CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 13 De regeling zonder renvooi.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling (VN2024-007102)45.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Omgevingsplan gemeente Amsterdam Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.

Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevings- plan.

2.

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomge- ving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit omgevingsplan, tenzij bijlage I bij dit omgevingsplan een afwijkende begrips- omschrijving bevat.

3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

4.

Bijlage III bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.

5.

In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-omgevingsplan geldt de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-omgevingsplan.

6.

Als een begripsbepaling in een ter plaatse geldend ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of een TAMomgevingsplan afwijkt van een begripsbepaling, opgenomen in bijlage I, dan is op de begripsbepaling in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan van toepassing op de desbetreffende regels in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan of TAM-omgevingsplan.

Artikel 1.2 Oogmerk van de regels De regels in dit omgevingsplan zijn gesteld met het oog op de maatschappelijke doelen, bedoeld in artikel 1.3 van de Omgevingswet, tenzij uit de regels van dit omgevingsplan volgt dat het oogmerk is beperkt.

Artikel 1.3 Geografisch werkingsgebied van de regels, overzicht van informatieobjecten 1.

De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied is beperkt.

2.

Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat een overzicht van informatieobjecten.

Artikel 1.4 Normadressaat Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald, wordt aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 1.5 Algemene gegevens bij melding en informatieplicht Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, anders dan in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift, worden die ondertekend en voorzien van: a. een beschrijving van de activiteit, waarop het verstrekken van de gegevens en bescheiden betrekking heeft; b. de naam, adres en telefoonnummer van degene die de activiteit verricht; c. als de gegevens en bescheiden worden ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde; d. e. f.

als de gegevens en bescheiden elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde; het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en g. de dagtekening.

Hoofdstuk 2 GEBRUIKSDOEL VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, REGELS OVER GEBRUIK Afdeling 2.1 ALGEMEEN

1

Artikel 2.1 Toepassingsbereik 1.

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken en het gebruik van gronden en bouwwerken.

2.

Afdeling 2.3 is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen'. Daar wordt het gebruiksdoel van gronden en bouwwerken bepaald door de bestemming die op grond van het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan geldt.

Artikel 2.2 Meet- en rekenregels 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over gebruik in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.

2.

Op het bepalen van de bruto-vloeroppervlakte is NEN 2580 van toepassing.

3.

Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een aanduiding geldt de betreffende norm per afzonderlijk aanduidingsvlak.

Afdeling 2.2 ALGEMEEN VERBOD GRONDEN EN BOUWWERKEN TE GEBRUIKEN IN STRIJD MET REGELS OVER GEBRUIK Artikel 2.3 Vangnetbepaling strijdig gebruik 1.

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in afdeling 2.3 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3.

2.

In afwijking van het eerste lid is het ter plaatse van de aanduiding 'ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan aan een locatie gegeven bestemming en de daarop betrekking hebbende regels over gebruik, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn.

3.

In afwijking van het eerste lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, waarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 3, voor zover die van toepassing zijn.

4.

In aanvulling op het tweede lid is het daar waar een TAM-omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, zonder dat daarbij het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan is vervallen, verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over gebruik van gronden en bouwwerken.

5.

Tot een gebruik dat in overeenstemming is met een aan een locatie gegeven gebruiksdoel, bedoeld in het eerste lid, behoort in elk geval het inrichten en/of gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. groenvoorzieningen en waterpartijen; b. c. d.

nutsvoorzieningen; ontsluitingsinfrastructuur ten behoeve van het gebruiksdoel; het voorzien in de eigen parkeerbehoefte.

Afdeling 2.3 GEBRUIKSDOELEN VAN GRONDEN EN BOUWWERKEN, TOEGESTAAN GEBRUIK EN REGELS OVER DAT GEBRUIK Paragraaf 2.3.1 Wonen Subparagraaf 2.3.1.1 Algemene regels over wonen Artikel 2.4 Toepassingsbereik 1.

2

Paragraaf 2.3.1 is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.

2.

Paragraaf 2.3.1 geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen'.

Artikel 2.5 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen', toegestaan gebruik 1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: wonen' hebben als gebruiksdoel wonen, en mogen worden gebruikt ten behoeve van wonen.

2.

Een ander gebruik van woonruimte dan voor wonen is uitsluitend toegestaan voor zover dit in deze paragraaf is aangegeven en met inachtneming van de daarvoor geldende regels.

Artikel 2.6 Omvang en situering van wonen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte wonen' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van wonen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'aantal woningen' is het maximum aantal woningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen is toegestaan' is wonen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin wonen niet is toegestaan' is wonen niet toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.7 Specifieke regels over het gebruik van het bij een woonruimte behorend erf

3

1.

Onverminderd artikel 3.5 is het verboden een bij een woonruimte behorend bijgebouw te gebruiken voor bewoning.

2.

In aanvulling op artikel 3.5 is het verboden een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend gebouwerf te parkeren, tenzij dit plaatsvindt: a. binnen een bouwwerk dat klaarblijkelijk is bedoeld voor het parkeren van een motorrijtuig; of b. buiten een daartoe klaarblijkelijk bedoeld bouwwerk, voor zover de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg hieraan niet in de weg staan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'parkeren op eigen terrein niet toegestaan' is, in afwijking van het tweede lid, onder b, het stallen van een motorrijtuig op het bij een woonruimte behorend erf, ongeacht de bestaande inrichting van de openbare ruimte en de aansluiting van het erf op de openbare weg, niet toegestaan.

4.

Het in het tweede lid opgenomen verbod is niet van toepassing op een motorrijtuig op twee wielen of op een gehandicaptenvoertuig, bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Artikel 2.8 Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis 1.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan, maar uitsluitend voor zover: a. het gebruik van de woonruimte en het erf ten behoeve van bewoning overheersend blijft; en b. het beroep of bedrijf aan huis door de bewoner zelf wordt uitgeoefend.

2.

Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis dat gepaard gaat met geluidhinder of geurhinder is niet toegestaan.

3.

Het uitoefenen van bedrijfsmatige seksuele dienstverlening is niet toegestaan.

4.

Op degene die een beroep of bedrijf aan huis uitoefent berust de bijzondere zorgplicht datgene in het werk te stellen wat redelijkerwijze kan worden verlangd om hinder op de woonomgeving als gevolg van de uitoefening van het beroep of bedrijf aan huis te voorkomen.

5.

Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen over de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis om onaanvaardbare hinder voor het woon- en leefklimaat tegen te gaan.

Artikel 2.9 Beperkende regel over waar short stay is toegestaan Het gebruik van woonruimte voor short stay is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'short stay toegestaan'.

Artikel 2.10 Garageboxen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'garagebox’ geldt dat uitsluitend een of meer garageboxen zijn toegestaan.

2.

Het gebruik van de in het eerste lid bedoelde garagebox voor bewoning is niet toegestaan.

Subparagraaf 2.3.1.2 Regels over specifieke woonvormen en doelgroepen Artikel 2.11 Locaties aangewezen voor bedrijfswoningen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is woonruimte aangewezen als bedrijfswoning.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is het verboden woonruimte op een andere wijze in gebruik te hebben dan als bedrijfswoning.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is maximaal één bedrijfswoning toegestaan.

4.

In afwijking van het derde lid, zijn ter plaatse van de aanduiding 'twee bedrijfswoningen toegestaan' twee bedrijfswoningen toegestaan.

Artikel 2.12 Locaties aangewezen voor studentenhuisvesting Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend studentenwoningen’ mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als studentenwoning.

Artikel 2.13 Locaties aangewezen voor zorgwoningen Ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning' mag woonruimte uitsluitend worden gebruikt als zorgwoning.

Artikel 2.14 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.15 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.16 Gereserveerd [Gereserveerd]

2.17 Gereserveerd

4

Artikel [Gereserveerd]

Artikel 2.18 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.1.3 Regels over activiteiten waarvoor een vergunningplicht op grond van Huisvestingsverordening geldt

de

Artikel 2.19 Het gebruik van woonruimte of bijbehorende opstallen voor Bed and Breakfast 1.

Het is verboden woonruimte te gebruiken voor Bed and Breakfast, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde vergunning is verleend, en uitsluitend voor de duur van die vergunning.

2.

Het is verboden bij woonruimte behorende bijgebouwen te gebruiken voor Bed and Breakfast.

3.

Onverminderd het bepaalde in de Huisvestingsverordening geldt het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet ter plaatse van de aanduiding 'Bed and Breakfast toegestaan'.

Artikel 2.20 Kamerverhuur 1.

Woonruimte is uitsluitend toegestaan in de vorm van zelfstandige woonruimte, tenzij: de woonruimte is gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor zover die vergunning voorziet in het realiseren van onzelfstandige woonruimten; of b. de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde omzettingsvergunning is verleend. a.

2.

In aanvulling op het eerste lid, onder a en b, is onzelfstandige woonruimte ook toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'onzelfstandige woonruimte toegestaan'.

3.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'minimum aantal onzelfstandige woonruimten' het minimum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

4.

Als onzelfstandige woonruimte is toegestaan, is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal onzelfstandige woonruimten' het maximum aantal onzelfstandige woonruimten de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.21 Woningvorming Het is verboden een woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten, tenzij daarvoor de op grond van de Huisvestingsverordening benodigde woningvormingsvergunning is verleend.

Paragraaf 2.3.2 Maatschappelijke dienstverlening Subparagraaf 2.3.2.1 Algemene regels over maatschappelijke dienstverlening Artikel 2.22 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening'.

Artikel 2.23 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: maatschappelijke dienstverlening' hebben als gebruiksdoel maatschappelijke dienstverlening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van het bieden van maatschappelijke dienstverlening.

2.24 Omvang en situering van maatschappelijke dienstverlening 1.

5

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlak maatschappelijke dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte van maatschappelijke dienstverlening de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin maatschappelijke dienstverlening is toegestaan' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 2.3.2.2 Regels over specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening Artikel 2.25 Kinderopvang 1.

Een kinderopvang is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderopvang toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan' is uitsluitend kinderopvang zonder bedgebied toegestaan

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin kinderopvang is toegestaan' is kinderopvang uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal kinderopvang' geldt dat per bouwblok maximum één kinderopvang is toegestaan.

Artikel 2.26 Onderwijs 1.

Een basisschool is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'basisschool toegestaan'.

2.

Een instelling voor het bieden van voortgezet onderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'voortgezet onderwijs toegestaan'.

3.

Een instelling voor het bieden van middelbaar beroepsonderwijs is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'middelbaar beroepsonderwijs toegestaan'.

4.

Een hogeschool of universiteit is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'hogeschool en universitair onderwijs toegestaan'.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

6.

Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op het geven van avondonderwijs.

Artikel 2.27 Ziekenhuizen en daarmee vergelijkbare instellingen 1.

Het bieden van medische zorgverlening in een ziekenhuis of universitair medisch centrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ziekenhuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 2.28 Verpleeghuizen en verzorgingshuizen 1.

Een verpleeghuis of verzorgingshuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verpleeghuis of verzorgingshuis toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

2.29 Overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie met bedgebied 1.

Voor overige instellingen met een gezondheidszorgfunctie geldt dat die, voor zover het gaat om een gezondheidszorgfunctie met bedgebied, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige instellingen met gezondheidszorgfunctie met bedgebied toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'geen geluidgevoelige ruimten' zijn geen geluidgevoelige ruimten toegestaan.

Artikel 2.30 Kinderboerderijen Een kinderboerderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kinderboerderij'.

Artikel 2.31 Begraafplaatsen

6

Artikel Een begraafplaats is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'begraafplaats toegestaan'.

Artikel 2.32 Crematoria Een crematorium is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'crematorium toegestaan'.

Artikel 2.33 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.34 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.35 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.36 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.37 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.2.3 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van maatschappelijke dienstverlening zijn toegestaan Artikel 2.38 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend school(werk)tuin' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een school(werk)tuin toegestaan.

Artikel 2.39 Beperking ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend kinderboerderij' is maatschappelijke dienstverlening uitsluitend in de vorm van een kinderboerderij toegestaan.

Paragraaf 2.3.3 Zakelijke en administratieve dienstverlening (kantoor) Artikel 2.40 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening'.

2.41 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening', toegestaan gebruik 1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: zakelijke en administratieve dienstverlening' hebben als gebruiksdoel zakelijke en administratieve dienstverlening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

Voor zover sprake is van dienstverlening met een meer dan ondergeschikte baliefunctie of met overwegend rechtstreeks contact met de klant, is sprake van consumentgerichte dienstverlening als bedoeld in paragraaf 2.3.4, en is dit gebruik niet in overeenstemming met het in het eerste lid bedoelde gebruiksdoel.

Artikel 2.42 Omvang en situering van zakelijke en administratieve dienstverlening

7

Artikel 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte zakelijke en administratieve dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van zakelijke en administratieve dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin zakelijke en administratieve dienstverlening is toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.43 Beperkingen met betrekking tot baliefuncties 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitgesloten' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitgesloten.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'baliefunctie uitsluitend op begane grond toegestaan' is zakelijke en administratieve dienstverlening met baliefunctie uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Artikel 2.44 Aanbieden aan derden van vergader- en congresfaciliteiten 1.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van zakelijke en administratieve dienstverlening.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden aan derden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.45 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.46 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.47 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.48 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.4 Detailhandel Subparagraaf 2.3.4.1 Algemene regels over detailhandel

8

Artikel 2.49 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel'.

Artikel 2.50 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: detailhandel' hebben als gebruiksdoel detailhandel en mogen worden gebruikt voor detailhandel.

Artikel 2.51 Omvang en situering van detailhandel 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte detailhandel' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van detailhandel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin detailhandel is toegestaan' is detailhandel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.52 gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.53 gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.4.2 Vormen van detailhandel die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties Artikel 2.54 Beperkende regel over waar loketverkoop is toegestaan De uitoefening van loketverkoop is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'loketverkoop toegestaan'.

Artikel 2.55 Beperkende regel over waar sekswinkels zijn toegestaan Een sekswinkel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sekswinkel toegestaan'.

Artikel 2.56 Beperkende regel over waar een verkooppunt motorbrandstoffen is toegestaan 1.

Een verkooppunt motorbrandstoffen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen toegestaan' is de verkoop van LPG uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verkoop LPG toegestaan'.

Artikel 2.57 Beperkende regel over waar smartshops, headshops, seedshops, growshops en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn toegestaan Een smartshop, headshop, seedshop, growshop en naar de aard daarmee vergelijkebare vormen van detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van: a. smartshops ter plaatse van de aanduiding 'smartshop'; b. headshops ter plaatse van de aanduiding 'headshop'; c. seedshops ter plaatse van de aanduiding 'seedshop'; d. growshops ter plaatse van de aanduiding 'growshop'. Subparagraaf 2.3.4.3 Regels over supermarkten

Artikel 2.58 Beperkende regels over waar supermarkten en mini-supermarkten zijn toegestaan

9

1.

Detailhandel in de vorm van een supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt toegestaan'.

2.

Detailhandel in de vorm van een mini-supermarkt is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'mini-supermarkt toegestaan'.

Artikel 2.59 Locaties waar uitsluitend een supermarkt is toegestaan Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend supermarkt toegestaan' is detailhandel alleen in de vorm van een supermarkt toegestaan.

Artikel 2.60 Omvang en situering van supermarkten 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte supermarkt' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van een supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een supermarkt is toegestaan' is een supermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal supermarkten' is het maximum aantal supermarkten dat is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.61 Omvang en situering van mini-supermarkten 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte mini-supermarkt' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van een mini-supermarkt mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een mini-supermarkt is toegestaan' is een minisupermarkt uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Subparagraaf 2.3.4.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van detailhandel zijn toegestaan Artikel 2.62 Locaties bedoeld voor grootschalige detailhandelsvestigingen en perifere detailhandel 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend grootschalige detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van een grootschalige detailhandelsvestiging toegestaan. Shop-in-shop en verkoop van dagelijkse artikelen zijn binnen een grootschalige detailhandelsvestiging niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend perifere detailhandel' is detailhandel alleen in de vorm van perifere detailhandel toegestaan.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend ABC-goederen' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van auto's, boten, caravans en tenten toegestaan.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend woninginrichting' is detailhandel alleen in de vorm van de verkoop van artikelen op het gebied van woninginrichting, waaronder keukens, badkamers en meubelen toegestaan.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend bouwmarkt' is detailhandel alleen in de vorm van doe-het-zelf bouwmarkten toegestaan.

6.

Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend tuincentrum' is detailhandel alleen in de vorm van tuincentra toegestaan.

7.

Als aan een locatie meerdere van de in lid 1 tot en met lid 6 bedoelde aanduidingen zijn gegeven, dan zijn op die locatie al de desbetreffende vormen van detailhandel toegestaan, met uitsluiting van overige vormen van detailhandel.

Artikel 2.63 Locaties waar uitsluitend een afhaaldepot van goederen is toegestaan Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend afhaaldepot goederen' is uitsluitend het leveren aan de consument van elders of elektronisch aangekochte goederen toegestaan.

Subparagraaf 2.3.4.5 Gebiedsspecifieke beperkingen met betrekking tot detailhandel [gereserveerd] Artikel 2.64 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.65 Gereserveerd [Gereserveerd]

10

Artikel 2.66 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.67 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.68 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.5 Consumentgerichte dienstverlening Artikel 2.69 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening'.

Artikel 2.70 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: consumentgerichte dienstverlening' hebben als gebruiksdoel consumentgerichte dienstverlening en mogen worden gebruikt voor consumentgerichte dienstverlening.

Artikel 2.71 Omvang en situering van consumentgerichte dienstverlening 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte consumentgerichte dienstverlening' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van consumentgerichte dienstverlening mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin consumentgerichte dienstverlening is toegestaan' is consumentgerichte dienstverlening uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.72 Beperkende regel over waar geldwisselkantoren zijn toegestaan Een geldwisselkantoren is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'geldwisselkantoor’.

Artikel 2.73 Beperkende regel over waar telefoneerinrichtingen en belhuizen zijn toegestaan Een telefoneerinrichting of belhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'telefoneerinrichting'.

Artikel 2.74 Beperkende regel over waar internetcafés zijn toegestaan Een internetcafé is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'internetcafé'.

Artikel 2.75 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.76 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.77 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.78 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.79 Gereserveerd

11

[Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.6 Bedrijf (industrie, ambacht, groothandel, opslag en transport) Subparagraaf 2.3.6.1 Algemene regels over bedrijven Artikel 2.80 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf'.

3.

In deze paragraaf wordt onder bedrijf verstaan een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig produceren, bewerken, verwerken, herstellen, opslaan, verhuren, distributie van en groothandel in goederen.

4.

Onder bedrijf wordt niet verstaan het verhuren van goederen aan in hoofdzaak consumenten. In dat geval is sprake van detailhandel.

5.

In deze paragraaf wordt onder Lijst van bedrijfsactiviteiten verstaan de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage VI.

Artikel 2.81 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: bedrijf' hebben als gebruiksdoel bedrijf mogen worden gebruikt voor de uitoefening van bedrijf.

Artikel 2.82 Regels over omvang en situering bedrijf 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte bedrijf' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van bedrijf mag worden benut de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf op de begane grond' is een bedrijf uitsluitend toegestaan in de eerste bouwlaag.

Subparagraaf 2.3.6.2 Toegestane bedrijven in verband met milieuhinder Artikel 2.83 Toegestane bedrijven: milieuhindercategorieën Ter plaatse van de aanduiding 'maximale milieuhindercategorie' zijn bedrijven toegestaan waarvan de activiteiten in de Lijst van bedrijfsactiviteiten vallen in een milieuhindercategorie die gelijk of lager is dan de ter plaatse van de aanduiding bepaalde maximale milieuhindercategorie.

Artikel 2.84 Toegestane bedrijven: functiemenging Ter plaatse van de aanduiding 'functiemenging' zijn de volgende bedrijven en bedrijfsactiviteiten toegestaan: a. vervaardigen van kleding en toebehoren, anders dan het bewerken of verven van leer, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200m2; b. drukken en kopiëren, anders dan drukkerijen van dagbladen en drukkerijen met vlak of rotatiediepdruk; c. grafisch afwerken en andere grafische activiteiten waaronder reproductie en zetten; d. binderijen; e. vervaardigen van glas, aardewerk, cement-, kalk- en gipsproducten, voor zover het vermogen van elektrische ovens gezamenlijk minder dan 40kW bedraagt; f. vervaardigen van medische en optische apparaten en instrumenten, met inbegrip van reparatiewerkzaamheden; g. stofferen van meubels met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2; h. vervaardigen van sierraden en dergelijke; i. aannemersbedrijven met werkplaats, timmerwerkfabrieken (inclusief vervaardiging overige artikelen van hout) en meubelmakerijen met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2; j. k.

bekleden van het interieur van auto’s; repareren van goederen ten behoeve van particulieren, anders dan auto's, motorfietsen en gemotoriseerde vaartuigen; l. ontwikkelen van foto's en films; m. vervaardigen van producten van metaal (exclusief machines/transportmiddelen) in een gesloten gebouw, met een maximum bruto-vloeroppervlakte van 200 m2.

12

Artikel 2.85 Toestaan bedrijven met maatwerkvoorschrift 1.

In afwijking van artikel 2.83 of 2.84 kan per maatwerkvoorschrift op verzoek of ambtshalve een bedrijf op een locatie worden toegestaan indien dat bedrijf niet meer geluid, geur en stof uitstoot dan bedrijven die op grond van artikel 2.83, respectievelijk artikel 2.84 op die locatie zijn toegestaan.

2.

Bij de aanvraag om een maatwerkvoorschrift worden de volgende gegevens verstrekt: a. een beschrijving van de voorgenomen activiteit; b. een beschrijving van de te verwachten uitstoot van geluid, geur en stof; en c. een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen om de uitstoot van geluid, geur en stof in de omgeving te beperken.

3.

Om te borgen dat er wordt voldaan aan het eerste lid kan het bevoegd gezag in het maatwerkvoorschrift onder meer: a. het treffen van maatregelen of voorzieningen verplichten; b. aan de bedrijfsactiviteit beperkingen stellen; c. aanwijzingen geven.

Artikel 2.86 Bestaande bedrijven: eerbiedigende werking Onverminderd het bepaalde in artikel 2.83 en 2.84 zijn ook bedrijven toegestaan die in bijlage VII zijn opgenomen.

Subparagraaf 2.3.6.3 Vormen van bedrijf die uitsluitend zijn toegestaan op aangewezen locaties Artikel 2.87 Beperkende regel over waar risicobedrijven zijn toegestaan 1.

Bedrijven waar een activiteit plaatsvindt die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'risicobedrijf toegestaan'.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op: a. b.

c.

windturbines; bedrijven waar een gasdrukregel- en meetstation staat, voor zover: 1. de afstanden genoemd in tabel 4.421 van het Besluit activiteiten leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen bedrijven waar een propaantank staat, voor zover: 1. de afstanden genoemd in tabel 4.899 van het Besluit activiteiten leefomgeving en in Tabel A.7 van bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving op het eigen terrein van het bedrijf blijven; en 2. er wordt geen andere activiteit uitgevoerd die in Bijlage VII t/m X bij het Besluit kwaliteit leefomgeving is aangewezen.

Artikel 2.88 Beperkende regel over waar activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken zijn toegestaan Bedrijven die activiteiten uitoefenen die in artikel 5.78b van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn aangewezen als activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken'.

Artikel 2.89 Beperkende regel over waar datacenters zijn toegestaan

13

1.

Een datacenter is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'datacenters toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximaal aansluitvermogen datacenter' is het maximale aansluitvermogen van een datacenter in megavoltampère de daar bepaalde waarde.

3.

Bij maatwerkvoorschrift kan het bevoegd gezag nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de volgende onderwerpen: a. ruimtelijke kwaliteit en inpassing; b. multifunctioneel ruimtegebruik; c. energie; d. watergebruik; e. restwarmte;

f.

monitoring.

Artikel 2.90 Beperkende regel over waar windturbines zijn toegestaan Een windturbine is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'windturbine toegestaan'.

Artikel 2.91 Beperkende regel over waar complexe bedrijven zijn toegestaan Bedrijven die milieubelastende activiteiten uitoefenen die in Afdeling 3.3 ('Complexe bedrijven') van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'complexe bedrijven toegestaan'.

Artikel 2.92 Beperkende regel over waar Rie-bedrijven zijn toegestaan Bedrijven die in bijlage 1 van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PbEU L334) zijn aangewezen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'Rie-bedrijven toegestaan'.

Subparagraaf 2.3.6.4 Locaties waar uitsluitend specifieke vormen van bedrijf zijn toegestaan Artikel 2.93 Locaties bedoeld voor havengebonden bedrijven Ter plaatse van de aanduiding 'havengebonden bedrijf' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die voor aan- en/of afvoer van goederen mede afhankelijk zijn van het vervoer over water.

Artikel 2.94 Locaties bedoeld voor windturbines Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend windturbine toegestaan' zijn uitsluitend windturbines toegestaan.

Artikel 2.95 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.96 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.97 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.98 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.99 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.7 Culturele voorziening Artikel 2.100 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening''.

Artikel 2.101 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerpen ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: culturele voorziening' hebben als gebruiksdoel culturele voorziening, en mogen worden gebruikt ten behoeve van een culturele voorziening.

Artikel 2.102 Omvang en situering van culturele voorzieningen

14

1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte culturele voorzieningen' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van culturele voorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers culturele voorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is binnen culturele voorzieningen de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin culturele voorzieningen zijn toegestaan' zijn culturele voorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.103 Beperkende regel over waar theaters en concertzalen zijn toegestaan Een theater of concertzaal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'theater en concertzaal toegestaan'.

Artikel 2.104 Beperkende regel over waar musea en expositieruimten zijn toegestaan Een museum of expositieruimte is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'museum en expositieruimte toegestaan'.

Artikel 2.105 Beperkende regel over waar bioscopen en filmhuizen zijn toegestaan Een bioscoop of filmhuis is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bioscoop en filmhuis toegestaan'.

15

Artikel 2.106 Beperkende regel over waar debatcentra zijn toegestaan Een debatcentrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'debatcentrum toegestaan'.

Artikel 2.107 Waar culturele horeca met toepassing van subparagraaf [PM] kan worden toegestaan [gereserveerd] [Gereserveerd]

Artikel 2.108 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.109 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.110 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.111 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.112 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.8 Hotel Artikel 2.113 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel'.

Artikel 2.114 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: hotel' hebben als gebruiksdoel hotel en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een hotel.

Artikel 2.115 Omvang en situering van hotels 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte hotel' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van hotel mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin hotel is toegestaan' is het exploiteren van een hotel uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal hotelkamers' is het maximum aantal hotelkamers de daar bepaalde waarde.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden' is het maximum aantal slaapplaatsen dat in het hotel is toegestaan de daar bepaalde waarde.

5.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedden per kamer' is het maximum aantal slaapplaatsen dat per hotelkamer is toegestaan de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.116 Bijbehorende faciliteiten uitsluitend voor hotelgasten 1.

16

Bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten mogen uitsluitend door hotelgasten worden gebruikt.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bijbehorende hotelfaciliteiten ook voor niet-hotelgasten' geldt dat bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten ook door niet-hotelgasten mogen worden gebruikt.

3.

Het aanbieden van faciliteiten aan derden voor het houden van vergaderingen en congressen is toegestaan voor zover dit ondergeschikt is aan het hoofdgebruik van hotel.

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte verhuurbare vergader- en congresfaciliteiten' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve het aanbieden van faciliteiten voor het houden van vergaderingen en congressen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.117 Verboden gebruik bijbehorende gronden en bouwwerken 1.

Onverminderd artikel 3.5 is het verboden de bij een hotel behorende gronden en bijbehorende bouwwerken te gebruiken voor: a. het aanbieden van faciliteiten ten behoeve van overnachten; b. bijbehorende faciliteiten voor hotelgasten en vergader- en congresfaciliteiten.

2.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor het gebruik van gronden als horecaterras voor hotelgasten, tenzij artikel 3.5, derde lid van toepassing is.

Artikel 2.118 Mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften 1.

Het bevoegd gezag kan, voor zover zij die nodig acht ter voorkoming van onaanvaardbare overlast op de omgeving, een maatwerkvoorschrift stellen over: a. het gebruik van bij het hotel behorende faciliteiten voor hotelgasten door niet-hotelgasten; b. het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten.

2.

Een maatwerkvoorschrift over het gebruik van bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten kan inhouden een verbod om bij het hotel behorende gronden en bouwwerken als horecaterras voor hotelgasten te gebruiken.

Artikel 2.119 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.120 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.121 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.122 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.123 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.9 Sportvoorziening Artikel 2.124 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening'.

2.125 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening', toegestaan gebruik

17

Artikel De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: sportvoorziening' hebben als gebruiksdoel sportvoorziening en mogen worden gebruikt als sportvoorziening.

Artikel 2.126 Omvang en situering van sportvoorzieningen 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte sportvoorziening' is de maximum brutovloeroppervlakte die ten behoeve van sportvoorzieningen mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers sportvoorziening' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin sportvoorzieningen zijn toegestaan' zijn sportvoorzieningen uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.127 Beperkende regel over waar maneges zijn toegestaan 1.

Een manege is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'manege toegestaan'.

2.

Niet-overdekte paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet- overdekte paardenbak toegestaan'.

Artikel 2.128 Beperkende regel over waar kunstijsbanen zijn toegestaan Een kunstijsbaan is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kunstijsbaan toegestaan'.

Artikel 2.129 Beperkende regel over waar sportscholen en fitnesscentra zijn toegestaan Sportscholen en fitnesscentra zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'sportschool toegestaan'.

Artikel 2.130 Beperkende regel over waar zwembaden zijn toegestaan 1.

Zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'zwembad toegestaan'.

2.

Onder een zwembad wordt in deze paragraaf verstaan een al dan niet overdekte voorziening voor het lesgeven in zwemmen, de zwemsport en het recreatief zwemmen.

3.

Niet-overdekte zwembaden zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'niet- overdekt zwembad toegestaan'.

Artikel 2.131 Locaties bedoeld voor watersport-gerelateerde faciliteiten Ter plaatse van de aanduiding 'watersportvoorzieningen' zijn geen andere sportvoorzieningen dan watersportgerelateerde faciliteiten toegestaan.

Artikel 2.132 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.133 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.134 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.135 Gereserveerd [Gereserveerd]

18

Artikel

Gereserveerd

[Gereserveerd]

2.136

Paragraaf 2.3.10 Faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak Artikel 2.137 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak'.

Artikel 2.138 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: ontspanning en vermaak' hebben als gebruiksdoel ontspanning en vermaak en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een faciliteit op het gebied van ontspanning en vermaak.

Artikel 2.139 Omvang en situering van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak 1.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bruto-vloeroppervlakte faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is de maximum bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak mag worden gebruikt de daar bepaalde waarde.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bezoekers faciliteiten voor ontspanning en vermaak' is het maximum aantal bezoekers dat gelijktijdig aanwezig is de daar bepaalde waarde.

3.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin faciliteiten voor ontspanning en vermaak is' zijn faciliteiten op het gebied van ontspanning en vermaak uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 2.140 Beperkende regel over waar faciliteiten op het gebied van spel en vermaak zijn toegestaan Een faciliteit gericht op spel en vermaak is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'spel en vermaak toegestaan'.

Artikel 2.141 Beperkende regel over waar kartbanen zijn toegestaan Een kartbaan is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kartbaan toegestaan'.

Artikel 2.142 Beperkende regel over waar dierentuinen zijn toegestaan Een dierentuin is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'dierentuin toegestaan'.

Artikel 2.143 Beperkende regel over waar speelautomatenhallen zijn toegestaan Een speelautomatenhal is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'speelautomatenhal toegestaan'.

Artikel 2.144 Beperkende regel over waar casino's zijn toegestaan Een casino is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'casino toegestaan'.

Artikel 2.145 Beperkende regel over waar wellness is toegestaan Een wellness is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wellness toegestaan'.

Artikel 2.146 Gereserveerd [Gereserveerd]

2.147

19

Artikel

Gereserveerd

[Gereserveerd]

Artikel 2.148 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.149 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.150 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.11 Seks en erotiek Subparagraaf 2.3.11.1 Prostitutiebedrijf Artikel 2.151 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf'.

Artikel 2.152 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: prostitutiebedrijf' hebben als gebruiksdoel prostitutiebedrijf en mogen worden gebruikt voor een prostitutiebedrijf.

Artikel 2.153 Beperkende regel over waar raamprostitutie is toegestaan 1.

Het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'raamprostitutiebedrijf toegestaan' is het exploiteren van een prostitutiebedrijf uitsluitend in de vorm van een raamprostitutiebedrijf toegestaan.

Artikel 2.154 Omvang en situering prostitutiebedrijf 1.

Het exploiteren van een prostitutiebedrijf is uitsluitend toegestaan in een hoofdgebouw. Op het eventueel bij het hoofdgebouw behorend erf en in de daarop aanwezige erfbebouwing is, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid, een bedrijfsmatig gebruik voor een prostitutiebedrijf niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een prostitutiebedrijf is toegestaan' is een prostitutiebedrijf uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

De bestaande bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van het exploiteren van een prostitutiebedrijf wordt gebruikt, mag niet worden vergroot: a. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 1' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM]; b. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 2' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM]; c. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo prostitutiebedrijf 3' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM].

4.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal prostitutieramen' is het maximum aantal ramen waar achter een prostituee zich presenteert het daar bepaalde aantal.

Artikel 2.155 Gereserveerd [Gereserveerd]

2.156

20

Artikel

Gereserveerd

[Gereserveerd]

Artikel 2.157 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.11.2 Seksinrichting Artikel 2.158 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting'.

Artikel 2.159 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: seksinrichting' hebben als gebruiksdoel seksinrichting, en mogen worden gebruikt voor het exploiteren van een seksinrichting.

Artikel 2.160 Omvang en situering seksinrichtingen 1.

Het exploiteren van een seksinrichting is uitsluitend toegestaan in een hoofdgebouw. Op het eventueel bij het hoofdgebouw behorend erf en in de daarop aanwezige erfbebouwing is, in afwijking van artikel 3.5, eerste lid, een bedrijfsmatig gebruik voor een seksinrichting niet toegestaan.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'bouwlaag waarin een seksinrichting is toegestaan' is het exploiteren van een seksinrichting uitsluitend toegestaan in de daar bepaalde bouwlaag of bouwlagen.

3.

De bestaande bruto-vloeroppervlakte die ten behoeve van het exploiteren van een seksinrichting wordt gebruikt, mag niet worden vergroot: a. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 1' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM]; b. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 2' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM]; c. in het gebied aangeduid met 'peildatum bvo seksinrichting 3' ten opzichte van de brutovloeroppervlakte op datum [PM].

Artikel 2.161 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.162 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.163 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.12 Agrarisch bedrijf Subparagraaf 2.3.12.1 Veehouderij en paardenfokkerij Artikel 2.164 Toepassingsbereik 1.

21

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij'.

Artikel 2.165 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: veehouderij of paardenfokkerij' hebben als gebruiksdoel veehouderij of paardenfokkerij en mogen worden gebruikt ten behoeve van het uitoefenen van een agrarisch bedrijf in de vorm van een veehouderij of paardenfokkerij.

Artikel 2.166 Beperking met betrekking tot intensieve veehouderijen De uitoefening van een agrarisch bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij', waarbij ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren.

Artikel 2.167 Beperking met betrekking tot opslag Opslag is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

Artikel 2.168 Beperking met betrekking tot paardenbakken 1.

Paardenbakken zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van het agrarisch bedrijf, en uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

2.

Ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlak paardenbak' is de maximum bruto- vloeroppervlakte van de paardenbak de daar bepaalde waarde.

Artikel 2.169 Beperking met betrekking tot de teelt van ruwvoedergewassen De teelt van ruwvoedergewassen is toegestaan tot maximaal 10% van de gronden behorende bij een agrarisch bedrijf waarbij de gronden duurzaam in gebruik zijn en de teelt bedoeld is voor de eigen bedrijfsvoering. Tot gronden die duurzaam in gebruik zijn behoren zowel de gronden die in eigendom zijn als gronden die langdurig via huur of pacht deel uitmaken van het bedrijf.

Artikel 2.170 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.171 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.172 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.12.2 Gewassenteelt in de open lucht Artikel 2.173 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht'.

Artikel 2.174 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: gewassenteelt in de open lucht' hebben als gebruiksdoel gewassenteelt in de open lucht, en mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf gericht op het telen van gewassen in de open lucht, niet zijnde bosbouw, sier- en fruitteelt.

Artikel 2.175 Beperking met betrekking tot opslag

22

Opslag is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijfsperceel'.

Artikel 2.176 Beperking met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen Het aanbrengen en aangebracht houden van teeltondersteunende voorzieningen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijfsperceel’.

Artikel 2.177 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.178 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.179 Gereserveerd [Gereserveerd]

Subparagraaf 2.3.12.3 Glastuinbouw Artikel 2.180 Toepassingsbereik 1.

Deze subparagraaf is van toepassing op het gebruiksdoel van de locaties ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw'.

2.

Deze subparagraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw'.

Artikel 2.181 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw', toegestaan gebruik De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: glastuinbouw' hebben als gebruiksdoel glastuinbouw, en mogen worden gebruikt voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf in de vorm van glastuinbouw.

Artikel 2.182 Beperking met betrekking tot kassen Een kas is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'kas toegestaan'.

Artikel 2.183 Beperking met betrekking tot teeltondersteunende voorzieningen Het aanbrengen en aangebracht houden van teeltondersteunende voorzieningen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijfsperceel’.

Artikel 2.184 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.185 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.186 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.13 Water Artikel 2.187 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water'.

2.188 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water', toegestaan gebruik

23

Artikel 1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' hebben als gebruiksdoel waterberging, waterhuishouding en het realiseren, in stand houden en gebruiken van watervoorzieningen, waaronder in ieder geval worden begrepen sloten, vijvers, vaarten, kanalen, grachten, plassen, waterwegen en overige waterpartijen.

2.

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' in elk geval bedoeld voor het realiseren van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. bruggen; b. beschoeiingen, (aanleg)steigers, en daarmee vergelijkbare werken en bouwwerken en overige naar aard en omvang ondergeschikte werken en bouwwerken; c. groenvoorzieningen van ondergeschikte omvang; d. nutsvoorzieningen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen; e. waterstaatkundige werken.

3.

Bij het realiseren van de in het tweede lid bedoelde voorzieningen, bouwwerken en andere werken worden de bepalingen zoals elders in dit omgevingsplan gesteld, voor zover die op de desbetreffende activiteiten van toepassing zijn, in acht genomen.

4.

Gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: water' mogen worden gebruikt op een wijze die gelet op de inrichting passend is.

Artikel 2.189 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.190 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.191 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.192 Gereserveerd [Gereserveerd]

Artikel 2.193 Gereserveerd [Gereserveerd]

Paragraaf 2.3.14 Verkeer Subparagraaf 2.3.14.1 Algemene regels over het gebruiksdoel verkeer Artikel 2.194 Toepassingsbereik 1.

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer'.

2.

Deze paragraaf geldt ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer'.

Artikel 2.195 Gebruiksdoel ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer', toegestaan gebruik

24

1.

De gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' hebben als gebruiksdoel het realiseren, in stand houden en gebruiken van wegen, stationsvoorzieningen, spoorwegen, metrolijnen, trambanen, woonerven, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en pleinen.

2.

Tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding 'gebruiksdoel: verkeer' in elk geval bedoeld voor het realiseren van de volgende voorzieningen, bouwwerken en andere werken: a. bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen, taluds en zijkanten, waterstaatkundige en civieltechnische (kunst)werken, alsmede de aan de wegen liggende parkeerplaatsen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446349/1