bijlage 11 Gemeenteraad Voordracht (27).pdf
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Portefeuille
Ruimtelijke Ordening
Agendapunt
0
Datum besluit
College van B&W, d.d. 25 mei 2021 Onderwerp
Vaststellen van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 ‘Een menselijke metropool’ De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (bijlage 1) vast te stellen, met daarin als belangrijkste punten: a. Een beschrijving van de gewenste ruimtelijke toekomst van Amsterdam tot 2050 in vier delen: visie, waar, wat en hoe. b. Uitgaan van een aanhoudende groei van bevolking en economie in de Metropoolregio Amsterdam, de opgave om de woningmarkt in balans te brengen, de economie te vernieuwen, werkgelegenheid te herstellen en de verduurzaming en klimaatbestendigheid van de stad te versnellen. Daarbinnen neemt Amsterdam haar verantwoordelijkheid door in bestaand stedelijk gebied ruimte te bieden voor 150.000 extra woningen, 300.000 extra Amsterdammers en 200.000 extra arbeidsplaatsen, plus alle daarbij behorende stedelijke voorzieningen. c. Vijf strategische keuzes die ruimte bieden en grenzen stellen aan bovenstaande groei en bijdragen aan de topprioriteiten werkgelegenheid, kansengelijkheid en duurzaamheid: c1 meerkernige ontwikkeling c2 groeien binnen grenzen c3 duurzaam en gezond bewegen c4 rigoureus vergroenen c5 samen stadmaken Daarbij te betrekken: d. De Nota van Beantwoording zienswijzen (bijlage 2). e. De Nota van Beantwoording advies stadsdelen (bijlage 4). f. De Nota van Beantwoording zienswijzen en advies commissie m.e.r. Omgevingseffectrapportage (bijlage 5). g. Het overzicht van wijzigingen op de ontwerp-omgevingsvisie n.a.v.
zienswijzen, stadsdeeladviezen en de door de gemeenteraad aangenomen moties (bijlage 6). De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in het overzicht betreffen: i. Meer aandacht voor economie ii. Aandacht voor het beschermen van rust en ruigte iii. Vertaling RES 1.0 in kaarten en toelichting iv. Aanpassing zoekgebieden transformatie na 2040 v. Aanpassing ontbrekende verbinding stadslaan door Tuinpark Nut en Genoegen h. De Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (bijlage 7), die de omgevingseffecten van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in beeld brengt, en de daarin getrokken conclusies te aanvaarden.
Gegenereerd: v1.8
1
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
i. Dat de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 na vaststelling de sinds 2011 vigerende Structuurvisie Amsterdam 2040 zal vervangen als beleidskader voor ruimtelijke plannen, behoudens hetgeen: • in de Structuurvisie als kaderstellend is opgenomen voor de onderwerpen Hoofdgroenstructuur en Hoogbouw, totdat nieuwe kaders hiervoor zijn vastgesteld • bij raadsbesluit in een gebiedsvisie als uitzondering is aangewezen om in plaats van de Structuurvisie als primair toetsingskader te dienen in dat gebied binnen de Hoofdgroenstructuur. 2. Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om, in samenwerking met andere partijen in de stad en voor het einde van 2021, een Uitvoeringsagenda op te stellen horende bij de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 met als belangrijkste doel een snelle start te maken met de doorwerking van de omgevingsvisie in ruimtelijk beleid, projecten en het samen stadmaken. De Uitvoeringsagenda geeft invulling aan de volgende punten: a. Voorstellen voor een uitbreiding van het instrumentarium gericht op een optimale doorwerking van de Omgevingsvisie als kader voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving en als hulpmiddel bij het sturen op de samenhang tussen investeringen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze uitbreiding sluit aan op de implementatie van de Omgevingswet binnen de gemeentelijke organisatie.
Concreet gaat het om drie aanvullingen op het instrumentarium: i. Een integraal stedelijk programma. ii. Integrale gebiedsprogramma’s. iii. De ontwikkeling van een Monitoringsplan voor de omgevingsvisie. b. Concretisering en prioritering van de uit de omgevingsvisie voortkomende uitwerkingsopgaven samen met partijen in de stad. c. Inzicht in de mate waarin en de snelheid waarmee uitvoering van werkzaamheden uit de Uitvoeringsagenda kunnen worden gerealiseerd gegeven de beschikbare financiële middelen. Eventueel benodigde aanvullende middelen voor intensiveringen en/of versnellingen maken deel uit van de integrale afweging in het kader van de P&C-cyclus. 3. Kennis te nemen van bijgevoegde brief ter beantwoording en aandeling moties met de nummers 183_21, 187_21, 188_21, 189_21, 190_21, 198_21, 199_21, 200_21, 201_21, 202_21, 224_21 (bijlagen 8 en 9). Wettelijke grondslag
Artikel 3.1, eerste lid, van de Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding 1 juli 2022) De gemeenteraad is verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. Artikel 4.9 en 4.10 van de Invoeringswet Omgevingswet Hierin is bepaald dat een Omgevingsvisie die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht wordt, onder voorwaarden, geldt als een gemeentelijke omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Omgevingswet. Artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening De gemeenteraad stelt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente één of meer structuurvisies vast waarin de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid zijn vastgelegd. Wet milieubeheer 7.10 Het milieueffectrapport kan worden opgenomen bij of in het plan, mits het daarbij of daarin als zodanig herkenbaar is weergegeven.
Gegenereerd: v1.8
2
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Artikel 169 van de Gemeentewet Lid 1: Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Lid 2: Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft Lid 3: Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Artikel 79 en 80 Reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam Bestuurlijke achtergrond
Op 2 juli 2019 heeft het college van B&W de Startnotitie Omgevingsvisie vastgesteld. Daarin zijn de uitgangspunten en de route voor het opstellen ervan uitgezet. Het resultaat is deze Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Deze omgevingsvisie gaat alleen gelden voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam, maar het grotere geheel wordt steeds belangrijker voor het functioneren van de stad. Daarom redeneert het college van B&W in deze visie vaak vanuit de Metropoolregio. Het college wil een bijdrage leveren aan het functioneren ervan in z’n geheel. De inhoud van deze Omgevingsvisie is in samenspraak tot stand gekomen en bekend bij de MRA-gemeenten, provincie Noord Holland, de Veiligheidsregio, de Vervoerregio en de Waterschappen. De gemeente Weesp is ambtelijk samengevoegd met Amsterdam, naar verwachting volgt in 2022 de bestuurlijke fusie. Tegelijk met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 wordt nu een omgevingsvisie voor Weesp opgesteld. Deze wordt nog door de gemeenteraad van Weesp vastgesteld. Na de bestuurlijke fusie wordt de omgevingsvisie Weesp een supplement bij de Omgevingsvisie Amsterdam. De Wet milieubeheer (nu) en de Omgevingswet (na de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2022) verplichten tot het opstellen van respectievelijk een milieueffectrapport (MER) en een Omgevingseffectrapportage (OER) voor een omgevingsvisie.
Los van de wettelijke verplichting is effectenstudie een belangrijk hulpmiddel om tot betere plannen en een heldere onderbouwing van keuzes te komen. Het opstellen van een OER is tevens een eerste stap bij monitoring en evaluatie van de ambities in een omgevingsvisie. Op 28 januari 2020 is de Nota Reikwijdte en Detailniveau ten behoeve van de Omgevingseffectrapportage vastgesteld en vrijgegeven voor zienswijzen. Hierop zijn 17 reacties binnengekomen van gemeenten, provincies en andere maatschappelijke partners. De reacties zijn van antwoorden voorzien in de Nota van Beantwoording NRD en zijn betrokken in de Omgevingseffectrapportage en de Omgevingsvisie. Op 12 januari 2021 is besloten om de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en de ontwerpOmgevingseffectrapportage vanaf 21 januari 2021 voor zes weken ter inzage te leggen. Om zoveel mogelijk mensen en organisaties de kans te geven te reageren, was het tot twee weken na sluiting van de zienswijzenperiode nog mogelijk om zienswijzen en reacties in te sturen. De ontwerp-omgevingsvisie is op 23 maart 2021 in de commissie RO en op 31 maart 2021 in de raad besproken. Moties die tijdens die vergaderingen zijn ingediend en die betrekking hebben op de omgevingsvisie, zijn als zienswijzen meegenomen in de Nota van Beantwoording zienswijzen (bijlage 3).
Wijzigingen die voortkomen uit de moties, zijn opgenomen in het overzicht van wijzigingen (bijlage 6). De moties zijn eveneens met bijgaande raadsinformatiebrief beantwoord (bijlage 8).
Gegenereerd: v1.8
3
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Het college van B&W heeft besloten de omgevingsvisie ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad. Onderbouwing besluit
Ad 1a. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vast te stellen (bijlage 1), met daarin als belangrijkste punten: Een beschrijving van de gewenste ruimtelijke toekomst van Amsterdam tot 2050 in vier delen: visie, waar, wat en hoe. Een omgevingsvisie is een langetermijnvisie die de grote vraagstukken in de fysieke leefomgeving in samenhang beziet. Het is een wettelijk verplicht, richtinggevend en kaderstellend instrument van de op 1 juli 2022 in werking te treden Omgevingswet. Een omgevingsvisie is zelindend voor de gemeente en bindt burger en marktpartijen niet direct. Dat doet vanaf 1 juli 2022 het Omgevingsplan, als opvolger van alle bestemmingsplannen. De Omgevingsvisie is wel kaderstellend voor regels in het aankomende Omgevingsplan en gaat ook een rol spelen bij afwegingen met betrekking tot afwijkingen daarvan. De uitspraken in de Omgevingsvisie zijn richtinggevend en vragen uitwerking, zowel thematisch als gebiedsgericht. Daarbij zullen steeds opnieuw ruimtelijke en financiële afwegingen moeten worden gemaakt. De Omgevingsvisie begint met een VISIE op hoofdlijnen, uitmondend in vijf strategische keuzes. In het erop volgende deel WAAR wordt aan de hand van kaartmateriaal uiteengezet hoe de verschillende ruimteclaims hun plek krijgen. De ruimtelijke en programmatische basisstructuur van de stad krijgt hier vorm.
In het deel WAT komt al het vigerende ruimtelijk relevante beleid aan de orde, ingedeeld in de ambities Inclusieve Stad, Duurzame Stad, Vitale Stad, Gezonde Stad, Leeare Stad en Compacte Stad. Er worden nieuwe accenten of uitwerkingsopgaven geformuleerd. In het afsluitende procesdeel HOE wordt onder meer ‘samen stadmaken’ uiteengezet, met nieuwe manieren om de stad van de toekomst vorm te geven. Continuïteit en vernieuwing tot opzichte van de Structuurvisie 2040 Na vaststelling door de gemeenteraad vervangt de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (grotendeels, zie punt 1i) de Structuurvisie Amsterdam 2040, uit 2011. Als strategisch ruimtelijk beleidskader voor de lange termijn leent een omgevingsvisie zich niet voor grote en abrupte koerswijzigingen. Tegelijk dienen zich nieuwe vragen, uitdagingen en kansen aan. De omgevingsvisie bouwt daarom voort op de Structuurvisie, maar voegt er ook nieuwe accenten en inzichten aan toe. De belangrijkste overeenkomsten zijn: • we gaan door met het beleid van de compacte stad • we gaan door met het accommoderen van de groei van inwoners en arbeidsplaatsen via hogere dichtheden • we gaan door met het versterken van economie en werkgelegenheid • we gaan door met sturing op kwaliteit en samenhang • we gaan door met sturing op diversiteit en menging • we gaan door met transformatie van bedrijventerreinen.
De belangrijkste nieuwe accenten zijn: • De Omgevingsvisie is veelomvattender dan de structuurvisie, conform de bredere en meer integrale doelstellingen van de Omgevingswet. • In de Omgevingsvisie is meer recent vastgesteld ruimtelijk beleid geïntegreerd. Voorbeelden zijn de Groenvisie, de Agenda Amsterdam Autoluw, de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal en de Referentienormen voor Maatschappelijke Voorzieningen, Groen en Spelen.
Gegenereerd: v1.8
4
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
• De Omgevingsvisie legt meer nadruk op de samenhang tussen sociale en fysieke opgaven; op het vlak van gezondheid, kansengelijkheid, leeaarheid, segregatie, vergrijzing, én op opgaven als inclusiviteit, eigenaarschap en collectiviteit. • De Omgevingsvisie redeneert, meer dan de structuurvisie, principieel vanuit de schaal van de metropool. • De Omgevingsvisie lanceert, in lijn met de Verstedelijkingsstrategie voor de MRA die met het Rijk wordt opgesteld, het ruimtelijk model van ‘meerkernigheid’. De structuurvisie beoogde een ‘uitrol’ van het centrummilieu; • De Omgevingsvisie zet in op het vernieuwen van de economie, gericht op het versterken van de kenniseconomie, o.a. in de life sciences & health, het ruimte behouden voor productieve economie, in de stad en in de regio en het beperken en spreiden van de bezoekerseconomie. • De energietransitie krijgt nu een centralere plek met concrete zoekgebieden voor zonnepanelen en voorkeursgebieden voor windmolens, meer onderstations en bouwstenen om de stad ‘van het aardgas af’ te krijgen. • De Omgevingsvisie agendeert een vernieuwing in hoe we aan de stad werken. Met meer eigenaarschap bij Amsterdammers en meer diversiteit in hoe en met wie we bouwen. Met betere hulp voor lokale initiatieven en ruimte voor democratische vernieuwing. En met een zoektocht naar nieuwe financieringsmodellen. Ad 1b.
Uitgaan van een aanhoudende groei van bevolking en economie in de Metropoolregio Amsterdam, de opgave om de woningmarkt in balans te brengen, de economie te vernieuwen, werkgelegenheid te herstellen en de verduurzaming en klimaatbestendigheid van de stad te versnellen. Daarbinnen neemt Amsterdam z’n verantwoordelijkheid door in bestaand stedelijk gebied ruimte te bieden voor 150.000 extra woningen, 300.000 extra Amsterdammers en 200.000 extra arbeidsplaatsen, plus alle stedelijke voorzieningen. Groeiende metropool in transitie Amsterdam is de kernstad van een snelgroeiende metropool in transitie. De afgelopen jaren was groei van inwoners en arbeidsplaatsen mogelijk door het steeds efficiënter benutten van ruimte, voorzieningen en infrastructuur. Maar daar zitten grenzen aan, bovendien hebben we te maken met transities in onder meer mobiliteit, energie en economie. Daarnaast hebben we meer oog voor ontwikkelingen in de samenleving en de keerzijden van succes, zoals toenemende ongelijkheid. Op enkele punten is daarom een aangepaste koers nodig. De Omgevingsvisie heeft daarbij een drieledige functie: • Richting geven aan groei • Versnellen van transities • Ruimte bieden aan initiatieven. Een regionaal perspectief Het denken vanuit regionaal perspectief staat in deze Omgevingsvisie centraal.
Grote opgaven als betaalbaar wonen, ruimte voor economie, verduurzamen van het landschap, de energietransitie en een schaalsprong voor het openbaar vervoer met goed functionerende hubs, pakken we gezamenlijk en versneld op binnen de metropoolregio, en met Rijk en provincies. De omgevingsvisie is een uitnodiging aan regionale partners om opgaven samen gebiedsgericht op te pakken. Amsterdam neemt haar verantwoordelijkheid door de fysieke ruimte zo goed mogelijk te benutten. Een uitgewerkte Visiekaart biedt een kader voor de mate van verdichting en functiemenging of juist rust en ruigte die past bij de ligging in de stad/regio, aan het landschap en aan de infrastructuur. Zo blijft er in de stad ruimte voor productieve economie en blijft Westpoort buiten de A10 behouden voor activiteiten die milieuruimte nodig hebben, waaronder energiehubs en circulaire economie. Waar vinden we ruimte?
Gegenereerd: v1.8
5
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Het toevoegen van zoveel woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad (ruwweg de helft van de MRA-opgave), gecombineerd met hoge groenambities, is een opgave van formaat en de weerbarstige praktijk maakt het welslagen ervan niet zeker. We tonen echter vertrouwen in de strategie om ruimte voor de auto te verminderen, de bebouwingsdichtheid te verhogen, bedrijventerreinen te transformeren en/of te verdichten, stadsstraten en stationskwartieren te ontwikkelen, veronachtzaamd groen anders te gebruiken of juist te verfraaien, loze ruimtes op te vullen, daken en ondergrond slimmer te gebruiken, en hier en daar hoogbouw toe te voegen. Extensieve functies, zoals bedrijfshallen met weinig werknemers, zullen minder plek in de stad vinden. Inclusieve stad Transities en metropoolvorming gaan zonder overheidsingrijpen gepaard met winnaars en verliezers. Daarom geeft deze Omgevingsvisie richting aan een inclusieve stadsontwikkeling, die bijdraagt aan meer kansengelijkheid en een eerlijke verdeling van lusten en lasten. Groei en verdichting vinden plaats binnen sociale randvoorwaarden. In nieuwe buurten komt voldoende ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, publieksfuncties, economie, groen en sport en nutvoorzieningen. Ook biedt de stad ‘vrije ruimtes’ en wordt overal gestuurd op inclusiviteit en menging.
In het historische centrum van Amsterdam beogen we een nieuwe balans tussen wonen, werken en toerisme en zorgen we voor meer functies gericht op Amsterdammers. Ad 1c. Vijf strategische keuzes die ruimte bieden en grenzen stellen aan bovenstaande groei en bijdragen aan de topprioriteiten werkgelegenheid, kansengelijkheid en duurzaamheid. De vijf strategische keuzes zijn de opvolgers van de ‘vier grote bewegingen’ uit de Structuurvisie 2040. Ze zijn ambitieus, maar niet concreet. Ze moeten worden gelezen als inspanningsverplichting en als krachtig verhaal om een beweging op gang te brengen. De mate waarin deze beweging op gang komt, is aankelijk van veel factoren en partijen waarop wij geen volledige invloed hebben. c1 Meerkernige ontwikkeling Het regionale perspectief wordt belangrijker. We zetten in op samenhang binnen de agglomeratie, laten meer aantrekkelijke stedelijke plekken voor wonen, werken en voorzieningen ontstaan buiten de ring-A10, en ondersteunen grote regiokernen in hun ontwikkeling. Dat doen we vooral bij goed openbaar vervoer door het ontwikkelen van stationskwartieren en kenniskwartieren. Daarnaast zetten we in op het spreiden van werkgelegenheid en voorzieningen. De Zuidas blijft een belangrijke economische motor en wordt met het doortrekken van de Noordzuidlijn nog beter verbonden.
Noord, Nieuw-West en Zuidoost krijgen meer ontwikkelkansen en worden sociaal, economisch en cultureel van groter belang voor stad en regio. De stad wordt er meer uitgebalanceerd en inclusiever van, segregatie wordt verminderd. Verdichting vindt kwalitatief hoogwaardig plaats langs belangrijke stadslanen, vooral in en rondom de centra van de drie genoemde stadsdelen. Deze centra worden minder ‘winkelcentrum’ en meer ‘stad’. Voetganger en fiets worden er belangrijker, auto en parkeerplaatsen gaan een stap terug, vooral om noodzakelijke ruimte in een verdichtend centrum te creëren. c2 Groeien binnen grenzen De druk op Amsterdam is groot. Daarom maakt de stad tot 2050 binnen de huidige stadsgrenzen ruimte voor 150.000 nieuwe woningen en 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen in complete en gemengde wijken. We geven daarbij uiting aan de donutstad. Dit doen we door zowel het sociaal fundament te verstevigen als de voetafdruk van de stad te verminderen, zowel geografisch als op grondstoffen en klimaatverandering. We gaan op weg naar een autoluwe, circulaire en CO2-neutrale stad, zonder uitbreiding in het landschap. We verdichten met name in de naoorlogse wijken en we transformeren daartoe geschikte bedrijventerreinen in economisch vitale woonwerkwijken in een hoge dichtheid. Ook binnen de bestaande stad behouden we voldoende ruimte voor productieve economie.
De omgevingsvisie maakt een verdichting van de bestaande stad mogelijk zonder dat grootschalige sloop van bestaande woningen nodig is.
Gegenereerd: v1.8
6
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
C3 duurzaam en gezond bewegen We geven bij het inrichten de stad prioriteit aan duurzaam, actief en ruimte-efficiënt vervoer, zoals openbaar vervoer, voetganger en fiets. We richten de openbare ruimte nog aantrekkelijker in voor ontmoeten, sporten en spelen, voor jong en oud. Rijdende en geparkeerde auto’s krijgen minder ruimte, waardoor we ruimte vrijspelen voor andere zaken. Daarmee nodigt de stad nog meer uit tot ontmoeting en gezond bewegen. We transformeren op termijn bestaande auto-corridors zoals Lelylaan en Gooiseweg naar prettige lanen voor wonen, werken en verblijf, met ruimer baan voor actief en gezond verkeer. Hiervoor is het nodig dat het autogebruik stevig afneemt. We creëren voldoende mobiliteitsopties met hubs voor personenvervoer en stadsdistributie en het stimuleren van deelmobiliteit. We investeren met Rijk en regio in kwaliteit en capaciteit van het openbaar vervoer, dat sterk zal moeten groeien. We zetten in op het samen met Rijk en regio realiseren van nieuwe oeververbindingen over het IJ voor voetgangers, fietsers en OV. C4 Rigoureus vergroenen Het verdichten van de stad gaat samen met het vergroenen van de stad. We zoeken daarbij naar een goede balans tussen rust en reuring. Waardevolle natuur- en ruigtegebieden worden beschermd. Dit is nodig voor leeaarheid, biodiversiteit en voor klimaatadaptatie.
De inzet op vergroening is rigoureus, doordat die op verschillende schaalniveaus tegelijk plaatsvindt: van landschap tot gebouw. Landschappen om de stad krijgen meer ecologische en recreatieve betekenis en worden via groene routes, parken en plantsoenen verbonden met alle buurten van de stad. Rigoureuze vergroening krijgt ook vorm in nieuwe parken (groot en klein), het vervangen van steen en parkeerplaatsen door groen in de openbare ruimte, het leggen van ecologische verbindingen en meer gevel- en dakgroen. C5 Samen stadmaken De stad wordt de komende jaren gemaakt door een grotere diversiteit aan partijen. Daarbij heeft de gemeente een duidelijke rol bij het stellen van de kaders. Samen met de gemeente staan professionele partijen aan de lat om de kwaliteit en het tempo van de woningbouw en vastgoedontwikkeling hoog te houden. Daarbij worden Amsterdammers uitgenodigd om een actievere en meer gelijkwaardige rol te vervullen in het maken van de stad, zodat Amsterdam een eigen gezicht blijft houden en meer draagvlak ontstaat voor stadsontwikkeling. Dat geldt voor beheer en programmering van de eigen leefomgeving, mede-eigenaarschap, lokaal ondernemerschap, maar ook via zelouw het daadwerkelijk bouwen aan de stad en het invulling geven aan de energietransitie. Ad 1d. De Nota van Beantwoording zienswijzen (bijlage 2).
De Nota van Beantwoording (NvB) biedt een overzicht van alle ingediende zienswijzen en onze antwoorden daarop, inclusief wijzigingsvoorstellen voor de omgevingsvisie. De OntwerpOmgevingsvisie Amsterdam 2050 heeft van 21 januari tot en met 3 maart 2021 ter visie gelegen. De ontwerp-omgevingsvisie is besproken in de raadscommissie RO en de raad. Aangenomen moties zijn meegenomen bij het verwerken van de zienswijzen. Door deze nota vast te stellen, leggen we verantwoording af over de omgang met de ingestuurde zienswijzen. De NvB wordt digitaal openbaar gemaakt. De indieners van zienswijzen zullen hierop worden gewezen. Wezenlijke wijzigingen staan opgesomd in het ‘overzicht wijzigingsvoorstellen’ (zie beslispunt 1g). In de Nota van Beantwoording zienswijzen staan alle argumentaties. Analyse reacties op ontwerp-omgevingsvisie Er zijn zo’n 670 zienswijzen binnengekomen, waarvan 530 van personen en 140 van instellingen. Enkele zienswijzen zijn via georganiseerde acties ingediend: dezelfde tekst, maar via zeer veel afzonderlijke inzendingen. Andersom kwam ook veel voor: één zienswijze, maar wel mede namens anderen. Met name indiener 0602 (tegen windmolens) moet hier worden genoemd: deze indiener
Gegenereerd: v1.8
7
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
spreekt namens duizenden. De kortste zienswijze was twee woorden (‘Geen windmolens’), de langste exemplaren waren vele tientallen pagina’s. Onder de honderden binnengekomen ideeën en kritieken springen er enkele uit, vanwege vooral het aantal reacties, maar ook vanwege de kracht van de argumenten of de felheid van toon. De onderwerpen hiervan zijn: • Windmolens • Een stadslaan door volkstuinpark Nut en Genoegen • Positie en openbaarmaking van volkstuinparken • Ruimte voor betaalbaar wonen • Gemengde wijken, minder toerisme • Aansluiting op de A5 bij Osdorp • Bedrijventerrein Lutkemeer • Ontwikkeling van de Oeverlanden • Beter, fijnmaziger openbaar vervoer • Evenementen • Sportvoorzieningen in groen • Ruimte voor ruig groen. Bij de eerste twee gaat het vrijwel uitsluitend om tegenstanders, bij de aansluiting op de A5, de Lutkemeer en de Oeverlanden eveneens. Ook sportvoorzieningen in groen liggen vooral gevoelig, net als openbaarmaking van volkstuinen. Bij ruimte voor evenementen gaat het om een mix van voor- en tegenstanders. De resterende punten betreffen vooral pleidooien Enquête OIS Tijdens de zienswijzeperiode is een enquête uitgezet door OIS om te peilen hoe wordt gedacht over de vijf strategische keuzes. Zie bijlage 3 ‘OIS enquête Amsterdammers over de ontwerpomgevingsvisie’.
De uitslagen zijn gebruikt als vergelijkingsmateriaal bij het duiden en beantwoorden van de zienswijzen. De enquête-uitslagen laten in grote lijnen draagvlak zien voor de keuzes in de ontwerp-omgevingsvisie en geven aan waar kritisch over gedacht wordt. Ze sluiten aan op het beeld dat uit de zienswijzen naar voren komt of nuanceren dat soms. Vier belangrijke thema’s noemen we hier: • Volkstuinparken Het toegankelijker maken van volkstuinparken voor iedereen scoort in de enquête als doel niet zo hoog. Ook veel zienswijzen vanuit de tuinparken waren daar kritisch op. De omgevingsvisie is qua bewoording en ambitieniveau hierop aangepast, hoewel we dit doel niet hebben losgelaten. • Groenbescherming De in de zienswijzen veelgenoemde roep om meer groene ruigte- en stiltegebieden is in de enquêteuitslagen terug te zien. Ook hier leggen velen prioriteit bij natuur en ecologie. De omgevingsvisie is hier op verschillende manieren op aangepast. • Bedrijvigheid Bedrijvigheid laat zich volgens vele respondenten prima mengen met woningen, mits aandacht voor het soort bedrijvigheid. Verdichting van bedrijventerreinen vindt veel draagvlak. Dit klinkt wat positiever dan verschillende kritische zienswijzen vanuit het bedrijfsleven, maar de enquête is dan ook uitsluitend door bewoners ingevuld. In de omgevingsvisie zijn hier enkele genuanceerdere aanpassingen op gedaan.
• Windmolens Op het thema windmolens zijn veel zienswijzen ingebracht, vrijwel allemaal kritisch. Daarmee vergeleken laat de enquête een meer evenwichtig beeld zien in de houding tegenover windmolens in de stad. Het college ziet genoeg reden om de ingebrachte zorgen en kritiekpunten van
Gegenereerd: v1.8
8
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Amsterdammers serieus te nemen. Deze hebben tot aanpassingen geleid, in de RES en in de omgevingsvisie. Ook is er een reflectiefase ingelast voor dialoog. Ad 1e. De Nota van Beantwoording advies stadsdelen (bijlage 4). De Nota van Beantwoording advies stadsdelen (NvB) geeft een overzicht van de adviezen van de stadsdelen en onze reacties op die adviezen, inclusief wijzigingsvoorstellen voor de omgevingsvisie. De stadsdelen zijn in de periode van 21 januari tot en met 3 maart in de gelegenheid gesteld een advies aan te leveren. Door deze nota vast te stellen, leggen we verantwoording af over de aandeling van de door de stadsdelen ingebrachte adviezen. Na vaststelling wordt de NvB advies stadsdelen digitaal openbaar gemaakt. De wijzigingen staan opgesomd in het ‘overzicht wijzigingsvoorstellen’ (zie beslispunt 1d). In de Nota van Beantwoording advies stadsdelen staan alle argumentaties. Analyse adviezen stadsdelen op ontwerp-omgevingsvisie Alle stadsdelen hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid een advies in te brengen. Die adviezen zijn constructief van aard. Er zijn complimenten ontvangen. Er is veel ondersteuning voor de strategische keuzes in de visie met ook verzoeken tot nadere uitwerking en duiding op het niveau van de stadsdelen. Voor de doorwerking van de visie zijn suggesties aangedragen.
Daarnaast zijn er zeker ook zorgen ingebracht en is voor een aantal onderdelen, bijvoorbeeld met betrekking tot de zoekgebieden voor de windmolens en met betrekking tot de aansluiting op de A5 bij Osdorp, nadrukkelijk aandacht gevraagd. Ad 1f. De Nota van Beantwoording zienswijzen en advies Commissie m.e.r. Omgevingseffectrapportage (bijlage 5). De Omgevingseffectrapportage heeft met de Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam ter inzage gelegen. Enkele zienswijzen bevatten opmerkingen op de Omgevingseffectrapportage. Deze zienswijzen hebben geleid tot een paar (kleine) wijzigingen en aanvullingen. Naast de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen is ook een toetsingsadvies door de onaankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage uitgebracht. De essentie van dit advies is hieronder nader toegelicht. De Cie m.e.r. heeft in haar advies veel waardering voor de opzet en uitwerking van de OER. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 zijn volgens haar heldere keuzes gemaakt. Door locaties aan te wijzen, bijvoorbeeld voor woningbouw, is de effectbepaling in het OER ruimtelijk specifiek. Zo maakt de OER duidelijk waar er kansen of knelpunten zijn, deels zelfs op wijk- en buurtniveau. Ook laat de OER de effecten van de verstedelijkingsalternatieven goed zien. De OER legt hiermee een goede basis voor toekomstige besluiten over de fysieke leefomgeving. De Cie m.e.r.
adviseert om nader inzicht te bieden wat de mogelijke groei van Schiphol voor impact heeft op de ambities uit de Omgevingsvisie en vice versa. Het Intermezzo over Schiphol in de OER is aangevuld met deze informatie. De Cie m.e.r. adviseert tevens om de (gezondheid)effecten van het geluid van luchtvaart, spoor- en wegverkeer en industrie nader in beeld te brengen door de geluidbelasting boven de 55 dB nader te specificeren. Voor de beschrijving van effecten en beoordeling van ambities is het niet noodzakelijk om deze aanbeveling nu uit te voeren. In het kader van monitoring én in het Actieplan Geluid zal dit wel nader gespecificeerd worden. De Cie m.e.r. adviseert om in een aanvulling op de OER een uitvoeringsagenda op te stellen waaruit blijkt hoe de milieugevolgen een plek krijgen bij de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Deze moet laten zien hoe de samenhang wordt bewaakt, hoe randvoorwaarden worden gemonitord en hoe ontwikkelingen inhoudelijk worden afgestemd. Dit wordt meegenomen en opgenomen in de Uitvoeringsagenda en meer specifiek in het hierin aangekondigde Monitoringsplan (zie beslispunt 2).
Gegenereerd: v1.8
9
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Actualisatie effectbeoordeling van de RES. Aanvullend is mede op advies van de Cie m.e.r. de actualisatie van de RES voor Amsterdam betrokken bij de effectbeoordeling. Dit is toegevoegd in paragraaf 6.4.1. De zienswijzen, de stadsdeeladviezen, het advies van de Cie m.e.r. en de aangenomen moties hebben geleid tot aanpassingen van de ontwerp-omgevingsvisie. Het overzicht van wijzigingen van de ontwerp-omgevingsvisie biedt een overzicht van alle inhoudelijk relevante wijzingen. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de vier delen van de omgevingsvisie: het VISIE-deel, het WAAR-deel, het WAT-deel en het HOE-deel. Naast de wijzigingen in dit overzicht zijn er ook kleine redactionele en cartografische verbeteringen doorgevoerd. Ad 1g. Het overzicht van wijzigingen op de ontwerp-omgevingsvisie n.a.v. zienswijzen, stadsdeeladviezen en de door de gemeenteraad aangenomen moties (bijlage 6). De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen in het overzicht betreffen: Ad 1g i) Meer aandacht voor economie Economie heeft op diverse plekken meer aandacht gekregen. Daarbij gaat het zowel om de verdere ontwikkeling van Amsterdam als kennismetropool en de daaraan gekoppelde stationskwartieren en kenniskwartieren als om de aandacht voor ruimte voor de maakindustrie.
Ad 1g ii) Aandacht voor het beschermen van rust en ruigte In de Omgevingsvisie is meer aandacht besteed aan het spanningsveld levendigheid en rust in de stad en specifiek aan de opgave om rust- en ruigtegebieden in het groen te beschermen. De zoekgebieden voor sportlandschappen bij de NoorderIJplas, in de Brettenzone en in het Diemerpark zijn geschrapt. In deze gebieden ligt wel een opgave voor intensivering en beperkte uitbreiding van bestaande sportparken. De te beschermen stadsnatuur is opgenomen in de kaart Opgaven groen-blauw raamwerk. Volkstuinparken worden nadrukkelijker gewaardeerd en beschermd, met duidelijker voornemens om de toegankelijkheid in goed overleg met de gebruikers te vergroten, met behoud van het unieke karakter. Ad 1g iii) Vertaling Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Op de visiekaart zijn de zoekgebieden windenergie vervangen door de voorkeursgebieden, conform het bestuurlijke besluit RES 1.0. Daarbij zijn de uitgangspunten voor een integrale afweging voor de locatiekeuze voor windmolens benoemd. En de processtappen gekoppeld aan de RES zijn beter toegelicht: van zoekgebieden naar voorkeursgebieden, van voorkeursgebieden naar voorkeurslocaties en van voorkeurslocatie naar initiatief. Ad 1g iv) Aanpassing zoekgebieden transformatie na 2040 Bedrijventerrein Weespertrekvaart-Zuid is geschrapt als zoekgebied transformatie na 2040.
Bedrijvenstrook Amstel III wordt aangeduid als stedelijk bedrijventerrein met daarop een aanduiding ‘Pilot grootschalige intensivering’ voor het noordoostelijke deel van de bedrijvenstrook. Het toevoegen van wonen kan niet plaatsvinden zonder dat er eerst een verdichting met bedrijfsruimte op het bedrijventerrein plaatsvindt, waarbij er per saldo meer bedrijfsruimte komt. A 1g v) Aanpassing ontbrekende verbinding stadslaan door Tuinpark Nut en Genoegen De ontbrekende verbinding stadslaan door Tuinpark Nut en Genoegen is gewijzigd in ‘Gewenste verbinding voor voetgangers en fietsers. Onderzoek naar mogelijkheid en inpassing van tram of bus op lange termijn’. Ad 1h. De Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (bijlage 7), die de omgevingseffecten van de ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050 in beeld brengt, en de daarin getrokken conclusies te aanvaarden.
Gegenereerd: v1.8
10
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Tegelijk met de ontwerp-Omgevingsvisie is de Omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. Het brengt milieueffecten (luchtkwaliteit, geur, stof, geluid, bodem, water) in beeld, en effecten op andere kernwaarden van de Omgevingsvisie: inclusief en betaalbaar, economisch vitaal, leeaar, bereikbaar, gezond, veilig, klimaatbestendig, ruimtelijke kwaliteit, klimaatneutraal, natuurlijk en circulair. Inspiratie is opgedaan bij de ‘donuteconomie’ van Kate Raworth, die uitgaat van een sociaal fundament en een ecologisch plafond. In de Omgevingseffectrapportage komt naar voren dat Amsterdam haar beleidsagenda voor tal van thema’s goed op orde heeft. Door het systematisch toepassen van de beleidscyclus (inclusief monitoring en bijstelling) leidt dit tot een positieve impuls op vrijwel alle kernwaarden in de referentiesituatie ten opzichte van de huidige situatie. In het voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie wordt niet alleen ruimte geboden voor een forse groei van inwoners en arbeidsplaatsen, maar worden ook diverse ‘radicale’ keuzes gemaakt. Dit betreft stevige impulsen om de mobiliteitstransitie, energietransitie en klimaattransitie te versnellen en te bestendigen. In het document wordt benadrukt dat grote inzet op deze terreinen nodig is.
Daarnaast noemt de Omgevingseffectrapportage voor wijken en buurten in Nieuw-West, Zuidoost en Noord aandachtspunten op het gebied van gezondheid en leeaarheid. Ook staat de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen er onder druk, net als in de rest van Amsterdam. Deze problemen kunnen niet alleen met ruimtelijk beleid worden opgelost. Samenwerking met onder meer het sociale domein is nodig om gestelde doelen te halen. Het voorkeursscenario, dat samenvalt met deze ontwerp-Omgevingsvisie, scoort op vrijwel alle punten positief ten opzichte van de referentiesituatie. Hiervoor is wel een stevige doorwerking naar programma’s, plannen en besluiten nodig. Natuurlijk geldt voor vrijwel alle kernwaarden dat er onzekerheden spelen die het succes van het behalen van de ambities beïnvloeden. Tot slot wordt verkend of de OER, net als de Omgevingsvisie, kan worden doorontwikkeld tot een ‘levend’ document. Het wordt dan een monitoringsinstrument voor de Amsterdamse fysieke leefomgeving als geheel, dat inzichtelijk maakt hoe waarden, analyses en beleidskeuzes met elkaar samenhangen. Daarmee kan het ondersteunend zijn bij evaluatie en herijking van de Omgevingsvisie. Naar aanleiding van de tervisielegging en het advies van de Cie MER is de OER op enkele punten gewijzigd en geoptimaliseerd. In de nota van beantwoording wordt in gegaan op de zienswijzen.
In de OER wordt ingegaan op het advies van Cie MER en worden alle wijzigingen beschreven. Ad 1i. Dat de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 na vaststelling de sinds 2011 vigerende Structuurvisie Amsterdam 2040 zal vervangen als beleidskader voor ruimtelijke plannen, behoudens hetgeen: - in de Structuurvisie als kaderstellend is opgenomen voor de onderwerpen Hoofdgroenstructuur en Hoogbouw, totdat nieuwe kaders hiervoor zijn vastgesteld - bij raadsbesluit in een gebiedsvisie als uitzondering is aangewezen om in plaats van de Structuurvisie als primair toetsingskader te dienen in dat gebied binnen de Hoofdgroenstructuur. Na vaststelling door de gemeenteraad vervangt de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de Structuurvisie Amsterdam 2040, uit 2011. Als strategisch ruimtelijk beleidskader voor de lange termijn leent de omgevingsvisie zich niet voor grote en abrupte koerswijzigingen. Tegelijk dienen zich nieuwe vragen, uitdagingen en kansen aan. De omgevingsvisie bouwt daarom voort op de structuurvisie, maar voegt er ook nieuwe accenten en inzichten aan toe. Voor de Hoofdgroenstructuur en Hoogbouw wordt nieuw beleid geagendeerd. De begrenzing en instrumentarium van de nieuwe hoofdgroenstructuur en nieuw beleid voor hoogbouw worden aangekondigd. Zolang deze nog niet gereed zijn, kan de Omgevingsvisie bij vaststelling hiervoor
Gegenereerd: v1.8
11
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
niet als kader dienen. Totdat er nieuw beleid is, zal om deze reden de Structuurvisie op deze thema’s als kader dienen. Dit geldt zo lang ook voor de gebiedsvisies die als uitzondering zijn aangewezen bij raadsbesluit om in plaats van de Structuurvisie als primair toetsingskader te dienen in gebieden binnen de Hoofdgroenstructuur. Het gaat hier om 'De Tuinen van West; Programma van Eisen Westrand' voor het gebied Tuinen van West, 'Het Ruimtelijk Toetsingskader Sloterpark' voor het schakelpark Sloterpark - Sportpark Ookmeer - Osdorper binnenpolder zuid, 'Beleidsvisie en toetskader stadsrandpolder Waterland' voor het deel van Waterland binnen de gemeentegrens, het Ruimtelijk Toetsingskader Noorder IJplas 2020 - 2030 voor het gebied rond de Noorder IJplas en Gebiedsvisie Martin Luther Kingpark en omstreken voor het gebied rond het Martin Luther Kingpark. Samenwerking tijdens het maken van de Omgevingsvisie Deze Omgevingsvisie is tot stand gekomen in samenspraak met verschillende gesprekspartners, volgens de principes open, organisch en inclusief. Daarbij is vanaf het begin af aan samengewerkt partners in de stad en in de regio, professioneel en niet professioneel. Voor de samenwerking met professionele partijen is voortgebouwd op bestaande samenwerkingsnetwerken.
Een eerste schil van direct betrokken publieke organisaties is meegenomen in het opstellen van de omgevingsvisie: Waternet, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, het Havenbedrijf Amsterdam, Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en Vervoerregio Amsterdam. Er zijn gesprekken georganiseerd met vertegenwoordigers van regiogemeenten, de provincie en het Rijk, met belangengroeperingen voor groen, milieu, bedrijfsleven, zorg enzovoorts. Buurgemeenten hebben meegetekend aan de visiekaart. Daarnaast zijn bij het maakproces van de omgevingsvisie nieuwe samenwerkingsnetwerken geïnitieerd. Zo heeft de Club2050 met zes stadmakers/deskundigen meegekeken en geschreven, met betrekking van hun eigen achterban. Datzelfde geldt voor de Vrouwenadviesraad van WomenMakeTheCity. Speciale aandacht is besteed aan de diversiteit aan groepen in de stad, ook aan groepen die je minder makkelijk bereikt als het gaat om meedenken over de toekomst van de stad. Zo zijn er zowel online als op scholen gesprekken met jongeren georganiseerd. Met een trektocht door de stad en portretten en verhalen zijn ideeën opgehaald bij bekendere en minder bekende Amsterdammers. Er is een ‘toekomstestafette’ georganiseerd in samenwerking met de Chief Science Officer en de zeven stadsdeeldirecteuren. Deze vernieuwende manier van verhaalvangen maakt onderdeel uit van het onderzoeksprogramma Values for Survival.
In deze toekomstestafette zijn verhalen van Amsterdammers over de toekomst van hun stadsdeel opgehaald. Dit heeft geleid tot de publicatie ‘Wat hebben wij nodig’ – Amsterdammers aan het woord over de toekomst van hun stadsdeel. Via de online Toekomstwijzer en de website www.amsterdam2050.nl zijn Amsterdammers meegenomen in de opbouw van het verhaal en hebben we hen om hun mening gevraagd. De tentoonstelling Thuis in de Stad in de OBA, als sluitstuk van de Ontwerpmanifestatie, vormde inspiratie en is de start van een continu gesprek met de stad. In de tervisieleggingsperiode is het gesprek over de omgevingsvisie geïntensiveerd. Veel partijen zijn actief benaderd om hun reactie. Met diverse organisaties (zoals de ORAM, de Neprom, het havenbedrijf, RWS, de universiteiten, de AFWC en de sportraad) zijn informatieve gesprekken gevoerd ter voorbereiding op, en/of naar aanleiding van, hun zienswijzen. In die periode zijn ook opnieuw gesprekken gevoerd met verschillende regionale partners: de buurgemeenten van de agglomeratie, de Provincie Noord-Holland, met het ambtelijk en directeurenoverleg van de MRA, het Programmateam PlaBeKa en Rijkswaterstaat. De regionale partners hebben daarnaast vaak een zienswijze ingediend en zo hun betrokkenheid nogmaals getoond.
De uitkomsten van deze gesprekken en de reactie op de zienswijzen van betrokken organisaties is verwerkt in de omgevingsvisie en te lezen in het overzicht van wijzigingen en/of de Nota van Beantwoording zienswijzen.
Gegenereerd: v1.8
12
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
Amsterdammers hebben we via sociale media o.a. opgeroepen een zienswijze in te dienen. De Vrouwenadviesraad van WomenMakeTheCity is met iPads de straat op gegaan om zienswijzen op te halen in de stad. Met scholieren, jongvolwassenen en ouderen zijn aparte gesprekken gevoerd. Ad 2. Kennis te nemen van het voornemen van het college van B&W om, in samenwerking met andere partijen in de stad en voor het einde van 2021, een Uitvoeringsagenda op te stellen horende bij de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 met als belangrijkste doel een snelle start te maken met de doorwerking van de omgevingsvisie in ruimtelijk beleid, projecten en het samen stadmaken. Met de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 schept Amsterdam de ruimte waarbinnen de stad zich de komende decennia kan ontwikkelen. De combinatie van een ambitieuze ruimtelijke visie voor de stad, de noodzaak en wens anders te werken en een veranderend instrumentarium vraagt om een helder beeld bij hoe we de komende jaren gaan werken. Hierbij borduurt Amsterdam voort op de vruchtbare samenwerking tijdens de totstandkoming van de omgevingsvisie met partijen in de stad en andere overheden. Met het opstellen van een Uitvoeringsagenda geeft Amsterdam aan wat na vaststelling van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 de volgende stappen zijn in het proces om deze visie dichterbij te brengen.
De behoefte aan een product dat de doorwerking van de omgevingsvisie concretiseert kwam vanuit meerdere hoeken naar voren tijdens de consultatieperiode van de ontwerp- omgevingsvisie. Ad 2a. Voorstellen voor een uitbreiding van het instrumentarium gericht op een optimale doorwerking van de omgevingsvisie als kader voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Na vaststelling gaat de omgevingsvisie fungeren als kader voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. In de uitvoeringsagenda wordt gekeken hoe de omgevingsvisie zo goed mogelijk doorwerking kan vinden in het ruimtelijk instrumentarium. De binnenkort in te voeren Omgevingswet en het daarin genoemde instrumentarium vormen hierbij het uitgangspunt. De uiteindelijke voorstellen zullen dan ook onderdeel uitmaken van een breder perspectief op de implementatie van de Omgevingswet binnen de gemeentelijke organisatie. In dit licht wordt met de uitvoeringsagenda een vervolg gegeven aan de in de omgevingsvisie geagendeerde zoektocht naar aanvulling op het bestaande instrumentarium voor ruimtelijke ontwikkeling. De veranderopgaven uit hoofdstuk 19 van de omgevingsvisie staan hierbij centraal. Concreet worden er voorstellen ontwikkeld voor: Ad 2a.
i) Een integraal stedelijk programma Dit programma ondersteunt integrale afwegingen op stedelijk niveau vanuit ruimtelijk, financieel en programmatisch perspectief en richt zich op de samenhang en fasering van investeringen en ruimtelijk-programmatische ontwikkeling. Dit programma speelt vanuit deze samenhang een belangrijke rol in het initiëren van nieuwe ontwikkelingen. Diverse thematische verkenningen genoemd bij beslispunt 2b worden hierbij betrokken. Ad 2a. ii) Integrale gebiedsprogramma’s De programma’s zijn gericht op het aanjagen van nieuwe ontwikkelingen, fasering, ruimtelijke en programmatische samenhang en het afwegen van ruimteclaims in de verschillende ontwikkelrichtingen van de stad. Het voorstel gaat onder andere in op voor welke specifieke gebieden een dergelijk programma wenselijk is en op welke opgaven daarbinnen het accent ligt. Daarbij wordt aangegeven hoe kan worden voortgebouwd op bestaande integrale gebiedsgerichte werkwijzen zoals het werken met het Masterplan Zuidoost en de Aanpak Binnenstad. Daarnaast wordt ingegaan op de status van op
Gegenereerd: v1.8
13
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
te leveren producten en samenwerkingspartners. In dit voorstel wordt betrokken op welke manier agglomeratiegemeenten hierin een rol kunnen spelen. Ad 2a. iii) De ontwikkeling van een monitoringsplan voor de omgevingsvisie. Het monitoringsplan is gericht op het doorwerken van de ambities uit de OVA (Omgevingsvisie Amsterdam 2050) en het bevorderen van integraliteit en samenhang van de ruimtelijke ontwikkelingen. Met dit voorstel geeft Amsterdam verder invulling aan het in de OER bedoelde monitoring van de OVA binnen de beleidscyclus. Het voorstel zal zich richten op monitoring op hoofdlijnen en dit koppelen aan de strategische keuzes uit de omgevingsvisie. Daarbij wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande monitoringsinstrumenten (Monitor woningbouw, Mobiliteitsplannen, Duurzaamheid, data OIS, etc.) waarover reeds op vastgestelde momenten wordt gerapporteerd. Er wordt slechts beperkt en indien strikt noodzakelijk aanvullend onderzoek gedaan. Ook geeft het voorstel aan hoe en wanneer hierover aan de Gemeenteraad wordt gerapporteerd. De monitoring is een belangrijk instrument voor de Raad om voortgang op de in de OVA omschreven ambities en samenhang daartussen te bewaken. Ad 2b. Concretisering en prioritering van de uit de Omgevingsvisie voortkomende uitwerkingsopgaven samen met partijen in de stad.
Uit de omgevingsvisie komen een aantal uitwerkingsopgaven voort gekoppeld aan de vijf strategische keuzes en gericht op het concretiseren van de mogelijkheden om de stad verder te ontwikkelen. Het betreft zowel thematische als gebiedsgerichte uitwerkingen. Daarnaast is ook aandacht voor de in de omgevingsvisie geagendeerde veranderingen in cultuur en werkwijzen zoals het samen stadmaken. Een deel van de geschetste opgaven kan een plek krijgen in lopende programma’s en beleidstrajecten of is parallel aan het opstellen en de besluitvorming van de omgevingsvisie al gestart. Deze trajecten zullen ook tijdens het opstellen van de Uitvoeringsagenda worden doorlopen. Voor de overige uitwerkingen vormt de uitvoeringsagenda een moment van concretisering en prioritering. Aan welke onderwerpen wordt eerst gewerkt en wat is daarbij de precieze inzet? Gezien de beperkte beschikbare middelen (zie Ad2c) is het niet mogelijk aan alle uitwerkingsopgaven tegelijk invulling te geven. Belangrijk criterium voor prioritering is de mate waarin uitwerkingen versnelling kunnen bieden op het terrein van de vijf in de omgevingsvisie benoemde strategische keuzes. Daarnaast geven zienswijzen en nader te voeren gesprekken met partners in de stad richting aan concretisering en prioritering van de uitwerkingsopgaven.
In de uitvoeringsagenda wordt de volgende niet limitatieve lijst met uitwerkingsopgaven zoals benoemd in de omgevingsvisie betrokken: • Thematische uitwerkingsopgaven gericht op: • Actualisatie en aanscherping van ruimtelijk beleid: o.a. woon-zorgvisie; actualisatie hoogbouwbeleid; actualisatie detailhandelsbeleid; mobiliteitsvisie; geurbeleidskader; evaluatie normen maatschappelijke voorzieningen en groen in licht van in de Omgevingsvisie benoemde buurttypen en bovenplanse opgaven; • Verder verkennen van inzet en mogelijkheden op het gebied van o.a. kenniskwartieren; stationskwartieren; intensivering en verduurzaming bedrijventerreinen; economie in woonwijken buiten de ring; ruimte voor kansengelijkheid; ruimtelijke kwaliteit en erfgoed en sport- en beweegstructuur; • Programmatische inzet en coördinatie van complexe vraagstukken rondom o.a.: de ondergrond, ruimtelijke impact van de energietransitie; uitvoering van de ambitie rigoureus te vergroenen; de hoofdgroenstructuur en uitwerking gezonde stad rond geluid, luchtkwaliteit en gezonde voedselomgeving. • Gebiedsgerichte opgaven gericht op o.a. het verkennen van nieuwe ontwikkelmogelijkheden (bijvoorbeeld langs de stadslanen Lelylaan, Gooiseweg en Nieuwe Leeuwarderweg), versterken van het landschap (bijvoorbeeld Landschappelijk Noord), visievorming (gebieden
Gegenereerd: v1.8
14
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
buiten de ring, IJ en haar oevers) en coördinatie van ontwikkelingen zoals ook bedoeld ad 2a. ii). • Opgaven gericht op vernieuwen van cultuur en werkwijzen zoals een programma samen stadmaken. Ad 2c. Inzicht in de mate waarin en de snelheid waarmee uitvoering van werkzaamheden uit de uitvoeringsagenda kunnen worden gerealiseerd gegeven de beschikbare financiële middelen. Eventueel benodigde aanvullende middelen voor intensiveringen en/of versnellingen maken deel uit van de integrale afweging in het kader van de P&C-cyclus. De Omgevingsvisie geeft in belangrijke mate richting aan de invulling van ruimtelijk beleid. Daarmee zal de op te stellen Uitvoeringsagenda structurerend werken voor de inzet van bestaande beleidscapaciteit. De beschikbaarheid van financiële middelen is echter beperkt wat betekent dat binnen de Uitvoeringsagenda geprioriteerd zal moeten worden in de uit de omgevingsvisie voortkomende werkzaamheden. Dit zal consequenties hebben voor de snelheid van uitvoering en doorwerking van de omgevingsvisie. Eventueel benodigde aanvullende middelen voor intensiveringen en/of versnellingen maken deel uit van de integrale afweging in het kader van de P&C-cyclus. Ad 3. Kennis te nemen van bijgevoegde brief ter beantwoording en aandeling moties met de nummers 183_21, 187_21, 188_21, 189_21, 190_21, 198_21, 199_21, 200_21, 201_21, 202_21, 224_21 (bijlagen 8 en 9).
De ontwerp-omgevingsvisie is op 23 maart 2021 in de commissie RO en op 31 maart 2021 in de raad besproken. Moties die tijdens die vergaderingen zijn ingediend en die betrekking hebben op de omgevingsvisie, zijn als zienswijzen meegenomen in de Nota van Beantwoording zienswijzen (bijlage 2). Wijzigingen die voortkomen uit de moties, zijn opgenomen in het overzicht van wijzigingen (bijlage 6). De moties zijn eveneens met bijgaande raadsinformatiebrief beantwoord (bijlage 8). De genoemde onderwerpen komen terug in de tekst van de omgevingsvisie met een duidelijker omschrijving of als extra aandachtspunt. Het gaat om begraafplaatsen voor onbepaalde tijd, burgerraden inclusief en transparant, fiets/OV in relatie tot functiemening, vergroening inrichting openbare ruimte autoluwe stad, ruimte voor bedrijvigheid in stad en regio, behoud en stimulering werkgelegenheid in maakindustrie en productieve bedrijven, beheer bestaande stad en leeaarheid, volgordelijkheid bouwopgave en relatie OV, schoonheid van de stad. Voor mogelijkheden tot afspraken binnen MRA-verband voor programmering woningbouw en betaalbaarheid daarvan, maakt het college zich sterk in het portefeuillehoudersoverleg Bouwen en Wonen. Het onderwerp komt ook aan de orde in de Verstedelijkingsstrategie. Het college van B&W gaat aan de slag met het opstellen van de gevraagde uitvoeringsagenda.
Dit voornemen is ook opgenomen in deze raadsvoordracht Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?
Ja
Overige toelichting
De realisatie van de in de visie beschreven ambities is te zijner tijd mede aankelijk van de beschikbare financiële middelen hiervoor, ook bij Rijk en regiopartijen Conclusie
Gegenereerd: v1.8
15
Gemeenteraad
VN2021-016730 Ruimte en duurzaamheid
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 07 juli 2021
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-061677
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
AD2021-061725
bijlage 1 Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Een menselijke metropool.pdf (pdf)
AD2021-063751
bijlage 10 ADDENDUM_Nota van Beantwoording advies stadsdelen.pdf (pdf)
AD2021-061726
bijlage 2 Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen.pdf (pdf)
AD2021-061727
bijlage 3 OIS-enquête Amsterdammers over de ontwerpomgevingsvisie.pdf (pdf)
AD2021-061728
bijlage 4 Concept Nota van Beantwoording advies stadsdelen.pdf (pdf)
AD2021-061729
bijlage 5 Concept Nota van Beantwoording Zienswijzen en Cie Mer OER.pdf (pdf)
AD2021-061730
bijlage 6 Overzicht van wijzigingen Omgevingsvisie.pdf (pdf)
AD2021-061731
bijlage 7 Omgevingseffectrapportage Omgevingsvisie Amsterdam.pdf (pdf)
AD2021-061732
bijlage 8 Raadsinformatiebrief - afdoening moties omgevingsvisie.pdf (pdf)
AD2021-061733
bijlage 9 Moties Omgevingsvisie.pdf (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
Ruimte en Duurzaamheid, Frank van den Beuken, 06-23082511, f.vandenbeuken@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.8
16