Bijlage 10.Gemeenteblad 2017, 143786 Overheid.nl Officiële bekendmakingen
Tekst van het document
In dit beleid wordt verstaan onder: a.
Vicarie-erfpacht:
tijdelijke erfpachtrechten, waarvan de gemeente Amsterdam bloot eigenaar is, maar waarop geen Algemene Bepalingen van de gemeente Amsterdam van toepassing zijn. Bij deze tijdelijke erfpachtrechten is in de canonbetaling voorzien tot 2053 respectievelijk 2064 via een inschrijving in het 3% Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld;
b. AB 2016: de Algemene Bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht 2016 Amsterdam; c. conversie: de vestiging van een eeuwigdurend erfpachtrecht dat in de plaats komt van een tijdelijk Vicarieerfpachtrecht; d. erfpachtakte: de notariële akte waarin de rechten en plichten zijn vastgelegd die verbonden zijn aan het erfpachtrecht. Hieronder vallen: • de akte van vestiging waarbij het erfpachtrecht wordt gevestigd; • alle latere notariële akten waarin de rechten en plichten met betrekking tot het erfpachtrecht worden gewijzigd; e. erfpachtgrondwaarde: de waarde van het perceel, vastgesteld op basis van de in de erfpachtakte opgenomen bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vloeroppervlakte van het perceel, die ten grondslag ligt aan de berekening van de canon. Hieronder valt niet de waarde van de opstallen die op het perceel aanwezig zijn. In algemene bepalingen ouder dan AB 2016 is onder “erfpachtgrondwaarde” begrepen “grondwaarde”.
f. Overstapregeling: Overstapregeling van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht voor woonbestemmingen 2017.
B. Voorwaarden Artikel 3 Voorwaarden voor conversie 1.
Erfpachters van percelen, zoals genoemd in artikel 1, die een verzoek indienen voor
conversie, worden hiertoe in de gelegenheid gesteld. De erfpachter zal een aanbieding worden gedaan onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring (artikel 7). Slechts wanneer de erfpachter deze aanbieding volledig en onvoorwaardelijk, schriftelijk accepteert, komt de overeenkomst tot stand onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring. De bestuurlijke goedkeuring of de onthouding daarvan vindt plaats met een besluit van het bevoegd bestuurd (artikel 8). Door een goedkeurend bestuurlijk besluit komt het voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring te vervallen en treedt de overeenkomst in werking. De conversie wordt vervolgens vastgelegd in een erfpachtakte (artikel 9). 2.
De gemeente gaat alleen over tot conversie als: a.
de erfpachter voldoet aan alle verplichtingen uit de algemene en bijzondere bepalingen
die zijn vastgelegd in de meest recente erfpachtakte, b.
zich naar het oordeel van de gemeente geen gemeentebelang daartegen verzet,
c.
het erfpachtrecht geen onderdeel is van een lopende juridische procedure tussen de
gemeente en de erfpachter, d. de erfpachter aan de voorbereiding van de conversie meewerkt door het verstrekken van informatie over onder meer het feitelijk gebruik en vloeroppervlaktes van het erfpachtrecht, e.
erfpachters bij conversie af zien van mogelijke claims op een inschrijving in het 3%
Grootboek der Nationale Werkelijke Schuld, f.
met de erfpachter volledige overeenstemming is bereikt over de voorwaarden die aan
de conversie zijn verbonden. Deze overeenstemming moet blijken uit een volledige en onvoorwaardelijke schriftelijke acceptatie van een gemeentelijke aanbieding tot conversie.
Artikel 4 Algemene en bijzondere bepalingen en voorwaarden 1.
Op het nieuwe eeuwigdurende erfpachtrecht zijn de AB 2016 van toepassing.
2. De gemeente kan, als voorwaarde voor de conversie, bijzondere bepalingen van toepassing verklaren, waaronder in ieder geval: a. De constatering dat sprake is van voortgezet gebruik van het perceel bij gevolg waarvan de gemeente niet instaat voor de staat waarin het perceel zich milieuhygiënisch, bouwkundig of anderszins bevindt dan wel voor de geschiktheid van de bestemming (conformiteit) in verband waarmee artikel 3 van de AB 2016 niet van toepassing is en voor de toepassing van artikel 14 en artikel 15 van de AB 2016 de staat van de grond ten tijde van de eerste uitgifte het uitgangspunt is. b.
De bevoegdheid van de gemeente de ontruiming van het perceel op grond van de
grosse van de erfpachtakte in gang te zetten als de gemeente het erfpachtrecht heeft beëindigd wegens wanbetaling of ernstige tekortkomingen of om redenen van algemeen belang.
Artikel 5 Perceel dat deels uit Vicarie-erfpacht bestaat, en deels uit overige gemeentelijke erfpacht dan wel vol eigendom 1.
Indien het terrein (bijvoorbeeld de woning en de tuin) deels uit Vicarie-erfpacht bestaat,
en deels uit vol eigendom, hanteert de gemeente de volgende voorwaarden in de aanbieding tot conversie: a.
De gemeente en de eigenaar van het perceel grond dat in vol eigendom is, hebben
overeenstemming bereikt over de overdracht van de bloot-eigendom van dat perceel aan de gemeente onder voorbehoud van een eeuwigdurend afgekocht erfpachtrecht voor de verkoper waarop de AB 2016 van toepassing zijn. b.
De canon en de overige financiële voorwaarden voor het naar de AB2016 te
converteren Vicarie-erfpachtrecht worden bepaald met inachtneming van artikel 6 van dit beleid. c.
Nadat het Vicarie-erfpachtrecht is geconverteerd in een eeuwigdurend erfpachtrecht
(sub b), wordt het samengevoegd met het onder artikel 5, lid 1, sub a beschreven erfpachtrecht. Hierdoor ontstaat één eeuwigdurend erfpachtrecht waarop de AB 2016 Amsterdam van toepassing zijn.
2.
Indien het oppervlak van beide percelen tezamen (het perceel Vicarie-erfpacht en het
perceel vol eigendom) voor minder dan 25% uit Vicarie-erfpacht bestaat, en voor meer dan 75% uit vol eigendom, stelt de gemeente overdracht van de bloot-eigendom niet als voorwaarde voor de conversie. In dat geval is de gemeente bereid de bloot-eigendom van het Vicarie-erfpachtrecht (tegen ontvangst van de waarde ervan) over te dragen aan de erfpachter. Indien het door de gemeente Amsterdam te verkopen bloot eigendom in zijn geheel de bestemming ‘tuin’ heeft en tevens minder dan 10 m2 omvat, wordt het bloot eigendom om niet overgedragen. 3.
Indien het terrein deels uit Vicarie-erfpacht bestaat, en deels uit erfpacht onder
gemeentelijke Algemene Bepalingen voor voortdurende of tijdelijke erfpacht, is conversie mogelijk onder de volgende voorwaarden: a.
Het erfpachtrecht onder gemeentelijke Algemene Bepalingen voor voortdurende of
tijdelijke erfpacht wordt omgezet naar de AB2016, conform de Overstapregeling respectievelijk het conversiebeleid. Dit is alleen mogelijk als het voortdurende erfpachtrecht kan overstappen op basis van de Overstapregeling; b.
Bij de conversie/overstap worden de canon en de overige financiële voorwaarden
bepaald door wat conform respectievelijk het conversiebeleid dan wel de Overstapregeling geldt. c.
De canon en de overige financiële voorwaarden voor het naar de AB2016 te
converteren Vicarie-erfpachtrecht worden bepaald met inachtneming van artikel 6 van dit beleid. d.
Nadat het Vicarie-erfpachtrecht is geconverteerd naar een eeuwigdurend erfpachtrecht
zoals in artikel 5, lid 3, sub c omschreven, wordt het samengevoegd met het onder artikel 5, lid 3, sub a en b beschreven recht, mits dit is toegestaan op basis van het Beleid ‘Samenvoeging van erfpachtrechten.’ Hierdoor ontstaat één eeuwigdurend erfpachtrecht waarop de AB 2016 van de gemeente Amsterdam van toepassing zijn.
C. Financieel Artikel 6 Canon 1.
Voor Vicarie-erfpachtrechten met uitsluitend een woonbestemming worden de canon en
de overige financiële voorwaarden voor het naar de AB 2016 te converteren Vicarieerfpachtrecht bepaald door wat op grond van de Overstapregeling geldt voor voortdurende erfpachtrechten waarvan de canon tot 2053 respectievelijk 2064 is vooruitbetaald.
2. Voor Vicarie-erfpachtrechten met een niet-woonbestemming worden de canon en de overige financiële voorwaarden voor het onder de AB 2016 te converteren Vicarieerfpachtrecht bepaald door wat op grond van het beleid “Grondwaardebepaling voor bestaande rechten” geldt.
D. Aanbieding, besluit en erfpachtakte Artikel 7 Aanbieding 1.
Aan een conversie gaat een schriftelijke aanbieding van de gemeente vooraf.
2. In deze aanbieding staat in ieder geval met betrekking tot het nieuwe eeuwigdurende erfpachtrecht: a.
de oppervlakte van het perceel, de kadastrale aanduiding en, voor zover bekend, de
plaatselijke aanduiding; b.
de bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vloeroppervlakte
van de bebouwing; c.
de erfpachtgrondwaarde;
d.
de jaarlijkse canon, het bijbehorende canonpercentage, de ingangsdatum van de canon
en, voor zover van toepassing, de afkoopsom; e.
de uitwerking van de uitgangspunten voor het specifieke erfpachtrecht met betrekking
tot de financiële rechten en plichten die blijven gelden tot de einddatum van het tijdelijke Vicarie-erfpachtrecht; f.
de data waarop de canon moet zijn betaald;
g.
de algemene bepalingen die van toepassing zijn;
h.
de bijzondere voorwaarden die van toepassing zijn;
i.
de ingangsdatum van de conversie;
j.
de termijn waarbinnen de aanbieding geldt;
k.
de aanvaarding van het perceel;
l.
het voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring. Dit voorbehoud komt te vervallen met
het besluit zoals genoemd in artikel 8; m.
de termijn waarbinnen de erfpachtakte gepasseerd dient te zijn.
3. In de aanbieding kan de gemeente een passage opnemen over integriteit. In deze passage staat onder andere de bevoegdheid van de gemeente tot opschorten, geheel of gedeeltelijk ontbinden of opzeggen van de overeenkomst tot conversie. Geheel of gedeeltelijk ontbinden of opzeggen van de overeenkomst tot conversie is slechts mogelijk tot het moment dat de conversie wordt vastgelegd in een erfpachtakte (artikel 9). Artikel 8 Besluit De gemeente neemt pas het bestuurlijke besluit tot de conversie nadat de erfpachter de aanbieding volledig en onvoorwaardelijk, schriftelijk heeft geaccepteerd. Artikel 9 Erfpachtakte 1. De conversie en het van toepassing worden van de AB 2016 en bijzondere bepalingen worden vastgelegd in een notariële akte die wordt ingeschreven in de openbare registers. 2.
In de akte staat in ieder geval: a.
de oppervlakte van het perceel, de kadastrale aanduiding en, voor zover bekend, de
plaatselijke aanduiding van het perceel; b.
de bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vierkante meters
bebouwing; c.
een verwijzing naar de AB 2016, die van toepassing worden bij de wijziging van het
Vicarie-erfpachtrecht in eeuwigdurende erfpacht; d.
de bijzondere bepalingen die op het erfpachtrecht van toepassing zijn, waaronder:
• de aanvaarding van het perceel: de constatering dat de erfpachter het perceel reeds in gebruik heeft op basis van Vicarie-erfpacht en dat dit gebruik wordt gecontinueerd, dat artikel 3 van de AB 2016 niet van toepassing is en dat voor de toepassing van artikel 14 en 15 van de AB 2016 de staat van de grond ten tijde van de eerste uitgifte het uitgangspunt is; • de bevoegdheid van de gemeente zoals genoemd in artikel 31, ontruiming op grond van de grosse van de akte van vestiging;
e. De financiële voorwaarden van het Vicarie-erfpachtrecht die tot de oorspronkelijke einddatum blijven gelden: • de financiële voorwaarden uit de algemene bepalingen van het tijdelijke Vicarie-erfpachtrecht voor zover deze van toepassing blijven tot de einddatum van het recht; f. De financiële voorwaarden voor het eeuwigdurende erfpachtrecht, waaronder: • de tussen partijen overeengekomen erfpachtgrondwaarde; • het canonbedrag met het bijbehorende canonpercentage ten tijde van conversie en de datum met ingang waarvan deze canon verschuldigd zal worden; • het bedrag van de afkoopsom als de erfpachter er voor kiest de canon op het moment van de conversie van het erfpachtrecht vooruit te betalen. g.
de ingangsdatum van de;
h.
de data waarop de canon moet zijn betaald;
i.
een woonplaatskeuze op het kantoor van een notaris die is gevestigd in Amsterdam, als de
erfpachter geen werkelijke of gekozen woonplaats in Nederland heeft.
Artikel 10 Niet passeren erfpachtakte De gemeente kan de overeenkomst tot conversie ontbinden als de erfpachter geen medewerking verleent aan het passeren van de erfpachtakte. Artikel 11 Kosten erfpachtakte De gemeente bepaalt of, en tot welk bedrag, de aan notariële akte verbonden kosten door de gemeente worden betaald. Deze kosten betreffen het tarief van de notaris en de kosten voor de inschrijving van die akte in de openbare registers. De verschuldigde belastingen en andere lasten zijn voor rekening van de erfpachter. De gemeente heeft dit bepaald in het beleid ‘Aktekosten’.
9. Beleid aktekosten
I. In te trekken per 1 januari 2018 Het Erfpachtbeleid inzake het delen van aktekosten vastgesteld door het College van B&W op 29 juni 2010 (Gemeenteblad 9 juli 2010, afd. 3B, volgnr. 115).
II. Vast te stellen per 28 juni 2017 en in te laten gaan per 1 januari 2018 het beleid inzake aktekosten:
A. Algemeen artikel 1 Toepasselijkheid 1.
Dit besluit is van toepassing op alle erfpachtrechten, uitgegeven onder de algemene
bepalingen voor erfpacht van de gemeente Amsterdam, met uitzondering van: a.
de erfpachtrechten die zijn uitgegeven onder:
• de Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties 1985 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht voor woningcorporaties 1998 Amsterdam; • de Algemene Voorwaarden voor tijdelijke erfpacht in het havengebied 1992; • de Algemene Voorwaarden voor tijdelijke erfpacht in het havengebied 2007;
b.
de erfpachtrechten die zijn uitgegeven onder de Algemene Bepalingen voor voortdurend
hoofderfpachtrecht voor het havengebied Amsterdam 2013; c. de erfpachtrechten die in erfpacht zijn uitgegeven onder andere dan de onder a. en b. bedoelde algemene bepalingen dan wel algemene voorwaarden en zijn gelegen in het havengebied van Amsterdam, • die Havenbedrijf Amsterdam N.V. namens de gemeente voor eigen rekening en risico beheert, en • waarvan de percelen waarop deze erfpachtrechten betrekking hebben onder opschortende voorwaarde van het eindigen van die rechten aan het Havenbedrijf Amsterdam N.V. zijn uitgegeven onder de Algemene Bepalingen voor voortdurend hoofderfpachtrecht voor het havengebied Amsterdam 2013.
artikel 2 Definities In dit beleid wordt verstaan onder: a. AB2000: Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000 Amsterdam; b. AB2016: Algemene Bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht 2016 Amsterdam; c. aktekosten: Het tarief van de notaris en de kosten voor de inschrijving van die akte in de openbare registers. De verschuldigde belastingen en andere lasten maken hiervan geen onderdeel uit; d. erfpachtakte: de notariële akte waarin de rechten en plichten zijn vastgelegd die verbonden zijn aan het erfpachtrecht.
B. Voorwaarden artikel 3 Aktekosten die voor 100% door de gemeente worden gedragen
1.
Mede ter uitvoering van artikel 36 van de AB2016 en van artikel 41 van de AB2000 te
bepalen, dat de gemeente in de hierna te noemen gevallen, en onder de in lid 2 van dit artikel genoemde voorwaarden, aan de erfpachter de aktekosten tot 100%, met een maximum van € 2.000, zal vergoeden: a.
herziening van een voortdurend erfpachtrecht aan het einde van een tijdvak (CHET),
waaronder wordt verstaan de herziening van de canon en/of de op het erfpachtrecht van toepassing zijnde algemene bepalingen; b.
beëindiging van erfpachtrechten bij wijze van akte van afstand, alsmede
c.
beëindiging om redenen van algemeen belang;
2. Op het bepaalde in lid 1 onder a en b van dit artikel zijn de volgende voorwaarden van toepassing: a. de erfpachter verleent medewerking aan het passeren van de akte binnen zes maanden nadat de erfpachter de aanbieding heeft geaccepteerd, dan wel b.
de erfpachter verleent medewerking aan het passeren van de CHET-akte binnen zes
maanden nadat de canon definitief is vastgesteld (acceptatie aanbieding of oordeel deskundigen).
Als de erfpachter de vereiste medewerking aan aktepassering niet verleent, dan komen de aktekosten geheel voor rekening van de erfpachter, onverminderd diens verplichting om alsnog aan aktepassering medewerking te verlenen.
3. Als de wijziging zoals genoemd in lid 1 onder a van dit artikel gelijktijdig plaatsvindt met een wijziging, bedoeld in artikel 4 dan wel artikel 5 van dit besluit, bepaalt de gemeente in hoeverre zij een gedeelte van de aktekosten vergoedt. artikel 4 Aktekosten die voor 50% door de gemeente worden gedragen 1. Mede ter uitvoering van artikel 36 van de AB2016 en van artikel 41 van de AB2000 te bepalen, dat de gemeente in de hierna te noemen gevallen, en onder de in lid 2 van dit artikel genoemde voorwaarde, aan de erfpachter de aktekosten tot 50%, met een maximum van € 1.000, zal vergoeden: a.
vooruitbetaling (afkoop) van de canon, waaronder wordt verstaan het voldoen van de
nog niet vervallen canon door de betaling van een bedrag ineens (afkoopsom);
b.
een wijziging van de in de erfpachtakte maximaal toegestane vloeroppervlakte van een
perceel; c. een wijziging van de in de erfpachtakte vastgelegde bestemming en gebruik van een perceel; d.
uitsluiting van de vijfjaarlijkse aanpassing van de canon aan het algemeen prijsniveau
gedurende het lopende tijdvak door betaling van een door het college te bepalen vaste toeslag als bedoeld in artikel 9 van de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1994 Amsterdam, dan wel bedoeld in beslispunt III van het Moderniseringsbesluit erfpachtstelsel 1990 (besluit 28 november 1990, Gemeenteblad, afd. 1, nr. 942); e.
tuinuitbreiding, waaronder wordt verstaan het toevoegen van een in erfpacht uit te
geven perceel met de bestemming "tuin" aan een reeds in erfpacht uitgegeven perceel met een woonbestemming;
2.
Het in lid 1 van dit artikel bepaalde geldt uitsluitend als de erfpachter aan het passeren van
de akte medewerking verleent binnen zes maanden nadat de erfpachter de aanbieding heeft geaccepteerd. Als de erfpachter de vereiste medewerking aan aktepassering niet verleent, dan komen de aktekosten geheel voor rekening van de erfpachter, onverminderd diens verplichting om alsnog aan aktepassering medewerking te verlenen.
3. Als één van de in dit artikel genoemde wijzigingen gelijktijdig plaatsvindt met een wijziging, bedoeld in artikel 5 van dit besluit, bepaalt de gemeente in hoeverre zij een gedeelte van de aktekosten vergoedt. artikel 5 Aktekosten die voor 100% door de erfpachter worden gedragen Mede ter uitvoering van artikel 36 van de AB2016 en van artikel 41 van de AB2000 te bepalen dat in de hierna te noemen gevallen, de aktekosten voor 100% voor rekening van de erfpachter komen: a.
nieuwe gronduitgifte in erfpacht;
b.
perceelsuitbreiding;
c.
overstap van een voortdurend erfpachtrecht naar de AB2016
d.
conversie van tijdelijk erfpachtrechten naar de AB2016;
e.
conversie van een vicarie-erfpachtrecht naar de AB2016;
f.
splitsing (of wijziging van een splitsing) van een erfpachtrecht in appartementsrechten;
g.
splitsing van een erfpachtrecht in meerdere erfpachtrechten;
h.
samenvoeging van erfpachtrechten;
i.
vervroegde herziening van erfpachtrechten
j.
vervroegde wijziging van erfpachtrechten
k.
andere beëindigingen dan genoemd in artikel 3 van dit besluit, waaronder beëindiging
wegens tekortkoming of wanbetaling; l.
andere dan in de artikelen 3, 4 en 5 van dit besluit genoemde wijzigingen;
artikel 6 Notariskeuze In de gevallen dat is voorgeschreven dat de notariële akte verleden dient te worden door een in de gemeente Amsterdam gevestigd notaris, zijn daaronder mede begrepen notarissen behorend tot de Ring Amsterdam van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). In dit verband geldt, dat: a. de vestigingsplaats van de notaris kan zijn voorgeschreven • in de algemene bepalingen die op een erfpachtrecht van toepassing zijn en/of • het beleid dat van toepassing is bij een wijziging van een erfpachtrecht; b. de grenzen van ring Amsterdam van de KNB overeen komen met de grenzen van het arrondissement van de rechtbank Amsterdam. artikel 7 Overgangsbeleid Voor erfpachtaanbiedingen met betrekking tot de in de artikelen 3, 4 en 5 van dit beleid genoemde wijzigingen waarbij een volledige aanvraag is ingediend vóór de ingangsdatum van dit beleid , geldt het beleid zoals genoemd onder beslispunt I. Voor canonherzieningen einde tijdvak die vóór de ingangsdatum van het beleid zijn gestart (1 januari 2018), is van toepassing:
• als de gemeente een ingroeikorting op de nieuwe canon verleent geldt het huidige erfpachtbeleid (onder I.); • als de gemeente géén ingroeikorting op de nieuwe canon verleent geldt het nieuwe erfpachtbeleid (onder II.).
10. Beleid tegemoetkoming canonverhoging bij canonherziening einde tijdvak of overstap einde tijdvak
I. In te trekken per 1 januari 2018 1.
Subsidieregeling in verband met verhoging erfpacht en wijziging Verordening op de
stadsdelen, vastgesteld door de gemeenteraad op 10 januari 2001 (Gemeenteblad 2001, nr. 914); 2.
Beleidsregel in het kader van de subsidieregeling in verband met de verhoging van
erfpacht, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 20 februari 2001 (Gemeenteblad 2001, afd. 3, nr. 7);
II. Vast te stellen per 28 juni 2017 en in te laten gaan per 1 januari 2018 het beleid tegemoetkoming canonverhoging bij canonherziening einde tijdvak of overstap einde tijdvak:
A. Algemeen Artikel 1 Definities
1.
In dit beleid wordt verstaan onder: a.
canon:
het bedrag dat de erfpachter, al dan niet periodiek, aan de gemeente is verschuldigd, als vergoeding voor het erfpachtrecht;
b. canonherziening einde tijdvak: aanpassing van de canon bij het einde van het tijdvak voor voortdurende erfpacht. Hierbij wordt de canon herzien op basis van de op het erfpachtrecht toepasselijke algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht en het dan geldende gemeentelijk beleid; c. canonherziening overstap einde tijdvak: aanpassing van de canon bij de overstap van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht bij het einde van het tijdvak voor voortdurende erfpacht; d. canonverhoging: het verschil tussen de verschuldigde jaarcanon in het jaar voorafgaand aan de verhoging van de canon door canonherziening einde tijdvak of canonherziening overstap einde tijdvak en de nieuwe canon die na deze herziening verschuldigd is. Als de canon in het oude tijdvak bij vooruitbetaling was voldaan, dan geldt voor de hoogte van de oude canon het canonbedrag dat met toepassing van de oude algemene bepalingen zou hebben gegolden als de canon niet was vooruitbetaald; e. eeuwigdurende erfpacht: een erfpachtrecht voor onbepaalde tijd, waarbij sprake is van een eeuwigdurend tijdvak en op welk recht de algemene bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht van de gemeente Amsterdam van toepassing zijn; f. erfpachtakte: de notariële akte waarin de rechten en plichten zijn vastgelegd die verbonden zijn aan het erfpachtrecht; g.
erfpachtrecht: het zakelijk recht van erfpacht zoals omschreven in de erfpachtakte (evenals het onverdeeld aandeel daarin);
h. erfpachter-bewoner: erfpachter die de canon verschuldigd is voor een erfpachtrecht dat volgens de erfpachtakte uitsluitend is bestemd tot ‘wonen’ en volgens de Basisregistratie Personen als bewoner op het adres van deze woning staat ingeschreven; i. erfpachter-neringdoende: erfpachter, zijnde een natuurlijk persoon, die de canon verschuldigd is voor een erfpachtrecht waar hij zijn bedrijf, zijnde een eenmanszaak, heeft gevestigd en welk bedrijf als zodanig bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven; j. erfpachter-verhuurder: erfpachter, zijnde een natuurlijk persoon, die de canon verschuldigd is voor een erfpachtrecht dat betrekking heeft op een woning of meer woningen die door hem wordt/worden verhuurd aan één of meer derden die volgens de Basisregistratie Personen op het adres van betreffende woning/woningen staan ingeschreven; k. huisgenoot: persoon die volgens de Basisregistratie Personen staat ingeschreven op het woonadres van erfpachter-bewoner en deel uitmaakt van het huishouden van de erfpachter-bewoner; l. huishouden: twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins; m.
inkomen: het gezamenlijk belastbaar inkomen van de erfpachter-bewoner en zijn huisgenoten op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001, berekend over het peiljaar, waarbij de aftrek van hypotheekrente en de aftrek van erfpachtcanon buiten beschouwing worden gelaten. Ieder persoonlijk inkomen dat negatief is wordt op nul gesteld. Indien erfpachter-bewoner en/of zijn huisgenoten huurinkomsten ontvangen uit hoofde van verhuur van (delen van) het perceel, wordt het inkomen met deze huurinkomsten vermeerderd, voor zover deze niet reeds zijn verdisconteerd in de berekening van het inkomen; n. onroerende zaak: de grond met de eventueel daarop/daarin aanwezige opstallen of het appartementsrecht;
o. overstap: de omzetting van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht als bedoeld in de Overstapregeling van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht; p. peiljaar: het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de tegemoetkoming wordt toegekend; q. perceel: onroerende zaak die in erfpacht is uitgegeven; r. vermogen: het gezamenlijk vermogen van de erfpachter-bewoner en zijn huisgenoten als bedoeld in box 3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 berekend over het peiljaar; s. voortdurende erfpacht: een erfpachtrecht voor onbepaalde tijd, onderverdeeld in tijdvakken van 50 of 75 jaar, op welk recht de algemene bepalingen voor voortdurende erfpacht van de gemeente Amsterdam van toepassing zijn. Aan het eind van elk tijdvak wordt de canon herzien.
B. Voorwaarden Artikel 2 Voorwaarden voor tegemoetkoming erfpachtpachter-bewoner 1.
De erfpachter-bewoner die uitsluitend als gevolg van verhoging van de canon door:
a. canonherziening einde tijdvak, of b. canonherziening overstap einde tijdvak; op de datum met ingang waarvan de nieuwe canon voor het eerst verschuldigd is, in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te raken dat hij niet over de middelen kan beschikken om de kosten voor het behoud van zijn erfpachtrecht te voldoen, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de canonverhoging.
2.
De erfpachter-bewoner komt alleen in aanmerking voor deze tegemoetkoming als: a.
het inkomen niet meer bedraagt dan € 53.152,- en hij niet kan bijlenen volgens de
normen van de Nationale Hypotheek Garantie; b.
het vermogen niet meer bedraagt dan € 36.398,-;
c. de canonherziening alsmede het bedrag van de nieuwe canon zijn vastgelegd in een notariële akte en ingeschreven in de openbare registers (het Kadaster); d.
de erfpachter-bewoner aan alle financiële verplichtingen met betrekking tot het
voortdurende erfpachtrecht heeft voldaan.
3. Indien de financiële onmacht om de verhoogde canon te kunnen betalen, wordt veroorzaakt door andere schulden dan een hypotheekschuld, komt de erfpachter-bewoner niet in aanmerking voor een tegemoetkoming.
Artikel 3 Voorwaarden met betrekking tot erfpachter-neringdoende en erfpachterverhuurder. 1. De erfpachter-neringdoende of erfpachter-verhuurder die uitsluitend als gevolg van verhoging van de canon door: a. canonherziening einde tijdvak, of b. canonherziening overstap einde tijdvak; op de datum met ingang waarvan de nieuwe canon voor het eerst verschuldigd is, in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te raken dat hij dientengevolge tot verkoop van het erfpachtrecht zou moeten overgaan, waarbij het aannemelijk is dat bij verkoop van het erfpachtrecht de opbrengst lager is dan de hypotheek die er op rust, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de canonverhoging.
2.
Indien het vermogensverlies als bedoeld in lid 1 het gevolg is van andere schulden dan een
hypotheekschuld, komt de erfpachter-neringdoende of erfpachter-verhuurder niet in aanmerking voor een tegemoetkoming. 3.
De artikelen 1, 2 lid 2 en de artikelen 4 tot en met 9 van dit besluit zijn van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van erfpachter-bewoner, gelezen dient te worden erfpachter-verhuurder of erfpachter-neringdoende al naar gelang de toepasselijke situatie.
C. Financieel Artikel 4 De hoogte van de tegemoetkoming 1.
De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de canonverhoging.
2. Het bedrag van de tegemoetkoming in een jaar bedraagt een percentage van de in lid 1 bedoelde canonverhoging. Dit percentage is afhankelijk van de hoogte van het inkomen van erfpachter-bewoner en bedraagt op basis van de volgende tabel:
Inkomen in euro’s prijspeil 2015
tegemoetkoming als percentage van de canonverhoging
€ 0 tot € 19.508,--
100%
€19.509,- tot € 29.264,--
75%
€ 29.265,- tot € 39.018,---
50%
€ 39.019,-- tot 53.152,-
25%
3.Wanneer erfpachter-bewoner het erfpachtrecht in het jaar dat de tegemoetkoming is toegekend, overdraagt, wordt de tegemoetkoming berekend naar rato over het gedeelte van het jaar, waarvoor de erfpachter-bewoner voor de tegemoetkoming in aanmerking komt. Artikel 5 Aanpassing bedragen De bedragen in de artikelen 2 en 4 van dit besluit zijn weergegeven op basis van het prijspeil 2015. De gemeente kan deze bedragen jaarlijks aanpassen aan de ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
D. Aanvraag en uitvoering van de tegemoetkoming Artikel 6 Aanvraag 1. De tegemoetkoming wordt steeds toegekend voor één jaar en dient ieder jaar opnieuw te worden aangevraagd door middel van een door de gemeente vastgesteld formulier. 2. Een eerste aanvraag voor de tegemoetkoming kan alleen worden ingediend binnen zes maanden na de datum met ingang waarvan de nieuwe canon door de canonherziening einde tijdvak of canonherziening overstap einde tijdvak voor het eerst verschuldigd is. 3.
De vervolgaanvraag dient steeds te worden ingediend binnen zes maanden na de
eerstvolgende vervaldatum van de canon van ieder jaar volgend op het jaar waarover de tegemoetkoming is toegekend. Artikel 7 Opschorting, herziening en terugvordering 1.
De gemeente kan de uitbetaling van de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk
opschorten als redelijkerwijs wordt vermoed dat de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk ten onrechte is toegekend. 2. Als de tegemoetkoming ten onrechte is toegekend, kan de toekenning geheel of gedeeltelijk worden herzien. 3. De gemeente kan in het geval als bedoeld in lid 2 de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Artikel 8 Hardheidsclausule Als naar het oordeel van de gemeente de toepassing van dit besluit onevenredig bezwarend is voor de erfpachter-bewoner, kan de gemeente, ten gunste van de erfpachter-bewoner, afwijken van het bepaalde in dit besluit. Artikel 9 Uitvoering van de tegemoetkoming De gemeente stelt nadere regels vast omtrent de uitbetaling van de tegemoetkoming.
III. Vast te stellen de mogelijkheid tot uitgestelde betaling bij canonherziening einde tijdvak of overstap einde tijdvak
Artikel 1 principe van de mogelijkheid tot uitgestelde betaling 1.
Voor erfpachters met een woonbestemming die aan het einde van het tijdvak niet in staat
zijn de canonverhoging te financieren, anders dan wanneer zij hun erfpachtrecht zouden moeten verkopen gaat de gemeente de mogelijkheid van uitgestelde canonbetaling aanbieden. Hiervoor gelden strikte voorwaarden waaruit moet blijken dat de canonverhoging daadwerkelijk niet kan worden gefinancierd. 2. Op het moment dat het erfpachtrecht van eigenaar wisselt zal de uitgestelde canon alsnog, vermeerderd met de wettelijke rente, moeten worden voldaan. 3. Voor de gevallen genoemd onder lid 1 gelden in ieder geval dezelfde voorwaarden als genoemd onder ad II van dit besluit. Uitzondering hierop is dat het vermogen zoals genoemd onder artikel 2 lid 2 sub b niet wordt meegenomen in de vermogenstoets bij de uitgestelde betaling. Artikel 2 uitwerking van de regeling De regeling evenals de nadere voorwaarden zullen binnen de strekking van deze uitgangspunten nader worden uitgewerkt en worden na uitwerking ter besluitvorming voorgelegd, voordat erfpachters kunnen overstappen op basis van de Overstapregeling ( 1januari 2018).
11. Afkoopinstructie
I. In te trekken per 1 januari 2018 1.De afkoopinstructie vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 23 juni 2015 (Gemeenteblad 30 juli 2015, afd. 3B, nr. 185).
II. Vast te stellen per 28 juni 2017 en in te laten gaan per 1 oktober 2017 het beleid voor de afkoop van de canon :
A. Algemeen Artikel 1 Toepasselijkheid 1.
Dit besluit is van toepassing op alle erfpachtrechten, uitgegeven onder de algemene
bepalingen voor erfpacht van de gemeente Amsterdam, met uitzondering van: a.
de erfpachtrechten die zijn uitgegeven onder:
• de Voorwaarden waarop gronden in erfpacht kunnen worden uitgegeven 1896 • de Algemene Bepalingen voor tijdelijke erfpacht voor woningcorporaties 1985 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht voor woningcorporaties 1998 Amsterdam; • de Algemene Voorwaarden voor tijdelijke erfpacht in het havengebied 1992; • de Algemene Voorwaarden voor tijdelijke erfpacht in het havengebied 2007;
b.
de erfpachtrechten die zijn uitgegeven onder de Algemene Bepalingen voor voortdurend
hoofdrecht van erfpacht voor het havengebied Amsterdam 2013; c.
de erfpachtrechten die in erfpacht zijn uitgegeven onder andere dan de onder a. en b.
bedoelde algemene bepalingen dan wel algemene voorwaarden en zijn gelegen in het havengebied van Amsterdam, • die Havenbedrijf Amsterdam N.V. namens de gemeente voor eigen rekening en risico beheert, en • waarvan de percelen waarop deze erfpachtrechten betrekking hebben onder opschortende voorwaarde van het eindigen van die rechten aan het Havenbedrijf Amsterdam N.V. zijn uitgegeven onder de Algemene Bepalingen voor voortdurend hoofdrecht van erfpacht voor het havengebied Amsterdam 2013.
2. Dit besluit is ook van toepassing op erfpachtrechten, waarvan in de algemene bepalingen geen bepalingen zijn opgenomen over de mogelijkheid van afkoop van de canonverplichting voor de looptijd van het tijdelijke erfpachtrecht dan wel tijdvak van het voortdurende erfpachtrecht. Artikel 2 Definities 1.
In dit beleid wordt verstaan onder: a.
afkoopsom:
een eenmalige betaling die in de plaats komt van de nog niet vervallen canon(s). Bij voortdurende erfpacht wordt de canon afgekocht tot het einde van het (verlengde) tijdvak. Bij tijdelijke erfpachtrechten wordt de canon afgekocht tot de einddatum van het erfpachtrecht. Bij eeuwigdurende erfpachtrechten wordt de canon afgekocht voor de oneindige duur van het erfpachtrecht;
b. AB 1915, AB 1934, AB 1937, AB 1955, AB 1966, AB1994 en AB 2000: waar gesproken wordt over respectievelijk de AB 1915, AB 1934, AB 1937, AB 1955, AB 1966, AB1994 of AB 2000 wordt bedoeld: • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1915 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1934 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1937 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1955 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1966 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 1994 Amsterdam; • de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000 Amsterdam; c. AB 2016: de Algemene Bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht 2016 Amsterdam;
d. canon: het bedrag dat de erfpachter, al dan niet periodiek, aan de gemeente is verschuldigd als vergoeding voor het erfpachtrecht; e. CHET (Canonherziening einde tijdvak): bij het einde van het (in de erfpachtakte vermelde) tijdvak wordt de canon herzien. Bij de canonherziening worden de nieuwste AB voor voortdurende erfpacht van toepassing verklaard; f. discontovoet: het percentage dat wordt gebruik om de contante waarde van een toekomstige canonstroom te berekenen; g. erfpachtakte: de notariële akte waarin de rechten en plichten zijn vastgelegd die verbonden zijn aan het erfpachtrecht; h. erfpachtgrondwaarde: de waarde van het perceel, vastgesteld op basis van de in de erfpachtakte opgenomen bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vloeroppervlakte van het perceel, die ten grondslag ligt aan de berekening van de canon. Hieronder valt niet de waarde van de opstallen die op het perceel aanwezig zijn. Waar in algemene bepalingen ouder dan de AB 2016 “grondwaarde” is vermeld, wordt daar onder verstaan “erfpachtgrondwaarde”; i. indexpercentage: het percentage waarmee de canon, naar een op de doelinflatie van de ECB gebaseerde verwachting, de komende jaren zal worden geïndexeerd, gelet op de in de vigerende Algemene Bepalingen opgenomen artikelen inzake canonindexering; j.
overstap: de omzetting van een voortdurend erfpachtrecht naar een eeuwigdurend erfpachtrecht; k. projectontwikkelaarsregeling: de regeling, die kopers van nieuwbouwwoningen de keuze biedt het van de projectontwikkelaar te kopen erfpachtrecht tegen canonbetaling voort te zetten of de canonverplichting tegen betaling van een afkoopsom te voldoen. Voor eeuwigdurende erfpacht is deze regeling opgenomen in het Uitgiftebeleid eeuwigdurende erfpacht 2016.
l. schaduwgrondwaarde: de grondwaarde bij aanvang van een tijdvak, welke jaarlijks aan de waardeontwikkeling van het geld wordt aangepast overeenkomstig een door Burgemeester en Wethouders vastgestelde instructie;
B. Afkoop van de canon van eeuwigdurende erfpachtrechten Artikel 3 Afkoop van de canon 1. Als op een erfpachtrecht algemene bepalingen voor eeuwigdurende erfpacht van toepassing zijn, wordt de afkoopsom berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: A : de afkoopsom; C : het op het moment van aanvraag geldende bedrag van de canon; P : het op het moment van aanvraag geldende canonpercentage voor eeuwigdurende erfpacht. 2.
Bij nieuwe gronduitgifte is de afkoopsom gelijk aan de erfpachtgrondwaarde. Ook
wanneer afkoop plaatsvindt in de eerste twee jaar nadat nieuwe gronduitgifte heeft plaatsgevonden, is de afkoopsom gelijk aan de erfpachtgrondwaarde waartegen het erfpachtrecht is uitgegeven. 3. Als de afkoopsom (A) bij toepassing van de formule in lid 1 lager zou zijn dan het bedrag van de erfpachtgrondwaarde op basis waarvan het erfpachtrecht bij de eerste gronduitgifte is uitgegeven in voortdurende dan wel in eeuwigdurende erfpacht, dan is de afkoopsom (A) gelijk aan het bedrag van die erfpachtgrondwaarde. 4. Wanneer sprake is van een “projectontwikkelaarsregeling” zoals bedoeld in artikel 3 van het Uitgiftebeleid eeuwigdurende erfpacht 2016, vastgesteld door de Gemeenteraad op 22 juni 2016, is, gedurende de looptijd van deze “projectontwikkelaarsregeling”, de afkoopsom gelijk aan de erfpachtgrondwaarde waarop de canon bij uitgifte is gebaseerd. Wanneer de afkoopsom wordt voldaan voordat de periode waarvoor de canon is betaald is verstreken,
wordt op de afkoopsom de door de projectontwikkelaar aan de gemeente betaalde canon in mindering gebracht naar rato van de nog niet verstreken periode waarvoor de canon is voldaan. 5.
Indien afkoop plaatsvindt van de canon van een naar de AB2016 overgestapt
erfpachtrecht, waarvoor tot de in de erfpachtakte opgenomen einddatum van het tijdvak van het oorspronkelijke voortdurende erfpachtrecht, een andere canon van toepassing is dan de eeuwigdurende canon, wordt de afkoopsom berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: A : de afkoopsom; AT.: de afkoopsom voor de resterende periode tot de einddatum van het oude tijdvak, zoals bedoeld in artikel 4 van dit besluit. Indien de afkoopsom voor het oude tijdvak was afgekocht, is AT gelijk aan nul. C : het voor inflatie gecorrigeerde bedrag van wat de eeuwigdurende canon zou zijn op het moment van afkoop; P : het actuele canonpercentage voor eeuwigdurende erfpacht; i : het indexpercentage voor de betreffende canonsoort, zoals de gemeente vaststelt voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan; d : de disconteringsvoet, zoals de gemeente vaststelt voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan; t : het aantal jaren tussen het moment van vooruitbetaling, en de datum wanneer de eeuwigdurende canon gaat gelden Indien AT niet gelijk is aan nul, kan de afkoopsom (A) bij toepassing van de formule in dit lid niet lager uitvallen, dan het bedrag van de erfpachtgrondwaarde op basis waarvan het erfpachtrecht bij de eerste gronduitgifte is uitgegeven.
6.
Indien afkoop plaatsvindt van de canon van een naar de AB2016 overgestapt
erfpachtrecht, waarbij alleen de canon wordt afgekocht voor de periode vanaf de in de erfpachtakte opgenomen einddatum van het tijdvak van het oorspronkelijke voortdurende erfpachtrecht, wordt de afkoopsom berekend door toepassing van de formule, zoals is opgenomen in lid 5 van dit artikel, waarbij voor AT een bedrag gelijk aan nul wordt genomen. 7. Wanneer een erfpachtrecht met AB 2016 wijzigt in de gevallen die zijn genoemd in artikel 20 lid 1a van de AB 2016, kan dat een canonherziening tot gevolg hebben. Wanneer de canon vóór deze herziening voor de duur van het erfpachtrecht is afgekocht, is de erfpachter een afkoopsom verschuldigd voor de canonwijziging als gevolg van de door de erfpachter gevraagde wijziging van het erfpachtrecht. De aanvullende afkoopsom is gelijk aan de wijziging van de erfpachtgrondwaarde, die ten grondslag ligt aan de canonwijziging. 8.
Wanneer een erfpachtrecht met AB 2016 wijzigt, zoals bedoeld is in lid 7, waarbij de canon
tot de in de erfpachtakte opgenomen einddatum van het tijdvak van het oorspronkelijke voortdurende erfpachtrecht was afgekocht, maar waarbij de canon voor de periode daarna niet is afgekocht, moet voor de canonwijziging, voor de periode waarvoor is afgekocht, een aanvullende afkoopsom worden voldaan. Deze aanvullende afkoopsom wordt berekend op de wijze van artikel 4 lid 3 van deze instructie.
C. Afkoop van de canon van tijdelijke en voortdurende erfpachtrechten Artikel 4 Afkoop voor de resterende looptijd van een tijdvak van 50 of 75 jaar onder algemene bepalingen voor tijdelijke en voor voortdurende erfpacht 1. De afkoopsom die de erfpachter is verschuldigd bij vooruitbetaling van de canon voor de resterende periode van het lopende tijdvak van 50 of 75 jaar, wordt berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: AT : de afkoopsom voor het lopende tijdvak;
C : het bedrag van de jaarlijkse canon die geldt zes maanden voor het moment van de afkoop. In de volgende gevallen wordt hiervan afgeweken: - als sprake is van toepassing van de ingroeiregeling bij CHET naar een nieuw AB2000-tijdvak, wordt voor de factor “C” het bedrag van de niet-gereduceerde jaarlijkse canon genomen; - als sprake is van een 10-jaar vaste canon of een 25-jaar vaste canon onder de AB 2000, wordt voor de factor “C” genomen: de schaduwgrondwaarde, vermenigvuldigd met het canonpercentage ten behoeve van de afkoop van 10- of 25-jaar vaste canons onder de AB2000; dit canonpercentage wordt door de gemeente vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan f : een factor voor de correctie van de afwijkende canonindexering. De factor f = 1,00 voor de indexcanons onder AB 1937, 1955, 2000 en vaste canon onder AB1966 en AB1994. Voor canons onder AB 1966 en 1994 stelt de gemeente de factor f jaarlijks vast; i : het indexpercentage voor de betreffende canonsoort, geldend zes maanden voor het moment van de afkoop; d : de disconteringsvoet, geldend zes maanden voor het moment van de afkoop; t : het aantal jaren van vooruitbetaling in het lopende tijdvak J : een correctiefactor voor het gegeven dat de canon voor voortdurende erfpacht in twee halfjaarlijkse termijnen wordt geïnd. Deze factor wordt berekend door toepassing van de formule:
2. De onder lid 1 genoemde afkoopsom kan niet lager uitvallen dan een minimumgrens. Dit wordt berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: AR : de minimumgrens voor de afkoopsom AT zoals bedoeld onder lid 1; B : de erfpachtgrondwaarde die is opgenomen in de administratie van de gemeente Amsterdam; t : het aantal jaren van vooruitbetaling in het lopende erfpachttijdvak;
L : de totale looptijd van het voortdurende tijdvak, dan wel van het tijdelijke erfpachtrecht.
3. Als een voortdurend of tijdelijk erfpachtrecht tijdens het erfpachttijdvak respectievelijk de looptijd van het recht wijzigt, kan dit een herziening van de canon tot gevolg hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval als de bestemming of bebouwing wijzigt. Als de canon is afgekocht, moet voor de periode waarvoor is afgekocht, voor de canonwijziging een aanvullende afkoopsom worden voldaan. Deze aanvullende afkoopsom wordt berekend door toepassing van de formule, genoemd in lid 1 van dit artikel, waarbij voor C de canonwijziging wordt genomen. Bij toepassing van lid 1 kan de factor “t” groter zijn dan 75 indien sprake is van wijziging van een verlengd afgekocht recht onder AB1994. 4. Wanneer sprake is van een nieuwe gronduitgifte onder AB2000, waarvan de AB2000 zijn overeengekomen vóór 1 juli 2016, is de afkoopsom voor een 50-jarig tijdvak gelijk aan de in de uitgifte-akte opgenomen erfpachtgrondwaarde. Indien sprake is van de bestemming “koopwoning” en in de erfpachtovereenkomst is opgenomen dat de Projectontwikkelaarsregeling van toepassing is, dan prevaleert de overeengekomen Projectontwikkelaarsregeling boven hetgeen in deze instructie is opgenomen. 5. Wanneer sprake is van toepassing van de ingroeiregeling bij CHET naar een nieuw AB2000-tijdvak, wordt de afkoopsom, bedoeld in lid 1, verlaagd met de factor R.
Dit kan alleen in de eerste twee jaren na ingang van een nieuw voortdurend tijdvak, wanneer de ingroeiregeling onderdeel uitmaakte van de aanzegging en/of aanbieding tot canonherziening. De factor R wordt berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: R : de reductie op de afkoopsom vanwege de ingroeikorting; h1 : het bedrag van ingroeikorting in het eerste jaar na het moment van canonherziening. Dit bedrag kan niet kleiner dan 0 euro zijn; h2 : het bedrag van ingroeikorting in het tweede jaar na het moment van canonherziening. Dit bedrag kan niet kleiner dan 0 euro zijn indien de in dit lid bedoelde afkoop plaatsvindt binnen de eerste twee jaren van het herziene tijdvak, wordt de in dit lid bedoelde formule toegepast voor dat gedeelte van de ingroeikorting, waarop de erfpachter, op het moment van afkoop, nog recht heeft.
Artikel 5 Afkoopsom voor een verlengd tijdvak onder AB 1994 1. Verlenging van een tijdvak volgens artikel 11 van de AB 1994 is alleen mogelijk voor erfpachtrechten waarop de AB 1994 van toepassing zijn. Deze verlenging kan met maximaal 50 jaar en is slechts eenmaal mogelijk. Bij verlenging moet de canon worden afgekocht tot de nieuwe einddatum van het tijdvak. 2. De afkoopsom die is verschuldigd bij het ingaan van de periode van vooruitbetaling over een verlengd tijdvak, wordt opgeteld bij de afkoopsom voor het lopende tijdvak door toepassing van de volgende formule:
waarin voorstelt: AV : de afkoopsom voor het verlengde tijdvak; EPGW : de actuele erfpachtgrondwaarde voor bestaande erfpacht, die volgt uit het gemeentelijke grondprijsbeleid en geldt zes maanden voor het moment dat de afkoopsom wordt voldaan; p : het canonpercentage met betrekking tot de verlengde afkoop, zoals de gemeente heeft vastgesteld voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan; i : het indexpercentage voor de betreffende canonsoort, geldend zes maanden voor het moment van de afkoop; d : de disconteringsvoet, geldend zes maanden voor het moment van de afkoop; tv : het aantal jaren tussen het moment dat de afkoopsom wordt voldaan en de einddatum van de verlengde afkoopperiode; n : het aantal jaren tussen het moment dat de afkoopsom wordt voldaan en de einddatum van het lopende erfpachttijdvak;
3.De afkoopsom voor het verlengde tijdvak (AV) zoals bedoeld in lid 2, mag niet lager uitvallen dan een drempelbedrag dat de gemeente jaarlijks vaststelt. Voor het kalenderjaar 2017 is dit drempelbedrag vastgesteld op € 1.738. Voor de daarop volgende jaren wordt dit drempelbedrag
bepaald door de ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) met betrekking tot de reeks ‘Alle huishoudens’. Dit cijfer geeft het prijsverloop weer van het pakket goederen en diensten dat alle huishoudens in Nederland gemiddeld aanschaffen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) of, bij afwezigheid daarvan, een ander onafhankelijk instituut maakt de consumentenprijsindexcijfers bekend. De gemeente berekent de drempel door toepassing van de volgende formule:
waarin voorstelt:
D. Van toepassing op alle erfpachtrechten Artikel 6 Afkoop vóór aanvang nieuw tijdvak door overstap of canonherziening Wanneer de erfpachter de afkoopsom bij overstap, conversie of canonherziening einde tijdvak vóór de ingangsdatum van het nieuwe tijdvak voldoet, zodat afkoop en ingaan nieuw tijdvak in één akte door de notaris kan worden opgesteld, wordt het verschuldigde bedrag verlaagd met een bedrag dat wordt berekend door toepassing van de formule:
waarin voorstelt: V : de verlaging van de afkoopsom als gevolg van de eerdere datum waarop de afkoopsom is verschuldigd; AT : de afkoopsom zoals bedoeld in lid 1 van artikel 4 van dit besluit;
i : het indexpercentage voor de betreffende canonsoort, zoals de gemeente vaststelt voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan; d : de disconteringsvoet, zoals de gemeente vaststelt voor het kalenderjaar waarin de afkoopsom wordt voldaan; tx : het aantal jaren tussen het moment waarop de afkoopsom verschuldigd is en de ingangsdatum van de nieuwe eeuwigdurende erfpachtperiode. Artikel 7 Afronding verschuldigde afkoopsom De afkoopsom wordt afgerond op hele euro’s. Artikel 8 Aanbieding, besluit en notariële vastlegging van de afkoop 1.
Aan een eeuwigdurende afkoop, dan wel een afkoop tot einde tijdvak, dan wel een
verlengde afkoop, gaat een schriftelijke aanbieding van de gemeente vooraf. Dit is een aanbieding onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring (artikel 8 lid 2). Slechts wanneer de erfpachter deze aanbieding volledig en onvoorwaardelijk, schriftelijk accepteert, komt de overeenkomst tot stand onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring. De bestuurlijke goedkeuring of de onthouding daarvan vindt plaats met een besluit van het bevoegd bestuur (artikel 8 lid 3). Door een goedkeurend bestuurlijk besluit komt het voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring te vervallen en treedt de overeenkomst in werking. De afkoop wordt vervolgens vastgelegd in een erfpachtakte of een notariële verklaring. 2.
In deze aanbieding staan in ieder geval: a.
het perceel, de kadastrale aanduiding en, voor zover bekend, de plaatselijke aanduiding
b.
de algemene bepalingen, de jaarlijkse canon en het canontype;
c.
het bedrag van de afkoopsom;
d.
de einddatum van het tijdvak (als dat van toepassing is);
e. indien sprake is van verlengde afkoop onder de AB1994: de verlenging van het tijdvak, en de nieuwe einddatum van het tijdvak f.
de ingangsdatum van de afkoop;
g.
de geldigheidsduur van de aanbieding;
h.
het voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring.
3.
De gemeente neemt pas een bestuurlijke besluit tot afkoop nadat de erfpachter de
aanbieding schriftelijk, volledig en onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd. 4. Indien sprake is van eeuwigdurende afkoop onder de AB2016, wordt de afkoop vastgelegd in een notariële akte 5.
Indien sprake is van een afkoop tot het einde van het lopende erfpachttijdvak van een
tijdelijk of voortdurend erfpachtrecht, kan de afkoop worden vastgelegd in een notariële verklaring. 6. Indien sprake is van een verlengde afkoop onder de AB1994, waarbij de einddatum van het lopende erfpachttijdvak wijzigt, wordt de afkoop vastgelegd in een notariële akte. 7.
De onder leden 4, 5 of 6 genoemde notariële akte of notariële verklaring kan niet eerder
worden gepasseerd, dan nadat het bedrag van de afkoopsom door de gemeente is ontvangen. 8. In de onder leden 4, 5 of 6 genoemde notariële akte of notariële verklaring, worden opgenomen: • het perceel, de kadastrale aanduiding en, voor zover bekend, de plaatselijke aanduiding • de algemene bepalingen, de jaarlijkse canon en het canontype; • het bedrag van de afkoopsom; • de ingangsdatum van de afkoop; • indien sprake is van verlengde afkoop onder de AB1994: de verlenging van het tijdvak, en de nieuwe einddatum van het tijdvak • en, indien andere Algemene Bepalingen dan de AB2016 van toepassing zijn: de einddatum van het tijdvak (dan wel de einddatum van het erfpachtrecht).
Artikel 9 Ingangsdatum van de periode van de afkoop 1.
De periode van afkoop kan, voor erfpachtrechten met de AB 2016, alleen ingaan op de
eerste dag van een maand. 2.
De periode van afkoop kan voor erfpachtrechten met andere Algemene Bepalingen dan de
AB2016 alleen ingaan op een vervaldag van een canontermijn. Het is alleen toegestaan om een afkoopsom overeen te komen voor een periode die ingaat op een vervaldag binnen zes maanden na het accepteren van de aanbieding.