks bestuur als volgt: 1. Herkent het stadsdeel zich in de geformuleerde uitgangspunten en principes en acht zij deze ook goed toepasbaar en uitvoerbaar? Het dagelijks bestuur van stadsdeel West waardeert de inzet om participatie tot natuurlijk onderdeel te maken van alle besluitvormingstrajecten die geïnitieerd worden door de gemeente. Met de uitgangspunten en principes formaliseert en concretiseert het beleidskader de betrokkenheid en invloed van bewoners en de verantwoordelijkheden die wij als gemeente hebben. Het belang daarvan onderkennen we ten volle. We proberen te leren van opgedane ervaringen.

In West is de afgelopen jaren een rijke ervaring opgedaan met participatie, waarin wij steeds hebben geprobeerd nieuwe en verbeterde instrumenten en processen vorm te geven. Het is zodoende prettig dat het kader dat voorligt herkenbaar is in de bevindingen en aanbevelingen. Het DB acht dit beleidskader dan ook toepasbaar. Bij de uitvoerbaarheid plaatst het dagelijks bestuur van West de volgende kanttekening. Zoals ook in het beleidskader participatie wordt gesteld vraagt het beleidskader om een gedisciplineerde uitvoering en consequente toepassing van de hierin opgenomen uitgangspunten. Daarvoor is het nodig dat de werkprocessen en richtlijnen van alle organisatieonderdelen hierop worden afgestemd. Dat is nu nog niet altijd het geval. Zo merken we regelmatig dat onze communicatierichtlijnen een snelle en transparante terugkoppeling naar bewoners in de weg zitten. Daarnaast vragen we ons af hoe de wens om participatie in een vroeg stadium van het plaberum te organiseren zich bijvoorbeeld verhoudt tot de inspanningen nu worden geleverd om juist deze fase te vereenvoudigen en verkorten? Het dagelijks bestuur adviseert het college daarom in gesprek te gaan met de verschillende organisatieonderdelen en de benodigde stappen te zetten om ervoor te zorgen dat de organisatie toegerust is om het Beleidskader Participatie uit te voeren.

Naast het in lijn brengen van richtlijnen en werkwijzen, is het daarbij cruciaal dat er voldoende draagvlak, capaciteit en expertise op dit onderwerp is bij alle organisatieonderdelen. Alleen dan kan een succesvolle samenwerking tot stand komen.

2. Welke rol ziet het stadsdeel voor zichzelf bij het onder de aandacht brengen/toegankelijk maken/inzichtelijk maken van het participatieplan voor de bewoners in het stadsdeel? Het dagelijks bestuur ziet zeker een rol voor het stadsdeel bij het onder de aandacht brengen en toegankelijk maken van participatieplannen in het stadsdeel. Het louter publiceren van een plan op amsterdam.nl is niet genoeg om de gewenste doelgroepen te betrekken. Het dagelijks bestuur van West pleit ervoor om (op basis van bijvoorbeeld gebruikersonderzoek) goede (online) middelen te ontwikkelen om de participatieplannen en de voortgang ervan, zichtbaar en toegankelijk te maken voor de bewoners. Te denken valt bijvoorbeeld ook aan een ‘track and trace’ van participatietrajecten in jouw buurt, of het volgen van jouw input door het besluitvormingstraject heen. Ook kunnen de communicatiekanalen van het stadsdeel benut worden om participatieplannen onder de aandacht te brengen.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 8

Verder benadrukt het dagelijks bestuur van West het belang van het betrekken van mensen die zich niet zo snel laten horen. Hier kunnen we als stadsdeel een rol in spelen door onze contacten en netwerken in buurten. Tegelijkertijd realiseren we ons dat we onmogelijk iedereen bereiken. Het is dan ook de taak van het (dagelijks) bestuur om in de besluitvorming een afweging te maken die recht doet aan alle betrokken belangen. Dat betekent in de praktijk ook dat wie het hards roept niet altijd gelijk krijgt.

3. Welke rol, ideeën en/of behoeften bij de implementatie van het beleidskader ziet het stadsdeel voor zichzelf? Het dagelijks bestuur van stadsdeel West kan zich goed vinden in het voorstel om participatieplannen in een vroeg stadium te bespreken en vast te stellen met de verantwoordelijke bestuurder. Het opstellen, vaststellen en uitvoeren van de participatieplannen gebeurt onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur daar waar de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor een project of voor beleid bij het dagelijks bestuur ligt (in lijn met het bevoegdhedenregister). Wanneer de bestuurlijke verantwoordelijkheid bij het college ligt, vervult het dagelijks bestuur een adviesrol bij het opstellen, vaststellen en uitvoeren van de participatieplannen door het college. Het dagelijks bestuur wenst aanvullend daarop nadere afspraken te maken met het college over beleid en projecten waarvan de impact voor bewoners van West groot is. In dit geval kan de nabijheid van het stadsdeelbestuur en de tijd en aandacht die zij aan het participatieproces kan besteden een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het proces. Het dagelijks bestuur en college kunnen dan overeenkomen dat het dagelijks bestuur namens het college de bestuurlijk trekker is bij de participatie en de voorbereiding van de besluitvorming.

Indien er bestuurlijke dillema’s optreden vindt afstemming plaats tussen de portefeuillehouder en de wethouder. Deze afspraken dienen expliciet vastgelegd te worden in een (principe)besluit. Als voorbeeld noemen we het principebesluit voor de vernieuwing en herinrichting van de Da Costakade. Waar de bestuurlijke verantwoordelijkheid ook ligt, het gebiedsteam en andere relevante medewerkers van het stadsdeel vervullen een belangrijke adviesrol bij het opstellen en uitvoeren van het participatieplan, in lijn met de ‘ogen-en- oren’-functie van het stadsdeel. Denk daarbij bijvoorbeeld aan advies over de te betrekken bewoners(groepen) en de beoogde scope (waar moet de vraag aan bewoners over gaan). In aanvulling op de vragen van het college adviseert het dagelijks bestuur van West het volgende: Commitment op participatieplan als geheel Onder punt 3 (op pagina 5) wordt in het uitgangspunt aangegeven ‘De bestuurder legt vooraf gemotiveerd vast aan welk participatieniveau zij zich committeert, en op welke manier de participatie uitgevoerd wordt. Deze afspraken worden vastgelegd in een participatieplan dat gepubliceerd wordt.’ Hierin lijkt het niveau bepalend. Voor stadsdeel West is het belangrijk aan te geven dat het om het gehele participatieplan gaat, dus ook over het doel, de scope en de aanpak. Al deze factoren bepalen uiteindelijk de kwaliteit van het plan.

Het dagelijks bestuur van West adviseert daarom om bovengenoemd uitgangspunt te wijzigen in: ‘De bestuurder legt vooraf gemotiveerd vast aan welk participatiedoel, de mate van invloed (participatieniveau) en de scope van de vraag zij zich committeert, en op welke manier de participatie uitgevoerd wordt’. Betrokkenheid gemeenteraad en stadsdeelcommissie Onder de ‘Principes’ staat bij punt 1 (op pagina 7) dat de gemeenteraad betrokken moet worden wanneer een besluit of plan veel impact heeft op de leefwereld van bewoners. Het dagelijks bestuur adviseert m.b.t. de betrokkenheid van de gemeenteraad en de stadsdeelcommissie aan te sluiten bij het bevoegdhedenregister, dan wel bij de aanvullende afspraken tussen het college en het dagelijks bestuur zoals hierboven beschreven. Is het dagelijks bestuur van een stadsdeel verantwoordelijk voor een participatieplan dan wordt de stadsdeelcommissie betrokken. Is het college verantwoordelijk dan wordt de gemeenteraad betrokken. In het laatste geval betrekt het dagelijks bestuur in haar advies aan het college ook het advies van de stadsdeelcommissie. Beleidskader participatie bij bouwprojecten van derden (overheidsparticipatie) Het voorliggende Beleidskader Participatie betreft burgerparticipatie: participatie bij beleid en projecten waarbij we Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 8

als gemeente het initiatief nemen. Het dagelijks bestuur hecht daarnaast waarde aan duidelijke kaders voor overheidsparticipatie: daar waar particuliere initiatiefnemers het initiatief nemen voor een ontwikkeling en de participatie uitvoeren. Dit type participatie is niet beschreven in dit beleidskader is en wel van grote invloed op het zeggenschap van bewoners. Het stadsdeel is zich ervan bewust dat wordt gewerkt aan het beleidskader buurtrechten. Participatie bij projecten is echter breder. Zo missen wij de indieningsvereisten en/of randvoorwaarden betreffende participatie bij bouwplannen van derden. Het dagelijks bestuur van West vindt overheidsparticipatie belangrijk omdat dit de kwaliteit van (bouw)plannen ten goede komt en kan zorgen voor een betere belangenafweging. Daarom voeren wij regie op participatie bij bouwprojecten van derden (zowel particulieren die hun woning willen uitbreiden, als corporaties met sloopnieuwbouwplannen als ontwikkelaars die een woontoren gaan bouwen). Er wordt verwacht dat een aanvrager de buurt informeert en raadpleegt als het gaat om bouwplannen met ruimtelijke impact. Het stadsdeel doet mee in het participatieproces en weegt de opbrengsten mee bij besluitvorming. Hiertoe is de Handreiking regie op participatie ontwikkeld die aansluit op de stedelijke leidraad en richtlijnen.

Stadsdeel West heeft positieve ervaringen met het werken op deze manier. Wat nog ontbreekt is een meer sturende regeling. Overheidsparticipatie vindt nu plaats op basis van vrijwilligheid. Stedelijk beleid dat gaat over overheidsparticipatie in de vorm van indieningsvereisten, zou een steun in de rug zijn om ook minder bereidwillige initiatiefnemers tot participatie te bewegen, in de hele stad. Denk daarbij ook aan de bouwdynamiek. Bovendien kent de Omgevingswet een motiveringsplicht: de aanvrager moet aangeven of er is geparticipeerd en zo ja hoe. De wet bevat echter geen specificatie over hoe dit zou moeten gebeuren. Uit praktijkvoorbeelden en onderzoeken blijkt dat overheidsparticipatie ervoor kan zorgen dat de plannen beter passen in de leefomgeving, bewoners beter op de hoogte zijn van ontwikkelingen en een betere belangenafweging kan plaatsvinden. Dit is ook in lijn met de doelstelling van de Omgevingswet. Samengevat hecht het dagelijks aan een beleidskader voor overheidsparticipatie om de volgende redenen: - Vanwege de Omgevingswet is er indirect sprake van een verplichting voor gemeenten om een integraal participatiebeleid op te stellen, zowel voor burger- als overheidsparticipatie. - De behoefte om sterker regie te kunnen voeren op participatie bij particuliere initiatieven met oog op kwaliteit van de plannen en draagvlak.

- Ambities met betrekking tot Samen Stadmaken in de Omgevingsvisie. - De samenleving zal de gemeente aanspreken op onze verantwoordelijkheid en vragen om duidelijkheid hoe de gemeente tegen burger- en overheidsparticipatie aankijkt. Het niet hebben van beleid over overheidsparticipatie maakt de gemeente kwetsbaar. Het dagelijks bestuur adviseert het college dan ook met klem om een beleidskader voor participatie bij bouwprojecten van derden op te stellen, met daarin participatie- indieningsvereisten of randvoorwaarden voor een aanvraag omgevingsvergunning Betrek regionale samenwerkingsverbanden Besteed in het kader nadrukkelijk aandacht aan de (on)mogelijkheden als het gaat om het betrekken van de samenleving bij regionale besluitvorming. Het politiseren van het participatieproces Bouw voldoende waarborgen in binnen het kader zodat het politieke debat enkel gevoerd wordt waar deze thuishoort: binnen de gemeenteraad. Conform het in het kader geformuleerde principe mag een participatietraject in geen geval een vervanging worden van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Het betrekken van voldoende en de juiste belanghebbenden Definieer zeer zorgvuldig wat de gemeente verstaat onder ‘inclusiviteit’ als het gaat om participatie en maak voor derden inzichtelijk welke effecten een plan hebben op de omgeving en welke actoren in beeld zijn bij de gemeente.

Dit kan door een bewonerseffectrapportage of een stakeholderanalyse vast onderdeel te maken van het participtieplan. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 8

Beleidsruimte is indicatief voor de mate van zeggenschap en invloed Schrap het genoemde principe dat ‘beleidsruimte indicatief’ is of herformuleer. Heroverweeg de vier participatieniveau ’s en de in Leidraad vastgelegde systematiek.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10517367/1