CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 NvB inspraak- en vooroverlegreacties voorontwerp.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Basisregeling (VN2024-007102)37.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

4.13 Geen duidelijk raamwerk voor het havenindustriegebied Het regelkader bevat nog geen duidelijk raamwerk voor het havenindustriegebied. Er worden kansen gezien om de basisregeling en de toelichting te verrijken met onderdelen die specifiek toezien op de primaire activiteiten die kenmerkend zijn voor het havenindustriegebied. Verzocht wordt relevante begrippen nader uit te werken, zoals de functieaanduiding van havengebonden en havengerelateerde bedrijvigheid, circulaire en duurzame industrie, ondersteunende (neven-)functies en ‘activiteitenbesluitbedrijventerrein’. Het Havenbedrijf wordt graag betrokken bij de detaillering hiervan en hebben alvast enkele suggesties bijgevoegd. Beantwoording Het begrip activiteitenbesluit-bedrijventerrein wordt gebruikt in een tweetal regels in hoofdstuk 10. In de artikelgewijze toelichting wordt de strekking en werking van die regels nader toegelicht. Het begrip zelf is in bijlage 1 omschreven. Niet duidelijk is welke verdere uitwerking nodig zou zijn. Voor de volledigheid merken wij op dat industrieterreinen niet onder het begrip een activiteitenbesluit-bedrijventerrein vallen. De specifieke regels voor activiteitenbesluit-bedrijventerreinen gelden dus niet voor Westpoort. Voor het overige heeft het Havenbedrijf het over begrippen die voorkomen in ruimtelijke regels waarmee op enig moment de bestaande bestemmingsplannen worden vervangen.

Bij het opstellen van de basisregeling zijn al wel heel veel ruimtelijke regels opgenomen waarmee op een later moment bestemmingsplannen vervangen kunnen worden, maar daarmee is dat onderdeel van het omgevingsplan niet af. Er is (met het oog op regelharmonisatie) gekozen om in elk geval zo veel mogelijk regels te pre-formuleren over die onderwerpen die in heel veel bestemmingsplannen voorkomen. Dat moet het proces van het vervangen van die bestemmingsplannen vergemakkelijken. Regels over onderdelen die specifiek toezien op de primaire activiteiten die kenmerkend zijn voor het havenindustriegebied vallen daar niet onder. Die zijn dermate specifiek, dat wanneer voor het betreffende gebied het bestemmingsplan wordt vervangen, die regels worden 17

Definitieve versie

23 juni 2023

toegevoegd aan het omgevingsplan die daarvoor nodig zijn. Het ligt voor de hand dat het Havenbedrijf te zijner tijd wordt betrokken bij het tot stand brengen van wijzigingsbesluiten waarmee de bestaande bestemmingsplannen worden vervangen.

4.14 Milieucategorisering bedrijvigheid Aandacht wordt gevraagd voor de milieucategorisering van bedrijvigheid. Geconstateerd wordt enerzijds dat van de huidige systematiek van Bedrijven en Milieuzonering (VNG) zal worden afgestapt, maar tegelijkertijd komt een vergelijkbare systematiek in de basisregeling (Lijst van Bedrijfsactiviteiten) terug. Dit wekt de indruk dat het om een tijdelijke oplossing gaat. Er dient snel duidelijkheid te komen over het toekomstige systeem van het toelaten van bedrijven door middel van zonering en milieucategorisering in het omgevingsplan. Zolang deze systematiek gehandhaafd blijft wordt gepleit voor een geactualiseerde Lijst van Bedrijfsactiviteiten. Beantwoording De Vereniging van de Nederlandse Gemeenten trekt haar brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ in. Ze hebben een nieuwe werkwijze ontwikkeld die opgenomen is in uitgave ‘Milieuzonering Nieuw Stijl’. Naar aanleiding hiervan is uitvoerig onderzocht welke werkwijze het beste uitvoerbaar is. Geconcludeerd is dat de huidige werkwijze ondanks enkele onvolkomenheden redelijk goed functioneert, terwijl de nieuwe systematiek naar verwachting tot meer onduidelijkheid en hogere lasten zouden leiden zowel bij initiatiefnemers als bij de gemeente. Daarom is gekozen voor een voortzetting van een werkwijze met een lijst van bedrijfsactiviteiten.

Voor gemengde gebieden is overigens voor een andere werkwijze gekozen, met een korte lijst van toegestane bedrijven, los van de milieuhindercategorie. Dit is een versimpelde vorm van de nu nog toegepaste werkwijze conform ‘Bedrijven en milieuzonering’. Dat is geen tijdelijke oplossing, maar een definitieve keuze. Uit navraag intern en bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied is gebleken dat de Lijst van bedrijfsactiviteiten over het algemeen goede indicatie geeft van de te verwachten milieuhinder. Actualisatie is daarom niet noodzakelijk. Uiteraard kunnen nieuwe inzichten in de toekomst aanleiding geven om de Lijst van bedrijfsactiviteiten aan te passen (bv. De indeling van een bedrijfsactiviteit aan te passen). Ook is het mogelijk om met een binnenplanse omgevingsvergunning van de Lijst van bedrijfsactiviteiten af te wijken ten behoeve van een individueel bedrijf dat weliswaar in een hogere milieuhindercategorie valt dan ter plaatse toegestaan maar waarvan de geluid-, geur en stofemissie niet hoger is dan van bedrijven die wel in een toegestane milieuhindercategorie vallen. Hiermee wordt voorkomen dat de Lijst van bedrijfsactiviteiten te rigide wordt toegepast.

4.15 Begripsbepalingen Er worden nieuwe definities gehanteerd die van toepassing zullen zijn op het omgevingsplan. De wettelijke begrippen die gehanteerd worden in de Omgevingswet (ook in het Bal) worden één-op-één overgenomen. Deze lijst van begrippen is nog niet volledig. Daarom wordt aandacht gevraagd voor de definiëring en de algemene toepasbaarheid van relevante begrippen. Beantwoording Artikel 1.1, eerste lid, bepaalt dat bijlage I begripsbepalingen bevat voor de toepassing van het omgevingsplan. In zijn algemeenheid wordt opgemerkt dat er voor is gekozen alleen die begrippen te omschrijven die dat nodig hebben. Zie ook de artikelgewijze toelichting bij artikel 1.1. Wanneer een begrip gelet op het normale taalgebruik geen uitleg behoeft, is van een begripsomschrijving afgezien. Voor zover het voor het havengebied regels nodig zijn met specifieke begrippen die een omschrijving behoeven, wordt dit te zijner tijd opgepakt bij het vervangen van de desbetreffende bestemmingsplannen. Zie ook de beantwoording onder 4.13.

18

Definitieve versie

23 juni 2023

4.16 Kruimelafwijkingen Op grond van de huidige Wabo/ Bor bestaat de buitenplanse afwijkmogelijkheid voor aangewezen kruimelgevallen. De lijst met kruimelgevallen op rijksniveau vervalt. Deze zit nu in de basisregeling als binnenplanse afwijkmogelijkheid. Alleen de afwijkmogelijkheid voor wijziging van gebruik is niet overgenomen. Kan de gemeente toelichten waarom hiervoor gekozen is? Hoe voorkomt de gemeente dat dit voornemen onbedoeld wat flexibiliteit wegneemt? Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder A.5.

4.17 Verdere opbouw omgevingsplan De basisregeling is nog lang niet compleet. Om de introductie/ omzetting bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet goed navolgbaar te houden, wordt aandacht gevraagd voor de volgende zaken: a. Nog niet alle hoofdstukken zijn ingevuld. Het is wenselijk om daarbij in ieder geval de onderwerpreserveringen aan te geven. b. De verhouding tussen de basisregeling en het afwijken van een bestemmingsplan als onderdeel van het ‘tijdelijke omgevingsplan’: hoe garandeert dit stelsel dat gewenste ontwikkelingen in het havengebied planologisch praktisch uitvoerbaar zijn? Hoe garandeert de gemeente een voortvarende vergunningverlening? c. Het overgangsrecht is voor veel aparte planregels doorgevoerd. Dit komt echter de leesbaarheid, eenvoud en toepasbaarheid niet ten goede. Is hier een oplossing voor te bedenken? d. Bij artikel 23.1 van het overgangsrecht zien wij graag verduidelijkt dat met een wijziging ook een ambtshalve wijziging wordt bedoeld. Beantwoording Ad. a: Ook na vaststelling van de basisregeling is het omgevingsplan nog niet compleet en volledig. Alle bestemmingsplannen moeten worden vervangen, en er zullen nog over allerlei onderwerpen regels worden toegevoegd. Dat is overigens een continu proces. Voor een deel zal het gaan om overname van regels uit reeds geldende verordeningen, maar er zullen ook regels over nieuwe onderwerpen komen.

Voor zover bekend is waar deze regels terecht komen, zijn in de basisregeling reserveringen opgenomen. Voor een groot deel zal echter te zijner tijd worden bepaald wat de beste positionering in het geheel is. Ad. b: Met de Omgevingswet komt een zeer omvangrijke stelselherziening op Nederland af, waarvan de verwachten is dat dit gevolgen zal hebben voor de uitvoeringspraktijk. Bestaande bestemmingsplannen worden door middel van overgangsrecht onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Ontwikkelingen die passen binnen die nog geldende regelingen, kunnen binnen die kaders plaatsvinden. Voor zover sprake is van strijd met een nog geldend bestemmingsplan kan medewerking worden verleend door middel van een wijziging van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In beide gevallen krijgen gemeenten te maken met het nieuwe beoordelingskader van de Omgevingswet en de onderliggende algemene maatregelen van bestuur. In het geval van wijzigen van een omgevingsplan hebben gemeenten bovendien te maken met het Digitale Stelsel Omgevingswet, waarvan het de vraag is of alles vanaf het begin goed zal functioneren. De gemeente Amsterdam zal binnen deze context naar vermogen handelen om de kwaliteit van dienstverlening op peil te houden. Ad. c: De overgang van de bestaande situatie naar de nieuwe situatie is complex.

Daarbij valt niet te ontkomen aan overgangsrechtelijke bepalingen. De enige andere oplossing zou zijn om ook de regels die voor heel Amsterdam moeten gaan gelden, gebied voor gebied uit te rollen. Hieraan kleven dusdanig veel nadelen dat hiervoor niet is gekozen. Dat zou bijvoorbeeld meebrengen dat in het ene deel van Amsterdam nog regels uit de bruidsschat gelden die niet voldoen aan de instructieregels, en 19

Definitieve versie

23 juni 2023

in het andere deel nieuwe regels die wel voldoen aan instructieregels. Dat komt de begrijpelijkheid van de regeling nog minder ten goede. In hoofdstuk 6 van de algemene toelichting wordt dit nader toegelicht. Ad. d: Aan het verzoek lijkt de veronderstelling ten grondslag te liggen dat bij een ambtshalve wijziging geen besluit door de gemeenteraad wordt genomen. Dat is een verkeerde veronderstelling. Over elke wijziging, dus ook een ambtshalve wijziging, wordt door de gemeenteraad of (indien gedelegeerd) het college van burgemeester en wethouders besloten. Elke wijziging doorloopt ook de wettelijk voorgeschreven procedure. Het is overbodig en ongewenst aan ambtshalve wijzigingen een aparte status toe te dichten.

4.18 Behoud bestaande balans Door de hoge van mate van maatwerkmogelijkheden is niet duidelijk in hoeverre de balans wijzigt tussen enerzijds ruimte voor milieubelastende activiteiten, en anderzijds ruimte voor milieugevoelige activiteiten. Het is van belang dat de bestaande balans in Amsterdam in stand gehouden wordt. Hoe zorgt de gemeente dat deze balans niet ten nadele van de activiteiten in het havengebied doorslaat? Beantwoording Artikel 1.3 van de Omgevingswet bepaalt dat de wet, kort gezegd, gericht is heeft op het in onderlinge samenhang beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Dat vereist het vinden van een juiste balans. Het vereiste van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals opgenomen in artikel 4.2, eerste lid van de Omgevingswet, speelt daarbij een belangrijke rol. De gemeente Amsterdam heeft daarbij met veel verschillende belangen rekening te houden, waaronder die van de bedrijven in het havengebied. Juist de mogelijkheden van maatwerk die de Omgevingswet biedt, kunnen helpen bij het vinden van die balans. Bij toepassing van dat maatwerk zal gemotiveerd moeten worden welke afweging daarbij is gemaakt. Bij het bepalen van die balans kan het voorkomen dat die ten opzichte van de bestaande situatie aanpassing behoeft.

Omdat het, of het nu gaat om het havengebied of daarbuiten, veelal gaat om een afweging van sterk uiteenlopende belangen, kunnen partijen van mening zijn dat de balans de verkeerde kant is doorgeslagen. Daar kan dan in rechte tegenop worden gekomen.

4.19 Vroegtijdige betrokkenheid diverse begrenzingen Het Besluit kwaliteit leefomgeving verlangt voor diverse milieuthema’s dat in het omgevingsplan gebiedsbegrenzingen worden opgenomen. Bedrijven kunnen hiermee te maken krijgen. Gedacht kan worden aan geluidsaandachtsgebieden en het geluidproductieplafond rond industrie, aandachtsgebieden vanwege externe veiligheid rondom wegen, sporen, vaarwegen, bedrijven, buisleidingen, risicogebieden en voorschriftengebieden, en de bebouwingscontouren geur en houtkap. Het Havenbedrijf wordt graag vroegtijdig betrokken bij het begrenzen en op kaart zetten van deze gebieden op het moment dat dit voor het Havenbedrijf van belang wordt. Beantwoording Het aanwijzen van deze gebieden zal op een later moment plaatsvinden, veelal per gebied, en dan tegelijk met het vervangen van nog geldende bestemmingsplannen. Dat geldt vooralsnog in elk geval voor geluidproductieplafonds, en in verband met externe veiligheid aan te wijzen beperkingengebieden voorschriftengebieden en risicogebieden. Aandachtsgebieden worden niet in het omgevingsplan aangewezen, die ontstaan van rechtswege. Voor een deel zal de aanwijzing echter ineens voor heel de gemeente gebeuren, zoals naar verwachting met het aanwijzen van de bebouwingscontour houtkap. Dat zal allemaal met afzonderlijke wijzigingsbesluit gebeuren.

Per geval zal worden beoordeeld op welke wijze partijen een bepaald belang hebben en vooraf worden betrokken.

20

Definitieve versie

23 juni 2023

4.20 Omzetting naar geluidproductieplafonds In de toelichting van het omgevingsplan ontbreekt aandacht voor de ingrijpende veranderingen vanwege de komende omzetting van de huidige zonering industrielawaai met het Geluidverdeelplan naar het stelsel van geluidproductieplafonds als omgevingswaarden. Ook paragraaf 5.8 Omgevingswaarden noemt dit niet. Wat is de planning van de gemeente en de provincie Noord-Holland met betrekking tot de eerste vaststelling van deze geluidproductieplafonds? Beantwoording De vaststelling van de geluidproductieplafonds voor Westpoort is een bevoegdheid van Provinciale Staten omdat het een industrieterrein van regionaal belang is. Het is niet aan de gemeente Amsterdam om uitspraken te doen over de planning van de provincie Noord-Holland. Het omgevingsplan moet regels bevatten om te borgen dat de geluidproductieplafonds worden nageleefd. Te zijner tijd wordt beoordeeld in hoeverre het huidige geluidverdeelplan daarvoor voldoende is en welke aanvullingen eventueel nodig zijn. Totdat de geluidproductieplafonds zijn vastgesteld, blijft de geluidzonering op grond van de Wet geluidhinder van toepassing. Omdat in de eerste periode na de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet wordt gewerkt met geluidproductieplafonds, bevat de basisregeling ook nog geen regels gericht op het beheer van industriegeluid door geluidproductieplafonds.

Ook de toelichting wordt pas op een later moment aangevuld. Bij wijziging van het omgevingsplan waarmee de omzetting plaatsvindt, zal de wijze waarop dat gebeurt, worden gemotiveerd.

4.21 Doorschuiven geluidbeoordeling naar vergunning Amsterdam kiest ervoor om de beoordeling van de geluidssituatie door te schuiven naar het moment van de omgevingsvergunning. Het Havenbedrijf leest hierin dat geluid pas in dat (relatief late) stadium in detail onderzocht wordt. Benadrukt wordt dat het van belang is om in een vroeg stadium van planvorming volwaardig onderzoek te doen naar de geluidssituatie en daarmee naar de uitvoerbaarheid van het plan, om bij de concrete vergunningverlening afwentelkwesties naar de geluidbron of gevoelig gebouw te voorkomen. Beantwoording Voor wat betreft het toestaan van geluidgevoelige gebouwen wordt de finale beoordeling doorgeschoven naar de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken (subparagraaf 4.2.4.7) of naar een omgevingsvergunning voor een gebruikswijziging naar een geluidgevoelig gebouw (paragraaf 2.4.5.). In de algemene toelichting (paragraaf 10.5.3) wordt uitgelegd waarom hiervoor is gekozen. Het doorschuiven van de finale beoordeling bij de omgevingsvergunning betekent echter niet dat bij afzonderlijke wijzigingen van het omgevingsplan waarmee bijvoorbeeld geluidgevoelige gebouwen worden mogelijk gemaakt, of juist geluidproducerende bedrijvigheid, geen onderzoek naar de gevolgen hoeft plaats te vinden.

Zoals beschreven in de algemene toelichting zal bij het wijzigingsbesluit de uitvoerbaarheid moeten worden aangetoond. Dat betekent dat ook bij een wijzigingsbesluit waarmee bijvoorbeeld een nieuw geluidgevoelig gebouw, of een nieuw geluidveroorzakend bedrijf, wordt mogelijk gemaakt, akoestisch onderzoek gedaan moet worden.

4.22 Basisnormering voor piekgeluid Wij constateren dat de basisnormering voor piekgeluid in de basisregeling afwijkt van de basisnormering zoals opgenomen in de Bruidsschat. Hierdoor ontstaat mogelijk ruimte om geluidsgevoelige functies dichter op een industrieterrein te plaatsen. We kunnen uit de toelichting de afwijkende waarden niet goed herleiden. Onze vraag is om in de toelichting een duidelijke ‘was-wordt’ tabel op te nemen en aan te geven waarom de er voor afwijkende waarden gekozen wordt.

21

Definitieve versie

23 juni 2023

Beantwoording De basisnormering voor het maximaal geluidniveau in de basisregeling (dat ook als piekgeluid wordt aangeduid) wijkt inderdaad af van die in de bruidsschat. De reden hiervoor is een beleidsvernieuwing in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De regeling in het omgevingsplan volgt de standaardwaarden van dat besluit. In de artikelsgewijze toelichting op artikel 10.28 (participatieversie), lid 2 is hierop uitgebreid ingegaan. Een ‘was-wordt’ tabel past niet bij de (uniforme) opzet van de artikelsgewijze toelichting. De oude waarden zijn echter gemakkelijk vindbaar. Hieronder geven wij de verschillen ten aanzien van piekgeluid weer. De pieknormering wordt deels soepeler. Maximaal geluidniveau in de basisregeling

Maximaal geluidniveau in de bruidsschat

Met betrekking tot de veronderstelling dat door de nieuwe normering van piekgeluid mogelijk meer ruimte zou ontstaan om geluidsgevoelige functies dichter op een industrieterrein te plaatsen, wordt het volgende opgemerkt: Voor het toestaan van geluidgevoelige functies in de omgeving van een industrieterrein vormt onderdeel 5.1.4.2a.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving het primaire toetsingskader (en de Wet geluidhinder zolang er geen geluidproductieplafonds voor het industrieterrein is vastgesteld). De daar opgenomen instructieregels verplichten om de aanvaardbaarheid van het geluid door een industrieterrein aan de hand van de gezamenlijke (jaar)gemiddelde geluidbelasting Lden en Lnight te beoordelen. Piekgeluiden van individuele activiteiten hoeven aldus niet in de beoordeling betrokken te worden. Dit neemt echter niet weg dat piekgeluiden in het kader van evenwichtige toedeling van functies aan locaties betrokken moeten worden - voor zover deze relevant zijn. Over het algemeen wordt het geluid van een industrieterrein op een afstand als een constant geruis ervaren. Slechts bij activiteiten die hoge (en frequente) piekniveaus veroorzaken die boven dat ‘geruis’ uitstijgen en duidelijk hoorbaar zijn, ligt het wel voor de hand om de aanvaardbaarheid ervan te beoordelen.

Uitgangspunt voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het piekgeluid is de normering in de basisregeling, die ook zal gelden voor milieubelastende activiteiten die op een industrieterrein worden verricht. Het feit dat in de dagperiode geen pieknorm wordt gesteld betekent niet dat hiermee alles per definitie als aanvaardbaar beschouwd moet worden. Dit vergt een maatwerkbeoordeling.

22

Definitieve versie

23 juni 2023

De minder strenge normen zouden in theorie ertoe kunnen leiden dat geluidgevoelige gebouwen dichter op een industrieterrein kunnen worden gerealiseerd. Toetsing aan de pieknormen vindt echter slechts in uitzonderlijke situaties plaats, zoals hierboven is aangegeven. De ervaring leert bovendien dat de (primaire) toetsing aan de jaargemiddelde geluidniveaus van het gehele industrieterrein al voldoende streng is om geluidgevoelige gebouwen op afstand te houden. Tot slot wordt nog opgemerkt dat milieubelastende activiteiten met een omgevingsvergunning milieu ook onder de algemene regels voor geluid in het omgevingsplan zullen vallen. De bestaande vergunningvoorschriften voor geluid zullen als maatwerkvoorschrift blijven gelden.

4.23 Externe veiligheid Voor buisleidingen wordt ruimte in de regels gezien waarvan het de vraag is of dat zo bedoeld is: - Bij veranderingen in het aandachtsgebied is altijd een omgevingsvergunning nodig. De toelichting suggereert dat dit alleen geldt bij een ruimer aandachtsgebied, maar de formulering maakt dat dit ook zou gelden bij een kleiner aandachtsgebied. - In geval van een groter aandachtsgebied kunnen maatregelen aan bestaande gebouwen noodzakelijk zijn. Dit wijkt af van de systematiek van het Bkl en Bbl, waarin maatregelen alleen gelden voor nieuwbouw. Beantwoording Ook bij een kleiner aandachtsgebied is het wenselijk dat de gewijzigde activiteit in een vergunning wordt vastgelegd. Dat biedt de gemeente de mogelijkheid om de ligging van de voorschriftengebieden te heroverwegen. De verplichte maatregelen in voorschriftengebieden op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving gelden inderdaad alleen voor nieuwbouw. Daar brengt het omgevingsplan ook geen verandering in. In artikel 3.150 (participatieversie) is de mogelijkheid opgenomen om voorschriften aan de omgevingsvergunning voor de gewijzigde werking van de buisleiding met gevaarlijke stoffen te verbinden. Met die vergunningvoorschriften kan de exploitant van de buisleiding verplicht worden om maatregelen aan of rondom de gewijzigde buisleiding te treffen en daarmee risico’s voor de omgeving te beperken.

De toelichting wordt op dit punt verduidelijkt.

4.24 Beperkingen beperkte kwetsbare en kwetsbare gebouwen In de artikelen 2.47 en 2.48 is uitgewerkt hoe omgegaan wordt met functiewijziging van niet kwetsbaar naar beperkt kwetsbare functies. Functiewijziging van niet kwetsbaar naar kwetsbaar of zeer kwetsbaar ontbreekt. Daarnaast wordt er ook het begrip ‘functionele binding’ gehanteerd. Dit begrip lijkt achterhaald te zijn. Het Besluit kwaliteit leefomgeving hanteert dit begrip niet meer, bijvoorbeeld in relatie tot een risicogebied, en spreekt van ‘noodzakelijk voor…’ Beantwoording De regeling in artikelen 2.47 en 2.48 is van toepassing voor locaties met de aanduiding ‘beperkingengebied plaatsgebonden risico’. Locaties waar het plaatsgebonden risico 1 op 1.000.000 per jaar is of hoger, worden hiermee aangewezen. Binnen deze zogenaamde PR 10-6 contour mogen geen kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties, dan wel zeer kwetsbare gebouwen aanwezig zijn. Daarom is in artikel 2.47 een absoluut verbod opgenomen. De basisregeling bevat daarom ook geen mogelijkheid om deze objecten met een vergunning toe te staan. Enige uitzondering op de hoofdregel dat binnen de PR 10-6 contour geen kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties, dan wel zeer kwetsbare gebouwen aanwezig mogen zijn, is als het betreffende gebied als risicogebied wordt aangewezen.

Op grond van het overgangsrecht zal de huidige veiligheidscontour op grond van artikel 14 van het huidige Besluit externe veiligheid inrichtingen, waarmee delen van Westpoort zijn aangewezen, als risicogebied gelden. Deze bijzondere situatie is in de basisregeling nog niet uitgewerkt. Het ligt voor de hand 23

Definitieve versie

23 juni 2023

om voor de betreffende delen van Westpoort bij het vervangen van bestemmingsplan niet de aanduiding ‘beperkingengebied plaatsgebonden risico’ te plaatsen, maar een bijzondere regeling te treffen. Het begrip ‘functionele binding’ heeft ook onder de Omgevingswet betekenis. Het Besluit kwaliteit leefomgeving maakt in artikel 5.5 een uitzondering voor het plaatsgebonden risico van een (risicovolle) activiteit voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen of beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties die een functionele binding hebben met die aangewezen risicoactiviteit. De regeling in artikel 2.47 en 2.48 borduurt hierop voort. In de instructieregel voor risicogebieden zoals opgenomen in artikel 5.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt inderdaad het criterium ‘noodzakelijk zijn voor het risicogebied of binnen dat gebied toegelaten activiteiten’ gehanteerd. Zoals hierboven aangegeven bevat de basisregeling nog geen regels voor risicogebieden. Bij het vervangen het bestemmingsplan voor de huidige veiligheidscontour ligt inderdaad voor de hand om het criterium ‘noodzakelijk zijn’ van artikel 5.17 Bkl te hanteren.

4.25 Gevolgen aanwijzing voorschriftengebied De artikelsgewijze toelichting (p. 200 t/m 202) suggereert dat bij de aanwijzing van een voorschriftengebied altijd bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen. Dit lijkt ons niet correct: 1) de verplichting geldt uitdrukkelijk alleen voor nieuwbouw, en 2) er mogen ook andere, gelijkwaardige maatregelen worden getroffen. Wij verzoeken daarom deze tekst aan te passen. Beantwoording De opmerking is terecht, de toelichting wordt aangepast.

4.26 Specifieke zorgplicht geur De basisregeling bevat in aanvulling op de bruidsschat een specifieke zorgplicht voor geur (artikel 10.56). Op grond hiervan kan het bevoegd gezag bij ‘een redelijk vermoeden van … geurhinder’ een geuronderzoek verlangen. Deze directe verplichting voor bedrijven is nieuw, en kan zelfs worden opgelegd als een bedrijf aantoonbaar aan alle vereisten uit de vergunning voldoet. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. Er zou in ieder geval sprake moeten zijn van overgangsrecht. Beantwoording Artikel 10.56 is een continuering van artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de bruidsschat is die bepaling inderdaad niet overgenomen. Wel is in artikel 22.44 van de bruidsschat een algemene specifieke zorgplicht opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten. In de toelichting op dat artikel wordt opgemerkt dat dat artikel onder meer artikel 2.7a Activiteitenbesluit vervangt. Het was een systeemkeuze bij de bruidsschat om niet alle uitwerkingen van de zorgplicht uit het Activiteitenbesluit over te nemen maar bij één zorgplicht voor het milieu te houden. Omwille van de herkenbaarheid en handhaafbaarheid is in het omgevingsplan artikel 2.7a Activiteitenbesluit weer teruggeplaatst. Artikel 10.56 bevat dus geen nieuwe verplichting voor de meeste bedrijven.

Alleen een kleine groep bedrijven viel buiten het toepassingsbereik artikel 2.7a Activiteitenbesluit, namelijk bedrijven waarvoor een BBT-conclusie met geurregels bestaat. Die komen nu wel onder het toepassingsbereik. De mogelijkheid een geuronderzoek te verzoeken is een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag. Hierop zijn de beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing. Het verzoek om een geuronderzoek moet onder meer redelijk zijn gelet op de administratieve en financiële lasten wat dat voor het bedrijf met zich meebrengt. Deze beoordeling vergt maatwerk en daarom valt in het algemeen niet te zeggen wanneer een bedrijf dat verzoek kan verwachten. Als een bedrijf aantoonbaar voldoet aan alle vergunningvoorschriften zal een dergelijk verzoek niet gauw voor de hand liggen. Er zijn echter ook situaties denkbaar wanneer een verzoek zelfs in dat geval redelijk kan zijn. Bijvoorbeeld als de vergunning geen geurvoorschriften bevat en in de omgeving ineens veel geurklachten ontstaan.

24

Definitieve versie

23 juni 2023

4.27 Beoordelingscriteria aanvaardbaar niveau geurhinder De beoordelingscriteria voor het bepalen van een aanvaardbaar niveau van geurhinder in artikel 10.56, lid 3, zijn vervolgens erg ruim geformuleerd: ‘er kan onder meer rekening worden gehouden met de volgende aspecten…’. De lijst is ook niet uitputtend bedoeld volgens de toelichting. Dat biedt bedrijven weinig houvast. Opmerkelijk is bovendien het beoordelingsaspect onder a. ‘lokaal geurbeleid’. Dat is er niet. Dit criterium hoort geen plek te hebben in de regels, zolang dat beleid er niet is. Beantwoording Net als onder de huidige situatie wordt in het omgevingsplan niet concreet bepaald wat onder aanvaardbaar geurhinder wordt verstaan. De reden is dat het doorgaans een maatwerkbeoordeling vergt wanneer daarvan sprake is. Het bevoegd gezag heeft veel ruimte ten aanzien van hoe dit begrip wordt ingevuld. De aspecten genoemd in het derde lid van artikel 10.156 (participatieversie) geven in ieder geval een indicatie waar bedrijven rekening mee kunnen houden. Onder lokaal beleid wordt vooralsnog alleen het geurbeleid van de provincie verstaan dat van toepassing is op provinciale bedrijven. De gemeente Amsterdam heeft het voornemen om een geurbeleid te maken. In dat kader wordt bekeken of dit artikel aangepast moet worden. Zonder aanpassing wordt dan ook het nieuwe gemeentelijke geurbeleid hieronder verstaan.

De redactie van dit artikel wordt aangepast.

4.28 Lozingen Wat betreft lozingen bij overslag op water (subparagraaf 10.3.2.7) geven wij mee dat het toepassingsbereik van het omgevingsplan op dat vlak beperkt is. De regels voor lozingen buiten inrichtingen volgen de bevoegdheden in het waterspoor voor het waterkwaliteitsbeheer: voor Rijkwateren als de havenbekkens en het Noordzeekanaal is dat Rijkswaterstaat. Voor lozingen bij overslag op Rijkswater gelden regels in het Bal (hoofdstuk 6). Verzocht wordt deze inkadering van het toepassingsbereik in de toelichting bij het artikel (10.187) op te nemen. Beantwoording Bij het op- en overslaan van goederen doen zich verschillende lozingen voor. Afhankelijk van de betrokken goederen en de lozingsroute vallen deze onder verschillende regels en bevoegde instanties. Het begrip inrichting komt onder de Omgevingswet niet terug, en speelt hierbij dus geen rol. De gemeente is bevoegd om regels te stellen over lozing op de riolering en de bodem. Deze aspecten worden geregeld in het omgevingsplan. De voormalige regels voor lozing binnen en buiten inrichtingen worden geïntegreerd voortgezet in Afdeling 10.3 van het omgevingsplan. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) bevat daarnaast regels over lozing op de riolering en de bodem bij opslag van lekkende, uitlogende en vermestende goederen (onderdeel 4.104 Bal).

Lozing op het oppervlaktewater wordt door de waterkwaliteitsbeheerder geregeld. Hiervoor zijn regels opgenomen in het Bal (Rijk, rijkswateren) en de Waterschapsverordening (waterschap, niet-rijkswateren). Voor de lozing op rijkswateren bij op- en overslag van goederen zijn regels opgenomen in onderdeel 6.2.7.3 van het Bal. Dit wordt inderdaad niet door het omgevingsplan geregeld. De toelichting wordt aangevuld met uitleg over deze verschillende bevoegdheden.

4.29 Windturbines en beperkt kwetsbare gebouwen Aandacht wordt gevraagd voor de afstemming tussen windturbines en beperkt kwetsbare gebouwen ter plaatse van de aanduiding ‘plaatsgebonden risico 10-5 windturbine’ (beoordelingsregels artikelen 2.49 en 4.57). Hierdoor dreigen enkele windturbineposities in het havengebied af te vallen. De landelijke normering kent hiervoor een uitzondering, namelijk als er sprake is van organisatorisch, functionele of technische binding. Dan mag de 10-5 contour wel over (beperkt) kwetsbare objecten komen. Verzocht wordt dit conform de landelijke lijn aan te passen.

25

Definitieve versie

23 juni 2023

Beantwoording Het Besluit kwaliteit leefomgeving kent inderdaad een uitzondering voor (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties die functionele binding hebben met een risicoactiviteit (in dit geval de windturbine, zie artikel 5.5 van dat besluit). Deze uitzondering is al verwerkt in de basisregeling, zie artikel 2.47, 2e lid, 2.48, 2e lid en artikel 4.56, onderdeel b.

4.30 Ten slotte Het Havenbedrijf geeft aan graag in overleg te treden over de nadere vormgeving van het omgevingsplan, en vroegtijdig betrokken te worden bij de voorbereiding van de nieuwe regels voor het havenindustriegebied en de directe omgeving. Beantwoording Naar aanleiding van de reactie van het Havenbedrijf heeft nader overleg plaatsgevonden. De reactie noch het nader overleg zijn aanleiding het omgevingsplan anders vorm te geven. Op onderdelen wordt de toelichting verduidelijkt. Bij toekomstige wijzigingen waarbij het Havenbedrijf een specifiek belang heeft, zoals bij het vervangen van de bestaande bestemmingsplannen, ligt het voor de hand dat het Havenbedrijf vroegtijdig wordt betrokken.

5. Adressant 5 5.1 Complexiteit regeling windturbines De opbouw is op zich vrij gestructureerd maar het geheel blijft complex waarbij de onderlinge samenhang niet eenvoudig is te vinden. Bijvoorbeeld bij windturbines spelen de aspecten als geluid, gezamenlijk geluid, standaardwaarde en grenswaarde, geluidbeperkende maatregelen en financiële doelmatigheid, verschillende toetsmomenten, beperkende maatregelen vanwege ruimtelijke uitstraling, slagschaduw, locaties bedoeld voor windturbines, gebruiksdoel groen (windturbines worden meestal in het groen geplaatst), geluidsluwe gevel, continue trillingen, voelbaarheid trillingen/trillingsniveau. Beantwoording De beschreven complexiteit hangt samen met het feit dat verschillende bestaande regelingen, elk met een eigen oogmerk, worden geïntegreerd in één omgevingsplan (zie meer uitgebreid onder A.4). Het omgevingsplan bevat ruimtelijke regels over waar windturbines mogen komen. Dat wordt bepaald door regels over gebruik in hoofdstuk 3 (binnen het onderdeel Bedrijf) en regels over bouwwerken in hoofdstuk 5. Deze regels komen in de plaats van regeling door middel van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn er milieuregels opgenomen in hoofdstuk 10, over geluid, slagschaduw en lichtschittering voor windturbines (anders dan windparken).

Deze regels komen in de plaats van de bruidsschat die de regeling in het huidig Activiteitenbesluit milieubeheer zal vervangen bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor de volledigheid merken wij op dat naast het omgevingsplan ook het Rijk milieuregels stelt aan windturbines. Zo bevat het Besluit activiteiten leefomgeving regels voor windturbines voor veiligheid. Daarnaast stelt dat besluit tijdelijke regels over geluid, slagschaduw en lichtschittering voor windparken (3 of meer windturbines). De regels over geluid, slagschaduw en lichtschittering voor windparken in het Besluit activiteiten leefomgeving zijn tijdelijk omdat het Rijk een milieueffectrapport opstelt ten aanzien van algemene milieuregels voor windparken. Naar aanleiding van de uitkomsten van dat proces zullen de betreffende milieuregels al dan niet worden aangepast.

5.2 Zoekgebieden wind Hoe kan het dan zijn dat in de HoofdGroenStructuur voor de zoekgebieden wind in beschermde natuur zomaar een uitzondering gemaakt op het bouwverbod voor windturbines? Het is toch vreemd dat de

26

Definitieve versie

23 juni 2023

gemeente zomaar uitzonderingen maakt zonder dat een expliciete belangenafweging kenbaar wordt gemaakt! Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder A.6.

5.3 Handhaving Ook blijft de vraag onbeantwoord hoe de handhaving van allerlei normen en voorschriften in voldoende mate zal plaatsvinden. Beantwoording De vraag hoe handhaving in voldoende mate zal plaatsvinden wordt niet beantwoord in het omgevingsplan. Daarvoor heeft de gemeente onder meer handhavingsbeleid geformuleerd en uit de rechtspraak is de “beginselplicht tot handhaving” afkomstig. Het handhavingsbeleid ziet vooral op de prioriteitsstelling, ernstige gevallen, overtredingen die tot veel overlast voor de omgeving leiden, krijgen een hogere prioriteit dan gevallen die minder ernstig zijn of nauwelijks op bezwaren van de omgeving stuiten. Met de beginselplicht tot handhaving heeft de bestuursrechter aangeven dat een bestuursorgaan verplicht is om tot handhaving over te gaan zo gauw de overtreding bekend is geworden, in veel gevallen doordat er een verzoek tot handhaving is ingediend. Slechts in bijzondere (en uitzonderlijke) gevallen kan van de beginselplicht worden afgeweken. Concreet met betrekking tot windturbines bevat de basisregeling met de artikelen 3.70 en 5.41 regels waarmee bepaald kan worden waar windturbines geplaatst kunnen worden, dat wil zeggen ter plaatse van de aanduiding (op de verbeelding) ‘windturbine toegestaan’, waarbij maximum ashoogte en maximum tiphoogte bepaald kunnen worden.

Een windturbine mag slechts geplaatst worden met een omgevingsvergunning. Als er geplaatst en in gebruik genomen wordt in strijd met de omgevingsvergunning, bijvoorbeeld de maximum hoogte wordt overschreden, kan de gemeente daarop handhaven. Daarnaast zijn in subparagraaf 10.2.3.4 ‘Opwekken van elektriciteit met een windturbine’ zogenoemde algemene regels voor geluid, lichtschittering en slagschaduw gegeven. Ook daarop kan worden gehandhaafd. Zo is het op grond van artikel 10.122 omgevingsplan verplicht om voor ingebruikname van een windturbine een geluidonderzoek te verrichten dat een prognose geeft van de te verwachten geluidbelasting. Het bevoegd gezag controleert dat onderzoek. De exploitant van de windturbine is verplicht om gedurende het kalenderjaar de geluidproductie (emissieterm LE) bij te houden (zie artikel 10.121 omgevingsplan). Hiermee kan het bevoegd gezag achteraf controleren of er afgelopen kalenderjaar werd voldaan aan de geluidwaarden. Naar aanleiding van klachten van omwonenden kan het bevoegd gezag de emissieterm LE opvragen. Het bevoegd gezag kan een controlemeting laten uitvoeren waarbij de daadwerkelijke geluidemissie wordt bepaald.

Hierbij wordt volgens een landelijk vastgelegde methode steekproefsgewijs gemeten hoeveel geluid de turbine veroorzaakt (bronvermogen, zie artikel 10.123 van het Omgevingsplan en artikel 6.8 en bijlage IVi van de Omgevingsregeling). Als deze gemeten of berekende emissie LE afwijkt van de waarden die zijn gebruikt in het prognoseonderzoek, dan kan het bevoegd gezag de exploitant van de windturbine verplichten om maatregelen te nemen om alsnog te voldoen aan de (jaargemiddelde) geluidwaarde.

6. Koninklijke Horeca Nederland 6.1 Impact op horecabranche onvoldoende inzichtelijk Het stuk is op veel onderdelen nog erg vaag en niet of nauwelijks ingevuld. Invoering van het omgevingsplan zal voor de horecabranche en bepaalde sectoren in het bijzonder zeer ingrijpend zijn. Hoe en wat is totaal niet inzichtelijk gemaakt. Ook na het bezoeken van de informatiebijeenkomsten door meerdere collega’s is daar nauwelijks duidelijkheid over verschaft. Deze bijeenkomsten waren vooral gericht op het proces en methodiek die gevolgd gaat worden. 27

Definitieve versie

23 juni 2023

Beantwoording Onder A.4. wordt ingegaan op het punt dat de regeling complex is. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat er verschillende informatiebijeenkomsten zijn geweest waarin de opzet en een globale beschrijving van de inhoud van het omgevingsplan voorop stonden. Die bijeenkomsten zijn vooral bedoeld om de aanwezigen op weg te helpen bij het doorgronden van de regeling, en het vinden van relevante onderdelen. De inhoud van het omgevingsplan is te omvangrijk, en de doelgroepen te uiteenlopend, om tijdens die bijeenkomsten gedetailleerd op de inhoud in te gaan. Naar aanleiding van de reactie van Koninklijke Horeca Nederland heeft nader overleg plaatsgevonden. Voor wat betreft de ruimtelijke regels over horeca klopt het dat die nog niet waren opgenomen in de participatieversie. Reden is dat er nieuw gemeentelijk horecabeleid in procedure is gebracht, dat nog niet is vastgesteld. Pas nadat het nieuwe beleid is vastgesteld, kan vertaling naar regels plaatsvinden. Dat zal naar verwachting in het ontwerp van de basisregeling worden meegenomen. Participatie heeft plaatsgevonden in het kader van het horecabeleid. Zodra de regeling in concept gereed is, zal deze aan KHN in een overleg worden toegelicht. Met betrekking tot de vertaling in het ontwerp van de basisregeling kunnen dan zienswijzen over het ontwerp naar voren worden gebracht.

6.2 Concrete invulling stemgeluid ontbreekt Een concrete invulling over stemgeluid en wat voor impact dat heeft op toegestane geluidsniveau, ontbreekt. Beantwoording Volgens artikel 5.59 Bkl moet het geluid dat wordt veroorzaakt door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw (bijvoorbeeld een woning) aanvaardbaar zijn. Dit geluid kan ook stemgeluid zijn. Een omgevingsplan kan in maatregelen voorzien de gemeente van oordeel is dat op een locatie specifieke voorschriften nodig zijn. Deze voorschriften moeten duidelijk en handhaafbaar zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld openingstijden voor terrassen worden opgenomen of het aantal kinderen dat tegelijkertijd op een plein buiten speelt, beperkt worden. Dergelijke voorschriften gelden specifiek voor een bepaalde locatie en zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse. De afweging moet worden gemaakt op het moment dat ergens een bepaalde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt. Met vaststelling van de basisregeling is dat nog niet aan de orde. Dat is pas aan de orde aan bij toekomstige wijzigingen van het omgevingsplan waarmee bestemmingsplannen worden vervangen. Pas op dat moment is het mogelijk om concreet in te gaan om de geluidsituatie ter plaatse. Dat zal gebeuren in de motivering van desbetreffende wijzigingsbesluiten, niet in de toelichting van het omgevingsplan.

Deze werkwijze is in lijn met de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Indien het omgevingsplan wordt gewijzigd waarbij milieubelastende activiteiten dan wel geluidgevoelige gebouwen worden toegelaten vindt de afweging plaats ten aanzien van geluid. In dat kader wordt beoordeeld of het stemgeluid bij milieubelastende activiteiten ter plaatse van geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

6.3 Overgangsrecht en maatwerk geluid(sbronnen) ontbreekt Een concrete invulling over overgangsrecht en maatwerkmogelijkheden met betrekking tot geluid en geluidsbronnen die niet onder geluid vallen, ontbreekt. Zie Samenvatting branche-informatie Horeca – Kenniscentrum InfoMil Beantwoording Met betrekking tot Hoofdstuk 10, dat het Activiteitenbesluit / de bruidsschat vervangt, wordt gewerkt aan overgangsrecht voor gewijzigde regels. Voorkomen moet worden dat activiteiten, zoals horecazaken die op dit moment legaal hun werkzaamheden uitoefenen, na de inwerkingtreding van de basisregeling ineens de nieuwe regels overtreden. Daarvoor wordt in ieder geval een voorziening getroffen. Zo wordt gedacht aan 28

Definitieve versie

23 juni 2023

regeling op grond waarvan bestaande legale activiteiten nog een aantal jaar aan de oude regels mogen voldoen. In de tussentijd kunnen activiteiten die niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen, maatwerk aanvragen. Met betrekking tot de maatwerkmogelijkheden wordt het volgende opgemerkt. Hoofdstuk 10 van het omgevingsplan biedt (net als de bruidsschat) brede maatwerkmogelijkheden ten aanzien van de daarin opgenomen milieuregels. Dit betekent meer flexibiliteit ten opzichte van het Activiteitenbesluit milieubeheer waar maatwerkmogelijkheden aan aangewezen onderwerpen en randvoorwaarden zijn gekoppeld. Maatwerkvoorschriften kunnen niet alleen strenger zijn dan de algemene regels in het omgevingsplan, maar ook juist soepeler. Een maatwerkvoorschrift kan verder zowel ambtshalve als op verzoek vastgesteld worden. De in de praktijk meest gebruikte maatwerkmogelijkheden zijn in het omgevingsplan expliciet benoemd. Zo is het voor ondernemers meteen duidelijk voor welke onderwerpen ze (ook) een maatwerkvoorschrift kunnen aanvragen. In de toelichting is ook aangegeven dat maatwerkvoorschriften gebruikt kunnen worden om een uitzondering te maken voor bestaande gevallen die redelijkerwijs niet aan de nieuwe regels kunnen voldoen (na het verstrijken van het overgangsrecht).

6.4 Concrete invulling over terrassen ontbreekt Concrete invulling over terrassen ontbreekt. Beantwoording Op het moment dat de participatieversie van de basisregeling werd vrijgegeven voor participatie, was nieuw horecabeleid in voorbereiding. Dat horecabeleid had ook betrekking op horeca-terrassen. Omdat dit beleid een vertaling moet krijgen naar het omgevingsplan, is eerst gewacht op afronding van het beleid. Zodra de regeling in concept gereed is, zal deze aan KHN in een overleg worden toegelicht. Met betrekking tot de vertaling in het ontwerp van de basisregeling kunnen dan zienswijzen over het ontwerp naar voren worden gebracht.

6.5 Inzicht in vervanging bruidsschat ontbreekt Hoe is invulling gegeven aan de bruidsschat voor ons relevante passages, wat blijft nog (tijdelijk) gehandhaafd van Activiteitenbesluit e.d.? Beantwoording De milieuregels van de bruidsschat zijn grotendeels opgegaan in hoofdstuk 10 van het omgevingsplan. Het Rijk heeft een verhuistabel opgesteld waarin staat aangegeven welke artikelen van het Activiteitenbesluit waar in de bruidsschat is opgenomen. Deze verhuistabel is te vinden op de website van het Informatiepunt leefomgeving (www.iplo.nl). Bij het (ontwerp) wijzigingsbesluit zit een wijzigbijlage, waarin de wijzigingen ten opzichte van het tot dan geldend omgevingsplan worden weergegeven. Daarbij wordt per nieuw artikel aangegeven welk artikel het in de bruidsschat was, en welke wijzigingen zijn aangebracht. Als bijlage 1 is een voorbeeld van een wijzigbijlage opgenomen. In de toelichting op de artikelen van het omgevingsplan is steeds aangegeven of het artikel afkomstig is uit de bruidsschat of – in enkele gevallen – het Activiteitenbesluit, en welke wijzigingen eventueel zijn gedaan.

6.6 Concrete invulling over Horeca-inrichtingen ontbreekt De gebruiksfunctie ‘Horeca” is niet ingevuld in dit basisplan. Het gebruik als hotel is wel omschreven (2.5 lid 8) maar horeca niet. Wat kan hierbij worden verwacht? Beantwoording Wat voor horeca-terrassen geldt, geldt ook voor horeca in zijn algemeenheid. Het horecabeleid zoals dat wordt vastgesteld, zal voor zover betrekking hebbend op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, 29

Definitieve versie

23 juni 2023

vertaald worden naar regels in het omgevingsplan. Zodra de regeling in concept gereed is, zal deze aan KHN in een overleg worden toegelicht. Met betrekking tot de vertaling in het ontwerp van de basisregeling kunnen dan zienswijzen over het ontwerp naar voren worden gebracht.

6.7 Correctie horecaconcentratiegebieden Concrete invulling ontbreekt met betrekking tot de toezegging op concrete correctie voor de zogenaamde horecaconcentratiegebieden die een paar jaar geleden (per ongeluk) uit de APV zijn geschrapt. Beantwoording Bij een wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in 1993 werden de uitgaansgebieden Rembrandtplein en Leidseplein aangewezen als horecaconcentratiegebied. Aanleiding hiervoor was de toenmalige Besluit horecabedrijven milieubeheer. Als gevolg van de aanwijzing konden horecazaken in die gebieden 5 dB(A) meer geluid veroorzaken dan andere horecabedrijven. In 1998 werd het Besluit horecabedrijven milieubeheer vervangen door het Besluit horeca-, sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer. Dat besluit bevatte ook een regeling voor horecazaken in aangewezen horecaconcentratiegebieden, maar wel onder strengere voorwaarden. Het nieuwe Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer bevatte geen overgangsregeling voor horecaconcentratiegebieden die eerder op grond van het Besluit horecabedrijven milieubeheer werden aangewezen. Gelet op de strengere voorwaarden in het nieuwe besluit en het gebrek aan overgangsrecht heeft de aanwijzing in de APV haar betekenis verloren. In 2008 werd de APV opnieuw vastgesteld.

Omdat de aanwijzing haar betekenis had verloren, bevatte de nieuwe APV geen aanwijzing meer voor horecaconcentratiegebieden en ook geen overgangsrecht voor eerder aangewezen horecaconcentratiegebieden. KHN stelt dat de gemeente heeft toegezegd dat de horecaconcentratiegebieden worden gecorrigeerd. Dat is echter niet juist; de gemeente heeft een onderzoek in het vooruitzicht gesteld naar de mogelijkheden om horecaconcentratiegebieden opnieuw aan te wijzen. Inmiddels is er een geluidonderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting rondom Rembrandtplein en Leidseplein. Komende maanden wordt verder onderzocht welke stappen wenselijk zijn en welke mogelijkheden de Omgevingswet daarvoor biedt. KHN wordt in dat proces betrokken. Het hierboven beschreven proces rondom horecaconcentratiegebieden staat overigens los van de basisregeling. Afhankelijk van de uitkomst van dat proces wordt het omgevingsplan op een later moment indien nodig aangepast. Tot slot wordt opgemerkt dat het (zowel onder huidig recht als onder de Omgevingswet) mogelijk is om op verzoek van een horecaexploitant per maatwerkvoorschrift hogere geluidbelasting toe te staan voor die betreffende horecazaak. Wettelijke voorwaarde hiervoor is dat de zogenaamde grenswaarde in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen niet wordt overschreden.

6.8 Akoestisch onderzoek Nu kun je je bij een akoestisch onderzoek beperken tot geluid vanuit de inrichting, wat verandert daarin? Beantwoording Het begrip inrichting (een kernbegrip onder de huidige Wet milieubeheer en het daarop berustende Activiteitenbesluit) vervalt onder de Omgevingswet. De nieuwe wet hanteert de term ‘milieubelastende activiteit’. Een horecazaak kan meerdere milieubelastende activiteiten bevatten, bijvoorbeeld bereiding van voedingsmiddelen, in werking hebben van (stook)installaties, het laten horen van muziek. Het is wel de bedoeling dat de geluidbelasting vanwege verschillende activiteiten binnen dezelfde horecazaak gezamenlijk wordt beoordeeld. Ook de geluidwaarden in het Omgevingsplan gelden voor het geheel van activiteiten binnen een horecazaak. Daarom is in artikel 10.16 een bepaling opgenomen dat samenhangende activiteiten gezamenlijk worden beoordeeld. Bij de formulering van dit artikel is aangesloten bij de 30

Definitieve versie

23 juni 2023

omschrijving van het begrip inrichting (activiteiten verricht op dezelfde locatie en die rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan of elkaar functioneel ondersteunen). Gelet op deze formulering wordt de reikwijdte van een akoestisch onderzoek in beginsel hetzelfde als onder het huidige recht. Andere activiteiten buiten de inrichting hoeven dus niet betrokken te worden.

6.9 Cumulatie verschillende geluidsbronnen Hoe wordt omgegaan met cumulatie van verschillende geluidsbronnen, geluid van omgeving en andere bedrijven? Beantwoording Cumulatie van geluid wordt conform het vereisten van het Besluit kwaliteit leefomgeving (zie artikel 5.59, eerste lid van dat besluit) betrokken bij nadere wijzingen van het omgevingsplan waarmee milieubelastende activiteiten dan wel geluidgevoelige gebouwen worden toegelaten. Bij de onderbouwing van een dergelijk wijzigingsbesluit wordt aangegeven waarom (gecumuleerde) geluid van activiteiten aanvaardbaar wordt gevonden. Bij nieuw te bouwen geluidgevoelige gebouwen in het geluidsaandachtsgebied van een (spoor)weg of industrieterrein met geluidproductieplafonds kan die beoordeling ook ‘naar achteren geschoven’ worden, naar de beoordeling in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwwerken waarmee de (ruimtelijke) toestemming wordt gegeven voor het bouwen (zie artikel 4.50 van het omgevingsplan). Dat neemt echter niet weg dat ook bij het wijzigen van het omgevingsplan waarmee nieuwe geluidgevoelige gebouwen worden toegelaten (‘aan de voorkant’) dit aspect reeds in hoofdlijnen betrokken moet worden. De beoordeling van het gecumuleerde geluid is maatwerk. Het omgevingsplan noch de Rijksregels bevatten hiervoor normen.

De gemeente voert op dit moment een verkenning uit naar een nieuw geluidbeleid op basis van de Omgevingswet. Na de verkenning zal een nieuw geluidbeleid worden voorbereid. De beoordeling van de cumulatie van geluid is een van de aspecten waar beleid op zal worden gevormd. Een participatietraject maakt deel uit van de voorbereiding van het nieuwe geluidbeleid.

6.10 Geuroverlast Impact en invulling van maatregelen om geuroverlast te voorkomen; KHN streeft al langer naar meer objectieve criteria hieromtrent en hoe verhoudt geurregels voor horeca inrichtingen zich tot geur vanuit huishoudens. Beantwoording Er is het voornemen om een geurbeleid op te stellen (zoals aangekondigd in de Omgevingsvisie Amsterdam). In dat kader wordt ook geur vanwege voedselbereiding bij horeca betrokken. In dat kader kan onderzocht of er meer objectieve eisen kunnen gesteld worden aan voedselbereiding. Na vaststelling van het geurbeleid wordt bekeken of dat aanleiding vormt voor het aanpassen van de basisregeling. Voedselbereiding vanuit huishoudens valt niet onder het toepassingsbereik van afdeling 10.2 (tenzij een cateringbedrijf vanuit een woning wordt geëxploiteerd). Wel is de zorgplicht van artikel 10.4 van toepassing. Ernstige en evidente overschrijding hiervan aanleiding zijn voor handhavend optreden dan wel het stellen van een maatwerkvoorschrift.

6.11 Regels milieubelastende activiteiten van toepassing op airbnb? Van belang is ook artikel 10.8 lid 5, dat stelt dat regels voor milieubelastende activiteiten niet van toepassing zijn bij woningen, tenzij er sprake is van een beroep/bedrijf aan huis (m.u.v. administratieve werkzaamheden) en andere activiteiten van bedrijfsmatige omvang. KHN maakt daaruit op dat airbnb neerkomt op bedrijf aan huis en dus ook wel onder de regels vallen als dit plaatsvindt in woningen, maar ook dat weten we niet zeker. 31

Definitieve versie

23 juni 2023

Beantwoording Het commerciële gebruik van een woning door er gasten te laten verblijven is qua milieubelastende activiteit vergelijkbaar met het gebruik van een woning door bewoners. De verblijvende gasten verrichten immers geen bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten. De milieuregels in afdeling 10.2 zijn dan ook niet van toepassing. Wel is de zorgplicht van artikel 10.4 van toepassing. Ernstige en evidente overschrijding hiervan aanleiding zijn voor handhavend optreden dan wel het stellen van een maatwerkvoorschrift.

6.12 Betrekken stemgeluid Artikel 10.20, sub b, doet voorkomen dat bij geluid menselijk stemgeluid buiten beschouwing blijft, tenzij het met het geluid is vermengd. Dit staat zo niet in het Activiteitenbesluit gedefinieerd en we vragen ons af wat dit gaat betekenen. Beantwoording Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ten opzichte van het Activiteitenbesluit inderdaad een beleidsvernieuwing ten aanzien van menselijk stemgeluid. Op grond van dat besluit dient al het stemgeluid buiten beschouwing blijven, tenzij het met muziekgeluid is vermengd. Het stemgeluid van zingen bij een muziekoptreden valt dus wel onder de normering. Nu stemgeluid niet de onder geluidnormen valt, kan niet gehandhaafd worden bij het stemgeluid van bezoekers van horeca vanwege het overschrijden van de geluidwaarde. Mocht stemgeluid wel hinder geven voor de omgeving, dan kan het bevoegd gezag beoordelen of het stellen van andere regels in een maatwerkvoorschrift wenselijk is om hinder te beperken.

6.13 Vindbaarheid regels in Digitaal Stelsel Omgevingswet In principe zou de software van het Omgevingsplan alle info voor een locatie moeten weergeven zodat meteen duidelijk is wat er kan (toegestane hoogte, soort activiteit, ect.). De voorschriften van de verordeningen zitten echter niet (allemaal) in het systeem. De planviewer is de informatiebron, maar bij lange na nog niet compleet. Hoe wordt hiermee omgegaan? Beantwoording Onder Algemene reacties, onder b (Beschikbaarheid plaankaart) wordt ingegaan op de digitale weergave van het omgevingsplan in de landelijke viewer. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

7. Adressant 7 7.1 Complexe en onvolledige regeling De basisregeling is een complex werkstuk. De samenhang is moeilijk te doorgronden. Er ontbreekt een groot aantal paragrafen. Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder A.4.

7.2 Onderdeel natuur en bos ontbreekt Het gebruik van natuur en bos wordt niet beschreven, dit is nu net een zeer essentieel deel van het grondgebied van Amsterdam, zie de eigen hoofdgroenstructuur. Heeft de basisregeling wel voldoende inhoud voor een integrale afweging en inspraak? Dit lijkt iets voor bijvoorbeeld de ombudsman metropool Amsterdam om te beoordelen.

32

Definitieve versie

23 juni 2023

Beantwoording In de basisregeling is voorzien in een groot aantal regels waarmee bestaande bestemmingsplannen kunnen worden vervangen. Zo bevat hoofdstuk 3 regels over allerlei gebruiksdoelen, waarmee in het omgevingsplan bepaald wordt waar welke vormen van gebruik zij n toegestaan. Voor een groot aantal gebruiksdoelen zijn reeds regels geformuleerd. Het betreft die gebruiksdoelen die in veel gebieden voor zullen komen. Natuur en bos zijn daarbij (nog) niet ingevuld. Dat is op zijn vroegst nodig op het moment dat ergens het bestemmingsplan wordt vervangen, en regels over deze gebruiksdoelen nodig zijn. Zie verder onder A.1. Een dergelijke wijziging kent een eigen afweging en voorbereidingsprocedure. Met de basisregeling zoals die nu voorligt wordt nog niet voorzien in het vervangen van bestaande bestemmingsplannen. Zie verder onder A.2)

7.3 Natuur ondergeschikt gemaakt aan zoekgebied voor windturbines De belangen van de Hoofdgroenstructuur en NNN en die van een bewoner / huiseigenaar bij een zoekgebied voor windturbines zijn ondergeschikt gemaakt. Zie daarvoor specifiek subparagraaf 10.2.3.4.1 en 10.2.3.4.2. Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder A.6.

7.4 Beschrijving effecten van windturbines ontbreekt De effecten en voorwaarden door de aanwezigheid van de hoofdgroenstructuur en NNN en van bewoners wordt niet beschreven, het gaat niet alleen om geluid aan de gevel. Het begrip effecten op de gezondheid wordt vreemd genoeg niet beschreven. Dit verontrust en is onbegrijpelijk. De cumulatie van geluid wordt eveneens nergens beschreven in de Basisregeling. Niet alleen windturbines veroorzaken geluid op een gevel of in een tuin, maar ook overvliegende vliegtuigen, aangrenzende bedrijven (zoals Waternet bij Driemond) en autoverkeer. Tezamen generen deze verschillende functies meer decibellen dan die zijn beschreven in deze paragrafen of elders in de basisregeling. De effecten van het geluid van windturbines beïnvloeden zeer nadelig het leven van het dierenrijk met haar beschermde en zeldzame dieren in de hoofdgroenstructuur en de NNN. Waarom worden dit effect en noodzakelijk maatregelen niet beschreven? Zeer recent heeft een Duits onderzoek ook de effecten van windturbines op de insecten onderzocht. Dit onderzoek hoort ook een plek te krijgen in Basisregeling. Bijvoorbeeld in de paragraaf Natuur die nu nog onbeschreven is! Het geluid van windturbines beïnvloedt ook wijze van hoe en waar mensen recreëren. Zuidoost groeit met 50.000 woningen.

Waar kunnen deze nieuwe bewoners recreëren? Wat zijn hierbij acceptabele en wettelijke afstanden en geluidwaarden? Beantwoording Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording onder A.6.

7.5 Lichtschittering, materiaal gebruik Lichtschittering, gebruik van duurzame, circulaire en afbreekbare materialen ontbreekt. Beantwoording De reactie met betrekking tot lichtschittering bestaat uit een enkel woord, maar wordt opgevat als betrekking hebbend op het ontbreken van regels over het effect van lichtschittering op omwonenden. Behalve ruimtelijke regels over waar een windmolen mag komen, bevat het omgevingsplan ook algemene regels over milieueffecten van windmolens. In subsubparagraaf van de basisregeling zijn regels opgenomen met betrekking tot lichtschittering. Inhoudelijk wordt bepaald dat lichtschittering zo veel mogelijk wordt beperkt door toepassing van niet-reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen. Er zijn voor

33

Definitieve versie

23 juni 2023

het overige geen regels opgenomen met betrekking tot het materiaalgebruik. Voor het overige wordt verwezen naar de reactie onder A.6.

7.6 Maatwerkvoorschriften In artikel 10.122 kom ik het begrip maatwerkvoorschrift tegen. Wat betekent dat? Kan de gemeente eenzijdig de spelregels bepalen? Zonder zienswijze of bezwaar en beroepsmogelijkheden. Beantwoording In paragraaf 5.6 van de algemene toelichting wordt een uitgebreide uitleg gegeven over dit instrument. Kort gezegd komt het erop neer dat het met een maatwerkvoorschrift mogelijk is om af te wijken van een algemene regel in dit omgevingsplan of die nader in te vullen. Die bevoegdheid kan in het omgevingsplan worden opgenomen op grond van de Omgevingswet. Ten aanzien van geluid door windturbines is de mogelijkheid hiervoor opgenomen in artikel 10.5 van het omgevingsplan. De maatwerkmogelijkheden zijn niet helemaal onbeperkt. Een maatwerkvoorschrift moet voldoen aan de instructieregels die het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving en aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht, zoals zorgvuldige motivering. Tegen een maatwerkvoorschrift is bezwaar en beroep mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14446346/1