Bijlage 1_ ZICHT OP KANSEN II adviesrapport.pdf
Tekst van het document
Ook locatie Bos en Lommer wil insteken op betere arbeidsvoorbereiding van studenten, via hybride leren/op locatie lesgeven aan groepen studenten en daarnaast, net als Noord, via de inrichting van praktijklokalen in de school de opleiding praktijkgerichter en arbeidsmarktrelevanter maken. De locatie probeert het arbeidsmarktperspectief zichtbaar te maken voor studenten door een prikbord met stageplekken. Ook deze locatie staat open voor leren van ervaringen elders. De locatie Javaplantsoen ziet veel kansen in een betere organisatie van de stage. Dan gaat het vooral om het opbouwen en goed informeren van een gevarieerd netwerk van (grote) bedrijven met passende en perspectiefvolle plekken met daar tegenover begeleiding vanuit de Plus, waarop meer structureel en voor groepen studenten een beroep kan worden gedaan. Een bpv-coördinator voor heel Campus Start16 zou wenselijk zijn. De locatie noemt een aantal ideeën om het voor bedrijven aantrekkelijker te maken, die variëren van belastingvoordeel tot sponsoring tot het toekennen van awards. De gemeente als werkgever zou zich meer bewust kunnen zijn van stage- en baanmogelijkheden in haar eigen organisatie.
Ook ziet de locatie bredere kansen zowel binnen als buiten de opleiding, zoals een centralere rol van LOB in het onderwijs, het inzetten van oud-studenten als rolmodel, voor huidige studenten het verkennen van praktijkverklaringen voor Plusstudenten die van het praktijkonderwijs komen en werken aan een positief imago van Plusjongeren. Locatie De Eendracht benoemt meerdere sporen waarlangs verbetering van arbeidsmarktkansen kan plaatsvinden. Eén spoor omvat de organisatie en tijd voor begeleiding van stages die meer perspectief 15
MAS is een organisatie die verrijkingsprogramma’s biedt aan jongeren om in een veilige omgeving vaardigheden op te doen als voorbereiding voor een stage. Zie https://www.mas-dienstverleners.nl/ 16 Op Campus Start van ROC wordt entree- en niveau 2 onderwijs aangeboden op de vier Amsterdamse Plusscholen en locatie Wibautstraat.
20
bieden op een baan(garantie), waarin naast de gemeente (bieden van plekken) ook SBB een rol zou kunnen spelen door meer mee te denken over de erkenning van leerwerkplekken voor deze doelgroep. Een ander spoor is studenten door het verlengen/uitbreiden van de Plusschool naar een hoger opleidingsniveau brengen. Een derde spoor is gericht op uitstroom en daarna: een job/werkcoach op de locatie bijvoorbeeld zou kunnen ondersteunen bij zoeken naar passend werk of een vervolgtraject. Daarnaast zouden jongerenwerkers per locatie of een (loopbaan)regisseur als casemanager jongeren na uitstroom kunnen blijven volgen; de overstapmomenten kunnen bewaken en blijven kijken wat jongeren nodig hebben. Locatie ROC op Maat/West vermeldt eveneens de uitbreiding van het aanbod aan passende stage- en werkplekken (inclusief bij de gemeente), betaalbare beschermde stageplekken en beschermde werkplekken. Daarin zou bijvoorbeeld een koppeling tussen een stagemakelaar en een leerwerkcoach met overzicht van alle bedrijven die voor de gemeente werken een rol kunnen spelen in de werving van bedrijven die aanbod hebben voor deze jongeren. Daarnaast wordt uitbreiding van de begeleiding op de stageplek als kans gezien en het trainen van praktijkbegeleiders in het begeleiden van Plusjongeren.
Een kans ligt ook bij het meer inzichtelijk maken van welke trajecten er zijn voor studenten die klaar zijn op de locatie maar nog niet klaar voor werk. Ook hecht de locatie aan een betere aansluiting, overdracht en terugkoppeling door instanties (waaronder het Jongerenpunt) die met een jongere verder gaan -in afstemming met de AVG- en het beter benutten van de ervaring en kennis van de Plus daarbij. Locatie ROC op Maat/Zuid Oost tenslotte benoemt ook een aantal binnen- en buitenschoolse verbeteringen. Binnenschools zou de stage -zeker op niveau 1- meer ingezet kunnen worden als middel om aan een baan te komen. De locatie hecht sterk aan het betrekken van jongeren bij het aanbod van het onderwijs. Meer praktijkleren is een wens, zo ook meer structurele en betaalbare leerwerkplekken/-trajecten voor jongeren die school niet redden, maar wel gebaat zijn bij leerwerktrajecten met een goede begeleiding en structuur en daarnaast uitbreiding van stageplekken met goede begeleiding. Daarnaast ziet de locatie mogelijkheden in het verlengen van de opleidingsduur van de entreeopleiding om de oriënterende functie ervan beter tot zijn recht te laten komen (dat is al mogelijk) en in uitbreiding van de Plus/Plusbegeleiding naar niveau 3 en 4.
Verder is volgens de locatie een kansrijke actie om studenten na de overstap naar werk te blijven ondersteunen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat een oud-student zijn werk kwijt raakt. Dat geldt ook voor de overstap naar een vervolgopleiding, zeker als dat samenhangt met ‘shopgedrag’. De locatie benoemt ook een aantal grotere kwesties, zoals het verbreden van het aanbod om meer Amsterdamse jongeren die gebaat zouden zijn met de Plusaanpak te bereiken, en bijvoorbeeld het investeren in lessen psychische gezondheid. Nagenoeg alle locaties noemen (het gelijktrekken van) stagevergoedingen als motiverende factor voor jongeren. Bijna alle locaties geven expliciet aan mogelijkheden te zien om samen op te trekken.
4.2
Kansen/acties voor verbetering naar thema geordend
De mogelijkheden die de locaties zien, zijn te ordenen naar een aantal themagebieden: Jongeren meer motiveren en beter toerusten voor stage/werk door het aanbod ✔ Een belangrijke rol is daarin weggelegd voor de stage als potentiële opstap naar een baan, wat een sterke(re) koppeling impliceert van de stage met arbeidsmarktperspectief. Verder worden kansen genoemd als een betere toerusting van studenten door meer (beroepsgerichte) praktijk op school, verdere professionalisering van docenten, de inrichting van praktijklokalen, door bedrijven de school in te halen, trainingen werknemersvaardigheden door het Jongerenpunt te laten verzorgen, voorbereidende stages, LOB, meer aansluiten bij de belangstelling van jongeren, meer crebo’s bieden en/of spreiden. Stagevergoedingen (gelijktrekken) is een
21
veelgenoemde actie17. Ook het letterlijk zichtbaar maken van kansen op stage en kansen op werk voor jongeren in de school vormt een kans, naast het inzetten van oud-studenten als rolmodel voor Plusstudenten. Een specifieke vorm van beter toerusten is de kansen van jongeren te vergroten door te zorgen dat Plusjongeren naar hogere niveaus kunnen doorstromen, bijvoorbeeld door een langere opleidingsduur (entree) en een Plusvariant op niveau 3 en 4 te bieden. Uitbreiding en versterking van de organisatie voor passende stages, voor leren in de ✔ praktijk/hybride leren/leren & werken Hieronder vallen acties als een gevarieerd netwerk bouwen met passende plekken waar meerdere studenten tegelijk terechtkunnen, het versterken van de stage-organisatie, centrale coördinatie, overzicht verschaffen van bestaande mogelijkheden en trajecten, meer capaciteit voor stagebegeleiding, co-creatie, het gezamenlijk benaderen van bedrijven, werken met praktijkverklaringen/deelcertificaten, en het verzoek aan SBB om leerwerkplekken van Plusjongeren die door docenten als voldoende beoordeeld worden, te erkennen. (grote) Bedrijven/instellingen interesseren voor (stage/banen) voor deze groep ✔ Specifiek voor de werving van geschikte bedrijven zijn verschillende acties geformuleerd, zoals bedrijven meer stimulansen bieden, fiscaal voordeel gunnen als ze bijvoorbeeld baangaranties bieden.
Het goed informeren van bedrijven kan ze over de streep trekken, zo ook ondersteuning van bedrijven bij de begeleiding van Plusjongeren en bijvoorbeeld training van praktijkbegeleiders. De gemeente zou nog meer oog kunnen hebben voor interne mogelijkheden voor stages (met baangarantie) en werk. Ook zou er geïnvesteerd kunnen worden in meer beschermde stage- en werkplekken. Er zou meer overzicht kunnen komen op waar er kansen voor deze jongeren in de gemeente liggen bv door koppeling werkcoach met stagemakelaar. Locaties zouden het toejuichen als Plusjongeren een positiever imago krijgen, zodat meer bedrijven bereid zijn ze een kans te geven. Ook vragen ze aandacht voor het creëren van meer werk op niveau 2. Uitstroom, nazorg en doorlopende begeleiding ✔ Onder dit thema vallen acties als het systematischer bijhouden en volgen waar oud-studenten blijven, door bijvoorbeeld een uitstroomcoördinator of een jobcoach, een betere aansluiting met vervolgbestemmingen door warme overdracht, betere benutting van de ervaring en kennis van de Pluslocaties, instanties (eerder) binnen de school halen, de inzet van werk/jobcoaches in de school. Een veelgehoorde kans is langer doorlopende begeleiding naar werk en vervolgopleiding, bijvoorbeeld via een casemanager of loopbaanregisseur (op meerdere levensgebieden), die oud-studenten blijft volgen.
Onder deze noemer vallen ook acties om ‘shopgedrag’ van studenten te voorkomen.
17
Dit is een actie die feitelijk buiten de invloedssfeer van scholen ligt, en landelijke actie vergt. Overigens vormt de intentie om een pact te sluiten tussen overheid, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven om te zorgen dat elke mbo-student een stage en een passende vergoeding krijgt onderdeel van het coalitieakkoord 2021-2025.
22
Winst mogelijk door een gezamenlijke aanpak Op alle Pluslocaties wordt met veel inzet gewerkt aan het realiseren van (nieuw) perspectief voor Plusjongeren en alles wat daarbij komt kijken. Daarmee opereren ze in een spanningsveld van wat dagelijks urgent is, wat nodig en wat haalbaar is. Vanuit hun verantwoordelijkheidsgevoel en de wens om elke jongere zo goed mogelijk op weg te helpen, zien de Pluslocaties veel kansen en is hun grondhouding altijd meer te willen betekenen voor Plusjongeren. De beschikbare tijd en menskracht staan daarmee continu onder druk. Waar veel activiteiten nu door elke locatie voor zich worden uitgevoerd, kan ‘slimmer’ organiseren en krachtenbundeling van en voor de locaties toegevoegde waarde bieden. Voor een deel noemen de locaties ‘eigen’ acties. Een deel van de genoemde acties overlappen en lenen zich voor samen optrekken als Pluslocaties. Daar kan dus winst te behalen zijn door een gezamenlijke aanpak van of voor de Pluslocaties.
We noemen hier: o Bouwen van een Plusnetwerk: gezamenlijke benadering en werving van bedrijven, instellingen en organisaties passende (stage/leerwerk-)plekken voor Plusjongeren, waaronder bedrijven en organisaties waar meerdere Plusjongeren tegelijk terecht kunnen o Het aanleggen van een gezamenlijk bestand/database/overzichten van leerwerkplekken, stageplekken en projecten o Delen van informatie over kansen op stage en werk o Centraliseren van stage-/bpv-coördinatie o Samenwerking rond het aanbod aan crebo’s o Samenwerking rond uitstroom en nazorg (w.o. registratie, centrale uitstroom coördinator).
23
Stroomschema - Wegen naar werk
24
5. Kansen op de (Groot-) Amsterdamse arbeidsmarkt In dit hoofdstuk wordt op basis van arbeidsmarktinformatie en -onderzoek een beeld geschetst van kansrijke sectoren, zowel algemeen, als voor (Plus)jongeren in het bijzonder.
5.1 De huidige arbeidsmarkt De huidige arbeidsmarkt is zeer gunstig voor degenen die werk zoeken. De economische groei van de afgelopen periode heeft ertoe geleid dat de kansen voor degenen die toetreden op de arbeidsmarkt gunstig zijn. Het aantal openstaande vacatures voor de regio Groot-Amsterdam, die via internet te vinden zijn, is in de periode januari 2021 – november 2021 gestegen van 14.780 naar 22.305, een groei van 66%. Overigens was het aantal in oktober 2021 nog 4000 hoger, hetgeen erop kan wijzen dat er enige correctie aan het optreden is.18 Een andere indicator voor de gunstige arbeidsmarktsituatie is de spanningsindicator die het UWV voor Groot-Amsterdam afgeeft (de spanningsindicator is een verhouding tussen het aantal vacatures en het aantal werkzoekenden). Over de laatst bekende periode, het derde kwartaal 2021, is de spanningsindicator inmiddels hoger dan vóór de coronapandemie19. Deze gunstige arbeidsmarktsituatie geldt voor alle richtingen waardoor ook jongeren van de Pluslocaties hiervan kunnen profiteren. Invloed Corona Corona had en heeft een stevige impact op de werkgelegenheid. Nadat in maart 2020 de gevolgen langzaam duidelijk werden en sommige sectoren stevig werden geraakt, trad al in de tweede helft van 2020 herstel in.
De gemiddelde baankansen van jongeren die tijdens de coronapandemie de arbeidsmarkt opkwamen zijn volgens SEO, na een dip tijdens de tweede lockdown, inmiddels hersteld tot boven het niveau van voor de pandemie. Dat betekent dat de gunstige baankansen van voor de pandemie verder verbeterd zijn. In onderstaande figuur wordt dit toegelicht.
18
De vacaturecijfers van het UWV van regio Groot-Amsterdam van december 2021 zijn wel beschikbaar, maar zijn (zeer) incompleet en worden daarom hier niet gebruikt. 19 https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/dashboards/spanningsindicator?regio=Groot%20Amsterdam
25
Figuur 1. Kans op substantiële baan voor afgestudeerden en schoolverlaters, landelijk
Bron: SEO, december 2021, p.3
Het herstel van de baankansen is echter niet gelijkmatig over alle onderwijsniveaus verdeeld, zie onderstaande figuur. Figuur 2. Baankans per onderwijsniveau, landelijk
Bron: SEO, arbeidsmarkt 2021, infographic
26
De baankansen voor de bbl niveau 2 zijn zeer licht gestegen en die van de bol niveau 2 zijn gedaald met 1,2%. Overigens zijn de baankansen op de hogere niveaus van het mbo, 3 en 4, ook gedaald. De kansen in het hbo en wo zijn gestegen met resp. 2,2% en 1,9%. Al met al betekent dit dat het mbo als geheel iets minder kansen biedt dan het hoger onderwijs. Dat betekent dat doorleren, indien mogelijk, in veel gevallen kansrijk is. Uiteraard geldt dat dit maar voor een klein deel van de studenten van de Pluslocaties mogelijk is.
5.2
De arbeidsmarkt voor jongeren
Jongeren hebben een speciale positie op de arbeidsmarkt. Als het economisch minder gaat zijn jongeren sneller de dupe. Omdat zij vaker flexibeler arbeidscontracten hebben dan ouderen, verliezen zij sneller hun baan. Omgekeerd stijgt de vraag naar jongeren snel als de economie aantrekt, de werkgelegenheid groeit en er meer vraag is naar personeel. Jongeren profiteren als eerste van een aantrekkende economie en werkgelegenheid. Zeker door de coronapandemie zijn deze perioden van minder vraag naar meer vraag zeer snel op elkaar gevolgd. Er is geen specifiek onderzoek beschikbaar naar de situatie van de jongeren van de Pluslocaties op de huidige arbeidsmarkt. Daarom wordt aangesloten bij arbeidsmarktontwikkelingen met informatie over niveau 1 en 2 in het algemeen. Er is een mismatch tussen schoolverlaters en de arbeidsmarkt. Terwijl de arbeidsmarkt het hele jaar door iedere maand instroommogelijkheden biedt door de vacatures (met een kleine uitzondering voor de zomerperiode), bieden veel schoolverlaters zich vaak op één vast moment aan op de arbeidsmarkt. De meeste jongeren behalen aan het eind van het schooljaar hun diploma en bieden zich dan in of na de zomerperiode aan op de arbeidsmarkt. Dat kan betekenen dat jongeren die relatief veel steun nodig hebben in die periode te maken hebben met veel concurrentie van andere schoolverlaters.
Nogal al wat jongeren kennen dan ook vaak een periode van enige intredewerkloosheid, waarbij ook geldt dat de jeugdwerkloosheid op de niveaus 1 en 2 het hoogst zijn binnen het mbo.20 Nu de economie in 2022 verder aan het herstellen lijkt, valt op dat het percentage WW-uitkeringen onder jongeren (tot 27 jaar) snel daalt na het begin van de coronapandemie. In de regio Groot-Amsterdam daalde het aantal uitkeringen in de periode januari – september 2021 met 60% in vergelijking met de dezelfde periode een jaar ervoor. Daarmee heeft de regio Groot-Amsterdam relatief de grootste daling van alle regio’s in Nederland (bron: Basiscijfers UWV, SBB, december 2021). Stages en leerbanen Stages vormen een belangrijke schakel naar werk. Voor werkgevers is het een aantrekkelijke mogelijkheid om iemand via een stage aan te nemen als personeelslid, omdat hiermee wordt bespaard op wervingsinspanningen en -kosten. Uit eerder onderzoek bleek al dat voor de bbl verreweg de grootste groep, namelijk 75%, via deze route een baan verwerft. Bij de bol is dit percentage kleiner, maar nog steeds aanzienlijk. Het ROA becijferde, dat 48% van degenen die een bol-opleiding volgen, gaan werken bij hun voormalig stagebedrijf. (bron: ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2015.
ROA 2016, p.9) Een andere indicator van het belang van de stage als route naar werk is, dat gebleken is dat moeite met het vinden van stage ook betekent dat het langer duurt om werk te vinden. Het ROA becijferde dat 23% van stagezoekers moeite had om een stage vinden. Dat resulteerde erin dat de intredewerkloosheid van de schoolverlaters onder deze groep bijna twee keer zo hoog was als bij degenen die geen moeite hadden om een stage te vinden. (ROA Schoolverlaters 2015, p.10) 20
Zie bv. ROA, Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2018. Maastricht, 2019.
27
Ook SEO vindt positieve verbanden, specifiek bij jongeren met een migratieachtergrond, tussen het hebben van een betaalde stage en het snel vinden van een baan. Ook het hebben van een bijbaan tijdens de opleidingen leidt tot een lagere werkloosheid na de opleiding en sneller instromen op de arbeidsmarkt. En ook: hoger het mbo-niveau, hoe lager de werkloosheid (SEO, Naar een betere startpositie, 2021, p. 41) Hoewel er wel enig verschil is per opleidingsniveau krijgen ook jongeren op niveau 1 kansen om een via een stage een baan te verwerven. Voor de bol en bbl gezamenlijk verwerft 55% op niveau 1 een baan via de stage of de leerbaan (Bron: Mailbericht DUO Onderzoek, 2021). Daarbij moet in het oog worden gehouden dat een deel van de jongeren niet altijd de baan accepteert die tijdens de stageperiode door het leerbedrijf wordt aangeboden. Jongeren geven soms aan dat het volgen van een leerbaan een nadeel heeft omdat er dan geen recht is op studiefinanciering. Daar staat tegenover dat een leerbaan in de meeste gevallen een redelijk loonvergoeding biedt.
5.3
Kansrijke sectoren naar niveau
Zoals bekend is het effect van de coronacrisis wisselend per richting. Sectoren als de horeca en evenementen kenden periode met krimp, terwijl andere sectoren groeiden of gelijk bleven. Het eerder genoemde onderzoek van SEO laat dat ook zien. Bij de horeca zijn op niveaus 2 en 3 de baankansen gedaald, terwijl ze op niveau 4 juist zijn gestegen (SEO, p.7). Voor haar- en schoonheidsverzorging (bbl/bbl) zijn de kansen op alle niveaus gedaald. Voor de richtingen toerisme (niveau 3,4) en evenemententechniek (4) zijn de baankansen hersteld of zelfs op een hoger niveau dan voor de coronapandemie. Dit geldt ook voor andere richtingen. In een recente uitgave van de Basiscijfers UWV-SBB van december 202121 is een onderverdeling aangebracht in welke richtingen vooral vacatures zijn. Dit overzicht is verder verfijnd naar drie mbo-niveaus: 2,3 en 4. De vacature ontwikkelingen van de grootste richtingen naar mbo-niveau laten voor de regio Groot-Amsterdam de volgende ontwikkelingen zien:
21
https://app.powerbi.com/view?r=eyJrIjoiMzcwMjE2NzgtZTlmNS00Mzg1LWIwMmEtYzI5YTc1NGM0MDlmIiwidCI 6Ijk0Yjk3YzRmLTU3YmUtNGQ3OC1iNzk4LWQ3NjUwN2I2NTBlNSIsImMiOjh9)
28
Tabel 1 Vacatures Groot-Amsterdam naar mbo-niveau Vacatures januari 2021-juni 2021 naar mbo-niveau o.a. horeca retail/winkel zorg commercie en handel transport en logistiek monteurs financiële diensten ict metaal en metaletro bouw welzijn orde en veiligheid groen sport en bewegen kappers, bakkers, slagers reparatie auto's/fietsen onderhoud wegen afbouw
2 2470 1510 280 0 1150 530 0 60 150 80 0 380 300 0 190 120 50 40
3 990 690 870 1390 210 290 290 170 120 60 230 120 120 30 130 130 100 40
4 450 670 1040 740 140 250 520 410 330 430 330 0 60 120 30 50 120 10
Bron: Basiscijfers jeugd,(december 2021) UWV,SBB
Allereerst valt in de tabel op, dat er geen informatie is over vacatures op niveau 1. Belangrijke partijen in het speelveld zoals SBB en ROA bieden deze informatie niet. Een belangrijke reden is dat het startkwalificatieniveau ligt op niveau 2 en men het beeld wil voorkomen dat er op niveau 1 ook arbeidsmarktmogelijkheden zijn. Hierdoor zou het risico kunnen ontstaan dat niveau 1 eindonderwijs lijkt. Dat neemt niet weg dat voor een deel van de jongeren van de Pluslocaties intrede op de arbeidsmarkt op niveau 1 wel het geval is en dat er ook arbeidsmarktmogelijkheden zijn. De sectoren met de grootste vraag naar personeel op niveau 2 zijn horeca, retail en transport en logistiek. Ook de sectoren techniek, beveiliging en groen vragen veel personeel. Over het algemeen staan ongeveer de helft van de mbo-vacatures open voor schoolverlaters, bij de horeca en retail zijn deze percentages over het algemeen hoger. Het aantal flexcontracten en kortere banen komen in deze sectoren ook relatief vaker voor. In een eerdere brochure van het Werkgeversservicepunt Amsterdam van juni 2020 over positieve arbeidsmarktkansen voor jongeren tot en met mbo niveau 2 werden deze richtingen genoemd:
29
Tabel 2 Kansrijke richtingen tot en met niveau 2 Kansrijke richtingen Techniek en metaal Transport en logistiek Facilitair en schoonmaak Zorghulp
Bouw Groothandel en detailhandel Groen Horeca
Bron: Werkgeversservicepunt Amsterdam, 2020
Het Werkgeversservicepunt Amsterdam gaf in september 2021 een lijst uit van 10 meest geacquireerde functies. Het ging om deze functies: ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●
Koerier fiets Verkoopmedewerker tankstation Medewerker bediening horeca Verkeersregelaar Fastfoodmedewerker Administratief medewerker klantenadministratie Productie medewerker Vrachtwagenchauffeur binnenland Verkoopmedewerker kleding allround Evenementenbeveiliger
5.4 Gevraagde competenties en arbeidsvoorwaarden Behalve baanopeningen in kansrijke sectoren is er nog een aantal zaken die een rol spelen rond het vinden van werk. Welke competenties vinden werkgevers bijvoorbeeld belangrijk? Naast sectorspecifieke vaardigheden vinden werkgevers onderstaande vaardigheden en houdingen vaak van belang:
● ● ●
Motivatie en presentatie: een goede werkhouding en eerste indruk Betrouwbaarheid: kom op tijd en kom afspraken na Flexibiliteit: op meerdere taken/functies inzetbaar zijn en je kennis en vaardigheden up-to-date houden (blijven leren en aanpassen) Lichamelijk fit zijn en tegen stress kunnen ● Klantvriendelijke houding hebben ● Handig zijn met computers en apps (digitale vaardigheden) ● Goed Nederlands spreken ● In juni 2020 bracht het Werkgeversservicepunt/Jongerenpunt Amsterdam een brochure uit over kansrijke richtingen voor jongeren tot en met niveau 222. Daarbij stond ook vermeld welke (algemene) vaardigheden worden gevraagd voor bepaalde beroepen. Deze vaardigheden zouden al binnen opleiding op de Pluslocatie ingeoefend kunnen worden.
22
Arbeidsmarktkansen voor jongeren t/m mbo 2 voor regio Groot-Amsterdam, WGS/JP, juni 2020.
30
Arbeidsvoorwaarden Tabel 1 liet zien dat horeca, retail en transport en logistiek de grootste richtingen zijn, waar naar verhouding veel jongeren worden gevraagd. Naast het versterken van vaardigheden is het ook voor jongeren van belang te kijken naar de arbeidsvoorwaarden en goed om te weten welke verschillen er zijn in alle soorten van arbeidsvoorwaarden die bij arbeidscontracten een rol spelen. Aspecten die daarbij van belang zijn, zijn onder andere: ●
Hoogte van het salaris, mede in relatie tot het officiële minimumloon. Vanaf 21 jaar geldt het volwassenenloon van bruto € 9,96 per uur, per januari 2022. In bijgevoegd overzicht staan alle bedragen.23 Arbeidstijden, ook gekoppeld aan leeftijd. Vanaf welke leeftijd mag je ’s nachts of ’s avonds werken?24 Omvang van contract, hoeveel uren worden aangeboden Het soort contract, dat wordt aangeboden van flex- of nulurencontract tot aan een contract met uitzicht op een vast contract.
● ● ●
Het kan bijvoorbeeld in het kader van LOB nuttig zijn jongeren op bovengenoemde aspecten speciaal te trainen, zodat zij op de bovengenoemde aspecten de goede keuze maken bij het kiezen van een baan en bijbehorend contract. Dit is met name relevant voor de groep jongeren die direct naar de arbeidsmarkt gaan. Voor een goede beroeps- en opleidingskeuze zouden jongeren ook moeten ervaren, dat sommige beroepsrichtingen een onzeker perspectief kunnen hebben. Toch kan het zo zijn dat in grote sectoren in Amsterdam, zoals retail, horeca en logistiek, er nogal wat relatief onzekere startfuncties zijn (hoe lang kun je daar als jongere aan het werk blijven), terwijl in vervolgwerkzaamheden er baanmogelijkheden zijn die meer perspectief bieden. Zo kan iemand die begint als vakkenvuller doorgroeien als verkoper of meer verantwoordelijkheid krijgen voor het magazijn. Juist omdat retail en horeca zulke grote sectoren zijn betekent dat ook, dat er doorgroeimogelijkheden zijn voor een aanzienlijk deel van de jongeren. Het loont dus om te kijken naar mogelijkheden verder dan de startbaan.
5.5
Belang van begeleiding op de werkplek bij niveau 1 en 2
Van verschillende kanten wordt aandacht gevraagd voor de behoefte om jongeren van niveau 1, en soms ook van niveau 2, te begeleiden naar en op de werkplek. Dit geldt zeker ook voor de jongeren van de Pluslocaties die gaan werken. Werkgeversorganisaties die in het kader van deze verkenning zijn benaderd, geven aan dat het begeleiden van de stagiaires op niveau 1 vaak extra tijd vraagt, waarin veel bedrijven niet kunnen voorzien. Zo geeft een grote werkgever en scholingsorganisatie in de sector transport en logistiek (STL) aan dat de begeleiding van stagiaires op niveau 1 een struikelblok vormt. Uit verschillende onderzoeken in diverse sectoren komt gebrek aan tijd voor begeleiding als een van de belangrijkste redenen naar voren om geen stagiaires aan te nemen, naast vaardigheden/zelfstandigheid en motivatie. Dat betekent dat er wel kansen liggen, maar dat er oplossingen gevonden moeten worden waarmee bedrijven bijvoorbeeld ‘ontzorgd’ worden.
23 24
Zie: https://www.uwv.nl/particulieren/bedragen/detail/minimum-jeugd-loon Zie bv.: https://ondernemersplein.kvk.nl/regels-voor-arbeid-door-jongeren/
31
Voor de bedrijven is de grote schaarste aan personeel een belangrijk motief om te investeren in extra begeleiding aan jongeren zoals die van de Pluslocaties. Bedrijven willen wel graag als het kan ontzorgd worden als het gaat om het leveren van deze extra begeleiding. Een voorbeeld daarvan is in de retailsector. De werkgeversorganisatie voor de non-food detailhandel, (Inretail) bijvoorbeeld heeft inmiddels een samenwerking met het UWV als het gaat om de kledingketen Primark. Een medewerker van het UWV begeleidt de bedrijven met een stagiair op niveau 1. Een andere oplossing is zorgen dat de docent/stagebegeleider nabij de stageplaats is, bijvoorbeeld door (ook) les te geven in de praktijk. Omdat de omvang van deze problematiek onvoldoende duidelijk is, wordt door STL overwogen om hier extra onderzoek naar te doen. Begeleiding Jongerenpunt Ook binnen de gemeente Amsterdam is er ervaring met de begeleiding op de werkplek van jongeren van de Pluslocatiesdie extra begeleiding vragen, zoals voor de jongeren van de Pluslocaties die stagelopen of ervoor kiezen om na de opleiding/na uitstroom te gaan werken. Voor jongeren die na een opleiding op de Plusschool gaan werken biedt de gemeente mogelijkheden om hen daarin te ondersteunen. Het Jongerenpunt speelt daarbij een belangrijke rol. Het Jongerenpunt krijgt van de Pluslocaties de NAW gegevens van deze jongeren.
In het algemeen zorgen de Jongerenadviseurs ervoor dat jongeren goed geïnformeerd worden over vervolgmogelijkheden. Het Jongerenpunt ervaart beperkingen bij de uitwisseling van gegevens over de desbetreffende jongeren. Bij jongeren onder de 18 jaar mag alle informatie gedeeld worden, bij oudere schoolverlaters is dit niet toegestaan. Het Jongerenpunt neemt contact op met deze jongeren en biedt aan om de jongeren te helpen voor het opstellen van de motivatiebrief en een cv. Ook wordt er meegegaan met de eerste werkdag, zodat er passende begeleiding op de werkplek kan worden gegeven. Dit geschiedt door de jobcoaches. Het blijkt dat soms nog niet alle jongeren voldoende ‘arbeidsfit’ zijn om te gaan werken. Soms blijkt dat niet alle jongeren die willen gaan werken, daadwerkelijk bij het Jongerenpunt terecht komen of daar aangemeld worden. In samenwerking wordt gezocht hoe dit verder verbeterd kan worden. Voor een deel van de jongeren, die op bepaalde onderdelen nadere oefening nodig hebben, worden ook leerwerktrajecten aangeboden. Hier leren jongeren in zes weken de belangrijkste aspecten van de uitvoering van een bepaalde kansrijke beroep, zoals logistiek, VCA of heftruck. Minder kansrijke richtingen worden in de leerwerktrajecten bewust niet aangeboden (zoals administratie, ICT of sport).
Mogelijkheden om meer samen te werken tussen Pluslocaties en het Jongerenpunt kunnen er toe leiden dat de kennis over de stage- en leerbedrijven bij beide partijen vergroot wordt. Jongerenadviseurs, jobcoaches en stage-/bpv-coördinatoren kunnen elkaar hier verder in versterken.
5.6
Aanknopingspunten voor vervolg
Voorgaande schets over de arbeidsmarktkansen voor jongeren biedt een aantal aanknopingspunten voor vervolgactiviteiten. o
o
De arbeidsmarkt biedt op dit moment goede mogelijkheden, ook voor jongeren van de pluslocaties om in te stromen. De stage in de bol-leerweg kan een goede opstap voor jongeren bieden om de arbeidsmarkt in te stromen. De mogelijkheden zijn zeker beter na afronding van een bbl-opleiding. Veel jongeren hebben te maken met veel flexibele banen. Het is van belang dat jongeren via LOB leren waar de kansrijke richtingen zijn en ook hoe de aanvullende arbeidsvoorwaarden van belang zijn voor het vinden van een baan met goede mogelijkheden en perspectieven.
32
o
o
Ook kunnen de Plusjongeren op school al getraind worden in de vaardigheden die in de diverse beroepsrichtingen gevraagd worden. Dit kunnen zowel algemene als specifieke (vak) vaardigheden zijn. Het lijkt er op dat veel jongeren vanuit de Pluslocaties bij de overgang naar werk en tijdens de werkuitoefening begeleiding nodig hebben. Verschillende partijen, zoals werkgevers (organisaties), de gemeente (Jongerenpunt, Werk en Inkomen), en Pluslocaties kunnen in samenwerking er voor zorgdragen dat de jongeren ook in deze levensfase de ondersteuning en begeleiding krijgen die ze nodig hebben, zodanig dat er geen jongeren buiten de boot vallen. Dit kan bevorderen dat jongeren indien zij ervoor kiezen te stoppen met werken, gemakkelijk de weg naar school terug kunnen vinden. Ook kan de school jongeren blijven voorlichten om eventueel aanvullende opleidingen te volgen om hun kansen voor doorgroei op de arbeidsmarkt verder te vergroten.
33
6. Zicht op kansen: aanbevelingen voor de Plusscholen, de roc-directies en de gemeente In dit slothoofdstuk formuleren we aanbevelingen op grond van (onderzoeks)literatuur, beschikbare arbeidsmarktinformatie en de gesprekken met de medewerkers van de Pluslocaties: hoe kun je Plusjongeren en Pluslocaties versterken met het oog op arbeidsmarktkansen? Een belangrijke notie daarin is het zoeken naar verbindingen op verschillende niveaus, zowel in benadering als in vorm en inhoud. De gedachte daarachter is dat het niet gaat om ‘losse’ verbeterpunten, maar om (het ontwikkelen van) een doordachte benadering. Daarbij vraagt het vergroten van kansen van Plusjongeren inzet en samenwerking van verschillende ‘actoren’ in de keten (mbo-instellingen, gemeenten en bedrijven).
6.1
Verder dan de Plus
Door de positie van overbelaste jongeren van de Plusscholen te verbeteren krijgen deze jongeren betere kansen om (duurzaam) mee te doen aan de samenleving. De gemeente Amsterdam heeft vanuit haar betrokkenheid met de doelgroep van de Amsterdamse Plusscholen van ROC TOP en ROC Op Maat van ROCvA, in vervolg op eerder onderzoek naar de Plusscholen, een brede verkenning laten uitvoeren naar mogelijkheden om de arbeidsmarktkansen en arbeidspositie van Plusstudenten te vergroten. Daarbij is veel aandacht besteed aan kansen die de Plusscholen zelf daartoe zien. Dat zijn er legio, waaruit spreekt dat het onderwerp leeft. Plusstudenten vormen een diverse groep jongeren met grote verschillen in achtergrond, kenmerken, schoolloopbaan, omstandigheden en problematiek. Het maatwerk dat daarom nodig is vraagt dat Plusscholen hun studenten goed kennen. De relatie met en de rol van de mentor zijn cruciaal. Niet alleen zijn de uitstroombestemmingen van jongeren divers; ook wanneer een jongere de Plus verlaat en of dat met of zonder diploma gebeurt, is niet altijd vooraf met zekerheid te zeggen. De betrokkenheid van de locaties bij ‘hun’ jongeren is groot. Hoewel Pluslocaties in beginsel scholen zijn, reikt hun verantwoordelijkheidsgevoel voor hoe het de Plusjongeren vergaat, daar (ver) voorbij.
Op alle Pluslocaties wordt met veel inzet gewerkt aan het realiseren van (nieuw) perspectief voor Plusjongeren en alles wat daarbij komt kijken. Daarmee opereren ze in een spanningsveld van wat dagelijks urgent is, wat nodig en wat haalbaar is. Vanuit hun verantwoordelijkheidsgevoel en de wens om elke jongere zo goed mogelijk op weg te helpen, zien de Pluslocaties veel kansen en is hun grondhouding altijd méér te willen betekenen voor Plusjongeren. Voor Plusjongeren is extra ondersteuning in de schoolloopbaan een must. Die behoefte eindigt niet bij het al dan niet behalen van een diploma op de Plus. Een Plusjongere is niet ‘klaar’ bij het verlaten van de Plus. Daarbij komt dat de jongeren vaak nog niet weten wat ze willen. Er is een besef dat langer doorleren ‘beter’ is. Als dat niet lukt komt werken in beeld, maar ook dan kunnen er bij de jongeren nog opleidingswensen bestaan. Welke (beroeps)richting een jongere op wil, is vaak nog niet uitgekristalliseerd. Plusjongeren leren graag in/van de praktijk, leren door doen.
6.2
Op zoek naar verbindingen
In deze verkenning gaat het erom zinvolle interventies op te sporen die binnen de invloedsfeer van de Plusscholen, de ROC-besturen/directies en de gemeente Amsterdam liggen en bijdragen aan betere kansen voor Plusjongeren, opdat ze kunnen profiteren van de grote vraag naar arbeid die naar verwachting ook de komende jaren zal aanhouden. Dat wil niet zeggen dat daarmee alle Plusjongeren ook daadwerkelijk een reguliere baan zullen krijgen. Zo zal het voor een deel van de jongeren gaan om beschermd werk.
34
Jongeren succeservaringen laten opdoen en hun veerkracht bevorderen zijn een belangrijke vertrekpunten van de aanpak van de Plus, waarin steeds een balans gezocht wordt tussen begeleiding en (voorbereiden op) zelfstandig functioneren van de jongere. Dit vertrekpunt komt in alle thema’s terug, bijvoorbeeld: hoe kun je stageplekken vinden die tegemoet komen aan wat Plusjongeren nodig hebben om daar te slagen; hoe voorkom je dat de overstap naar werk of naar een vervolgopleiding een teleurstelling wordt. Er tekenen zich drie gebieden af met aangrijpingspunten om de arbeidsmarktkansen van Plusjongeren te verbeteren 1. Het aanbod en de voorbereiding binnen de opleiding, met daarin een grote rol voor praktijkleren en de stage; 2. De overgang van de Plusschool naar een vervolgbestemming, waaronder werk, met daarin een rol voor het versterken van de samenwerking in de keten en 3. De (eerste) fase na uitstroom. o Denkend vanuit de loopbaan van de Plusjongere is het goed om deze gebieden niet als losstaande fasen met een overgangsmoment te zien, maar als een geheel te benaderen. o Een centrale notie daarin is dat er een doorlopende lijn in de overgang van (begeleiding in) de Pluslocatie naar verder leren of werken is en dat er daarbij een heldere visie moet zijn of en welke inzet en begeleiding er nodig is om de jongere naar werk/verder opleiden te begeleiden.
o Dat er voor risicojongeren een sluitende aanpak en samenwerking in de keten van relevante betrokken actoren nodig is, spreekt voor zich. Het betrekken van bedrijven daarbij is minder vanzelfsprekend, terwijl hun rol daarin wel belangrijk is. Dit vraagt organisatorische afstemming op institutioneel niveau, maar ook afstemming bij een goede één-op-één begeleiding van de jongere. o Door het als een geheel (een gezamenlijk handelingskader) te benaderen, kan de inzet van ketenpartners ook eerder/preventief benut worden (denk aan: eerdere inzet van het aanbod/trainingen van het Jongerenpunt; eerder bedrijven de school inhalen; jongeren voorbereiden op (de mogelijkheid van) nazorg en contact houden/volgen. o Binnen de school/opleidingen (en daarna) kan LOB als ‘onderlegger’ en ‘organiserend principe’ een belangrijke(re) rol spelen. Door de versterking van beroepsidentiteit van Plusjongeren centraler te stellen, met daarin aandacht voor de veerkracht en weerbaarheid van jongeren; reflectie op praktijkervaringen die jongeren hebben (ook bijbanen), het opbouwen van een realistisch zelfbeeld, LOB-gesprekken af te stemmen op de individuele ontwikkeling van de jongeren, aandacht voor wat nodig is om een baan te krijgen en te houden (opbouwen netwerk, zoekstrategieën).
Dat vraagt een integrale inbedding van LOB, waarbij LOB niet belegd is bij één persoon, maar (ook) bij mentoren en docenten. o Gezien de hectiek en de druk die er is op de Pluslocaties om voortdurend bezig te zijn met wat er zich in het hier- en-nu aandient en speelt, is het van belang om na te denken over hoe binnen die context door focus, een heldere structuur, overzicht en samenwerking ook meer rust gecreëerd kan worden. Juist omdat op de Pluslocaties door de dagelijkse gang van zaken tijd en menskracht onder druk staan, lijkt het goed de Pluslocaties te ondersteunen bij het bepalen van focus en richting als het gaat om het versterken van Plusjongeren voor de arbeidsmarkt/het arbeidsmarktrelevanter maken van de opleidingen, in afstemming met de relevante actoren. Dat zou kunnen in de vorm van een project of een teambeurs. o Waar veel activiteiten nu door elke locatie voor zich worden uitgevoerd, kan ‘slimmer’ organiseren en krachtenbundeling van en voor de locaties toegevoegde waarde bieden. Genoemd zijn: - het bouwen van een Plusnetwerk: gezamenlijke benadering en werving van bedrijven, instellingen en organisaties passende (stage/leerwerk-)plekken voor
35
o
6.3
Plusjongeren, waaronder bedrijven en organisaties waar meerdere Plusjongeren tegelijk terecht kunnen - Het aanleggen van een gezamenlijk bestand/database/overzichten van leerwerkplekken, stageplekken en projecten - Delen van informatie over kansen op stage en werk - Centraliseren van stage-/bpv-coördinatie - Samenwerking rond het aanbod aan crebo’s - Samenwerking rond uitstroom en nazorg (w.o. registratie, centrale uitstroom coördinator). Het zicht houden op (de eerste stappen in) de loopbaan van Plusjongeren na uitstroom is juist bij deze jongeren van belang om te volgen of jongeren daadwerkelijk aankomen bij hun vervolgbestemming, ze te ondersteunen bij hobbels op de weg, opdat het niet misloopt, en bij scholingsvragen onderweg te kunnen helpen.
De aanbevelingen en/in breder perspectief
Het onderwerp van deze verkenning raakt aan grotere maatschappelijke thema’s. Zo is de druk op jongeren om nu een opleiding te volgen, groot. Dat ervaren jongeren ook zo. Tegelijkertijd vragen ontwikkelingen als Leven lang Ontwikkelen (LLO) ook om oog voor de mogelijkheid om je tijdens je loopbaan verder te ontwikkelen. De kans dat dat gebeurt, is bij lager opgeleide mensen kleiner. Dat pleit voor loopbaanoriëntatie en begeleiding (LOB) die verder kijkt en reikt dan de school en het pleit er ook voor om te zorgen dat jongeren tenminste affiniteit opdoen met leren en zich ontwikkelen (en ze dat niet gaat tegenstaan). En dat pleit ook voor het langer blijven volgen en contact houden van Plusjongeren, om ze in beeld te houden en zo de kans te geven om weer te kunnen aanhaken. Bij het uitwerken van het alumnibeleid is dit voor Pluslocaties een belangrijk aandachtspunt. Het Nederlands beleid is sterk gericht op een startkwalificatie (mbo niveau 2) voor iedereen als startpunt voor een loopbaan. Dat zien we bijvoorbeeld terug in een terughoudendheid om arbeidsmarktcijfers over vacatures op niveau 1 te publiceren en in het vasthouden aan formele erkenningseisen van leerbedrijven.
Het scholings- en trajectenaanbod onder startkwalificatieniveau omschreven als een onoverzichtelijk woud aan initiatieven en aanbieders, waarin het ontbreekt aan een landelijk waarderingskader (zoals een kwalificatiestructuur)25. Ook werk op een laaggeschoold niveau wordt gezien als tijdelijk en noodzakelijk kwaad (zie bv Eimers e.a., 2021). Daarmee lijkt de waarde van scholing en werk op dit niveau ontkend te worden, terwijl aan de andere kant er een groep (kwetsbare) mensen is, plus een arbeidsmarktbehoefte die niet kleiner wordt. Oog voor de kansen/potentie van laaggeschoold werk en scholing, de (her)waardering daarvan en meer flexibel denken vanuit de jongere in plaats van uit het systeem kunnen ervoor zorgen dat ook deze groep mogelijkheden krijgt om aan te haken bij een leven lang ontwikkelen.
25
De Boris-aanpak voor vso en praktijkonderwijs wordt uitgebreid naar andere groepen https://www.borispraktijkloket.nl/over_het_boris_praktijkloket/modal
36
Op deze plek vermelden we tot slot de concrete aanbevelingen gericht op de actoren voor wie de verkenning is uitgevoerd: de Plusscholen, hun directies/besturen en de gemeente Amsterdam. Aangrijpingspunten: → Actoren/partijen ↓ Pluslocatie
Pluslocatie(s)
Versterking praktijk(gerichtheid) van de opleiding Overgang van school naar werk Volgen van de ontwikkeling na uitstroom A. Toerusting van de Plusjongere ● Werk aan het toekomstperspectief en de beroepsidentiteit van Plusjongeren ● Vergroot hun schoolbetrokkenheid (gericht op doorleren en tijd om aan beroepsidentiteit te werken) ● Vergroot hun weerbaarheid/veerkracht/zelfstandigheid ● Stel de motivatie en het perspectief van de jongere centraal ● Maak een goede match tussen de belangstelling van de jongere (opleiding)- stage – werk ● Rust jongeren toe, bereid ze voor en begeleid ze in het opdoen van competenties en werknemersvaardigheden (werkhouding, oriëntatie op arbeid, sociale netwerken, sollicitatievaardigheden, informatie, kennis van arbeidsvoorwaarden) ● Markeer en organiseer een beslismoment of jongere gaat doorleren of richting arbeidsmarkt gaat ● Overweeg praktijkverklaring voor Plusstudenten met een praktijkonderwijsachtergrond die gaan werken B. Organisatie van het aanbod ● Organiseer een visiegesprek over de inrichting Plusaanbod (o.a.
opleidingsaanbod, versterk de praktijkkant van de school, breed-smal, inzet keuzedelen, crebo’s, ontwikkeling bbl, gecombineerde leerweg bol-bbl, cross-overs in entree, LOB/beroepsidentiteit als ordenend principe) ● Geef LOB vorm als onderlegger voor het aanbod (en daarna) en versterk het mentoraat daarin ● Stuur op stages/ stagebedrijven gerelateerd aan het maximaliseren van de kans dat jongeren succeservaringen kunnen opdoen; maak meer werk maken van het potentieel van stage in relatie tot werk krijgen) ● Zoek naar winst in de versterking van de werving en de organisatie van de stage en stagebegeleiding, bijvoorbeeld door de opbouw van een (gezamenlijk) breed netwerk. Werf stagebedrijven in kansrijke sectoren ● Deel het netwerk aan passende (stage-)bedrijven en instellingen als Plusscholen onderling ● Maak het perspectief voor jongeren zichtbaar (arbeidsinformatie, oud-leerlingen als rolmodel, terugkomdagen, beroepsbeoefenaren en bedrijven naar binnen halen) ● Versterk de samenwerking in de keten binnen opleiding, in de opleiding, rond de transitie van school naar vervolg/werk en daarna: zet bijvoorbeeld de combinatie van de (interne) bpv-coördinator en
37
ROC-directies/bestu ren
● ● ● ●
●
● ● Gemeente Amsterdam
● ● ●
●
●
● ●
● ●
de (externe) jongerenadviseur t.b.v. voorlichting voor de hele groep en de combinatie van de jobcoach en de Plus-stagemakelaar voor de individuele student die extra ondersteuning nodig heeft. Zorg voor betere afstemming en haal expertise eerder de school in. Werk als locaties samen rondom door- en uitstroom Ontwikkel een visie ten aanzien van Plus(begeleiding) op mbo-niveau 3 en 4 Initieer intern visiegesprekken over de inrichting van het Plusaanbod Versterk de organisatie en werving van de stage en stagebegeleiding, op school en ondersteun waar nodig de begeleiding van bedrijven Zorg voor een goede informatievoorziening van waar jongeren blijven, voor het afstemmen van volgsystemen en het uitwerken van alumnibeleid voor de pluslocaties Stimuleer de gezamenlijkheid/gezamenlijk optrekken tussen Pluslocaties en roc’s Voorkom ‘shopgedrag’ van studenten (ten gevolge van toelatingsrecht) Draag bij aan kleinere klassen op mbo-niveau 3 en 4 (doortrekken Plus[begeleiding]) Regel stagevergoeding aan Plusjongere/bedrijf dat passende begeleiding biedt /beide Stel overzichten van stage- en leer-werktrajecten, school-werk-projecten en passende banen beschikbaar en maak ze toegankelijk voor de Pluslocaties Laat zien welke mogelijkheden er binnen de gemeente en diensten zijn om het stageaanbod verder te vergroten en overweeg om bij (grotere) projecten stageplekken te creëren voor
Plusjongeren. Stel in samenwerking met de scholen een profiel op van een Plus Stagemakelaar (o.a. bekendheid met Plusjongeren, zicht op grote bedrijven met mogelijkheid voor plaatsing groepen Plusstagiaires, Zicht op mogelijkheden interne organisatie gemeente) Versterk de keten, o.a. inzet en afstemming met Jongerenpunt Ondersteun de scholen bij het opbouwen van een netwerk van passende bedrijven en instellingen voor de gezamenlijke locaties, bij het benaderen van bedrijven, bij het bekendmaken van Plusstudenten en Plusscholen bij bedrijven (en omgekeerd), voorlichting over begeleiding, baangaranties. Overweeg een gezamenlijke uitstroomcoördinator voor de Pluslocaties Stel een (of meerdere) Plusloopbaanregisseur(s) met een signalerings- en schakelrol aan die jongeren na uitstroom volgt en ondersteunt bij hun eerste stappen in vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt en ondersteuning kan inzetten bij eventuele obstakels
38
Literatuur & bronnen Arbeidsmarktbericht (September 2021). Werkgeversservicepunt Groot-Amsterdam. Baan, A en E. Zwaveling (2017) Kwetsbare jongeren van school naar werk. Praktijkgericht onderzoek van school naar werk. Utrecht: Berenschot. Bakker, K. e.a. (2020). VSV’ers en werk in tijden van een aantrekkende arbeidsmarkt. Den Haag: CBS. Basiscijfers Jeugd (december 2021), UWV/SBB. Bleeker, Y, e.a. (2015) “Zonder netwerk gooi je de leerling over de schutting in de hoop dat hij wordt opgepakt” Varianten, ervaringen en succesfactoren in de regionale samenwerking arbeidstoeleiding kwetsbare jongeren. Amsterdam: Regioplan. Bisschop, P. e.a. (2020). Plusscholen Amsterdam: zicht op kansen. Het aanbod door de ogen van medewerkers en studenten en een beeld van de vervolgbestemming. Amsterdam, SEO/Bureau Turf. Bisschop, P. e.a. (2021) Naar een betere positie op de arbeidsmarkt. Amsterdam: SEO/ResearchNed/VU/RBA. Bisschop, P. e.a. (2021) De stagemakelaar. Evaluatie van het project bij starpunt Nieuw-west Amsterdam en Albeda Rotterdam. Amsterdam: SEO. Eimers, T. e.a. (2020). Scholing voor werk. Versterking van het opleidingsaanbod onder startkwalificatieniveau. Initiatiefgroep Rafelrand, Nijmegen, 2020. Engelen, M. e.a. (2017) Ondersteuning jongeren bij leren en werken. Een handreiking voor de regio. Utrecht: Oberon/de Beleidsonderzoekers.
Ingrado (2020) De route van school naar werk én verder. Pilots in de regio. Ingrado. Inspiratiekaart bij- en omscholing via het mbo voor kansrijke beroepen (2021). NRTO, UWV, SBB, MBO Raad. Keijzer-Groot, R. (2021). Wat werkt voor risicojongeren? Begeleiding naar werk of vervolgstudie. Leiden, Universiteit Leiden. Proefschrift. Ministerie van Sociale Zaken. Kamerbrief Routekaart Leren en Ontwikkelen. Den Haag. Movisie/GAK (2019) Wat werkt bij succesvol toeleiden van jongeren naar werk. Utrecht: Movisie. NJI/ecbo (2021) Succesvolle aanpakken mbo-studenten in kwetsbare posities. Een literatuurverkenning naar werkzame elementen. Utrecht: NJI. Programmaraad Samen voor de klant (2020). Scholing via praktijkleren in het mbo. Handreiking voor regionale mobiliteitsteams. Raaijman, J. e.a. (2021). Aan de slag met nazorg. Evaluatie pilots soepelere overgang naar werk. Nijmegen: KBA. Ruijters, M. (2021). Manifest voor de beroepsidentiteit. Over de achterkant van het personaliseren en flexibiliseren van beroepsopleidingen. Wageningen, Aeres Hogeschool.
39
SBB (2020) Samen werk maken van de arbeidsmarktroute entree. Hoe verbeteren mbo-scholen, bedrijfsleven, gemeentes en zorgorganisaties de ondersteuning op weg naar werk. Zoetermeer: SBB. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2015 (2016). Maastricht, ROA. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2018 (2019). Factsheet. Maastricht, ROA. SER (2020) Neem iedereen mee: kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt. Denktank coronacrisis. SER Kennisdocument. Verbonden met Zuid (2021). Handboek de vier succesfactoren om jongeren uit Rotterdam-Zuid toe te leiden naar werk. Rotterdam: Samenwerkingsverband verbonden met Zuid/Kansen voor West2. Zwetsloot, J. e.a. (2021) De impact van de Coronapandemie op de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt. 2e en 3e monitor. Amsterdam: SEO/Verweij Jonker. www.expertisepuntlob.nl/bestanden/bestanden/Jeugdwerkloosheid/20210122_toolbox_gelijke_kans en.pdf https://www.expertisepuntlob.nl/bestanden/artikelen/13/290_voorbeeldvragen_loopbaangesprek_D EF.pdf?1598973739= https://www.expertisepuntlob.nl/tools/lob-kennisbank/studentenperspectief-op-lob https://www.mboraad.nl/sites/default/files/publications/stroomschema_leerroutes_en_bewijsstukke n_mbo_versie_def.pdf
40