Bijlage 1 Zienswijzebrief Adam 1eBWVRA
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Datum 24 januari 2023 Pagina 1 van 4 Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de Vervoerregio Amsterdam T.a.v. portefeuillehouders Financiën G.C.W.M.P. Slegers en Verkeer & Vervoer drs. M. Ruigrok Postbus 626 1000 AP AMSTERDAM
*Z005C6AA417*
Datum
24 januari 2023 V&OR/UIT/ Uw kenmerk 020/ Behandeld door M. Voncken, V&OR-FAIR, 06-38601879, m.voncken@amsterdam.nl / Kopie aan Ons kenmerk
Onderwerp
Zienswijze gemeente Amsterdam op 1e Begrotingswijziging 2023
Geachte mevrouw Ruigrok en heer Slegers, beste Marja en Gerard, Op 28 november 2022 ontvingen wij de 1e Begrotingswijziging 2023 van de Vervoerregio. De gemeenteraad werd daarbij verzocht om per 3 februari 2023 een zienswijze af te geven. Met de reguliere aanlevertermijnen en het kerstreces is het niet mogelijk dat de raad al op 3 februari een zienswijze verstrekt. Evenals vorige keren geven wij als college daarom een zienswijze af, onder voorbehoud van instemming door de raad. Bij eventuele afwijkende besluitvorming door de gemeenteraad wordt u daarover uiteraard geïnformeerd. Het college heeft met belangstelling kennisgenomen van uw 1e Begrotingswijziging. We zijn verheugd om te constateren dat het Bestuursakkoord 2022 in de 1e Begrotingswijziging verwerkt is, en de begroting daarmee een breed gedragen inhoudelijk fundament heeft. Daarnaast biedt het comfort dat u de VRA-bijdragen aan de afspraken die in het BO MIRT van 11 november 2022 met het Rijk zijn gemaakt nu al volledig in de meerjarenbegroting kunt dekken. Daarnaast complimenteren we u voor de aangename leesbaarheid van de begroting, de heldere toelichting op de ontwikkeling van baten, lasten en (BDU-)saldo, waarbij u ook open aangeeft waar nog onzekerheden of uitdagingen liggen. Dank ook voor het creëren van draagvlak met deze zienswijzeprocedure voor de uitvoering van uw plannen.
De belangrijkste financiële gevolgen van beleidswijzigingen uit onder meer het Bestuursakkoord in deze 1e Begrotingswijziging zijn: Concessies (flankerende maatregelen bij tariefstijgingen en meerjarige ophoging van het OV-herstelfonds). Het openbaar vervoer heeft te maken met een daling van het aantal reizigers, forse prijsstijgingen en personele krapte. Deze ontwikkelingen hebben invloed
Gemeente Amsterdam
Datum 24 januari 2023 Pagina 2 van 4
op de kosten van de concessies. De vervoerders zijn verantwoordelijk voor de herstelplannen die haalbare oplossingen moeten bieden. De Vervoerregio helpt hen bij het zoeken naar een goede balans tussen financiële mogelijkheden en het zoveel mogelijk gelijk houden van het openbaar vervoer aanbod, Voor 2023 rekening houden met hetzelfde percentage aan indexatie als waarmee de BDUinkomsten voor 2022 door het Rijk geïndexeerd zijn. Dat verhoogt de BDU-inkomsten in 2023, het budget van de Investeringsagenda (projecten, ophoging om aan juridische afdwingbare afspraken te kunnen voldoen) en genereert extra ruimte voor de uitvoering van het AMRI-contract voor beheer en onderhoud van de railinfrastructuur (voorheen BORI/MVP), Bijdragen aan de schaalspronginvesteringen Zuidasdok en verlengen metrolijnen, zoals overeengekomen in het BO MIRT van 11 november. Daarvoor is een schaalsprong (groei) van het openbaar vervoer een voorwaarde. De Vervoerregio levert hier als vervoersautoriteit een stevige extra bijdrage aan van € 145 miljoen, bovenop de eerder al in de meerjarenbegroting verwerkte bijdrage van € 225 miljoen.
Het zwaartepunt van deze zienswijzebrief ligt bij de problematiek rond de hoge inflatie, de afgenomen reizigersvraag en het in stand houden van het OV-netwerk, en de groeiende stad (mobiliteitsinvesteringen). In het vervolg van deze zienswijze gaan we in op de volgende punten: a. Stijgende prijzen b. Afnemende vraag en in stand houden OV-netwerk c. Groeiende stad met gelijkblijvende dekking d. Samen beleid maken e. Overprogrammering f. Risico’s en weerstandsvermogen. a. Stijgende prijzen 1) Ter dekking van de (extreme) inflatie heeft u het investeringsbudget in 2023 met € 6 miljoen verhoogd; en in 2024 met nog eens € 5 miljoen. Voor 2022 is rekening gehouden met ophoging van de budgetten als gevolg van prijsstijging met 3,85% op de Investeringsagenda (€ 4,8 miljoen). De verhoging van het investeringsbedrag 2023 (van € 140 miljoen) voor inflatie lijkt hiermee ver achter te blijven bij de feitelijke inflatie/ontwikkeling van de GWW-prijsindex (Grond-, Weg en Waterbouw). Ter vergelijking, de gemeente Amsterdam heeft haar budgetten voor projecten opgehoogd met 11,6% voor 2022 en 5% voor 2023. In 2023 wordt bekeken wat er dan nog nodig is. Dit betekent dat de deelnemende gemeenten door de inflatie niet alleen hun eigen bijdrage aan investeringsprojecten moeten verhogen, maar ook het deel van de Vervoerregio moeten betalen dat de Vervoerregio niet vergoedt.
Deze beweging zien wij in de praktijk ook bij individuele projecten. Dit kan per project verschillend zijn op basis van de gemaakte afspraken voor vergoeding van de prijsstijgingen. Wij achten dit ongewenst. Vervoerregio en gemeente verkeren in dezelfde positie. Beide krijgen minder compensatie dan de feitelijke inflatie, dus we zullen samen moeten kiezen en prioriteren. De tegenvaller door de inflatie willen we samen eerlijk verdelen. 2) Indexatie door het Rijk genereert extra ruimte voor de uitvoering van het AMRI-contract voor beheer en onderhoud van de railinfrastructuur (voorheen BORI/MVP). Het lijkt waarschijnlijk dat indexatie door het Rijk lager is dan de inflatie, waardoor een tekort
Gemeente Amsterdam
Datum 24 januari 2023 Pagina 3 van 4
ontstaat op het budget voor beheer en onderhoud voor railinfrastructuur. In de 1e Begrotingswijziging 2023 is niet vermeld wat de gevolgen van dit waarschijnlijke tekort zijn. 3) Op dit moment is er in het meerjaren beeld enige vrije, nog te verdelen ruimte. Daartegenover staan forse ambities, stijgende prijzen en openbaar vervoer dat op zoek is naar een nieuw vervoerkundig en financieel evenwicht. Als er nieuw beleid wordt gemaakt, zal dat door fasering of herprioritering van bestaande programmering moeten komen. b. Afnemende vraag en in stand houden netwerk 1) Vervoerders worden geholpen bij het zoeken naar een goede balans tussen financiële mogelijkheden en het zoveel mogelijk gelijk houden van het openbaar vervoer aanbod. In 2023 gebeurt dit door het omzetten van de bestaande Beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV) naar een Transitievergoeding OV (TVOV). Vanaf 2024 vervalt deze vergoeding waarschijnlijk. Daarom wordt in 2024 een bedrag van € 15 miljoen met daarna een jaarlijks afnemend bedrag als herstelbudget opgenomen, om in te zetten indien dit noodzakelijk is. De Vervoerregio is met de vervoerders overeengekomen dat zij maandelijks de reizigersontwikkelingen in relatie tot het aanbod met de Vervoerregio delen. Iedere vier maanden wordt daarnaast gekeken of het vervoeraanbod moet worden bijgesteld. Bij groei wordt opgeschaald.
De concessie-eisen zoals vervoerplicht gelden ook onder de TVOV. Hiermee houdt de Vervoerregio vast aan de lange termijn resultaatverbetering van het GVB, alsof corona geen structureel effect heeft op de vraag. Dat ziet Amsterdam als financieel risico (de geplande verlaging van het budget voor de concessie GVB is niet haalbaar) of als risico voor de dienstverlening (lagere frequenties of minder fijnmazig). c. Groeiende stad met gelijkblijvende dekking 1) Het Multimodaal Toekomstbeeld schetst de woningbouwopgave, waarbij tot 2030 maar liefst 175.000 woningen worden bijgebouwd in de MRA. Dit vraagt om een passende planning van investeringen richting de gebieden die in ontwikkeling zijn, zodat daar bij de oplevering van de eerste woningen OV, naast fiets en verplaatsing te voet, al een aantrekkelijk middel zijn voor de dagelijkse verplaatsingen. Een onvoldoende aanbod van deze modaliteiten in deze gebieden zal ertoe leiden dat bewoners terugvallen op het gebruik van de auto. Wij vinden het dus belangrijk dat we samen overeenstemming bereiken over welke investeringen we wel of niet doen. 2) Zoals u schrijft in de brief aan de Regioraad zijn bij het BO MIRT successen geboekt, maar zijn niet alle aanvragen toegekend. U meldt dat de toegekende rijksbijdragen voor de woningbouwversnelling relatief laag zijn én taakstellend.
Het risico bij overschrijdingen ligt dus volledig bij de regio (Vervoerregio, gemeenten en provincie). Beide zaken maken dat we komend voorjaar keuzes moeten maken tussen projecten, en/of in de fasering. Niet alle projecten kunnen in voorbereiding blijven (met bijbehorende kosten). Ambtelijk werken Vervoerregio en gemeente Amsterdam al nauw samen om deze keuzes aan beide besturen voor te leggen. d. Samen beleid maken 1) Niveau van beleidssuggesties duurzaamheid: De Vervoerregio besteedt veel aandacht aan het thema duurzaamheid, zoals biodiversiteit, circulair en innovatief materiaalgebruik en
Gemeente Amsterdam
Datum 24 januari 2023 Pagina 4 van 4
klimaat adaptief. In het huidige Bestuursakkoord worden beleidsdoelen op dit gebied benoemd, zonder dat deze nader uitgewerkt zijn of een grote aanwezigheid hebben in de begroting. Het is wenselijk dat de 1e Begrotingswijziging gebaseerd is op concrete (cijfermatig onderbouwde) ambities op het gebied van duurzaamheid die doorvertaald worden naar begrotingsposten. De vraag is om doelstellingen op het gebied van duurzaamheid concreet te benoemen in de begrotingstoelichting en deze cijfermatig onderbouwd terug te laten komen in de begroting. De Vervoerregio verwacht in de loop van 2023 meer kwantitatieve beleidsdoelstellingen omtrent biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulariteit te hebben. Het zou mooi zijn als deze dan ook financieel navolgbaar en qua prioriteit van betreffende projecten, vertaald worden in de begroting. e. Overprogrammering 1) In de begroting is voor 2023 een investeringsbedrag van € 140 miljoen opgenomen. Voor 2023 staat voor € 169 miljoen aan projecten geprogrammeerd in het Uitvoeringsprogramma Mobiliteit. De overprogrammering op begrotingsbasis in 2023 bedraagt dus 21% (169/140). In 2022 bedroeg dit percentage 23%. Dit percentage is inclusief planstudies, verkenningen en initiatieven. Er wordt voor € 71 miljoen aan opgaven en projecten doorgeschoven van 2022 naar 2023.
Overprogrammering als instrument om de begrotingsdoelstellingen te halen is een goed instrument. Het percentage kan eventueel nog verhoogd worden. Voor 2022 werd een percentage van 23% verwacht dat zou doorschuiven naar 2023 terwijl dit 47% geworden is (71/152). De Vervoerregio kan samen met de gemeente Amsterdam kijken of projecten binnen de programmering eerder uitgevoerd kunnen worden. f. Risico’s en weerstandsvermogen 1) Het in de begroting beschreven risicoprofiel van de Vervoerregio is stabiel ten opzichte van de vorige begroting. De inschatting van de benodigde weerstandscapaciteit in 2023 is nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van 2022. Wij zouden graag een wat uitgebreidere analyse over de ontwikkeling van het risicoprofiel zien. Wij vragen om een paragraafje met een update van het risicoprofiel van de Vervoerregio t.o.v. de eerder ingediende begroting 2022. Bovenstaande punten laten zien dat bij de hoge inflatie, de afgenomen reizigersvraag, de wens om het OV-netwerk in stand te houden en de groeiende stad (mobiliteitsinvesteringen) zowel de gemeente Amsterdam als de Vervoerregio voor uitdagingen staan. Wij roepen op om in dit kader samen te werken en te prioriteren. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, en zien – waar van toepassing – uit naar uw reactie ten behoeve de behandeling van de 1e Begrotingswijziging in de Regioraad.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Femke Halsema Burgemeester
Peter Teesink Gemeentesecretaris