CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Stadsdeel Centrum Advies Beleidskader Participatie.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 22 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Beleidskader Participatie (ZD2021-007287)3.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag B&W aan stadsdelen Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Beleidskader Participatie Portefeuille: Democratisering

Team Democratisering / CTO / Dienstverlening - Het beleidskader is op 1 juni door het college vrijgegeven voor inspraak en consultatie stadsdelen. - Op 24 augustus wordt de nota van Beantwoording en de adviezen van de stadsdelen ter besluitvorming aan het college aangeboden. - Daarna volgen de bespreking in de commissie KDD in september, waarna de gemeenteraad het beleidskader in oktober ter besluitvorming wordt aangeboden Datum adviesaanvraag: 8 juni Deadline ontvangst advies: 31 augustus Advies mailen naar: d.logemann@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Raadsinformatiebrief, Beleidskader Participatie / Leidraad Participatie… Heeft er consultatie vooraf Eerder in het PHO Democratisering een verkennend gesprek plaatsgevonden Directie:

Datum behandeling staf WH

plaatsgevonden?

Invullen door stadsdeel: Centrum Anita Jolink en Sigal Liberman Datum weekstart/staf: 28 juni 2021 Datum stadsdeelcommissie: 6 juli 2021 en 24 augustus 2021 Datum dagelijks bestuur: 30 augustus Registratienr. (optioneel): n.v.t. Stadsdeel:

Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel . Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

1. Herkent het stadsdeel zich in de geformuleerde uitgangspunten en principes en acht zij deze ook goed toepasbaar en uitvoerbaar? 2. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het opstellen en publiceren van een participatie plan voor ieder participatietraject. Het idee hierachter is dat a) het opstellen van het participatieplan de gemeente helpt om vroeg, bewust en expliciet na te denken hoe zij burgers wil betrekken, b) het publiceren van het participatieplan burgers in staat stelt om zich actief te verhouden tot de voornemens van de gemeente. Welke rol ziet het stadsdeel voor zichzelf bij het onder de aandacht brengen/toegankelijk maken/inzichtelijk maken van het participatieplan voor de bewoners in het stadsdeel? 3. Welke rol, ideeën en/of behoeften bij de implementatie van het beleidskader ziet het stadsdeel voor zichzelf?

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

1. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum waardeert het zeer dat er is nagedacht over het verder uitbreiden van de invloed van bewoners en dit te verankeren in het voorliggende participatiebeleid dat veel verder gaat dan wat is vastgelegd in de huidige inspraak verordening. Het dagelijks bestuur herkent zichzelf in de inhoud Pagina 1 van 6

van het beleid, mede omdat in Centrum inmiddels veel ervaring is opgedaan met verschillende varianten van participatie. Uit verschillende evaluaties en gesprekken met bewoners zijn soortgelijke bevindingen naar voren gekomen. Stadsdeel Centrum acht het beleidskader toepasbaar en uitvoerbaar. 2. Het DB van stadsdeel Centrum kan zich vinden in het voorstel om te werken met een participatieplan. Het is goed om vooraf na te denken over waarom en hoe bewoners worden betrokken. Het is belangrijk om vooraf goed duidelijk te hebben wat het doel van participatie is en wat de ruimte voor bewoners is. De leidraad biedt een goed handvat om bij elk participatietraject de keuze van de vorm van participatie te bepalen. Het participatieplan wordt wel een nieuw instrument wat in de organisatie moet gaan landen. Het DB van stadsdeel Centrum stelt voor om het participatieplan verplicht onderdeel te laten zijn van staf- en/of DB stukken wanneer dit aan de orde is. Dit zou stadsbreed moeten worden aangepast in de flappen, door bijvoorbeeld een onderdeel participatieplan nodig ja/nee in de flappen in te bouwen en dit plan als bijlage mee te zenden. Voorgesteld wordt om het participatieplan bekendheid te geven via de gangbare kanalen zoals de stadsdeelkrant en social media.

Daarnaast zou er een pagina op de website van het stadsdeel gevuld moeten worden met alle lopende, afgeronde en toekomstige participatietrajecten. Het heeft de voorkeur om dit voor alle stadsdelen op dezelfde wijze te doen. Directies zouden verplicht moeten worden de participatieplannen aan te leveren aan de stadsdelen ter publicatie. 3. Het stadsdeel heeft participatie hoog in het vaandel staan. Het DB staat positief tegenover het verwerken van de procedures in onze werkwijze. Echter wordt wel verwacht dat deze werkwijze meer capaciteit vergt van onze medewerkers. Voor het welslagen van deze werkwijze is het dus noodzakelijk dat er meer capaciteit en middelen worden vrijgemaakt. Dit is wel een belangrijk punt van aandacht.

Verder geeft het DB nog enkele opmerkingen mee over de inhoud van het beleid. In het beleid wordt het woord ‘burgers’ consequent gebruikt, terwijl wij liever spreken van ‘bewoners’ of ‘Amsterdammers’. Daarnaast worden ondernemers niet of nauwelijks genoemd terwijl zij ook belangrijke belanghebbenden zijn in participatietrajecten. Onder ‘Uitgangspunt’ 4 staat aangegeven dat het stadsdeel goed moet nadenken over welke personen de belanghebbende het beste vertegenwoordigen. Dit is een lastig punt, waar voorzichtig mee omgegaan moet worden. Het kan voor de gemeente moeilijk zijn om in te schatten wat goede vertegenwoordigingen zijn van de belanghebbenden. Zo komt het soms bij bewonersorganisaties voor dat niet iedereen in de buurt zich door hen vertegenwoordigd voelt. In sommige gevallen is het wel weer logisch om in gesprek te gaan met een vertegenwoordiging, bijvoorbeeld door met KHN te praten wanneer het onderwerp ‘horeca’ betreft. Het DB zou daarom adviseren en om dit punt anders te formuleren.

Onder de ‘Principes’ onder 1 staat genoemd dat de gemeenteraad betrokken moet worden wanneer een besluit of plan veel impact heeft op de leefwereld van bewoners. Het DB van Centrum vraagt zich af of dit beleidskader een logische plek is om dit nogmaals te benoemen. Dit is immers al geregeld in het bevoegdhedenregister. Geadviseerd wordt om bij het bevoegdheden register aan te sluiten, om zo verwarring te voorkomen. Voor alle gevallen waarin een besluit of plan veel impact heeft op bewoners in het stadsdeel, wordt voorgesteld om het participatieplan voor te leggen aan de stadsdeelcommissie. Wij bevelen aan om dit laatste ook op te nemen in het beleidskader. Verder wordt opgemerkt dat participatie niet alleen iets is van de overheid maar van ons allemaal. In de Omgevingswet is bijvoorbeeld opgenomen dat initiatiefnemers de participatie voor hun rekening nemen. Tenslotte wil het DB van Centrum meegeven dat voor het succes van dit beleid het ook noodzakelijk is een cultuurverandering binnen de organisatie teweeg te brengen. Het is daarom belangrijk dat het Programma Democratisering wordt voortgezet.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 6

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

De stadsdeelcommissie van Centrum heeft in haar vergadering van 6 juli het volgende advies meegegeven aan het dagelijks bestuur met betrekking tot het stedelijk beleidskader participatie: De Stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum onderschrijft het conceptadvies van het DB, en vraagt het DB om op één aanvullend punt het College van B&W te verzoeken dit op de agenda te zetten en om een reactie te vragen. Het conceptadvies van het DB stelt terecht dat in gevallen waarin een besluit of plan veel impact heeft op bewoners in het stadsdeel, het participatieplan wordt voorgelegd aan de stadsdeelcommissie. Het is daarbij niet altijd duidelijk wat de effecten van een plan of voorstel zijn op bewoners. Dit kan leiden tot verschillenden beelden tussen beleidsmakers en bewoners. Om de impact van besluiten of plannen nog beter te kunnen duiden voor Amsterdammers dient een besluit of plan voortaan vergezeld te gaan van een impact assessment (effecten evaluatie) bij publicatie van het plan of besluit. Als de effecten voor Amsterdammers duidelijker beschreven worden (en onafhankelijk getoetst) zal dat zorgen voor een meer toegankelijke participatie van een bredere groep belanghebbenden. Het brengt feiten op tafel en verhoogt de kwaliteit van een publieke discussie. We verwachten ook dat het bij zal dragen aan de benodigde cultuurverandering (die het DB ook terecht aanhaalt).

De Stadsdeelcommissie Amsterdam Centrum gaat er, net als het College van B&W, vanuit dat het opstellen van een participatieplan niet een doel op zichzelf is, maar een middel. Een impact assessment zal los van alle kaders die je aan participatieprocessen kunt stellen, transparantie bieden op de te verwachten effecten voor de Amsterdammers. Hierbij valt te denken valt aan: milieueffecten, sociale (bijvoorbeeld: prettiger wonen) en economische (bijvoorbeeld: relevant voor MKB) impact. Kortom, bij elke maatregel/ieder voorstel: wat is het beoogde effect en voor wie/wat zijn de te verwachten bijeffecten. Hierbij wordt opgemerkt dat het belangrijk is dat het doel hiervan niet is om een onredelijke bureaucratie op te tuigen en dat er goed moet worden bekeken wanneer dit logischerwijs moet worden ingezet. Het advies is door de stadsdeelcommissie op 24 augustus aangevuld met de volgende punten: De stadsdeelcommissie is erg verheugd over het beleidskader participatie, waarin heel duidelijk gesteld wordt dat participatie essentieel is voor goed beleid, ook naast een representatieve democratie. Een participatieplan lijkt ons een onontbeerlijk instrument: hierdoor is het mogelijk heldere kaders te formuleren, uitkomsten beter te beoordelen en verwachtingen te managen. De stadsdeelcommissie wil nog op een aantal punten adviseren. 1.

Terecht wordt gesteld dat participatie van alle betrokkenen, ook van de gemeente, vraagt “om risico’s te nemen, om het gesprek met elkaar te openen, om ons onderzoekend en kwetsbaar op te stellen, en […] om te blijven leren.” Dit onderschrijft de stadsdeelcommissie van harte. Een onderdeel dat meer uitwerking behoeft in dit beleidskader en ook onderdeel zou moeten zijn van elk participatieplan is het natraject na besluitvorming, waarbij er meestal bewoners zijn die het niet eens zijn met het genomen besluit, soms zelfs ondanks zorgvuldig meenemen van deze betrokkenen en hun standpunten. In de begeleidende brief wordt terecht gesteld dat participatie niet een democratisch genomen besluit kan teniet doen. Dat lijkt ons ook niet wenselijk. Wel mag er meer aandacht gaan naar het natraject om de bewoners die misschien teleurgesteld en boos zijn betrokken te houden bij het democratisch proces. Door dit na te laten, kan er wrok en wantrouwen jegens de overheid ontstaan of versterkt worden. Ook dit is niet wenselijk. Het is daarom belangrijk te blijven proberen iedereen betrokken te houden, ook de minderheid die geen voorstander was van een bepaald besluit. De stadsdeelcommissie adviseert om een natraject op te stellen waarmee aandacht wordt gegeven aan de bewoners die het niet eens zijn met een besluit.

Onderdeel hiervan moet in ieder geval zijn blijvende communicatie Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 6

met deze bewoners en waar mogelijk hen blijven betrekken bij de uitvoering en bij volgende kwesties in de buurt. 2. Het beleidskader geeft handvatten om een participatieplan op te stellen. Nergens wordt echter aangegeven wat er moet gebeuren wanneer de gemeente zich niet, eventueel zonder dit te willen, aan dit plan heeft gehouden of heeft kunnen houden. Het is in het belang van bewoners en ook van een betrouwbare en lerende overheid dat er manieren zijn om verantwoording af te leggen en te repareren of bij te sturen. De stadsdeelcommissie adviseert in het beleidskader op te nemen op welke manier de gemeente zal handelen wanneer niet aan het participatieplan wordt voldaan. 3. Bij principe 5 van de handvatten voor een participatieplan wordt gesteld dat wanneer er serieuze participatie is geweest aan de voorkant, formele inspraak in een later stadium achterwege kan blijven. Echter, een traject kan lang duren, en de omstandigheden en de belanghebbenden kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat ook in een later stadium verschillende standpunten naar voren kunnen worden gebracht. De stadsdeelcommissie adviseert om het bestaande formele inspraaktraject altijd te behouden.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

1. Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum (hierna: het DB) waardeert het zeer dat er is nagedacht over het verder uitbreiden van de invloed van bewoners en dit te verankeren in het voorliggende participatiebeleid dat veel verder gaat dan wat is vastgelegd in de huidige inspraak verordening. Het DB herkent zichzelf in de inhoud van het beleid, mede omdat in Centrum inmiddels veel ervaring is opgedaan met verschillende varianten van participatie. Uit verschillende evaluaties en gesprekken met bewoners zijn soortgelijke bevindingen naar voren gekomen. Stadsdeel Centrum acht het beleidskader toepasbaar en uitvoerbaar. 2. Het DB kan zich vinden in het voorstel om te werken met een participatieplan. Het is goed om vooraf na te denken over waarom en hoe bewoners worden betrokken. Het is belangrijk om vooraf goed duidelijk te hebben wat het doel van participatie is en wat de ruimte voor bewoners is. De leidraad biedt een goed handvat om bij elk participatietraject de keuze van de vorm van participatie te bepalen. Het participatieplan wordt wel een nieuw instrument wat in de organisatie moet gaan landen. Het DB stelt voor om het participatieplan verplicht onderdeel te laten zijn van staf- en/of DB stukken wanneer dit aan de orde is.

Dit zou stadsbreed moeten worden aangepast in de flappen, door bijvoorbeeld een onderdeel participatieplan nodig ja/nee in de flappen in te bouwen en dit plan als bijlage mee te zenden. Voorgesteld wordt om het participatieplan bekendheid te geven via de gangbare kanalen zoals de stadsdeelkrant en social media. Daarnaast zou er een pagina op de website van het stadsdeel gevuld moeten worden met alle lopende, afgeronde en toekomstige participatietrajecten. Het heeft de voorkeur om dit voor alle stadsdelen op dezelfde wijze te doen. Directies zouden verplicht moeten worden de participatieplannen aan te leveren aan de stadsdelen ter publicatie. 3. Het stadsdeel heeft participatie hoog in het vaandel staan. Het DB staat positief tegenover het verwerken van de procedures in onze werkwijze. Echter wordt wel verwacht dat deze werkwijze meer capaciteit vergt van onze medewerkers. Voor het welslagen van deze werkwijze is het dus noodzakelijk dat er meer capaciteit en middelen worden vrijgemaakt. Dit is wel een belangrijk punt van aandacht. Verder geeft het DB nog enkele opmerkingen mee over de inhoud van het beleid. In het beleid wordt het woord ‘burgers’ consequent gebruikt, terwijl wij liever spreken van ‘bewoners’ of ‘Amsterdammers’. Daarnaast worden ondernemers niet of nauwelijks genoemd terwijl zij ook belangrijke belanghebbenden zijn in participatietrajecten.

Onder ‘Uitgangspunt’ 4 staat aangegeven dat het stadsdeel goed moet nadenken over welke personen de belanghebbende het beste vertegenwoordigen. Dit is een lastig punt, waar voorzichtig mee omgegaan moet worden. Het kan voor de gemeente moeilijk zijn om in te schatten wat goede vertegenwoordigingen zijn van de belanghebbenden. Zo komt het soms bij bewonersorganisaties voor dat niet iedereen in de buurt zich door hen Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 6

vertegenwoordigd voelt. In sommige gevallen is het wel weer logisch om in gesprek te gaan met een vertegenwoordiging, bijvoorbeeld door met KHN te praten wanneer het onderwerp ‘horeca’ betreft. Het DB zou daarom adviseren en om dit punt anders te formuleren. Onder de ‘Principes’ onder 1 staat genoemd dat de gemeenteraad betrokken moet worden wanneer een besluit of plan veel impact heeft op de leefwereld van bewoners. Het DB van Centrum vraagt zich af of dit beleidskader een logische plek is om dit nogmaals te benoemen. Dit is immers al geregeld in het bevoegdhedenregister. Geadviseerd wordt om bij het bevoegdheden register aan te sluiten, om zo verwarring te voorkomen. Voor alle gevallen waarin een besluit of plan veel impact heeft op bewoners in het stadsdeel, wordt voorgesteld om het participatieplan voor te leggen aan de stadsdeelcommissie. Wij bevelen aan om dit laatste ook op te nemen in het beleidskader. Verder wordt opgemerkt dat participatie niet alleen iets is van de overheid maar van ons allemaal. In de Omgevingswet is bijvoorbeeld opgenomen dat initiatiefnemers van (bouw) projecten de participatie voor hun rekening nemen. Dit type participatie is niet beschreven in dit beleidskader, maar is wel belangrijk voor de zeggenschap van bewoners. Het DB besluit om de adviezen van de stadsdeelcommissie over te nemen.

Het DB stelt daarom tevens voor om een besluit of plan voortaan vergezeld te laten gaan van een impact assessment (effecten evaluatie) bij publicatie van het plan of besluit, om de impact van besluiten of plannen nog beter te kunnen duiden voor Amsterdammers. Als de effecten voor Amsterdammers duidelijker beschreven worden (en onafhankelijk getoetst) zal dat zorgen voor een meer toegankelijke participatie van een bredere groep belanghebbenden. Het brengt feiten op tafel en verhoogt de kwaliteit van een publieke discussie. We verwachten ook dat het bij zal dragen aan de benodigde cultuurverandering. Het DB gaat er, net als het College van B&W, vanuit dat het opstellen van een participatieplan niet een doel op zichzelf is, maar een middel. Een impact assessment zal los van alle kaders die je aan participatieprocessen kunt stellen, transparantie bieden op de te verwachten effecten voor de Amsterdammers. Hierbij valt te denken valt aan: milieueffecten, sociale (bijvoorbeeld: prettiger wonen) en economische (bijvoorbeeld: relevant voor MKB) impact. Kortom, bij elke maatregel/ieder voorstel: wat is het beoogde effect en voor wie/wat zijn de te verwachten bijeffecten. Hierbij wordt opgemerkt dat het belangrijk is dat het doel hiervan niet is om een onredelijke bureaucratie op te tuigen en dat er goed moet worden bekeken wanneer dit logischerwijs moet worden ingezet.

Terecht wordt gesteld dat participatie van alle betrokkenen, ook van de gemeente, vraagt “om risico’s te nemen, om het gesprek met elkaar te openen, om ons onderzoekend en kwetsbaar op te stellen, en […] om te blijven leren.” Dit onderschrijft het DB van harte. Een onderdeel dat meer uitwerking behoeft in dit beleidskader en ook onderdeel zou moeten zijn van elk participatieplan is het natraject na besluitvorming, waarbij er meestal bewoners zijn die het niet eens zijn met het genomen besluit, soms zelfs ondanks zorgvuldig meenemen van deze betrokkenen en hun standpunten. In de begeleidende brief wordt terecht gesteld dat participatie niet een democratisch genomen besluit kan teniet doen. Dat lijkt ons ook niet wenselijk. Wel mag er meer aandacht gaan naar het natraject om de bewoners die misschien teleurgesteld en boos zijn betrokken te houden bij het democratisch proces. Door dit na te laten, kan er wrok en wantrouwen jegens de overheid ontstaan of versterkt worden. Ook dit is niet wenselijk. Het is daarom belangrijk te blijven proberen iedereen betrokken te houden, ook de minderheid die geen voorstander was van een bepaald besluit. Het DB adviseert oog te hebben voor het natraject waarmee aandacht wordt gegeven aan de bewoners die het niet eens zijn met een besluit.

Onderdeel hiervan moet in ieder geval zijn communicatie met deze bewoners en waar mogelijk hen blijven betrekken bij de uitvoering en bij volgende kwesties in de buurt. Het beleidskader geeft handvatten om een participatieplan op te stellen. Nergens wordt echter aangegeven wat er moet gebeuren wanneer de gemeente zich niet, eventueel zonder dit te willen, aan dit plan heeft gehouden of heeft kunnen houden. Het is in het belang van bewoners en ook van een betrouwbare en lerende overheid dat er manieren zijn om verantwoording af te leggen en te repareren of bij te sturen. Het DB adviseert in het beleidskader op te nemen op welke manier de gemeente zal handelen wanneer niet aan het participatieplan wordt voldaan. Bij principe 5 van de handvatten voor een participatieplan wordt gesteld dat wanneer er serieuze participatie is Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 6

geweest aan de voorkant, formele inspraak in een later stadium achterwege kan blijven. Echter, een traject kan lang duren, en de omstandigheden en de belanghebbenden kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat ook in een later stadium verschillende standpunten naar voren kunnen worden gebracht. Het DB adviseert om het bestaande formele inspraaktraject altijd te behouden. Tenslotte wil het DB meegeven dat voor het succes van dit beleid het ook noodzakelijk is een cultuurverandering binnen de organisatie teweeg te brengen. Het is daarom belangrijk dat het Programma Democratisering wordt voortgezet.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10517363/1