CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Nota van reactie Stadsdelen en stadsgebied voorontwerpwijziging Omgevingsplan Amsterdam (Omgevingsplan Amsterdam, Basisregeling).pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling (VN2024-007102)20.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Met de basisregeling wordt ervoor gekozen ineens voor heel Amsterdam een groot deel van die integratie op te pakken. Daarmee wordt voorkomen dat de uitvoeringspraktijk straks in verschillende gebieden met verschillende regimes (oud of nieuw) te maken hebben. Het voorkomt bijvoorbeeld ook dat straks bij elk afzonderlijk besluit om met een 3 ECLI:NL:RVS:2013:150. 4 ECLI:NL:RVS:2022:1014. 5 Staatsblad 2018 292, p. 362.

32

Definitieve versie

4 juli 2023

buitenplanse omgevingsvergunning af te wijken van het omgevingsplan (de bestemmingsplannen maken daarvan deel uit), de afweging moet worden gemaakt of de regels over milieubelastende activiteiten, zoals die bij wijze van bruidsschat in het omgevingsplan zijn geplaatst, voldoen. Die regels hebben een tijdelijke vorm voor de bestaande situatie. Ze voldoen niet aan de instructieregels. Dat brengt mee dat, totdat die regels zijn vervangen door regels die wel voldoen, per vergunning veel extra voorschriften moeten worden gesteld teneinde wel aan de instructieregels te voldoen. Het is zeer aannemelijk dat juist dat tot extra werkdruk leidt. Wat de consequenties voor de capaciteit van VTH zullen zijn, wordt verder uitgewerkt. Momenteel wordt daartoe in beeld gebracht in welke vergunningplichten, meldingsplichten, beoordelingsaspecten e.d. wordt voorzien, en hoe die zich verhouden tot bestaande instrumenten. Daarbij zal ook in beeld gebracht worden wanneer die nieuwe vergunningplichten, extra beoordelingsaspecten e.d. ingaan, want in heel veel gevallen gaat dat pas spelen als ergens het bestemmingsplan is vervangen. Zie over de gevolgen voor de capaciteit van VTH verder de reactie onder 1.8. 6.4 Vage normstelling geur In het plan zijn bepalingen opgenomen over geur. Stadsdeel Centrum heeft hiermee veel ervaring.

Ten aanzien van geur moet het ons inziens mogelijk zijn om de vage normstelling te concretiseren. Dat geeft meer duidelijkheid voor bewoners en ondernemers en verbetert de uitvoerbaarheid. Wij bieden aan om daar een bijdrage aan te leveren. Reactie: Net als onder het huidig Activiteitenbesluit milieubeheer wordt geurhinder overwegend gereguleerd door middel van een zorgplicht. In die zin veranderd er met de normstelling niets. In de Omgevingsvisie is aangekondigd dat er specifiek geurbeleid zal worden opgesteld. Bij het opstellen van het geurbeleid zal gebruik worden gemaakt van de ervaringen die ook Stadsdeel Centrum heeft. 6.5 Geluid Ten aanzien van geluid wordt gevraagd om de nu van kracht zijnde maatwerkvoorschriften op locaties waar muziek gedraaid wordt op te nemen in het omgevingsplan zodat voor een ieder duidelijk is op welke locaties deze maatwerkvoorschriften gelden. Zeker in stadsdeel Centrum hebben de meeste horecazaken maatwerkvoorschriften die nageleefd moeten worden bij het draaien van muziek, zoals ramen en deuren dicht (incl. 10-meter-scenario), een verplichte geluidsbegrenzer die is afgeregeld en verzegeld op een actueel goedgekeurd akoestisch rapport. Deze maatwerkvoorschriften zijn opgelegd aan de locatie en blijven gelden als er een nieuwe exploitant komt. Veel van de reeds bestaande maatwerkvoorschriften zijn al in de jaren 90 opgelegd.

Het komt helaas voor dat in één straat niet alle horecazaken maatwerkvoorschriften hebben zodat de horecazaak zonder anders gecontroleerd en gehandhaafd moet worden dan de horeca met maatwerkvoorschriften. De wens is dan ook dat bij het omzetten van de huidige bestemmingsplannen naar het omgevingsplan gekeken wordt of er per gebied, of delen van een gebied, maatwerkregels in het omgevingsplan opgenomen worden voor het draaien van muziek. Reactie: Daar waar voor een gebied telkens dezelfde maatwerkvoorschriften zijn of worden gesteld, kan worden overwogen om in het omgevingsplan voor dat gebied specifieke maatwerkregels op te nemen, die dan in de plaats komen van de afzonderlijke maatwerkvoorschriften. Omdat het gaat om lokaal maatwerk, valt dit buiten de scope van de basisregeling. Een dergelijk initiatief kan vanuit het stadsdeel zelf worden opgepakt. Dat kan bijvoorbeeld tegelijkertijd met het vervangen van het bestemmingsplan voor een bepaald gebied, maar kan ook separaat plaatsvinden. Wel wordt erop gewezen dat het treffen van bovengenoemde maatregelen redelijk is bij horecazaken met harde muziek. Bij andere (al dan niet toekomstige) horecazaken kan een dergelijk maatregelenpakket onredelijk bezwarend zijn.

33

Definitieve versie

4 juli 2023

6.6 Aanpak Binnenstad De gemeente heeft met de Aanpak Binnenstad de ambitie om de binnenstad te transformeren naar een meer op bewoners en minder op toeristen gericht stadsdeel. In het verleden zijn al beperkende regelingen opgenomen in bestemmingsplannen, zoals het bestemmingsplan Winkeldiversiteit en eerder het bevriezen van onder andere smart-, grow- en headshops, massagesalons, minisupermarkten en souvenirwinkels. Die regelingen hebben echter geen effect op reeds gevestigde functies. De Omgevingswet geeft, naar wij begrepen hebben, meer ruimte voor persoonsgebonden overgangsrecht. Met persoonsgebonden overgangsrecht zouden ook reeds gevestigde functies kunnen worden beperkt. Wij zien dat echter niet terug in de basisregeling en verzoeken u om te onderzoeken of persoonsgebonden overgangsrecht kan worden opgenomen, hetzij in de basisregeling, hetzij in het kader van de gebiedsgewijze uitrol. Reactie: Inderdaad biedt de Omgevingswet meer ruimte voor een eigen invulling van het overgangsrecht dan nu voor bestemmingsplannen het geval is. Als uitgangspunt wordt in het omgevingsplan voor onderwerpen die nu worden geregeld door het bestemmingsplan (gebruik en bouwwerken) niettemin uitgegaan van eerbiedigend overgangsrecht. Deze keuze is in de algemene toelichting toegelicht. Uitzonderingen daarop zouden lokaal gemaakt kunnen worden.

De basisregeling voorziet daarin niet, omdat die juist bedoeld is regels te bieden voor brede toepassing. Lokaal kan daarvan met maatwerk worden afgeweken. Als het gaat om lokaal maatwerk om bijvoorbeeld voor bepaalde vormen van gebruik het eerbiedigend overgangsrecht op wat voor wijze dan ook uit te zetten, af te wijken, ligt het voor de hand dat die keuze wordt gemaakt bij het vervangen van de onder oud recht vastgestelde bestemmingsplannen. In dat kader kan de beoordeling worden gemaakt waar maatwerk nodig is, en te laten onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor wat betreft een lokaal afwijkend overgangsrecht, en deze vraag neer te leggen bij het gebiedsteam Centrum binnen Ruimte en Duurzaamheid. 6.7 Bepalingen rondom prostitutiebedrijven in hoofdstuk 6A van de (voormalige) bouwverordening Aandacht wordt gevraagd voor de bepalingen rondom prostitutiebedrijven in hoofdstuk 6A van de (voormalige) bouwverordening. Het lijkt erop dat alle bepalingen uit de (voormalige) bouwverordening zijn overgeheveld naar het omgevingsplan, behalve de bepalingen die betrekking hebben op prostitutiebedrijven. Mogelijk zijn daar goede redenen voor, maar het is wel belangrijk dat deze bepalingen blijven gelden. Deze bepalingen bevatten immers waarborgen voor de veiligheid en gezondheid van de werkruimten van sekswerkers. Wij verzoeken u om er aandacht voor te hebben dat deze blijven gelden.

Reactie: H6A van de voormalige bouwverordening is indertijd niet ingetrokken, maar is ook niet meer gebaseerd op de Woningwet. Het is daarmee een autonome verordening geworden. Vaststelling van de basisregeling verandert daaraan niets. De regels hebben geen betrekking op activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Voor zover de betreffende regels, gelet op de inhoud en het doel ervan, en het toepassingsbereik van de Omgevingswet, al opgenomen mogen worden in het omgevingsplan, geldt daartoe in elk geval geen verplichting. H6A van de voormalige bouwverordening kan derhalve naast het omgevingsplan als autonome verordening blijven bestaan. 6.8 Afstemming met VTH-domein In de adviesaanvraag wordt aangegeven dat de vraag of de bepalingen van het omgevingsplan toetsbaar en handhaafbaar zijn primair bij VTH ligt en dat het gesprek met vertegenwoordigers vanuit het VTHdomein blijft doorlopen. Dat juichen wij toe, omdat de uitvoerbaarheid van de regeling ons inziens cruciaal is voor de effectiviteit daarvan.

34

Definitieve versie

4 juli 2023

Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.4.

7. Stadsdeel Zuid Oost Ten opzichte van de onder punt 1 en punt 2 besproken adviezen, heeft het Dagelijks Bestuur geen aanvullingen.

8. Stadsdeel Zuid 8.1 Relatie tussen artikel 4.12 en 5.8 is onduidelijk Artikel 4.12 bevat uitzondering op de vergunningplicht voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken als die activiteit betrekking heeft op onder meer (bepaalde) bijbehorend bouwwerken of uitbreidingen daarvan, bouwwerken voor recreatief nachtverblijf, dakkapellen in het voor- of zijdakvlak, sport- of speeltoestellen etc. Via artikel 22.27 van de Bruidsschat zijn deze categorieën bouwwerken uit het huidige artikel 3 van Bijlage II uit het Besluit omgevingsrecht hier ondergebracht. Wat nu niet goed te volgen is, is waarom de categorieën bouwwerken die in artikel 5.8 zijn opgenomen en die in beginsel overal zijn toegestaan (en dus ook uitzonderingen bevatten op de vergunningplicht), niet zijn ondergebracht in paragraaf 4.2.3 dat gaat over vergunningvrije bouwactiviteiten. Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.1. 8.2 Bescherming cultuurhistorische waarde daklandschap In de Basisregeling mist een (uniformerende) regeling voor de bescherming van de cultuurhistorische waarden van met name de bovenste bouwlaag of bouwlagen, ter bescherming van het dakenlandschap dat doorgaans van cultuurhistorische waarde is in beschermde stadsgezichten. Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.5.

8.3 Gedetailleerde afwijkingsregelingen in bestemmingsplannen De nu geldende bestemmingsplannen in Zuid bevatten tamelijk gedetailleerde afwijkingsregelingen. Het is de vraag of dergelijke afwijkingsregelingen ook dienen te worden ondergebracht in de basisregelset of dienen te worden opgesteld bij de gebiedsgewijze wijzigingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het Dagelijks Bestuur verneemt graag hoe het College hier tegenaan kijkt. Reactie: In de basisregeling is voorzien in een generieke regeling om af te wijken van ruimtelijke regels over bouwwerken. Deze afwijkmogelijkheid, opgenomen in artikel 4.26 van de basisregeling, is een samenvoeging van bestaande algemene regels over bouwwerken en binnenplanse afwijkmogelijkheden die vaak (maar lang niet altijd) in bestemmingsgplannen worden opgenomen, én van een deel van de huidige kruimelregeling om af te wijken van bestemmingsplannen. De binnenplanse afwijkmogelijkheid is dus reeds aanzienlijk. Het al dan niet gebeidsgericht toevoegen van extra afwijkmogelijkheden is alleen aan de orde voor gevallen die niet vallen onder de reeds geboden mogelijkheden. Hoewel er in de systematiek van het omgevingsplan altijd ruimte is om gebiedsgericht aanvullende afwijkmogelijkheden toe te voegen, is het dus de vraag of dat nodig is. Dat zal moeten worden bekeken wanneer een betreffend bestemminhgsplan wordt vervangen.

Over de binnenplanse afwijkmogelijkheid en het geven van toepassing aan de ruimte die wordt geboden, kan het stadsdeel wel eigen beleid maken.

35

Definitieve versie

4 juli 2023

8.4 Regeling woonboten, passagiersvaart, pleziervaart en transport over water Gemist wordt een (uniformerende) regeling voor woonboten (woonarken en woonschepen), passagiersvaart, pleziervaart en transport over water. Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.6. 8.5 Risico op nadeelcompensatie vanwege gelijkstelling van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten met rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten, Beperkingen vergunningvrij bouwen Willemspark-Vondelpark 2019 Het Dagelijks Bestuur onderschrijft de keuze voor de gelijkstelling van gemeentelijke beschermde stadsen dorpsgezichten met rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten die bij de vaststelling van de basisregelset in werking zal treden. Dit is met name relevant voor artikel 5.8 (bouwwerken die – in beginsel - overal zijn toegestaan), onderdeel a, dat gaat over bijbehorende bouwwerken of uitbreidingen daarvan in het achtererfgebied tot 4 meter en niet hoger dan 5 meter. Deze zijn nu nog vergunningvrij in gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Bij inwerkingtreding van de basisregelset zijn deze straks niet meer toegestaan in gemeentelijk beschermd stadsgezicht als dit juist is geïnterpreteerd. Het Dagelijks Bestuur vraagt zich af of hier ook financiële risico’s optreden voor de gemeente en of dit planschadegevoelig is, dan wel een risico op nadeelcompensatie oplevert.

In dat verband wordt opgemerkt dat Oud-Zuid onlangs is aangewezen tot gemeentelijk stadsgezicht, net als de Noord-Pijp. Voor De Pijp en Museumkwartier & Valeriusbuurt is in het bestemmingsplan een binnentuinregeling opgenomen die het vergunningvrij bouwen al beperkt. Deze binnentuinregeling blijft gelden. Maar voor het gebied waar het bestemmingsplan Willemspark-Vondelpark 2019 geldt (gelegen in het inmiddels aangewezen gemeentelijk beschermd stadsgezicht), is er alleen voor de doorzichten een bepaling opgenomen die het vergunningvrij bouwen beperkt. Vraag is dan of in de Basisregeling een bepaling kán worden opgenomen waarmee ook voor alle gemeentelijk beschermde stadsgezichten dezelfde bepaling geldt als voor de rijksbeschermde stadsgezichten. Reactie: In het bestemmingsplan Willemspark – Vondelpark geldt binnen de bestemming wonen dat gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Bijbehorende bouwwerken zijn, voor zover het gebouwen betreft, op grond van het bestemmingsplan dus ook uitsluitend toegestaan binnen die aangegeven bouwvlakken. Die bouwvlakken liggen voor het overgrote deel van de percelen uitsluitend op de grens van de bestaande hoofdgebouwen. Bijbehorende gebouwen zijn op grond van het bestemmingsplan nauwelijks mogelijk.

Op grond van het huidig artikel 2, bijlage II Bor, zijn binnen de daarbij aangegeven beperkingen wel bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan-, uit- of bijgebouwen toegestaan. Met het bestemmingsplan Willemspark – Vondelpark wordt die mogelijkheid ter bescherming van een aantal doorzichten beperkt, maar voor het grootste deel van de achtererven geldt de mogelijkheid van artikel 2, bijlage II Bor. Daar waar artikel 2, bijlage II Bor niet is uitgezet, mogen binnen bepaalde voorwaarden dus wel aan-, uit- of bijgebouwen worden gerealiseerd. Niet op grond van het bestemmingsplan, maar wel op grond van artikel 2 bijlage II Bor. Het is blijkens het bestemmingsplan niet de bedoeling geweest die mogelijkheid geheel uit te zetten. Artikel 5.8 zal het huidig artikel 2 bijlage II Bor vervangen. Het gelijktrekken van gemeentelijk beschermde gezichten met rijksbeschermde gezichten betekent dat artikel 5.8 ook niet van toepassing is op gemeentelijk beschermde gezichten. Daarmee worden bestaande mogelijkheden in het gebied Willemspark – Vondelpark onbedoeld beperkt. In een analyse die ten grondslag ligt aan de keuze om gemeentelijk beschermde gezichten gelijk te trekken aan rijksbeschermde gezichten, is hieraan voorbij gegaan. Om die reden wordt de gelijkstelling op dit punt teruggedraaid.

36

Definitieve versie

4 juli 2023

8.6 Geen overige gevolgen binnentuinenregelingen Zuid In de binnentuinregelingen in een aantal bestemmingsplannen in Zuid is het vergunningsvrij bouwen van aan- en bijgebouwen beperkt. Er wordt van uitgegaan dat de verschillende binnentuinregelingen onverkort hun werking blijven houden. Het Dagelijks Bestuur hoort graag een bevestiging van het college dat het deze uitleg deelt. Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder 1.3.

9. Stadsdeel West 9.1 Systematiek vergunningvrij bouwen niet helder, introductie vergunningplicht voor aan- en uitbouwen Wij constateren dat Amsterdam met inwerkingtreding van de Omgevingswet de juridische mogelijkheid heeft om voor (onder andere) aan- en uitbouwen een vergunningplicht in het omgevingsplan te introduceren. De systematiek van het vergunningsvrij aanbouwen en uitbouwen is in de tekst van de Basisregeling nu niet helder geformuleerd. Het Dagelijks Bestuur vreest dat hiermee onbedoeld vergunningplichtige aanbouwen zonder vergunning zullen worden gebouwd. Een eenvoudiger regeling voor vergunningvrij bouwen is zowel in het belang van initiatiefnemers als voor vergunningverleners. In West hebben wij hier al een goede regeling voor. Hiermee kunnen wij locatiespecifiek een nadere afweging maken uit oogpunt van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van omwonenden, zoals het voorkomen van hittestress, het behoud van groen en het klimaatbestendig maken en houden van binnentuinen. Gelet op de effectiviteit van deze regeling in West en met het oog op klimaatadaptatie doet het dagelijks bestuur graag de suggestie om voor deze regeling ook een gemeentebreed toepasbare en duidelijke voorziening op te nemen in de Basisregeling.

Hierbij kan overwogen worden om een gemeentebrede vergunningplicht (met binnenplanse afwijkingsmogelijkheid) voor aan- en uitbouwen aan de achterzijde op te nemen of te kiezen voor de mogelijkheid van een vergunningsvrije regeling per gebied of per bouwblok. Reactie: Onder punt 1.1 wordt ingegaan op de systematiek voor het vergunningvrij bouwen. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Wat betreft de systematiek die in West wordt gehanteerd wordt erop gewezen dat met de basisregeling de mogelijkheid wordt geboden die voort te zetten en uit te breiden. Onder punt 1.2 wordt hierop nader ingegaan. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Voor zover het Dagelijks Bestuur voorstelt om voor heel Amsterdam de huidige vergunningvrije bijbehorende bouwwerken vergunningplichtig te maken, wordt dat niet overgenomen. De geboden mogelijkheid om hier voor specifieke gebieden voor te kiezen, wordt afdoende geacht. 9.2 Binnentuinenregeling In de binnentuinregelingen in een aantal bestemmingsplannen in West is het vergunningsvrij bouwen van aan- en bijgebouwen beperkt. Daar geldt voor een deel van de achtertuinen dat deze niet zijn aangemerkt als erf in de zin van artikel 1 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor), waarmee het vergunningsvrij bouwen is uitgesloten. Met de komst van de Omgevingswet worden de vergunningsvrije bouwwerken benoemd in het Omgevingsplan.

Dat is ook gedaan in de Basisregeling. Maar daar is nu wel opgenomen dat een bijbehorend bouwwerk niet vergunningsvrij is als in het nog geldenede bestemmingsplan is opgenomen dat deze gronden niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het voorheen geldende Bor. Daarmee blijven in de optiek van het

37

Definitieve versie

4 juli 2023

Dagelijks Bestuur de verschillende binnentuinregelingen onverkort in stand en van kracht. Het Dagelijks Bestuur hoort graag een bevestiging van het college dat het deze uitleg deelt. Reactie: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie onder punt 1.3. 9.3 Lokaal maatwerk Naast regelharmonisatie is het uitgangspunt dat mogelijkheden voor gebieds-, locatie- en objectgericht maatwerk voor zowel de ‘bestaande stad’ als bij gebiedsontwikkeling en transformatie volop blijven bestaan. Het voorontwerp biedt de mogelijkheid tot het in standhouden van lokaal maatwerk. Wij constateren dat binnen het Omgevingsplan de ‘couleur locale’ van het stadsdeel op deze wijze een plaats kan krijgen. Binnen stadsdeel West wordt veel waarde gehecht aan maatwerk en aan de in West ontwikkelde beleidsregels waarmee kan worden afgeweken van bestemmingsplannen (bijvoorbeeld ten aanzien van de maximale bouwdiepte en bouwhoogte in binnentuinen). Het is van belang dat deze uitvoeringsrichtlijnen (ook wel A2-beleid genoemd) een plaats krijgen in die onderdelen van het Omgevingsplan die van toepassing zijn binnen stadsdeel West. Reactie: Dergelijke beleidsregels kunnen van toepassing zijn op de in het omgevingsplan opgenomen afwijkmogelijkheid (artikel 4.26) en op de bevoegdheid tot het verlenen van buitenplanse omgevingsvergunningen.

Wel zal het op enkele onderdelen aangepast moeten worden, onder meer omdat de grondslag voor de bevoegdheid verandert. Die is immers niet langer gelegen in de Wabo, maar in de Omgevingswet of (bij een binnenplanse afwijkmogelijkheid) in het omgevingsplan. Momenteel loopt hierover binnen Ruimte en Duurzaamheid onderzoek naar welke aanpassingen noodzakelijk zijn. 9.4 Huidige afwijkmogelijkheid voor kruimelgevallen voor gebruik Niet duidelijk is waarom de huidige wettelijke afwijkingsmogelijkheden (kruimelgevallen) voor ‘gebruik’ niet worden overgenomen in de basisregeling. We vragen het college dit te verduidelijken. Reactie: In de reactie onder punt 2.36 van het integrale VTH-advies wordt hierop ingegaan. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

10. Stadsdeel Nieuw West Ten opzichte van de onder punt 1 en punt 2 besproken adviezen, heeft het Dagelijks Bestuur geen aanvullingen.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446347/1